Wetenschap Kunst Politiek

Archive for the ‘ OBA ’ Category

Rechtsfilosofen over martelen: Kinneging, Mertens, Van Gunsteren

67 comments

[herhaalblog]

De Leidse hoogleraar rechtsfilosofie  en (toenmalige?) directeur van de neoconservatieve Edmund Burke Stichting Andreas Kinneging is gecharmeerd van het marteldilemma: Kinneging verdedigt zowel de gebeurtenissen in Abu Ghraib als ook martelpraktijken. Hij begint met een obligate vaststelling: “Natuurlijk moet je [over Abu Ghraib] zeggen dat het schandalig is wat daar gebeurd is. Iedereen moet zich houden aan het internationale recht en daarin staat dat je gevangenen behoorlijk dient te behandelen.”
Maar Kinneging denkt daar eigenlijk toch anders over: “Maar dan. Het is makkelijk praten als je niet in een oorlogssituatie zit, een emotionele hogedrukpan, waarin je iedere dag kunt worden opgeblazen. Het is niet verbazingwekkend dat mensen hun zelfcontrole verliezen. De verleiding om tot hardhandige middelen over te gaan wordt dan groot. Dan ontstaan problemen als: mag je iemands voeten niet stukslaan als dat de dood van je kameraden kan voorkomen? […]
Dit is dilemma het dilemma van de schone handen. Zo zeggen nu degenen die zich kwaad maken: je mag niet martelen. Maar geldt dat ook als je een Al-Qaedaterrorist te pakken hebt en je vermoedt dat hij ergens in Parijs een atoombom heeft liggen?”[1]

Kinnegings logica is niet: omdat dit soort gevangenissen tot mishandelingen leidt, moeten we deze gevangenissen niet hebben en deze oorlogen niet voeren. Nee, hij probeert tortuur te rechtvaardigen uit het bestaan van dergelijke gevangenissen en oorlogen. Helemaal op de lijn van de Amerikaanse neocons: Ook George W. Bush en Dick Cheney, die net aan de macht waren toen 24 begon, hebben vaak gepleit voor ‘flexibiliteit’ inzake de informatievergaring van terreurverdachten.

Bij de Burke Stichting denkt men lichtvaardig over martelen. Oud-Burke-dircteur Livestro bagatelliseerde in Vrij Nederland de ‘paar obscene incidenten in Abu Ghraib’, de gevangenis waar Irakezen zijn gemarteld. Volgens hem doen deze taferelen slechts denken aan een uit de hand gelopen studentenfeestje. Omdat zij niet te vergelijken zijn met de systematische massamoord onder Saddam, stellen de martelingen niets voor, betoogt Livestro. ( Elsbeth Etty, NRC 25-5-2004)
De Leidse neoconservatieve professoren weten de studenten te bekoren met hun autoritaire en populistische argumenten. Diederik van Hoogstraten : “De politicologe Kelly Greenhill bevestigt de indruk dat jongere generaties anders zijn gaan denken over martelen. Nieuw onderzoek onder studenten, schreef zij onlangs, laat zien dat 44 procent marteling steunt in een ‘tijdbomscenario’, […). Voor ‘softe’ methoden, zoals ‘nepverdrinking’, is 62 procent te porren, als dit onschuldige doden zou kunnen voorkomen.” (de Volkskrant, 23-7-2007)

Maar afgezien van de morele kant van het martelen, wordt onder deskundigen niet geloofd in de effectiviteit van martelen of hard ondervragen:  “Hard ondervragen van verdachten of arrestanten lijkt zo voor de hand te liggen. Zeker in een oorlog. Maar respect en inspelen op menselijke praatzucht leveren veel meer op, zeggen kenners.” “Ondervragers moeten inhaken op die natuurlijke praatzucht, schrijven ook dr. Ulf Holmberg en prof. dr. Sven Christianson van de universiteit van Stockholm. Zij bestudeerden ondervragingen in zware gewelds- en zedendelicten. Zakelijke en vriendelijke rechercheurs die de verdachte met respect behandelen, halen inderdaad meer informatie en meer bekentenissen dan dominante verhoorders die verdachten angst inboezemen.” (de Volkskrant, 25-11-2006)

Uitvoerig bespreken de Nijmeegse rechtswetenschapper Sebastiaan Garvelink en de Leidse hoogleraar mensenrechten Thomas Mertens in Filosofie Magazine 6/2007 het (o.a. door Kinneging) geschetste schone-handen-dilemma, dat in de VS argumentatief veel door de neocon Yoo van het American Enterprise Instituut  wordt gebruikt.
“[…] Toch meent ook Bush zich in een situatie te bevinden waarin de geldende normen tegen marte­ling moeten worden heroverwogen. De rechtvaardiging daarvoor is te vinden in de dreiging van dat terrorisme en in Bush’s doctrine van de ‘As van het Kwaad’. In het licht van de apocalyptische strijd tegen het kwaad is een gewelddadige ondervraging te zien als het ‘geringere kwaad’. De juridi­sche onderbouwing is afkomstig van het Office of legal Council (OlC), een elite­clubje van topjuristen op het Amerikaanse Ministerie van Justitie. Het OlC legde het begrip ‘torture’ uit de genoemde Conventie zo beperkt uit, dat alleen de meest extreme vormen van geweld er onder vielen. Zelfs wanneer een ‘behandeling’ ondanks deze hoge drempel toch als ‘marteling’ zou moe­ten worden aangemerkt, zou het gebruik hiervan gerechtvaardigd kunnen worden met een beroep op ‘zelfverdediging’ en op de constitutionele bevoegdheden van de president als opperbevelhebber van het leger. De Amerikaanse regering heeft zich inmiddels genoodzaakt gezien dit stand­punt te matigen. Toch keert het terug in de vorig jaar aangenomen Military Commissi­ons Act, op grond waarvan de president in laatste instantie beslist over de interpreta­tie van de Geneefse Conventies. Zo bepaalt de president nog steeds wat ‘torture’ is. Een fervent voorvechter van deze presiden­tiële War Powers is John Yoo, voormalig lid van het OlC en destijds als (co-)auteur betrokken bij de martelmemo’s. Yoo is inmiddels weer hoogleraar in Berkeley, maar hij beroept zich in interviews en publicaties uitdrukkelijk op de eventuali­teit van een tikkende bom. Terrorismebe­strijding is voor hem niet alleen een zaak van politie en justitie. De terrorist bevindt zich in een toestand van oorlog met de samenleving, en dan geldt: ‘als de wapens spreken, zwijgen de wetten’. En als de wapens spreken, heeft de president het laatste woord. […] Voor een ‘tikkende bom scenario’ is het niet voldoende dat er sprake is van een ze­kere kans op terroristische aanslagen, zoals vandaag de dag het geval is. Zelfs een acute dreiging is niet voldoende. Het scenario is pas aanwezig als de kennis van die dreiging zo compleet is, dat we precies weten welke ramp aanstaande is, welke informatie we nodig hebben om deze ramp af te wenden en wie we moeten martelen om die informa­tie te verkrijgen – én bovendien: dat er geen andere manier is om die ramp te voorkomen. Het veronderstelt met andere woorden een compleet overzicht waarin niet één cruciaal element mag ontbreken. Een dergelijke situatie kun je eigenlijk alleen maar op kunstmatige wijze creëren, bijvoorbeeld als scenarioschrijver van een film of van een televisieserie. […]Zouden de aanslagen van 11 september voorkomen hebben kunnen worden, wan­neer de Amerikaanse veiligheidsdiensten op het juiste moment bereid waren geweest iemand te martelen? Misschien. Maar dan had men op de hoogte moeten zijn van wat er op handen was en had men de juiste persoon te pakken moeten hebben. Bij mar­teling gaat het echter bijna altijd om men­sen die min of meer verdacht zijn, die mis­schien beschikken over kleine stukjes relevante informatie die zich misschien wel – maar misschien ook niet – tot een zinvol geheel laten ordenen, op grond waarvan wellicht een nabij of verder gelegen toe­komstig gevaar kan worden afgewend. Mar­teling vindt dan ook meestal plaats in het kader van zogeheten sleepnetoperaties, waarbij grote hoeveelheden individuen worden opgepakt en ondervraagd, zoals in de Algerijnse oorlog, tijdens de Palestijnse intifada of nu in Irak. Buiten de studio is marteling nooit een precisie-instrument ter voorkoming van een terroristische aanslag, maar een grof mid­del dat zonder veel beperkingen en op basis van gebrekkige informatie wordt toegepast. Dat betekent dat het vaak voorkomt dat de verkeerde op de pijnbank zal worden ge­legd. Het is al eeuwen bekend dat verkla­ringen die onder dwang zijn afgelegd, onbe­trouwbaar zijn. Recent werd dat in Nederland nog eens bevestigd in de zoge­naamde Schiedamse parkmoord. Bovendien brengt ‘marteling’ kosten met zich mee voor de samenleving die haar aanvaardt. Er moet informatie verzameld worden, daar zijn gebouwen voor nodig en personeel. Verder vraagt marteling om autorisatie en controle. Uiteindelijk lijkt er maar één alternatief te zijn voor een absoluut verbod op martelen: een absolute staat. “

Ook de Leidse hoogleraar Herman van Gunsteren is buitengewoon kritisch over de Amerikaanse wetgeving ten opzichte van martelen: “Anthony Lewis’ ‘Making Torture Legal’ (‘Legalisatie van martelen’) analyseert memoranda van de hand van juristen in het Bush-bestuur over de behandeling van krijgsgevangenen. Zij geven, als waren ze advocaten van een maffiabaas, trucs aan waardoor vervolging vermeden kan worden. 11 September, zo argumenteert een memorandum van het ministerie van Justitie, heeft het recht van de natie op zelfverdediging geactiveerd. Iemand die bij een ondervraging martelt kan strafbaarheid ontlopen als zijn handelen ertoe dient om verdere aanvallen te voorkomen. Daarnaast ontwikkelen de regeringsjuristen een doctrine over de bevoegdheid van de president als opperbevelhebber die hem in feite boven de grondwet stelt. ‘Restricting the President’s plenary power over military operations (including the treatment of prisoners)’ zou ‘constitutionally dubious’ zijn, aldus een memorandum van William J. Haynes II van het ministerie van Justitie. (‘Het beperken van de presidentiële oppermacht over militaire operaties (inclusief de behandeling van gevangenen) zou wel eens strijdig met de grondwet kunnen zijn.’) Een later (6 maart 2003) geheim memorandum voor minister van Defensie Rumsfeld, geschreven door een ad-hoccollectief van juristen, voegt daar een handreiking voor prospectieve (de oorlog in Irak zou net beginnen) martelaars aan toe: ‘As this authority is inherent in the President, exercise of it by subordinates would be best if it can be shown to have been derived from the President’s authority, through Presidential directive or other writing.’ (‘Aangezien deze bevoegdheid inherent is aan het presidentschap, zou het het beste zijn als aangetoond kan worden dat de uitoefening ervan door ondergeschikten, blijkens een presidentiële aanwijzing of ander schriftelijke stuk, is afgeleid uit de presidentiële bevoegdheid.’) De wet die de leider en degenen die namens hem handelen boven de wet stelt, dat is een bekend gevaarlijke vorm van tirannie.” Martelen en dood van gevangenen zijn het eindresultaat van ‘coollegal abstractions’ (koele juridische abstracties) aldus Lewis. ‘For me,’ schrijft de oud-columnist van de New York Times ‘the twisting of the law by lawyers is especially troubling. I have spent my life believing that the safety of this difficult, diverse country lies to a significant extent in the good faith of lawyers – in their commitment to respect the rules. But the Bush lawyers have been brazen in their readiness to twist, dissemble, and invent in the cause of power.’ ” ( Gevaarlijk veilig, p 111 ff.) Van Gunsteren verwijst terecht ook naar de nazi jurist Carl Schmitt, die door de Burke Stichting ongenuanceerd wordt aangehaald.


[1] In: Filosofisch elftal, p. 193 f.; ook in Trouw, 12-5-2004.

Meer blogs over Andreas Kinneging, voorzitter van de Leidse Edmund Burke Stichting

http://passagenproject.com/blog/2008/03/07/het-racisme-en-seksisme-van-burke-voorzitter-prof-dr-kinneging/

http://passagenproject.com/blog/2007/11/17/leidse-hoogleraren-over-het-marteldilemma-kinneging-mertens-van-gunsteren/

http://passagenproject.com/blog/2007/11/05/atheistisch-bijgeloof-carotta-en-zijn-volgelingen/

http://passagenproject.com/blog/2009/02/17/economie-moraal-neocons/

http://passagenproject.com/blog/2009/06/19/polarisatie/

 

Commissie VS: martelpraktijken CIA waren zinloos

Kwallen nemen de oceanen over

27 comments

Kwallen nemen de oceanen over zie het artikel hier

Kwal/Jelly-fish/ Qualle foto Maria Trepp

Kwal/Jelly-fish/ Qualle foto Maria Trepp

(dit blog was gedeeltelijk eerder gepubliceerd)

Kwal/Jelly-fish/ Qualle foto Maria Trepp

Kwal/Jelly-fish/ Qualle foto Maria Trepp

Kwal/Jelly-fish/ Qualle foto Maria Trepp

Kwal/Jelly-fish/ Qualle foto Maria Trepp

1

Kwal/Jelly-fish/ Qualle

Kwal/Jelly-fish/ Qualle foto Luc Viatour / www.Lucnix.be Wikipedia commons

2

Kwal/Jelly-fish/ Qualle

Kwal/Jelly-fish/ Qualle

3

Kwal/Jelly-fish/ Qualle

Kwal/Jelly-fish/ Qualle wikimedia commons


 


academische vrijheid

Pestwortel Groot Hoefblad Allemansverdriet Petasites

no comment

 

Pestwortel Groot Hoefblad Allemansverdriet Petasites

.. is er weer, aan de oever van rivieren en sloten.

Waterwereld.nu:

Groot hoefblad/ Pestwortel is een forse oeverplant met mooie grote bladeren .
Om deze reden is groot hoefblad ideaal bij vijvers . Vroeg in
het voorjaar bloeit Groot hoefblad met grote roze bloemen op
lange aren.

 

pestwortel allemansverdriet lente bloem

Groot hoefblad 15-4-2013

Pestwortel Groot Hoefblad Allemansverdriet Petasites foto Maria Trepp

Groot Hoefblad Allemansverdriet Petasites foto Maria Trepp

Hoefblad: In de Middeleeuwen geloofde men dat door de onaangename reuk van de etherische oliën de pest verdreven kon worden.

Het voornaamste medicinaal gebruik nu is tegen migraine, bij hoesten en tegen astma.

Pestwortel Groot Hoefblad Allemansverdriet Petasites foto Maria Trepp

Groot Hoefblad Allemansverdriet Petasites foto Maria Trepp

Neerlands tuin:

De in het wild voorkomende groot hoefblad (Petasites albus) behoort tot de Compositae. Het is typisch een plant die van een grenssituatie houdt: op de scheiding van land en water voelt hij zich het beste thuis. Het is een uitstekende plant om oevers die niet zijn beschoeid, vast te houden. De kruipende, dikke wortelstokken houden de grond goed bij elkaar.

 

Pestwortel Groot Hoefblad Allemansverdriet Petasites

Pestwortel Groot Hoefblad Allemansverdriet Petasites

Nicolas Robert, Groot Hoefblad met Blauwe Winde, 1695

Pestwortels met lenteslangen

 

Pestwortel heeft vele vrienden!

Rondom groot hoefblad zijn veel lagere planten en dieren
te vinden. Wormen en slakken voelen zich er thuis, en
vochtminnende geleedpotigen, zoals pissebedden en
duizendpoten. Padden zoeken verkoeling onder de grote
bladeren op hete dagen.
De grote , uiterst dunne bladeren verdampen veel water.
Ze zijn ook kwetsbaar voor scheurtjes. (Waterwereld.nu)

www,passagenproject.com

Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

12 comments

Maria Sibylla Merian, insecto-theoloog

[blogherhaling] In het Rembrandthuis zag ik een paar jaar geleden de schitterende tentoonstelling over Maria Sibylla Merian, een Duits-Nederlandse vrouw tussen kunst en wetenschap.

Maria Sibylla Merian (1647-1717) is de belangrijkste en meest invloedrijke natuurhistorische tekenaar die in de zeventiende eeuw in Nederland (en Suriname) werkzaam is geweest.

Een representatief overzicht van circa 100 meesterwerken, afkomstig uit tientallen prentenkabinetten en hier voor de eerste maal bijeengebracht, geeft de bezoeker inzicht in Merians wetenschappelijke onderzoek, observatie en minutieuze registratie van bloemen, insecten en reptielen.

maria-sybilla-merian-butterflies-insecten-metamorphose.jpg

-butterflies-insecten-metamorphose.jpg

Merian wordt tegenwoordig algemeen beschouwd als de eerste vrouwelijke entomoloog (insectenkenner), omdat zij haar onderzoek buitengewoon zorgvuldig registreerde en documenteerde. Even bijzonder als haar wetenschappelijke werk is haar avontuurlijke levensloop. Zo reisde zij op 53-jarige leeftijd naar Suriname om de insecten in het regenwoud te bestuderen. Ook als zelfstandig ondernemer onderscheidde zij zich van haar tijdgenoten door met haar dochters een succesvolle uitgeverij en drukkerij van boeken en prenten op te zetten.”

Voor Merian, net zoals voor haar beroemde voorganger Jan Swammerdam, was het onderzoeken en beschrijven van insecten een manier van godsdienst, zie ook uitvoerig mijn blog over “Insecto-theologie“.

Duroia eriopila_Maria Sybilla Merian

Duroia eriopila_

Guavenzweig maria sybilla merian insecten theologie

Guavetak met spin

 

Duroia_maria sybilla merian insecten theologie1

Duroia

maria sybilla merian insecten theologie1

Maria Sybilla Merian  Caiman_crocodil

Caiman_crocodil

Maria Sibylla Merian _Metamorphosis_LX schmetterling vlinder

Maria Sibylla Merian Ananas

Ananas

Maria Sibylla Merian tulp tulip Tulpe

tulp

Maria Sybilla Merian

Maria Sibylla Merian

Maria Sibylla Merian Granaatappelboom

Granaatappelboom

Maria Sibylla Merian voorjaarsbloemen tulpen

voorjaarsbloemen tulpen

Maria Sibylla Merian rood-geel gevlamde lelie

rood-geel gevlamde lelie

Maria Sibylla Merian Iris Susiana (1700)

Iris Susiana (1700)

Maria Sibylla Merian witte narcissen

witte narcissen

www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

Schrijver van de ‘Schwarze Romantik’: Gustav Meyrink

25 comments

Gustav Meyrink is een in Nederland niet erg bekende schrijver.
Voor mensen die van fantastische verhalen houden, van Schwarze Romantik, van E.T.A. Hoffmann en van Edgar Allen Poe, is Meyrink (1868-1932) een grote aanrader.


Read more..

Apropos Moszkowicz: schimmige advocaten en wat wij bij Kafka over hen kunnen leren

30 comments

Uit de Volkskrant van 19 september 2012:

“‘Bram Moszkowicz is niet geschikt voor zijn functie‘”

“De deken van de Orde van Advocaten ging er hard in. Moszkowicz heeft volgens hem lak aan zijn cliënten en de beroepsregels. Hij eiste tegen de raadsman de zelden voorkomende straf van een jaar schorsing”.

Uit de NRC van 19 september 2012:

“Moszkowicz laat zijn meeste cliënten bij het intakegesprek tienduizenden euro’s betalen, meestal contant. …Vervolgens moeten cliënten lang aandringen om een verantwoording voor de werkzaamheden te krijgen….Moszkowicz belooft zich helemaal in te zetten voor de cliënt, maar stuurt vaak een medewerker naar de rechtbank. Voor ontevreden cliënten is hij ook telefonisch onbereikbaar….Vertragen, uitstel vragen en vervolgens de afspraken niet nakomen, dat is volgens Kemper de terugkerende handelswijze van Moszkowicz.”

Deze passage doet sterk denken aan de manier waarop Kafka’s advocaat Huld zijn cliënten afhankelijk en hulpeloos maakt. Een van Hulds cliënten kruipt dan ook als en hond door Hulds kantoor.
De hoofdfiguur Josef K. in Kafka’s Proces wordt pas echt goed meegesleurd in het voor hem uiteindelijk dodelijke proces, toen zijn oom hem overtuigt dat K. niet zonder advocaat kan.

Een belangrijk thema bij Kafka is de manier waarop advocaat Huld zijn cliënten vernedert (lees vooral hoofdstuk 7) . Als Het Proces niet een tragisch verhaal was zou men hierover kunnen lachen. Kafka zelf lachte in ieder geval om zijn roman.

De oom neemt K. mee naar advocaat Huld [!] “een belangrijke naam”. Huld woont in een buitenwijk, in een donker huis, en hij ligt ziek in bed.
In de relatie tussen K., zijn oom en de advocaat lopen privé en zakelijk op een chaotische manier door elkaar heen. Belangenverstrengeling, levensverstrengeling, noodlotverstrengeling. (Gezien de verstrengeling is het eigenlijk merkwaardig dat K. uiteindelijk de keel wordt doorgesneden, en dat hij niet wordt opgehangen. Maar het doorsnijden van de keel is natuurlijk ook een referentie aan noodlot en aan de antieke tragedie:
aan het offeren van een offerdier).

De eerste opmerking die de advocaat tegenover K. maakt:

“Neemt u het me niet kwalijk, ik heb u helemaal niet opgemerkt.”


De advocaat maakt de zaak van K. meteen tot een zaak van leven en dood voor zichzelf:
[Hij richt zich tot K.s oom]


“Wat de zaak van je neef betreft zou ik me inderdaad gelukkig prijzen als mijn kracht toereikend zou zijn, in elk geval zal ik niets onbeproefd laten; als ik niet toereikend ben, kan men immers nog iemand anders bijhalen. Eerlijk gezegd stel ik teveel belang in de zaak om afstand te kunnen doen van elke mogelijkheid mij erin te mengen. Als mijn hart het niet uithoudt, vindt het hier tenminste een waardige gelegenheid om te bezwijken.”

De advocaat weet ook al van tevoren een heleboel over K. [vgl Moszkowicz/ Endstra/Holleeder] en op K.s vraag hierover zegt hij:

“..ik ben immers advocaat, ik verkeer in rechtbankkringen, er wordt over allerlei processen gesproken […] u moet toch bedenken dat ik uit zo’n omgang ook grote voordelen voor mijn cliënten weet te halen.”

Leuk toepasselijk citaat uit hoofdstuk 7 Het Proces:

[de advocaat legt uit]: “Nu zou K. wel uit wat hij zelf had beleefd al hebben opge­maakt dat de allerlaagste organisatie van de rechtbank niet helemaal volmaakt is, dat zij plichtvergeten en omkoopba­re medewerkers telt, waardoor de strakke omheining van de rechtbank in bepaalde opzichten hiaten vertoont. Op dit punt nu dringen de meeste advocaten binnen, daar wordt omgekocht en uitgehoord, ja, er deden zich, althans in vroeger tijd, wel eens gevallen van documentendiefstal voor. Het valt niet te ontkennen dat er tijdelijk op die ma­nier enige zelfs verrassend gunstige resultaten voor de ver­dachte kunnen worden bereikt, daarmee pronken die zaakwaarnemers dan ook en lokken nieuwe clientèle aan…”

Het proces dat K. aangedaan wordt is in het begin absurd en ook vrij onschuldig. Het gebeurt K. niets, behalve dat twee bewakers zijn ontbijt wegvreten. Het proces tegen hem blijft eigenlijk zonder gevolgen, en het wordt ook meerdere keren gesteld, dat zo’n proces helemaal niet erg is.

K.s ondergang is sterk door hemzelf geënsceneerd. Omdat hij per se wil bewijzen dat hij onschuldig is (wat gezien het diffuse en existentiële karakter van het proces tegen hem onmogelijk is- hoe kan hij bewijzen dat hij onschuldig is, als hij niet weet wat hem verweten wordt ?) laat hij zich van zijn oom en de advocaat me trekken in een uitzichtloze (maar eigenlijk ook volledig onnodige) verdediging.

 

Dit is gedeeltelijk een blog uit 2007, die ik nu herplaats.

Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen

13 comments

Iris gele lis

Iris gele lis

Iris foto Maria Trepp

Iris foto Maria Trepp

trof ik ook bij mijn uitstapje na Florence (de stad van de Iris!] een buitengewoon mooie iris aan in de tuin van mijn oom.

Geel-rode iris

Iris foto Maria Trepp

Iris foto Maria Trepp

gele iris in de avond

Iris foto Maria Trepp

Iris foto Maria Trepp

 

Iris foto Maria Trepp

Iris foto Maria Trepp

De blauwe iris, die erg goed past bij het sprookje van Herman Hesse, “Iris”  dat zo begint:

Blauwe iris

`In het ontluikend voorjaar van zijn kindsheid wandelde Johannes door de groene tuin. Onder de bloemen van zijn moeder was er een, die hem bijzonder lief was: zwaardlelie heette zij. Hij vlijde zijn wang tegen haar langwerpige, lichtgroene bladeren, legde zijn vingers tastend tegen haar scherpe punten, snoof diep de geur op van het grote, wonderlijke bloeisel en keek lang achtereen naar binnen. Daar rezen lange reeksen gele vin­gers omhoog uit de bleekblauwe bloembodem, en daartussendoor leidde een doorschijnend pad naar de diepere regionen van de kelk en het verre, blauwe geheim van het bloeisel. Die was hij ten zeerste toegedaan, langdurig keek hij naar binnen en zag de gele, delicate delen nu eens als een gou­den omheining langs de paleistuin en dan weer als een dubbele reeks van fraaie droombomen met daartussenin de geheimzinnige weg naar het in­wendige, transparant en doorregen met levende aders, breekbaar als glas. De welving beschreef een boog, en verder naar achteren ging het pad tussen de gouden bomen tot op oneindige diepte verloren tussen onvoorstelbare afgronden, terwijl daaroverheen de violette gewelven een majesteite­lijke kromme volgden en toverachtig ijle schadu­wen wierpen op het stille, popelende wonder. Jo­hannes wist dat dit de mond was van de bloem, dat voorbij de gele pronkgewassen in de blauwe krocht haar hart en gedachten waren enderge­bracht, en dat haar adem en haar dromen via deze riante, doorschijnende, glazig geaderde weg in en uit gingen. En naast de grote bloemtuil stonden kleinere, die nog niet open gegaan waren, op stevige, sappige stelen in een kelkje van bruinachtig groene wik­kels; daaruit drong de jonge bloesem stil doch vastbesloten naar voren, stevig ingepakt in licht­groen en lila tot bovenaan toe, waar het jonge, diepe violet in exacte, zorgzame rolletjes zijn tere punten aan het licht bracht. En ook op deze stevig in elkaar gedraaide, jonge bloemblaadjes tekende zich reeds een netwerk van adertjes en honderd­voudige patronen af. `
……………………………………………………………………………………………………………………………………..

Vincent van Gogh heeft de blauwe irissen meerdere malen geschilderd:

Vincent van Gogh, Irissen,1889

Vincent van Gogh, Irissen,1890

De wikmedia-user Jebulon heeft een paar zeer mooie foto’s op wikimedia geplaatst:

Iris_Sig._Na._Chiara_I wikimedia commons Jebulon

Iris_Sig._Na._Chiara_I wikimedia commons Jebulon

Iris_Marcel_Turbat l wikimedia commons Jebulon

Iris_Marcel_Turbat l wikimedia commons Jebulon

Iris_iron_strip wikimedia commons Jebulon

Iris_iron_strip wikimedia commons Jebulon

Iris_barbata_elatior wikimedia commons Jebulon

Iris_barbata_elatior wikimedia commons Jebulon

Iris Gay parasol wikimedia commons Jebulon

Iris Gay parasol wikimedia commons Jebulon

Iris_japonica wikimedia commons Bouba

Iris_japonica wikimedia commons Bouba

user Bouba

Iris variegata wikimedia commons

Iris variegata wikimedia common user Kor!an

user Kor!an

Hier een moooie Jugendstil-vaas met iris:

en een Tiffany-theescherm met Iris:


Christiaan Huygens, Copernicanisme en katholieke kerk

no comment

Christiaan Huygens’ laatste tekst Cosmotheoros  (1698) is een populair-wetenschappelijke tekst die het copernicaanse wereldbeeld verdedigt en illustreert; een tekst uit de vroege Verlichting, die samen met andere geschriften als die van Fontenelle (Entretiens sur la pluralité des mondes Gesprekken over de vele werelden,1686) aan het begin stond van de sterke popularisering van de wetenschap.

De verdediging van het copernicaanse systeem was aan het einde van de 17e eeuw zeker nog nodig.

Hoewel Galilei al overtuigd was dat zijn astronomische waarnemingen het heliocentrische wereldbeeld van Copernicus ondersteunden was er in de 17e eeuw nog geen dwingend bewijs voor de Copernicaanse visie op de wereld: alle waarnemingen, zoals als de manen rond Jupiter en Saturnus of de Venus-fasen waren ook met het  geocentrische model van Tycho Brahe compatibel, waarin de zon en de maan om de aarde draaien, en de andere planeten rond de zon.

Het was pas James Bradley die in 1729 de beweging van de aarde ten opzichte van de sterren kon aantonen, en daarmee het geocentrische model definitief kon weerleggen.

De katholieke Kerk hing in de tijd van Huygens nog het model van Tycho Brahe aan.

Model van Tycho Brahe waarin de zon en de maan om de aarde draaien, en de andere planeten rond de zon

Het model van Copernicus was verboden sinds 1616; dit verbod werd pas in 1822 opgeheven.

Huygens zelf ontmoette met zijn Systema Saturnium  (1659) weerstand bij de inquisitie.

Toen Huygens in 1659 zijn waarnemingen aan Saturnus, de nieuwe maan Titan en het ring-systeem, in Systema Saturnium publiceerde,  raakte hij in de problemen met de katholieke kerk, en werden zijn bevindingen beoordeeld als ketters, omdat deze het stelsel van Copernicus ondersteunden.

De jezuïet Honoré Fabri en de instrumentmaker Eustachio Divini publiceerden een weerlegging van de waarnemingen en theorieën van Huygens, waarop deze met een verdedigingsschrift kwam.

Uiteindelijk kwam een evaluatiecommissie onder leiding van Giovanni Alfonso Borelli tot de conclusie dat Huygens gelijk had.

Namens de commissie werd een schaalmodel van Saturnus en zijn ring gebouwd, en dit werd dan vanuit de verte met een telescoop bekeken, waarbij men precies de waargenomen verschijningen van Saturnus vond.

Saturnus ringen model Christiaan Huygens Borelli

Saturnus ringen model Christiaan Huygens Borelli

 

Deze tekst staat ook op mijn Duitse Huygens-blog


Read more..

Rutte of Cohen: Mann ohne Eigenschaften?

9 comments

Rutte: Mann ohne Eigenschaften?

Zowel Rutte alsook Cohen worden dezer dagen weggezet als „Mann ohne Eigenschaften“ (en letterlijk in het Duits!)

Terecht?

Ronald Plasterk zei over Rutte in de Volkskrant van 24 februari:

“'[…] Hij is een great communicator, maar tegelijkertijd is hij de Mann ohne Eigenschaften. Hij komt niet verder dan het rechtse neoliberale verhaal. Dat verhaal is failliet.”

en ook Maurits Westerberg noemt Rutte “Mann ohne Eigenschaften”

Mark Rutte Mann ohne Eigenschaften

Mark Rutte Mann ohne Eigenschaften ?

Fotograaf Nick van Ormondt

En over Cohen stond in Trouw een paar dagen eerder (21-2):

‘Mann ohne Eigenschaften’ wordt hij wel genoemd: Job Cohen, tot gisteren de politiek leider van de PvdA. Meer een bestuurder dan een politicus, een twijfelaar zonder uitgesproken opvattingen, voorzichtig kijkend vanuit welke hoek de wind waait.”

Ik vind het leuk om in dit verband naar de originele “Mann ohne Eigenschaften” te kijken, degene van Robert Musil: wie lijkt meer op Musils  literaire Mann ohne Eigenschaften, Rutte of Cohen?

Op Wikipedia is wat achtergrondinformatie te vinden over de beroemde roman “Mann ohne Eigenschaften” van Robert Musil, een belangrijk, actueel, filosofisch en ironisch boek. In het Duits hier geheel op internet te downloaden.

Wie is nou de man zonder eigenschappen bij Musil? Ik concentreer mij hier nu alleen op de eerste hoofdstukken van deze extreem complexe en bovendien onaffe roman.

De Mann zonder Eigenschappen (Ulrich) wordt bij Musil voor het eerst beschreven in het hoofdstuk Huis en woonvertrekken van de man zonder eigenschappen.  Het huis is eenkortvleugelig kasteeltje, een jacht- of liefdes­paleisje uit voorbije tijden”. De Mann zonder eigenschappen wordt geintroduceerd als iemand die van achter de gordijnen in zijn kasteeltje naar de wereld kijkt met de zakelijk blik van een fysicus. “…[hij] telde met zijn horloge al tien minuten lang de auto’s, de karren, de trams en de door de afstand uitgevloeide gezichten van de voetgangers, die het net van de blik met een wemelende haast vulden; hij schatte de snelheden, de hoeken, de vitale krachten van de voorbijbewegende massa’s…”

Vanuit de realistische schattingen gaat hij over naar speelse gedachten:

“Als je de sprongen van de aandacht zou kunnen me­ten, de verrichtingen van de oogspieren, de pendelbewe­gingen van de ziel en al die inspanningen die een mens zich moet getroosten om in de rivier van een straat overeind te blijven, zou er vermoedelijk – aldus had hij gedacht en spe­lenderwijs het onmogelijke proberen te berekenen – een grootheid uitkomen waarbij vergeleken de kracht die Atlas nodig heeft om de wereld te torsen gering is, en je zou kunnen meten welk een enorme prestatie tegenwoordig al wordt ge­leverd door iemand die helemaal niets doet.

Want de man zonder eigenschappen was op dat moment zo iemand.” (p 15)


Dit is de eerste belangrijke passage die de man zonder eigenschappen beschrijft.

Boven het volgende hoofstuk staat:Als werkelijkheidszin bestaat, moet mogelijkheidszin ook bestaan” en wordt er een eerste schets gegeven van de belangrijke utopische kant van de Mann ohne Eigenschaften.

Aldus zou de mogelijkheidszin welhaast te definiëren zijn als het vermo­gen om alles te denken wat evengoed zou kunnen zijn, en om aan wat is geen grotere betekenis te hechten dan aan wat niet is.”

In hetzelfde hoofdstuk lezen we de volgende passage die de “Mann ohne Eigenschaften” verder karakteriseert:

“Een buitengewone onverschilligheid je­gens het naar het aas happende leven staat bij hem tegenover het gevaar dat hij volstrekt zonderlinge dingen doet. Een on­praktisch man – en dat lijkt hij niet alleen maar dat is hij ook – blijft onbetrouwbaar en onberekenbaar in de omgang met mensen. Hij zal handelingen verrichten die voor hem iets an­ders betekenen dan voor anderen, maar hij stelt zichzelf steeds gerust over alles zolang het maar in een buitengewoon idee valt samen te vatten. En bovendien staat hij tegenwoordig nog heel ver af van een consequente houding. Het zou bij­voorbeeld heel goed kunnen dat een misdaad waarvan iemand anders de dupe is, hem alleen maar als een maatschap­pelijk feilen voorkomt, waar niet de misdadiger de schuld van draagt maar de inrichting van de samenleving. Daarentegen is het nog maar de vraag of hij een oorvijg die hij zelf ontvangt zal opvatten als een belediging van de kant van de maatschap­pij of als iets dat tenminste even onpersoonlijk is als de beet van een hond; waarschijnlijk zal hij in dat geval eerst de oor­vijg vergelden en vervolgens vinden dat hij dat niet had moe­ten doen. En vooral als men een geliefde van hem afpakt zal hij de werkelijkheid van dit incident voorlopig nog niet hele­maal kunnen negeren en zich met een verrassend, nieuw ge­voel schadeloos kunnen stellen. Deze ontwikkeling is mo­menteel nog aan de gang en betekent voor een mens zowel een zwakte als een kracht.” ( p22)

Rutte of Cohen??

Nee Ronald Plasterk, Rutte is juist de doortastende man MET eigenschappen!

Al zal hij niet de harten van de speelse, aarzelende, reflecterende en artistieke mensen kunnen stelen.

Robert Musil, De man zonder eigenschappen, vertaling Ingeborg Lesener, Meulenhoff 1988

 

 

 Leuk: ik heb een mailtje aan Ronald Plasterk gestuurd met link naar mijn blog, en hij reageerde eerlijk en positief: hij had het boek van Musil niet gelezen, en associeert iets anders met “Mann ohne Eigenschaften”.

Ja dat mag natuurlijk, maar ik als germaniste vind het leuk om naar de bronnen te gaan.

Maria Trepp

www.passagenproject.com


Update 31-3-2013 Rutte, ‘der Mann ohne Eigenschaften’

 

Het symbolisme van Vincent van Gogh

2 comments

Straks opent in het Van Gogh museum in Amsterdam de tentoonstelling Dreams of nature. Symbolisme van Van Gogh tot Kandinsky

Het symbolisme is de laatste jaren weer meer in de belangstelling gekomen. Het is een kunststroming die aan het eind van de 19e eeuw ontstond als reactie op het impressionisme. Kunstenaars wilden dromen en visioenen oproepen in plaats van de zichtbare werkelijkheid, als reactie op de groeiende industrialisering en het materialisme in Europa. Hun werken weerspiegelden veelal een verlangen naar schoonheid, esthetisch raffinement, verhevenheid, spiritualiteit, mythologie en abstractie.

Het symbolisme verenigde een klein clubje van kunstenaars die droomden en theoretiseerden over de eenheid van de kunsten.

Ook een aantal werken van Van Gogh kan men symbolistisch noemen, met name de werken die in contact met de symbolist en dromer Gauguin tot stand kwamen (zie bijvoorbeeld de zelfportretten van Van Gogh en Gauguin en de paasschilderijen van beiden).  Maar ook het feit dat Van Gogh sterk vanuit ideeën werkte, en lang bezig was met een bepaald thema voordat hij er een schilderij van maakte, brengt hem in de buurt van andere symbolisten. Zijn schilderijen hebben diepere betekenissen, verborgen symboliek en verwijzen naar literatuur en muziek.

Hier een paar voorbeelden van symbolistische thema’s van schilderijen van Vincent van Gogh:

Natuur en suggestie: meer dan een getrouwe weergave van de werkelijkheid zijn de landschappen van de symbolisten een reflectie van de gevoelens die de natuur opriep bij de kunstenaar. Hier “Knotwilgen bij zonsondergang”: let op de zonnestralen.

Vincent van Gogh symbolisme Knotwilgen bij zonsondergang

Vincent van Gogh symbolisme Knotwilgen bij zonsondergang


Dromen en visioenen: Sommige symbolisten schilderden dromen en visioenen, de wereld achter de waarneembare werkelijkheid. Hier Van Goghs “Herinnering aan de tuin in Etten” Arles,1888.

Vincent van Gogh, symbolisme, Herinnering aan de tuin in Etten” Arles,1888

Vincent van Gogh, symbolisme, Herinnering aan de tuin in Etten” Arles,1888


De stad als een mysterieus droomachtig landschap: Caféterras bij nacht

Vincent van Gogh Symbolisme Caféterras bij nacht

Vincent van Gogh Symbolisme Caféterras bij nacht

 

De kosmos: in zijn landschappen verbeeldde Van Gogh ideeën over natuurkrachten, kosmische energie en de nietigheid van de mens tegenover de natuur.

 

Vincent van Gogh, symbolisme, kosmos,  Sterrennacht, 1889 starry night

Vincent van Gogh, symbolisme, kosmos, Sterrennacht, 1889

Vincent van Gogh, Sterrennacht, 1889

klik hier voor een fantastische interactieve video Starry Night

Vincent van_Gogh, symbolisme, Sterrennacht over de Rhone, 1889 starry night

Vincent van_Gogh, symbolisme, Sterrennacht over de Rhone, 1889


Vincent van Gogh, Sterrennacht over de Rhone

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief