Wetenschap Kunst Politiek

Archive for the ‘ Natuurwetenschap ’ Category

Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

12 comments

Maria Sibylla Merian, insecto-theoloog

[blogherhaling] In het Rembrandthuis zag ik een paar jaar geleden de schitterende tentoonstelling over Maria Sibylla Merian, een Duits-Nederlandse vrouw tussen kunst en wetenschap.

Maria Sibylla Merian (1647-1717) is de belangrijkste en meest invloedrijke natuurhistorische tekenaar die in de zeventiende eeuw in Nederland (en Suriname) werkzaam is geweest.

Een representatief overzicht van circa 100 meesterwerken, afkomstig uit tientallen prentenkabinetten en hier voor de eerste maal bijeengebracht, geeft de bezoeker inzicht in Merians wetenschappelijke onderzoek, observatie en minutieuze registratie van bloemen, insecten en reptielen.

maria-sybilla-merian-butterflies-insecten-metamorphose.jpg

-butterflies-insecten-metamorphose.jpg

Merian wordt tegenwoordig algemeen beschouwd als de eerste vrouwelijke entomoloog (insectenkenner), omdat zij haar onderzoek buitengewoon zorgvuldig registreerde en documenteerde. Even bijzonder als haar wetenschappelijke werk is haar avontuurlijke levensloop. Zo reisde zij op 53-jarige leeftijd naar Suriname om de insecten in het regenwoud te bestuderen. Ook als zelfstandig ondernemer onderscheidde zij zich van haar tijdgenoten door met haar dochters een succesvolle uitgeverij en drukkerij van boeken en prenten op te zetten.”

Voor Merian, net zoals voor haar beroemde voorganger Jan Swammerdam, was het onderzoeken en beschrijven van insecten een manier van godsdienst, zie ook uitvoerig mijn blog over “Insecto-theologie“.

Duroia eriopila_Maria Sybilla Merian

Duroia eriopila_

Guavenzweig maria sybilla merian insecten theologie

Guavetak met spin

 

Duroia_maria sybilla merian insecten theologie1

Duroia

maria sybilla merian insecten theologie1

Maria Sybilla Merian  Caiman_crocodil

Caiman_crocodil

Maria Sibylla Merian _Metamorphosis_LX schmetterling vlinder

Maria Sibylla Merian Ananas

Ananas

Maria Sibylla Merian tulp tulip Tulpe

tulp

Maria Sybilla Merian

Maria Sibylla Merian

Maria Sibylla Merian Granaatappelboom

Granaatappelboom

Maria Sibylla Merian voorjaarsbloemen tulpen

voorjaarsbloemen tulpen

Maria Sibylla Merian rood-geel gevlamde lelie

rood-geel gevlamde lelie

Maria Sibylla Merian Iris Susiana (1700)

Iris Susiana (1700)

Maria Sibylla Merian witte narcissen

witte narcissen

www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

Christiaan Huygens: wetenschap als religie

33 comments

Christiaan Huygens: wetenschap als religie

In Christiaan Huygens’ Cosmotheoros (1698) neemt een christelijke rechtvaardiging van een niet-antropocentrische kosmologie een prominente plaats in.

De mens wordt bij Huygens beroofd van de hoofdrol in het universum, maar God blijft de schepper van alles.

Ook de Neurenbergse astronoom Johann Philipp von Wurzelbau, vertaler/auteur van de Duitse versie van Huygens’ Cosmotheoros (1703), vindt in een aantal Pauluscitaten een (phyico)-theologische rechtvaardiging voor de wetenschappelijke verkenning van de hemel.

Wurzelbau en Huygens ervaren een sterk religieus gevoel als zij kijken naar Gods “wonder”werken. Beiden zien de specifieke rol van de voorzienigheid van God in de orde van de natuur. In de 17e eeuw hebben veel denkers, zo ook Huygens,  een symbiose gevonden tussen theologie en wetenschap met een theologische interpretatie van wetenschappelijke bevindingen, die de vooruitgang van de wetenschap mogelijk maakte.

 

Huygens verdedigde zich tegen eventuele religieuze tegenstanders:

[…] Daar zullen andere zijn, die zeggen, dat dat gene, ’t welk wy getragt hebben te toonen waarschijnelijk te wezen, tegen de Heilige Schriften strijd, zoo haast als zy bemerken, dat wy spreken van Aardklooten, en Dieren, zelfs met reden begaafd; van welker oorsprong, of wezendheid in de natuur der dingen, niets, maar veel eer iets waar uit het tegendeel blijkt, in den Bibel geschreven is: want (zeggen zy) daar in word alleenlijk van deze Aarde, met hare dieren, kruiden, en van den mensch, aller dingen heer, gewag gemaakt. Dezen antwoorde ik, gelijk andere voor my reeds gedaan hebben, dat het genoeg blijkt, dat God van alles wat Hy gemaakt heeft, stuk voor stuk, ons geen berigt heeft willen geven [….] “

“[..] Maar anderen zullen hetgeen wij als waarschijnlijk beschrijven willen begrijpen als iets dat in strijd is met de Schrift, als wij het hier hebben over andere planeten met dieren, waarvan zelfs een aantal begiftigd zijn met verstand. Van deze dingen spreekt de Bijbel niet, integendeel, zij gaat alleen over deze aarde met haar planten en dieren en de mens als Heer over alles. Op deze bezwaren antwoord ik zo als ook anderen het voor mij hebben gedaan, dat God niet over alle details van de schepping wilde onderwijzen.”

 

Galilei Christiaan Huygens Cosmotheoros

Galilei over religie

Op veel punten wandelt Huygens in de voetsporen van Galilei. De relatie tussen kosmologie en religie, die Huygens in de Cosmotheoros bespreekt, heeft ook Galilei in detail bediscussieerd. Galilei heeft zich bezig gehouden met de relatie tussen wetenschap en geloof, en in het bijzonder met de compatibiliteit van het copernicaanse systeem met de getuigenis van de Schrift. In zijn brief aan Castelli D. Benetto van 21 December 1613 benadrukt Galilei dat de Bijbel inderdaad altijd onbetwistbaar waar is; echter kan de menselijke interpretatie verkeerd zijn. Bij de menselijke interpretatie mag men zich bijvoorbeeld niet vastklampen aan bepaalde woorden, omdat dit leidt tot misverstand. God heeft de mensen de kracht van het oordeel en de rede gegeven, zodat zij hier gebruik van maken. Over de astronomie staat bijna niets in de Bijbel, en daarom heeft God de mens in deze zaak niets middels de Schrift mede te delen.

Bij Huygens net als bij Galilei is God een opperwezen, de schepper van de wereld. Maar hij is geen persoonlijke God, geen redder, geen God van de verlossing.

Huygens’ God is vergelijkbaar met Galilei’s God en de God van Leibniz. Huygens gaat echter niet zo ver als Spinoza (die Huygens persoonlijk kende en met wie hij correspondeerde over het lensslijpen). God en Natuur vallen niet samen voor Huygens, zoals voor Spinoza; Huygens is geen pantheïst. De teleologie en predestinatie in beeld Huygens’ Godsbeeld passen niet in het wereldbeeld van Spinoza. Jonathan Israel beschrijft de persoonlijke tegenstellingen tussen Spinoza en Huygens, die gebaseerd waren op een groot aantal factoren, onder meer op Spinoza’s cartesiaanse (Radical Enlightenment, p. 246-252). Helaas is Huygens’ antwoord op de vraag van Leibniz (1679), wat Huygens van Spinoza’s Ethiek heeft gevonden, niet overleverd.

Opvallend is bij Christiaan Huygens dat hij de wetenschap als ‘godsdienst’ ervaart: je kunt God te dienen door het bestuderen en bewonderen van zijn werken.

Huygens:

“[…] En hieruit kunnen we concluderen dat de vaardigheiden en de scherpe zinnen de mensen werden gegeven, zodat zij daarmee de kennis van de natuur geleidelijk verwerven, en zij zouden zich ervan niet moeten laten weerhouden deze dingen te onderzoeken en ijverig te verkennen.”

“Maar hoe zou een mens God niet aanbidden en hoog prijzen, die deze dingen gemaakt en geschapen heeft, en wiens voorzienigheid en prachtige wijsheid hier keer op keer wordt verdedigd, en wel tegen degenen die zeggen dat de aarde werd gevormd uit willekeurige stofdeeltjes, of nooit een begin heeft gehad.”

Huygens’ natuurlijke theologie , die die schepping leest als een “boek van de natuur” kan verwijzen naar orthodox gereformeerde teksten die stellen dat we God kennen op twee manieren: ten eerste [!]  door de schepping  en ten tweede [!], door Gods woord (mijn markering;  zie ook Eric Jorink, Het ‘Boeck der Natuere’, Nederlandse geleerden en de wonderen van Gods schepping 1575-1715, p 31).

Zie ook mijn blogs:

Christiaan Huygens, Copernicanisme en katholieke kerk

Insecto-theologie

Zie ook Albert Einstein over wetenschap en religie

Meer over Christiaan Huygens


Read more..

Huygens, Van Leeuwenhoek, Swammerdam: de wereld onder het microscoop

19 comments

Christiaan Huygens paste zijn theoretisch interesse voor de optica en zijn praktisch interesse voor het slijpen van lenzen niet alleen toe op telescopen, maar ook op microscopen. De microscoop gaf in de 17e eeuw een belangrijke toegang tot een nieuwe wonderwereld.

Vorig jaar werden in het Museum Boijmans en in het Museum Boerhaave in Leiden mooie foto’s ‘getoond, onder meer van micro-organismen, in de tentoonstelling “Schoonheid in de wetenschap”.

 

Zijn leven lang heeft Huygens zich samen met zijn broer Constantijn jr. geïnteresseerd voor microscopen; een belangstelling en fascinatie, die zij overnamen van en deelden met hun vader Constantijn. Vader Constantijn Huygens was bevriend met Descartes en studeerde, net als zijn zoon Christiaan, theorie en praktijk van de optica. Huygens onderzocht ook zelf  microscopisch kleine plantjes en diertjes, en ontwierp ook een speciale microscoop om de haarvaten in vissestaarten te kunnen bekijken, de zgn. aalkijker.

In zijn Cosmotheoros schrijft Christiaan over de fascinerende wereld onder het microscoop: aderen, bloedkringloop, zaadcellen (“zeer levendig diertjes”): “een zaak, die verwonderlijk is, en van alle eeuwen onbekend was”.

“[…] Voornamentlijk ook [noemen wij] dat wonder gebruik van ’t glas, in de natuur der dingen te doorzien, na de uitvindingen van het Verrekijk- en Vergroot glas [Microscopium].
[…] lk zoude hier nog veel konnen aanlassen wegens de veelvuldige leering en kennisse van de natuur der dingen […] van den omloop des bloeds door slag- en bloedaderen, die voor dezen wel begrepen wierd, maar onlangs door het Vergrootglas zelfs met de oogen begonnen is gezien te werden in de staarteinden van sommige Vissen: gelijk ook van de voortteling der Dieren, waar omtrent bevonden is dat ’er geen geboren worden dan uit zaad van haar’ s gelijken; en dat het zelve ook waar is van de Kruiden: zelfs dat in het mannelijk zaad ontallijke duizenden van zeer levendige diertjes bespeurt worden, welke, naar alle waarschijnelijkheid, de regte afzetzels der Dieren zijn: een zaak, die verwonderlijk is, en van alle eeuwen onbekend was.”

Huygens onderhield contact met de microscopenbouwer en microbioloog Antoni van Leeuwenhoek(1632-1723).

Huygens heeft  voor de Académie Royale des Sciences een Franse samenvatting vervaardigd van de eerste brief van Van Leeuwenhoek over micro-organismen (1676) en liet hij ook aan zijn mede-leden van de Académie zaaddiertjes en diverse micro­organismen zien met een door hemzelf ontworpen en vervaardigde microscoop.

Volgens de toen populaire theorie van de spontane generatie ontstaat leven uit levenloos materiaal (Huygens noemt het geloof dat muizen uit aarde ontstaan). Van Leeuwenhoek, die zelf zaadcellen onder de microscoop kon waarnemen, verwierp net als Huygens deze theorie.

(Over Huygens en de microscoop zie ook de publicatie van Museum Boerhave)

Christiaan Huygens, evenals zijn vader Constantijn en Huygens’ vriend Leibniz, werden geïnspireerd door de collecties van de natuuronderzoeker Jan Swammerdam, die als eerste systematisch gebruik maakte van de microscoop en 1675 een natuurgeschiedenis van de insecten publiceerde. Voor Swammerdam was de natuur een bijbel, en was het bestuderen van de wonderwerken der natuur godsdienst. Bij hem, net als bij Christiaan Huygens, vindt men de physicotheologische gedachte dat Gods bestaan kan worden afgeleid uit de structuur van de natuur zelf.

Jan Swammerdam, Bijbel der Nature, Oog van en bij

Voltaires  sciencefiction   Micromégas knoopt aan bij Christiaan Huygens, Jan Swammerdam en Leeuwenhoek die in Voltaires verhaal op verschillende manieren  (thema: de wereld onder het microscoop en in het telescoop) impliciet en expliciet genoemd worden.

Zie mijn vertaling von Voltaires Micromégas met kommentaar.

 

Meer over Christiaan Huygens



Read more..

Toverlantaarn en toverlantaarnplaatjes van Christiaan Huygens

5 comments

Toverlantaarn en toverlantaarnplaatjes van Christiaan Huygens

Museum De Lakenhal laat een verzameling 18e eeuwse plaatjes zien: sprookjes, tronies en landschappen, samen met originele toverlantaarns.
Een toverlantaarn (Lanterna Magica) is een apparaat waarmee doorzichtige afbeeldingen geprojecteerd kunnen worden. Het is dus in feite de voorloper van de diaprojector.

Christiaan Huygens heeft in 1659 een toverlantaarn gebouwd met lenzen en spiegels, waardoor de lantaarn veel beter werkte dan eerdere schaduw-versies zonder lens. Huygens zelf vond de laterna magica nogal kinderachtig en hechtte er weinig waarde aan. Toch heeft hij ook een paar schetsen voor toverlantaarnplaatjes gemaakt, geïnspireerd door de dodendans van Hans Holbein (afbeeldingen hieronder komen uit de Oeuvres complètes en uit Christiaan Huygens,  “Over het oog en het zien”–  deze plaatjes worden niet getoond in de Lakenhal!)


Toverlantaarn Laterna Magica Christiaan Huygens

Laterna Magica Christiaan Huygens

Hier een schets van een laterna magica door Christiaan Huygens, met van links naar rechts: holle spiegel,   lamp,   glazen lens,   doorschijnend plaatje,  andere lens en muur. Een laterna magica van Huygens is te zien in het Huygens-Museum in Hofwijck (foto hier)

Toverlantaarn Laterna Magica Christiaan Huygens

plaatjes van Christiaan Huygens

Toverlantaarnplaatjes Christiaan Huygens: Dodendans na Hans Holbein

Huygens zelf had al een eenvoudig bewegingseffect bereikt door snel twee beelden achtereen te tonen: het door hem getekende geraamte dat op het volgende plaatje beleefd zijn hoofd afneemt, zou zelfs een ware klassieker worden.” (Info Museum Boerhaave

Holbein laat op zijn dodendanstekeningen zien dat de dood alle leeftijden en maatschappelijke standen bedreigt.

Holbein Totentanz voorbeeld voor Christiaan Huygens

Holbein Totentanz voorbeeld voor Christiaan Huygens

Het was toen gebruikelijk dat toverlantaarnplaatjes gemaakt werden naar voorbeeld van prenten, bijvoorbeeld van Jan Luyken, Leonardo da Vinci, Jacques Callot en Pieter Bruegel.

In de Lakenhal worden onder meer plaatjes uit het atelier Musschenbroek getoond, een verzameling van de vroegste en mooist geschilderde toverlantaarnplaten ter wereld, bijna drie eeuwen geleden hier in Leiden gemaakt in het atelier van de instrumentenmakersfamilie Musschenbroek. De beelden variëren van ambachten en landschappen tot lachwekkende dwergen en apen, groteske koppen en vreemde Comedia dell’Arte-figuurtjes.

08-08-2012  Wetenschap en vermaak : Toverlantaarns

Op zondag 12 augustus, de laatste dag van de tentoonstelling Toverlantaarns in Museum De Lakenhal, wordt in samenwerking met Museum Boerhaave een programma vol vermaak en wetenschap gewijd aan de toverlantaarn.

 

Maria Trepp

Georg Christoph Lichtenberg over verjaardagen

3 comments

“Volgend jaar zingen ze gewoon weer: ‘Er is er geen jarig, hoera, hoera..’ “ (@Woordgrap_com)

De Duitse schrijver, satiricus en eerste Duitse hoogleraar in de experimentele natuurkunde Georg Christoph Lichtenberg heeft een geestig essay geschreven over de vraag wanneer men zijn verjaardag moet vieren als men op 29 februari geboren is- en overigens ook op andere dagen. (Trostgründe für die unglücklichen, die am 29sten Februar geboren sind)

Lichtenberg hield zich op grote schaal bezig  met wetenschappelijke vraagstukken. Als pedagoog was hij richtinggevend: Hij gaf geen droge lezingen in de stijl van de tijd, maar wisselde deze af met praktische demonstraties.

Hij verbindt de discussie van de maatschappelijke conventie met het verklaren van natuurwetenschappelijke gegevens en laat daarbij ook zien dat maatschappelijke conventie en natuurwetenschap twee verschillende dingen zijn.

Hij legt uit: De mens is op een bepaalde dag geboren, op een bepaalde datum, maar zijn entree in de wereld, zijn eerste adem gebeurt in een kort moment. Op dit moment staat de zon op een bepaald punt van de ecliptica  (=schijnbare baan van zon om de aarde). Hij zal dus precies één jaar oud zijn, als de zon de volgende keer weer op dezelfde plek van de ecliptica staat;  en de burgerlijke dag, op welke deze tijdstip valt,  is de geboortedag van de mens in de strikte zin, hoe deze dag ook genoemd wordt in de kalender.

Het probleem: wanneer moet ik mijn verjaardag vieren als ik op 29 februari geboren ben zal dan op de volgende manier volledig worden opgelost:

1) Neem het uur waarop je geboren werd. Als je het niet weet neem je twaalf uur.

2) Zoek in een astronomische kalender voor het jaar waarin je geboren bent, de plaats van de zon (de lengte) voor de geboortedatum en tijd.

3) Zoek in een kalender van het jaar waar je je verjaardag wilt vieren de dag op waar de zon op dezelfde plek staat.

Je zult iets vreemds opmerken: namelijk dat velen de verjaardag af en toe op een andere dag zouden moeten vieren dan op hun “verjaardagen”. Dit is gebaseerd op het feit dat het jaar niet uit precies 365 dagen, maar uit ongeveer 365 dagen en 6 uur bestaat, al kunnen wij ons in ons alledaags bestaan onmogelijk met deze fracties van dagen bezig houden.

Iedereen dient zijn verjaardagen nauwkeurig te berekenen door drie  jaar lang (tot het schrikkeljaar) zes uur op te tellen bij het geboorteuur.

Geboren op 29 februari om 12 uur:

Dan vier je de eerste en tweede verjaardag op 28 februari (18 en 24 uur), je derde op 1 maart (6uur) , en je vierde op 29 februari (om 12 uur).

Insecto-theologie Swammerdam Maria Sybilla Merian

20 comments

 

Eergisteren hoorde ik op de radio (Hoe?Zo!) insectofiel professor Marcel Dicke praten over het belang van insecten voor de mensheid. Het lijkt me wel een hele opgave om de missionaris van de insecten te willen zijn- tenslotte niet echt een geliefde soort.

Marcel Dicke had het niet alleen over de biologie maar ook over de cultuurgeschiedenis van de insecten, die hij in zijn nieuw boek Blij met een dooie mug bespreekt.

 

Natuur en cultuur van de insecten houden ook mij bezig.

Vrolijke muggedichten en de  mug bij in Alice in Spiegelland vindt men in mijn blog Muggedicht.

Maar meestal worden insecten met dood, duivel en bederf geassocieerd: zie bijvoorbeeld een installatie met paspoorten van vluchtelingen, dode muggen en bloedspatten; en duivelse insectenmensen bij Jeroen Bosch.

Jeroen Bosch Mens als insect

Jeroen Bosch Mens als insect

In de bloemstukken van de 17e eeuw staan de insecten als herinnering aan de dood (memento mori).

Maar in de wetenschap vindt men in de 17e eeuw juist het tegenovergestelde. Insecten staan dan niet voor dood en duivel, maar voor de vinger Gods. Insecten bestuderen is niet minder dan lezen in de “Bybel der natuure”.

Maria Sybilla Merian liet de wonderbaarlijke metamorphosen van rupsen in vlinders zien .

In zijn zeer lezenswaardig boek “Het ‘Boeck der Natuere’,  Nederlandse geleerden en de wonderen van Gods schepping 1575-1715”  (gratis download via dbnl) schrijf Eric Jorink over Jan Swammerdam en diens onderzoek aan insecten.

 

“Volgens Jan Swammerdam openbaarde God zich bij uitstek in de microscopisch verfijnde structuur van insecten, zoals bijvoorbeeld in de facet-ogen van een bij.”

Swammerdam Insecto-theologie

Swammerdam Insecto-theologie

Dit is een originele tekening van Swammerdam, gemaakt rond 1677, die later werd gereproduceerd in diens postume Bybel der natuure (1737-1738).

Guido Gezelle heeft het later zo verwoord:

HET SCHRIJVERKE

O Krinklende winklende waterding
met ‘t zwarte kabotseken aan,
wat zien ik toch geren uw kopke flink
al schrijven op ‘t waterke gaan!
Gij leeft en gij roert en gij loopt zo snel,
al zie ‘k u noch arrem noch been;
gij wendt en gij weet uwen weg zo wel,
al zie ‘k u geen ooge, geen één.
Wat waart, of wat zijt, of wat zult gij zijn?
Verklaar het en zeg het mij, toe!
Wat zijt gij toch, blinkende knopke fijn,
dat nimmer van schrijven zijt moe?
Gij loopt over ‘t spegelend water klaar,
en ‘t water niet meer en verroert
dan of het een gladdige windtje waar,
dat stille over ‘t waterke voert.
o Schrijverkes, schrijverkes, zegt mij dan, –
met twintigen zijt gij en meer,
en is er geen een die ‘t mij zeggen kan: –
Wat schrijft en wat schrijft gij zo zeer?
Gij schrijft, en ‘t en staat in het water niet,
gij schrijft, en ‘t is uit en ‘t is weg;
geen christen en weet er wat dat bediedt:
och, schrijverke, zeg het mij, zeg!
Zijn ‘t visselkes daar ge van schrijven moet?
Zijn ‘t kruidekes daar ge van schrijft?
Zijn ‘t keikes of bladtjes of blomkes zoet,
of ‘t water, waarop dat ge drijft?
Zijn ‘t vogelkes, kwietlende klachtgepiep,
of is ‘et het blauwe gewelf,
dat onder en boven u blinkt, zoo diep,
of is het u, schrijverken zelf?
En t krinklende winklende waterding,
met ‘t zwarte kapoteken aan,
het stelde en het rechtte zijne oorkes flink,
en ‘t bleef daar een stondeke staan:
“Wij schrijven,” zoo sprak het, “al krinklen af
het gene onze Meester, weleer,
ons makend en leerend, te schrijven gaf,
één lesse, niet min nochte meer;
wij schrijven, en kunt gij die lesse toch
niet lezen, en zijt gij zo bot?
Wij schrijven, herschrijven en schrijven nog,
den heiligen Name van God!”

 

 

Een zeer geestige satire op “insecto-theologie” vindt men in Voltaires filosofische vertelling Micromégas die onder meer over Swammerdam, Huygens enz gaat.


 

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief