Wetenschap Kunst Politiek

Archive for the ‘ Literatuur ’ Category

Zeepbellen in de kunst: Rembrandt, Millais, Hieronymus Bosch

13 comments

Herplaatsing van een eerder blog vanwege de gestolen en teruggevonden teruggevonden Rembrandt

Ik ben net het dikke filosofische werk van Peter Sloterdijk, “Sferen” aan het lezen. De eerste deel draagt de titel “Bellen”; en op de omslag is een uitsnede uit “De tuin der lusten” van Hieronymus Bosch te zien met een liefdespaar in een bel.

De tuin der lusten” Hieronymus Bosch  liefdespaar in een zeepbel soap bubble

De tuin der lusten” Hieronymus Bosch liefdespaar in een zeepbel

Op internet zijn artikelen en uitleg te vinden over het motief van de bellenblazer in de kunst van de 16e eeuw, zie,  Tot lering en vermaak, Betekenissen van Hollandse genrevoorstellingen uit de zeventiende eeuw van E. de Jongh.

De zeepbel dient hier in de kunst van de 16e eeuw als “vanitas” symbool, als symbool van de vergankelijkheid.

Er wordt uitgelegd dat de spreuk ‘homo bulla’: de mens is een luchtbel gelijk, aan de Adagia van Erasmus te danken is. Onder het trefwoord ‘homo bulla’ verklaart Erasmus daarin dat ‘niets breekbaarder, vluchtiger of lediger is dan het menselijk leven, dat daarom lijkt op een luchtbel in het water, die even snel opkomt als verdwijnt’.

 Rembrandt, Bellenblazende Cupido, 1634 soap bubbles seifenblasen zeepbellen

Rembrandt, Bellenblazende Cupido, 1634 zeepbellen gestolen

Rembrandt, Bellenblazende Cupido, 1634

Millais, Zeepbellen, 1886 soap bubbles Seifenblasen

Millais, Zeepbellen, 1886

De tekst van Sloterdijk begint met een geestige beschouwing over bellenblazen, begeleid van een afbeelding van een bellenblazer van Millais.

Millais, Zeepbellen, 1886

Manet, Bellenblazer soap bubbles Seifenblasen

Manet, Bellenblazer

Bij Peter Sloterdijk staat de zeepbel anders dan in de 16e eeuw geheel positief voor een menselijk-kinderlijk speelse expansiedrang en expansievermogen, en voor het vermogen om te in-spireren ( de bel draagt de menselijke adem) en ook om ge-inspireerd te worden (door de mooie bellen in kunst en werkelijkheid).

Manet, Bellenblazer

Jean-Baptiste_Simon_Chardin_022 soap bubble zeepbel seifenblase

Jean-Baptiste_Simeon_Chardin_ zeepbel

Zeepbel soap bubble seifenblase 450px-Chaplin-The_Soap_Bubbles

Chaplin Zeepbellen

en ten slotte wil ik wijzen

Zeepbel soap bubble 495px-Kind_mit_Seifenblase_um_1835

Kind_mit_Seifenblase_um_1835

 

 

 

 

 

 

op het nieuwe boek van

Zeepbel seifenblase soap Adriaen_Hanneman_Two_Boys_Blowing_Bubbles

Adriaen_Hanneman_Two_Boys_Blowing_Bubbles

Joke J. Hermsen, Stil de tijd, en haar lof van de verveling, waarin een hoofdstuk is opgenomen over “Bellen blazen in de tijd”

Maria Trepp

De meidoorn bij Marcel Proust/Op zoek naar de verloren tijd

23 comments
Meidoorn foto: Maria Trepp De meidoorn bij Marcel Proust/Op zoek naar de verloren tijd

Meidoorn foto: Maria Trepp

De meidoorn bij Marcel Proust/Op zoek naar de verloren tijd

[herhaalblog]

Een paar citaten uit Marcel Proust Op zoek naar de verloren tijd, De kant van Swann:


“In mijn oren gonsde het van de geur van de meidoorn. De haag leek op een lange rij kapellen die onder een dikke laag op het altaar gestrooide bloemen verdwenen; daaronder tekende de zon op de grond en scherp traliewerk, alsof haar licht door een kerkram viel: de geur breidde zich net zo olieachtig en vol, alsof het een vaste vorm geworden was uit, als toen ik voor het altaar van de Heilige Maagd stond en de net zo opgeschikte bloemen droegen elk op dezelfde nonchalante wijze hun glinsterende meeldraden, fijne stervormige ribben in laat-gotische stijl zoals in de kerk de ajouren balustrade van de galerij of de stijlen van de gebrandschilderde ramen en die hier ontloken in de witte zinnelijkheid van bloeiende aardbeien. […]
Maar ik kon nog zo lang voor de meidoorns blijven staan om mij door hen te laten bezielen , hun een plaats geven in mijn geest die er niets mee wist te beginnen, hun onzichtbare onveranderlijke geur te verliezen en weer terugvinden, mij één voelen met hun ritme dat hun bloemen, hier en daar, met een jeugdige opgewektheid en op onverwachte afstanden zoals bepaalde muzikale intervallen, vormden, ze boden me tot in ’t oneindige dezelfde charme met een onuitputtelijke overvloed, maar zonder dat ik dieper in hen kon doordringen, zoals er bepaalde melodieën zijn, die men honderdmaal achtereen speelt zonder ook maar iets meer achter hun geheim te komen.“ [Uitgeverij De bezige Bij, 2002, p. 188]

Proust schrijft nog veel meer over de meidoorn, hij gaat door, pagina op en pagina neer.

“Ik keerde naar de meidoorn terug als naar een kunstwerk waarvan men meent dat men het beter ziet als men er een ogenblik niet naar gekeken heeft, maar het gaf niet of ik mijn ogen met mijn handen afschermde om niets anders te zien, het gevoel dat ze in mijn opwekten bleef onbestemd en vaag, trachtte vergeefs zich los te maken en met de bloemen te verbinden.[…]

[De grootvader zei:] ‘Je houdt toch zo veel van meidoorns, kijk dan eens naar deze met roze bloemen; wat is die mooi! ‘ Inderdaad was het een meidoorn, maar dan roze, nog mooier dan de witte. Ook deze was voor een feest versierd – voor een van die echte feesten wat alleen kerkelijke feesten kunnen zijn, omdat ze immers niet zoals de wereldlijke door een gril van het toeval aan een of andere willekeurige dag geplakt worden, die er niet speciaal toe voorbestemd is en die niet iets essentieel feestelijks heeft- maar nog rijker, want de bloemen die zo dicht op elkaar aan de takken zaten dat ze, zoals de pompons rondom een rococo herdersstaf, geen plaats onversierd lieten, waren ‘in kleur’ [….] “

meidoorn

meidoorn weissdorn

Uit: Marcel Proust, Op zoek naar de verloren tijd, De kant van Swann , [Uitgeverij De bezige Bij, 2002, p. 189]

zie ook: Terug naar 1913, het jaar dat Marcel Proust de literatuur veranderde

Het werk van Marcel Proust is vrij van copyright. Download hier de Engelse versie van Swann’s Way, Remembrance of Things Past, Volume One

De Franse texten kunt u hier downloaden.

Schrijver van de ‘Schwarze Romantik’: Gustav Meyrink

25 comments

Gustav Meyrink is een in Nederland niet erg bekende schrijver.
Voor mensen die van fantastische verhalen houden, van Schwarze Romantik, van E.T.A. Hoffmann en van Edgar Allen Poe, is Meyrink (1868-1932) een grote aanrader.


Read more..

Apropos Moszkowicz: schimmige advocaten en wat wij bij Kafka over hen kunnen leren

30 comments

Uit de Volkskrant van 19 september 2012:

“‘Bram Moszkowicz is niet geschikt voor zijn functie‘”

“De deken van de Orde van Advocaten ging er hard in. Moszkowicz heeft volgens hem lak aan zijn cliënten en de beroepsregels. Hij eiste tegen de raadsman de zelden voorkomende straf van een jaar schorsing”.

Uit de NRC van 19 september 2012:

“Moszkowicz laat zijn meeste cliënten bij het intakegesprek tienduizenden euro’s betalen, meestal contant. …Vervolgens moeten cliënten lang aandringen om een verantwoording voor de werkzaamheden te krijgen….Moszkowicz belooft zich helemaal in te zetten voor de cliënt, maar stuurt vaak een medewerker naar de rechtbank. Voor ontevreden cliënten is hij ook telefonisch onbereikbaar….Vertragen, uitstel vragen en vervolgens de afspraken niet nakomen, dat is volgens Kemper de terugkerende handelswijze van Moszkowicz.”

Deze passage doet sterk denken aan de manier waarop Kafka’s advocaat Huld zijn cliënten afhankelijk en hulpeloos maakt. Een van Hulds cliënten kruipt dan ook als en hond door Hulds kantoor.
De hoofdfiguur Josef K. in Kafka’s Proces wordt pas echt goed meegesleurd in het voor hem uiteindelijk dodelijke proces, toen zijn oom hem overtuigt dat K. niet zonder advocaat kan.

Een belangrijk thema bij Kafka is de manier waarop advocaat Huld zijn cliënten vernedert (lees vooral hoofdstuk 7) . Als Het Proces niet een tragisch verhaal was zou men hierover kunnen lachen. Kafka zelf lachte in ieder geval om zijn roman.

De oom neemt K. mee naar advocaat Huld [!] “een belangrijke naam”. Huld woont in een buitenwijk, in een donker huis, en hij ligt ziek in bed.
In de relatie tussen K., zijn oom en de advocaat lopen privé en zakelijk op een chaotische manier door elkaar heen. Belangenverstrengeling, levensverstrengeling, noodlotverstrengeling. (Gezien de verstrengeling is het eigenlijk merkwaardig dat K. uiteindelijk de keel wordt doorgesneden, en dat hij niet wordt opgehangen. Maar het doorsnijden van de keel is natuurlijk ook een referentie aan noodlot en aan de antieke tragedie:
aan het offeren van een offerdier).

De eerste opmerking die de advocaat tegenover K. maakt:

“Neemt u het me niet kwalijk, ik heb u helemaal niet opgemerkt.”


De advocaat maakt de zaak van K. meteen tot een zaak van leven en dood voor zichzelf:
[Hij richt zich tot K.s oom]


“Wat de zaak van je neef betreft zou ik me inderdaad gelukkig prijzen als mijn kracht toereikend zou zijn, in elk geval zal ik niets onbeproefd laten; als ik niet toereikend ben, kan men immers nog iemand anders bijhalen. Eerlijk gezegd stel ik teveel belang in de zaak om afstand te kunnen doen van elke mogelijkheid mij erin te mengen. Als mijn hart het niet uithoudt, vindt het hier tenminste een waardige gelegenheid om te bezwijken.”

De advocaat weet ook al van tevoren een heleboel over K. [vgl Moszkowicz/ Endstra/Holleeder] en op K.s vraag hierover zegt hij:

“..ik ben immers advocaat, ik verkeer in rechtbankkringen, er wordt over allerlei processen gesproken […] u moet toch bedenken dat ik uit zo’n omgang ook grote voordelen voor mijn cliënten weet te halen.”

Leuk toepasselijk citaat uit hoofdstuk 7 Het Proces:

[de advocaat legt uit]: “Nu zou K. wel uit wat hij zelf had beleefd al hebben opge­maakt dat de allerlaagste organisatie van de rechtbank niet helemaal volmaakt is, dat zij plichtvergeten en omkoopba­re medewerkers telt, waardoor de strakke omheining van de rechtbank in bepaalde opzichten hiaten vertoont. Op dit punt nu dringen de meeste advocaten binnen, daar wordt omgekocht en uitgehoord, ja, er deden zich, althans in vroeger tijd, wel eens gevallen van documentendiefstal voor. Het valt niet te ontkennen dat er tijdelijk op die ma­nier enige zelfs verrassend gunstige resultaten voor de ver­dachte kunnen worden bereikt, daarmee pronken die zaakwaarnemers dan ook en lokken nieuwe clientèle aan…”

Het proces dat K. aangedaan wordt is in het begin absurd en ook vrij onschuldig. Het gebeurt K. niets, behalve dat twee bewakers zijn ontbijt wegvreten. Het proces tegen hem blijft eigenlijk zonder gevolgen, en het wordt ook meerdere keren gesteld, dat zo’n proces helemaal niet erg is.

K.s ondergang is sterk door hemzelf geënsceneerd. Omdat hij per se wil bewijzen dat hij onschuldig is (wat gezien het diffuse en existentiële karakter van het proces tegen hem onmogelijk is- hoe kan hij bewijzen dat hij onschuldig is, als hij niet weet wat hem verweten wordt ?) laat hij zich van zijn oom en de advocaat me trekken in een uitzichtloze (maar eigenlijk ook volledig onnodige) verdediging.

 

Dit is gedeeltelijk een blog uit 2007, die ik nu herplaats.

Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen

13 comments

Iris gele lis

Iris gele lis

Iris foto Maria Trepp

Iris foto Maria Trepp

trof ik ook bij mijn uitstapje na Florence (de stad van de Iris!] een buitengewoon mooie iris aan in de tuin van mijn oom.

Geel-rode iris

Iris foto Maria Trepp

Iris foto Maria Trepp

gele iris in de avond

Iris foto Maria Trepp

Iris foto Maria Trepp

 

Iris foto Maria Trepp

Iris foto Maria Trepp

De blauwe iris, die erg goed past bij het sprookje van Herman Hesse, “Iris”  dat zo begint:

Blauwe iris

`In het ontluikend voorjaar van zijn kindsheid wandelde Johannes door de groene tuin. Onder de bloemen van zijn moeder was er een, die hem bijzonder lief was: zwaardlelie heette zij. Hij vlijde zijn wang tegen haar langwerpige, lichtgroene bladeren, legde zijn vingers tastend tegen haar scherpe punten, snoof diep de geur op van het grote, wonderlijke bloeisel en keek lang achtereen naar binnen. Daar rezen lange reeksen gele vin­gers omhoog uit de bleekblauwe bloembodem, en daartussendoor leidde een doorschijnend pad naar de diepere regionen van de kelk en het verre, blauwe geheim van het bloeisel. Die was hij ten zeerste toegedaan, langdurig keek hij naar binnen en zag de gele, delicate delen nu eens als een gou­den omheining langs de paleistuin en dan weer als een dubbele reeks van fraaie droombomen met daartussenin de geheimzinnige weg naar het in­wendige, transparant en doorregen met levende aders, breekbaar als glas. De welving beschreef een boog, en verder naar achteren ging het pad tussen de gouden bomen tot op oneindige diepte verloren tussen onvoorstelbare afgronden, terwijl daaroverheen de violette gewelven een majesteite­lijke kromme volgden en toverachtig ijle schadu­wen wierpen op het stille, popelende wonder. Jo­hannes wist dat dit de mond was van de bloem, dat voorbij de gele pronkgewassen in de blauwe krocht haar hart en gedachten waren enderge­bracht, en dat haar adem en haar dromen via deze riante, doorschijnende, glazig geaderde weg in en uit gingen. En naast de grote bloemtuil stonden kleinere, die nog niet open gegaan waren, op stevige, sappige stelen in een kelkje van bruinachtig groene wik­kels; daaruit drong de jonge bloesem stil doch vastbesloten naar voren, stevig ingepakt in licht­groen en lila tot bovenaan toe, waar het jonge, diepe violet in exacte, zorgzame rolletjes zijn tere punten aan het licht bracht. En ook op deze stevig in elkaar gedraaide, jonge bloemblaadjes tekende zich reeds een netwerk van adertjes en honderd­voudige patronen af. `
……………………………………………………………………………………………………………………………………..

Vincent van Gogh heeft de blauwe irissen meerdere malen geschilderd:

Vincent van Gogh, Irissen,1889

Vincent van Gogh, Irissen,1890

De wikmedia-user Jebulon heeft een paar zeer mooie foto’s op wikimedia geplaatst:

Iris_Sig._Na._Chiara_I wikimedia commons Jebulon

Iris_Sig._Na._Chiara_I wikimedia commons Jebulon

Iris_Marcel_Turbat l wikimedia commons Jebulon

Iris_Marcel_Turbat l wikimedia commons Jebulon

Iris_iron_strip wikimedia commons Jebulon

Iris_iron_strip wikimedia commons Jebulon

Iris_barbata_elatior wikimedia commons Jebulon

Iris_barbata_elatior wikimedia commons Jebulon

Iris Gay parasol wikimedia commons Jebulon

Iris Gay parasol wikimedia commons Jebulon

Iris_japonica wikimedia commons Bouba

Iris_japonica wikimedia commons Bouba

user Bouba

Iris variegata wikimedia commons

Iris variegata wikimedia common user Kor!an

user Kor!an

Hier een moooie Jugendstil-vaas met iris:

en een Tiffany-theescherm met Iris:


Sint Joris dag, dag van de rozen en boeken in Catalonië

9 comments

Mijn dochter mailt uit Barcelona waar zij als antropoloog een spannende onderzoeksbaan heeft (Communal resource management bij de Maya’s in Mexico) over Diada de Sant Jordi, Sint Joris dag in Catalonië, de nationale feestdag, en ook het feest van het boek en het gedrukte woord.

Wikipedia: “Traditioneel geeft men er aan vrienden en familie op die dag een boek, een roos en een korenaar. Het is voor uitgevers dan ook een belangrijke dag en veel debuten verschijnen in die periode. Op Sint-Jorisdag 2007 verscheen zo een volledige nieuwe editie van de Gran Diccionari de l’Enciclopèdia Catalana”

Mijn dochter zegt het ietsje anders (zie ook de Engelse wikipedia) , namelijk dat de mannen de vrouwen een roos geven (zij krijgt dus rozen van haar Catalaanse vriend) en de vrouwen de mannen een boek.

“…  a rose for love and a book forever”

Rozen zijn met deze dag  geassocieerd sinds de middeleeuwen, maar het geven van boeken is een meer recente traditie uit 1923, toen een boekhandelaar begon de feestdag te promoten als een manier om de bijna gelijktijdige dood van Miguel Cervantes  en  William Shakespeare  op 23 april 1616 te herdenken.

(Zie ook: Cervantes, de dood, toneel en Don Quichot)

 Barcelona  is de hoofdstad van uitgeverijen van de Catalaanse  en de Spaanse taal;  en de combinatie van liefde en geletterdheid werd snel overgenomen.


Read more..

Apollo doodt Python (Ovidius-Delacroix)

no comment
Delacroix Apollo doodt Python

Delacroix Apollo doodt Python

 

Though earth may not have willed catastrophe

The latest of new creatures was the serpent.

Even you, great Python of hillside and valley

Who haunt the deepest shadows in men’s hearts !

Wherever the monsters turned, green darkness fell

In winding paths through sacred grove and briar.

Then bright Apollo with his sun-tipped arrows

Whose swiftness stilled the flight of goat and deer

Aimed at the beast with darts that fell in showers.

So Python perished, but not until his wounds

Were black with blood and God Apollo’s quiver

Almost spent. That is the reason why

Apollo’s games are called the Pythian Feast,

In memory of the serpent’s golden death,

In honor of the god’s swift victory —

Delacroix Apollo doodt Python

Delacroix Apollo doodt Python

 

Delacroix Apollo doodt Python

Delacroix Apollo doodt Python

Rutte of Cohen: Mann ohne Eigenschaften?

9 comments

Rutte: Mann ohne Eigenschaften?

Zowel Rutte alsook Cohen worden dezer dagen weggezet als „Mann ohne Eigenschaften“ (en letterlijk in het Duits!)

Terecht?

Ronald Plasterk zei over Rutte in de Volkskrant van 24 februari:

“'[…] Hij is een great communicator, maar tegelijkertijd is hij de Mann ohne Eigenschaften. Hij komt niet verder dan het rechtse neoliberale verhaal. Dat verhaal is failliet.”

en ook Maurits Westerberg noemt Rutte “Mann ohne Eigenschaften”

Mark Rutte Mann ohne Eigenschaften

Mark Rutte Mann ohne Eigenschaften ?

Fotograaf Nick van Ormondt

En over Cohen stond in Trouw een paar dagen eerder (21-2):

‘Mann ohne Eigenschaften’ wordt hij wel genoemd: Job Cohen, tot gisteren de politiek leider van de PvdA. Meer een bestuurder dan een politicus, een twijfelaar zonder uitgesproken opvattingen, voorzichtig kijkend vanuit welke hoek de wind waait.”

Ik vind het leuk om in dit verband naar de originele “Mann ohne Eigenschaften” te kijken, degene van Robert Musil: wie lijkt meer op Musils  literaire Mann ohne Eigenschaften, Rutte of Cohen?

Op Wikipedia is wat achtergrondinformatie te vinden over de beroemde roman “Mann ohne Eigenschaften” van Robert Musil, een belangrijk, actueel, filosofisch en ironisch boek. In het Duits hier geheel op internet te downloaden.

Wie is nou de man zonder eigenschappen bij Musil? Ik concentreer mij hier nu alleen op de eerste hoofdstukken van deze extreem complexe en bovendien onaffe roman.

De Mann zonder Eigenschappen (Ulrich) wordt bij Musil voor het eerst beschreven in het hoofdstuk Huis en woonvertrekken van de man zonder eigenschappen.  Het huis is eenkortvleugelig kasteeltje, een jacht- of liefdes­paleisje uit voorbije tijden”. De Mann zonder eigenschappen wordt geintroduceerd als iemand die van achter de gordijnen in zijn kasteeltje naar de wereld kijkt met de zakelijk blik van een fysicus. “…[hij] telde met zijn horloge al tien minuten lang de auto’s, de karren, de trams en de door de afstand uitgevloeide gezichten van de voetgangers, die het net van de blik met een wemelende haast vulden; hij schatte de snelheden, de hoeken, de vitale krachten van de voorbijbewegende massa’s…”

Vanuit de realistische schattingen gaat hij over naar speelse gedachten:

“Als je de sprongen van de aandacht zou kunnen me­ten, de verrichtingen van de oogspieren, de pendelbewe­gingen van de ziel en al die inspanningen die een mens zich moet getroosten om in de rivier van een straat overeind te blijven, zou er vermoedelijk – aldus had hij gedacht en spe­lenderwijs het onmogelijke proberen te berekenen – een grootheid uitkomen waarbij vergeleken de kracht die Atlas nodig heeft om de wereld te torsen gering is, en je zou kunnen meten welk een enorme prestatie tegenwoordig al wordt ge­leverd door iemand die helemaal niets doet.

Want de man zonder eigenschappen was op dat moment zo iemand.” (p 15)


Dit is de eerste belangrijke passage die de man zonder eigenschappen beschrijft.

Boven het volgende hoofstuk staat:Als werkelijkheidszin bestaat, moet mogelijkheidszin ook bestaan” en wordt er een eerste schets gegeven van de belangrijke utopische kant van de Mann ohne Eigenschaften.

Aldus zou de mogelijkheidszin welhaast te definiëren zijn als het vermo­gen om alles te denken wat evengoed zou kunnen zijn, en om aan wat is geen grotere betekenis te hechten dan aan wat niet is.”

In hetzelfde hoofdstuk lezen we de volgende passage die de “Mann ohne Eigenschaften” verder karakteriseert:

“Een buitengewone onverschilligheid je­gens het naar het aas happende leven staat bij hem tegenover het gevaar dat hij volstrekt zonderlinge dingen doet. Een on­praktisch man – en dat lijkt hij niet alleen maar dat is hij ook – blijft onbetrouwbaar en onberekenbaar in de omgang met mensen. Hij zal handelingen verrichten die voor hem iets an­ders betekenen dan voor anderen, maar hij stelt zichzelf steeds gerust over alles zolang het maar in een buitengewoon idee valt samen te vatten. En bovendien staat hij tegenwoordig nog heel ver af van een consequente houding. Het zou bij­voorbeeld heel goed kunnen dat een misdaad waarvan iemand anders de dupe is, hem alleen maar als een maatschap­pelijk feilen voorkomt, waar niet de misdadiger de schuld van draagt maar de inrichting van de samenleving. Daarentegen is het nog maar de vraag of hij een oorvijg die hij zelf ontvangt zal opvatten als een belediging van de kant van de maatschap­pij of als iets dat tenminste even onpersoonlijk is als de beet van een hond; waarschijnlijk zal hij in dat geval eerst de oor­vijg vergelden en vervolgens vinden dat hij dat niet had moe­ten doen. En vooral als men een geliefde van hem afpakt zal hij de werkelijkheid van dit incident voorlopig nog niet hele­maal kunnen negeren en zich met een verrassend, nieuw ge­voel schadeloos kunnen stellen. Deze ontwikkeling is mo­menteel nog aan de gang en betekent voor een mens zowel een zwakte als een kracht.” ( p22)

Rutte of Cohen??

Nee Ronald Plasterk, Rutte is juist de doortastende man MET eigenschappen!

Al zal hij niet de harten van de speelse, aarzelende, reflecterende en artistieke mensen kunnen stelen.

Robert Musil, De man zonder eigenschappen, vertaling Ingeborg Lesener, Meulenhoff 1988

 

 

 Leuk: ik heb een mailtje aan Ronald Plasterk gestuurd met link naar mijn blog, en hij reageerde eerlijk en positief: hij had het boek van Musil niet gelezen, en associeert iets anders met “Mann ohne Eigenschaften”.

Ja dat mag natuurlijk, maar ik als germaniste vind het leuk om naar de bronnen te gaan.

Maria Trepp

www.passagenproject.com


Update 31-3-2013 Rutte, ‘der Mann ohne Eigenschaften’

 

Insecto-theologie Swammerdam Maria Sybilla Merian

20 comments

 

Eergisteren hoorde ik op de radio (Hoe?Zo!) insectofiel professor Marcel Dicke praten over het belang van insecten voor de mensheid. Het lijkt me wel een hele opgave om de missionaris van de insecten te willen zijn- tenslotte niet echt een geliefde soort.

Marcel Dicke had het niet alleen over de biologie maar ook over de cultuurgeschiedenis van de insecten, die hij in zijn nieuw boek Blij met een dooie mug bespreekt.

 

Natuur en cultuur van de insecten houden ook mij bezig.

Vrolijke muggedichten en de  mug bij in Alice in Spiegelland vindt men in mijn blog Muggedicht.

Maar meestal worden insecten met dood, duivel en bederf geassocieerd: zie bijvoorbeeld een installatie met paspoorten van vluchtelingen, dode muggen en bloedspatten; en duivelse insectenmensen bij Jeroen Bosch.

Jeroen Bosch Mens als insect

Jeroen Bosch Mens als insect

In de bloemstukken van de 17e eeuw staan de insecten als herinnering aan de dood (memento mori).

Maar in de wetenschap vindt men in de 17e eeuw juist het tegenovergestelde. Insecten staan dan niet voor dood en duivel, maar voor de vinger Gods. Insecten bestuderen is niet minder dan lezen in de “Bybel der natuure”.

Maria Sybilla Merian liet de wonderbaarlijke metamorphosen van rupsen in vlinders zien .

In zijn zeer lezenswaardig boek “Het ‘Boeck der Natuere’,  Nederlandse geleerden en de wonderen van Gods schepping 1575-1715”  (gratis download via dbnl) schrijf Eric Jorink over Jan Swammerdam en diens onderzoek aan insecten.

 

“Volgens Jan Swammerdam openbaarde God zich bij uitstek in de microscopisch verfijnde structuur van insecten, zoals bijvoorbeeld in de facet-ogen van een bij.”

Swammerdam Insecto-theologie

Swammerdam Insecto-theologie

Dit is een originele tekening van Swammerdam, gemaakt rond 1677, die later werd gereproduceerd in diens postume Bybel der natuure (1737-1738).

Guido Gezelle heeft het later zo verwoord:

HET SCHRIJVERKE

O Krinklende winklende waterding
met ‘t zwarte kabotseken aan,
wat zien ik toch geren uw kopke flink
al schrijven op ‘t waterke gaan!
Gij leeft en gij roert en gij loopt zo snel,
al zie ‘k u noch arrem noch been;
gij wendt en gij weet uwen weg zo wel,
al zie ‘k u geen ooge, geen één.
Wat waart, of wat zijt, of wat zult gij zijn?
Verklaar het en zeg het mij, toe!
Wat zijt gij toch, blinkende knopke fijn,
dat nimmer van schrijven zijt moe?
Gij loopt over ‘t spegelend water klaar,
en ‘t water niet meer en verroert
dan of het een gladdige windtje waar,
dat stille over ‘t waterke voert.
o Schrijverkes, schrijverkes, zegt mij dan, –
met twintigen zijt gij en meer,
en is er geen een die ‘t mij zeggen kan: –
Wat schrijft en wat schrijft gij zo zeer?
Gij schrijft, en ‘t en staat in het water niet,
gij schrijft, en ‘t is uit en ‘t is weg;
geen christen en weet er wat dat bediedt:
och, schrijverke, zeg het mij, zeg!
Zijn ‘t visselkes daar ge van schrijven moet?
Zijn ‘t kruidekes daar ge van schrijft?
Zijn ‘t keikes of bladtjes of blomkes zoet,
of ‘t water, waarop dat ge drijft?
Zijn ‘t vogelkes, kwietlende klachtgepiep,
of is ‘et het blauwe gewelf,
dat onder en boven u blinkt, zoo diep,
of is het u, schrijverken zelf?
En t krinklende winklende waterding,
met ‘t zwarte kapoteken aan,
het stelde en het rechtte zijne oorkes flink,
en ‘t bleef daar een stondeke staan:
“Wij schrijven,” zoo sprak het, “al krinklen af
het gene onze Meester, weleer,
ons makend en leerend, te schrijven gaf,
één lesse, niet min nochte meer;
wij schrijven, en kunt gij die lesse toch
niet lezen, en zijt gij zo bot?
Wij schrijven, herschrijven en schrijven nog,
den heiligen Name van God!”

 

 

Een zeer geestige satire op “insecto-theologie” vindt men in Voltaires filosofische vertelling Micromégas die onder meer over Swammerdam, Huygens enz gaat.


 

Ekster: foto, kunst, literatuur

11 comments

 Ik heb een schitterend mooie eksterveer gevonden, metallic groen-zwart.

magpie_elster_ekster_feather_feder_veer_klein foto Maria Trepp

magpie_elster_ekster_feather_feder_veer foto Maria Trepp

Op internet gezocht naar informatie over de ekster in cultuur en kunst.

Een duivelsvogel, maar in de Oosterse cultuur en bij de indianen een godenvogel.

Wolfram von Eschenbach opent zijn middeleeuwse roman Parzival met een lof op de ekster: de ekster is zowel zwart als wit; dus zowel van de hel alsook van de hemel. Degene die geschakeerd is zoals de ekster heeft deel
in zowel de hel alsook in de hemel. Zo iemand is niet zwart, niet wit, niet grijs: geschakeerd.

Ja, dat is goed, dat wil ik zijn, geschakeerd, wit met metallic zwart, groen, blauw!

Hier een paar artistieke eksters:

Pieter Breughel met een ekster op de galg, Goya met een prins met tamme ekster en Monet, met een ekster in de sneeuw.

Pieter Breughel, Ekster op de galg

Pieter Breughel, Ekster op de galg

Pieter Breughel, Ekster op de galg

Francisco_de_Goya_y_Lucientes_magpie_elster-ekster

Francisco_de_Goya_y_Lucientes, Magpie Elster Ekster

Goya, Prins met tamme ekster

Monet, Ekster in de sneeuw.

Monet, Ekster in de sneeuw.

Monet, Ekster in de sneeuw.


 

 

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief