Kunst Wetenschap Politiek

Archive for the ‘ Literatuur ’ Category

De meidoorn bij Marcel Proust/Op zoek naar de verloren tijd

23 comments
meidoorn De meidoorn bij Marcel Proust/Op zoek naar de verloren tijd

Meidoorn foto: Maria Trepp

De meidoorn bij Marcel Proust/Op zoek naar de verloren tijd

[herhaalblog]

Een paar citaten uit Marcel Proust Op zoek naar de verloren tijd, De kant van Swann:


“In mijn oren gonsde het van de geur van de meidoorn. De haag leek op een lange rij kapellen die onder een dikke laag op het altaar gestrooide bloemen verdwenen; daaronder tekende de zon op de grond en scherp traliewerk, alsof haar licht door een kerkram viel: de geur breidde zich net zo olieachtig en vol, alsof het een vaste vorm geworden was uit, als toen ik voor het altaar van de Heilige Maagd stond en de net zo opgeschikte bloemen droegen elk op dezelfde nonchalante wijze hun glinsterende meeldraden, fijne stervormige ribben in laat-gotische stijl zoals in de kerk de ajouren balustrade van de galerij of de stijlen van de gebrandschilderde ramen en die hier ontloken in de witte zinnelijkheid van bloeiende aardbeien. […]
Maar ik kon nog zo lang voor de meidoorns blijven staan om mij door hen te laten bezielen , hun een plaats geven in mijn geest die er niets mee wist te beginnen, hun onzichtbare onveranderlijke geur te verliezen en weer terugvinden, mij één voelen met hun ritme dat hun bloemen, hier en daar, met een jeugdige opgewektheid en op onverwachte afstanden zoals bepaalde muzikale intervallen, vormden, ze boden me tot in ’t oneindige dezelfde charme met een onuitputtelijke overvloed, maar zonder dat ik dieper in hen kon doordringen, zoals er bepaalde melodieën zijn, die men honderdmaal achtereen speelt zonder ook maar iets meer achter hun geheim te komen.“ [Uitgeverij De bezige Bij, 2002, p. 188]

Proust schrijft nog veel meer over de meidoorn, hij gaat door, pagina op en pagina neer.

“Ik keerde naar de meidoorn terug als naar een kunstwerk waarvan men meent dat men het beter ziet als men er een ogenblik niet naar gekeken heeft, maar het gaf niet of ik mijn ogen met mijn handen afschermde om niets anders te zien, het gevoel dat ze in mijn opwekten bleef onbestemd en vaag, trachtte vergeefs zich los te maken en met de bloemen te verbinden.[…]

[De grootvader zei:] ‘Je houdt toch zo veel van meidoorns, kijk dan eens naar deze met roze bloemen; wat is die mooi! ‘ Inderdaad was het een meidoorn, maar dan roze, nog mooier dan de witte. Ook deze was voor een feest versierd – voor een van die echte feesten wat alleen kerkelijke feesten kunnen zijn, omdat ze immers niet zoals de wereldlijke door een gril van het toeval aan een of andere willekeurige dag geplakt worden, die er niet speciaal toe voorbestemd is en die niet iets essentieel feestelijks heeft- maar nog rijker, want de bloemen die zo dicht op elkaar aan de takken zaten dat ze, zoals de pompons rondom een rococo herdersstaf, geen plaats onversierd lieten, waren ‘in kleur’ [….] “

meidoorn weissdorn 580x411 De meidoorn bij Marcel Proust/Op zoek naar de verloren tijd

meidoorn weissdorn

Uit: Marcel Proust, Op zoek naar de verloren tijd, De kant van Swann , [Uitgeverij De bezige Bij, 2002, p. 189]

zie ook: Terug naar 1913, het jaar dat Marcel Proust de literatuur veranderde

Het werk van Marcel Proust is vrij van copyright. Download hier de Engelse versie van Swann’s Way, Remembrance of Things Past, Volume One

De Franse texten kunt u hier downloaden.

Schrijver van de ‘Schwarze Romantik’: Gustav Meyrink

25 comments

510M35170AL. AA240  Schrijver van de Schwarze Romantik:  Gustav Meyrink

Gustav Meyrink is een in Nederland niet erg bekende schrijver.
Voor mensen die van fantastische verhalen houden, van Schwarze Romantik, van E.T.A. Hoffmann en van Edgar Allen Poe, is Meyrink (1868-1932) een grote aanrader.


Read more..

Apropos Moszkowicz: schimmige advocaten en wat wij bij Kafka over hen kunnen leren

30 comments

franz kafka KAFKA www Apropos Moszkowicz: schimmige advocaten en wat wij bij Kafka over hen kunnen leren

Uit de Volkskrant van 19 september 2012:

“‘Bram Moszkowicz is niet geschikt voor zijn functie‘”

“De deken van de Orde van Advocaten ging er hard in. Moszkowicz heeft volgens hem lak aan zijn cliënten en de beroepsregels. Hij eiste tegen de raadsman de zelden voorkomende straf van een jaar schorsing”.

Uit de NRC van 19 september 2012:

“Moszkowicz laat zijn meeste cliënten bij het intakegesprek tienduizenden euro’s betalen, meestal contant. …Vervolgens moeten cliënten lang aandringen om een verantwoording voor de werkzaamheden te krijgen….Moszkowicz belooft zich helemaal in te zetten voor de cliënt, maar stuurt vaak een medewerker naar de rechtbank. Voor ontevreden cliënten is hij ook telefonisch onbereikbaar….Vertragen, uitstel vragen en vervolgens de afspraken niet nakomen, dat is volgens Kemper de terugkerende handelswijze van Moszkowicz.”

Deze passage doet sterk denken aan de manier waarop Kafka’s advocaat Huld zijn cliënten afhankelijk en hulpeloos maakt. Een van Hulds cliënten kruipt dan ook als en hond door Hulds kantoor.
De hoofdfiguur Josef K. in Kafka’s Proces wordt pas echt goed meegesleurd in het voor hem uiteindelijk dodelijke proces, toen zijn oom hem overtuigt dat K. niet zonder advocaat kan.

Een belangrijk thema bij Kafka is de manier waarop advocaat Huld zijn cliënten vernedert (lees vooral hoofdstuk 7) . Als Het Proces niet een tragisch verhaal was zou men hierover kunnen lachen. Kafka zelf lachte in ieder geval om zijn roman.

De oom neemt K. mee naar advocaat Huld [!] “een belangrijke naam”. Huld woont in een buitenwijk, in een donker huis, en hij ligt ziek in bed.
In de relatie tussen K., zijn oom en de advocaat lopen privé en zakelijk op een chaotische manier door elkaar heen. Belangenverstrengeling, levensverstrengeling, noodlotverstrengeling. (Gezien de verstrengeling is het eigenlijk merkwaardig dat K. uiteindelijk de keel wordt doorgesneden, en dat hij niet wordt opgehangen. Maar het doorsnijden van de keel is natuurlijk ook een referentie aan noodlot en aan de antieke tragedie:
aan het offeren van een offerdier).

De eerste opmerking die de advocaat tegenover K. maakt:

“Neemt u het me niet kwalijk, ik heb u helemaal niet opgemerkt.”


De advocaat maakt de zaak van K. meteen tot een zaak van leven en dood voor zichzelf:
[Hij richt zich tot K.s oom]


“Wat de zaak van je neef betreft zou ik me inderdaad gelukkig prijzen als mijn kracht toereikend zou zijn, in elk geval zal ik niets onbeproefd laten; als ik niet toereikend ben, kan men immers nog iemand anders bijhalen. Eerlijk gezegd stel ik teveel belang in de zaak om afstand te kunnen doen van elke mogelijkheid mij erin te mengen. Als mijn hart het niet uithoudt, vindt het hier tenminste een waardige gelegenheid om te bezwijken.”

De advocaat weet ook al van tevoren een heleboel over K. [vgl Moszkowicz/ Endstra/Holleeder] en op K.s vraag hierover zegt hij:

“..ik ben immers advocaat, ik verkeer in rechtbankkringen, er wordt over allerlei processen gesproken […] u moet toch bedenken dat ik uit zo’n omgang ook grote voordelen voor mijn cliënten weet te halen.”

Leuk toepasselijk citaat uit hoofdstuk 7 Het Proces:

[de advocaat legt uit]: “Nu zou K. wel uit wat hij zelf had beleefd al hebben opge­maakt dat de allerlaagste organisatie van de rechtbank niet helemaal volmaakt is, dat zij plichtvergeten en omkoopba­re medewerkers telt, waardoor de strakke omheining van de rechtbank in bepaalde opzichten hiaten vertoont. Op dit punt nu dringen de meeste advocaten binnen, daar wordt omgekocht en uitgehoord, ja, er deden zich, althans in vroeger tijd, wel eens gevallen van documentendiefstal voor. Het valt niet te ontkennen dat er tijdelijk op die ma­nier enige zelfs verrassend gunstige resultaten voor de ver­dachte kunnen worden bereikt, daarmee pronken die zaakwaarnemers dan ook en lokken nieuwe clientèle aan…”

Het proces dat K. aangedaan wordt is in het begin absurd en ook vrij onschuldig. Het gebeurt K. niets, behalve dat twee bewakers zijn ontbijt wegvreten. Het proces tegen hem blijft eigenlijk zonder gevolgen, en het wordt ook meerdere keren gesteld, dat zo’n proces helemaal niet erg is.

K.s ondergang is sterk door hemzelf geënsceneerd. Omdat hij per se wil bewijzen dat hij onschuldig is (wat gezien het diffuse en existentiële karakter van het proces tegen hem onmogelijk is- hoe kan hij bewijzen dat hij onschuldig is, als hij niet weet wat hem verweten wordt ?) laat hij zich van zijn oom en de advocaat me trekken in een uitzichtloze (maar eigenlijk ook volledig onnodige) verdediging.

 

Dit is gedeeltelijk een blog uit 2007, die ik nu herplaats.

Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen

13 comments

zwaan en iris Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen

Iris gele lis

iris montelupo Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen

Iris foto Maria Trepp

trof ik ook bij mijn uitstapje na Florence (de stad van de Iris!] een buitengewoon mooie iris aan in de tuin van mijn oom.

Geel-rode iris

gele iris Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen

Iris foto Maria Trepp

gele iris in de avond

iris cronesteyn Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen

Iris foto Maria Trepp

 

iris boboli Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen

Iris foto Maria Trepp

De blauwe iris, die erg goed past bij het sprookje van Herman Hesse, “Iris”  dat zo begint:

Blauwe iris

`In het ontluikend voorjaar van zijn kindsheid wandelde Johannes door de groene tuin. Onder de bloemen van zijn moeder was er een, die hem bijzonder lief was: zwaardlelie heette zij. Hij vlijde zijn wang tegen haar langwerpige, lichtgroene bladeren, legde zijn vingers tastend tegen haar scherpe punten, snoof diep de geur op van het grote, wonderlijke bloeisel en keek lang achtereen naar binnen. Daar rezen lange reeksen gele vin­gers omhoog uit de bleekblauwe bloembodem, en daartussendoor leidde een doorschijnend pad naar de diepere regionen van de kelk en het verre, blauwe geheim van het bloeisel. Die was hij ten zeerste toegedaan, langdurig keek hij naar binnen en zag de gele, delicate delen nu eens als een gou­den omheining langs de paleistuin en dan weer als een dubbele reeks van fraaie droombomen met daartussenin de geheimzinnige weg naar het in­wendige, transparant en doorregen met levende aders, breekbaar als glas. De welving beschreef een boog, en verder naar achteren ging het pad tussen de gouden bomen tot op oneindige diepte verloren tussen onvoorstelbare afgronden, terwijl daaroverheen de violette gewelven een majesteite­lijke kromme volgden en toverachtig ijle schadu­wen wierpen op het stille, popelende wonder. Jo­hannes wist dat dit de mond was van de bloem, dat voorbij de gele pronkgewassen in de blauwe krocht haar hart en gedachten waren enderge­bracht, en dat haar adem en haar dromen via deze riante, doorschijnende, glazig geaderde weg in en uit gingen. En naast de grote bloemtuil stonden kleinere, die nog niet open gegaan waren, op stevige, sappige stelen in een kelkje van bruinachtig groene wik­kels; daaruit drong de jonge bloesem stil doch vastbesloten naar voren, stevig ingepakt in licht­groen en lila tot bovenaan toe, waar het jonge, diepe violet in exacte, zorgzame rolletjes zijn tere punten aan het licht bracht. En ook op deze stevig in elkaar gedraaide, jonge bloemblaadjes tekende zich reeds een netwerk van adertjes en honderd­voudige patronen af. `
……………………………………………………………………………………………………………………………………..

Vincent van Gogh heeft de blauwe irissen meerdere malen geschilderd:

vincent van gogh irissen 1889 Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen

Vincent van Gogh, Irissen,1889

vincent van gogh irissen 1890 Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen

Vincent van Gogh, Irissen,1890

De wikmedia-user Jebulon heeft een paar zeer mooie foto’s op wikimedia geplaatst:

Iris Sig. Na. Chiara I wikimedia commons Jebulon 580x729 Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen

Iris_Sig._Na._Chiara_I wikimedia commons Jebulon

Iris Marcel Turbat l wikimedia commons Jebulon 580x641 Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen

Iris_Marcel_Turbat l wikimedia commons Jebulon

Iris iron stripwikimedia commons Jebulon 580x773 Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen

Iris_iron_strip wikimedia commons Jebulon

Iris barbata elatior  wikimedia commons Jebulon 580x943 Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen

Iris_barbata_elatior wikimedia commons Jebulon

Iris Gay parasol wikimedia commons Jebulon 580x985 Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen

Iris Gay parasol wikimedia commons Jebulon

Iris japonica wikimedia commons  Bouba 580x435 Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen

Iris_japonica wikimedia commons Bouba

user Bouba

Iris variegata wikimedia commons 580x430 Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen

Iris variegata wikimedia common user Kor!an

user Kor!an

Hier een moooie Jugendstil-vaas met iris:

iris vaas jugendstil Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen

en een Tiffany-theescherm met Iris:

iris theescherm tiffany Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen

Sint Joris dag, dag van de rozen en boeken in Catalonië

9 comments

Mijn dochter mailt uit Barcelona waar zij als antropoloog een spannende onderzoeksbaan heeft (Communal resource management bij de Maya’s in Mexico) over Diada de Sant Jordi, Sint Joris dag in Catalonië, de nationale feestdag, en ook het feest van het boek en het gedrukte woord.

Wikipedia: “Traditioneel geeft men er aan vrienden en familie op die dag een boek, een roos en een korenaar. Het is voor uitgevers dan ook een belangrijke dag en veel debuten verschijnen in die periode. Op Sint-Jorisdag 2007 verscheen zo een volledige nieuwe editie van de Gran Diccionari de l’Enciclopèdia Catalana”

Mijn dochter zegt het ietsje anders (zie ook de Engelse wikipedia) , namelijk dat de mannen de vrouwen een roos geven (zij krijgt dus rozen van haar Catalaanse vriend) en de vrouwen de mannen een boek.

“…  a rose for love and a book forever”

Rozen zijn met deze dag  geassocieerd sinds de middeleeuwen, maar het geven van boeken is een meer recente traditie uit 1923, toen een boekhandelaar begon de feestdag te promoten als een manier om de bijna gelijktijdige dood van Miguel Cervantes  en  William Shakespeare  op 23 april 1616 te herdenken.

 Sint Joris dag, dag van de rozen en boeken in Catalonië

(Zie ook: Cervantes, de dood, toneel en Don Quichot)

 Barcelona  is de hoofdstad van uitgeverijen van de Catalaanse  en de Spaanse taal;  en de combinatie van liefde en geletterdheid werd snel overgenomen.


Read more..

Apollo doodt Python (Ovidius-Delacroix)

no comment
448px Delacroix Eugène   Apollo Slays Python detail   1850 1851 Apollo doodt Python  (Ovidius Delacroix)

Delacroix Apollo doodt Python

 

Though earth may not have willed catastrophe

The latest of new creatures was the serpent.

Even you, great Python of hillside and valley

Who haunt the deepest shadows in men’s hearts !

Wherever the monsters turned, green darkness fell

In winding paths through sacred grove and briar.

Then bright Apollo with his sun-tipped arrows

Whose swiftness stilled the flight of goat and deer

Aimed at the beast with darts that fell in showers.

So Python perished, but not until his wounds

Were black with blood and God Apollo’s quiver

Almost spent. That is the reason why

Apollo’s games are called the Pythian Feast,

In memory of the serpent’s golden death,

In honor of the god’s swift victory –

603px Eugène Delacroix   Apollo Vanquishing the Python   WGA06216 580x576 Apollo doodt Python  (Ovidius Delacroix)

Delacroix Apollo doodt Python

 

472px Eugène Delacroix   Apollo Slays Python   WGA06214 Apollo doodt Python  (Ovidius Delacroix)

Delacroix Apollo doodt Python

Rutte of Cohen: Mann ohne Eigenschaften?

9 comments

Rutte: Mann ohne Eigenschaften?

Zowel Rutte alsook Cohen worden dezer dagen weggezet als „Mann ohne Eigenschaften“ (en letterlijk in het Duits!)

Terecht?

Ronald Plasterk zei over Rutte in de Volkskrant van 24 februari:

“’[...] Hij is een great communicator, maar tegelijkertijd is hij de Mann ohne Eigenschaften. Hij komt niet verder dan het rechtse neoliberale verhaal. Dat verhaal is failliet.”

en ook Maurits Westerberg noemt Rutte “Mann ohne Eigenschaften”

Mark Rutte wikimedia commons 214x300 Rutte of Cohen: Mann ohne Eigenschaften?

Mark Rutte Mann ohne Eigenschaften ?

Fotograaf Nick van Ormondt

En over Cohen stond in Trouw een paar dagen eerder (21-2):

‘Mann ohne Eigenschaften’ wordt hij wel genoemd: Job Cohen, tot gisteren de politiek leider van de PvdA. Meer een bestuurder dan een politicus, een twijfelaar zonder uitgesproken opvattingen, voorzichtig kijkend vanuit welke hoek de wind waait.”

Ik vind het leuk om in dit verband naar de originele “Mann ohne Eigenschaften” te kijken, degene van Robert Musil: wie lijkt meer op Musils  literaire Mann ohne Eigenschaften, Rutte of Cohen?

Op Wikipedia is wat achtergrondinformatie te vinden over de beroemde roman “Mann ohne Eigenschaften” van Robert Musil, een belangrijk, actueel, filosofisch en ironisch boek. In het Duits hier geheel op internet te downloaden.

Wie is nou de man zonder eigenschappen bij Musil? Ik concentreer mij hier nu alleen op de eerste hoofdstukken van deze extreem complexe en bovendien onaffe roman.

De Mann zonder Eigenschappen (Ulrich) wordt bij Musil voor het eerst beschreven in het hoofdstuk Huis en woonvertrekken van de man zonder eigenschappen.  Het huis is eenkortvleugelig kasteeltje, een jacht- of liefdes­paleisje uit voorbije tijden”. De Mann zonder eigenschappen wordt geintroduceerd als iemand die van achter de gordijnen in zijn kasteeltje naar de wereld kijkt met de zakelijk blik van een fysicus. “…[hij] telde met zijn horloge al tien minuten lang de auto’s, de karren, de trams en de door de afstand uitgevloeide gezichten van de voetgangers, die het net van de blik met een wemelende haast vulden; hij schatte de snelheden, de hoeken, de vitale krachten van de voorbijbewegende massa’s…”

Vanuit de realistische schattingen gaat hij over naar speelse gedachten:

“Als je de sprongen van de aandacht zou kunnen me­ten, de verrichtingen van de oogspieren, de pendelbewe­gingen van de ziel en al die inspanningen die een mens zich moet getroosten om in de rivier van een straat overeind te blijven, zou er vermoedelijk – aldus had hij gedacht en spe­lenderwijs het onmogelijke proberen te berekenen – een grootheid uitkomen waarbij vergeleken de kracht die Atlas nodig heeft om de wereld te torsen gering is, en je zou kunnen meten welk een enorme prestatie tegenwoordig al wordt ge­leverd door iemand die helemaal niets doet.

Want de man zonder eigenschappen was op dat moment zo iemand.” (p 15)


Dit is de eerste belangrijke passage die de man zonder eigenschappen beschrijft.

Boven het volgende hoofstuk staat:Als werkelijkheidszin bestaat, moet mogelijkheidszin ook bestaan” en wordt er een eerste schets gegeven van de belangrijke utopische kant van de Mann ohne Eigenschaften.

Aldus zou de mogelijkheidszin welhaast te definiëren zijn als het vermo­gen om alles te denken wat evengoed zou kunnen zijn, en om aan wat is geen grotere betekenis te hechten dan aan wat niet is.”

In hetzelfde hoofdstuk lezen we de volgende passage die de “Mann ohne Eigenschaften” verder karakteriseert:

“Een buitengewone onverschilligheid je­gens het naar het aas happende leven staat bij hem tegenover het gevaar dat hij volstrekt zonderlinge dingen doet. Een on­praktisch man – en dat lijkt hij niet alleen maar dat is hij ook – blijft onbetrouwbaar en onberekenbaar in de omgang met mensen. Hij zal handelingen verrichten die voor hem iets an­ders betekenen dan voor anderen, maar hij stelt zichzelf steeds gerust over alles zolang het maar in een buitengewoon idee valt samen te vatten. En bovendien staat hij tegenwoordig nog heel ver af van een consequente houding. Het zou bij­voorbeeld heel goed kunnen dat een misdaad waarvan iemand anders de dupe is, hem alleen maar als een maatschap­pelijk feilen voorkomt, waar niet de misdadiger de schuld van draagt maar de inrichting van de samenleving. Daarentegen is het nog maar de vraag of hij een oorvijg die hij zelf ontvangt zal opvatten als een belediging van de kant van de maatschap­pij of als iets dat tenminste even onpersoonlijk is als de beet van een hond; waarschijnlijk zal hij in dat geval eerst de oor­vijg vergelden en vervolgens vinden dat hij dat niet had moe­ten doen. En vooral als men een geliefde van hem afpakt zal hij de werkelijkheid van dit incident voorlopig nog niet hele­maal kunnen negeren en zich met een verrassend, nieuw ge­voel schadeloos kunnen stellen. Deze ontwikkeling is mo­menteel nog aan de gang en betekent voor een mens zowel een zwakte als een kracht.” ( p22)

Rutte of Cohen??

Nee Ronald Plasterk, Rutte is juist de doortastende man MET eigenschappen!

Al zal hij niet de harten van de speelse, aarzelende, reflecterende en artistieke mensen kunnen stelen.

Robert Musil, De man zonder eigenschappen, vertaling Ingeborg Lesener, Meulenhoff 1988

 

 

 Leuk: ik heb een mailtje aan Ronald Plasterk gestuurd met link naar mijn blog, en hij reageerde eerlijk en positief: hij had het boek van Musil niet gelezen, en associeert iets anders met “Mann ohne Eigenschaften”.

Ja dat mag natuurlijk, maar ik als germaniste vind het leuk om naar de bronnen te gaan.

Maria Trepp

www.passagenproject.com


Update 31-3-2013 Rutte, ‘der Mann ohne Eigenschaften’

 

Insecto-theologie Swammerdam Maria Sybilla Merian

20 comments

 

Eergisteren hoorde ik op de radio (Hoe?Zo!) insectofiel professor Marcel Dicke praten over het belang van insecten voor de mensheid. Het lijkt me wel een hele opgave om de missionaris van de insecten te willen zijn- tenslotte niet echt een geliefde soort.

Marcel Dicke had het niet alleen over de biologie maar ook over de cultuurgeschiedenis van de insecten, die hij in zijn nieuw boek Blij met een dooie mug bespreekt.

 Insecto theologie Swammerdam Maria Sybilla Merian

Kever gesneden in een tand, Japan, Museum Volkenkunde Leiden

Natuur en cultuur van de insecten houden ook mij bezig.

Vrolijke muggedichten en de  mug bij in Alice in Spiegelland vindt men in mijn blog Muggedicht.

Maar meestal worden insecten met dood, duivel en bederf geassocieerd: zie bijvoorbeeld een installatie met paspoorten van vluchtelingen, dode muggen en bloedspatten; en duivelse insectenmensen bij Jeroen Bosch.

 Insecto theologie Swammerdam Maria Sybilla Merian

Jeroen Bosch Mens als insect

In de bloemstukken van de 17e eeuw staan de insecten als herinnering aan de dood (memento mori).

Maar in de wetenschap vindt men in de 17e eeuw juist het tegenovergestelde. Insecten staan dan niet voor dood en duivel, maar voor de vinger Gods. Insecten bestuderen is niet minder dan lezen in de “Bybel der natuure”.

Maria Sybilla Merian liet de wonderbaarlijke metamorphosen van rupsen in vlinders zien .

In zijn zeer lezenswaardig boek “Het ‘Boeck der Natuere’,  Nederlandse geleerden en de wonderen van Gods schepping 1575-1715”  (gratis download via dbnl) schrijf Eric Jorink over Jan Swammerdam en diens onderzoek aan insecten.

 

“Volgens Jan Swammerdam openbaarde God zich bij uitstek in de microscopisch verfijnde structuur van insecten, zoals bijvoorbeeld in de facet-ogen van een bij.”

 Insecto theologie Swammerdam Maria Sybilla Merian

Swammerdam Insecto-theologie

Dit is een originele tekening van Swammerdam, gemaakt rond 1677, die later werd gereproduceerd in diens postume Bybel der natuure (1737-1738).

Guido Gezelle heeft het later zo verwoord:

HET SCHRIJVERKE

O Krinklende winklende waterding
met ‘t zwarte kabotseken aan,
wat zien ik toch geren uw kopke flink
al schrijven op ‘t waterke gaan!
Gij leeft en gij roert en gij loopt zo snel,
al zie ‘k u noch arrem noch been;
gij wendt en gij weet uwen weg zo wel,
al zie ‘k u geen ooge, geen één.
Wat waart, of wat zijt, of wat zult gij zijn?
Verklaar het en zeg het mij, toe!
Wat zijt gij toch, blinkende knopke fijn,
dat nimmer van schrijven zijt moe?
Gij loopt over ‘t spegelend water klaar,
en ‘t water niet meer en verroert
dan of het een gladdige windtje waar,
dat stille over ‘t waterke voert.
o Schrijverkes, schrijverkes, zegt mij dan, -
met twintigen zijt gij en meer,
en is er geen een die ‘t mij zeggen kan: -
Wat schrijft en wat schrijft gij zo zeer?
Gij schrijft, en ‘t en staat in het water niet,
gij schrijft, en ‘t is uit en ‘t is weg;
geen christen en weet er wat dat bediedt:
och, schrijverke, zeg het mij, zeg!
Zijn ‘t visselkes daar ge van schrijven moet?
Zijn ‘t kruidekes daar ge van schrijft?
Zijn ‘t keikes of bladtjes of blomkes zoet,
of ‘t water, waarop dat ge drijft?
Zijn ‘t vogelkes, kwietlende klachtgepiep,
of is ‘et het blauwe gewelf,
dat onder en boven u blinkt, zoo diep,
of is het u, schrijverken zelf?
En t krinklende winklende waterding,
met ‘t zwarte kapoteken aan,
het stelde en het rechtte zijne oorkes flink,
en ‘t bleef daar een stondeke staan:
“Wij schrijven,” zoo sprak het, “al krinklen af
het gene onze Meester, weleer,
ons makend en leerend, te schrijven gaf,
één lesse, niet min nochte meer;
wij schrijven, en kunt gij die lesse toch
niet lezen, en zijt gij zo bot?
Wij schrijven, herschrijven en schrijven nog,
den heiligen Name van God!”

 

 

Een zeer geestige satire op “insecto-theologie” vindt men in Voltaires filosofische vertelling Micromégas die onder meer over Swammerdam, Huygens enz gaat.


 

Ekster: foto, kunst, literatuur

11 comments

 Ik heb een schitterend mooie eksterveer gevonden, metallic groen-zwart.

 Ekster: foto, kunst, literatuur

magpie_elster_ekster_feather_feder_veer foto Maria Trepp

Op internet gezocht naar informatie over de ekster in cultuur en kunst.

Een duivelsvogel, maar in de Oosterse cultuur en bij de indianen een godenvogel.

Wolfram von Eschenbach opent zijn middeleeuwse roman Parzival met een lof op de ekster: de ekster is zowel zwart als wit; dus zowel van de hel alsook van de hemel. Degene die geschakeerd is zoals de ekster heeft deel
in zowel de hel alsook in de hemel. Zo iemand is niet zwart, niet wit, niet grijs: geschakeerd.

Ja, dat is goed, dat wil ik zijn, geschakeerd, wit met metallic zwart, groen, blauw!

Hier een paar artistieke eksters:

Pieter Breughel met een ekster op de galg, Goya met een prins met tamme ekster en Monet, met een ekster in de sneeuw.

 Ekster: foto, kunst, literatuur

Pieter Breughel, Ekster op de galg

Pieter Breughel, Ekster op de galg

 Ekster: foto, kunst, literatuur

Francisco_de_Goya_y_Lucientes, Magpie Elster Ekster

Goya, Prins met tamme ekster

monet magpie elster ekster Ekster: foto, kunst, literatuur

Monet, Ekster in de sneeuw.

Monet, Ekster in de sneeuw.


 

 

Ruimtereis creëert pacifisme

8 comments

Op de radio hoorde ik een interview met astronaut Lodewijk van den Berg en ik hoorde hem een zeer interessante opmerking maken over het pacifisme dat een ruimtereis creëert.
Ik vond ook een interview met hem waar hij hetzelfde stelt:

Vraag: Veroorzaakt zo’n ruimtereis lichamelijke of geestelijke bijwerkingen?
“Lichamelijk niet langdurig, tenminste niet na mijn vrij korte vlucht. Kortstondig is je evenwicht wat verstoord. Dat evenwicht is helemaal afhankelijkvan de zwaartekracht en die valt weg. Dat heeft gevolgen. Het duurt twee tot drie dagen voordat het weer goed komt.
Geestelijk verandert er alles. […]

De hele manier waarop je de aarde beziet, verandert compleet en voorgoed. We praten over de globalisering van de economie, van de media en de politiek. Maar ik heb de aarde echt globaal mogen bekijken. Het ene moment vlogen we over Shanghai, twaalf minuten later boven San Francisco. Daaar beneden wonen totaal verschillende mensen, maar dat vind je dan niet meer. We leven allemaal op die vrij kleine planeet. Je ziet Duitsland en Frankrijk pal naast elkaar liggen, je scheert eroverheen. Waarom hebben die landen ooit eigenlijk oorlog gevoerd, vraag je je dan af.”
Lodewijk van den Berg buigt voorover, alsof hij een geheim met iemand gaat delen. “Verreweg de meeste astronauten zijn voormalige militaire piloten. Die mensen zijn getraind om aan te vallen. Maar voormalige astronauten worden nooit meer door de luchtmacht aangenomen. Want die aandrift om aan te vallen, is compleet weg bij hen.

Ze zien de vijand niet meer na een ruimtevlucht.
Nee, het is geen relativeren. Je krijgt een heel ander gezichtspunt.”
Van den Bergs broer valt hem bij. “Astronauten veranderen totaal. Hun denken ondergaat een totale ommekeer. Relativeren komt een eind in de richting, maar is nog veel te zwak uitgedrukt.“

Astronauten zien ze de wereld waarop wij leven in totaal andere verhoudingen.
“Dan begrijp je hoe ontzettend fragiel de aarde is, en vraag je je af waarom wij er zo n puinhoop van maken, zegt Ton Schoot Uiterkamp. Het verklaart volgens de hoogleraar milieukunde waarom bijna alle astronauten na hun terugkeer op aarde missionarissen voor een duurzame wereld zijn geworden.” [Leids , 9 april 2011]

En ISS-astronaut André Kuipers antwoordde op de vraag of hij de wereld nu op een andere manier zag: “De aarde is mooi, maar haar schoonheid staat in schril contrast met de conflicten die aan de gang zijn.” (de Volkskrant, 10 januari 2012)

zie ook :

The Wonder, Thrill & Meaning of Seeing Earth from Space. Astronauts Reflect on The Big Blue Marble

The Overview Effect and the Psychology of Cosmic Awe

Wat ik  fascinerend vind is dat Christiaan Huygens in zijn mentale ruimtereis van 1695 “Cosmotheoros” precies hetzelfde schrijft, al heeft hij zelf niet de lichamelijke ervaring van de ruimtereis meegemaakt:

“[…] Hier uit kan men verstaan hoe groot de ruimtens van die ronde [hemels-] lichamen zijn, en hoe klein, ten haren opzigte, het Klootje der Aarde is, waar in wy menschen zoo veel voor hebben, zoo veel t’ scheep varen, en zoo vele oorlogen voeren. ’t Welk te wenschen was dat onze Koningen en Alleenheerschers leerden en bedagten; op dat zy mogten weten, in wat een kleine zaak zy hun zelven afslooven, als zy om een hoek lands in te nemen, tot groot verderf van velen, alle hunne kragten inspannen.”

Voltaire sciencefiction Micromégas is ook geschreven met een dergelijk pacifistisch perspectief op de aarde en de mensen.


earth aarde erde Ruimtereis creëert pacifisme

 

En hier nog een zeer mooi Duits gedicht van Marie Louise Kaschnitz over de Aarde vanuit een mentaal afstand gezien:

Juni

Schön wie niemals sah ich jüngst die Erde.

Einer Insel gleich trieb sie im Winde.

Prangend trug sie durch den reinen Himmel

Ihrer Jugend wunderbaren Glanz.

 

Funkelnd lagen ihre blauen Seen,

Ihre Ströme zwischen Wiesenufern.

Rauschen ging durch ihre lichten Wälder,

Grosse Vögel folgten ihrem Flug.

 

Voll von jungen Tieren war die Erde.

Fohlen jagten auf den grellen Weiden,

Vögel reckten schreiend sich im Neste,

Gurrend rührte sich im Schilf die Brut.

 

Bei den roten Häusern im Holunder

Trieben Kinder lärmend ihre Kreisel.

Singend flochten sie auf gelben Wiesen

Ketten sich aus Halm und Löwenzahn.

 

Unaufhörlich neigten sich die grünen

Jungen Felder in des Windes Atem,

Drehten sich der Mühlen schwere Flügel,

Neigten sich die Segel auf dem Haff.

 

Unaufhörlich trieb die junge Erde

Durch das siebenfache Licht des Himmels.

Flüchtig nur wie einer Wolke Schatten

Lag auf ihrem Angesicht die Nacht.

(1935)

————————————————————————————————-

————————————————————————————————

 

Zal dan de commerciële ruimtevaart de mensheid meer vrede en geluk brengen?

Ik betwijfel het.

 

maria trepp

Waterlelies in de kunst Claude Monet Nymphaea

no comment

De waterlelie

Ik heb de witte water-lelie lief,

daar die zo blank is en zo stil haar kroon

uitplooit in ‘t licht.

Rijzend uit donker-koele vijvergrond,

heeft zij het licht gevonden en ontsloot

toen blij het gouden hart.

Nu rust zij peinzend op het watervlak

en wenst niet meer…

(Uit: Frederik van Eeden, Van de passielooze lelie – Amsterdam 1901)

Dit is en Leids muurgedicht

 Waterlelies in de kunst Claude Monet Nymphaea

Waterlelie, Wasserlilie, Water Lily foto: Maria Trepp

Hier een paar mooie waterlelies uit de kunst:

water lilies waterlelies wasserrosen wanderland warande 08 vincent olinet not yet my story Waterlelies in de kunst Claude Monet Nymphaea

Vincent Olinet, foto: Maria Trepp
Vincent Olinet, Not yet my story ( Warande Tilburg ’08)

vlaho bukovac waterlelies waterlily wasserlilie 1898 Waterlelies in de kunst Claude Monet Nymphaea
Vlaho Bukovac, Waterlelies, 1898

Claude Monet   Waterlilies   Google Art Project 9 wasserlilei waterlelie 580x452 Waterlelies in de kunst Claude Monet Nymphaea

Claude Monet Waterlelies Wasserlilie Nymphea Pond lillies

 

 

Claude Monet   Water Lilies   Google Art Project 8 waterlelie wasserlilie 580x544 Waterlelies in de kunst Claude Monet Nymphaea

Claude Monet Waterlelies Wasserlilie Nymphea Water Lilies

 

claude monet nymphaeae waterlilies waterlelies1916 26 Waterlelies in de kunst Claude Monet Nymphaea

Claude Monet 1916-26 waterlelies, Wasserlilien

 

Claude Monet   Water Lilies   Google Art Project 462013 waterlelies wasserlilie 580x580 Waterlelies in de kunst Claude Monet Nymphaea

Claude Monet Waterlelies Wasserlilie Nymphea Water Lilies

 

4

800px Claude Monet   The Water Lily Pond c. 1917 19   Google Art Project waterlelies wasserlilie 580x297 Waterlelies in de kunst Claude Monet Nymphaea

Claude Monet Waterlelies Wasserlilie Nymphea Water Lilies

5

602px Claude Monet   Blue Water Lilies   Google Art Project1 580x577 Waterlelies in de kunst Claude Monet Nymphaea

Claude Monet Blue Waterlelies Wasserlilie Nymphea Water Lilies

630px Claude Monet French   The Japanese Footbridge and the Water Lily Pool Giverny   Google Art Pro ject wasserlilie waterlelie 580x552 Waterlelies in de kunst Claude Monet Nymphaea

Claude Monet Waterlelies Wasserlilie Nymphea Water Lilies


Voor meer artistieke en erotische waterlelies klik hier…

 

Herdenken en verhalen vertellen: Primo Levi

no comment

“Herdenken hoeft niet per se vergezeld te gaan van de obligate waarschuwing tegen herhaling. Het gaat erom niet te vergeten waartoe wij in staat zijn – en daarvoor moeten we de verhalen blijven vertellen” schrijft Bert Wagendorp vandaag in zijn Volkskrant-column.

Primo Levi is bekend als literaire getuige van de Holocaust. Maar hij is meer dan een getuige; zijn werk bevat een impliciete en expliciete moraal, die beschreven werd door de literatuurkundige Robert S.C. Gordon (Primo Levi’s ordinary virtues).

Levi’s gedicht Is dit een mens geeft aan, dat het Levi hier om veel meer gaat dan om over de Holocaust te getuigen. Hij vraagt naar het wezen van de mens:


Is dit een mens


Gij die veilig leeft
In uw beschutte huizen,
Gij die ’s avonds thuiskomt
Bij warme spijs en dierbare gezichten:
Bedenkt of dit een man is
Die werkt in de modder
Die geen vrede kent
Die vecht om een stuk brood
Die sterft om een ja of een nee.
Bedenkt of dit een vrouw is
Zonder haar en zonder naam
Zonder herinnering aan wat was
Met lege ogen en koude schoot
Als een kikvors in de winter.[…]

 


Levi is een moralist. Hij observeert, analyseert en beoordeelt menselijk gedrag. Hij probeert de Holocaust een onderdeel te maken van de manier hoe wij allemaal tegen de mens aan moeten kijken. Daarbij blijft Levi (tenminste in eerste instantie, hij heeft later veel pessimistischere teksten gepubliceerd) een liberale, verlichte humanist.

akelei begraafplaats groeneweg leiden Herdenken en verhalen vertellen: Primo Levi

 

Vertaling van poëzie en haiku’s:de maan en de nachtegaal

3 comments

 Vertaling van poëzie en haiku’s

Ik ben vertaler, maar het vertalen van poëzie of haiku’s is iets dat ik helemaal niet beheers.

Ik vind de discussie over poëzie en het vertalen ervan spannend en leuk. Op mijn laatste volle-maan blog heb ik zelf het vertalen van een gedichtje geprobeerd.

 

 

maangezicht bovenleiden 18 4 2011 Vertaling van poëzie en haiku’s:de maan en de nachtegaal

maan poezie vertalen haiku foto Maria Trepp

 

 Haiku over de maan

Prachtig straalt de maan.

Omgeven door vurige stralen

kijkt een gezicht met blauwe ogen

en blozende wangen

ons aan.

 

Ik krijg erg leuke reacties van Jacopone sr met een betere vertaling:

 

Als vuur schijnt ze alom, maar midden in,

Eer donkerblauw dan zwart,

Is daar het gezicht van een meisje

Haar vochtige wangen blozend onder mijn blik

 

 

Jacopone blijkt bovendien zelf vertaler van haiku’s te zijn. Hij was kritisch over een eerder door mij geplaatste  nachtegaal-haiku. Het is nu weer nachtegalentijd.

In de duinen tussen Den Haag en Leiden (Meijendel, Berkheide) kan men s’avonds nu de nachtegaal horen, die graag haar nesten in de meidoorn bouwt…

 

nachtegaal Vertaling van poëzie en haiku’s:de maan en de nachtegaal

maan nachtegaal vertalen haiku Japaanse prent

 

 

 

Haiku’s op de nachtegaal (uit J. van Tooren, Haiku- een jonge maan):

 

 

De nachtegaal fluit

zijn kleine spitse snavel

helemaal open

(Buson)

 

Diep in de dalen,

omhuld door avondnevel

nog nachtegalen

(Shuaoshi)

Luister! als water,

vloeiend in slapende oren,

zingt de nachtegaal.

(Issa)

Jacopone schrifjt over de eerste haiku uit deze reeks:

“De eerste, van Buson, vind ik niet correct vertaald. Hij is illustratief voor het geforceerd vertalen in de reeks 5 – 7 – 5:

 

De nachtegaal fluit

zijn kleine spitse snavel

helemaal open

 

Blyth vertaalt hem als:

The uguisu is singing

Its small mouth

Open

Ik [Jacopone sr] zou hem vertalen als:

 

de rietzanger zingt

zijn kleine bek

wagenwijd open

 

 

Ik vond het ritme in Jacopones vertaling mooier, al verliezen we dan wel de nachtegaal.

 

nachtegaal hokusai nachtigal Vertaling van poëzie en haiku’s:de maan en de nachtegaal

 www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

Alice in Wonderland en de flamingo

9 comments

Inas prachtige blog met magnolia-knoppen als flamingo-koppen brengt me weer terug bij een van mijn lievelingsthema’s: Alice in Wonderland; voor liefhebbers van het surrealisme en van droomwerelden DE basistekst.

alice in wonderland croquet flamingo pat andrea Alice in Wonderland en de flamingo


Hier de tekst van Lewis Carroll met illustraties van Pat Andrea (gezien in het Gemeentemuseum 2008) over het croquetveld met levende flamingo’s als hamers en egels als ballen:


“Alice thought she had never seen such a curious croquet-ground in her life; it was all ridges and furrows; the balls were live hedgehogs, the mallets live flamingoes […]

The chief difficulty Alice found at first was in managing her flamingo: she succeeded in getting its body tucked away, comfortably enough, under her arm, with its legs hanging down, but generally, just as she had got its neck nicely straightened out, and was going to give the hedgehog a

blow with its head, it WOULD twist itself round and look up in her face, with such a puzzled expression that she could not help bursting out laughing: and when she had got its head down, and was going to begin again, it was very provoking to find that the hedgehog had unrolled itself, and was in the act of crawling away: besides all this, there was generally a ridge or furrow in the way wherever she wanted to send the

hedgehog to, and, as the doubled-up soldiers were always getting up and walking off to other parts of the ground, Alice soon came to the conclusion that it was a very difficult game indeed.

[…]

The hedgehog was engaged in a fight with another hedgehog, which seemed to Alice an excellent opportunity for croqueting one of them with the other: the only difficulty was, that her flamingo was gone across to the other side of the garden, where Alice could see it trying in a helpless sort of way to fly up into a tree.

By the time she had caught the flamingo and brought it back, the fight was over, and both the hedgehogs were out of sight: ‘but it doesn’t matter much,’ thought Alice, ‘as all the arches are gone from this side of the ground.’ So she tucked it away under her arm, that it might not escape again, and went back for a little more conversation with her

friend.

[…]

‘I dare say you’re wondering why I don’t put my arm round your waist,’ the Duchess said after a pause: ‘the reason is, that I’m doubtful about the temper of your flamingo. Shall I try the experiment?’

‘HE might bite,’ Alice cautiously replied, not feeling at all anxious to have the experiment tried.

‘Very true,’ said the Duchess: ‘flamingoes and mustard both bite. And the moral of that is–”Birds of a feather flock together.”‘

‘Only mustard isn’t a bird,’ Alice remarked.

‘Right, as usual,’ said the Duchess: ‘what a clear way you have of putting things!’

‘It’s a mineral, I THINK,’ said Alice.”

 

alice in wonderland croquet flamingo pat andrea2 Alice in Wonderland en de flamingo

Illustratie Pat Andrea

 

Meer over Alice in Wonderland/Pat Andrea

 

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

Insectenmensen/Insectoiden bij Jeroen Bosch, James Ensor, Voltaire en Heinrich Heine

4 comments

Het fantastische werk van Ensor (nu tentoongesteld in Den Haag) herinnert in sommige aspecten aan Jeroen Bosch.

Net als Bosch heeft Ensor de val der opstandige engelen geschilderd.

jeroen bosch val opstandige engelen hooiwagen Insectenmensen/Insectoiden bij Jeroen Bosch, James Ensor, Voltaire en Heinrich Heine

Jeroen Bosch, Val van de opstandige engelen

Jeroen Bosch maakt een overgang van engel naar duivel door de vallende engelen tot insectenmensen te transformeren.

 Insectenmensen/Insectoiden bij Jeroen Bosch, James Ensor, Voltaire en Heinrich Heine

Jeroen Bosch, Gevallen engel/insectenmens

jeroen bosch insektenmens insektenmensch Insectenmensen/Insectoiden bij Jeroen Bosch, James Ensor, Voltaire en Heinrich Heine

Jeroen Bosch, Insectenmens

In Ensors val van de engelen zijn engelen noch duivels te onderscheiden; het schilderij is een Turneriaanse licht-vuurzee.

 Insectenmensen/Insectoiden bij Jeroen Bosch, James Ensor, Voltaire en Heinrich Heine

James Ensor, Val der opstandige engelen

Maar in een vrolijk zelfportret heet Ensor zichzelf als

insectenmens weergegeven.

james ensor insektenmensen Insectenmensen/Insectoiden bij Jeroen Bosch, James Ensor, Voltaire en Heinrich Heine

De informatie van het museum bij deze prent luidt:

“In de prent “Zonderlinge insecten” refereert Ensor aan een passage uit “Die Launen der Verliebten” van Henrich Heine, waarin een kever verliefd is op een vlieg. De libel links, met de kop van Mariette Rousseau kijkt in de richting van een kever met de kop van Ensor, die verlegen voor zich uit blikt.”

Die Launen der Verliebten

Heinrich Heine

Mich lockt
nicht Gold, Rubin und Smaragd;

Ich weiß, daß Reichtum nicht glücklich macht.

Nach Idealen
schwärmt mein Sinn,

Weil ich eine stolze Fliege bin. –

Der Käfer
flog fort mit großem Grämen;

Die Fliege ging ein Bad zu nehmen.

Wo ist denn
meine Magd, die Biene,

Daß sie beim Waschen mich bediene;

Daß sie mir streichle
die feine Haut,

Denn ich bin eines Käfers Braut.

Wahrhaftig,
ich mach eine große Partie;

Viel schöneren Käfer gab es nie.

Sein Rücken
ist eine wahre Pracht;

Da flammt der Rubin, da glänzt der Smaragd.

Sein Bauch
ist gülden, hat noble Züge;

Vor Neid wird bersten gar manche Schmeißfliege.

Spute dich,
Bienchen, und frisier mich,

Und schnüre die Taille und parfümier mich;

Reib mich
mit Rosenessenzen, und gieße

Lavendelöl auf meine Füße,

Damit ich
gar nicht stinken tu,

Wenn ich in des Bräutgams Armen ruh.

Schon
flirren heran die blauen Libellen,

Und huldigen mir als Ehrenmamsellen.

Sie winden
mir in den Jungfernkranz

Die weiße Blüte der Pomeranz.

Viel
Musikanten sind eingeladen,

Auch Sängerinnen, vornehme Zikaden.

Rohrdommel
und Horniß, Bremse und Hummel,

Die sollen trompeten und schlagen die Trummel;

Sie sollen
aufspielen zum Hochzeitfest –

Schon kommen die bunt beflügelten Gäst,

Schon kommt
die Familie, geputzt und munter;

Gemeine Insekten sind viele darunter.

Heuschrecken
und Wespen, Muhmen und Basen,

Sie kommen heran – Die Trompeten blasen.

Der Pastor
Maulwurf im schwarzen Ornat,

Da kommt er gleichfalls – es ist schon spat.

Die Glocken
läuten, bim-bam, bim-bam –

Wo bleibt mein liebster Bräutigam? – –

Bim-bam,
bim-bam, klingt Glockengeläute,

Der Bräutgam aber flog fort ins Weite.

Die Glocken
läuten, bim-bam, bim-bam –

Wo bleibt mein liebster Bräutigam?

Der
Bräutigam hat unterdessen

Auf einem fernen Misthaufen gesessen.

Dort blieb
er sitzen sieben Jahr,

Bis daß die Braut verfaulet war.

 

Voor literaire voorbeelden van insecten met menselijk gedrag uit de tijdsperiode van Ensor zie ook (voor een vrolijke variante) Lewis Carroll, Alice in Spiegelland, hoofdstuk “Looking-Glass Insects”; en voor de klassieke nachtmerrie over een menselijk insect zie Kafka’s Gedaanteverwisseling.

Ook Voltaire schrijft uitgebreid over de mensen als insecten in zijn sciencefiction Micromégas.

Het hele sciencefiction genre zijn is in feite vol van insectoiden:

Insectoid aliens are commonly found in science fiction, being featured in classic sci-fi novels like Starship Troopers and Ender’s Game, as well as television shows such as Star Trek and Doctor Who. They also make an appearance in classic games such as Starflight, modern games like StarCraft and Warhammer 40,000 as well as the Star Wars universe. Examples of insectoid aliens in sci-fi anime are the “Uchuu Kaijuu” (“Space Monsters”) from Gunbuster and the “Vajra” from Macross Frontier. (wikipedia)

 

 

Maria Trepp

Het Hertje bij Lewis Carroll, Alice in Spiegelland

8 comments

Ina Dijstelberge heeft vandaag een wondermooi blog met hertje en stilte.

Hier als aanvulling op Inas blog de episode tussen Alice en het hertje uit “Alice in Spiegelland”.

“Hoe noem jij jezelf?” zei het Hertje tenslotte.

Hij had zo’n lieve stem!

“Ik wou dat ik het wist”, dacht de arme Alice. Ze antwoordde bedroefd:

“Nou, niks.”

“Denk nog eens na”, zei het Hertje,”want dit kan zo niet.”

 

 Het Hertje bij Lewis Carroll, Alice in Spiegelland

 

Pat Andrea heeft de ontmoeting tussen Hertje en Alice erg goed weergegeven, als versmelten tussen mens en beest: zonder taal kan men versmelten met de natuur.

 

De hele episode in het Engels:

 

“Alice reached the wood: it lookedvery cool and shady. ‘Well, at any rate it’s a great comfort,’ shesaid as she stepped under the trees, ‘after being so hot, to get into the–into WHAT?’ she went on, rather surprised at not being able to think of the word. ‘I mean to get under the–under the–under THIS, you

know!’ putting her hand on the trunk of the tree. ‘What DOES it call itself, I wonder? I do believe it’s got no name–why, to be sure it hasn’t!’

She stood silent for a minute, thinking: then she suddenly began again.

‘Then it really HAS happened, after all! And now, who am I? I WILLremember, if I can! I’m determined to do it!’ But being determined didn’t help much, and all she could say, after a great deal of puzzling, was, ‘L, I KNOW it begins with L!’

Just then a Fawn came wandering by: it looked at Alice with its large gentle eyes, but didn’t seem at all frightened. ‘Here then! Here then!’ Alice said, as she held out her hand and tried to stroke it; but it only started back a little, and then stood looking at her again.

‘What do you call yourself?’ the Fawn said at last. Such a soft sweet voice it had!

‘I wish I knew!’ thought poor Alice. She answered, rather sadly, ‘Nothing, just now.’

‘Think again,’ it said: ‘that won’t do.’

Alice thought, but nothing came of it. ‘Please, would you tell me what YOU call yourself?’ she said timidly. ‘I think that might help a little.’

‘I’ll tell you, if you’ll move a little further on,’ the Fawn said. ‘I

can’t remember here.’

So they walked on together though the wood, Alice with her arms clasped lovingly round the soft neck of the Fawn, till they came out into another open field, and here the Fawn gave a sudden bound into the air, and shook itself free from Alice’s arms. ‘I’m a Fawn!’ it cried out in a voice of delight, ‘and, dear me! you’re a human child!’ A sudden look of alarm came into its beautiful brown eyes, and in another moment it had darted away at full speed.

Alice stood looking after it, almost ready to cry with vexation at having lost her dear little fellow-traveller so suddenly. ‘However, I know my name now.’ she said, ‘that’s SOME comfort. Alice–Alice–I won’t forget it again.”

 

alice in wonderland and the deer Het Hertje bij Lewis Carroll, Alice in Spiegelland

Klassieke afbeelding van Tenniel.

Hier mijn eerdere Lewis Carroll/Pat Andrea-blogs

 

Natuurcatastrofen en filosofisch optimisme: Voltaire versus Leibniz en Christiaan Huygens

8 comments

Zoals in mij blog van gisteren geschreven heeft de grote aardbeving van Lissabon in 1755 een schokgolf in de Europese filosofie en literatuur teweeg gebracht.

De meest bekende literair/filosofische reactie was die van Voltaire met zijn Candide, waar hij het optimisme van Leibniz en de zijnen scherp bekritiseert, die immers meenden dat wij in de beste van alle mogelijke werelden leven.

 Natuurcatastrofen en filosofisch optimisme: Voltaire versus Leibniz en Christiaan Huygens

leibniz Natuurcatastrofen en filosofisch optimisme: Voltaire versus Leibniz en Christiaan Huygens

Leibniz

Leibniz en zijn navolgers worden door Voltaire in de figuur Pangloss geparodeerd:
Pangloss gaf les in de metafysisch-theologische cosmolonnozelogie. Hij kon prachtig bewijzen dat er geen gevolg is zonder oorzaak”.

Omdat Christiaan Huygens  in zijn laatste tekst Cosmotheoros een filosofische positie inneemt die dicht bij Leibniz staat kunnen wij Voltaires Leibniz-parodie ook goed als satire op Huygens lezen, des te meer omdat Voltaire Huygens goed kende (link zie hieronder).

‘Het is bewezen: zei [Pangloss], ‘dat de dingen niet anders kunnen zijn dan ze zijn: want aangezien alles is gemaakt met een doel, is alles ook noodzakelijkerwijs gemaakt voor het beste doel. Let maar eens op: neuzen zijn gemaakt voor een bril, en daarom dragen we brillen. Benen zijn duidelijk bedoeld voor broekspijpen en daarom hebben we een broek aan. Stenen zijn er om gehouwen te worden en er kastelen van te maken, en daarom heeft Zijne Excellentie zo’n prachtig kasteel.

Inderdaad is het een feit dat Huygens in zijn Cosmotheoros een irritant teleologisch denken aanhangt, precies in de door Voltaire geparodieerde vorm. Huygens is in zijn laatste tekst net als Leibniz een grote criticus van Descartes en diens atoomtheorie. Huygens schrijft dat levende wezens voor een doel gemaakt zijn:

Eenig navolger van Demokrijt, of ook van Deskartes, mogt voorgeven, dat hy de dingen, die we op de Aarde, en in den Hemel beschouwen, zoo verre weet te verklaren, dat by niets anders dan ondeelbare deeltjes [Atoma], en haar beweging, daar toe nodig heeft; nogtans zal hy in de Kruiden en Dieren daar meê niet doorkomen, nogte van haren eersten opkomst iets waarschijnelijks bybrengen; nademaal het al te duidelijk blijkt, dat eenige zodanige dingen door een wilde en gevallige beweging van lichaamtjes [Vagus ac fortuitus corpusculorum motu] konden voortgebragt werden; als in welke men ziet dat alles treffelijk tot een zeker einde gepast en geschikt is, met de hoogste wijsheid, en uitgelezene kennisse van de wetten der natuur.”

 

Ook is Huygens afkomstig uit een voorname familie die met stadhouders en koning omging: net als Panloss bepaald geen revolutionair.

Op mijn vorige blog werd met irritatie gereageerd op de naam Leibniz, “Wat, Huygens luisterde naar Leibniz deze vreselijke domoor zoals wij sinds Voltaire weten???”

Zo simpel zit het alles niet, ook niet voor Voltaire.

Tenslotte is het beroemde boek van Voltaire een illustratie van het principe dat Leibniz en Huygens benoemden: rampen maken menselijke prestaties mogelijk en zichtbaar, in samenleving, literatuur en wetenschap…

Uitvoerig over Voltaire en Christiaan Huygens zie hier

Zie overigens ook mijn blogs over Voltaire en de islam:
http://passagenproject.com/blog/2007/09/08/het-beroep-op-voltaire/

http://passagenproject.com/blog/2007/03/16/paul-cliteur-voltaire-en-de-islam/

 

www.passagenproject.com

Aardbeving en filosofie: zinloos noodlot of aansporing tot solidariteit en onderzoek

11 comments

aardbeving lissabon2 Aardbeving en filosofie: zinloos noodlot of aansporing tot solidariteit en onderzoek

 

Tweehonderd jaar geleden werd Lissabon verstoord door een verschrikkelijke aardbeving en tsunami. 

Dit gebeurtenis heeft toen veel filosofen van hun geloof in Leibniz laten afvallen, die had gesteld dat wij in de beste van alle mogelijke werelden leven. 

Ik ben nu bezig met Leibniz, omdat hij bevriend was met Christiaan Huygens.

Leibniz had in Parijs wiskundeles bij Huygens genomen. Later hebben die twee een uitvoerige briefwisseling onderhouden.

Huygens volgt Leibniz in veel opzichten in zijn laatste, filosofisch schrift “Cosmotheoros”. Voor Huygens, net als voor Leibniz, is al het euvel alleen om het Goede des te sterker laten schitteren.

Huygens: “De natuur heeft alles zo gemaakt dat het Goede in vergelijking met het Slechte duidelijker wordt”.

Huygens is net als Leibniz en Spinoza (met wie Huygens ook in contact was) een theïst. God en natuur vallen samen. God is goed, en de natuur is ook goed. Kunst en wetenschap zijn het gevolg van het slechte in de wereld, en van de succesvolle pogingen van de mens die probeert de natuur te temmen en te overwinnen.

 

Heinrich von Kleist heeft in 1807 een mooie en filosofisch zeer complexe novelle geschreven, Das Erdbeben in Chili, (de Duitse tekst is hier te lezen), waar een liefdespaar dat hun verboden liefde eigenlijk met de dood had moeten betalen, door de aardbeving aan de doodstraf ontsnapt. De menselijke solidariteit na de beving wordt beschreven, en dan – in een onverhoesds tragische wending- ook de kwalijke religieuze menselijke gemeenschap die het liefdespaar alsnog lyncht, omdat zij met hun wandaad Gods toorn over de stad zouden hebben afgeroepen.


 

Latent antisemitisme in Duitsland

13 comments

 

 

 

 

Mijn kunstslangen

3 comments

Ik houd van slangen vanwege de ambivalentie die zij oproepen.

Ze zijn ambivalente androgyne natuurwezens en cultuurdragers.

medusa2 Mijn kunstslangen

Medusa slangen foto: Maria Trepp

Ik houd van gevaarlijke slangenvrouwen, zoals van Medusa.

En hier…mijn eigen slangenkuil…

slangenkuil maria trepp Mijn kunstslangen

slangen foto: Maria Trepp


Slang en bloem…

…vormen een natuurlijke en paradijselijke gemeenschap.

Mijn vreugde was groot toen ik hoorde dat de Kievitsbloem/Fritillaria, die voor mij en mijn leven een belangrijk symbool is, in het Engels Snake’s head heet (met dank aan Ina!).

Ik heb aan mijn slangenverzameling een nieuw slangetje toegevoegd in passende kleuren.

 Mijn kunstslangen

roze slang en bloem Maria Trepp

En als we nu toch bij het thema “Bloem en slang” zijn, dan hier een foto dat ik op de Leidse historische begraafplaasts Groenesteeg heb gemaakt van mijn blauwe slang ( in feite George Knights slangenzoon Georgey) in het midden van Oosterse sterhyacinten:

 Mijn kunstslangen

Blauwe slang foto Maria Trepp

Ik was op de begraafplaats bezig met mijn slangen, omdat ik een droomfoto ging maken; ik had namelijk gedroomd van mijn slangen op een graf.

 Mijn kunstslangen

slangen foto: Maria Trepp

cobra slang in de leidse hortus Mijn kunstslangen

Cobra foto: Maria Trepp

 

drieslangenweb Mijn kunstslangen

slangen en bloem Schlangen serpents fot Maria Trepp

kluizenaresmetslang Mijn kunstslangen

Cobra op bezoek foto Maria Trepp

slangenboom klein2 Mijn kunstslangen

slangenboom Schlangenbaum tree with serpents foto Maria Trepp

slangenkop Mijn kunstslangen

slangenkop foto Maria Trepp

slang en bloem serpent flower Schlange blume Maria Trepp Mijn kunstslangen

slang-en-bloem-serpent-flower-Schlange-blume-Maria-Trepp

 

slang en passiebloem serpent passion flower Schlange passionsblume Maria Trepp Mijn kunstslangen

slang-en-passiebloem-serpent-passion-flower-Schlange-passionsblume-Maria-Trepp

slang en paddestoel serpent mushrooms Schlange Pilze Maria Trepp Mijn kunstslangen

slang en paddestoel serpent mushrooms Schlange Pilze Maria Trepp

Regenboog, slang, regenboogslang


De regenboogslang is zowel een echt bestaande slang,  alswel een fabeldier, zo meldt Wikipedia (Alib heeft me recentelijk attent gemaakt op het cultuurantropologisch boek “Enige aspecten van de regenboogslang”, een proefschrift van Leo Triebels).

Regenboog en slang zijn twee magische voorstellingen die aan elkaar verwant zijn, niet alleen door vorm en (iriserende) kleur.

Zowel regenboog alsook slang zijn verbonden met de voorstelling van een brug tussen in wezen onoverbrugbare tegenstellingen.

De  regenboog verbindt hemel en aarde, de slang als androgyn wezen verbindt man en vrouw, zoals op een schilderij van Augusto Giacometti.
giacomettiadamundeva Mijn kunstslangen

giacometti Mijn kunstslangenOp het dit grote schilderij, ‘Adam und Eva’ (1910),dat ik kort geleden  in het Kunsthaus Zürich heb gezien, verbindt de slang Adam en Eva op een noodlottige manier, als een wereldslang.

Augusto Giacometti, Adam und Eva’ (1910)

 

 

giacomettiregenbogen Mijn kunstslangen

Opvallend is de parallelle tussen de verbindende slang en de verbindende regenboog als men naar een andere afbeelding van Giacometti  kijkt: hier, op een kleine pastel op papier, verbindt de regenboog het mensenpaar.
Augusto Giacometti, Regenboog


De slang, androgyn en ambivalent


De slangen van Meret Oppenheim zijn bijna altijd samengezette wezens.

Hier een foto van een zeer mooi Oppenheim-beeld dat ik ook in het Kunsthaus zag.
oppenheimmaskierteblume Mijn kunstslangen
Maskierte Blume (1958)

Deze bloem lijkt óók op een slang (de achterkant van een cobra)

De slang is in de cultuurgeschiedenis zowel een symbool voor het Kwaad als ook voor het Goed ( zie bijvoorbeeld bij Asclepios en de natuurreligies) , en is zowel gekoppeld aan de mannelijke alsook aan de vrouwelijke seksualiteit; zij is zowel fallus-symbool alsook de Eva-slang.
In Lewis Carrolls “Alice in Wonderland” wordt Alice “een slang”genoemd door de duif (hoofdstuk: “Raad van een rups”) .
Pat Andrea heeft hier een schitterende illustratie bij gemaakt:

pat andrea alice slang serpent snake Mijn kunstslangen

In de cultuurgeschiedenis staat de slang in positieve zin voor de vernieuwing (de oude huid afleggen).

Een bijzondere “goede” slang is de Ouroboros (Uroboros) die een cirkel vormt door zichzelf in de staart te bijten. Deze slang staat afgebeeld op het graf van Oppenheim.

De slang onttrekt zich aan de simplificaties die sommigen aan haar/hem willen opleggen.

Zoals ik zelf in een slangengedicht heb geschreven:
“[...]
Is een slang
eigen
lijk een man?
Neen,
een slang
is een
an-
drogyn
am-
bifibiding
zwemmend
kronkelend
aan land [...] “

En hier een slangengedicht van Oppenheim:

oppenheimschlangengedicht Mijn kunstslangen

Schlangengedicht (1978)

Slang en water komen samen in het slangenfontein van Oppenheim:
brunnendetail Mijn kunstslangen

Spirale- Schlange in Rechteck ( 1973)

Slangen bij Meret Oppenheim en Paul Klee


De surrealiste Meret Oppenheim is net als ik gefascineerd door slangen, dromen en bloemen.

Ik zag in het Kunsthaus Zürich, in de afdeling dada en surrealisme,  een mooie collage, waarbij mij de combinatie slang en bloem opviel.

meretoppenheimerwhywhy Mijn kunstslangen
Why-why (1968)

Slangen en bloemen – daar houd ik van.

Over slangen en bloemen heb ik al een paar blogs geschreven:
Sneeuwslangen, schaduwslangen, droomslangen
Morbide slangen: het leven is maar een droom
Over slangenbomen, slangenvrouwen, sprookjes en muziek
De goede slang bij Goethe en E.T.A. Hoffmann

Inmiddels heb ik nog veel meer slangen bij Meret Oppenheim gevonden, hier en paar mooie.

oppenheimschlangeundschwarzesteineweb Mijn kunstslangen

Schlange und schwarze Steine (1972)

oppenheimzweischlangenweb Mijn kunstslangen

Zwei Schlangen, die eine blau-grün, die andere rot ( 1960)

…en hier mijn eigen blauwe en rode slang:

rodeblauweslang Mijn kunstslangen

een een rode slang bij Paul Klee:

 

paul klee snake paths schlangenwege serpent slang Mijn kunstslangen


Paul Klee, Schlangenwege

———————————————————————————————————————


De goede slang bij Goethe en E.T.A. Hoffmann


Een goede goudgroene slang en een witte bloem zijn de ingrediënten in een sprookje van Goethe en een sprookje van E.T.A Hoffmann.

serpentinaweb Mijn kunstslangen

Serpentina, de groene slang, Foto Maria Trepp

Goethes sprookje, Van de groene slang en de schone lelie ( tekst hier in het Duits en hier in het Nederlands) is een enigszins braaf en burgerlijk sprookje over goed samenwerken en zich voor de gemeenschap offeren… en zo de gemeenschap tot welvaart brengen. De goede goud-groene slang is een licht- levensgevende kracht, zij vormt een brug over het water met haar lichaam en zorgt ook voor het ontstaan van en vaste brug.

Goethes sprookje is behalve een esoterisch sprookje ook een politiek commentaar op het versplinterde Duitsland aan het begin van de 18e eeuw.

Bruggen bouwen tussen de culturen en daarbij welvaart creëren: dat is misschien een burgerlijk thema maar ook nu nog een zeer relevant thema, dat kort geleden in Leiden op een conferentie besproken werd (zie mijn blog Building bridges).

groeneslangweb Mijn kunstslangen

Goethe, De groene slang, Foto Maria Trepp Schlange, serpent

Groene slang op de Leidse Spanjaardsbrug


Bij E.T.A. Hoffmanns De gouden pot staat de goudgroene slang Serpentina voor poëzie, fantasie en kunst ( tekst hier in het Duits of in het Nederlands) .

Hoffmanns sprookje is complexer, ironischer. Anders dan bij Goethe ( die Hoffmann en zijn ironie niet kon uitstaan) staat het happy end bij Hoffmann tussen haakjes. De gouden pot eindigt niet met het zalige visioen van een Atlantis met slangenvrouw en lelie, maar met de verteller die juist inziet dat hij zelf niet in een spookjesland leeft. Toch kan de verteller, en dus de lezer, zich nog troosten met de gedachte dat de fantasie hem een ontsnappingsroute aanbiedt.


snowsnakesweb Mijn kunstslangen

sneeuwslangen, Schneeschlangen, foto: Maria Trepp

drieslangenweb Mijn kunstslangen

slangen en bloemen

schaduwslangenweb Mijn kunstslangen

schaduwslangen foto Maria Trepp

cobra slang serpent schalnge snake sand zand Mijn kunstslangen

Cobra slang foto: Maria Trepp

/>
/>groeneslangweb Mijn kunstslangen
Cobra slang in de zonsondergang

cobra slangen onderweg snakes serpents Mijn kunstslangen

slangen Schlangen serpents foto Maria Trepp


Over slangenbomen, slangenvrouwen, sprookjes en muziek


Slangen
vrouwen
en
bomen
horen
samen.

Een van mijn Duitse lievelingsauteurs, de romanticus E.T.A. Hoffmann, heeft een belangrijk sprookje geschreven, De gouden pot (tekst hier in het Duits of in het Nederlands), dat niet alleen gaat over een slang ( de goud-groene Serpentina), een vrouw en een boom (de vlier), maar op een hoger niveau ook over de rol van kunst en fantasie in het leven.

In dit kunstsprookje komt de student Anselmus groen-gouden slangen tegen in een vlierboom. Ook bij E.T.A. Hoffmann, die overigens ook componist was, speelt hierbij muziek:

“…Hier werd de student Ansel­mus in dit gesprek met zichzelf gestoord door een eigenaardig ge­ritsel en geruis, dat vlak naast hem in het gras opstak, maar al gauw overgleed tot in de takken en de bladeren van de grote vlierstruik, die zich welfde boven zijn hoofd. Nu was het net, alsof de avond­wind de bladeren een beetje door elkaar schudde, – nu weer, als zaten er vogeltjes te vrijen tussen de takken, hun vleugeltjes roerend in baldadig heen- en weergefladder. – Daar begon het te fluisteren en te murmelen, en het was, alsof de vlierbloesem muziek maakte, net in de struik gehangen klokjes van kristal. Anselmus luisterde en luisterde. Daar groeiden, hij wist zelf niet hoe, uit het gemurmel en gefluister en getinkel zachte, halfverwaaide woorden:
Tussendoor – tussenin – tussen takken, tussen zwellende bloemen, zwen­ken, slingeren, zwieren wij – zusjes – zusje, zwenk wat in de schemering – snel, snel omhoog – omlaag – de avondzon schiet stralen, suizelen doet de avondwind – ritselen de dauw – bloemen zingen – roeren wij tongetjes, zingen wij met bloemen en twijgen – sterren glimmen gauw – moeten om­laag – tussendoor, tussenin slingeren, zwieren, zwenken wij, zusjes, zusjes. – Zo ging het door, praatjes die je helemaal van de wijs brachten. De student Anselmus dacht: Dat is toch gewoon de avondwind, die vandaag fluistert, woorden, die je zomaar kunt verstaan. – Maar op dat moment klonk er een muzikaal geluid boven zijn hoofd als een drieklank van heldere, kristallen klokjes; hij keek omhoog, en zag drie groengoud glanzende slangetjes, die om de takken gewikkeld zaten en hun kopjes strekten in de richting van de avondzon.[...]

Hier een foto die ik heb gemaakt van mijn slangenvrouw Serpentina in de vlier:

serpentinaindevlier Mijn kunstslangen

E.t.A. Hoffmann Serpentina in de vlier, Serpentina im Holunder
foto: Maria Trepp

Demoraal van Hoffmanns sprookje kan misschien zo samengevat worden:

Er moet een spanning blijven bestaan tussen fantasie en werkelijkheid, tussen kunst en leven. Het echte leven haalt de inspiratie uit kunst en fantasie, maar valt niet samen met deze.

De hoofdmotieven bij E.T.A. Hoffmann: Goud-groene slang en witte bloem (lelie) komen trouwens ook voor in een belangrijk kunstsprookje van Goethe.


Theo van Hoytema Illustraties/ Het lelijke jonge eendje

13 comments

 
In 2010 was te zien in het Gemeentemuseum Den Haag, 29 mei 2010 t/m 15 augustus 2010:
van Hoytemas originele tekeningen en litho’s van het boek Het lelijke jonge eendje van H.C. Andersen.


theo van hoytema het lelijke jonge eendje Theo van Hoytema Illustraties/ Het lelijke jonge eendje


Theo van Hoytema



theo van hoytema het lelijke jonge eendje2 Theo van Hoytema Illustraties/ Het lelijke jonge eendje


Theo van Hoytemas illustratie bij:
U hebt mooie kinderen, moeder!” zei de oude eend met het bandje om haar poot. “Ze zijn allemaal mooi, op één na, die is mislukt. Ik wou, dat U hem over kon maken!”"Dat gaat niet, Uw genade!” antwoordde de moedereend. “Hij is niet mooi, maar hij heeft een echt goed karakter en zwemt net zo goed als een van de anderen, ja, ik durf zelfs zeggen een beetje beter. Ik denk, dat hij er wel doorheen zal groeien en mettertijd wat slanker zal worden. Hij heeft te lang in het ei gezeten en daarom heeft hij nog niet het goede figuur!” En zij plukte hem in zijn nek en streek zijn veren glad. “Bovendien is het een woerd,” zei ze, “en het doet er dus niet zo veel toe, ik geloof dat hij sterk zal worden; hij zal zich er heus wel doorheen slaan!”

“De andere eendjes zijn aardig,” zei de oude eend. “Doe alsof je thuis bent en als je een palingkop vindt, mag je me die brengen!” En zo was het net alsof ze thuis waren.


theo van hoytema het leelijke jonge eendje3 Theo van Hoytema Illustraties/ Het lelijke jonge eendje



Theo van Hoytemas illustratie bij:


De andere eenden er om heen keken naar hen en zeiden heel luid: “Het is wat moois! Nu krijgen we dat stel er nog bij, alsof er nog niet genoeg zijn! En foei, wat ziet dat ene jong er uit! Dat laten we niet toe!” En onmiddellijk vloog er een eend op hem af en beet hem in zijn nek.
“Laat hem met rust!” zei de moedereend, “hij doet toch niemand kwaad!”

“Ja, maar hij is zo groot en zo raar,” sprak de eend, die gebeten had, “en daarom moeten we hem mores leren!”


theo van hoytema het lelijke eendje 4 Theo van Hoytema Illustraties/ Het lelijke jonge eendje



Theo van Hoytema, illustratie bij


Toen sloeg het eendje ineens zijn vleugels uit, ze ruisten sterker dan vroeger en droegen hem met kracht voort

Van Hoytema was geïnspireerd dor Japanse houtsneden, zoals veel kunstenaars uit zijn tijd.

Maria Trepp

De Pasen van Goethes Faust

30 comments

In de eerste scene van Goethes Faust speelt Pasen een belangrijke rol.

Faust is zich scherp en pijnlijk bewust van de grenzen van de menselijke kennis, en spreekt hierover met zijn assistent Wager.

delacroix faust studeerkamer De Pasen van Goethes Faust

Delacoix, Faust

Het is al laat in de nacht, en de braaf-naieve Wagner neemt afscheid met de woorden:

“Vergun mij morgen, de eerste der paasdagen,
Nog een en ander u te vragen.
Met ijver heb ‘k mij van de studietaak gekweten:
Wel weet ik veel, doch ‘k zou graag alles weten.”

Faust wordt in de nacht door gevoelens van zinloosheid overweldigd:

“Is het niet stof, waarmee deez’ hoge wand
En honderd vakken mij benauwen;
De rommel, die met tuig van allerhand
Mij in deez’ mottenweerld wil douwen?
Staat wat me ontbreekt dáár opgesteld?
Moet ik misschien in duizend boeken lezen,
Dat steeds de mens zichzelve heeft gekweld,
Dat enklen maar gelukkig mochten wezen? -
Wat anders grijnst gij, schedel, uit uw nis,
Dan dat uw brein eens als het mijne faalde,
Het lichte dagen zocht en in de duisternis,
Naar waarheid dorstend, jammerlijk verdwaalde?“

durer melancholia i 1514 De Pasen van Goethes Faust

Albrecht Dürer, Melancholia I, 1514

Faust ziet ineens een flesje met gif en wil een einde aan zijn leven maken.

Op dat moment klinkt een engelenkoor, die zingt dat Christus is opgestaan.

Faust is niet gelovig maar wordt toch geraakt:

“Ik hoor de boodschap wel, maar ‘k kan haar niet geloven
‘t Geloof ziet liefst naar wonderen en schijn.
Naar gene sferen waag ik niet te streven,
Vanwaar hij daalt, die milde toon;
En toch, aan dit geluid van kind af aan gewoon,
Roept hij ook thans mij weer terug in ‘t leven.”

De herinnering aan zijn jeugd die de engelen oproepen weerhoudt hem van “de laatste stap”:

“Dit lied sprak mij weleer van ‘t jeugdig vrolijk woelen,
Van ‘t lentefeest der jonglingschap:
Herdenking houdt mij thans met kinderlijk gevoelen
Terug van de’ allerlaatste stap.“

In de volgende scene wandelt Faust met Wagner op de eerste paasdag, en Faust voelt en ziet de lente:

“FAUST
Van het ijs bevrijd zijn stroom en beken
Door der lente weldadige levensschijn;
Groen wordt in ‘t dal weer groot en klein:
[...] Overal heft zich wording en streven,
Alles wil zij met kleuren doorweven […]

Of veel mooier in het Duits:

Vom Eise befreit sind Strom und Bäche
Durch des Frühlings holden, belebenden Blick;
Im Tale grünet Hoffnungsglück;
[..]Überall regt sich Bildung und Streben,
Alles will sie mit Farben beleben […]”

“Bildung und Streben, mit Farben beleben”- mijn motto.

spring fruhling lente millet 1872 De Pasen van Goethes Faust

Millet, Lente, 1872


Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

 

Amaryllis/ Hippeastrum in de Leidse Hortus

11 comments
alfresco Amaryllis/ Hippeastrum in de Leidse Hortus

Amaryllis/ Hippeastrum foto Maria Trepp

Alfresco

dancing queen Amaryllis/ Hippeastrum in de Leidse Hortus

Amaryllis/ Hippeastrum foto Maria Trepp

Dancing Queen

exotic peacock Amaryllis/ Hippeastrum in de Leidse Hortus

Amaryllis/ Hippeastrum foto Maria Trepp

Exotic peacock

magic green Amaryllis/ Hippeastrum in de Leidse Hortus

Amaryllis/ Hippeastrum foto Maria Trepp

Magic green

Hier de Amaryllis-versie van Theocritos;  inleiding en vertaling van A. Maria van Erp Taalman Kip

Een geitenhoeder is in de ban van zijn liefde voor Amaryllis. Hij laat zijn geiten onder de hoede van zijn maatje Tityros achter en wil haar een serenade brengen. Maar Amaryllis geeft geen enkel teken van leven. Het is een bucolische variant op het stedelijke ‘lied voor de gesloten deur’, met dit verschil dat Amaryllis in een grot woont.”   ……………………………………………………………………………………………………………..

“Hulde breng ik Amaryllis door liederen voor haar te zingen.
Daar op de heuvel grazen mijn geiten en Tityros hoedt ze.
Tityros, jij die me na aan het hart ligt, zorg voor mijn geiten,
neem ze, Tityros, mee naar de bron, en wees goed op je hoede
voor de Libysche ram, die gele; pas op voor zijn kopstoot.

O Amaryllis, mijn schoonheid, waarom kijk je niet meer naar buiten,
nodig je mij, jouw lief, niet meer uit in je grot? Soms uit afschuw?
Vind je, mijn bruid, dat mijn neus van nabij bekeken te stomp is,
vind je mijn baard soms te ruig? Ik verhang me nog als je zo doorgaat.

Kijk, ik breng appels mee; waar jij me gebood ze te plukken,
heb ik er tien geplukt en morgen breng ik weer nieuwe.

Let toch op mij en de smart die mij kwelt. Mijn dierbaarste wens is
om die zoemende bij daar te zijn en je grot in te vliegen,
heenslippend door de klimop en de varens die je verbergen.

Nu ken ik Eros volledig: een krenkende god. Hij werd stellig
door een leeuwin gezoogd en tot wasdom gebracht in de struiken,
hij die me langzaam verzengt en me foltert tot in mijn gebeente.

Jij met je stralende blik en je donkere brouwen, mijn liefste,
een en al steen, omhels toch je geitherder, laat me je kussen.
Ook in kussen alleen ligt zoete verrukking besloten. “

 

Hunt 470px William Holman Hunt   Amaryllis Amaryllis/ Hippeastrum in de Leidse Hortus

Herderinnetje Amaryllis (William Holman Hunt)

temptation amaryllis Amaryllis/ Hippeastrum in de Leidse Hortus

Amaryllis/ Hippeastrum foto Maria Trepp

prelude amaryllis Amaryllis/ Hippeastrum in de Leidse Hortus

Amaryllis/ Hippeastrum foto Maria Trepp

aphrodite amaryllis Amaryllis/ Hippeastrum in de Leidse Hortus

Amaryllis/ Hippeastrum foto Maria Trepp

..maar de mooiste is Aphrodite.

1

Amaryllis hippeastrum 580x435 Amaryllis/ Hippeastrum in de Leidse Hortus

Amaryllis Hippeastrum

2

Amaryllis wiki hippeastrum2 580x435 Amaryllis/ Hippeastrum in de Leidse Hortus

Amaryllis Hippeastrum

3

Amaryllis blossom Hippeastrum 580x435 Amaryllis/ Hippeastrum in de Leidse Hortus

Amaryllis Hippeastrum

4

Amaryllis Hippeastrum aulicum1CURTIS 580x487 Amaryllis/ Hippeastrum in de Leidse Hortus

Amaryllis Hippeastrum

5

Amaryllis 584px Hippeastrum correiense 580x595 Amaryllis/ Hippeastrum in de Leidse Hortus

Amaryllis Hippeastrum

6

Amaryllis 800px Hippeastrum papilio (1) 580x385 Amaryllis/ Hippeastrum in de Leidse Hortus

Amaryllis Hippeastrum

7

Amaryllis 359px Hippeastrum reginae1CURTIS Amaryllis/ Hippeastrum in de Leidse Hortus

Amaryllis Hippeastrum

8

Amaryllis 450px Hippeastrum Lima Amaryllis/ Hippeastrum in de Leidse Hortus

Amaryllis Hippeastrum

 

 

advent amaryllis kerst 580x773 Amaryllis/ Hippeastrum in de Leidse Hortus

Amaryllis Hippeastrum in een kerststuk
foto Wildfeuer wikimedia commons

Zeepbellen in kunst, wetenschap, literatuur

13 comments

Ik ben net het dikke filosofische werk van Peter Sloterdijk, “Sferen” aan het lezen. De eerste deel draagt de titel “Bellen”; en op de omslag is een uitsnede uit “De tuin der lusten” van Hieronymus Bosch te zien met een liefdespaar in een bel.

jeroen bosch tuin der lusten detail bel liefdespaar Zeepbellen in kunst, wetenschap, literatuur

De tuin der lusten” Hieronymus Bosch liefdespaar in een zeepbel

Op internet zijn artikelen en uitleg te vinden over het motief van de bellenblazer in de kunst van de 16e eeuw, zie,  Tot lering en vermaak, Betekenissen van Hollandse genrevoorstellingen uit de zeventiende eeuw van E. de Jongh.

De zeepbel dient hier in de kunst van de 16e eeuw als “vanitas” symbool, als symbool van de vergankelijkheid.

Er wordt uitgelegd dat de spreuk ‘homo bulla’: de mens is een luchtbel gelijk, aan de Adagia van Erasmus te danken is. Onder het trefwoord ‘homo bulla’ verklaart Erasmus daarin dat ‘niets breekbaarder, vluchtiger of lediger is dan het menselijk leven, dat daarom lijkt op een luchtbel in het water, die even snel opkomt als verdwijnt’.

rembrandt bellenblazende cupido 1634 Zeepbellen in kunst, wetenschap, literatuur

Rembrandt, Bellenblazende Cupido, 1634

Rembrandt, Bellenblazende Cupido, 1634

millais zeepbellen 1886 Zeepbellen in kunst, wetenschap, literatuur

Millais, Zeepbellen, 1886

De tekst van Sloterdijk begint met een geestige beschouwing over bellenblazen, begeleid van een afbeelding van een bellenblazer van Millais.

Millais, Zeepbellen, 1886

bellenblazer manet Zeepbellen in kunst, wetenschap, literatuur

Manet, Bellenblazer

Bij Peter Sloterdijk staat de zeepbel anders dan in de 16e eeuw geheel positief voor een menselijk-kinderlijk speelse expansiedrang en expansievermogen, en voor het vermogen om te in-spireren ( de bel draagt de menselijke adem) en ook om ge-inspireerd te worden (door de mooie bellen in kunst en werkelijkheid).

Manet, Bellenblazer

Zeepbel 619px Jean Baptiste Simon Chardin 022 soap bubble zeepbel seifenblase 580x561 Zeepbellen in kunst, wetenschap, literatuur

Jean-Baptiste_Simeon_Chardin_ zeepbel

Zeepbel soap bubble seifenblase 450px Chaplin The Soap Bubbles Zeepbellen in kunst, wetenschap, literatuur

Chaplin Zeepbellen

en ten slotte wil ik wijzen

Zeepbel soap bubble 495px Kind mit Seifenblase um 1835 Zeepbellen in kunst, wetenschap, literatuur

Kind_mit_Seifenblase_um_1835

op het nieuwe boek van

 Zeepbellen in kunst, wetenschap, literatuur

Adriaen_Hanneman_Two_Boys_Blowing_Bubbles

Joke J. Hermsen, Stil de tijd, en haar lof van de verveling, waarin een hoofdstuk is opgenomen over “Bellen blazen in de tijd”.

Muggedicht (nu met Nietzsche..)

42 comments

Muggen…

Ik vond een leuke illustratie van Pat Andrea bij Lewis Carolls “Alice in Spiegelland”, hoofdstuk “Spiegelinsecten”, waar Alice een mug tegenkomt
(in het Engels op internet te lezen, zoek op “insects” of “Gnat”)

pat andrea alice mug Muggedicht (nu met Nietzsche..)

Pat Andrea, Alice en de mug

En in mij “Grote Dieren Gedichten Boek”(samengesteld door Guus Luijters) vond ik drie zeer leuke muggengedichten:

Hieronijmus van Alphen


De onbedachtzaamheid

Zie Keesje! deze dode mug

vloog nog zo-even blij en vlug,

maar ‘t is door onbedachtzaamheid

dat hij nu dood op tafel leit.

Hij had in ‘t kaarslicht zulk een zin,

en vloog er onvoorzichtig in.

Nu ligt hij daar; maar’t is te laat;

er is voor ‘t mugje nu geen raad.

Hij werd bedrogen door de schijn.

O! laat ons dit tot lering zijn,

dat, eer men iets gewichtigs doet,

men zich wat lang bedenken moet.

Eén uur van onbedachtzaamheid

kan maken dat men weken schreit.

A.D. Keet


Muskiete-jag

Jou vabond, wag, ek sal jou kry,

Van jou sal net ‘n bloed kol bly

Hier op my kamermure

Deur jou vervloekte gonsery,

Deur jou gebyt en plagery Kon ek nie slaap vir ure.

Mag ek my voorstel, eer ons skei,

Eer jy d ie doodslag van my kry-

My naam is van der Merwe.

Muskiet, wees maar nie treurig nie,

Wees ook nie so kieskeurig nie,

Jy moet tog één dag sterwe.

Verwekker van malaria,

Sing maar jou laaste aria­-

Nog een minuut vir grasie.

AI soebatjy nou nóg sa lang,

AI sé jy ook: ek is nie bang,

Nooit sien jy weer jou nasie …

Hoe sedig sit hy, 0, die kreng!

Sy kinders kan maar kranse breng,

Nóu gaan die vabond sterwe …

Pardoef! Dis mis! Daar gaan hy weer!

Maar dóód sal hy, sowaar, ek sweer­

My naam is van der Merwe!

Meleagros


Aan een mug als postilIon d’amour

Vlieg voort, o mug, mijn snelle bode en fluister

Aan de ooren van Zenophila héél zacht,

‘Gij slaapt, vergetend lief, hij waakt en wacht.’

Vlieg voort, vlieg voort, mijn zangster zoet, maar luister:

Spreek zacht en wil haar slaapgenoot niet wekken,

Dat gij niet wekt mijn ijverzucht’ge trots.

Als gij haar hier brengt, mug, geef’k u een knots,

En ‘k zal u met een leeuwehuid bedekken.

—————————————————————————————————-

Friedrich Nietzsche gebruikt de mug als metafoor voor de mens in zijn belangrijke essay ”Over waarheid en leugen in buitenmorele zin”:

“Er was eens, in een afgelegen hoek van het met talloze zonnestelsels flonkerend volgegoten heelal, een hemellichaam waarop slimme dieren het kennen uitvonden. Dat was de hoogmoedigste en leugenachtigste minuut van de ‘wereldgeschiedenis’: maar toch was het maar een minuut. Na enkele ademtochten van de natuur verstarde het hemellichaam, en de slimme dieren moesten sterven.— Zo’n fabel zou iemand kunnen bedenken en nog zou hij niet afdoende hebben geïllustreerd, hoe jammerlijk, hoe schaduwachtig en vluchtig, hoe doelloos en willekeurig het menselijk intellect eruit ziet in de natuur; er waren eeuwigheden waarin het er niet was; wanneer het ermee voorbij is zal er niets gebeurd zijn. Want er is voor dat intellect geen verdere missie, die boven het mensenleven uitstijgt. Integendeel: het is menselijk en alleen zijn bezitter en verwekker vat het zo pathetisch op, alsof de hele wereld erin rondwentelde. Konden we echter de mug verstaan, dan zouden we vernemen dat ook zij met dit pathos door de lucht vliegt en het vliegende middelpunt van de aarde in zich voelt. Er is niets zo verwerpelijk en onaanzienlijk in de natuur of het wordt door de eerste de beste zucht van deze kracht van het kennen opgeblazen als een ballon; en zoals iedere kruier zijn bewonderaar wil hebben, zo meent zelfs de trotste mens, de filosoof, van alle kanten de ogen van het heelal telescopisch gericht te zien op zijn doen en zijn denken. “

Dus we mensen zijn toch maar muggen die zichzelf en hun kennis overschatten, volgens Nietzsche….

Een nieuwe Duitse roman,  “Mal Aria” van Carmen Stephan is geschreven uit het perspectief van een mug.

Maania en Pat Andrea

4 comments



Ik heb in een bundel van het koppel Herman Pieter de Boer/Pat Andrea, “Verhalen van lust en liefde” een vrolijker verhaal gevonden, dat ik bovendien zeer goed kan combineren met de foto’s van mijn april-volle-maan achter de magnolia.

——————————————————————————————

 

 


1937, liefde en magnolia bloeien

In het stadspark

maan magnolia1 Maania en Pat AndreaTussen de bloeiende magnolia’s door scheen een weke bundel maanlicht precies op het bankje, waardoor het leek of de dames een raar toneelstukje opvoerden. Ze zaten elkaar te kussen, innig als gelieven. Hun zomermantels waren opengeknoopt, hun witte dameshandjes schemerden dan hier, dan daar. De surveillerende agent was al driemaal langsgelopen. Het leer van zijn nieuwe dienstschoenen knerpte en piepte opvallend, maar de dames lieten zich niet afleiden en bleven elkaar omhelzen, zuch­tend en zoenend, woordjes lispelend. Hij nam zijn besluit, schraapte zijn keel en posteerde zich met de armen op zijn rug voor het tweetal.
‘Dames, wat moet dat?’
Nu keken ze op .
‘Kent u ons niet?’ vroeg de blondine verwonderd. Ze had haar nopjesvoile omhooggeslagen over haar hoedje om niet gehinderd te worden bij het kussen.
‘Ik zou het niet weten,’ zei de agent met zijn plattelandsaccent. Ze keken elkaar aan en proestten.

‘Waar komt u in hemelsnaam vandaan?’ vroeg de andere dame, een donker, haast Italiaans type met een gezichtje vol lippenstift.
maan magnolia2 Maania en Pat Andrea‘Dat heeft er weinig meer te maken,’ zei hij, terwijl hij op zijn schoenzolen naar voren wipte, zoals politiemannen dat wel doen, ‘maar als u het beslist wilt weten … ‘ Met enig ontzag in zijn stem sprak hij de naam uit van zijn geboortestreek, waar de beroemde schapenkaas gemaakt werd, waar lepelaars klapwiekten en de kerk op zondag jubelde van gezang, hij was trots op dat land, dat mocht men weten.
De vraagstelster giechelde tot zijn teleurstelling, met haar neusje gedrukt in de zachte mouw van de ander. Toen keek ze hem weer aan. ‘Ik dacht al,’ zei ze.
De blonde zei: ‘U bent hier nieuw in de stad.’

‘Dat klopt,’ zei de agent, ‘maar…’
maan magnolia3 Maania en Pat Andrea‘Nou ja, dan kon u het ook niet weten,’ zei ze. Ze schonk hem een vergevend glimlachje en voegde er met een wegwuifgebaartje aan toe: ‘Sans rancune, agent.’
De dames vlijden zich weer met een zucht in elkaars armen, ter­stond verloren voor de buitenwereld, Het leek of er geen pauze ge­weest was, of ze hem nooit gezien hadden, zo volkomen gingen ze op in elkaar, wild en teder tegelijk.
De agent fronste zijn wenkbrauwen voor meer gezag, opende zijn mond, maar wist geen tekst. Hij schuifelde wat heen en weer, en bleef nog kijken. Maar zijn oren begonnen te gloeien, zijn hoofd werd licht en hij kreeg last van gevoelens.

Hij rukte zijn blik los en liep weg.

maan magnolia4 Maania en Pat Andrea

Achter zijn rug hoorde hij geluidjes, geritsel van japonstof. Bin­nensmonds herhaalde hij langzaam één-twee-links-rechts, om zich te dwingen tot de politiemannentred. Het gekraak van zijn schoe­nen leek hem nu hoorbaar in het hele park.
Verderop zag hij een naakte man uit de vijver klimmen, hij had een eend bij de strot.
De agent stond een paar seconden stil, met stijf toegeknepen ogen. Hij haalde diep adem, toen hernam hij zijn bedaarde dienst­pas en probeerde te kijken als een echte stadsagent, met een uit­drukking van och ja, nou ja, dat kennen we wel. Zoiets, zo’n gezicht ongeveer.

pat andrea in het stadspark Maania en Pat Andrea

Shakespeare Naar het u bevalt/ As you like it

17 comments

Ik zag ineens dat er in de bomen langs de weg brieven hingen.
Ik maakte eentje open.

naar het u bevalt as you like it shakespeare1 Shakespeare Naar het u bevalt/ As you like it

De enveloppe was niet dicht geplakt, alleen dichtgevouwen. Er stond:

“Dit leven vindt, bevrijd van s’werelds woelen,
In bomen tongen en in beekjes boeken,
Wijsheid in stenen, goed in alle dingen.”

Klinkt goed, dacht ik, schreef het op in mijn agenda, en stopte het briefje terug in de enveloppe.

naar het u bevalt as you like it shakespeare2 Shakespeare Naar het u bevalt/ As you like it

naar het u bevalt as you like it shakespeare2 Shakespeare Naar het u bevalt/ As you like it



In de volgende brief stond:


“Wij, getrouwe geliefden, maken zonderlinge bokkensprongen; maar zoals alles in de natuur sterfelijk is, zo ook is de verliefde natuur dodelijk dwaas.”

Kan kloppen, dacht ik en schreef het op.

naar het u bevalt as you like it shakespeare5 Shakespeare Naar het u bevalt/ As you like it


“Wie onder groene bomen
Hier stil met mij wil dromen,
En graag zijn liedje zingt
Als ‘t vogelbekje klinkt,
Kom hier gezwind, gezwind, gezwind
Niets dat hem kwelt
In woud en velt
Dan regen, kou en wind.”
 
Ach, zo erg is het toch niet met kou en wind, dacht ik terwijl ik mijn sjaal om mijn hoofd wikkelde in de snijdende noordwestenwind.

naar het u bevalt as you like it shakespeare4 Shakespeare Naar het u bevalt/ As you like it
“Voor een minnaar die -God sta hem bij- geen stof tot conversatie heeft, is de delicaatste uitweg een kus.”

Zal ik onthouden, dacht ik, maar, wat zijn dit toch voor rare teksten?

 

naar het u bevalt as you like it shakespeare3 Shakespeare Naar het u bevalt/ As you like it

In de volgende, de laatste, stond:

“It was a lover and his lass,
With a hey, and a ho, and a hey nonino,
That o’er the green corn-field did pass
With a hey, and a ho, and a hey nonino,
In the spring time, the only pretty ring time,
When birds do sing, Hey ding a ding, ding:
Sweet lovers love the spring.
Between the acres of the rye,
With a hey, and a ho, and a hey nonino,
These pretty country folks would lie,
With a hey, and a ho, and a hey nonino,
In the spring time, the only pretty ring time,
When birds do sing, Hey ding a ding, ding:
Sweet lovers love the spring.
This carol they began that hour,
With a hey, and a ho, and a hey nonino,
How that a life was but a flower,
With a hey, and a ho, and a hey nonino,
In the spring time, the only pretty ring time,
When birds do sing, Hey ding a ding, ding:
Sweet lovers love the spring.
And therefore take the present time,
With a hey, and a ho, and a hey nonino,
For love is crowned with the prime
With a hey, and a ho, and a hey nonino,
In the spring time, the only pretty ring time,
When birds do sing, Hey ding a ding, ding:
Sweet lovers love the spring.”
 


Nu begreep ik het. Het is allemaal tekst uit Shakespeares lente-liefdes-komedie
As you like it/ Naar het u bevalt. (
Hier de volledige Engelse tekst).

Een of ander gek heeft deze briefjes in de bomen gehangen.
God alleen weet waarom.

[..in 'Naar het u bevalt' hangen ook heel wat briefjes in de bomen..]

“It was a lover and his lass” met muziek van Thomas Morley is
hier te beluisteren op You Tube

 

 

 

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

De sterrenbode: Galilei en de telescoop

no comment

Bertolt Brechts toneelstuk “Leben des Galilei” draait om de telescoop.

Brechts stuk is geschreven met de hulp  van historische documenten en geeft een aardige samenvatting en overzicht over de gebeurtenissen. Brechts Galilei maakt, net als de echte, slim gebruik van de Hollandse uitvinding – zowel technisch alsook commercieel.
Brechts Galilei:
Ik heb het onbeschrijflijke geluk gehad een nieuw instrument in handen te krijgen, waarmee een tipje van de sluier van het universum kan worden opgelicht .”

Galilei was niet de eerste die probeerde de telescoop te gebruiken voor astronomisch onderzoek, maar de eerste die dit met succes deed.

In zijn boek Sidereus nuncius “Sterrenbode” van 1610 gaf Galilei een verslag en tekeningen van zijn ontdekkingen met de verrekijker.
Hier een van Galileis mooie tekeningen van de maan:

galileos moon De sterrenbode: Galilei en de telescoop

Brecht heeft Galileis tekst over zijn revolutionaire ontdekkingen omgezet in een dialoog.
Galileis vriend Sagredo ziet de maan door de kijker:


“SAGREDO (door de telescoop kijkend, halfluid) De sikkel­rand is volkomen onregelmatig, gekarteld, oneffen. Op het donkere gedeelte, vlakbij de lichte rand, zijn lichtere plekken. Ze komen de een na de ander te voorschijn. Van daaruit kruipt het licht langzaam in de richting van de grotere lichtgevende helft, waar het ten slotte mee samenvloeit.

GALILEI Hoe verklaar je die lichtvlekken voor jezelf?
SAGREDO Maar dat kan niet.
GALILEI Toch is het zo. Het zijn bergen.
SAGREDO Op een ster?
GALILEI Reusachtige bergen. Waarvan de toppen door de opgaande zon verguld worden, terwijl het rondom, op de berghellingen, nog nacht is. Je ziet het licht van de hoogste toppen naar de dalen om- laagkruipen.
SAGREDO Maar dat is in tegenspraak met twee­duizendjaar astronomie.
GALILEI Zo is het. Wat je ziet heeft buiten mij nog geen mens gezien. Jij bent de tweede.
SAGREDO Maar de maan kán geen aarde zijn met bergen en dalen, net zo min als de aarde een ster kan zijn.
GALILEI De maan kán een aarde zijn met bergen en dalen, en de aarde kán een ster zijn. Een doodgewoon hemellichaam, één onder duizenden. Kijk nog eens. Is de donkere helft van de maan volslagen donker?
SAGREDO Nee. Nu ik erop let, zie ik dat er een zwak, askleurig licht over valt.
GALILEI Wat kan dat voor licht zijn?
SAGREDO …
GALILEI Het komt van de aarde.
SAGREDO Dat is onzin. Hoe kan de aarde licht geven met al zijn gebergten en bossen en zeeën, een koud hemellichaam?
GALILEI Zoals de maan licht geeft. Omdat die twee sterren allebei beschenen worden door de zon, daarom geven ze zelf licht. Wat de maan voor óns is, dat zijn wij voor de maan. En hij ziet ons één keer als sikkel, één keer als een halve cirkel, één keer vol en één keer helemaal niet .
SAGREDO Dan zou er dus geen verschil tussen de maan en de aarde zijn?
GALILEI Blijkbaar niet. ”
—————————————————————————

En over de manen van de Jupiter, door Galilei ontdekt, maakt Brecht deze dialoog:

“GALILEI Sagredo, ik vraag me af. Sinds eergisteren vraag ik ‘t me af. Daar heb je Jupiter. (hij stelt de kijker in) Er staan namelijk vier kleinere sterren vlakbij hem, die je alleen door de kijker kan zien. Ik zag ze maandag, maar nam niet speciaal notitie van hun stand. Gisteren keek ik weer naar ze. Ik had kunnen zweren, dat ze alle vier anders stonden. Ik heb hun stand genoteerd. En ze staan wéér anders. Wat is dat? Ik zag er toch vier. (opgewonden icon smile De sterrenbode: Galilei en de telescoop Kijk zelf!
SAGREDO Ik zie er drie.
GALILEI Waar is de vierde? Daar zijn de tabellen. We moeten uitrekenen, wat voor baan ze beschreven kunnen hebben.
Ze gaan opgewonden aan het werk. Het wordt donker op het toneel, men blijft echter aan de ronde horizon Jupiter en zijn begeleidingssterren zien. Als het weer licht wordt, zitten ze nog steeds aan tafel, hun winterjassen aan.
GALILEI Het is bewezen. De vierde kan alleen achter Jupiter verdwenen zijn, waar je hem niet kan zien. Daar heb je nu een ster, waar een andere omheen draait. ……”

Hier Galileis originele aantekeningen:
galileonotebook De sterrenbode: Galilei en de telescoop
—————————————————————————-
In scene 4 bij Brecht probeert Galilei vergeefs de Florentijnse geleerden zo ver te krijgen om door de telescoop te kijken. De geleerden willen dat niet, omdat zij aan de theoretisch-theologische, on-empirische “waarheid” van Aristoteles gehecht zijn.

Brechts Galilei:
“De waarheid is het kind van de tijd, niet van de autoriteit.”

Galilei heeft uiteindelijk onder druk van de kerk afgezworen. Bij Brecht doet hij dat met de beroemde uitspraak:
Ongelukkig het land, dat helden nodig heeft. “

Maar Galileis laatste belangrijke boek (Discorsi e dimonstrazioni matematiche intorno a due nuove scienze;  Verhandlingen en wiskundige bewijzen rond twee nieuwe wetenschappen) werd het land uit gesmokkeld, naar Holland en werd in 1638 in Leiden gedrukt.

Inmiddels heeft Galilei zelfs van de kerk gelijk gekregen, die geen tegenstelling meer ziet tussen haar eigen leer en die van Galilei.

Verleiding om te lezen: Nabokov Lolita

11 comments
lolita1 Verleiding om te lezen: Nabokov Lolita

Nabokov Lolita foto: Maria Trepp

lolita2 Verleiding om te lezen: Nabokov Lolita

Nabokov Lolita foto: Maria Trepp

P.F. Thomése noemt vandaag in Cicero vijf boeken die een onuitwisbare indruk op hem hebben gemaakt. Op nummer 2 staat bij hem Vladimir Nabokov met Lolita.
Ik heb net Lolita gelezen, voor het eerst, en ben er diep van onder de indruk. Natuurlijk, van een wereldberoemd boek verwacht je niets anders dan hoge kwaliteit …maar toch.

Lolita hoort “men” te hebben gelezen, maar ik had het boek nog niet gelezen, en dat was waarschijnlijk ook nu nog zo, als ik niet een maand geleden op Station Den Haag Hollands Spoor een zeer mooi meisje had gezien dat liggend lezend op de trein wachtte. Ik vroeg of ik een foto van haar mocht maken, en het mocht. Pas toen ik haar van dichtbij voor de lens had, zag ik dat zij Lolita las, en ik nam dat als gelegenheid deze roman eindelijk zelfs eens te lezen.

 

Ik ben een fan van bekentenisliteratuur. Mijn favoriet uit de Duitse literatuur is ‘Bekentenissen van den oplichter Felix Krull’  van Thomas Mann.

Al het voorwoord van Lolita is een parel, met de ironische opmerkingen over lezers, die de ‘echte’ mensen achter het ‘ware’ verhaal zoeken. De psychopathologie van de fictieve dagboekschrijver wordt gecontrasteerd met het feit dat een tijdige psychopathologische behandeling van deze man het boek had ongeschreven laten blijven. Wie verteld hier over wie en wat? Het is van begin af aan een dolhof.

Het perspectief van een terugblikkend moordenaar en pedofiel kan literair niets anders opleveren dan tragikomiek. De tragiek wordt dan ook gecompenseerd, vooral in het begin, door komische en ironische passages. Al in de eerste alinea schrijft Humbert Humbert (alleen de naam al!):
“Bij een moordenaar kan je altijd vertrouwen op een zwierige prozastijl”.

Zoals iedereen – het is Westers cultuurarf- wist ik waar Lolita over ging. Maar ik was toch erg verbaast over de leeftijd van Lolita- twaalf! – en over de explicietheid van de verleidingscènes. Vóór het zover is wendt zich Humbert Humbert schijnheilig aan de lezers:

“Alstublieft, lezer: hoezeer u zich ook ergert aan de teerhartige, ziekelijk gevoelige, oneindig omzichtige held van mijn boek, sla deze wezenlijke bladzijden niet over! Stelt u zich mij voor; ik zal niet bestaan als u zich mij niet voorstelt; probeer de hinde in mij te bespeuren, bevend in het bos van mijn eigen zondigheid; laten we zelfs wat glimlachen. Ten­slotte kan een glimlach geen kwaad. Ik had bijvoorbeeld (ik schreef bijna ‘bevobbeld’) geen plaats om mijn hoofd te laten steunen, en mijn ongerief werd nog verergerd door een aan­val van maagzuur [...] “ ( p 158 in mijn uitgave, Bezige Bij 2008)

Krijsen van het lachen kan ik ook bij de passages waar Humbert zich aan de psychiater wendt die het boek als dossier gebruikt:

“[....]
De bekwame psychiater die mijn geval bestudeert – en die dankzij Dr. Humbert inmiddels, naar ik aanneem, in de toe­stand van gebiologeerd konijn is beland – wil ongetwijfeld graag dat ik mijn Lolita meeneem naar zee en daar, eindelijk, de ‘bevrediging’ vind van een levenslange behoefte, en bevrij­ding van de ‘onderbewuste’ obsessie van een onvolkomen jeugdromance met de oorspronkelijke kleine juffrouw Lee.
Welnu, makker, laat ik je dan zeggen dat ik héb gezocht naar een strand…” (p 203)

Het is een boek om te lachen en om te huilen. Zeer nauwkeurig beschrijft Nabokov uit het perspectief van Humbert  dat Lolita zelf weinig plezier beleeft aan de seks en helemaal geen intimiteit zoekt. Met een referentie aan Lewis Carroll en Alice schrijft hij:

“Ze was binnengekomen in mijn wereld, het duistere en zwar­te Humberland, met onstuimige nieuwsgierigheid; ze keek er rond met schouderophalende geamuseerde afkeer; en nu leek ze me op het punt te staan zich ervan af te wenden met iets wat grensde aan uitgesproken walging. Nooit sidderde ze on­der mijn aanraking, en een snerpend ‘hoe haal je het in je hoofd?’ was alles wat ik voor mijn moeite kreeg. Boven het wonderland dat ik te bieden had, gaf mijn domoor de voor­keur aan de meligste films, de meest weeë flauwekul.[...] “
  (p 203)

Zie ook
Vladimir Nabokov discusses his brillant novel “Lolita” on “Close Up”, a circa 1950′s CBC program.
www.passagenproject.com

Alice en de sprekende bloemen/ Pat Andrea

6 comments


[...]
,,0, Tijgerlelie!” zei Alice, en ze wendde zich tot één die zich bevallig op de wind wiegde. “Ik wou dat u kon praten!”
“Dat kunnen we,” zei de Tijgerlelie, “als er iemand is die de moeite waard is.”
Alice was zo verbaasd, dat ze een hele tijd niets kon zeggen: ze was gewoon ademloos. Tenslotte, toen de Tijgerlelie alsmaar bleef wiegen sprak ze weer, op een be­deesde fluistertoon: “En kunnen alle bloemen spreken ?”
“Net zo goed als jij,” zei de Tijgerlelie, “en heel wat luider.”
“Het staat niet, als wij beginnen, weet je,” zei de Roos, “en ik was werkelijk benieuwd of jij iets zou zeggen! Ik zei bij mezelf: ,Haar gezicht lijkt niet hele­maal dom, hoewel ze natuurlijk allerminst verstan­dig is! Toch heb je een goede kleur, en dat wil heel wat zeggen.’ ”
“Haar kleur kan me niet schelen,” merkte de Tijgerlelie op. “Als haar bloemblaadjes maar niet zo
hingen zou het best gaan.”

pat andrea alice tuin levende bloemen Alice en de sprekende bloemen/ Pat Andrea

Hier bij Pat Andrea heeft Alice helemaal geen kleur.

De bloemen zijn onaardig tegen Alice, en gedragen zich als vinnige vrouwen die een vrouw van lagere status afkraken. De hele passage is dan ook een parodie op sentimentele bloemengedichten, waar vrouwen regelmatig met bloemen vergeleken worden. In dit hoofdstuk in Alice in Spiegelland nemen niet de vrouwen de eigenschappen van de bloemen over, zoals gebruikelijk in de poëzie, maar de bloemen hebben de onvriendelijkheid van gezelschapdames en geven steken onder water.

zie ook mijn andere blogs met illustraties van Pat Andrea:

Pat Andrea: illustraties bij Alice in Wonderland en Spiegelland
Cheshire cat
Twiedeldum en Twiedeldie/Kraai
Alice and Jabberwocky
Alice, duif en slang
Alice en de sprekende bloemen
Vrouw en hond
De eenhoorn in kunst en literatuur
Vorm en ontbinding: Démasqué der Schoonheid
Illustratie bij: H P de Boer, Verhalen van lust en liefde/Maan en magnolia


Hier een tijgerlelie van Maria Sibylla Merian, over wie ik eerder heb geschreven.
maria merian tijgerlelie Alice en de sprekende bloemen/ Pat Andrea

 

Alice in Wonderland: Jabberwocky/Pat Andrea

14 comments

In het eerste hoofdstuk van “Through the looking glass” (Alice in Spiegelland) van Lewis Carroll slaat Alice een boek open met een nonsensgedicht.

“…..There was a book lying near Alice on the table, and while she sat watching the White King (for she was still a little anxious about him, and had the ink all ready to throw over him, in case he fainted again), she turned over the leaves, to find some part that she could read, ‘–for it’s all in some language I don’t know,’ she said to herself.
It was like this.

YKCOWREBBAJ
sevot yhtils eht dna,gillirb sawT’
ebaw eht ni elbmig dna eryg diD
,sevogorob eht erew ysmim llA
.ebargtuo shtar emom eht dnA

She puzzled over this for some time, but at last a bright thought struck her. ‘Why, it’s a Looking-glass book, of course! And if I hold it up to a glass, the words will all go the right way again.’
This was the poem that Alice read.

JABBERWOCKY
‘Twas brillig, and the slithy toves
Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.

‘Beware the Jabberwock, my son!
The jaws that bite, the claws that catch!
Beware the Jubjub bird, and shun
The frumious Bandersnatch!’

He took his vorpal sword in hand:
Long time the manxome foe he sought–
So rested he by the Tumtum tree,
And stood awhile in thought.

And as in uffish thought he stood,
The Jabberwock, with eyes of flame,
Came whiffling through the tulgey wood,
And burbled as it came!

One, two! One, two! And through and through
The vorpal blade went snicker-snack!
He left it dead, and with its head
He went galumphing back.

‘And hast thou slain the Jabberwock?
Come to my arms, my beamish boy!
O frabjous day! Callooh! Callay!’
He chortled in his joy.

‘Twas brillig, and the slithy toves
Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.

‘It seems very pretty,’ she said when she had finished it, ‘but it’s RATHER hard to understand!’ (You see she didn’t like to confess, ever to herself, that she couldn’t make it out at all.) ‘Somehow it seems to fill my head with ideas–only I don’t exactly know what they are! However, SOMEBODY killed SOMETHING: that’s clear, at any rate–’ “

Hier de fantastische illustratie die Pat Andrea erbij heeft gemaakt, nu te zien in het Haagse Gemeentemuseum ( zie ook mijn blog van gisteren)

pat andrea alice jabberwocky Alice in Wonderland: Jabberwocky/Pat Andrea

“Jabberwocky” is in heel veel talen vertaald.

De website met de vertalingen geeft drie Nederlandse vertalingen aan:
De Krakelwok (Ab Westervaarder & René Kurpershoek)
Wauwelwok (Alfred Kossmann & C. Reedijk)
Koeterwaal ( Nicolaas Matsier)

Welke vinden jullie de leukste?



Midzomernachtsdroom: de vrouw in de maan

30 comments

De maan is de eigenlijke hoofdpersoon in Shakespeare’s “Midzomernachtsdroom“.

De openingszinnen van Theseus en Hippolyta gaan over de stand van de maan:

THESEUS Nu draaft ons bruiloftsuur gezwind nabij,
Hippolyta; vier blije dagen brengen

Een nieuwe maan. Maar o, wat neemt die oude
Toch langzaam af! Zij stremt al mijn verlangens,
Zoals een weduwe die, oud en kwijnend,
Nog met haar schoonzoons rente ‘t leven rekt.

HIPPOLYTA Vier dagen zinken weldra weg in nacht,
Vier nachten zullen snel de tijd verdromen;
Dan wordt de zilvren boog der maan opnieuw
Gespannen aan de hemel, en aanschouwt
Zij onze bruilofsnacht.”

En ook later in het stuk wordt de maan vele keren genoemd.

De maan treedt ook zelf op en spreekt, met een lantaarn in zijn hand (in scene 5,1: de Pyramus en Thisbe – parodie).

Eerst zegt de maan:

Deze lantaarn is de gehoornde maan,
Ik ‘t mannetje in de maan, neem dat maar aan.”

De “gehoornde maan” is – zoals de hele Pyramus en Thisbe-episode – een aanspeling op Ovidius’ Metamorphoses, waar de volle maan meerdere malen aangeduid wordt als “de horens tot een schijf sluitend” ( boek 2; 344 en 455)

Later in dezelfde scene 5,1 zegt de Midzomernachts-maan nog eens (ik haal het nu aan in het Engels):

All that I have to say, is to tell you, that the lanthorne is the moon; I, the man in the moon; this thorne bush, my thorne bush; and this dog, my dog.”

Eigenlijk zou de genoemde “man in de maan” beter de “vrouw in de maan” moeten heten, tenslotte is de godheid van de maan een vrouw: Diana, die door meerere motieven ook nauw verbonden is aan Shakespeare’s Midzomernachtsdroom. De hond bijvoorbeeld, die door de man in de maan wordt genoemd, speelt aan op de Actaeon-episode in de Metamorphoses, waar Actaeon de badende Diana bespiedt en voor straf van zijn eigen honden wordt verscheurd.

Dus ik maak nu van Shakespeare’s tekst:

“Ik moet u allen vertellen, dat de lantaarn de maan is, ik ben het vrouwtje in de maan, die doornstruik is mijn doornstruik en die hond is mijn hond.”

midzomernachtsdroom maan Midzomernachtsdroom: de vrouw in de maan

emil nolde midzomernachtsdroom midsummernightsdream soomernachtstraum Midzomernachtsdroom: de vrouw in de maan

Emil Nolde, Midzomernachtsdroom, 1910

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

Postmoderne en literatuur(kritiek)

14 comments

Hier wat leesvoer voor mensen die graag met mij door willen gaan in de discussie over wetenschap, waarheid, objectiviteit en postmoderne.

De in mijn vorige blog genoemde Jerker Spits ( Wetenschap en politiek) heeft in Jaffe Vinks Trouw/Letter &Geest -bijlage in 2005 een uitvoerige discussie over de postmoderne gevoerd, die ik hier voor jullie toegankelijk maak.

Spits positioneert zich hier als een ware Burkiaan: als Plato-fan, en Foucault-hater. Hij keert zich tegen Foucault die met Nietzsche zeer terecht de machtdimensie in de wetenschap aan de orde heeft gesteld:

“Ook de filosoof Michel Foucault had fundamentele kritiek op het waarheidsstreven. In navolging van Nietzsche beschouwde hij de wil tot waarheid als een wil tot macht. Het westerse humanisme zou als ‘ ideologie van de onderdrukking’ bestaande machtsverhoudingen legitimeren en zijn voorstellingen opdringen aan andere culturen. Door begrippen te hanteren als goed en kwaad, maatschappelijk en onmaatschappelijk, zou aan bepaalde groeperingen het recht van spreken worden ontzegd. Het begrijpen van machtsverhoudingen in een politiek bepaald ‘ discours’ verbond Foucault met een strijdbare inzet voor alternatieve opvattingen. “

…en meer over de canon:

Cyrille Offermans schrijft in zijn bundel “Schipbreuk’ een essay met de titel “Een canon is niet van deze tijd”:

“’Canon’ is Grieks voor rietstok. De richtlat van bouw- en timmerlieden werd canon genoemd, in de muziekleer van Euclides wordt het monochord ermee aangeduid. Pas ten tijde van de eerste grote expansie van het christendom, omstreeks 350, krijgt het woord de overdrachtelijke, tot op heden gebruikelijke betekenis van alle officieel erkende (bijbel) boeken waarin de normatieve grondregels voor een deugdzaam leven zijn vastgelegd. ‘In het verlengde hier­van,’ aldus de Toelichtingen bij de Nieuwe Bijbelvertaling, ‘is met de canon bedoeld: de lijst met heilige boeken die de kerk erkent als goddelijk geïnspireerd en die de zuivere ge­loofsregels bevatten.’ “ ( p 169)
“Bij de kwestie betreffende de literaire canon voor het middelbaar onderwijs] gaat het niet om belangrijk geachte hoofdstukken uit de li­teratuurgeschiedenis maar om boeken: welke boeken moet een scholier in elk geval lezen voor het vak literatuur, al of niet als onderdeel van het vak Nederlands.

Offermans: “Dat zoveel mensen weer naar een canon verlangen mag symptomatisch zijn voor de culturele verwarring die men­sen zeggen te ervaren, het is niettemin een hoogst dubieus, want restauratief verlangen. Een canon hoort thuis in een gesloten, hiërarchische samenleving waarin het volk met doctrinaire middelen wordt ingepeperd welke gedachten het erop na moet houden en welke niet.”( p 171)

Precies en dergelijke hierarchische patriarchale samenleving is het dan ook waarnaar Jerker Spits en zijn vrienden van de Edmund Burke Stichting verlangen.

Offermans: “Maar de Verlichting, uit naam waarvan onze nationalistische canonpropagandisten denken te spreken, begon net met een kritiek op de bijbelse leerstellig­heid. “

Offermans merkt op dat samen met de katholieke canon  “ook ooit een lijst met verboden boeken moest komen. De Index librorum prohibitorum is de natuurlijke bondgenoot van de canon” ( p 172)
En inderdaad, de Edmund Burke Stichting refereert op haar website aan een lijst met “worst  boeks”: The fifty worst books of the Century !!

Offermans:
“Heeft het in deze context nog zin om over een canon te spreken? Ik zou denken van niet. Niemand is in de positie om voor te schrijven wat er gelezen of hoe er geleefd moet worden, de figuur van de oppercriticus of oppercensor kennen we alleen uit dictaturen. Er is ook niemand die met een goed geweten naar die functie zou kunnen sollicite­ren, want wie kan er zoveel lezen dat hij de gehele litera­tuur, of desnoods alleen de Nederlandstalige, werkelijkkan overzien? En vooral: wie denkt in staat te zijn in die ontzagwekkende hoeveelheid boeken een eenduidige, voor alle bewoners van de republiek der letteren aanvaardbare hiërarchie aan te brengen?
Elke poging tot een nieuw canonontwerp maakt de on­mogelijkheid daarvan duidelijk. Er ontstaat altijd onmid­dellijk trammelant, het regent tegenontwerpen en inge­zonden brieven. Waarom die wel en die niet? Te weinig vrouwen! Waar zijn onze allochtone auteurs, waar de co­lumnisten, waar de Vlamingen? Zoveel stemmen, zoveel zinnen – niet verwonderlijk dat elke canondiscussie ver­zandt in een kakofonie van verontwaardigde geluiden waar­van ook de meest door de wol geverfde polderaar niets sym­fonisch kan maken. “ ( p 174)

Offermans is tegen een canon, maar is voor een brede ( literaire) vorming, voor “Bildung” en voor leescultuur op school.

Daarbij sluit ik mij aan.

Actueel is inmiddels  (juli 2009) de discussie over literatuur en postmoderne door de stellingname van Thomas Vaessens voor de postmoderne (zie bijvoorbeeld NRC 3 juli 2009, interview met Elsbeth Etty)

Ik ben het met Vaessens eens dat literatuurcritici en schrijvers de eigen uitgangspunten transparent moet maken (Spits c.s. menen de objectiviteit in pacht te hebben- en dat is dan ook het ergste voor mij: mensen die hun eigen subjectiviteit als objectiviteit willen verkopen..)

Ook ben ik het met Vaessens eens dat onderhoudend lectuur een object van literatuurwetenschap kan en moet zijn.

Niet eens ben ik met hem als hij zou menen dat er geen kwaliteitsverschil is tussen verschillende soorten literatuur.

Die is er natuurlijk wel.
Er is complexe en minder complexe literatuur, zowel wat vorm alsook wat inhoud betreft.
Er is literatuur die meer van een lezer vraagt dan andere.

zie ook

Michel Foucault: Free Lectures on Truth, Discourse & The Self

Zwarte zwanen

22 comments

Na het witte zwanengezin hier een zwart zwanengezin, vandaag gefotografeerd bij de Leidse kinderboerderij Merenwijk

zwanengezin Zwarte zwanen

zwartezwaanjong Zwarte zwanen

En hier een heel mooi Leids muurgedicht van Paul Marijnis, “Zwarte zwanen”
marijnis Zwarte zwanen

En illustraties bij dit gedicht……
zwartezwanen2 Zwarte zwanen

spiegel2 Zwarte zwanen

en nu de clou: de echte zwarte zwaan die gretig toehapte toen hij mijn witte lingerie zag….
zwaanhapt Zwarte zwanen

neree tot babberich zwarte zwanen black swans 1901 Zwarte zwanen

Karel de Neree tot Babberich, Zwarte zwanen, 1901

(Tot september 2009 te zien in het gemeentemuseum Den Haag)

Ten slotte:

Om de zaak ook nog in het politiek-filosofische te trekken, lees de uitstekende Vk-column van Pieter Hilhorst Zwarte zwanen….

Morbide slangen: het leven is maar een droom

20 comments

 

Ik houd van de Duitse barokliteratuur: de gedichten van Gryphius en van de beroemde barokroman Simplicius Simplicissimus van Grimmelshausen.

De Asam-Kerk in München (St. Johann Nepomuk ) kende ik niet van binnen, maar ik nam me voor om ernaar toe te gaan, zodra ik weer in München ben.

Nu ben ik er geweest.
asam1 Morbide slangen: het leven is maar een droom
Indrukwekkend, en zo barok het maar kan.
Rechts van de ingang, boven aan de muur, zag ik een levende dode, die een gouden slang om zijn borst en armen gewonden had: een bijzonder en opvallend motief.

asam2 Morbide slangen: het leven is maar een droom
Een ander wraakengel-figuur erboven had zelfs een cobra (?) om zijn arm.

Ik heb op internet gezocht, wie de levende dode zou kunnen zijn, en ik vond zeerinteressante informatie.

De afgebeelde scène is afkomstig uit een tragikomisch Jezuitendrama:  Jakob Bidermanns ‘Cenodoxus, in feite een literaire voorloper van Goethes Faust:

“Just after entering St. Johann Nepomuk in Munich [...] we see on top of the confessional a sculptural group showing a corpse, entwined by snakes, one arm raised in anger, the mouth opened in a scream. Towering over the restless corpse a man, perhaps a monk, raises his right arm in a gesture that does not so much extend help as establish distance. This gesture is echoed by the putto below, who uses one of his wings to shield his eyes from the disturbing vision.

MORS PECCATORUM PESSIMA, proclaims the inscription above: “The death of sinners is the worst.”

Egid Quirin Asam’s contemporaries would have had no difficulty recognizing in this group a representation of the last scene of Jakob Bidermann’s Cenodoxus. The play closes in heaven. After a very sudden death, the doctor of Paris, who with Faust-like pride had sought to raise himself beyond the human condition, is called before God’s judgment throne and condemned to eternal suffering. Meanwhile, on earth, those mourning the death of this honored man are frightened by the corpse’s refusal to lie still. Three times it raises itself and speaks, the first two times to report an the trial taking place in heaven, the third time to tell of the judgment and to curse both the mother who bore him and himself. One of those watching this terrifying spectacle, a certain Bruno, recognizing the vanity of what the world thinks important, leaves society and becomes a hermit. Friends follow his example (Bruno is the founder of the Carthusian order); their example in turn was followed by members of the audience. The theatrical performance spilled over into life.

It is a typically baroque conclusion. The obsession with time and death, the emphasis on pride that refuses to acknowledge man’s mortality, are thoroughly Christian, and especially baroque.
[..]  Even the most powerful are not masters of their lives. Life is like smoke, pulled apart by a strong wind; or like a carnival play, or like a firework that, hardly begun, is already over.
In poem after poem, play after play, we hear the same refrain:
Vita enim hominum,
Nil est, nisi somnium,

as Bidermann’s Chorus mortualis sings. “We are such stuff as dreams are made on.”

——————Zo ver Karsten Harris. ——————————————-

Wat me bijzonder aantrekt in de barokke kunst, en het bijzonder in deze Asam-kerk: de mengeling van genres, vooral van beeldende kunst en toneel.

Nog bij de citaten uit Cenodoxus:
Vergelijk ook: Shakepeare, The Tempest:
We are such stuff
As dreams are made on; and our little life
Is rounded with a sleep
.”

En: Goethe, Faust, Zueignung ( = de tekst die helemaal aan het begin van Faust staat)  over de schaduwwereld van de herinnering. Goethe spreekt hier zijn eigen verzonnen figuren aan, die hem zijn leven lang hebben begeleid. Zijn tekst spiegelt veel van wat ik voel als ik in München ben:

“Ihr naht euch wieder, schwankende Gestalten,
Die früh sich einst dem trüben Blick gezeigt.
Versuch ich wohl, euch diesmal festzuhalten?
Fühl ich mein Herz noch jenem Wahn geneigt?
Ihr drängt euch zu! nun gut, so mögt ihr walten,
Wie ihr aus Dunst und Nebel um mich steigt;
Mein Busen fühlt sich jugendlich erschüttert
Vom Zauberhauch, der euren Zug umwittert. Ihr bringt mit euch die Bilder froher Tage,
Und manche liebe Schatten steigen auf;
Gleich einer alten, halbverklungnen Sage
Kommt erste Lieb und Freundschaft mit herauf;
Der Schmerz wird neu, es wiederholt die Klage
Des Lebens labyrinthisch irren Lauf,
Und nennt die Guten, die, um schöne Stunden
Vom Glück getäuscht, vor mir hinweggeschwunden.”

Ik heb nog veel meer interessante slangen gevonden in München, hier een foto uit de Frauenkirche, waar slangen zo te zien het vlees wegvreten rond de beenderen van een mens.

frauenkirche Morbide slangen: het leven is maar een droom

Ik houd van deze groteske kunst, een contrapunt tot al de saaie geïdealiseerde heiligen!

Een Stockhausen-parodie: Tristanakkoord

no comment

Bij de dood van de Duitse componist Karlheinz Stockhausen een leesaanbeveling: de roman Tristanakkoord van de Duitse schrijver (en literatuurwetenschapper) Hans-Ulrich Treichel, waar de figuur Bergmann een leuke Stockhausen-karikatuur is.
Ik vind deze roman uit 2000, die – net als andere leuke romans van Treichel –  ook in het Nederlands is vertaald, schitterend, amusant, geestig, en om tranen te lachen. Een ironische kritiek op heldenvertoon en heldenallures.

De roman leeft van de tegenstelling tussen de klungelige Kafkaëske germanist-promovendus Georg en de Übervater Bergmann/Stockhausen.

Uit de recensie van Anneriek de Jong: “Bergmann is een Duitse componist van wereldfaam, ‘een soort Brahms of Beethoven’, schat Georg, die een klusje voor hem mag doen. Bergmann heeft alles wat Georg niet heeft: vrouwen, lef, roem, geld, ideeen en een aristocratisch profiel. Georg corrigeert Bergmanns memoires. Boven hem zoemt de elektrische puntenslijper van zijn baas. Die componeert zo snel dat het Georg ‘euforisch verkwikt’. Maar niet heus. Vergeefs probeert de dichter een gedicht te schrijven over de vergeefse poging een gedicht te schrijven.
Via Schotland en New York reizen we achter de componist en zijn assistent aan naar Sicilië. Stuk voor stuk excentrieke locaties die Treichel nuchter beschrijft. Zoals hij ook de excentrieke kanten van Bergmann bijna droogkomisch weergeeft.[...] ” (NRC 2-3-2001)

Hier als smaakproef een scène , die gaat over Bergmann en zijn concurrenten en de kwestie wie wel en wie niet in de memoires en het bijhorende persoonregister van Bergmann moet worden opgenomen:

“[...] wel waren er ook nog Scheer en Witte, die beiden ongeveer van dezelfde leeftijd waren als Bergmann en Nerlinger, en die sinds tientallen ja­ren werkzaam waren en internationale bekendheid genoten, maar Scheer noch Witte was werkelijk een concurrent. Bergmann had hem [de germanist Georg, M.T.] op een van de avonden bij het haardvuur over zijn generatiegeno­ten verteld en Georg had aanvankelijk de indruk dat hij uiterst welwillend tegenover hen stond. Vooral Scheer en Witte loofde hij nadrukkelijk vanwege hun consequente eigenzinnigheid, zoals Bergmann het noemde. Scheers eigenzinnigheid bestond erin dat hij zelfs bouwkranen en sloopkogels in zijn composities gebruikte, wat in een normale concert­zaal natuurlijk niet te doen was. Witte daarentegen was in zoverre eigenzinnig dat hij verschillende on­derzoeksinstituten en rekencentra voor zijn com­posities nodig had. Voor een van zijn beroemdste orkeststukken, Pythagoras’ Wortel uit Een, had hij zelfs de CERN in Genève in de arm genomen. ‘Zonder atoomonderzoek doet Witte het niet meer,’ zei Bergmann. Hijzelf had alleen papier, een potlood en een puntenslijper nodig. Maar Witte een deel­tjesversneller. Bergmann zei dat hij hoopte dat Wit­te en Scheer nog veel composities voor sloopkogel, bouwkraan, deeltjesversneller en onderzoekscen­trum zouden schrijven. ‘Ik juich dat van harte toe,’ zei Bergmann. Dat maakte de speelplannen en con­certzalen vrij voor zijn eigen werken, en daarmee was immers iedereen gediend. En dus kon Berg­mann ook betrekkelijk onbewogen Witte en Scheer lof toezwaaien in zijn memoires. Nerlinger daaren­tegen kon hij minder onbewogen lof toezwaaien. Nerlinger schreef net als Bergmann opera’s en sym­fonieën. Met potlood en geschikt voor opera- en concertzalen. Het liefst zou Bergmann Nerlinger helemaal niet noemen. Maar dat zou opvallen. Dus hij had hem wel genoemd, maar slechts één keer en alleen omdat ze in de jaren zestig eens beiden bij een receptie van de bondspresident waren geweest en Nerlinger voor hem in de rij had gestaan. ‘Voor me stond Nerlinger,’ luidde de passage, ‘en achter me Sepp Herberger.’ Natuurlijk was dat niet groot­moedig, maar kleingeestig, dat wist ook Bergmann, hoewel hij Georg verzekerde dat het precies zo ge­gaan was. Georg was eveneens van mening dat Berg­mann niet Nerlinger níet kon noemen. Daar zou de pers ogenblikkelijk op afvliegen, Een moment over­woog Georg of Bergmann Nerlinger misschien zou kunnen vergeten. Maar hoe kon je het vergeten van Nerlinger onderscheiden van het bewust niet-noe­men van Nerlingen? Een literair stijlmiddel voor dit onderscheid moest nog worden uitgevonden. Georg nam zich voor deze problematiek in zijn achter­hoofd te houden voor zijn proefschrift. Maar Bergmanns probleem met Nerlinger kon in elk geval niet door vergeten worden opgelost. Restte alleen een andere benadering: Nerlinger veel noemen. Georg stelde Bergmann voor de naam Nerlinger op andere plaatsen in het boek te verwerken. Om de tien bladzijden zou in Bergmanns memoires de naam Nerlinger moeten voorkomen. Zoals elke tien minuten in de Tristan het Tristanakkoord klinkt. Toen Bergmann Georgs voorstel hoorde, antwoord­de hij onmiddellijk wat geïrriteerd: ‘Onmogelijk’, zweeg vervolgens een tijdje en zei ten slotte dat hij een idee had. Omdat het boek eindigde met het ver­blijf in Schotland en de voltooiing van Pyriphlegethon voor groot orkest, zou hij ook de overhandiging van de vleugel, de persconferentie, de journalisten met hun rode gezichten en de vraag over Nerlinger en natuurlijk ook zijn briljante antwoord daarop in het boek opnemen. ‘Dat is de oplossing,’ zei Berg­mann en ook Georg was het met hem eens en zei dat in dat geval Nerlinger natuurlijk ook in het namen­register moest worden opgenomen. ‘Geen pro­bleem,’ vond Bergmann, zodat Georg ook meteen nog naar Sepp Herberger vroeg. ‘Ook opnemen,’ zei Bergmann genereus.
( pagina 84 ff)

Contemplatie: een roerloze dans/ T.S. Eliot

no comment



m101 cfht 1 Contemplatie: een roerloze dans/ T.S. Eliot

In zijn essay over Spinoza en Einstein haalt de Amsterdamse Spinoza-hoogleraar 2007 Herman de Dijn een mooi gedicht van T.S. Eliot aan, in een vertaling van Herman Servotte. Het is een gedeelte van het eerste van de Four Quartets:

“Op het roerloze punt van de wentelende wereld. Vlees noch vleesloos
Van noch naar; op het roerloze punt, daar is de dans
Maar rust noch beweging. En noem het geen verstarring,
Waar verleden en toekomst verenigd zijn. Beweging van noch naar,
Stijgen noch dalen. Indien het punt er niet was, het roerloze punt,
Zou er geen dans zijn, en er is enkel de dans.
Ik kan enkel zeggen daar zijn we geweest maar ik kan niet zeggen waar.
En ik kan niet zeggen hoe lang, want dat is het plaatsen in tijd.
De innerlijke bevrijding van elk praktisch verlangen,
Verlossing uit actie en lijden, verlossing van innerlijke
En uiterlijke dwang, maar gehuld in
Gratie en zin, een wit licht roerloos bewegend,
Erhebung zonder beweging, concentratie
Zonder verwerping, een nieuwe wereld
En ook de oude verhelderd, begrepen,
In de voltooiing van zijn partiële extase,
En de verdwijning van zijn partiële gruwel.

[At the still point of the turning world. Neither flesh nor fleshless;
Neither from nor towards; at the still point, there the dance is,
But neither arrest nor movement. And do not call it fixity,
Where past and future are gathered. Neither movement from nor towards,
Neither ascent nor decline. Except for the point, the still point,
There would be no dance, and there is only the dance.
I can only say, there we have been: but I cannot say where.
And I cannot say, how long, for that is to place it in time.
The inner freedom from the practical desire,
The release from action and suffering, release from the inner
And the outer compulsion, yet surrounded
By a grace of sense, a white light still and moving,
Erhebung without motion, concentration
Without elimination, both a new world
And the old made explicit, understood
In the completion of its partial ecstasy,
The resolution of its partial horror.]


De Engelse tekst is mooier…

Het woord is machteloos/ Kurt Schwitters: An Anna Blume

no comment

Vanavond wordt Kurt Schwitters gedicht An Anna Blume voorgedragen in Leiden, op het waterpodium Vismarkt. Dit gedicht wordt ook dit jaar op een muur in Leiden aangebracht (adres is nog niet bekend). Ook verschijnt er vandaag de bundel ‘Het woord is machteloos’, een bijzondere verzameling dada-gedichten.

An Anna Blume

Oh Du, Geliebte meiner 27 Sinne, ich liebe Dir!
Du, Deiner, Dich Dir, ich Dir, Du mir, —- wir?
Das gehört beiläufig nicht hierher!
Wer bist Du, ungezähltes Frauenzimmer, Du bist, bist Du?
Die Leute sagen, Du wärest.
Laß sie sagen, sie wissen nicht, wie der Kirchturm steht.
Du trägst den Hut auf Deinen Füßen und wanderst auf die Hände,
Auf den Händen wanderst Du.
Halloh, Deine roten Kleider, in weiße Falten zersägt,
Rot liebe ich Anna Blume, rot liebe ich Dir.
Du, Deiner, Dich Dir, ich Dir, Du mir, —– wir?
Das gehört beiläufig in die kalte Glut!
Anna Blume, rote Anna Blume, wie sagen die Leute?
Preisfrage:
1. Anna Blume hat ein Vogel,
2. Anna Blume ist rot.
3. Welche Farbe hat der Vogel?
Blau ist die Farbe Deines gelben Haares,
Rot ist die Farbe Deines grünen Vogels.
Du schlichtes Mädchen im Alltagskleid,
Du liebes grünes Tier, ich liebe Dir!
Du Deiner Dich Dir, ich Dir, Du mir, —- wir!
Das gehört beiläufig in die —- Glutenkiste.
Anna Blume, Anna, A—-N—-N—-A!
Ich träufle Deinen Namen.
Dein Name tropft wie weiches Rindertalg.
Weißt Du es Anna, weißt Du es schon,
Man kann Dich auch von hinten lesen.
Und Du, Du Herrlichste von allen,
Du bist von hinten, wie von vorne:
A——N——N——A.
Rindertalg träufelt STREICHELN über meinen Rücken.
Anna Blume,
Du tropfes Tier,
Ich——-liebe——-Dir!

Oorlog en handel; Nederland en Mutter Courage

no comment

Marjolein Februari eist in haar Volkskrant-column van vandaag een parlementair onderzoek naar gif- leveranties aan Irak. “In de jaren tachtig van de 20ste eeuw zijn door Nederlandse bedrijven chemicaliën geleverd aan Irak. De stoffen zijn gebruikt voor de aanmaak van gifgassen waarmee aanvallen zijn gepleegd op burgerdoelen, zoals de beruchte aanval in Halabja, waarbij grote aantallen slachtoffers zijn gevallen. Amerika vroeg Nederland indertijd dringend geen toestemming meer te verlenen voor de uitvoer van zulke stoffen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken was daarop bereid de uitvoer te verbieden; het ministerie van Economische Zaken lag ondanks buitenlandse en binnenlandse druk dwars.”

Eerder (6-5-2006) heeft Februari op de obscure handelingen van Bolkestein in de gifgas-affaire gewezen:
“Zodra de Iranoorlog begin jaren tachtig losbrandt is het ministerie van Economische Zaken meteen enthousiast over de financiële mogelijkheden ervan. Het wil graag samenwerken met het olierijke Irak, en eind 1983 reist Frits Bolkestein dan ook af naar Bagdad om een overeenkomst te tekenen. Bolkestein is op dat moment als staatssecretaris van Economische Zaken verantwoordelijk voor de buitenlandse handel. Volgens een verslag verklaart Bolkestein tijdens de ontmoeting met Saddam Hussein en Iraakse ministers dat die ontmoeting plaatsvindt ‘in een setting van sympathie voor het door drie jaar oorlog beproefde Iraakse volk’.

Erg leuk vind ik dat Februari vandaag uitvoerig schrijft over Mutter Courage van Bertolt Brecht, en dat Februari dit stuk gebruik voor haar analyse van thema oorlog en handel.

“Mutter Courage [..] is het verhaal van een marketentster die tijdens de Dertigjarige Oorlog, een godsdienstoorlog die in Europa woedt van 1618 tot 1648, haar handel drijft aan de rand van het slagveld. De soldaten moeten goede schoenen dragen, anders marcheren ze niet lekker, en ze moeten worst en wijn voorgezet krijgen om voldoende aangesterkt de afgrond van de hel tegemoet te lopen. ‘Kanonnen op een lege maag, kapitein, dat is niet gezond.’

Mutter Courage handelt er duchtig op los, hopende dat het nog maar lang oorlog mag blijven. Ze gelooft dat de oorlog haar geluk zal brengen, welvaart en winst, en ook als uiteindelijk al haar drie kinderen dood zijn, gelooft ze nog steeds dat ze zonder de oorlog niet zal overleven. Als het even vrede wordt, schrikt ze hevig. ‘Nee, net nu ik een nieuwe voorraad heb ingekocht!’ “

Wat Februari niet weet: ook Nederland heeft de aan tekst van Brechts toneelstuk bijgedragen. De Leidse Germanist Sjaak Onderdelinden schrijft dat moeder Courages zin aan het einde van ‘Mutter Courage’: “Ik moet weer wat handel zien te krijgen” ( Duits: “”Ich muss wieder in’n Handel kommen”)  ontstond in de samenwerking tussen Brechts medewerker Ruth Berlau en het Rotterdams Toneel in 1950 (zie “Typisch Nederlands”, p. 168)

Deze laatste zin: “Ik moet weer wat handel zien te krijgen” spreekt Courage nadat zij haar kinderen aan de oorlogshandel heeft opgeofferd.

 

Poes of tafel – bij Maarten Biesheuvel en bij mij

no comment


”(Her)lees het verhaal ‘Poes op tafel’ uit ‘De verpletterende werkelijkheid’! Daarin komt alles samen. De idylle van een verblijf in een huisje in een Zeeuwse polder, en tegelijk het besef dat het maar tijdelijk is – dat gezelligheid vooral een illusie is en wel degelijk haar tijd kent.”
Dit schrijft Frits Abrahams in zijn column ‘Gezellig’ (25-5-2007) over Maarten Biesheuvel.
‘Poes op tafel’  is een heel kort verhaal, waar Biesheuvel aan de ene kant gezellige knusheid oproept- de poes op tafel “dat vinden we gezellig” – , maar aan de andere kant ook een beangstigende werkelijkheid achter de knusheid: “Eva vertelde mij wat die dag gebeurd was. Ze had de deur open gedaan, de deur naar buiten, en toen ze naar binnen wilde zag ze dat ze met de onderkant van de deur het armpje van een pad had afgerukt, de pad had blijkbaar naar binnen gewild omdat hij een van zijn armpjes onder de deur door gestoken had.”
[…]
“Ik sneed mezelf een flinke reep spek met rood vlees af en schonk een glas vol met bier. Weer ging ik bij de kachel zitten. ’Niet denken aan martelen,’ dacht ik, ’er zijn ook mensen die genieten.’”

Aan het eind van het verhaal identificeert zich de verteller (die hier haast samenvalt met Biesheuvel zelf) met de boerenpoezen buiten, die door het raam naar binnen kijken, naar de gezelligheid waarvan ze zelf geen deel uitmaken.

Ach ja, wat doorgaat voor gezelligheid onder mensen kan best heel erg ongezellig zijn.

 

 

Ovidius en de hagedis

30 comments

Terwijl veel mensen, ook ik, de hagedis als een kwetsbaar, aandoenlijk en “lief” beestje beleven, is de hagedis in de Westerse cultuurgeschiedenis eerder met het slechte, lage, duivelse verbonden geweest. Dat heeft misschien me te mee te maken dat de hagedis en overblijfsel is uit een verleden, toen er nog lang geen mensen waren en de aarde nog “woest en leeg” was, of in ieder geval woester en leger dan nu.

De afkeer van de hagedis is niet puur christelijk, maar ook al bij Ovidius te vinden. In zijn Metamorphosen vertelt hij in het vijfde boek in een passage over de godin van de vruchtbaarheid, Ceres, die te drinken krijgt van een oude vrouw, vervolgens uitgelachen wordt door een brutale kleine jongen, en hem voor straf in een hagedis omtovert:

“Beledigd met de halfvolle beker in haar handen,

Plenst de godin het gerstemengsel bij de praatjesmaker

pal in ’t gezicht. Hij raakt doordrenkt, en waar eerst

zijn armen zaten krijt hij poten en er groeit een staart

aan zijn veranderd lichaam; hij wordt klein, zodat hij niet

veel kwaad kan doen, nog kleiner dan een kleine hagedis.

Het oudje barst ontzet in tranen uit, wil dat mirakel

Nog pakken, maar hij schiet een donker hoekje in. Zijn naam

- sterhagedis- past bij zijn huid vanwege al die spetters.”

[Vertaling M. D’Hane-Scheltema]

 

Zoals veel verwandelingen van Ovidius werd ook deze verwandeling graag verbeeld door kunstenaars:

eidechse%20krauss%205,10 Ovidius en de hagedis

 

Natuur en literatuur: de nachtegaal

4 comments

006 Natuur en literatuur: de nachtegaal

In de duinen tussen Den Haag en Leiden (Meijendel, Berkheide) kan men s’avonds nu de nachtegaal horen, die graag haar nesten in de meidoorn bouwt…

Toen ik haiku’s zocht op de pioenroos kwam ik ook mooie haiku’s tegen op de nachtegaal ( uit J. van Tooren, Haiku- een jonge maan) :

De nachtegaal fluit
zijn kleine spitse snavel
helemaal open
(Buson)

Diep in de dalen,
omhuld door avondnevel
nog nachtegalen
(Shuaoshi)

Luister! als water,
vloeiend in slapende oren,
zingt de nachtegaal.
(Issa)

 

Spinoza, Leo Vroman en het pantheisme

12 comments

Als ik de grens aanraak van mijn vermogen
worden mijn zolen even grondig plat
kriebelt er iets boven mijn ellebogen
en begrijp ik: nu begrijp ik wat.

Dan krijg ik wel eens tranen in mijn ogen
niet van het begrepene maar doordat
ik merk hoe kinderachtig opgetogen
ik weer ben met wat ik nooit bezat.

Lieve natuur door de natuur bedrogen
omhels ik de natuur en blijf ik pogen
in haar te baden die ik al aanbad

toen ik bijvoorbeeld zag hoe vogels vlogen
doordat ze met hun armpjes bewogen
en dat ik dergelijke armpjes had.

Dit is het eerste gedeelte van het gedicht Begrip van Leo Vroman, dat Herman de Dijn op donderdag voorlas in zijn Spinozalezing in Amsterdam.
De begrijpende (wetenschapper) in dit gedicht begrijpt zich als een deel van de natuur.
Voor Spinoza was de beste wetenschap degene die zich kon begrijpen als een eenheid met de natuur en dus met de pantheïstische god. ‘Alles wat is, is in God, en zonder God kan niets zijn of voorgesteld worden.’
Spinoza wilde niets weten van het theïsme of van een persoonlijke god, maar verdedigde de stelling dat God niet alleen de grond van het bestaan is, maar ook van het wezen der wereld.

Goethe over de Vesuvius

no comment

Vesuvius in Eruption Goethe over de Vesuvius

Turner, Vesuvius

Goethe schrijft in zijn Italienische Reise over de Vesuvius:


“Neapel, Dienstag, den 20. März 1787.
Die Kunde einer soeben ausbrechenden Lava, die, für Neapel unsichtbar,
nach Ottajano hinunterfließt, reizte mich, zum dritten Male den Vesuv zu
besuchen. […] und wir gingen mutig auf einen ungeheuren Dampf los,
der unterhalb des Kegelschlundes aus dem Berge brach; sodann schritten wir
an dessen Seite her gelind hinabwärts, bis wir endlich unter klarem Himmel
aus dem wilden Dampfgewölke die Lava hervorquellen sahen.
Man habe auch tausendmal von einem Gegenstande gehört, das Eigentümliche
desselben spricht nur zu uns aus dem unmittelbaren Anschauen. Die Lava war
schmal, vielleicht nicht breiter als zehn Fuß, allein die Art, wie sie
eine sanfte, ziemlich ebene Fläche hinabfloß, war auffallend genug; denn
indem sie während des Fortfließens an den Seiten und an der Oberfläche
verkühlt, so bildet sich ein Kanal, der sich immer erhöht, weil das
geschmolzene Material auch unterhalb des Feuerstroms erstarrt, welcher die
auf der Oberfläche schwimmenden Schlacken rechts und links gleichförmig
hinunterwirft, wodurch sich denn nach und nach ein Damm erhöht, auf
welchem der Glutstrom ruhig fortfließt wie ein Mühlbach. Wir gingen neben
dem ansehnlich erhöhten Damme her, die Schlacken rollten regelmäßig an den
Seiten herunter bis zu unsern Füßen. Durch einige Lücken des Kanals
konnten wir den Glutstrom von unten sehen und, wie er weiter hinabfloß,
ihn von oben beobachten.
Durch die hellste Sonne erschien die Glut verdüstert, nur ein mäßiger
Rauch stieg in die reine Luft. Ich hatte Verlangen, mich dem Punkte zu
nähern, wo sie aus dem Berge bricht; dort sollte sie, wie mein Führer
versicherte, sogleich Gewölb und Dach über sich her bilden, auf welchem er
öfters gestanden habe. Auch dieses zu sehen und zu erfahren, stiegen wir
den Berg wieder hinauf, um jenem Punkte von hintenher beizukommen.
Glücklicherweise fanden wir die Stelle durch einen lebhaften Windzug
entblößt, freilich nicht ganz, denn ringsum qualmte der Dampf aus tausend
Ritzen, und nun standen wir wirklich auf der breiartig gewundenen,
erstarrten Decke, die sich aber so weit vorwärts erstreckte, daß wir die
Lava nicht konnten herausquellen sehen.
Wir versuchten noch ein paar Dutzend Schritte, aber der Boden ward immer
glühender; sonneverfinsternd und erstickend wirbelte ein unüberwindlicher
Qualm. Der vorausgegangene Führer kehrte bald um, ergriff mich, und wir
entwanden uns diesem Höllenbrudel.
Nachdem wir die Augen an der Aussicht, Gaumen und Brust aber am Weine
gelabt, gingen wir umher, noch andere Zufälligkeiten dieses mitten im
Paradies aufgetürmten Höllengipfels zu beobachten. Einige Schlünde, die
als vulkanische Essen keinen Rauch, aber eine glühende Luft fortwährend
gewaltsam ausstoßen, betrachtete ich wieder mit Aufmerksamkeit. Ich sah
sie durchaus mit einem tropfsteinartigen Material tapeziert, welches
zitzen- und zapfenartig die Schlünde bis oben bekleidete. Bei der
Ungleichheit der Essen fanden sich mehrere dieser herabhängenden
Dunstprodukte ziemlich zur Hand, so daß wir sie mit unsern Stäben und
einigen hakenartigen Vorrichtungen gar wohl gewinnen konnten. Bei dem
Lavahändler hatte ich schon dergleichen Exemplare unter der Rubrik der
wirklichen Laven gefunden, und ich freute mich, entdeckt zu haben, daß es
vulkanischer Ruß sei, abgesetzt aus den heißen Schwaden, die darin
enthaltenen verflüchtigten mineralischen Teile offenbarend.
Der herrlichste Sonnenuntergang, ein himmlischer Abend erquickten mich auf
meiner Rückkehr; doch konnte ich empfinden, wie sinneverwirrend ein
ungeheurer Gegensatz sich erweise. Das Schreckliche zum Schönen, das
Schöne zum Schrecklichen, beides hebt einander auf und bringt eine
gleichgültige Empfindung hervor. Gewiß wäre der Neapolitaner ein anderer  Mensch, wenn er sich nicht zwischen Gott und Satan eingeklemmt fühlte
.

“[...] beides hebt einander auf “
Merkwaardige, Hegeliaanse en ongeloofwaardige reactie van Goethe, die zich blijkbaar geen raad weet met de heftige emoties. …

Goethe kijkt en luistert ook naar de mensen die eindeloos over de vulkaan spreken ,” ihres Deutens, Erzählens, Vergleichens, Streitens, wohin die Lava strömen werde”

Het stromen van de lava wordt voor Goethe een metafoor voor het vertellen.

Lees ook: Susan Sontag over Goethe en de Vesuvius: The Volcano lover.

 

Waar ik nu ben (raadsel)

13 comments

Kennst du das Land, wo die Zitronen blühn,
Im dunkeln Laub die Gold-Orangen glühn,
Ein sanfter Wind vom blauen Himmel weht,
Die Myrte still und hoch der Lorbeer steht,
Kennst du es wohl?

Advocaten, slachtoffers en daders

34 comments

Bram Moszkowicz waant zich – of is – het slachtoffer van een complot.
Is Moszkowicz getransformeerd van advocaat tot slachtoffer?

Gisteren heb ik Kafka’s Proces gebruikt om Moszkowicz onder het perspectief van advocaat Huld uit Het Proces te belichten. Vandaag iets over Josef K. uit het Proces: is hij alleen maar slachtoffer van het systeem, of is hij ook dader?

Heel wat merkwaardige lieden hebben zich in de loop van de geschiedenis als slachtoffers beschouwd. Fortuyns moordenaar Volkert liet weten in het gevangenis Kafka’s Proces te lezen.

Josef K. in ieder geval is geen geheel onschuldig slachtoffer.

Het proces dat K. aangedaan wordt is namelijk in het begin absurd en ook vrij onschuldig. Het gebeurt K. niets, behalve dat twee bewakers hem zijn ontbijt wegvreten. Het proces tegen hem blijft eigenlijk zonder gevolgen, en het wordt ook meerdere keren gesteld, dat zo’n proces helemaal niet erg is.

K.s ondergang is sterk door hemzelf geënsceneerd. Omdat hij per se wil bewijzen dat hij onschuldig is (wat gezien het diffuse en existentiële karakter van het proces tegen hem onmogelijk is- hoe kan hij bewijzen dat hij onschuldig is, als hij niet weet wat hem verweten wordt ?) laat hij zich van zijn oom en de advocaat me trekken in een uitzichtloze (maar eigenlijk onnodige) verdediging.

K. is zelf een autoritaire en harde figuur. Dat wordt zeer duidelijk in de scène waar zijn bewakers onschuldig worden afgeranseld, en K. er niets tegen onderneemt. Hij haalt geen hulp, hoewel hij weet dat de afranseling onterecht is en de twee bewakers de ranselaar zonder bescherming zijn uitgeleverd. K. vindt alleen dat de afgeranselden zich beter zouden moeten beheersen en geeft zelf een van de slachtoffers die hem om hulp smeekt nog een duw.

K. gedraagt zich hier net zo als de passieve en medeschuldige toeschouwer in Kafka’s vreselijke ( en vreselijk belangrijke) Strafkolonie .

Uiteindelijk loopt K. ook geheel vrijwillig mee naar zijn terechtstelling. Hij wordt niet onder dwang afgehaald, hij loopt graag mee.


Josef K. is zowel slachtoffer alsook dader.


 

De dood, toneel en Don Quichot

17 comments

Al in de voorrede van Cervantes’ Don Quichot komt de macht van de dood ter sprake. De oden van Horatius worden aangehaald :
“Pallida mors aequo pulsat pede pauperum terbernas,
Regumque turres.”
(De bleke dood komt in de huisjes van armen net zo als in de kastelen van de rijken) .

Hans Holbein laat op zijn dodendanstekeningen zien dat de dood alle leeftijden en maatschappelijke standen bedreigt.

holbein totentanz De dood, toneel en Don Quichot

In het tweede boek van Don Quichot komen Don Quichot en Sancho een kar tegen “beladen met de uiteenlopendste en vreemdste personages en gedaanten die men zich kan voorstellen. De man die de muildieren leidde en als voerman dienstdeed was een afstotende duivel. De kar was open en had geen huif of rieten zijschotten. De eerste gedaante die zich aan Don Quichots ogen voordeed, was die van de Dood zelf met een mensengezicht, naast de dood zat een engel met een paar grote beschilderde vleugels; aan de andere kant zat een keizer met een zo te zien gouden kroon op zijn hoofd; aan de voeten van de Dood zat de god die zij Cupido nemen, zonder blinddoek voor zijn ogen maar met zijn boog, koker en pijlen. Er was ook een ridder die van top tot teen was gestoken in wapenstukken, behalve dat hij geen stormhoed of andere helm op zjn hoofd had, maar een hoed van bonte pluimen; en behalve zij waren er nog anderen met verschillende gewaden en maskers. […]
De voerman liet stoppen en zei: “Heer we zijn spelers van de toneelgroep Angulo de Boze, we hebben vanmorgen […] De hofhouding van de Dood gespeeld.” (2, 11)

In het volgende hoofdstuk beschrijft Don Quichot zijn theorie van toneel en dood :
“[Sancho, ik wil dat je het toneelstuk zelf welwillend bejegent] , en dientengevolge ook degenen die ze spelen en schrijven, want het zijn stuk voor stuk werktuigen die het gemenebest een groot goed bewijzen door ons alsmaar een spiegel voor te houden waarin het doen en laten in het menselijk bestaan levensecht te zien is, en er is gen vergelijking die getrouwer uitdrukt wat wij zijn en behoren te zijn dan een toneelstuk en zijn spelers. […] De een speelt voor pooier, de ander voor bedrieger, die is koopman, die soldaat, weer een ander de slimme zot [...] maar al het stuk uit is en zij ontdoen zich van hun toneelkleren, zijn alle spelers gelijk. […] Hetzelfde gebeurt in het toneelstuk in de handel en wandel op deze wereld, waarin sommigen voor keizer spelen, anderen voor paus, alle rollen alle rollen die in een stuk voorkomen, maar kom je aan het einde, dus wanneer het leven ophoudt, dan ontneemt de dood iedereen de kleren die hen daarvoor onderscheidden en liggen zij als gelijken in hun graf.”

.

Beeldenstorm

12 comments

De beeldenstorm is een zaak die ons Duitsers nooit heeft bevallen, en markeert de culturele scheidslijn tussen Duitsland en Nederland. Het Duitse protestantisme, het Lutherdom, keerde zich – terecht – tegen een beeldenstorm.

Een zeer mooi verhaal uit de Duitse literatuur, waar de destructiviteit van de beeldenstrom en de overwinning van de beeldenstorm door de kunst tot thema wordt is Heinrich van Kleists Die heilige Cäcilie oder Die Gewalt der Musik.

Die Macht van de muziek en de kunst- daar vertrouw ik ook op.

Ik ben een fan van Don Quichot. Don Quichot is ook in bepaalde zin een beeldenstormer. Hij kijkt naar een poppenspel met Morenpoppen:

“Toen Don Quichot zo veel Moren zag en zoveel kabaal hoorde leek het hem juist de vluchtenden te hulp te komen […] en de daad bij het woord voegend, trok hij zijn zwaard, stond met één sprong voor de poppenkast en liet met overhaaste en nooit vertoonde woede slagen regenen op de Moorse poppen. […] Meester Pedro zette een keel op en zei: “Stop, stop heer Don Quichot, kijk toch: wat u neerslaat, vermorzelt en doodt zijn geen echte Moren maar figuurtjes van bordpapier.” ( deel 2, hoofdstuk 26)

Maar toch is Don Quichot is geen kunstvijandige beeldenstormer. Hij is een kunstliefhebber, die de kunst (soms te) serieus neemt. Hij komt ook uiteindelijk tot een faire verzoening met de poppenspeler, die door hem wordt betaald voor de kapot gemaakte poppen.

 

Zelfdoding, vervolging en onderdrukking

8 comments

Veel joden hebben zich het leven genomen tijdens en na de oorlog. Dit thema is actueel in verband met Primo Levi, over wie ik de laatste dagen in mijn blog heb geschreven.
Ik heb in verband met mijn literatuurwetenschappelijk onderzoek naar het DDR-toneelstuk Passage van de schrijver Christoph Hein ook een uitvoerig hoofdstuk geschreven over de zelfmoord in de literatuur
– en in de werkelijkheid.
Het stuk Passage gaat over de dood van de jood en filosoof Walter Benjamin ( auteur van het Passagen-Werk, dat de naam aan het Leidse project heeft gegeven) . Walter Benjamins zelfmoord wordt in Passage beschreven as de daad van een laffe loser.
Ik heb beschreven dat dit typisch is voor de socialistisch-realistische literatuur, waar de zelfmoord altijd streng moreel wordt veroordeeld.

Walter Benjamin zelf noemde de zelfmoord de “essentie van de moderne”. Het stuk Passage is het eens met deze these- maar wijst, als een klassiek socialistisch-realistisch stuk, de moderne af.
De Duitse literatuurwetenschapper Michael Rohrwasser is gespecialiseerd op de zelfmoord in de socialistische literatuur. Hij schrijft, dat het socialisme losers, zelfmoordenaars en systeemcritici onder en noemer sorteert. Zelfmoordenaars zijn in de socialistisch-realistische literatuur symboolfiguren die laten zien hoe het niet moet. Als daad op zich wordt de zelfmoord van de klassenvijand positief gezien na het motto: “Het beest heeft zich zelf vermoord- gezegend zij de dag!”

Een dergelijke (positieve of negatieve) politieke waardering van de zelfmoord is niet alleen in de socialistische literatuur te vinden: Amerikaanse functionarissen noemden die de drievoudige zelfmoord van gevangenen op Guantanamo Bay ‘een daad van oorlogsvoering’ tegen de VS en ‘een grote PR-stunt’ ( de Volkskrant, 6-6-2006)

Het omgaan met de zelfmoord is ook een belangrijk thema in de fascisme-parabel Bint (1934) van Ferdinand Bordewijk. De zelfmoord van de scholier Van Beek wordt de fascistoïde rector Bint ten slotte fataal:

„Hij [de leraar] dacht aan Van Beek. Over deze was niet meer gepraat. Hij zag de nerveuze zwakkeling duidelijk vóór zich. Een kerel was dat nooit geworden. Het was merkwaardig dat er zo weinig over hem was gesproken. Een zelfmoord, een oproer waren toch gebeurtenissen. Maar Bint had een manier om praten, denken zelfs, te verbieden. Hij elimineerde zelfmoord en oproer, nu de school er geen rekening meer mee had te houden. Het werd doodgezwegen. Het hoorde bij zijn systeem. Naar het systeem telde niet het individu, opdat individuen geteeld werden uit het systeem.“

 

De moraal van Primo Levi: humor en speelsheid

20 comments

Primo Levi is bekend als literaire getuige van de Holocaust. Maar hij is meer dan een getuige; zijn werk bevat een impliciete en expliciete moraal, die beschreven werd door de literatuurkundige Robert S.C. Gordon (Primo Levi’s ordinary virtues). Recentelijk heeft de Leidse Cleveringahoogleraar Kees Schuyt de moraal van Primo Levi als uitgangspunt genomen voor een alternatief model van deugden, dat een moderne en onheroïsche vorm van het klassieke deugdenideal wil zin.
Helena vroeg gisteren verrast naar het deugdenmodel van Levi. Zij verwees naar het Levi’s boek Is dit een mens. Een belangrijk gedicht uit dit boek geeft aan, dat het Levi hier om veel meer gaat dan om over de Holocaust te getuigen. Hij vraagt naar het wezen van de mens:

Is dit een mens

Gij die veilig leeft
In uw beschutte huizen,
Gij die ’s avonds thuiskomt
Bij warme spijs en dierbare gezichten:
Bedenkt of dit een man is
Die werkt in de modder
Die geen vrede kent
Die vecht om een stuk brood
Die sterft om een ja of een nee.
Bedenkt of dit een vrouw is
Zonder haar en zonder naam
Zonder herinnering aan wat was
Met lege ogen en koude schoot
Als een kikvors in de winter.[…]

Levi is een moralist. Hij observeert, analyseert en beoordeelt menselijk gedrag. Hij probeert de Holocaust een onderdeel te maken van de manier hoe wij allemaal tegen de mens aan moeten kijken. Daarbij blijft Levi ( tenminste in eerste instantie, hij heeft later veel pessimistischere teksten gepubliceerd) een liberale, verlichte humanist.

Kees Schuyt vat het door Gordon bij Levi gevonden systeem van deugden samen als volgt:

“Allereerst zijn er vier ethische deugden: goed kijken en nauwkeurig observeren,bijvoorbeeld hoe de Duitsers de taal verkrachtten, waardoor ze hun onschuldige gevangenen vernederden en waardoor het geweld jegens medemensen minder remmingen ondervond.

De tweede deugd sluit hierbij aan: zorgvuldig en precies taalgebruik, weten wanneer je moet zwijgen en wanneer je iets moet zeggen (dit is niet hetzelfde als politiek correct taalgebruik). Taal is wezenlijk voor iemands identiteit. Slordige en vuile taal beledigt en maakt de weg vrij voor geweld.

Herinneren en ervaringen vastleggen in het geheugen is de derde moderne deugd. Primo Levi wilde getuigenis afleggen van de barbarij die hij en miljoenen anderen moesten meemaken. Een samenleving die haar geheugen kwijt is geraakt of er geen belang meer in stelt, wordt hard en onmenselijk.

De vierde ethische deugd is vindingrijkheid, de mogelijkheid om slim om te gaan met wat je om je heen aantreft, weten waarvoor je gewone dingen ook anders kunt gebruiken, bijvoorbeeld een stuk ijzerdraad om je broek op te houden of weten hoe je enkele druppels water kunt veroveren uit een kapotte kraan.

De vier volgende, door Gordon helder beschreven en benoemde, deugden zijn vooral praktisch van aard: een gevoel voor maat en grens (dit beantwoordt nog het meest aan de klassieke Griekse deugd), een houding van ‘trial and error’, hetgeen neerkomt op het durven maken van fouten en er tegelijk van willen leren.

Vervolgens noemt Gordon ‘dingen in het juiste perspectief zien’, kritisch en opnieuw naar zaken durven kijken, niet overdrijven, niet minimaliseren, niet majoreren, niet moraliseren, maar realistisch de werkelijkheid onder ogen zien.

De laatste praktische deugd is creativiteit: zich flexibel en inventief kunnen aanpassen aan steeds weer wisselende omstandigheden. Een begin maken met iets, initiatief nemen en nieuw durven te beginnen aan iets. Scheppend ordenen. Hierin ontmoeten wetenschap en literatuur elkaar, de scheikundig onderzoeker en literator.

Daarna komen drie sociale deugden, die voor het sociale leven onontbeerlijk zijn: common sense, vriendschap en het vertellen van verhalen.

Common sense is meer dan gezond verstand en anders dan wat iedereen vindt. Het is een beroep doen op wat iedereen altijd al wist, omdat het bij de onmiskenbare eigenschappen van mens-zijn hoort. Het is ook het gevoel van gemeenschappelijkheid, ‘sense of the common’. Zo wordt vriendschap niet uit nut geboren, maar komt ze voort uit gemeenschappelijke ervaringen, uit samen dingen doen of ondergaan. Levi is de verteller bij uitstek, die niet ophoudt anderen wakker te houden, letterlijk in het kamp, figuurlijk na de oorlog.

‘Story telling’ is al vaker als een belangrijke vorm van overdracht van morele waarden beschouwd, maar bij Levi wordt het een levensfilosofie: ik vertel, dus wij bestaan. Het vertellen van een levensverhaal van elk gewoon mens schept een band en kent een plot die ons iets vertelt. Een sprookje boort de morele intelligentie van kinderen aan. Literaire verbeelding scherpt de morele sensitiviteit van volwassenen.

Twee onmisbare persoonlijke deugden sluiten de rij: humor en speelsheid. Met enige ironie naar jezelf kijken maakt vrij en spontaan plezier hebben in wat we met elkaar doen of wat we met elkaar uitspoken, geeft een bevrijding van alledaagse lasten.

Kortom, zo zegt Primo Levi in zijn gehele oeuvre, de verbetering van de onderlinge verstandhouding tussen mensen ligt niet besloten in de grootse en meeslepende daden en in de grote, oude deugden, maar in de dagelijkse oefening in kleine deugden. Iedereen die wil kan er in alle omstandigheden direct mee beginnen.”
(Steunberen van de samenleving, 2006, p 304 ff. )

Verhalen vertellen als een deugd/Kees Schuyt, Primo Levi, Walter Benjamin

14 comments

Fatsoenrakkers hechten grote waarde aan een klassieke deugdenethiek, met zware en heroïeke deugden zoals eer en moed.

Een veel aansprekender model heeft Kees Schuyt voorgesteld, in navolging van Robert S.C. Gordon en Primo Levi. (In: Steunberen van de samenleving) Deze alledaagse deugdenethiek van kleine deugden omvat bijvoorbeeld: goed kijken en observeren; zorgvuldig en precies taalgebruik; een gevoel voor maat en grens; vindingrijkheid; het durven maken van fouten; herinneren en ervaringen vastleggen; humor en speelsheid. Deze kleine deugden maken maatschappelijke kritiek mogelijk, maar bemoedigen, anders dan Kinnegings grote deugden, geen maatschappelijk polariserend gedrag.

Een van de door Robert Gordon en Primo Levi beschreven deugden is het vertellen. Ik weet niet of ik vind dat het nodig is het vertellen als een deugd op te poetsen, maar ik zal hier een paar van de gedachten van Gordon weergeven, belangrijk voor alle bloggers die ten slotte vertellers zijn. Gordon beroept zich in dit hoofdstuk over vertellen sterk op Walter Benjamin.

”Friends tell each other stories; by telling each other stories […] two interlocutors become friends. The ethics of friendship and the ethics of storytelling are deeply intertwined. In Primo Levi […] stories, real or invented[…] are his best defense against reductive generalization and over-simplification , and at the same time they foment his ethical inquiry, never stalling at the merely anecdotal. “
Walter Benjamin heeft ook de morele dimensies van het vertellen onderstreept, de verborgen moraal die in elk verhaal ligt.

Zijn er dan geen slechte verhalen? Ja wel: “A bad storyteller tells us much about storytelling, as figures such as Tristan Shandy or Boccaccio’s Madonna Oretta.” (Gordon, Robert S.C., Primo Levi’s ordinary virtues)

Verhalen vertellen is naar mijn mening alleen maar een deugd als er voldaan wordt aan een paar belangrijke criteria: openheid, kwetsbaarheid, complexiteit van mens- en wereldbeeld, en ook voldaan wordt aan de overige “kleine deugden” van Primo Levi, zoals humor en speelsheid.

Leo Tolstoi – een ontaarde denker?

9 comments
Tolstoij is voor mij een belangrijke denker.
Tolstoi is bovendien – en niet toevallig- het doelwit van de uitgesproken haat van de zionist en prefascist Max Nordau. Nordau heeft in zijn werk “Entartung” ( Ontaarding) van 1892 een groot hoofdstuk over Tolstoi geschreven, waarin hij uitlegt waarom Tolstoij een “ontaarde” denker is.
Nordau zegt in zijn hoofdstuk over Tolstoi (Entartung, Bd.1, p 257 ff), dat Tolstois Weltschauung “eine geistige Verirrung” is. Het ontaarde mysticisme van Tolstoij meent de psychiater Max Nordau te kunnen diagnosticeren als een zich-verliezen in details en een onvermogen de aandacht te richten. Tolstoij kan zich volgens Noradua gewoon niet concentreren (hetzelfde verwijt hij trouwens ook vele andere dichters, o.a. Maeterlinck) . Geheel correct zegt Nordau dat bij Tolstoij sprake is van een soort buddhistisch pantheïsme en spinozisme- iets waar de positivist en sociaaldarwinist Nordau een ongelofelijke hekel aan heeft. Vooral verwijt hij Tolstoij dat deze niet, zoals Nordau zelf, vindt dat de zieken en zwakkeren (=”de parasieten” ) uit de samenleving moeten worden verwijdert.
Het is tragisch om te lezen hoe de jood en zionist Max Nordau het gedachtegoed van Hitler vormgeeft.
Frederic Spotts in Hitler and the power of aesthetics (2002):
„In Hitler‘s speeches, as in his private remarks, the concepts of Nordau [...] can be heard.“ (p.24)
Zie ook :

The Last Days of Leo Tolstoy Captured on Video

Recente berichten

Categories

Tags

Archives