Wetenschap Kunst Politiek

Archive for the ‘ Moslims/islam ’ Category

Platoons semi-racisme

13 comments

Marcel Hulspas schrijft vandaag een uitstekende column over Thierry Baudet en diens onzinnige oproep om over de islam te generaliseren.

Ik wil deze column aanvullen met informatie over Paul Cliteur, de leermeester van Thierry Baudet,  een fervente advocaat van het stigmatiserende generaliseren.

Ik herhaal hieronder een oude blog van mij uit 2007.

Wie zich over de conservatieve en semi-racistische broedplaats van Nederlands uiterst rechts aan de Leidse Rechtenfaculteit (Baudet, Cliteur, Kinneging, Ellian) wil informeren, kan dit doen op mijn talrijke blogs over dit thema en op mijn internetpublicatie over de Leidse Edmund Burke Stichting.

 

——————————————————————————

Generaliseren en stigmatiseren in de naam van Plato

(herhaling van 12-12-2007)

 

De neocon Paul Cliteur probeert zijn polariserende generalisaties te verkopen als wetenschap:

“Wetenschap is generaliseren. Filosofie ook. Wie bij de particuliere geaardheid van de dingen wil blijven staan  zal nooit wetenschapper worden.”[1]

Daarop zeg ik: Ook wie alleen maar of te veel generaliseert is geen goede wetenschapper. De wetenschap bestaat in een dialectisch proces dat afwisselend generaliseert en specificeert/nuanceert/differentieert. Wie over maatschappelijke tegenstellingen alleen maar generaliseert, die polariseert en discrimineert.
Kritiek mag en moet, polemiek ook. Kritiek moet specifiek zijn, en zo min mogelijk generaliseren. Cliteur:

“Wat mij ergert, is dat men mij het recht om generaliserende uitspraken te doen, wil ontzeggen.”[2]

 

Niemand wil hem een recht ontzeggen. Maar kritiek op hem moet geoorloofd zijn, omdat generaliserende uitspraken maatschappelijk onnodig polariserend werken.

Trots zegt Cliteur over zijn eigen doelstellingen:

“Stigmatiseren is zeker ook de bedoeling!”( Tegen de decadentie, p 41)

De tot maxime verheven generalisaties van Cliteur en zijn mede-Burkianen zijn filosofisch een gevolg van een radicaal Platoons denken, ook wel “essentialisme” genoemd.


“[Cliteur]: Ik ben een idealist.”

“Cliteur [vindt]  De Staat van Plato nog altijd één van de belangrijkste filoso­fieboeken aller tijden. Hij beaamt de kritiek die vaak op De Staat te horen is, dat het een anti­democratisch en zelfs een totalitair geschrift is. ‘In dat boek zijn de meest krankzinnige dingen te vinden.’ Maar wat hem zo aanspreekt, is de gedachte dat de staat gericht moet zijn op een bepaald ideaaltype van de staat, in ons geval de rechtsstaat. Dat idealisme vindt Cliteur ‘een mooi contrapunt voor een wijdverbreid cynisme dat in de samenleving aanwezig is. De meeste commentaren die tegenwoor­dig op de internationale politiek worden gegeven zijn doordrongen van een heel diep pessimisme. […] Achter zo’n humanitaire actie in Irak bijvoorbeeld, kán daarom [volgens critici]  niets anders zitten dan oliebelangen. Het idealistische wereldbeeld staat daar tegenover. Daarin wordt aangenomen, dat ook staten zich kunnen laten leiden door ideële overwegingen. Het verbreiden van democratie, mensen­rechten en de scheiding van kerk en staat als universele uitgangspunten, dat gaat uiteindelijk terug op platoons erfgoed, in die zin dat het idealen in deze wereld wil verwerkelijken.’ ” (Filosofie Magazine, 9-2004)

Cliteur:”‘Ik ben steeds radicaler geworden. Ik heb wat dat betreft een omgekeerde ontwikke­lingsgang als Plato doorgemaakt. Plato schreef eerst De Staat, een erg radicaal boek, en daarna De Wetten, dat veel gema­tigder is. Ik begin juist steeds meer onvol­komenheden te zien. Sommige zaken zijn zo structureel verkeerd, dat je hard moet rammen om er doorheen te komen. Dat is een taak die ik mijzelf gesteld heb.‘ ”  “(Filosofie Magazine, 9-2004)

Karl Popper heeft in zijn The open society and its enemies –  een zeer kritische bespreking van Plato’s Staat – het begrip ‘essentialisme’  voor het Platoonse denken gebruikt. Daarom is het interessant de argumentatie en definitie bij Popper nog eens na te lezen:

Karl Popper Plato kritiek

Karl Popper: harde Plato kritiek

“I use the name methodological essentialism to characterize the view, held by Plato and many of his followers, that it is the task of pure knowledge or ‘science’ to discover and to describe the true nature of things, i.e. their hidden reality or essence. It was Plato’ s peculiar belief that the essence of sensible things can be found in other and more real things-in their primogenitors or Forms. Many of the later methodological essential­ists, for instanee Aristotle, did not altogether follow him in this; but they all agreed with him in determining the task of pure knowledge as the discovery of the hidden nature or Form or essence of things. All these methodological essentialists also agreed with Plato in holding that these essences may be discovered and discerned with the help of intellectual intuition; that every essence has a name proper to it, the name af ter which the sensible things are called; and that it may be des cri bed in words. And a description of the essence of a thing they all called a ‘definitiori’ . According to methodological essentialism, there can be three ways of knowing a thing: ‘I mean that we ean know its unchanging reality or essence; and that we can know the definition of the essence; and that we can know its name. Accordingly, two ques­tions may be formulated about any real thing … : A person may give the name and ask for the definition; or he may give the de finition and ask for the name.’ As an example of this method, Plato uses the essence of ‘even’ (as opposed to ‘odd”): ‘Number … may be a thing capable of division into equal parts. If it is so divisible, number is named “even”; and the definition of the name “even” is “a number divisible into equal parts” … And when we are given the name and asked about the defin­ition, or when we are given the definition and asked about the name, we speak, in both cases, of one and the same essence, whether we call it now “even” or “a number divisible into equal parts”.’ After this example, Plato proceeds to apply this method to a ‘proef concerning the real nature of the soul, about which we shall hear more later.
Methodological essentialism, i.e. the theory that it is the aim of science to reveal essences and to describe them by means of def­initions, can be better understood when contrasted with its opposite, methodological nominalism. Instead of aiming at finding out what a thing really is, and at defining its true nature, methodological nominalism aims at describing how a thing behaves in various circumstances, and especially, whether there are any regularities in its behaviour. In other words, methodological nominalism sees the aim of science in the description of the things and events of our experience, and in an ‘explanation’ of these events, i.e. their description with the help of universal laws.” ( p 29 f)
“As indicated by our example, methodological nominalism is now­adays fairly generally accepted in the natural sciences. The problems of the social sciences, on the other hand, are still for the most part treated by essentialist methods. This is, in my opinion, one of the main reasons for their backwardness.”
The most important meaning which he attaches to it is, I believe, practically identical with that which he attaches to the term ‘essence’. This way of using the term ‘nature’ still survives among essentialists even in our day; they still speak, for instance, of the nature of mathematics, or of the nature of inductive inference, or of the ‘nature of happiness and misery. When used by Plato in this way, ‘nature’ means nearly the same as ‘Form or ‘Idea’: for the Form or Idea of a thing, as shown above, is also its essence. ‘” ( p 75 f)
“Thus the terms ‘nature’ and ‘race’ are frequently used by Plato as synonyms, for instance, when he speaks of the ‘race of philosophers’ and of those who have ‘philosophic natures’: so that both these terms are closely akin to the terms ‘essence’ and ‘soul’. ” ( p. 77)

Bij Plato al is de term “ras” gebonden aan dit idealistische denken. Naar mijn mening is veel van het huidige dualistische cultuur- en religie-denken en vorm van cultuurracisme.

 

Zie ook mijn veelgelezen blog “Racisme zonder ras


[1] De onuitstaanbare leegte van links, Trouw 17-1-2004, http://www.civismundi.nl/Civis_Mundi_opinie/Cliteur_opinie_De_onuitstaanba/body_cliteur_opinie_de_onuitstaanba.html [2] Hutspot Holland, p. 182.

Maria Trepp

De verboden wetenschapsmonologen/ er ontbreekt: Nasr Abu Zayd

9 comments

De Verboden Wetenschapsmonologen (muzikaal theater) vertellen de aangrijpende verhalen van academici die in hun eigen land vervolgd werden en in Nederland een veilige werkplek vonden.

De monologen zijn gebaseerd op echte verhalen van gevluchte wetenschappers.

Ik keek benieuwd naar de namen van de wetenschappers die figureren in de voorstelling, en miste een belangrijke naam:

De Egyptenaar, liberale moslim en balling Nasr Abu Zayd, oud-Cleveringahooglerar aan de Universiteit Leiden, overleden in 2010.

Hij was sinds 1995 balling in Nederland nadat hij in Egypte tot geloofsafvallige werd bestempeld. Hij beschouwde de Koran als een zowel religieus alsook mythisch en literair werk.


Read more..

Revolutie is seksestrijd

2 comments

….schrijft Rob Vreken vandaag in de Volkskrant. “De moslimvrouw verandert snel van een onwetende, analfabete broedmachine in een geletterde burger met een klein gezin. De Arabische lente helpt haar daarbij.”

Socioloog Abram de Swaan schreef hier een boeiend boekje over, De botsing der beschavingen en de strijd der geslachten. De Swaan zoekt de verklaring voor de botsing der beschavingen binnen en buiten het Westen helemaal niet in religie, maar vooral in de verhouding tussen de seksen.

Anders dan bijvoorbeeld Afshin Ellian, die het niet kan laten te herhalen, dat politieke en sociale oorzaken het moslimterrorisme NIET de oorzaak van het terrorisme zijn, schrijft De Swaan:

“Zo is veel in het programma van de islamisten herkenbaar als voor de hand liggende en ook heel wel invoelbare verontwaardiging over de olieregimes die aan de leiband van de VS lopen, die de eigen grondstoffen aan vreemden uitverkopen en de opbrengsten verkwisten aan hoererij en praalzucht.” (p.8)
In hun vrouwenhaat staan de islamisten niet alleen: “Katholieken, gereformeerden, orthodoxe joden, hindoes, herboren christenen en nog vele, vele andere sektes en afgoderijen sluiten de vrouwen evenzeer uit. […] Overal waar religie zich in rechtzinnigheid verheft, worden om te beginnen de vrouwen vernederd. ( p.10)
[…] “Uiteraard knoopt deze extreme vrouwvijandigheid [bij islamisten] aan bij heersende tradities in de Arabische wereld, of beter bij de gebruiken en opvattingen in vrijwel alle overwegend agrarische, preïndustriële samenlevingen.”(p.12)

Volgens De Swaan en de Arab Human Development Reports nemen meisjes steeds meer deel aan het onderwijs, en verwerven zo een sterke sociale positie. “Dat ondermijnt de ooit zo vanzelfsprekende superioriteit van mannen aan vrouwen. De machtsbalans verschuift ten gunste van vrouwen in het privé-leven en op de arbeidsmarkt, waar mannen op voet van gelijkwaardigheid moeten concurreren met vrouwen. Dit proces heeft zich in het Westen over een verloop van eeuwen geleidelijk voltrokken, en vindt sinds enkele decennia schoksgewijs plaats in veel andere delen van de wereld.
Deze veranderende sociale kansen van mannen en vrouwen dragen volgens De Swaan bij aan de huidige religieuze radicalisering van jongens en meisjes. Angst voor verlies van de mannelijke superioriteitswaan dus, gecultiveerd in de godsdienst.

Verder meent De Swaan: “De inheemse Nederlanders en de immigranten zijn elkaar niets méér verschuldigd dan de vereisten van beleefdheid. Mishandeling in het huwelijk moet dan ook met strafrecht en hulpverlening bestreden worden. De beleefdheid vergt dat mensen hun uitspraken matigen, zeker wanneer ze zich namens de ene volksgroep over de andere uitlaten en dus ‘en gros’ spreken. Juist spot en krenking door buitenstaanders maken het onmogelijk om de loyaliteit met de eigen mensen te verbreken. “(p.25)

Wie de moslima’s wil helpen in hun strijd voor vrijheden kan volgens mij beter niet met polariserende generalisaties aankomen, maar moet hen in hun eigen concrete politieke en sociale eisen ondersteunen.


Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

Arabische Revolutie

1 comment

Thijs Berman en Emine Boskurt schrijven vandaag in de Volkskrant over de Arabische Revolutie, die leert dat de bevolkingen van Tunesië, Egypte, Lybië, Bahrein, Jemen en Oman geen sharia, maar vrijheid, sociale rechtvaardigheid en werkgelegenheid eisen.

De islamkritiek (=moslims zijn niet in staat tot vrijheid en democratie) is failliet.

Mijn blog “Moslims willen vrijheid” over het onderzoek van Dalia Mogahed werd twee jaar geleden weggehoond.

Ik herhaal het bij deze gelegenheid.


Wie spreekt namens de islam? is het resultaat van een groot onderzoek van Gallup in de periode 2001-2007 onder inwoners uit meer dan 35 landen met veel moslims.
Alles bij elkaar is de steekproef representatief voor meer dan 90 procent van de 1,3 miljard moslims. De meerderheid van de moslims wordt niet gehord, zo stellen Esposito/Mogahed. Opinieleidersverdienen veel geld met het verspreiden van negatieve en onjuiste opvattingen over de islam.
Wie spreekt namens de islam? gaat over de meerderheid wier stem niet gehoord wordt.
Wie denkt dat moslims geen vrijheid willen heeft het grondig mis.



Dalia Mogahed:

“[Het is een Westerse Mythe] : “Ze haten ons om onze vrijheid … “

“Hoe wij in het Westen denken over moslims en de islam is essentieel voor het maken en het slagen of mislukken van ons beleid en voor onze relaties met een groot deel van de moslimwereld. Veel mensen gingen er altijd van uit dat “ze ons haten vanwege onze democratie, vrijheden, cultuur, waarden, en ons succes/onze vooruitgang”. [p 132]

“Het Amerikaanse beleid dat is gericht op meer democratie in het Midden-Oosten stemt over­een met de gevoelens van een grote meerderheid van de respondenten die aangeven dat ze de politieke vrijheid in het Westen bewonderen en dat ze meer zelfbeschikking belangrijk vinden en nastreven.”
“Op de vraag wat men het meest bewondert van het Westen werden door zowel de politiek radicalen als de gematigden [onder de moslims] de volgende drie antwoorden het vaakst genoemd: (1) technologie; (2) de westerse waarden, hard werken, eigen verantwoordelijkheid, de rechtsstaat, samenwerking; en (3) rechtvaardig politiek systeem, democratie, respect voor mensenrechten, vrijheid van meningsuiting, gelijkheid tussen de seksen. “
[p 81]

“Ik bewonder hun vrijheid. Ze geven om mensenrechten.Er is democratie en gelijkheid. Hun technologie is hoog ontwikkeld.” – een Turkse respondent

Echte vrijheid, economische en wetenschappelijke ontwikkelingen, gelijk­heid, rechtvaardigheid.”– een Iraniër

“De vrijheid en mogelijkheden en tolerantie ten opzichte van elkaar.” – een Marokkaan.

Mogahed gaat ook uitvoerig in op de kwestie van de Mohammed–cartoons, en benadrukt dat het beeld dat het hierbij om een cultuuroorlog van het Westen tegen de islamitische landen grondverkeerd is.

“Reageerden moslims zo heftig omdat ze de vrijheid van menings­uiting niet begrepen of daar niet achter stonden? De onderzoeksgege­vens van Gallup, waaruit blijkt dat moslims de vrijheid en vrijheid van meningsuiting van het Westen bewonderen, laten iets anders zien. In de kern gaat deze zogenoemde botsing, of “cultuuroorlog”, niet over democratie en de vrijheid van meningsuiting, maar over geloof, identi­teit, respect (of het gebrek daaraan) en publieke vernedering. Zoals de Franse chassidische rabbijn Joseph Sirruk ten tijde van de cartoon­rellen tegen Associated Press zei: “Religies door het slijk halen, belache­lijk maken en er een karikatuur van maken, leidt tot niets. Het getuigt van gebrek aan eerlijkheid en respect.”

Veel Britse en Franse burgers zijn het daarmee eens. Uit represen­tatief onderzoek van Gallup in beide landen blijkt dat een meerder­heid van de Britten (57%) en een grote hoeveelheid Fransen (45%) vindt dat het afdrukken van een beeld van de Profeet Mohammed niet moet zijn toegestaan onder de vlag van de vrijheid van menings­uiting, terwijl respectievelijk 35% en 40% zegt dat het wél toege­staan moet zijn. De Britten en Fransen waren nog uitgesprokener in hun afkeer van andere uitingen die mogelijk onder de vrijheid van meningsuiting vallen: meer dan 75% van beide bevolkingsgroepen vindt dat een cartoon waarin grappen worden gemaakt over de Holocaust niet binnen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting hoort te vallen, en ongeveer 86% van de Britten en Fransen vindt dit ook over kranten die racistische laster afdrukken.

Het is duidelijk dat voor veel Europeanen de vrijheid van meningsuiting genuanceerd ligt en afhankelijk is van de context; het is niet zo zwart-wit.
En toch werd de cartoonkwestie voorgesteld als een conflict tussen het absolute recht van de vrijheid van meningsuiting in het liberale Westen versus de gewelddadige intolerantie in de moslimwereld. Door die voor­stelling van zaken konden niet-representatieve groepen aan beide kanten het debat monopoliseren, en de mensen met een gematigde opvatting die pleitten voor betere onderlinge relaties en meer begrip tussen mos­lims en westerse gemeenschappen raakten van de discussie vervreemd. Onbedoeld werden hierdoor religieuze extremisten en een aantal auto­cratische heersers die roepen dat de “westerse” democratie antireligieus en onverenigbaar met de islam is in de kaart gespeeld, en xenofobe en islamofobe deskundigen kregen de kans om hetzelfde te beweren.

De moslims die meededen aan rellen [waren] niet kwaad omdat ze de waarde van de vrijheid van meningsuiting niet begrepen. Het ging er veel meer om wie dit principe oplegde, op welke manier, aan wie – en met welke veronderstelde motieven.
Zo vertelde een Palestijnse demonstrant aan een verslaggever van Al-Jazeera dat de argumenten die Europa aanvoerde over de vrije meningsuiting blijk gaven van een dubbele standaard, omdat het in Duitsland wettelijk is verboden de Holocaust te ontkennen: “Het is oké om moslims maar niet om joden te beledigen.” Een andere blog­ger vroeg zich af waarom, als de vrijheid van individuele expressie zo wordt gekoesterd in Europa, dat dan niet gold voor meisjes in Frankrijk die zelf wilden bepalen wat ze droegen, bijvoorbeeld een hoofddoek op publieke scholen.“ [p 139]


“Moslims bewonderen de technologie en vrijheid in het Westen het meest, en associëren deze kwalificaties niet met Frankrijk, Japan of Duitsland, maar vooral met de Verenigde Staten. Dat men van het Westen in het algemeen, en de Verenigde Staten in het bijzonder, vindt dat er een “rechtvaardig rechtssysteem” is en dat “de eigen burgers veel vrijheden” hebben, en bovendien dat Amerika zichzelf presenteert als voorvechter van mensenrechten, is precies de reden waarom de Amerikaanse acties tegen moslims, zoals in Guantánamo, de Aboe Ghraib-gevangenis en andere mishandelingen, zo hypocriet worden gevonden. “ [p 154]

Zie ook het interview met Olivier Roy in de NRC van 3 maart, die stelt dat het Westen de recente ontwikkelingen in Tunesië, Egypte en Libië met een verouderde bril heeft bekeken: „Commentatoren gebruikten een dertig jaar oud model, gefundeerd op de Iraanse islamitische revolutie en gebaseerd op angst voor de islam.”

“Volgens Roy is de revolutie in Noord-Afrika een „postfundamentalistische revolte”. De motor is niet Al-Qaeda of Iran, maar een jonge generatie die niet ideologisch, maar praktisch is, en seculiere doelen nastreeft.”

“„Wat in Noord-Afrikaanse landen gebeurt, toont aan dat democratie en islam helemaal niet tegenovergesteld zijn en best kunnen samengaan. Deze nieuwe generatie van internetmoslims die de democratie steunen bestaat ook in Europa. Mijn boodschap is dat de ontwikkelingen in Egypte en Tunesië aantonen dat de moslims zich aan de democratische en seculiere maatschappij aan het aanpassen zijn.”

Zie ook het artikel over de Arabische lente van Grethe van Geffen en John Grin ook in de NRC van 3 maart, die terecht wijzen op WRR-rapport Dynamiek in islamitisch activisme dat een toenemend aantal islamitische filosofen, feministen en studentenbewegingen in landen als Algerije, Indonesië, Egypte, Tunesië en Marokko beschrift– bewegingen die democratische beginselen en mensenrechten centraal stelden.

Het rapport werd neergesabeld, op een stuitende manier, in de NRC door onder meer Afshin Ellian, die nu inmiddels God zij dank de NRC niet meer mag gebruiken voor zijn anti-islam hetze.

(naar aanleiding van het rapport en Ellians reactie toen heeft de NRC overigens een kritische lezersbrief van mij gepubliceerd)

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

Geert-Wilders-tulp: de islam is van Europa!

3 comments

Naar aanleiding van de doop van de Geert Wilders tulp:

 

Het woord “tulp” is afkomstig van het Perzische woord ‘tulipan’ wat tulband betekent. Kopvodden, dus.

De vermeend typisch Nederlandse tulpen zijn, zoals veel andere cultuurproducten, een import uit andere culturen

 

Wen er maar aan: de islam is evengoed Europa’” zegt Oxford-hoogleraar Eugene Rogan over zijn boek ‘The Arabs: A History’, dat door The Economist en The Financial Times tot een van de beste non-fictieboeken van 2009 werd uitgeroepen. [NRC, 2-4-2010]

Rogan: “Er is in de Arabische wereld sprake van een strijd voor politieke dominantie tussen islamisten en seculieren. Maar omdat we tegenwoordig zo gericht zijn op de rol van islam in de politiek is er een neiging om de seculiere krachten af te schrijven. Toch blijft dit een dominante politieke stroming in de Arabische wereld.”

Op de vraag ”Wat zijn historische verklaringen voor de lage scores op ontwikkelingsgebied waar het Arab Human Development Report op wijst?” antwoordt Rogan:

,,Eén van de belangrijkste verklaringen zijn de regionale conflicten. Ik woonde als tiener in Beiroet. Toen de burgeroorlog daar uitbrak zijn we naar Kairo verhuisd, in 1976. In Libanon heb ik de erbarmelijke omstandigheden gezien in de Palestijnse vluchtelingenkampen. Ik heb van dichtbij meegemaakt hoe Libanon met vredig naast elkaar levende geloofsgemeenschappen in korte tijd desintegreerde. De Jom Kipoer-oorlog van 1973 en de beelden van Israëlische straaljagers die Palestijnse vluchtelingenkampen bombarderen zijn in mijn geheugen gegrift. Deze instabiliteit betekende dat ontwikkeling een lagere prioriteit kreeg dan veiligheid. Een onevenredig hoog aandeel van de staatsbegrotingen gaat steevast naar defensie- uitgaven, vooral in de buurlanden van Israël. Sommige landen geven meer uit aan propaganda dan aan onderwijs. De dominantie van de staat in de economie heeft economische ontwikkeling beperkt. Veel zaken die de Arabische bevolking hadden kunnen helpen om aansluiting te hebben met de internationale economie, zijn gefrustreerd door eenpartijsystemen en militairen in de politiek.”

En op de vraag: “Wat voor rol ziet u voor moslims in Europa?” antwoordt Rogan:

,,Tweede en derde generatie moslims zijn Europese burgers. Zij hebben, net als elke andere Europeaan, het recht om bij te dragen aan de Europese cultuur. Europese democratieën moeten niet de waarde van burgerrechten vergeten.

,,En als historicus wil ik wijzen op de historische aanwezigheid van de islam in Europa. De islam is niet wezensvreemd aan Europa. We hebben het bestaan van de islamitische eeuwen in Europa in een daad van collectieve geheugenverlies uit de geschiedenis geschreven. Dit creëert een groot deel van de huidige misverstanden. Men dient niet meer te spreken van islam in Europa, maar een islam van Europa.”

De tulp is hiervan een symbool, voeg ik eraan toe.

Hier een samenstelling van mijn vele eerdere Wilders-kritische blogs:

http://passagenproject.com/blog/2011/02/19/wilders-kritiek-neemt-toe/

 

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits


Wilders-deskundige Hans Jansen, een vijand van de liberale islam

61 comments

‘Arabist in proces-Wilders is niet onpartijdig’


schrijven Annieke Kranenberg  en  Remco Meijer vandaag in de Volkskrant.
Dat klopt, Hans Jansen is absoluut niet onpartijdig.


Hans Jansen is een vijand van de liberale islam.


De internationaal erkende liberale korandeskundige en Leidse Cleveringahoogleraar 2001 Nasr Abu Zayd wordt door Jansen met haat achtervolgd:
Alles wat hij [Abu Zayd]  in zijn bijdrage over de Koran en de islam zegt, is apologetische verouderde flauwekul” schrijft Jansen.



Jansen verspreidt leugens over Abu Zayd zoals:  “Scheffer heeft gemerkt dat deze man [Abu Zayd] zijn weldoeners en asielverleners in zijn geschriften regelmatig als ‘de vijand’ aanduidt. Niet de moslimactivisten die hem wegens vermeende afvalligheid van de islam naar het leven staan zijn voor Abu-Zayd de vijand, maar degenen die hem toevlucht verschaffen.” Zie voor discussie van de feiten mijn blog hierover: Paul Scheffer en Hans Jansen over Nasr Abu Zayd

In de Rode Hoed hoorde ik in juni 2007 Jansen roepen:

“De islam, een geschiedenis van 1500 jaar moord” .


Jansen is beslist een Wilderiaan. Maar ik zou niet weten waarom Wilders hem dan niet als deskundige mag oproepen!

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

Jami-historie

123 comments

Ehsan Jami bij de PVV: surprise, surprise!
 
 “Ehsan Jami heeft zaterdag deelgenomen aan een sessie van de PVV voor toekomstige gemeenteraadsleden. Dat schrijft het AD. In een reactie zegt Jami: ‘Ik heb de afspraak dat ik nog niks ga zeggen.’” (de Volkskrant 8-9-2008)
 
Hier een stukje Jami-historie, op een rijtje gezet met behulp van mijn oude Jami-blogs:
bijvoorbeeld: Vrijheid en moed: met Thucydides ten oorlog ?

en met informatie uit het  boek van Janny Groen en Annieke Kranenberg “Opstand der gematigden”.
 
In 2007 werd Jami, toen nog PvdA-raadslid van Leidschendam-Voorburg, binnen zeer korte tijd een Bekende Nederlander. Maar nog geen jaar na zijn geruchtmakende entree zag Jami zich genoodzaakt zijn comité van ex-moslims dood te verklaren.
“Volgens Jami’s critici was niet zozeer de angst voor bedreigin­gen de reden dat zijn comité werd gemeden door afvalligen, maar veeleer zijn reputatie van provocateur en zijn openlijke flirt met pvv-leider Geert Wilders.” (Opstand der gematigden, p 17)
 
Jami werd vooral gesteund door de Wilders-sympathisanten, zoals de Leidse Burke-professoren. Met name Afshin Elian speelde de rol van “freelance zieleherder”. Het steuncomité voor Jami kon aanvakelijk een aantal mensen winnen die niet tot de kring van Wilders-sympathisanten hoorden; maar de meesten van hen, zoals Dick Pels, De Beus en Bijlo, zeg­den later hun steun voor Jami op.
 
Steeds werd duidelijker dat Jami bij Wilders thuis hoorde.
“In een gezamenlijk opiniestuk, gepu­bliceerd in de Volkskrant van 27 september 2007, vergeleek het duo [Jami/Wilders] Profeet Mohammed met AdolfHitler. Ze hekelden de uitspra­ken van Nationaal Coördinator TerrorismebestrijdingJoustra. Die had gezegd dat radicale uitlatingen over de islam ‘individuen die op de rand van geweld staan, het laatste duwtje kunnen geven’.
‘Naïeve en levensgevaarlijke’ uitlatingen, schreven Jami en Wil­ders. Ze vergeleken de islam met het nazisme. ‘Als wij nu niet op­treden tegen vergaande islamisering van Nederland, herleven de jaren dertig van de vorige eeuw. Alleen was het toen Hitler en nu Mohammed.’ “( p 31/32)
 
In het voetspoor van als Wilders en Wilders-vriendin Hirsi Ali kondigde Jami aan een eigen antikoranfilm te gaan maken, een ”pikante” tekenfilm over het leven van de Profeet Mohammed, The Life of Mohammed.
 
Eind maart 2008 liet Jami een aanstootgevende sneakpreview van zijn animatiefilm op de Nederlandse televisie zien.
“Hij toonde een shot van de Profeet met aan zijn hand zijn negenjarige vrouw Aïcha, die een knuffelbeertje bij zich heeft. De Profeet en Aïcha zijn op weg naar de moskee, waar zij seksuele gemeenschap zullen hebben. De Profeet is afgebeeld met een erectie. Op een van de torens van de moskee staat een hakenkruis.“ ( p 33)
 
Uiteindelijk besloot Jami om af te zien van zijn ‘aanstootgevende’ film en een andere film te gaan maken.
Eind november 2008 liet Jami weer van zich horen met zijn film ‘An interview with Mohammed’, volgens Afshin Ellian “een film van ‘bijzonder intellectueel gehalte’ en een ‘diepzinnige en veelzeggende film’.“ (Bert Wagendorp, 10-12-2008)
 
Marokkaanse en islamitische organisaties reageerden op deze nieuwe film van Jami:
“ ‘De film is een krachteloos niemendalletje zonder heldere boodschap, of het moet zijn dat de Koran moet worden gelezen in de context van de tijd waarin die is geschreven. En daar is ieder weldenkend mens het mee eens. De film levert dan ook geen bijdrage aan de discussie over gevoelige thema’s op het snijvlak van islam en samenleving. Wij wensen Ehsan Iarni verder veel succes met zijn carrière als filmmaker.’ “ ( p 35)
 
 

Scepsis en hoop- Peter Sloterdijk over de islam/ Het heilig vuur

35 comments


Peter Sloterdijk is voor mij de belangrijkste hedendaagse denker.
 
 Zijn “Kritiek van de cynische rede” is  een poging om neo-Nietzscheaanse filosofie en Vrolijke Wetenschap in de praktijk te brengen.
 
Sloterdijk sluit in zijn schriften ook sterk aan bij Walter Benjamin, die het Passagenproject de naam heeft gegeven.
 
Sloterdijk publiceert regelmatig over religie. Zijn boek “Het heilig vuur, Over de strijd tussen jodendom, christendom en islam  biedt een schat aan provocerende beschouwingen.
 
Wat ik bijzonder interessant vind bij Sloterdijk dat is dat hij een meedogenloze kritiek op de islam a la Bernard Lewis combineert met een zeer gedifferentieerde visie op de ontwikkeling van de islam, die helemaal niet op de lijn ligt van Lewis en de neocons.
 
In “Het heilig vuur” gaat het in de kern om de “domesticatie van jodendom, chris­tendom en islam in de geest van de goede samenleving” ( p 118).
 
In de eerste plaats ziet Sloterdijk, net als de neocons, de islam als een militante godsdienst, die historisch gezien militanter was dan het christendom:
 
De plicht om te groeien was aan deze godsdienststichting [de islam] niet minder inherent dan aan de zendingsopdracht van Paulus, met dit verschil dat de politiek-militaire dynamiek hier a priori een onlos­makelijke eenheid vormde met de religieuze. Mohammed knoopte aan bij de verscherping van het post-Babylonische jodendom, die voortleefde in de fanatieke toespitsing van Paulus, en ontwikkel­de vanuit deze richtlijnen een integraal militantisme.”( p. 71)
 
“De constitutieve rol van de militaire factor wordt be­vestigd door het feit dat binnen de canonieke geschriften over de profeet een aparte groep, de zogenaamde maghazi-literatuur, over niets anders gaat dan de veldtochten van Mohammed.”( p. 71)
“De islamitische geloofsijver wordt van meet af aan gekenmerkt door de vroomheid van de zwaardridder, ondersteund door een rijk opgetuigde mystiek van het martelaarschap.”( p 76)
 
“Wat zich afspeelt in de islamitische gebedshuizen, deze gymnasia van de godsvrucht, dient dus niet alleen om het geloof tot uitdruk­king te brengen. De betrokkenheid op het transcendente, die da­gelijks met lichaam en ziel wordt gevierd, heeft evenzeer het effect dat men in vorm blijft voor projecten van heilige strijdbaarheid. In ethisch en pragmatisch opzicht is de islam er met deze voor alle moslims geldende plicht tot het rituele gebed in geslaagd om het leven van alledag volkomen te laten doordringen door het heilig vuur. De allerhoogste plicht is geheugenactiverende fitness: deze staat gelijk met de geest van de wet zelf. “ ( p 72)
 
Toch maakt zich al meteen een bepaalde ironie geldend als Sloterdijk schrijft:
“De explosieve uitbreiding van de islam in de anderhalve eeuw na de dood van de profeet behoort ontegenzeglijk tot de po­litiek-militaire wereldwonderen, en wordt alleen overtroffen door de in omvang en intensiteit nog belangrijker uitbreiding van het Britse wereldrijk tussen de zeventiende en de negentiende eeuw. Dat deze razendsnelle, zij het regionaal begrensde wereldverove­ring werd gevoed door de authentieke intenties van de islam en zijn Heilige Schrift, kan geen ogenblik betwijfeld worden.” ( p 72)
 
Volstrekt anders dan Bernard Lewis en de neocons, die de islam vanuit een apocalyptische visie benaderen, kijkt Sloterdijk in de toekomst:
 
“Omstreeks 2050 zul­len ontwikkelde Europeanen bij het zien van de chronische stuip­trekkingen van islamitische ‘maatschappijen’ misschien af en toe moeten terugdenken aan de strijd uit de periode van de reformatie -meer nog echter aan de antimoderne koppigheidsfase van het ka­tholicisme, die duurde van 1789 tot aan het Tweede Vaticaans Con­cilie en die, zoals we ons nog altijd met verbazing voor de geest ha­len, tot voordeel van alle betrokkenen eindigde met de verzoening tussen theocentrisme en democratie. “ ( p 79)
 
Centraal in de beschouwing van Sloterdijk is dat hij af wil van het Zwart-Wit denken; van het of-of–denken, dat in de logica “Tertium non datur” wordt genoemd.
 
“Tertium datur”: er is een derde weg, dat is Peter Sloterdijks credo, of liever gezegd, misschien is die derde weg er nog niet, maar we gaan hem bouwen.
 
“Meerwaardigheidsdenken” noemt Sloterdijk deze derde weg. Zwart-wit-denken (= binair denken) kent maar twee toestanden;  zwart en wit;  goed en kwaad;  terwijl meerwaardigheidsdenken een scala van grijs kent en zoekt.
 
Over het meerwaardigheidsdenken in de islam schrijft Sloterdijk:
 
“Ook op het terrein van de monotheïstische geloofsijver zijn er redenen voor de overgang naar het meerwaardige denken. Juist de islam, die verder toch vooral bekendstaat om zijn hartstocht voor de strikte eenwaardigheid, heeft een exemplarische doorbraak be­reikt naar het scheppen van een derde waarde. Dit gebeurde toen voor de aanhangers van de boekreligies de dwang werd opgeheven om te kiezen tussen de Koran of de dood. Met de invoering van de dhimmi-status, die in feite een onderwerping zonder bekering be­tekent, ontstond er een derde mogelijkheid tussen het ja en het nee tegen de moslimgodsdienst. Dit wordt soms verkeerd opgevat als een vorm van verdraagzaamheid-dat begrip is tamelijk onislami­tisch, en ook tamelijk onkatholiek-, terwijl het eerder als een pri­mitieve uiting van meerwaardig denken moet worden beoordeeld. Voor de onderworpenen betekende dit hetzelfde als overleven, voor de onderwerpers betekende het de ontdekking van een mogelijk­heid om de plicht tot massamoord te ontlopen.” ( p 106)
 
Als disciplines die het offi­ciële meerwaardige denken hebben voorbereid, noemt Sloterdijk vooral “het principe van de trapsgewijze hiërarchische ordening en de nega­tieve theologie […] , daarnaast ook de hermeneutiek als kunst van het meerzinnige lezen en last but not least de ontwikkeling van de monotheïstische humor. “ ( p 110/111)
 
Vooral de nadruk op de hermeneutiek is voor mij belangrijk, omdat de hier vaak genoemde oud-Cleveringa-hoogleraar Nasr Abu Zayd degene is die de hermeneutiek op de islam toepast. (zie Verlichting in het Islamitisch denken)
 
Sloterdijk:
“De vormen van hermeneutiek, zoals die in de omgang met de heilige geschriften ontwikkeld worden, kunnen eveneens gelden als leerschool voor meerwaardig denken. Dit komt vooral door de omstandigheid dat de beroepsmatige schriftuitleggers zich met een gevaarlijk alternatief geconfronteerd zien. Het handwerk van het interpreteren vraagt uit zichzelf alom derde wegen, want zo­dra het goed en wel begonnen is, komt het voor de onaanvaardbare keuze te staan om de goddelijke boodschap ofwel te goed, ofwel te slecht te begrijpen. Beide opties zouden noodlottige consequenties met zich meebrengen. Zou de uitlegger het heilige boek zo goed begrijpen als alleen de schrijver dat zou kunnen, dan zou hij de in­druk wekken God op de schouder te willen kloppen en verklaren het geheel met hem eens te zijn-een pretentie die de hoeders van heilige tradities niet bepaald appreciëren. Zou hij het daarentegen in strijd met de consensus begrijpen, of sterker nog het boek vol­strekt duister of onzinnig vinden, dan zou er wel eens demonische verstoktheid in het spel kunnen zijn. In beide gevallen voldoet de uitlegger niet aan de norm en stelt hij zich bloot aan de reactie van de orthodoxie, die zoals bekend nooit kleinzerig was wanneer het erop aankwam ketters te laten zien wat de grenzen zijn. De religi­euze hermeneutiek is dan ook a priori op het tussengebied tussen twee vormen van godslastering aangewezen en moet zich daar in evenwicht zien te houden. In geen andere situatie is er een beter motief om voor een derde mogelijkheid te kiezen. Als je niet zo­danig met de bedoelingen van de schrijver mag versmelten dat je de indruk wekt hem beter te begrijpen dan hij zichzelf bij het dic­teren van de tekst begreep, maar ook zijn boodschap niet zo mag miskennen alsof hij een vreemde was die ons niets te zeggen heeft, dan is het uitwijken naar een middenpositie voorspelbaar. Het tus­senrijk van de uitlegging is de vertrouwde omgeving voor het zoe­ken naar een juist begrip van de heilige tekens; principiële onvol­maaktheid biedt voor zulk begrip alle kans. Ik hoef niet omstandig uit te leggen dat deze arbeid in de schemering van een altijd slechts gedeeltelijk onthulde betekenis bij uitstek geschikt is om het extre­misme te breken “(p 112/113)
  
 

Bolkestein: moslims geen recht op eigen scholen

115 comments

Lees hier het huidig artikel in het Nederlands Dagblad

Uitvoerig heb ik in mijn
documentatie over de Edmund Burke Stichting de continuïteit beschreven in het denken van Frits Bolkestein met de gedachten van Geert Wilders; en de tussenlink tussen beiden, de Leidse Edmund Burke Stichting, die Wilders in het zadel heeft geholpen. Frits Bolkestein is geestelijke vader van Wilders, met wie de Burke Stichting via Burke-directeur Bart Jan Spruyt in 2004/2005 een politiek samenwerkingsverband is aangegaan.

Interessant en sprekend is het feit dat Wilders zijn werkkamer in het gebouw van de Tweede Kamer in 2006 heeft ingericht met het meubilair dat hij overnam van Frits Bolkestein (NRC 24-2-2007).

Tot nu toe heeft men altijd gemeend een groot verschil te kunnen vaststellen tussen “echte liberalen” zoals Bolkestein, en autoritaire verbods-populisten zoals Wilders. Ik ben al lang van overtuigd dat dit verschil niet zo groot is als velen denken, en mijn mening wordt bevestigd door de dingen de Leidse hoogleraar prof. dr. Bolkestein in het Nederlands Dagbald vertelt. De vrijheid van onderwijs is van Bolkestein niet voor moslims:

“De vrijheid van onderwijs die aan christenen het recht op eigen scholen geeft, biedt moslims niet automatisch hetzelfde recht. ‘Wij leven in een gelijkheidscultuur. Maar mensen zijn ongelijk. En godsdiensten ook.’

Dat zegt VVD-prominent Frits
Bolkestein vandaag in een interview met het Nederlands Dagblad . Volgens de liberaal is de vrijheid van onderwijs door jarenlange schoolstrijd nauw verweven met de Nederlandse samenleving. ‘Er is geen enkele reden om dat recht ook aan andere scholen zoals islamitische te gunnen.’ ”

De vrijheid van onderwijs wordt in Nederland niet iedereen gegund; scholen moeten aan kwaliteitscriteria voldoen, en dat is goed zo.
De kwaliteit van vele islamitische scholen is onder de maat; en dat kan en mag niet zo blijven.

Van Bolkestein geldt vanaf nu niet het kwaliteitscriterium, maar wordt het criterium van de religie gebruikt.

Geen scholen voor moslims.

Het rechtse liberalisme was nooit liberaal en laat nu zijn anti-liberale tanden zien.

Dank aan degene die mij op het artikel in het Nederlands Dagblad heeft geattendeerd…het is zeker niet mijn gewoonte om op zaterdag ochtend naar de site van het ND te sufen…

Gilles Kepel en Leon Buskens over de Fitna

28 comments

De nieuwe film van Wilders schijnt “Fitna” te heten.
“Iedere moslim kent het Arabische begrip fitna, aldus de PVV-leider. “Het duidt op situaties waarin het geloof van moslims op de proef wordt gesteld. Alles wat hun geloof op de proef stelt, is fitna: onbedekte vrouwen, alcohol, niet-moslims, verzet tegen het gezag van de islam. Ik gebruik die term spiegelbeeldig: voor mij is de verderfelijke islam fitna.” Wilders is ingenomen met de titel. “Ik wilde per se een term die in de Koran voorkomt.” ( Het Parool , 9-2-2008)

Maar…
“Fitna” is een negatief woord –  ook voor moslims. Fitna is chaos en burgeroorlog, oorlog van moslims tegen moslims.

Gilles Kepel schrijft in Oorlog in het hart van de islam (2004/2005) over jihad en fitna.

“In de geschiedenis van de veertien eeuwen van de islamitische samenlevingen heeft altijd een intense spanning bestaan tussen twee tegengestelde polen, die de op- en neergang bepaalden van de uit de islam voortgekomen beschaving: jihad en fitna.

Het eerste van die twee woorden, dat algemeen gebruikelijk is geworden, heeft een positieve connotatie binnen de traditione­le islamitische cultuur. Het duidt de inspanning aan die van ie­dere gelovige wordt verlangd teneinde het gebied en de invloed van de godsdienstige norm uit te breiden, om zowel de indivi­duele hartstochten als de organisatie van de samenleving, zelfs de ordening van de wereld te reguleren – om de weerbarstige mensheid te onderwerpen aan de onaantastbare wetten van de koran. Wanneer die inspanning tot een toppunt wordt opge­voerd, manifesteert ze zich in de vorm van een heilige verove­rings- of verdedigingsoorlog. Minder openlijk inspireert ze ook het dagelijkse proselitisme dat de moslims tot ‘betere gelovigen’ wil maken, en het legt tegenover de rest van de mensheid een in­tensieve bekeringsijver aan de dag. Ze is de motor van de ge­loofsverbreiding, die, zoals de geijkte uitdrukking luidt, ‘met het zwaard en het heilige boek’ wordt bewerkstelligd.

Het tweede woord, fitna, dat buiten de talen van de islam min­der bekend is, heeft daarentegen een volstrekt negatieve conno­tatie: het duidt het oproer, de oorlog binnen de islam aan, een middelpuntvliedende kracht die de ontmanteling, de implosie en de ondergang van de gemeenschap in zich draagt – terwijl de jihad de interne spanningen sublimeert, ze naar buiten werkt. De fitna is voor het voortbestaan van de moslimsamenleving een permanente dreiging, die knaagt aan het geweten van de oele­ma’s, de schriftgeleerden, en hen tot voorzichtigheid en bezin­ning aanzet.

[…] De slachting die op 11 september onder onschuldige mensen werd aangericht, luidde juist het tijdperk van fitna, wanorde en ver­woesting in het huis van de islam in. […]
Irak, na een ‘oorlog tegen de terreur’, waarvoor 11 september het voorwendsel was, bezet door de Verenigde Staten en hun bondgenoten, is diepgaand gedestabiliseerd. Zelfs na de machts­overdracht de iure aan een autochtone regering op 28 juni 2004, ligt er nog een zware hypotheek op de toekomst van Irak als een­heidsstaat. Niet alleen door de guerrilla tegen de bezettingslegers, maar ook door het geweld en de aanslagen vallen er bijna dage­lijks talloze doden en gewonden onder de Irakezen, zowel Ara­bieren als Koerden, zowel soennieten als sjiieten, en intussen zakt het land weg in de fitna.

[…] De gebeurtenissen van 11 september hebben dodelijke krach­ten losgemaakt, die drie jaar na dato verstrikt zijn in een onont­warbare vicieuze cirkel, in een helse dialectiek van jihad en fit­na. Door een massale reactie van de Verenigde Staten uit te lokken, hebben Bin Laden en zijn handlangers de afschuw ver­ergerd. “

Kepel eindigt met een pleidooi voor een Europese democratische islam, die uitstijgt boven jihad en fitna. Als Wilders op deze lijn wil zitten… dan moeten we dat van harte toejuichen.

Kepel:
“Het uitstijgen boven jihad en fitna is naar de smaak noch van de radicale activisten, noch van de salafisten, noch van de islamisten – al lopen deze laatsten, zodra ze de Europese po­litieke arena betreden, de kans dat hun principes worden aan­getast. De slag om de wording van de islam van Europa is cru­ciaal en het belang ervan is degenen die op het Europese continent een innerlijke citadel willen opbouwen, verstard in de geloofsartikelen in het hart van het ‘land van ongeloof, niet ont­gaan. Daartegen is er geen andere keus dan te werken aan de vol­ledige democratische deelname van de moslimjongeren aan het leven als burger, en daarbij gebruik te maken van de instru­menten, vooral op het terrein van onderwijs en cultuur, die de sociale stijging bevorderen en bijdragen aan de opkomst van de nieuwe elites, voortgekomen uit die bevolkingsgroepen. Het zal hun taak zijn om, uitstijgend boven de spookbeelden van jihad en fitna en de grenzen van Europa overschrijdend, het nieuwe gezicht van een moslimwereld, verzoend met de moderniteit, concreet vorm te geven. ”  ( p 371 ff)

De Leidse hoogleraar Leon Buskens over het woord “fitna”: “Het is een sleutelterm uit de geleerde islamitische traditie. Het betekent vooral chaos en wanorde die je kunt vermijden als je je aan Gods voorschriften houdt. Fitna is het tegendeel van de ideale samenleving.” Buskens pakt er een klassiek Arabisch woordenboek bij en leest voor: “Beproeving, verleiding, misdaad, zonde, ongelovigheid, ongeluk, tegenslag, tuchtiging, bekoring, verleiding.” Een heel breed scala aan betekenissen dus, voegt Buskens toe. Want in de islamitische traditie wordt ook nog gesproken over de ‘eerste Fitna’ en de ‘tweede Fitna’, daarmee worden burgeroorlogen bedoeld. “NRC 11-2-2008

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief