Kunst Wetenschap Politiek

Archive for the ‘ Geschiedenis ’ Category

Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

12 comments

Maria Sibylla Merian, insecto-theoloog

[blogherhaling] In het Rembrandthuis zag ik een paar jaar geleden de schitterende tentoonstelling over Maria Sibylla Merian, een Duits-Nederlandse vrouw tussen kunst en wetenschap.

Maria Sibylla Merian (1647-1717) is de belangrijkste en meest invloedrijke natuurhistorische tekenaar die in de zeventiende eeuw in Nederland (en Suriname) werkzaam is geweest.

Een representatief overzicht van circa 100 meesterwerken, afkomstig uit tientallen prentenkabinetten en hier voor de eerste maal bijeengebracht, geeft de bezoeker inzicht in Merians wetenschappelijke onderzoek, observatie en minutieuze registratie van bloemen, insecten en reptielen.

m sybilla merian butterflies insecten metamorphose Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

-butterflies-insecten-metamorphose.jpg

Merian wordt tegenwoordig algemeen beschouwd als de eerste vrouwelijke entomoloog (insectenkenner), omdat zij haar onderzoek buitengewoon zorgvuldig registreerde en documenteerde. Even bijzonder als haar wetenschappelijke werk is haar avontuurlijke levensloop. Zo reisde zij op 53-jarige leeftijd naar Suriname om de insecten in het regenwoud te bestuderen. Ook als zelfstandig ondernemer onderscheidde zij zich van haar tijdgenoten door met haar dochters een succesvolle uitgeverij en drukkerij van boeken en prenten op te zetten.”

Voor Merian, net zoals voor haar beroemde voorganger Jan Swammerdam, was het onderzoeken en beschrijven van insecten een manier van godsdienst, zie ook uitvoerig mijn blog over “Insecto-theologie“.

Duroia eriopila by maria sybilla merian insecten theologie1 580x850 Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

Duroia eriopila_

Guavenzweig maria sybilla merian insecten theologie Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

Guavetak met spin

 

Duroia maria sybilla merian insecten theologie1 580x881 Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

Duroia

maria sybilla merian insecten theologie1 Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

Illustration of a Caiman crocodilus and an Anilius scytale 1701–1705 by Maria Sibylla Merian 580x386 Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

Caiman_crocodil

Maria Sibylla Merian  Metamorphosis LX schmetterling vlinder 580x798 Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

maria Sibylla Merian ananas Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

Ananas

Maria Sibylla Merian 001 tulpe 580x711 Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

tulp

Metamorphosis of a Butterfly Maria Sybilla Merian 1705 580x771 Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

Maria Sibylla Merian StrohblumeUnd Castnilde 1705 580x733 Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

Maria Sibylla Merian Granaatappelboom 580x773 Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

Granaatappelboom

Maria Sibylla Merian voorjaarsbloemen tulpen 580x769 Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

voorjaarsbloemen tulpen

Maria Sibylla Merian rood geel gevlamde lelie 580x922 Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

rood-geel gevlamde lelie

maria sibylla merian iris susiana 1700 Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

Iris Susiana (1700)

maria sibylla merian witte narcissen white narcissus Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

witte narcissen

www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

Volle maan: het oranje maangezicht

13 comments

Volle maan: het oranje maangezicht

Christiaan Huygens schrijft in zijn tekst “Cosmotheoros” veel over de maan, en hij verwijst instemmend naar de schrift van Plutarchus over het maangezicht “De facie in orbe Lunae”.

oranje maan bovenleiden 18 4 2011 Volle maan: het oranje maangezicht

maangezicht Plutarchus

Oranje volle maan boven Leiden 18-4-2011

 Volle maan: het oranje maangezicht

Plutarchus maangezicht/Mondgesicht Christiaan Huygens Cosmotheoros

Het maangezicht – zie je het?


Plutarchus’ schriftje over de volle man is in het Engels op internet te lezen.

Plutarchus zelf verwijst wederom naar andere denkers, die voor hem die over de maan hadden gefilosofeerd, en hij komt met een mooi gedicht, toegeschreven aan Hegesianax. Ik citeer het hier in het Engels:

“With fire she shines all round, but in the midst
More blue than black appears a maiden’s face
And moisten’d cheeks, that blush to meet the gaze.”

 

In het Duits klinkt het zo:

“Herrlich glänzt der Mond

Von feurigen Strahlen um geben

Aber ein Frauenaug erscheint in der Mitte der Scheibe

Blauer als Saphir, und eine Stirn, mit lieblicher Röte

Prangend….“

 

En laten we het even in het Nederlands proberen:


“Prachtig straalt de maan.

Omgeven door vurige stralen

kijkt een gezicht met blauwe ogen

en blozende wangen

ons aan.”

 

Plutarchus bespreekt uitvoerig de oppervlakte van de maan, die ons als menselijk gelaat kan voor komen. Overigens is het erg mooi in het Engels, dat het woord voor oppervlakte [van de maan] en het woord voor“gezicht” samenhangt als surface/face.

Zie ook mijn blog over de vrouw in de maan, en Shakespeare’s Midzomernachtsdroom

In verband met de Huygenstentoonstelling 2013 plaats ik hier elke dag een (nieuw of hernieuwd oud) Christiaan-Huygens-Blog.

www.passagenproject.com

 

Israël en de antisemiet Richard Wagner

13 comments

richardwagner Israël en de antisemiet Richard WagnerRichard Wagner was een fervent antisemiet en de favoriete componist van Hitler. Daarom zijn uitvoeringen van zijn werken in Israël controversieel.

Nu vindt er voor het eerst een concert plaats in Israël met uitsluitend composities van Wagner – met een speciaal voor dit doel gevormd orkest [zie Spiegel-online].

Sommige composities van Wagner werden wél eerder gespeeld  – maar nu willen musici in Israël een compleet concert met muziek van Richard Wagner uitvoeren.

Wagner, die leefde van 1813 tot 1883, was een overtuigd antisemiet. Zijn werken waren in de tijd van het nationaal-socialisme enorm populair. Adolf Hitler bewonderde de componist sinds zijn jeugd.

Na de pogroms tegen joden in Duitsland in november 1938 speelde het Eretz Israel Symphonic Orchestra – toen in Palestina de actieve voorloper van het Israel Philharmonic Orchestra – nadrukkelijk niet meer de muziek van Wagner. Sindsdien geldt in Israël een onofficiële boycot van Wagner, die weliswaar meerdere malen is verbroken- maar in de reguliere concerten is de muziek bijna nooit gespeeld.

Zo veroorzaakte de onder de leiding van Daniel Barenboim uitgevoerde ouverture van Tristan en Isolde in juli 2001 een conflict en kritiek van het Wiesenthal Center en van de toenmalige burgemeester van Jeruzalem Ehud Olmert . Eerder werden andere Wagner-uitvoeringen door protesten van Holocaust-overlevenden voorkomen.

 

“Het is aan de tijd om de Wagner-boycot te breken”, zegt Livny, zoon van een overlevende van de Holocaust uit Duitsland. Immers, Israël is ook een land “dat zelf kampt met culturele boycotten.” Hij respecteert mensen “die niet naar deze muziek willen luisteren,” zei hij. “Maar ik respecteer ook degenen die het wél willen.”

Het antisemitisme van Richard Wagner

Richard Wagners antisemitisme wordt op verschillende manieren geïnterpreteerd. Wagners uitspraken breien voort op antisemitische stereotypen en reflecties van de 19e eeuw, die hij in Duitsland en Europa aantrof. Wagner herhaalde echter niet alleen antisemitische stereotypen, maar ontwikkelde deze verder met schriften zoals Das Judenthum in der Musik .

Wagner wil in dit document “het onvrijwillig afstotende, dat de persoonlijkheid en de essentie van de Jood voor ons heeft,”  uitleggen, “om deze instinctieve afkeer te rechtvaardigen, waarvan we duidelijk herkennen dat deze sterker en belangrijker is dan ons bewuste ijver om ons te ontdoen van deze aversie.

Wagner verdedigt in zijn essay de stelling dat “de jood” an sich niet in staat zou zijn “om zich door zijn uiterlijk, door zijn taal, of  zijn lied aan ons op een artistieke manier te presenteren“. Toch zou “hij” [de jood] in de muziek de smaak van het publiek beheersen.

Wagner bekritiseert de muzikale werken van joodse componisten van zijn tijd. Als goed opgeleide joden zouden zij ernaar streven de “opvallende kenmerken van hun lagere geloofsgenoten” achter zich te laten.  Maar juist daarom zouden zij niet in staat zijn tot een  “diepe zielensympathie met een grote gemeenschap van gelijkgezinden“. De zeggingskracht van het artistieke scheppen van “de hoog opgeleide jood”  ”zou alleen maar onverschillig en triviaal zijn, omdat zijn gehele inzet voor de kunst alleen maar een overbodige luxe is“.

In het algemeen ontzegt Wagner joodse kunstenaars elke vorm van originaliteit.

Wagner had een grote invloed op de Engelse schrijver Houston Stewart Chamberlain, auteur van Die Grundlagen des neunzehnten Jahrhunderts,  een werk doortrokken van fanatieke germanencultus en antisemitische en racistische ideeën. In 1908 trouwde Chamberlain met Wagners tweede dochter Eva. Chamberlain is een van de ideologische voorlopers van het nazi-antisemitisme.

hitler goebbels in bayreuth Israël en de antisemiet Richard Wagner

Hitler en Goebbels in Bayreuth

Hitler ging regelmatig naar de opera en bestudeerde Wagner intensief. Hitler was idolaat van Wagner als voorbeeld van zijn eigen visie op het leven.

Tijdens de Bayreuther Festspiele of Richard-Wagner-Festspiele wordt het uitgebreide operawerk van Richard Wagner uitgevoerd in het Bayreuther Festspielhaus op de Grüne Hügel in Bayreuth. In de nazi-tijd waren deze Festspiele één grote act van de Hitler-devotie. De kunstenaars die mee mochten doen aan de voorstellingen werden al lang voor de nazi-periode met antisemitisme en rassenhaat geconfronteerd. ( zie: „die rassistische Besetzungspolitik der Bayreuther Festspiele vor der Nazizeit”)

N.B. De familie Wagner houdt nog steeds de brieven van Richard Wagner achter slot en grendel. (Bron FAZ)

Friedrich Nietzsche keerde zich af van Wagner onder meer vanwege diens antisemitisme, zie hier.

Meer over antisemitisme op dit blog

Zie ook Stephen Fry en film Richard Wagner( “Wagner & Me”)

Zie ook Stephen Fry en film Richard Wagner( “Wagner & Me”) in Die Zeit 24-6-2012

Zie ook: de Franse filosoof Alain Badiou verdedigt Wagner

Zie ook de kritische dans-performance “Hacking Wagner” van de joodse choreografe Saar Magal  in het Haus der Kunst.



Update 5-6-2012: Universiteit Tel Aviv zegt het concert toch af!

Update 11-5-2012: Het concert kan niet plaatsvinden

- ook het Hilton Hotel Tel Aviv heeft nu afgezegd. De kunstenaars krijgen hun geld terug.

 

Update: van 7 december 2012 tot 17 februari 2013 is in Berlijn een tentoonstelling te zien over de controversiële Richard Wagner

 

Maria Trepp

Huygens, Van Leeuwenhoek, Swammerdam: de wereld onder het microscoop

19 comments

Christiaan Huygens paste zijn theoretisch interesse voor de optica en zijn praktisch interesse voor het slijpen van lenzen niet alleen toe op telescopen, maar ook op microscopen. De microscoop gaf in de 17e eeuw een belangrijke toegang tot een nieuwe wonderwereld.

Vorig jaar werden in het Museum Boijmans en in het Museum Boerhaave in Leiden mooie foto’s ‘getoond, onder meer van micro-organismen, in de tentoonstelling “Schoonheid in de wetenschap”.

schoonheid in de wetenschap microscoop Huygens, Van Leeuwenhoek, Swammerdam: de wereld onder het microscoop

 

Zijn leven lang heeft Huygens zich samen met zijn broer Constantijn jr. geïnteresseerd voor microscopen; een belangstelling en fascinatie, die zij overnamen van en deelden met hun vader Constantijn. Vader Constantijn Huygens was bevriend met Descartes en studeerde, net als zijn zoon Christiaan, theorie en praktijk van de optica. Huygens onderzocht ook zelf  microscopisch kleine plantjes en diertjes, en ontwierp ook een speciale microscoop om de haarvaten in vissestaarten te kunnen bekijken, de zgn. aalkijker.

In zijn Cosmotheoros schrijft Christiaan over de fascinerende wereld onder het microscoop: aderen, bloedkringloop, zaadcellen (“zeer levendig diertjes”): “een zaak, die verwonderlijk is, en van alle eeuwen onbekend was”.

“[…] Voornamentlijk ook [noemen wij] dat wonder gebruik van ’t glas, in de natuur der dingen te doorzien, na de uitvindingen van het Verrekijk- en Vergroot glas [Microscopium].
[...] lk zoude hier nog veel konnen aanlassen wegens de veelvuldige leering en kennisse van de natuur der dingen […] van den omloop des bloeds door slag- en bloedaderen, die voor dezen wel begrepen wierd, maar onlangs door het Vergrootglas zelfs met de oogen begonnen is gezien te werden in de staarteinden van sommige Vissen: gelijk ook van de voortteling der Dieren, waar omtrent bevonden is dat ’er geen geboren worden dan uit zaad van haar’ s gelijken; en dat het zelve ook waar is van de Kruiden: zelfs dat in het mannelijk zaad ontallijke duizenden van zeer levendige diertjes bespeurt worden, welke, naar alle waarschijnelijkheid, de regte afzetzels der Dieren zijn: een zaak, die verwonderlijk is, en van alle eeuwen onbekend was.”

Huygens onderhield contact met de microscopenbouwer en microbioloog Antoni van Leeuwenhoek(1632-1723).

Huygens heeft  voor de Académie Royale des Sciences een Franse samenvatting vervaardigd van de eerste brief van Van Leeuwenhoek over micro-organismen (1676) en liet hij ook aan zijn mede-leden van de Académie zaaddiertjes en diverse micro­organismen zien met een door hemzelf ontworpen en vervaardigde microscoop.

antonie van leeuwenhoek beobachtung mikroskop  Huygens, Van Leeuwenhoek, Swammerdam: de wereld onder het microscoop

Volgens de toen populaire theorie van de spontane generatie ontstaat leven uit levenloos materiaal (Huygens noemt het geloof dat muizen uit aarde ontstaan). Van Leeuwenhoek, die zelf zaadcellen onder de microscoop kon waarnemen, verwierp net als Huygens deze theorie.

(Over Huygens en de microscoop zie ook de publicatie van Museum Boerhave)

Christiaan Huygens, evenals zijn vader Constantijn en Huygens’ vriend Leibniz, werden geïnspireerd door de collecties van de natuuronderzoeker Jan Swammerdam, die als eerste systematisch gebruik maakte van de microscoop en 1675 een natuurgeschiedenis van de insecten publiceerde. Voor Swammerdam was de natuur een bijbel, en was het bestuderen van de wonderwerken der natuur godsdienst. Bij hem, net als bij Christiaan Huygens, vindt men de physicotheologische gedachte dat Gods bestaan kan worden afgeleid uit de structuur van de natuur zelf.

swammerdam bybel der natuure oog bij eye bie Huygens, Van Leeuwenhoek, Swammerdam: de wereld onder het microscoop

Jan Swammerdam, Bijbel der Nature, Oog van en bij

Voltaires  sciencefiction   Micromégas knoopt aan bij Christiaan Huygens, Jan Swammerdam en Leeuwenhoek die in Voltaires verhaal op verschillende manieren  (thema: de wereld onder het microscoop en in het telescoop) impliciet en expliciet genoemd worden.

Zie mijn vertaling von Voltaires Micromégas met kommentaar.

 

Meer over Christiaan Huygens



Read more..

Hitlers ‘Mein Kampf’ Britse en Duitse uitgave

17 comments


De Nederlandse oorlogsnieuwswebsite nieuws-wo2.tk heeft gisteren grote stukken uit Mein Kampf gepubliceerd. Als ‘flankerende steunoperatie’ aan de Britse uitgever Peter McGee, die in de clinch ligt met de Duitse overheid. Het Beiers ministerie van Financiën gaat vervolging instellen.

Volgens HP/De Tijd is Mein Kampf  “het zwarte gat van de uitgeefwereld. Niet alleen is het duivels antisemitisch, maar ook niet leesbaar en is in sommige landen ook nog verboden”.


Ik wil hier iets bijdragen over inhoud, vorm en achtergrond van Hitlers “Mein Kampf”.

Het verbod op “Mein Kampf” is in hoge mate symbolisch, aangezien het boek overal te verkrijgen is, en ook op internet in .pdf -vorm wordt aangeboden. Dat het verbod symbolisch is, maakt het verbod in mijn ogen niet automatisch verkeerd.

Wat historisch belangrijk is, dat is het feit dat Hitler zijn politieke en maatschappelijke ideeën nauwkeurig heeft beschreven in “Mein Kampf”, maar in de dagelijkse politiek jarenlang veel minder radicaal is geweest, zodat bij veel mensen in het binnen- en buitenland de indruk ontstond, dat het allemaal wel mee zou vallen.

Uiteindelijk hebben de nazi’s alles in de praktijk gebracht wat in “Mein Kampf” stond.

“Mein Kampf”wordt ideologisch gedomineerd door rasbiologie, antisemitisme, sociaal-darwinisme en cultuurpessimisme.

 

* Hitler voert alle complexe maatschappelijke en politieke gebeurtenissen terug op universele, eendimensionale racistische natuurwetten.

,,[Die Menschen gehen] mit wenigen Ausnahmen wie blind an einem der hervorstechendsten Grundsätze [der Natur] vorbei: der inneren Abgeschlossenheit der Arten sämtli­cher Lebewesen dieser Erde. Schon die oberflächliche Betrachtung zeigt als nahezu ehernes Grundgesetz all der unzähligen Ausdruck­formen des Lebenswillens der Natur ihre in sich begrenzte Form der Fortpflanzung und Vermehrung. Jedes Tier paart sich nur mit einem Genossen der gleichen Art. Meise geht zu Meise, Fink zu Fink, … der Wolf zur Wölfin usw.” (1936, 311).
“Jede Kreuzung zweier nicht ganz gleich hoher Wesen gibt als Produkt ein Mittelding zwischen der Höhe der beiden Eltern. Das heißt also: das Junge wird wohl höher stehen als die rassisch niedrigere Hälfte des Elternpaares, allein nicht so hoch wie die höhere. Folglich wird es im Kampf gegen diese höhere später unterliegen. Solche Paarung widerspricht aber dem Willen der Natur zur Höherzüchtung des Lebens überhaupt. Die Voraussetzung hierzu liegt nicht im Verbinden von Höher- und Minderwertigem, sondern im restlosen Sieg des ersteren” (1936, 312).

* Volgens Hitler wordt een sterkere ras verzwakt door het mengen met een zwakkere.

“Daher entsteht auch der Kampf untereinander weniger infolge innerer Abneigung … als vielmehr aus Hunger und Liebe. In beiden Fällen sieht die Natur ruhig, ja be­friedigt zu. Der Kampf um das tägliche Brot läßt das Schwache und Kränkliche … unterliegen .. , Immer aber ist der Kampf ein Mittel zur Förderung der Art und mithin eine Ursache zur Höherentwick­lung derselben” (1936, 312f.).

* Hitler probeert de onmogelijkheid van de democratie af te leiden uit het principe van de overwinning van de sterke.

,,[Die Natur unterwirft] den schwächeren Teil so schwe­ren Lebensbedingungen, daß schon [dadurch] die Zahl beschränkt wird, den Überrest aber [läßt sie] … nicht wahllos zur Vermehrung zu, sondern [trifft] hier eine neue, rücksichtslose Auswahl nach Kraft und Gesundheit … ” (1936, 313).

* „Natuur” is voor Hitler religie, niet zakelijke natuurwetenschap.

,,[Die Natur unterwirft] den schwächeren Teil so schwe­ren Lebensbedingungen, daß schon [dadurch] die Zahl beschränkt wird, den Überrest aber [läßt sie] … nicht wahllos zur Vermehrung zu, sondern [trifft] hier eine neue, rücksichtslose Auswahl nach Kraft und Gesundheit … ” (1936, 313).

“Das Ergebnis jeder Rassenkreuzung ist also … immer folgendes: a) Niedersenkung des Niveaus der höheren Rasse, b) körperlicher und geistiger Rückgang und damit der Beginn eines, wenn auch langsam, so doch sicher fortschreitenden Siechtums. Eine solche Entwicklung herbeiführen heißt … nichts anderes. als Sünde treiben wider den Willen des ewigen Schöpfers. Als Sünde aber wird diese Tat auch gelohnt. Indem der Mensch versucht, sich gegen die eiserne Logik der Natur aufzubäumen, gerät er in Kampf mit den Grundsätzen, denen auch er selber sein Dasein als Mensch allein verdankt. So muß sein Handeln gegen die Natur zu seinem ei­genen Untergang führen” (1936, 314).

* De rassenwetten zijn in feite bij Hitler de natuurlijke god, wie tegen deze god ingaat, wordt bestraft.

Het biologistische racisme maakt de taken van de staat simpel en overzichtelijk. De staat moet alleen toezien dat het gedrag van de burgers past bij de vermeende natuurwetten.

“Syphilitikern, Tuberkulo­sen, erblich Belasteten, Krüppeln und Kretins” ist die “Zeugungsfä­higkeit zu entziehen” (1936,445).

Wel heeft de staat een belangrijke taak bij de opvoeding van de jeugd tot krijgers, dus een opvoeding niet alleen maar, maar vooral in lichamelijke ontwikkeling.

Hitler werkt met de Platoonse tegenoverstelling Geest versus Lichaam, maar keert deze om: het lichaam domineert de geest. Vandaar ook Hitlers boosaardig anti-intellectualisme.

Het nationaal-socialisme heeft, zoals al vaak is aangetoond, ook socialistische trekken. Deze zijn het gevolg van dat Hitler een rassenkamp onder gelijken wilde, hij wilde dat de voorwaarden voor iedereen gelijk zouden zijn, en dat zodoende dan de “rassen- besten” herkend konden worden.

* Zeer uitvoerig in Mein Kampf is de apocalyptische kritiek aan maatschappelijk verval, waaronder voor hem zo goed als alle verschijnselen van de Moderne vallen.

” … [Mit] Schrecken sehen wir die krankhaften Auswüchse irrsinniger und verkommener Menschen, die wir unter dem Sammelbegriff des Kubismus und Dadaismus seit der Jahrhundertwende kennenlernten … ” (1936, 283).

* Het ziektemetafoor is bij Hitler van doorslaggevende betekenis: de samenleving is doodziek, vanwege algemene maatschappelijke ontwikkelingen zoals Moderne, vrouwenemancipatie, maar ook vanwege vele individueel zwakke, intellectuele en zieke mensen.

* En in de jood manifesteert zich voor Hitler alles ziekmakende: ras, intellectualiteit, geld, moderniteit .

* De hele geschiedenis is voor Hitler een gevecht van Goed tegen Kwaad, en hij zet het goede gelijk met de Ariër, en het Kwaad gelijk met de Jood.
Hitler is dualistisch religieus- manicheïstisch is in zijn denken en woordkeus:
„Er [der Arier] ist der Prometheus der Menschheit, aus dessen lichter Stirn der göttliche Funke des Genies zu allen Zeiten hervorsprang, immer von neuem jenes Feuer entzün­dend, das als Erkenntnis die Nacht der schweigenden Geheimnisse aufhellte und den Menschen so zum Beherrscher der anderen Wesen dieser Erde emporsteigen ließ” (1936, 317).


Literatuur: Friedrich Pohlmann, Politische Herrschaftssysteme der Neuzeit
Claudia Koonz, The nazi conscience (2003)


Vandaag besloot het Duitse kabinet dat er een register komt over neonazi’s.

Zie ook hier Over neonazi’s in Duitsland en de recentelijke kritiek op de Verfassungsschutz

en over het misplaatste woord Döner-Morde voor de moorden op negen allochtone middenstanders door drie Duitse neonazi’s 

In het Duits (Spiegel) : Bundesweite Datensammlung für Rechtsextreme


Update 10 maart 2012 : Britse uitgever mag niet delen Mein Kampf uitbrengen in Duitsland

Update 12 juni: dit oordeel wordt ook in hoger beroep bevestigd

 

Meer Updates

Duitse Historici willen ‘Mein Kampf’ demystificeren

Projectleider over wetenschappelijke uitgave Hitlers boek

 

Der schwierige Umgang mit „Mein Kampf“

Von Georg Löwisch 24. Oktober 2012

De Pariser kunstenar  Linda Ellia heeft 534 pagina’s uit “Mijn Kampf”artistiek bewerkt – onder meer als wc-papier. Haar werk wordt in Neurenberg getoond.

 

Walter Süskind en de Joodse Raad

18 comments

Rudolf van den Berg vertelde in P&W over zijn nieuwste film Süskind, het waargebeurde verhaal van verzetsman Walter Süskind, de Nederlandse Oskar Schindler, die honderden joodse volwassenen, kinderen en baby’s redde  uit de Hollandse Schouwburg.

De in Duitsland geboren jood Walter Süskind (1906-1945) werkte in Amsterdam  voor de Joodse Raad. Door die raad was hij aangesteld als beheerder van de Hollandsche Schouwburg. In deze functie was hij in staat met de persoonsgegevens van vooral kinderen te manipuleren. 

walter suskind Walter Süskind en de Joodse Raad

Tot 1940 was de Hollandsche Schouwbrug een populair theater in de Plantagebuurt in Amsterdam. In 1941 veranderde de Duitse bezetter de naam van het theater in ‘Joodsche Schouwburg’. Vanaf dat moment mochten alleen joodse musici en artiesten optreden voor uitsluitend joods publiek. In de loop van de jaren kreeg de Schouwburg een andere functie toegewezen door de Duitse bezetter. Vanaf augustus 1942 moesten joden uit Amsterdam en omstreken zich melden voor deportatie, of werden hier onder dwang naar toe gebracht. Vele duizenden mannen, vrouwen en kinderen wachtten vervolgens in de Hollandsche Schouwburg op hun deportatie naar doorgangskamp Westerbork. Van daaruit werden zij op transport gezet naar concentratie- en vernietigingskampen.

hollandse schouwburg Walter Süskind en de Joodse Raad 
Zijn goede relatie met de Duitse autoriteiten (Süskind kende Ferdinand aus der Fünten goed, de SS Hauptsturmführer die in Amsterdam de leiding had over de deportatie van joden)  kwam hem in zijn verzetswerk van pas. Süskind, een handige en charmante man,  was bijzonder vindingrijk en listig, vervalste lijsten, bedachte honderden trucs.
Samen met de directrice van de crèche op de Plantage Middenlaan, Henriette Rodriques Pimentel, en de Amsterdamse econoom Felix Halverstad zette Süskind een systeem op om joodse kinderen uit de Schouwburg via de crèche te laten ontsnappen. Onder zijn leiding werden honderden volwassenen, kinderen en baby’s gered uit de schouwburg.

Opmerkelijk is dat het verzetswerk dat Süskind en de zijnen verrichtten gebeurde zonder dat de leiding van de Joodse Raad daar iets vanaf wist. De leiding van de Joodse Raad zou dit namelijk hebben verboden. 
Regisseur Rudolf van den Berg heeft naar eigen zeggen met zijn film geen heldenmonument voor Süskind willen opzetten, maar eerder uitdrukking willen geven aan zijn verbijstering. 
“Voor massamoord heb je geen bloeddorstige beulen nodig” zei hij.

De meeste joden werden weggehaald door Nederlanders. 
Verbijsterend is nog steeds de manier waarop de Joodsche Raad heeft gecoöpereerd met de bezetter.

De Joodsche Raad was een op initiatief van de Duitse bezetter in februari 1941 in het leven geroepen Joodse organisatie die de Joodse gemeenschap in Nederland moest besturen. Via deze raad gaf de bezetter bevelen aan de Joodse gemeenschap en haar leiders. De Raad  werd zo het doorgeefluik van de anti-Joodse maatregelen.
Zonder de ondersteuning van de Joodsche Raad hadden de nazi’s niet zo veel Nederlandse joden kunnen deporteren, omdat men niet wist wie wel en wie niet een jood was. 
Na de Tweede Wereldoorlog heeft de Joodsche Eereraad uitgesproken: ‘dat de voorzitters van de Joodsche Raad gefaald hebben in een wereld, die zelf in gebreke is gebleven‘,  en heeft met name de medewerking bij selectie en deportatie met klem veroordeeld. 

De rol van Süskind daarentegen werd door de Joodse Ereraad geprezen: 
“De Ereraad wil met erkentelijkheid vermelden het illegale werk door sommige geëmployeerden van de Joodsche Raad verricht, met name op het gebied van het laten ontsnappen van volwassenen en kinderen uit schouwburg en crèche. Zonder anderen te kort te doen brengt de Ereraad hierbij een eresaluut aan Walter Süskind. Tot dit illeagale werk hebben, zover na te gaan, de voorzitters zelf het initiatief niet genomen. Evenmin is gebleken, dat zij dit werk krachtig bevorderd hebben, zoals eigenlijk hun plicht was. Integendeel, dit zou in strijd zijn geweest met hun overige houding. “(Hans Knoop, De Joodsche Raad, p 208)

Een nieuwe studie (besproken in de NRC van 14 januari 2012) probeert antwoord te geven op de vraag waarom niet alleen het aantal maar ook het percentage Joodse slachtoffers in Nederland het hoogst was van West-Europa: 
“In hun comparatieve studie beschrijven de auteurs minutieus de overeenkomsten en verschillen tussen de drie bestudeerde landen. Nauwgezet analyseren Griffioen en Zeller onder meer de positie van het autochtone bestuur, de handelingsvrijheid van de Duitse organisaties die zich met de Jodenvervolging bezighielden, de methoden die zij toepasten en de mate van integratie, assimilatie en organisatiegraad van de Joodse bevolkingsgroepen.
De voornaamste oorzaak van het bijzonder hoge aantal en percentages Joodse slachtoffers in ons land, constateren Griffioen en Zeller, was de vrijwel ongelimiteerde macht waarover het Duitse politieapparaat hier beschikte voor het organiseren van deportaties. Zowel het bezettingsbestuur (Reichskommissariat) als de hoogste Nederlandse bestuurders waren buitenspel gezet. Het laatste geschiedde overigens zonder al te veel tegenstribbelen. 

De Nederlandse situatie verschilde daardoor radicaal van die in Frankrijk en België. De hoogste Franse autoriteiten, die hun gezag over de politie behielden, waren vanaf het najaar van 1942 nauwelijks bereid mee te werken aan deportaties. […]
Ten slotte werd het aantal en het percentage Joodse slachtoffers in Nederland gedeeltelijk bepaald door de inschakeling van de Joodse Raad bij de deportaties (oproepen voor ‘tewerkstelling in het Oosten’) en de aanvankelijke reacties van de Joodse bevolking op de Duitse methoden van misleiding en intimidatie. Terwijl in Frankrijk en België een aanzienlijk deel van de aanwezige Joden door hun Duitse of Oost-Europese achtergrond zich weinig illusies maakte over het nazi-antisemitisme, was dat bij de sterk geïntegreerde Joodse bevolking hier veel minder het geval. Velen waren daardoor langere tijd geneigd vast te houden aan legale ontsnappingsmogelijkheden: vrijstellingen (waarvoor aanvankelijk bijna een derde deel van de Nederlandse joden in aanmerking kwam) en Arbeitseinsatz in het ‘permanente’ werkkamp Vught. Deze legale ‘ontsnappingsmogelijkheden’ weerhielden veel Joden van onderduiken maar bleken uiteindelijk een verraderlijk onderdeel te vormen van het deportatiesysteem. De vrijgestelden en bewoners van kamp Vught werden alsnog op transport gezet.”
P. Griffioen en R. Zeller: Jodenvervolging in Nederland, Frankrijk en België – Overeenkomsten, verschillen, oorzaken. Boom; 1045 pagina   ‘s; € 49,50. 

————————————————————————————-
Het verhaal van Süskind werd al eerder eens verfilmd als “Secret Courage — The Walter Suskind Story”

Biografie: Mark Schellekens. Walter Süskind. Athenaeum-Polak & Van Gennep. 240. € 17,95
Film: Süskind. Regie Rudolf van den Berg. Vanaf 19 januari in de bioscoop.
Roman op basis van film: Alex van Galen, Süskind, Arbeiderspers. 256 pag. € 17,50
Documentaire: De duivelse dilemma’s van Walter Süskind. Zondagavond 15 januari, KRO, 23.30 uur, Nederland 2.

Tentoonstelling: Jodenvervolging 1940-1945. Op de eerste verdieping in de Hollandsche Schouwburg is de permanente tentoonstelling Jodenvervolging 1940-1945 ingericht. In de Hollandsche Schouwburg wordt nu ook uniek materiaal tentoon gesteld rondom Walter Süskind, zoals familiefoto’s en onlangs verworven objecten.

 

Maria Trepp www.passagenproject.com

Deze tekst staat in vertaling ook op mijn Duitse weblog  en op mijn Engelse weblog

Suum cuique of De esthetiek van het hekwerk: opsluiten en uitsluiten

10 comments

Het Buchenwald –hekwerk in Zandvoort komt er voorlopig maar half

suum cuique buchenwald ontwerp studio job screenshot dwdd vara nrc Suum cuique of De esthetiek van het hekwerk: opsluiten en uitsluiten

Suum cuique Buchenwald ontwerp StudioJob

Aan de poort zou een bel worden bevestigd met daarop de tekst ‘suum cuique’, tussen rokende schoorstenen, een duidelijke verwijzing: de Duitse vertaling, Jedem das Seine, stond boven de poort van concentratiekamp Buchenwald.

Op de site van de NRC wordt het ontwerp getoond dat wél uitgevoerd wordt: weliswaar zonder de bel met “Suum cuique” maar mét de rokende schorstenen!

Na alle publiciteit kan iedereen het “Suum cuique” wel erbij denken, en spreken de schorstenen een duidelijke en allesbehalve onschuldige taal.

Het smakeloze design is aanstootgevend- maar geeft ook een zetje tot nadenken.

The fence – an offence!!
jedemdasseine buchenwald suum cuique Suum cuique of De esthetiek van het hekwerk: opsluiten en uitsluiten
Oorspronkelijk was “suum cuique” bedoeld als een motto van de rechtvaardigheid:
Marcus Tullius Cicero (106 BC – 43 BC) schreef : “Iustitia suum cuique distribuit.” (“Het recht geeft iedereen het zijne.”)
De Duitse Pruisische „Orden vom schwarzen Adler“ gebruikte dit motto dat later door de nazi’s werd overgenomen.

 Suum cuique of De esthetiek van het hekwerk: opsluiten en uitsluiten
In de naoorlogse tijd zijn er verschillende conflicten geweest over het gebruik van dit motto in reclamecampagnes onder andere van Nokia, Tschibo, Esso, Burger King en Rewe.

De rel over het provocerende ontwerp van Studio Job past niet alleen in een traditie van “de-rel-om-het kunstwerk-is-een-deel-van-het-kunstwerk” (Bourdieu) maar ook in een reeks van kunstprojecten omtrent beveiliging en uitsluiting (wie ontwerpt nog een mooi hek voor asielcentra??)

Recentelijk heeft Jonas Staal het ontwerpgevangenis van Fleur Agema tot uitgangspunt van acties en discussies gemaakt.

Zijn  maquette en film zijn onderdeel van de tentoonstelling 1:1 in Kunsthal Extra City te Antwerpen (www.extracity.org); een theatervoorstelling vond plaats op 21 en 22 december in Frascati Amsterdam.
Hier nog een ander voorbeeld van een ironische vormgeving van een hekwerk (Demakersvan, Lace Fence, 2006, Museum Boijmans).

 

 

demakersvan lace fence Suum cuique of De esthetiek van het hekwerk: opsluiten en uitsluiten

Dit hekwerk is geïnspireerd op panty’s en lingerie. Je zou kunnen spreken van een “erotisering van de beveiliging” (Daniel van der Velde).

 

 

Maria Trepp www.passagenproject.com

Deze tekst verschijnt ook op mijn Engelse en Duitse blogs ( www.passagenproject.com/blog1 en www.passagenproject.com/blog2 )

Christiaan Huygens en de plaatsbepaling op zee

11 comments

Vandaag wordt in een lezersbrief in de NRC  beweerd dat Christiaan Huygens’ slingeruren de geografische breedte op zee hadden moeten bepalen.

 Christiaan Huygens en de plaatsbepaling op zeeSlingeruur Huygens/Coster Museum Boerhaave

 

Maar dat is niet zo.

Christiaan Huygens en de plaatsbepaling op zee

Het is onjuist dat bij de plaatsbepaling ter zee voor Huygens en zijn tijdgenoten het vaststellen van de geografische BREEDTE het probleem geweest zou zijn. De breedte kon men in de tijd van Huygens namelijk met de hulp van de positie van de sterren en een sextant vaststellen, maar de geografische LENGTE niet.

 Christiaan Huygens en de plaatsbepaling op zeeAardglobe Willem Blaeu 1670 Museum Boerhaave

Hiervoor moest men de tijd nauwkeurig kunnen meten: op het moment dat de zon de hoogste stand heeft bereikt stelt men vast hoe laat het is op een klok  die de tijd laat zien van de haven van waaruit  men is vertrokken. Uit het tijdsverschil kan men de lengte berekenen: één uur tijdsverschil staat voor 15 graad verschil in lengte (360 graad = 24 uur) .

Christiaan Huygens deed veel pogingen om de tijd op zee te laten meten met behulp van verschillende modellen van slingerklokken, en ook met klokken met een spiraalveer in plaats van een pendel.

huygens uurwerk met spiraalveer museum boerhaave Christiaan Huygens en de plaatsbepaling op zee

Huygens uurwerk met spiraalveer, Museum Boerhaave

Het lukte meestal niet, vanwege het slingeren van het schip en/of de temperatuurschommeling.

Pas in 1761 heeft John Harrison een chronometer geconstrueerd, waarmee de aardrijkskundige lengte nauwkeurig bepaald kon worden en ontving hij de beloning van 20.000 pond die het Engelse parlement had belooft aan diegene die als eerste een betrouwbare methode zou vinden om de tijd te meten.

 

———Jeugdboek over Christiaan Huygens: Zoektocht naar een zeeklok————-

 Zie ook Christiaan Huygens’ originele tekst K O R T   O N D E R W Y S Aengaende het gebruyck  Der H O R O L O G I E N Tot het vinden der Lenghten van Oost en West

 

Op 24 december 2011 werd een versie van deze tekst geplaatst in de wetenschapsbijlage van de  NRC als ingezonden brief.

——————————————————————————————-

 

Christiaan Huygens Christiaan Huygens en de plaatsbepaling op zee

Christiaan Huygens http://www.passagenproject.com/blog

 

www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

Leidse Sphaera, Huygens planetarium en dierenriem

3 comments

In het nieuw gerenoveerde planetarium Leidse Sphaera zit de dierenriem verkeerd om, zo meldt de Volkskrant vandaag.

De fout dateert al van ruim zestig jaar geleden, aldus hoofd collecties Hans Hooijmaijers. De Sphaera raakte tijdens de Tweede Wereldoorlog beschadigd tijdens een bombardement, en moet kort daarna zijn gerepareerd. Op een foto uit 1930 zit de Dierenriem nog goed; een opname uit 1948 laat zien dat de twaalf sterrenbeelden in de verkeerde volgorde zijn gemonteerd. “

De volgorde van de sterrenbeelden moet spiegelbeeldig zijn, zodat het perspectief van buitenaf juist is. Op deze soort hemelsglobe gaat het namelijk om de blik van buiten.

leidse sphaera dierenriem1 Leidse Sphaera, Huygens planetarium en dierenriemLeidse Sphaera dierenriem met Ram en Vissen

Niemand had de verkeerde, want niet-spiegelbeeldige opstelling opgemerkt… behalve de wetenschapsjournalist van de Volkskrant Govert Schilling.

leidse sphaera dierenriem2 Leidse Sphaera, Huygens planetarium en dierenriemLeidse Sphaera, dierenriem, Waterman en Steenbok

De dierenriem is bekend uit de astrologie, in verband met het geloof dat de tekens van de dierenriem symbool zouden staan voor de invloed die de sterren en planeten op het leven van de mens kunnen uitoefenen; maar ook de astronomie werkt(e) met de dierenriem, voor de beschrijving van de stand van de planeten.

Christiaan Huygens schrijft bijvoorbeeld in Systema Saturnium (1659) dat het uitzien van Saturnus en zijn ring ervan afhankelijk is in welk sterrenbeeld deze te zien is:

“Wij vinden evenwel dat de meest samengeknepen schijngestalte van de ring valt op 20graden in Virgo en Pisces, zoals wij verderop zullen aantonen, en de breedste derhalve op 20graden in Gemini en Sagittarius.” (zie hier uitvoerig over Christiaan Huygens en zijn verklaringen van de schijngestalten van Saturnus).

In zijn eigen planetarium (zie uitvoeriger hier) heeft Huygens daarom ook de symbolen van de dierenriem aangegeven bij een heel dunne buitencirkel. De dierenriem loopt van rechts naar links, zodat dat het perspectief vanuit de zon en de aarde dus klopt.

Hier een uitsnede uit het planetarium Huygens met het teken Stier/Taurus.

planetarium christiaan huygens dierenriem zodiak Leidse Sphaera, Huygens planetarium en dierenriem

Planetarium Christiaan Huygens dierenriem Taurus


De  volgorde op het planetarium Huygens is dezelfde als bij de Leidse Sphaera nu (dus de voor een hemelsglove verkeerde volgorde!) , passend bij een astronomische blik van binnenuit (vanuit de modelaarde).

Hier de schets van de planetarium met dierenriem die Huygens zelf maakte en die qua volgorde overeenkomt met de huidige opstelling van de dierenriem in de Leidse Sphaera:

christiaan huygens schets planetarium1 Leidse Sphaera, Huygens planetarium en dierenriem

 

Met dank aan Govert Schilling voor nadere uitleg!


Read more..

Christiaan Huygens, Salomon Coster en het octrooi op het slingeruurwerk

12 comments

Christiaan Huygens en  het slingeruurwerk

De Volkskrant meldt vandaag (16-11-2011) dat er in het Universiteitsmuseum van Utrecht mogelijk ‘s werelds oudste door een gewicht aangedreven slingerklok is ontdekt. De klok wordt toegeschreven aan Salomon Coster, de klokkenmaker van de Nederlandse natuurkundige Christiaan Huygens.

Christiaan Huygens is beroemd voor zijn ontdekking van het principe van het slingeruurwerk, waarvan hij door Salomon Coster de eerste exemplaren liet maken.

christiaan huygens salomon coster Christiaan Huygens, Salomon Coster en het octrooi op het slingeruurwerk

christiaan-huygens-salomon-coster http://passagenproject.com/blog/category/christiaan-huygens/

Christiaan Huygens en Salomon Coster

Huygens’ uurwerken konden de tijd veel nauwkeuriger aangeven dan alle klokken die eerder waren gemaakt. Voor Huygens was een nauwkeurige tijdmeting belangrijk om goede astronomische tijdmeting te kunnen verrichten, en ook om mogelijk de geografische lengte op zee te kunnen bepalen (wat uiteindelijk niet lukte ondanks vele pogingen). Trots noemt Huygens zijn uitvindingen in zijn laatste tekst Cosmotheoros.

C.D. Andriesse: “Galileo Galilei had de slinger al als gangregelaar aanbevolen en Coster was een kundig klokmaker die onder meer een dubbele trommelveer had bedacht. Van Christiaan was het idee gekomen over een lichte vorkkoppeling en over ‘wangen’ om de slinger bij wijde uitslag wat op te tillen. Christiaans uitvinding betrof de koppeling van een slinger aan het toen gebruikelijke raderuurwerk, of, om precies te zijn, aan het over het schakelrad kantelende anker (échappement) […] Zijn foefje was om de aandrijving
van de slinger te ontlenen aan de aandrijving van de klok en om de regelmaat van de klok te ontlenen aan de regelmaat van de slinger. […] De vorkconstructie op het anker die de slin­ger voldoende aandreef en tegelijk voldoende vrijliet, is uiterst ingenieus.”

Aan de Haagse klokkenmaker Salomon Coster gaf Huygens het alleenrecht – vastgelegd in een officieel octrooi, gedateerd 16 juni 1657 – om deze nieuwe vinding in de handel te brengen.

In Parijs en in Londen werden deze uurwerken onmiddellijk nagebouwd. En ook in Nederland:

“Ook aan het octrooi van Coster, dat dan wel verleend was en waar hij [Huygens] in deelde, beleefde hij echter weinig plezier. Het werd ontdoken door de Rotterdamse klokmaker Simon Douw, die volhield zelf een slingeruurwerk te hebben uitgevonden. Hij was er zelfs in geslaagd ook dit slingeruurwerk door de Staten­ Generaal te laten octrooieren, en wel op 8 augustus 1658, ruim een jaar na dat van Coster. Deze laatste schreef woedend ‘dat hy met Listicheyt, en allerhande onbehoorelycke middelen desel­ve Inventie, soo by de Heer Huyghens, als op andere plaetsen was komen te sien, sich verstout van die mede te debiteren’.

Op 9 oktober 1658 kwam het tot een zaak voor de rechtbank van Holland, Zeeland en Friesland […]”.

Uiteindelijk moest Douw aan Coster en aan Christiaan Huygens elk slechts een derde van de opbrengst van zijn klokken betalen. (Andriesse, p 152)

———————-

Literatuur:

Een vernuftig geleerde : de technische vondsten van Christiaan
Huygens
/ Rob H. van Gent, Anne C. van Helden Leiden : Museum Boerhaave,

1995

Titan kan niet slapen : een biografie van Christiaan
Huygens
/ C.D. Andriesse Amsterdam [etc.] : Contact, 1993

De ruimte van Christiaan Huygens / Vincent Icke [Groningen]
: Historische Uitgeverij, 2009

———————————————————————————————–

Update

Op 6 december 2011 schrijft Theo Toebosch in de NRC dat er nu nog een tweede oude Huygens/Costerklok is ontdekt. Beide slingerklokken zijn te zien in het Museum van het Nederlandse Uurwerk. Bovendien is er nog heel wat toe te voegen aan de kwestie van het patent voor de slingeruur.

“De vondsten vielen mooi samen met een internationaal symposium afgelopen weekeinde, dat Van Hees ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van zijn museum had georganiseerd. Daarbij ging het onder andere om de vraag of Huygens wel de uitvinder van de slingerklok is. Van Hees: „Enkele Engelse klokkenspecialisten denken dat de Engelsman Ahasverus Fromanteel de slingerklok heeft uitgevonden.”

“Enkele Britse verzamelaars en antiquairs denken dan ook dat Huygens zijn ideeën voor de slingerklok heeft afgekeken van de Londense klokkenmaker Ahasverus Fromanteel, die nu slechts te boek staat als de eerste Engelsman die een slingerklok met gewicht heeft gemaakt. Aanleiding tot deze gedachte is een contract in het Haags Gemeentearchief dat Coster in 1657 met John Fromanteel, de twintigjarige zoon van Ahasverus, heeft gesloten. Fromanteel junior kwam bij Coster in dienst als leerling. In het contract staat dat Coster Fromanteel kost en inwoning zal geven en dat Coster de jonge Brit ‘het geheim’ van de slingerklok zal onthullen. Het contract is echter niet overal goed leesbaar, er zijn doorhalingen en de inhoud is soms voor tweeërlei uitleg vatbaar. Enkele Britten, die de tekst als Bijbelexegeten hebben bestudeerd, komen tot de conclusie dat het juist Fromanteel is die belooft het geheim te onthullen. Dat zou betekenen dat Fromanteel junior die kennis bij zijn vader had opgedaan. De Britten denken dat het ook verklaart waarom Huygens in Engeland geen patent aanvroeg, terwijl hij dat wel, vergeefs, in Frankrijk deed.

Voor Van Hees is het duidelijk: „Ahasverus Fromanteel heeft ook geen patent aangevraagd. Huygens is en blijft voor mij de uitvinder van de slingerklok met gewicht. De uitvinding lijkt me ook eerder het werk van een natuurkundige dan van een commercieel ingestelde klokkenmaker. Pas na 1676 werden bijna alle klokken met een slinger gemaakt.”

800px Hofwijck display of pendulum and clocks Christiaan Huygens 580x386 Christiaan Huygens, Salomon Coster en het octrooi op het slingeruurwerk

Christiaan Huygens slingeruurwerk

 Christiaan Huygens en het octrooiverhaal van 16 juni 1657

 

zie ook

Meer over Christiaan Huygens

 

 

Read more..

Ruimtereis creëert pacifisme

8 comments

Op de radio hoorde ik een interview met astronaut Lodewijk van den Berg en ik hoorde hem een zeer interessante opmerking maken over het pacifisme dat een ruimtereis creëert.
Ik vond ook een interview met hem waar hij hetzelfde stelt:

Vraag: Veroorzaakt zo’n ruimtereis lichamelijke of geestelijke bijwerkingen?
“Lichamelijk niet langdurig, tenminste niet na mijn vrij korte vlucht. Kortstondig is je evenwicht wat verstoord. Dat evenwicht is helemaal afhankelijkvan de zwaartekracht en die valt weg. Dat heeft gevolgen. Het duurt twee tot drie dagen voordat het weer goed komt.
Geestelijk verandert er alles. […]

De hele manier waarop je de aarde beziet, verandert compleet en voorgoed. We praten over de globalisering van de economie, van de media en de politiek. Maar ik heb de aarde echt globaal mogen bekijken. Het ene moment vlogen we over Shanghai, twaalf minuten later boven San Francisco. Daaar beneden wonen totaal verschillende mensen, maar dat vind je dan niet meer. We leven allemaal op die vrij kleine planeet. Je ziet Duitsland en Frankrijk pal naast elkaar liggen, je scheert eroverheen. Waarom hebben die landen ooit eigenlijk oorlog gevoerd, vraag je je dan af.”
Lodewijk van den Berg buigt voorover, alsof hij een geheim met iemand gaat delen. “Verreweg de meeste astronauten zijn voormalige militaire piloten. Die mensen zijn getraind om aan te vallen. Maar voormalige astronauten worden nooit meer door de luchtmacht aangenomen. Want die aandrift om aan te vallen, is compleet weg bij hen.

Ze zien de vijand niet meer na een ruimtevlucht.
Nee, het is geen relativeren. Je krijgt een heel ander gezichtspunt.”
Van den Bergs broer valt hem bij. “Astronauten veranderen totaal. Hun denken ondergaat een totale ommekeer. Relativeren komt een eind in de richting, maar is nog veel te zwak uitgedrukt.“

Astronauten zien ze de wereld waarop wij leven in totaal andere verhoudingen.
“Dan begrijp je hoe ontzettend fragiel de aarde is, en vraag je je af waarom wij er zo n puinhoop van maken, zegt Ton Schoot Uiterkamp. Het verklaart volgens de hoogleraar milieukunde waarom bijna alle astronauten na hun terugkeer op aarde missionarissen voor een duurzame wereld zijn geworden.” [Leids , 9 april 2011]

En ISS-astronaut André Kuipers antwoordde op de vraag of hij de wereld nu op een andere manier zag: “De aarde is mooi, maar haar schoonheid staat in schril contrast met de conflicten die aan de gang zijn.” (de Volkskrant, 10 januari 2012)

zie ook :

The Wonder, Thrill & Meaning of Seeing Earth from Space. Astronauts Reflect on The Big Blue Marble

The Overview Effect and the Psychology of Cosmic Awe

Wat ik  fascinerend vind is dat Christiaan Huygens in zijn mentale ruimtereis van 1695 “Cosmotheoros” precies hetzelfde schrijft, al heeft hij zelf niet de lichamelijke ervaring van de ruimtereis meegemaakt:

“[…] Hier uit kan men verstaan hoe groot de ruimtens van die ronde [hemels-] lichamen zijn, en hoe klein, ten haren opzigte, het Klootje der Aarde is, waar in wy menschen zoo veel voor hebben, zoo veel t’ scheep varen, en zoo vele oorlogen voeren. ’t Welk te wenschen was dat onze Koningen en Alleenheerschers leerden en bedagten; op dat zy mogten weten, in wat een kleine zaak zy hun zelven afslooven, als zy om een hoek lands in te nemen, tot groot verderf van velen, alle hunne kragten inspannen.”

Voltaire sciencefiction Micromégas is ook geschreven met een dergelijk pacifistisch perspectief op de aarde en de mensen.


earth aarde erde Ruimtereis creëert pacifisme

 

En hier nog een zeer mooi Duits gedicht van Marie Louise Kaschnitz over de Aarde vanuit een mentaal afstand gezien:

Juni

Schön wie niemals sah ich jüngst die Erde.

Einer Insel gleich trieb sie im Winde.

Prangend trug sie durch den reinen Himmel

Ihrer Jugend wunderbaren Glanz.

 

Funkelnd lagen ihre blauen Seen,

Ihre Ströme zwischen Wiesenufern.

Rauschen ging durch ihre lichten Wälder,

Grosse Vögel folgten ihrem Flug.

 

Voll von jungen Tieren war die Erde.

Fohlen jagten auf den grellen Weiden,

Vögel reckten schreiend sich im Neste,

Gurrend rührte sich im Schilf die Brut.

 

Bei den roten Häusern im Holunder

Trieben Kinder lärmend ihre Kreisel.

Singend flochten sie auf gelben Wiesen

Ketten sich aus Halm und Löwenzahn.

 

Unaufhörlich neigten sich die grünen

Jungen Felder in des Windes Atem,

Drehten sich der Mühlen schwere Flügel,

Neigten sich die Segel auf dem Haff.

 

Unaufhörlich trieb die junge Erde

Durch das siebenfache Licht des Himmels.

Flüchtig nur wie einer Wolke Schatten

Lag auf ihrem Angesicht die Nacht.

(1935)

————————————————————————————————-

————————————————————————————————

 

Zal dan de commerciële ruimtevaart de mensheid meer vrede en geluk brengen?

Ik betwijfel het.

 

maria trepp

Herdenken en verhalen vertellen: Primo Levi

no comment

“Herdenken hoeft niet per se vergezeld te gaan van de obligate waarschuwing tegen herhaling. Het gaat erom niet te vergeten waartoe wij in staat zijn – en daarvoor moeten we de verhalen blijven vertellen” schrijft Bert Wagendorp vandaag in zijn Volkskrant-column.

Primo Levi is bekend als literaire getuige van de Holocaust. Maar hij is meer dan een getuige; zijn werk bevat een impliciete en expliciete moraal, die beschreven werd door de literatuurkundige Robert S.C. Gordon (Primo Levi’s ordinary virtues).

Levi’s gedicht Is dit een mens geeft aan, dat het Levi hier om veel meer gaat dan om over de Holocaust te getuigen. Hij vraagt naar het wezen van de mens:


Is dit een mens


Gij die veilig leeft
In uw beschutte huizen,
Gij die ’s avonds thuiskomt
Bij warme spijs en dierbare gezichten:
Bedenkt of dit een man is
Die werkt in de modder
Die geen vrede kent
Die vecht om een stuk brood
Die sterft om een ja of een nee.
Bedenkt of dit een vrouw is
Zonder haar en zonder naam
Zonder herinnering aan wat was
Met lege ogen en koude schoot
Als een kikvors in de winter.[…]

 


Levi is een moralist. Hij observeert, analyseert en beoordeelt menselijk gedrag. Hij probeert de Holocaust een onderdeel te maken van de manier hoe wij allemaal tegen de mens aan moeten kijken. Daarbij blijft Levi (tenminste in eerste instantie, hij heeft later veel pessimistischere teksten gepubliceerd) een liberale, verlichte humanist.

akelei begraafplaats groeneweg leiden Herdenken en verhalen vertellen: Primo Levi

 

De PVV en de nazi Carl Schmitt

15 comments

 

carl schmitt De PVV en de nazi Carl SchmittIk begrijp niets van al die op hef over Thomas van der Dunk en over de satire op Joop.nl.

PVV-kopstukken en sympathisanten beroepen zich uitdrukkelijk op een nazi en op denkbeelden uit de nazi-geschiedenis.

Bart Jan Spruyt, die Wilders in het zadel heeft geholpen en die het eerste PVV programma samen met Wilders heeft geschreven en ook PVV-kaderleden heeft getraind, is een grote en uitdrukkelijke fan van de nazi Carl Schmitt, die hij uitgebreid als zijn politiek voorbeeld bespreekt.

Spruyt maakte in zijn publicaties, o.a. in het boek De toekomst van de stad (2004) de Schmittiaanse filosofie van een absoluut onderscheid van vriend en vijand tot de zijne.  Het is hier wel even van belang te weten dat Carl Schmitt een antisemiet en nationaal-socialist was en met “de vijand” “de jood” bedoelde, zoals Raphael Gross overtuigend aantoont.[1]

Ook de Wilders-fan  Jerker Spits noemt Carl Schmitt als een groot voorbeeld. Schmitts nazi-verleden is voor Spits geen reden om het gedachtegoed van Schmitt te mijden:

” Wie Schmitt in het nazistische klimaat van de jaren dertig opsluit, gaat voorbij aan de zeggingskracht van zijn politieke filosofie voor onze tijd. […] De vrijheid van het denken mag niet ten prooi vallen aan politieke correctheid.” (Trouw, 14-4-2005)

 

Jan Greven: “Schmitts aantrekkingskracht is dat hij denkt in heldere tegenstellingen: goed/kwaad; mooi/lelijk. Met in de politiek de meest absolute tegenstelling. Die tussen vriend en vijand. Tegenover de vijand past slechts onverzoenlijkheid. Je hoeft hem persoonlijk niet te haten om hem toch te liquideren. […] Schmitts tegenstellingen zijn helder, maar hij voert je op paden waar je niet hoort te zijn. “ (Trouw, 29-3-2005)

 

Dick Pels over Schmitt:

“Schmitts definitie [van de vijand] legitimeert […] een autoritaire, zo niet totalitaire opvatting van de politieke werkelijkheid, waarin geen enkele ambiguïteit wordt getolereerd en geen ruimte bestaat voor andersoortige onderscheidingen.”[2] Volgens Pels valt bij Schmitt politiek op apocalyptische wijze samen met de oorlog.

 

Rob Hartmans:

“Tijdens de republiek van Weimar werd Schmitt beschouwd als vertegenwoordiger van de zogenaamde konservative Revolution, een amalgaam van ultranationalistische denkers, partijtjes en groeperingen die zich verzetten tegen de burgerlijke maatschappij en de parlementaire democratie. Schmitt zag niets in een romantisch conservatisme, dat verlangde naar een samenleving die een organische, door oeroude instituties en tradities gevormde eenheid was. Een dergelijke samenleving had nooit bestaan, en alle traditionele instituties waren door de wereldoorlog en de revolutie weggevaagd. Evenmin wilde hij iets weten van het normatieve staatsrecht dat werd uitgedragen door neokantiaanse juristen. In tegenstelling tot de Oostenrijkse staatsrechtsgeleerde Hans Kelsen, die als jood in zijn ogen toch al verdacht was, ontkende Schmitt dat er een bepaalde norm ten grondslag lag aan de rechtsorde. Hoe het recht eruitziet is een kwestie van een op macht gebaseerde beslissing. Schmitt citeerde in dit verband graag Hobbes: «Gezag, niet de waarheid, maakt de wetten.» In dit «decisionisme» stond de uitzonderingstoestand centraal. Normen waren volgens Schmitt alleen van toepassing op normale omstandigheden. Waar het op aan kwam, was de vraag wie in uitzonderlijke omstandigheden de beslissingen kon nemen. Vandaar ook zijn opvatting dat degene die de noodtoestand kan afkondigen, beschikt over de soevereiniteit.

Ook na Schmitts dood, in 1985, leven zijn denkbeelden voort in allerlei bewegingen in Europa en Amerika die tot Nieuw Rechts worden gerekend.

In hun strijd tegen de liberale, pluriforme democratie kunnen zowel extreem-links als extreem-rechts een heel arsenaal aan wapens vinden in de geschriften van Carl Schmitt, die de Verlichting haatte als de pest en die droomde van een autoritaire, homogene staat, waarin geen ruimte is voor verwarrende experimenten die de stabiliteit kunnen ondermijnen.”[3]

 

Carl Schmitt oefent een grote aantrekkingskracht uit op veel hedendaagse intellectuelen. Rob Hartmans:

“Schmitts werk munt uit door scherpe formuleringen en glasheldere begrippen. Sommigen noemen hem een Begriffsmagier, een goochelaar met definities. […] Met zijn fraaie begrippen, glasheldere analyses en adembenemende abstracties mag Schmitt als politiek theoreticus en rechtsgeleerde dan zeer belangrijk zijn geweest, in de praktijk sloeg hij de plank op een zeer pijnlijke wijze mis. Want als iets opvalt in het werk van Schmitt, dan is het dat het altijd om grootse begrippen en abstracties gaat: staat, natie, uitzonderingstoestand, Großraum, vriend-vijand, de politiek etcetera.”[4]

 

Maar de kritiek op Carl Schmitt moet zich niet allen richten tegen diens antiliberale opvattingen. Schmitt was een actieve nazi en antisemiet.

De Leidse hoogleraar mensenrechten Thomas Mertens over de “kroonjurist van de nazi’s” Carl Schmitt:

“Schmitt gaf onder de titel ‘Der Führer schützt das Recht’ zijn juridische fiat aan Hitlers moordpartijen bij zogenaamde Röhm-putsch van 1934. Deze van staatswege georganiseerde moorden troffen niet alleen de top van de S.A. maar ook diverse andere tegenstanders van het regime zoals Schmitts vorige patroon Von Schleicher; Schmitt was een van de voormannen van de door de nazi’s  het leven geroepen ‘Akademie für Deutsches Recht’. “[5]

“[…; in 1936 riep ] [Schmitt]  op tot een zuivering van de bibliotheken van joodse invloeden; hij deed zijn best Hitlers ‘Grossraumgedachte’ te legitimeren […] Schmitts denken maakt duidelijk dat de Westerse cultuur niet bestaat en dat intellectuelen als Schmitt medeverantwoordelijk zijn voor wat er op deze aarde vreselijk fout kan gaan.”[6]

 

Schmitt was een van de belangrijke denkers van de Duitse “conservatieve revolutie”. Het is moeilijk een harde lijn te trekken tussen de denkers van de conservatieve revolutie en de nazi’s. Een gemeenschappelijke noemer is het anti-liberalisme en het gelijk zetten van joods=liberaal=decadent. Een andere gemeenschappelijke noemer is het nationalisme, dat in ieder geval bij Schmitt kan worden vastgesteld. “Bei Schmitt war die Nation […] eine nicht mehr überbietbare Größe […] ein existentielles Phänomen, das durch Freund-Feind-Bestimmung und damit in letzter Instanz durch den kollektiven Kampf eines Volkes auf Leben und Tod definiert war.“[7] Carl Schmitts nationalisme was racistisch, al was hij daarin niet zo extreem als andere nazi’s.[8] Zeker zijn er verschillen tussen de “echte” nazi’s en de conservatief revolutionairen. Bijvoorbeeld wilden de conservatieven een sterke staat. Hitler was anarchistisch, de staat was ondergeschikt aan zijn impulsen, en dit element past niet bij het conservatisme. Ook de holocaust als zodanig is geen idee of initiatief van de conservatieven geweest.

 

Meer over Schmitt hier of zoek op tag “Carl Schmitt” hier op mijn blog.

Meer over de geschiedenis van het nationaalsocialisme

 


[1] Raphael Gross, Carl Schmitt und die Juden, Suhrkamp, 2005.

[2] Een zwak voor Nederland, p. 228.

[3] Een gevaarlijke geest, De Groene Amsterdammer, 7-2-2004.

[4] De grote woorden van Carl Schmitt, In : Varwel dan, p. 129, ook De Groene, 1-5-1996.

[5] Fiat aan Hitlers moordpartijen, Filosofie Magazine 02-2002.

[6] NRC 23-11-2001, boeken.

[7] Stefan Breuer, Anatomie der konservativen Revolution, p. 184.

[8] Anatomie der konservativen Revolution, p.191.

Volle maan: het oranje maangezicht

13 comments

Volle maan: het oranje maangezicht

Christiaan Huygens schrijft in zijn tekst “Cosmotheoros” veel over de maan, en hij verwijst instemmend naar de schrift van Plutarchus over het maangezicht “De facie in orbe Lunae”.

oranje maan bovenleiden 18 4 2011 Volle maan: het oranje maangezicht

maangezicht Plutarchus

Oranje volle maan boven Leiden 18-4-2011

 Volle maan: het oranje maangezicht

Plutarchus maangezicht/Mondgesicht Christiaan Huygens Cosmotheoros

Het maangezicht – zie je het?


Plutarchus’ schriftje over de volle man is in het Engels op internet te lezen.

Plutarchus zelf verwijst wederom naar andere denkers, die  voor hem die over de maan hadden gefilosofeerd, en hij komt met een mooi gedicht, toegeschreven aan Hegesianax. Ik citeer het hier in het Engels (vertalen van poëzie is een vak dat ik helaas niet beheers):


“With fire she shines all round, but in the midst
More blue than black appears a maiden’s face
And moisten’d cheeks, that blush to meet the gaze.”

 

In het Duits klinkt het zo:

 

“Herrlich glänzt der Mond

Von feurigen Strahlen um geben

Aber ein Frauenaug erscheint in der Mitte der Scheibe

Blauer als Saphir, und eine Stirn, mit lieblicher Röte

Prangend….“

 

En laten we het even in het Nederlands proberen:


“Prachtig straalt de maan.

Omgeven door vurige stralen

kijkt een gezicht met blauwe ogen

en blozende wangen

ons aan.”

 

Plutarchus bespreekt uitvoerig de oppervlakte van de maan, die ons als menselijk gelaat kan voor komen. Overigens is het erg mooi in het Engels, dat het woord voor oppervlakte [van de maan] en het woord voor“gezicht” samenhangt als surface/face.

Zie ook mijn blog over de vrouw in de maan, en Shakespeare’s Midzomernachtsdroom

 

www.passagenproject.com

 

www.passagenproject.com

 

Adolf Eichmann en het zionisme

3 comments

[Vervolg op mijn Eichmann-blog van gisteren]

Een van de vele moeilijke hoofdstukken in het leven en streven van Eichmann is zijn intense samenwerking met de zionisten.

Voordat Eichmann tot organisator  werd van de Holocaust zette hij zich lange tijd in voor een emigratie van alle joden naar Palestina. Hiervoor werkte hij nauw samen met zionisten.

David Cesarani in zijn Eichmann-biografie:

“[Men] wilde ernaar streven ‘het joodse vraagstuk’ in Duitsland op te lossen door een ordentelijke joodse emigratie naar Palestina te bepleiten. In 1936 en 1937 had Eichmann intensieve contacten met joden binnen de zionistische be­wegingen in Duitsland. Hij had een ontmoeting met Feivel Polkes, een Palestijnse jood, die voorstelde dat de nazi’s en de zionisten zouden samenwerken om de joodse emigratie te bevorderen. In november 1937 reisde Eichmann naar het Midden-Oosten om deze mogelijkheid te onderzoeken en hij bracht een kort be­zoek aan wat later de staat Israel zou worden. In deze fase combineerde hij een re­latiefwelwillende kijk op het zionisme met een traditioneel antisemitisch wereld­beeld.” (p 17)

“Recentelijk opgedoken rapporten en lezingen die hij in 1937 schreef, tonen hem in de greep van een fantasie waarin sprake is van een wereldomvattende jood­se samenzwering tegen Duitsland. Eichmann zag, net als zijn kameraden in de 5D, de joden als een ‘vijandelijke’ macht. Ditwas een buitengewoon onpartijdige, afgeleide vorm van jodenhaat die hem in staat stelde normale relaties met indivi­duele joden te onderhouden, in het bijzonder met zionisten, terwijl hij onver­moeibaar werkte aan een plan het Rijk te bevrijden van zijn joodse inwoners en de strijd tegen de ‘macht’ van een mythisch, mondiaal jodendom.”

“In 1940 was Eichmann betrokken bij andere massa-verdrijvingen en hij ont­wierp plannen om vier miljoen Europese joden naar Madagaskar te deporteren.”

Eichmann noemde zichzelf zelfs de nieuwe Herzl.

“Eichman zag zichzelf in die tijd zeker niet als een jodenmoorde­naar. Hij was nog steeds een voorstander van joodse emigratie en hij werkte het hele jaar 1940 samen met zionistische groeperingen en joodse mensensmokke­laars die heimelijk joden naar Palestina zonden” (p 19)

 

“Nieuw onderzoek ont­hult dat de voorbereidingen voor het proces [in Jeruzalem] aan politieke bemoeienis waren onderworpen. De Israëliërs ontweken gevoelige zaken zoals het contact tussen de zionisten en Eichmann in de jaren dertig en de onderhandelingen over het lot van de Hongaarse joden in 1944 waarbij Ben-Goerion zelf was betrokken.” (p 24)

De samenwerking tussen nazi’s en zionisten is een donker hoofdstuk in de geschiedenis, ook is het nog zo goed te begrijpen dat de joden een veilige plek zochten.

Ik heb mij eerder in ander verband bezig gehouden met de problematische geschiedenis van het zionisme, waarbij ik met racistische en antisemitische gedachten bij Max Nordau, de tweede man van het zionistisch verbond na Theodor Herzl.

Ik heb met schrik vastgesteld dat Hitlers begrip van de “ontaarding” en “ontaarde kunst” een denkbeeld was die op 1000 pagina’s was uitgewerkt door een jood, de zionist Max Nordau.

Max Nordau, auteur van het prefascistische werk Entartung ( “Ontaarding” 1892) was een collega van Theodor Herzl, en heeft samen met deze de zionistische wereldorganisatie bestuurd.
In het verband met mijn literatuurwetenschappelijk onderzoek kwam ik in aanraking met Max Nordau en diens theorieën over de “ontaarding” van allerlei literaten en filosofen: Tolstoi, Ibsen, Nietzsche, Baudelaire bijvoorbeeld.
Nordau neemt het in “ontaarding” op de voor de filister, de gewone, normale mens zonder kunstverstand, met een banale smaak en met bekrompen opvattingen.

De zionist Max Nordau is het die het “ontaardings”begrip voor het eerst gebruikt heeft voor de moderne kunst, en die op deze manier belangrijk pionierswerk voor de nazi’s heeft geleverd. Nordau en de nationaal-socialisten zijn het helemaal eens in hun afkeuring van de moderne “ontaarde” kunst. In het laatste hoofdstuk van Nordaus “Entartung” is te lezen hoe Nordau  het vocabulaire van de nazi´s heeft bepaald (en Nordau heeft daarbij bewust gebruik gemaakt van antisemitische metaforen, die hij tegen de kunstenaars keert) . Hij spreekt van de moderne kunstenaars als parasieten en als “bronvergiftigers” ; hij zegt dat men dit “maatschappelijke ongedierte” moet uitroeien en genadeloos met knuppels doodslaan. De titel “Entartung” sluit aan bij het gebruik van deze term in antisemitische schriften omtrent 1885.

Nordau was een politieke en racistische zionist, die het culturele of religieuze zionisme afkeurde. Hij wilde geenszins een staat voor alle joden. Nee, hij wilde een staat alleen maar voor de sterke joden, de zogenoemde “Muskeljuden” . De sociaaldarwinist Nordau vond het antisemitisme nuttig, omdat het een test was die de zwakke joden niet konden bestaan, maar de sterke joden nog sterker maakte.

Jan Blokker heeft in zijn recensie van de Nederlandse uitgave over Theodor Herzls boek Der Judenstaat geschreven dat de positieve reacties op dit boek toentertijd van antisemitische kant kwamen. ”En tekenend is het misschien apocrieve commentaar van de Duitse keizer, die zou hebben gezegd: ‘Laat die smouzen vooral weggaan. Hoe eerder hoe beter. Ik zal ze niks in de weg leggen.´ “(10-9-2004)

Tot besluit: ik zeg NIET dat alle zionisten fascisten zijn of erger. Er zijn zeer verschillende vormen van zionisme.

Ik zeg alleen dat ook de geschiedenis van het zionisme donkere hoofdstukken bevat.

 

Literatuur: Eichmann. De definitieve biografie van David Cesarani

Zie ook hier over Nationaal-socialisme en Duitse geschiedenis

Bettina Stangenth heeft met haar recent boek “Eichmann vor Jerusalem” het Eichmann-beeld (Eichmann als een bleek bureaucraat) gecorrigeerd. In september 2012 verschijnt een verzameling van dagboeknotities van Avner Less, de verhoorsleider die Eichmann verhoorde,  verzameld door Eichmann-specialiste Bettina Stangenth.

Maria Trepp www.passagenproject.com

Adolf Eichmann en de Nederlandse nazi Willem Sassen

13 comments

eichmann Adolf Eichmann en de Nederlandse nazi Willem SassenEichmann staat opnieuw in het middelpunt van de openbare aandacht, door het openbaar worden van nieuwe feiten en nieuw archiefmateriaal, en door de grote tentoonstelling in Berlijn.

Eichmann is als de gewone mens die de massavernietiging administratief heeft uitgevoerd de icoon geworden van de “banaliteit van het kwaad”. Op dit begrip van Hannah Arendt is veel kritiek geweest, zie bijvoorbeeld het artikel van Peter Giesen in de Volkskrant van 9 april.Nieuw onderzoek toont aan dat Eichmann geenszins de passieve nazi-pop was tot welke bijvoorbeeld Harry Mulisch hem in “De zaak 40/61” heeft gemaakt.

Zoals de biograaf David Cesarani beargumenteert was Eichmann aan de ene kant een gewoon mens, geen satan (die de Israëlische aanklager van hem wilde maken) en was ook tijdens grote delen van zijn carrière geen uitzonderlijk fanatieke antisemiet. Eichmann was een vooral conventionele man, een opportunist en carrièrist, die met de tijd een aantal bewuste historische keuzes heeft gemaakt die hem uiteindelijk in feite een monster lieten worden.

Toen ik het boek van Cesarani las was ik verrast door een detail in Eichmanns leven waar ik weinig van wist: Eichmanns relatie met de (half-) Nederlandse nazi en Waffen-SS man Willem Sassen. [Een SS-man die Sassen heet!]Cesarani: “Sassen was in België bij verstek voor oorlogsmisdaden veroordeeld, maar bereikte in september 1948 op een schoener, en onder de schuilnaam Jacobus Jan­sen, Argentinië, Daar paste hij naadloos in het milieu van oud- SS’ers. Hij werd re­dacteur van de nieuwsbrief Der Weg, die zich richtte op de gemeenschap van nazi­emigranten. Der Weg […] was zo extreem rechts dat zelfs Perón kon worden overgehaald de publicatie ervan te verbieden”.“Behalve als journalist verdiende Sassen ook als ghostwriter voor oud-SS’ers en hij werkte regelmatig met Eberhard Fritsche, een voormalig mede­werker van het nazistische rijksministerie van Openbare Voorlichting en Propa­ganda en een van Goebbels naaste medewerkers, die nu directeur van Durer­ Verlag was en nauw samenwerkte met Ludwig Freude. In 1955 of 956 stelde hij, met medeweten van Fritsche, Eichmann voor dat ze samen zouden werken aan een volledig verslag van de Endlosung. Het zou de ‘waarheid’ vanuit het nazi­standpunt vertellen en hun aardig wat geld opleveren. De bedoeling was Eich­manns herinneringen op band op te nemen, daarbij geholpen door hedendaagse documenten en aangevuld met expertise uit de SS-gemeenschap. De banden zou­den vervolgens worden uitgewerkt tot een authentiek verslag van de gebeurtenis­sen van iemand die daarbij een centrale rol had gespeeld.” ( p 225).Volgens Cesarani hadden  Eichmann en Sassen echter elk hun eigen bedoelingen, die in feite niet met elkaar strookten. Eichmann werd volgens Cesarani gedreven door ijdelheid en was verbolgen dat zijn eigen rol in de geschiedenis niet echt was opgemerkt.“Sassen daarentegen wilde de joodse en Israëlische aanspraken op herstelbetalingen van Duitsland ondermijnen en de verantwoor­delijkheid van de Duitsers voor de massamoord op de joden bagatelliseren. Een van zijn belangrijkste doelstellingen was het aantal slachtoffers van de genocide verlagen. Het andere was Hitler van blaam te zuiveren. Dus waar Sassen het aantal naar de vernietigingskampen gedeporteerde joden omlaag wilde brengen, wilde Eichmann maar al te graag over zijn succes opscheppen.”

“Ondanks beweringen dat Eichmann niet antisemitisch was, de joden niet per­soonlijk haatte en nogal wat joodse medewerkers had, liet hij zich op andere rno­menten kennen als een in alle opzichten onveranderde, geen berouw tonende na­zi. ‘Nee, ik heb nergens spijt van en ik ben zeker niet van plan in te binden. In de vier maanden waarin je alles weer boven hebt gehaald, waarin je hebt gepoogd mijn geheugen op te frissen, is weer een heleboel bovengekomen. Het zou voor mij te makkelijk zijn en, gezien de huidige publieke opinie, al te begrijpelijk, het spel van Saulus-wordt-Paulus te spelen. Maar je moet weten dat ik dat niet kan omdat ik in de kern van mijn wezen weiger te erkennen dat we iets verkeerds de­den. Nee, laat me je in aIle eerlijkheid zeggen dat als van de 10,3 miljoen joden over wie (de statisticus) Korherr spreekt, zoals we nu weten, als we er 10,3 miljoen had­den vermoord, dan zou ik tevreden zijn. Ik zou zeggen: “Uitstekend. We hebben een vijand uitgeroeid”. “”Alles bijeen namen Sassen en Eichmann in vijf maanden tijd niet minder dan zevenenzestig banden op. Hiervan werd een typo script van 695 pagina’s ge­maakt waaraan Eichmann nog tachtig pagina’s handgeschreven aantekeningen toevoegde.”Sassen schreef artikelen voor Der Stern en Life, die later, ondanks Eichmanns protest, als bewijsmateriaal bij het Jeruzalemproces werden gebruikt. Maar de banden zelf met de gesprekken tussen Sassen en Eichmann werden pas zo laat als bewijsmateriaal voor het proces aangedragen, dat de rechters alleen maar een heel klein gedeelte van het materiaal als bewijsmateriaal toelieten namelijk Eichmanns handgeschreven aantekeningen en kanttekeningen.

Eichmann. De definitieve biografie van David Cesarani, citaten p 225 ff.

Zie ook over Nationaal-socialisme en Duitse geschiedenis

Bettina Stangenth heeft met haar recent boek “Eichmann vor Jerusalem” het Eichmann-beeld (Eichmann als een bleek bureaucraat) gecorrigeerd. In september 2012 verschijnt een verzameling van dagboeknotities van Avner Less, de verhoorsleider die Eichmann verhoorde,  verzameld door Eichmann-specialiste Bettina Stangenth.

Christiaan Huygens en Immanuel Kant over Hermapolieten/Mercuriusbewoners

4 comments

De planeet Mercurius wordt het komende jaar minutieus doorgelicht en opgemeten door de ruimtesonde Messenger.


mercurius Christiaan Huygens en Immanuel Kant over Hermapolieten/Mercuriusbewoners

Mercurius


In de 17e eeuw waren veel onderzoekers en filosofen van mening dat op de planeten intelligent leven existeert.

Christiaan Huygens neemt in zijn “Cosmotheoros“, zijn laatste tekst (1698), planeet voor planeet onder de loep en denkt na of en hoe intelligent leven op zo’n planeet eruit ziet.

Huygens ergert zich zeer aan de jezuiet Athanasius Kircher die de karakter van planeten schetst met de astrologisch-mythologische kennis in zijn hoofd:

In Merkurius vond hy [Athanasius Kircher] ik wete niet wat voor een helderheid en levendigheid, waar uit den menschen in haar geboorte vernuft en schranderheid kan ingeboezemt werden.”

Huygens daarentegen gebruikt zijn astronomische kennis om tot gissingen over de aard van de Mercuriusbewoners te komen.

Op Mercurius moet het erg heet zijn, schrijft Huygens, omdat deze zich zo dicht bij de zon bevindt. Maar hij sluit niet uit de wezens op Mercurius aan die hitte zijn aangepast, en dus over ons op Aarde een beetje zo denken als wij over de Saturnus -bewoners: hoe koud en donker moet het daaaar voor hen niet zijn!

Huygens:

 

“…wy weten, dat Merkurius driemaal nader aan dat groote Gestarnte [de zon] komt als onze Aarde. Waar uit volgt, dat deszelfs ingezetenen de Zon ook driemaal grooter zien, ter zake van den Middellijn, en haar ligt en warmte negenmaal grooter voelen dan wy; zulks dat ze voor ons ondragelijk zou zijn, als welke drooge kruiden, hooy en stroo, zoo als die by ons groeijen, in brand zou steken. Maar ’t kan wel wezen, dat de dieren, die daar leven, zoo gesteld zijn, dat zy in die hitte een gewenschte gematigdheid voelen; en dat de kruiden van dien aart zijn, dat ze de kragt der Zonne veel meer konnen uitstaan. Ook zou ’t niet wonder zijn, dat de inboorlingen van Merkurius meinden dat wy van een onlijdelijke koude geknelt wierden, en weinig ligt hadden, om dat wy zoo veel te verder van de Zon af zijn; gelijk wy ons van de Saturnus-bewoners ligtelijk inbeelden. Daar ontbreekt wel geen reden van twijfelen, dewyl het leven afhangt van de warmte, die aan het lichaam en verstand kragt en wakkerheid geeft, of niet deze Merkurius-bewoners, van wegen de nabyheid van de Zon, geacht mogen werden ons in verstand te overtreffen?”

 

alien music buitenaardse extraterrestrials ontbijt fruehstueck breakfeast Christiaan Huygens en Immanuel Kant over Hermapolieten/Mercuriusbewoners

Dus zijn de Mercuriusbewoners soms slimmer dan de Saturnusbewoners? Nee, dat wil Huygens niet geloven:

“Dog dat ik die niet geloove, is daarom, om dat de volkeren, die de Warmste landen van onze Aarde bewonen, in Afrika en Brazijl, in wijsheid en schranderheid by de inwoners van gematigder landstreken niet konnen halen; ’t welk ook daar uit blijkt, om dat zy byna van alle wetenschappen en konsten onkundig zijn, en dat zelfs de genen, die aan de stranden wonen, maar een zeer kleine kennisse van de Scheepvaart hebben. Ik zoude ook den ingezetenen van Jupiter en Saturnus daarom geen lompe plompe verstanden, of een bevattelijkheid, minder dan de onze, toeschrijven, om dat zy zoo veel te verder van de Zon afleggen, nademaal beide die Klooten van zulk een voortreffelijke grootte zijn, en, met zoo groot een trawantschap verzeld, worden omgevoert.”

 

Immanuel Kant heeft een tekst over het Heelal geschreven (Allgemeine Naturgeschichte und Theorie des Himmels) , waar hij bewonderend op Huygens ingaat. Een satirisch aanhangsel bij deze tekst “Von den Bewohnern der Gestirne“ wordt door veel mensen serieus genomen, maar ik lees deze tekst als parodie op Huygens.

Kant draait hier Huygens’ argumentatie [=de afstand van de zon maakt voor de intelligentie niets uit] parodistisch om: hoe verder weg van de zon, hoe intelligenter de planetenbewoners. Kant komt tot de satirische conclusie, dat voor de domme Mercurianer een hottentot al een genie zoals Newon zou zijn,  en de Saturnusbewoners Newton als een domme aap zouden beschouwen…

Buitenaards cultuurrelativisme. Met de impliciete verachting voor de Afrikanen bij Huygens en Kant moeten we maar leven.

 

Uitvoeriger over Kants Huygens-parodie: klik hier voor mijn Duitse tekst

 

 

zie ook

 

Meer over Christiaan Huygens

 

 

www.passagenproject.com

Christiaan Huygens over voortplanting en spontane generatie

11 comments

Christiaan Huygens schrijft in zijn laatste filosofische tekst “Cosmotheoros” veel over ons zonnestelsel, maar ook over onze aarde, de mens en de variatie van soorten van dieren en planten op aarde.

Huygens bestudeerde de hemel met zelfgemaakte telescopen en bestudeerde aardse details met zelfgemaakt microscopen, waar hij met grote verwondering de juist door anderen gemaakte ontdekking (Antonie van Leeuwenhoek) van zaadcellen en bacteriën kon na voltrekken.

Huygens dacht ook veel na over voortplanting.

Hij brengt daarbij een legende ter sprake waar ik nog nooit van had gehoord: boomganzen. Het blijkt dat tijdens de gehele middeleeuwen een discussie gaande was over een boom aan welke mosselen groeiden, waaruit dan eenden werden geboren

Er zou dus een overgang plaats vinden tussen de categorieën plant en dier.

Adriaen Coenen vertelt in het 16e eeuwse Visboeck van over zogenaamde boomganzen die uit mosselen afkomstig zouden zijn.


boomgansjes eendenboom Christiaan Huygens over voortplanting en spontane generatie

 

Christiaan Huygens gelooft er niet in dat dieren uit bomen kunnen ontstaan.

Van Fulps Valstar (zie commentaar hieronder) komt nog de tip dat ook Jacob van Maerlant over boomganzen heeft geschreven, zie link.

Hier de illustraties van Van Maerlant:

jacob van maerland boomgans Christiaan Huygens over voortplanting en spontane generatie

 

jacob van maerland boomgans2 Christiaan Huygens over voortplanting en spontane generatie

 

Huygens keert zich scherp tegen de argumenten van de zogenaamde “ Spontane generatie “, een school van denken die al is sinds Aristoteles herhaalt, dat  levende wezens spontaan kunnen ontstaan ​uit levenloze materie.

Huygens verwerpt in Cosmotheoros niet alleen de boomganzen maar ook de populaire legende van spontane generatie van muizen en reptielen uit Nijlmodder:

“[…] By aldien men nu in de dieren andere geboortewegen wilde gaan verzinnen, gelijk als uit boomen, uit welker zeker soort men langen tijd gelooft heeft, dat in Brittanje Endvogels geboren werden; straks blijkt hoe verre dit afwijkt van de Reden, wegens het bijster groot onderscheid, dat tussen vlees en hout is. Of zoo wij wanen dat er dieren uit slijk voortkomen, gelijk vele van de Muizen in Egypten vertelt hebben, wie dog, die een weinig kennisse van de Natuur heeft, ziet niet, dat dit geheel buiten en tegen hare wetten is?[…] “

Nog bij Shakespeare en bij Huygens’ tijdgenoot Izaak Walton vindt men de gedachte, dat uit de modder in Egypte onder de werking van de zon reptielen voortkomen.

 Shakespeare, Antonius en Cleopatra, 2,7  : 

Lep. Your Serpent of Egypt, is bred now of your mud

by the operation of your Sun: so is your Crocodile.”

 Deze tekst staat ook op mijn Duitse blog

Christiaan Huygens über Fortpflanzung und Spontanzeugung

Maria Trepp

.

Aardbeving en filosofie: zinloos noodlot of aansporing tot solidariteit en onderzoek

11 comments

aardbeving lissabon2 Aardbeving en filosofie: zinloos noodlot of aansporing tot solidariteit en onderzoek

 

Tweehonderd jaar geleden werd Lissabon verstoord door een verschrikkelijke aardbeving en tsunami. 

Dit gebeurtenis heeft toen veel filosofen van hun geloof in Leibniz laten afvallen, die had gesteld dat wij in de beste van alle mogelijke werelden leven. 

Ik ben nu bezig met Leibniz, omdat hij bevriend was met Christiaan Huygens.

Leibniz had in Parijs wiskundeles bij Huygens genomen. Later hebben die twee een uitvoerige briefwisseling onderhouden.

Huygens volgt Leibniz in veel opzichten in zijn laatste, filosofisch schrift “Cosmotheoros”. Voor Huygens, net als voor Leibniz, is al het euvel alleen om het Goede des te sterker laten schitteren.

Huygens: “De natuur heeft alles zo gemaakt dat het Goede in vergelijking met het Slechte duidelijker wordt”.

Huygens is net als Leibniz en Spinoza (met wie Huygens ook in contact was) een theïst. God en natuur vallen samen. God is goed, en de natuur is ook goed. Kunst en wetenschap zijn het gevolg van het slechte in de wereld, en van de succesvolle pogingen van de mens die probeert de natuur te temmen en te overwinnen.

 

Heinrich von Kleist heeft in 1807 een mooie en filosofisch zeer complexe novelle geschreven, Das Erdbeben in Chili, (de Duitse tekst is hier te lezen), waar een liefdespaar dat hun verboden liefde eigenlijk met de dood had moeten betalen, door de aardbeving aan de doodstraf ontsnapt. De menselijke solidariteit na de beving wordt beschreven, en dan – in een onverhoesds tragische wending- ook de kwalijke religieuze menselijke gemeenschap die het liefdespaar alsnog lyncht, omdat zij met hun wandaad Gods toorn over de stad zouden hebben afgeroepen.


 

Christiaan Huygens en de planeet Venus

4 comments

In het Leidse Museum Boerhave wordt een selectie foto’s getoond uit de grote tentoonstelling “Schoonheid in de wetenschap” in het Museum Boijmans.

Een van de getoonde foto’s laat hoge resolutie radarbeelden van het oppervlak van de planeet Venus zien. Ik moest aan Christiaan Huygens’ Cosmotheoros denken, aan zijn beschouwingen over schoonheid en wetenschap, en aan Huygens’ vergeefse pogingen om iets van het Venus-oppervlak kunnen te zien.

 Christiaan Huygens en de planeet Venus

Oppervlaktestructuren op Venus

Huygens heeft met zijn lange kijkers van meer dan 15 Meter naar Venus en haar schijngestalten gekeken, en hij zag geen vlekken of landschappen, alleen een glanzend oppervlak- wat hij ook deed, bijvoorbeeld de lenzen donkerder maken met rook. Hij concludeerde dat Venus door dikke Wolken moest zijn bedekt.

 Christiaan Huygens en de planeet Venus

Planeet Venus


Wikipedia: “Venus gaat altijd schuil onder een zeer dik wolkendek van fijne druppels zwafelzuur. Van bovenaf gezien zorgt dat voor een grote helderheid (albedo) doordat het wolkendek veel zonlicht weerkaatst. Vanaf de Aarde is Venus hierdoor met het blote oog beter zichtbaar dan welke ster dan ook en als zodanig na de maan het helderste object aan de ochtend- of avondhemel.”

 

Huygens : “Maar ik hebbe my dikwils verwondert, als ik met lange Kijkers van 45 of 60 voeten de Dwaalstarre Venus bekeek, naby aan d’ Aarde, en niet ongelijk een halve Maan, of die haar hoornen begint te krommen, dat deszelfs oppervlakte met een gansch eenparige glans overdekt was; dermate, dat ik naauwlijks zou durven zeggen, iets daar in bespeurt te hebben, ’t gene na eenige vlek geleek, hoedanige nogtans klaarlijk gemerkt worden in Jupiter en Mars, schoon zy in een veel kleiner rondte voorkomen. Want indien in den Kloot van Venus Zeen en Landen waren, zoo moesten wy de Zee-streken duisterder, en de Landstreken helderder zien; gelijk de Zee, van zeer hooge rotsen bekeken, niet zoo helder als het daar om gelegen land schijnt. Ik geloofde dat de al te groote glans van Venus de oorzaak was, waarom de verscheidenheid des ligts zoo wel niet konde vernomen werden: maar wanner ik het glas, dat digtst aan mijn oog was, met rook had bezwalkt, om een gedeelte der stralen wech te nemen; scheen het ligt egter in de gansche oppervlakte even eenparig. Zijn daar dan geen Zeen, of word het Zonligt meer als by ons van ’t water, en minder van d’ aarde, wederom gekaast. Of zou daar wel een dikker Dampgewest als in Jupiter of Mars zijn (en dit schijnt my geloofelijkst) ’t welk, van de Zon verligt, en den Kloot van Venus omringende, byna al dat ligt, dat we zien, na ons weder toe keert, en het onderscheid van d’ ondergelegene Zeen en Landen bezwaarlijk toelaat te merken?”

 

Venus heeft net als de maan schijngestalten en is in verschillende gedaantes te zien (Huygens “en niet ongelijk een halve Maan, of die haar hoornen begint te krommen”) . Galilei was de eerste die de schijngestalten van Venus (voorspeld door Copernicus) had waargenomen.

 Christiaan Huygens en de planeet Venus


animatie

 

Meer over Christiaan Huygens

 

Update 3 juni 2012:

 

Maarten Muns@MaartenMuns verwijst via Twitter naar zijn  NRC artikel “Huygens en Venus”, waarin hij schrijft over het feit dat Christiaan Huygens in berekeningen maakte met de waarnemingen van de Venusovergang in 1639, die door Jeremiah Harrocks waren gedaan.

Christiaan Huygens en zijn vader Constantijn over kometen

1 comment

Kranten en blogs berichten over de NASA Stardust-missie langs de komeet Tempel 1- voor mij een gelegenheid om uit het perspectief van de zeventiende eeuw over kometen te schrijven.

In de zeventiende eeuw werden onge­wone natuurverschijnselen zoals kometen op een nieuwe wijze geïnterpreteerd.

Eric Jorink over deze tijdsperiode in “Van omineuze tot glorieuze hemeltekens”: “Overal in Europa werd de komeet door natuurfilosofen, theo­logen en leken nauwlettend gevolgd, en verschenen er honderden verhande­lingen waarin men speculeerde over de aard en – vooral- de betekenis van dit wonderbaarlijke hemelteken.”

Jorink citeert ook Christaan Huygens, die op 27 december 1680 vanuit de Académie des Sciences in Parijs aan zijn vader Constantijn schreef:

“Ik heb nog nooit een komeet van een dergelijke grootte gezien. Vandaag was rondom het observatorium hier een enorme menigte mensen verzameld, die geloofde dat de astronomen dit verschijnsel konden verklaren, en de beteke­nis ervan konden geven”.

En C.D. Andriesse citeert in zijn Huygens-biografie ook uit deze brief van Christiaan Huygens:

“Er is al enige tijd sprake van een komeet, maar tot gis­teravond kon men hier niets zien. Tegen 5 uur, toen de hemel was opgeklaard, stond ze daar, verbazend helder en de erg lange staart (praktisch over de halve hemel) was markant. Zo’n sterke komeet heb ik van mijn leven niet gezien.“

Huygens senior wijdde een gedicht, Cometen-werck, aan het opmerkelijke fenomeen:

 

Ick vraegh, waer hoort sij thuijs die vreeslicke Comeet,

Daer elck soo veel af snapt en elck soo weinigh weet

Sij wandelt om en om: wie dreight sij meer of minder

Een Coningh sterft in ‘t Oost: daer over treurt men ginder.

Andriesse: “De vraag was of de komeet die in december ineens boven Parijs verscheen, ook al kort gezien was in november. [Huygens] dacht van niet. Evenals Giovanni Cassini en zovele anderen hield hij vast aan het vooroordeel dat kometen langs rechte lijnen gingen. Maar die van november was, langs de zon scherend, van rich­ting veranderd om een maand later weer in de buurt van de Aarde te komen. […] “

In zijn Cosmotheoros en ook in andere schriften valt Huygens Descartes aan, en diens hypothese over kometen, maar zelf had Huygens het ook niet goed doorzien. Het was Newton die in zijn Principia de parabolische baan van de komeet (later genoemd Halley-komeet) beschreef.

Jorink:

“[…] de komeet van 1680-1681 wordt algemeen gezien als een keerpunt in het denken [over kometen]. In deze jaren publiceerden de Franse filosoof Pierre Bayle en de Nederlandse predikant Balthasar Bekker hun geruchtma­kende aanvallen op wat zij als achterlijk bijgeloof beschouwden. Hun destijds heftig omstreden geschriften worden dan ook veelal gezien als een radicale breuk met het verleden en als het begin van de Verlichting. Het werk van Bayle en Bekker wordt vaak in direct verband gebracht met de observaties die de befaamde natuurfilosofen Isaac Newton en Edmund Halley van de komeet verrichten. Na veel rekenwerken concludeerden de Engelsen dat deze een parabolische en dus voorspelbare baan moest doorlopen. Ook hun activiteit wordt gezien als een breuk met het verleden.”

 

 Christiaan Huygens en zijn vader Constantijn over kometen

Komeet in het het tapijt van Bayeux

 Christiaan Huygens en zijn vader Constantijn over kometen

Giotto, Komeet over de stal van Bethlehem

 

 Christiaan Huygens en zijn vader Constantijn over kometen

William Turner, Komeet, 1858

wassily kandinsky komet comet blauer ritter Christiaan Huygens en zijn vader Constantijn over kometen

Wassily Kandinsky, Komet, 1900

 

Hier nog een prachtige time lapse van komeet Lovejoy;

Maria Trepp

Christiaan Huygens Sterrekind – Suzanna van Baerle

4 comments

Christiaan Huygens was een sterrekind, in meer dan één betekenis. Zijn vader Constantijn sr. (1596 – 1687), beroemd dichter een staatsman, noemde Christiaans moeder Suzanna van Baerle (1599 – 1637) “Sterre” en schreef veel beroemde gedichten aan haar:

AEN STERRE

’Khebb tongen t’ mijn’ verdoen: ’khebb dorpen min dan Steden
Ten uytvoer van mijn’ saeck beleefdelick bereidt;
’Khebb vrienden, in getal, als ’tsand ten oever leit,
In aensien, menighmael meer waerd dan mijn’ gebeden;
(5) ’Khebb, hadden’t andere, sij wisten ’t te besteden
Ten plaester yeder een van sijn’ afsienlickheid;
Maer, ô mijn laeste keur van nu in eewigheid,
Voor haer gemeene gonst verkies’ ick verr uw Reden;
Uw’ reden, en alleen uw’ reden soeck ick aen;
(10) Verbiedt ghij mij die door om t’uwent in te gaen,
’T sal noyt mijn’ trachting zijn van sijdweghs in te delven.
Neen, Sterre, ’kben jalours van wat u eigen is,
En wie wat met u deeldt maeckt dat ick ’tmijne miss,
Soo soeck ick u alleen te dancken voor uw selven.


campen constantijn huygens en susanne van baerle sterre1 Christiaan Huygens Sterrekind   Suzanna van Baerle


Suzanna van Baerle en Constantijn Huygens



zie ook

Meer over Christiaan Huygens

 

www.passagenproject.com

 

 

 

Christiaan Huygens over de schoonheid van de aarde, planeten en het heelal

5 comments

“Wetenschap en schoonheid” is een actueel thema (zie de tentoonstelling in het Museum Boijmans).

Het waarnemen en beschrijven van schoonheid is een hoofdelement in Christiaan Huygens’ laatste tekst, “Cosmotheoros” (1698, zie hier voor een uitvoerige inleiding en samenstelling van eerdere blogs).

“Cosmotheoros” is een lange brief van Christiaan Huygens aan zijn oudere broer Constantijn jr., Christiaans vriend, vertrouwde en naaste medewerker. In het begin van deze openbare brief geeft Huygens zijn motivatie om te schrijven. Hij haalt hierbij de astronoom Archytas aan, die had gezegd:

archytas Christiaan Huygens over de schoonheid van de aarde, planeten en het heelalBy aldien iemand in den Hemel was geklommen, en de natuur van de Wereld, en de schoonheid der Starren doorzien had, dat die verwondering hem onvermakelijk zou zijn, daar ze hem anders groot vermaak zou gegeven hebben, ten zij hy iemand had, aan wien hy ’t konde vertellen”.



Dus Huygens wil in zijn laatste tekst vooral vertellen over al de schoonheid die hij had waargenomen.

Hij beschrijft de schoonheid en de versieringen (planten, beesten) op Aarde, en het vermogen van de mens om schoonheid te genieten: [De mens] bouwt huizen van hout, steenen, en bergstoffen; [hj] eet Vogelen, Vissen, Vee, en Kruiden, het bedient zig van de Wateren en Winden tot de Scheepvaart; [..] schept zijn wellust uit de reuk en schoone verwen der Bloemen.”

passion flowers different colors Christiaan Huygens over de schoonheid van de aarde, planeten en het heelal

schoonheid Foto Maria Trepp

Tegelijk komt Huygens er  altijd op terug: deze schoonheid kan niet alleen voorbehouden zijn aan onze Aarde, deze schoonheid zal zeker op de andere planeten en in andere sterrenstelsels ook te vinden zijn:

“Wat is ’er dan waarschijnelijker, vermits de Aarde in zoo vele zaken met die voornaamste Dwaalstarren gelijk staat, dan dat de zelve Dwaalstarren ook van geen minder aanzien, schoonte, ja niet min gecierd en bebouwd zijn, als d’Aarde?”

En schoonheid alleen op de planeten is niet genoeg,  Huygens is er van overtuigd dat er ook bewoners moeten zijn die de schoonheid kunnen waarnemen:

“[…] dat in die gewesten [=op de planeten]  aanschouwers zijn, die zoo vele geschapen dingen genieten, en zig over der zelver schoonte en verscheidenheid verwonderen”.


alien music astronomer buitenaards astronoom astronomie extraterrestrials teleskoop teleskop telescope Christiaan Huygens over de schoonheid van de aarde, planeten en het heelal

Alien astronoom foto: Maria Trepp

En om schoonheid waar te kunnen nemen moet men kunnen zien (al schrijft Huygens later ook uitvorig over de schoonheid van muziek). Het vermogen om te zien is voor Huygens van hoogste waarde; bij de mensen, en bij de “planetenbewoners”, die naar zijn mening dus ook zeker ogen moeten hebben:

‘”En dit moet noodzakelijk, tot dienst des levens, aan byna alle dieren in de Dwaalstarren werden toegeschreven: dog die met Reden en Verstand begaafd zijn, dewyl ze nog andere nutheden uit het Gezigt konnen trekken, dien past het des te meer, met zoo groot een gave vereerd te wezen. Want door het Gezigt bezeffen wy de fraayheid der verwen, de schoonheid der gedaantens, en al wat net is: met het Gezigt is ’t, dat wy lezen, schrijven, den Hemel en de Gestarntens beschouwen, en der zelver loop en groottens meten: ’t welk voor hoe verre het ook tot de Dwaalstarrelingen behoort, een weinig hier na van ons zal gezien worden.”

De ware schoonheid wordt naar Huygens niet door de naïeve beschouwer waargenomen, maar door de wetenschapper:

Want wat zou het beschouwen zonder de wetenschappen zijn? En hoe groot is ’t onderscheid tussen de genen, die de schoonheid, en het nut der Zonne, desgelyks den Hemel met Starren gecierd, zonder bezeffing aankijken, en tussen andere geleerder luiden, die den loop van alle die dingen nasporen; die het verschil der Vaste Starren, zoo men die noemt, met dat van de Dwalende, kennen, die met een scherpzinnigere denkaveling de grootheid van de Zon en Dwaalstarren, same haar afstand, meten?”

Het criterium van schoonheid past hij toe als hij nadenkt over het voorkomen van water op andere planeten: het zou vanwege de schoonheid doorzichtig moeten zijn:

Ik zegge nogtans niet dat dat Water [op de planeten] het onze teenemaal gelijk is; hoewel tot den dienst, dien het doen moet, noodzakelijk vereist word dat het vloeybaar, en tot haar schoonheid, dat het helder is.”

Toch vindt hij dat men schoonheid niet met conventie moet verwarren. Als de planetenbewoners anders uitzien dan wij, dan mogen wij hun niet om esthetische redenen kleineren:

Als mede, dat men meent dat het menschelijk lichaam een zekere uitstekende schoonheid [boven andere] heeft: daar nogtans dat ook geheelijk van de meining en gewoonte afhangt; en van die zugt, die de voorzigtige Natuur in alle Dieren heeft ingeschapen, dat zy in haar ’s gelijken het grootste behagen zouden hebben: Die gaat zoo verre, dat ik geloove, dat ’er een Dier zou konnen wezen, heel anders van maaksel als een Mensch, ’t welk men niet zonder schrik zoude aanschouwen, schoon het met Reden en spraak begaafd was. Want zoo wy ons maar zoodanig een gaan verbeelden of schilderen, het welk, voor de rest een Mensch gelijk, een viermaal zoo grooten Hals had, of ronde, en tweemaal zoo wijd van een staande Oogen; straks komen d’ er zulke beelden uit, die wy niet zonder afkeer konnen zien, hoewel d’ er van de leelijkheid geen reden te geven is.”

We mogen ook niet denken, dat de “dwaalsterrelingen”, de planetenbewoners, alleen in lelijke simpele hutten wonen. Nee, net als wij kunnen zij ook mooie paleizen bouwen:

Dog waarom zullen wy gelooven, dat de Dwaalstarrelingen juist hutten, en geen groote en heerlijke huizen, bouwen, als om dat wy niet konnen nalaten te denken, dat onze dingen boven alle andere schoon en volmaakt zijn?


Stadsschouwburg Haarlem Christiaan Huygens over de schoonheid van de aarde, planeten en het heelal

foto: Maria Trepp

Ergerlijk vindt Huygens het, als men, zoals de jezuïet-astroloog Athanasius Kircher, alleen de planeet Venus schoonheid toe wil schrijven, en Huygens’ lievelingsplaneet Saturnus als vies en lelijk neerzet. Nee, juist de grote planeten Saturnus en Jupiter met vele manen en Saturnus met zijn ring- die zijn pas mooi!


saturn ringen Christiaan Huygens over de schoonheid van de aarde, planeten en het heelal

En Huygens besluit zijn laatste tekst “Cosmotheoros” met het beschrijven van andere sterrenstelsels:

“Welk een wonderbaarlijke, welk een verbazende grootte en heerlijkheid van de Wereld moet men dan met het verstand bezeffen! Zoo vele Zonnen, zoo vele Aardklooten, en een yder van haar met zoo vele Kruiden, Boomen, Dieren, met zoo vele Zeen en Bergen vercierd! Een verwondering, die nog zal vergroot worden, indien iemand in overweging neemt het gene wy van den afstand en de menigte der Vaste Starren gezegt hebben.”

 

zie ook

Meer over Christiaan Huygens

 

www.passagenproject.com

 


Holocaust Memorial Day: Het Holocaust monument in Berlijn

3 comments

 

Het Holocaust-monument in Berlijn is een controversieel monument. Het meest problematisch zijn de duizenden touristen die zich picknickend, zingend, joelend en vermakend om en op het monument bevinden.

Het monument bestaat uit 2711 betonblokken variërend in hoogte van 20 cm tot 4,5 meter met een tussenruimte van 95 cm. Onder het veld met de blokken is een expositieruimte ingericht. De Amerikaanse architect Peter Eisenman heeft het monument ontworpen.

Door toeval bevond ik mij in augustus bij volle maan s’avonds naast dit monument.

Het was heel stil.

We zagen bijna niemand.

Het is zeer moeilijk te beschrijven hoe het voelde.

Ik kan het iedereen aanbevelen om het monument s’nachts te bezoeken.

volle maan holocaust mahnmal berlijn mond1 Holocaust Memorial Day: Het Holocaust monument in Berlijn

volle maan holocaust mahnmal berlijn mond3 Holocaust Memorial Day: Het Holocaust monument in Berlijn

volle maan holocaust mahnmal berlijn mond5 Holocaust Memorial Day: Het Holocaust monument in Berlijn

Ach, arme maan,
wat heb je toch al veel gezien.

,,

Hier nog een tekst van de Leidse Cleveringhoogleraar Hans Blom over de Holocaust:

 

We werkten mee aan de vervolging

[de Volkskrant 1 mei 2010]


We neigen ertoe de Holocaust te zien als iets dat zich buiten ons om voltrok. Maar het was ook gewoon mensenwerk.


HANS BLOM

Het blijft een schokkend gegeven: van de omstreeks 500 Joden die in 1942/1943 in Leiden woonden zijn er zeker 270 vermoord. Alle reden om voor hen een gedenkteken op te richten. Maar er is meer dan alleen die herinnering aan de vermoorde, gedeporteerde en op de vlucht gedreven medeburgers. Er is het even schokkende gegeven dat dit gebeurde in de stad Leiden, waar zoiets nog maar kort daarvoor volstrekt ondenkbaar was geweest. Bij dát vraagstuk wil ik vandaag kort stil staan. De stad Leiden die een traditie van asielverlening wil hooghouden, dient zich rekenschap te blijven geven van het feit dat deze deportatie zich in de eigen gemeenschap voltrok.


Natuurlijk, het is niet in Leiden bedacht. Het is ook niet in Nederland bedacht. Het is evident een gevolg van het feit dat het in Duitsland aan de macht gekomen nationaal-socialisme Nederland had bezet en de verwijdering en uiteindelijke uitroeiing van de Joden als doelstelling had en tot uitvoering bracht. Daar lag de wil, daar lag het initiatief en de uiteindelijke basis voor de praktijk van registratie, isoleren, beroven, deportatie en tenslotte, meestal buiten Nederland, vermoorden. Maar het is veel te gemakkelijk het te laten bij het wijzen naar de evidente externe daders en hun interne handlangers en die als het ultieme kwaad aan te merken dat alles veroorzaakte.


Het daar bij laten, gaat voorbij aan de gecompliceerdheid van het historisch proces waarin altijd vele factoren een rol spelen. Zoals het feit dat dit nationaal-socialistische vernietigings-antisemtisme tenminste ten dele wortelt in een eeuwenoude Europese traditie van uitsluiting van Joden, ook in Nederland. Het neigt er ook toe de Holocaust of Shoah te zien als iets dat zich min of meer als een natuurramp buiten ons om onontkoombaar voltrok. Maar dat miskent dat geschiedenis in de letterlijke betekenis van het woord mensenwerk is. Geschiedenis gáát niet alleen over mensen, maar wordt ook gemaakt door mensen, individueel en groepsgewijze. De dynamiek van het historisch proces wordt in essentie bepaald door de eindeloze interactie van onuitputtelijke reeksen menselijk handelingen en beslissingen (ook om dingen niet te doen). Die mensen handelen bewust, onbewust en vooral in gecompliceerde mengvormen daarvan. Zij beslissen individueel, maar tegelijk in een enorme variëteit van groepen. Zelfs als het in de uiterlijk vorm om zogenaamde anonieme instituties gaat, gaat het uiteindelijk toch steeds om menselijk handelen. Dat geldt ook voor meestal moeiteloos gehanteerde abstracte begrippen om de werkelijkheid van het verleden aan te duiden, zoals de Shoah: het blijven reeksen van menselijk handelen.


In dit verband is ook van belang vast te stellen dat elke historische situatie in beginsel open is. Het vervolg staat niet vast. De geschiedenis voltrekt zich niet gedetermineerd. Zij is weliswaar niet omkeerbaar, maar zij was nooit bij voorbaat onvermijdelijk, hoezeer dat soms ook zo lijkt. In de praktijk zijn de marges soms smal, maar al die menselijke beslissingen en handelingen, die in interactie de voorzetting van het historisch proces bepalen, beïnvloeden die feitelijke voorzetting. Zij doen er dus toe.

Dit drukt ons met de neus op ieders individuele verantwoordelijkheid in het historisch proces. Indien ons handelen volstrekt gedetermineerd zou zijn, voltrekt de werkelijkheid zich buiten ons om, zijn wij speelbal. Maar de betekenis van beslissingen, keuzen dus, op alle niveaus is aantoonbaar. De ten minste relatieve openheid van elke historische situatie is zo tevens de voorwaarde voor een samenleving waarin mensen ook verantwoordelijk zijn voor hun handelen, de genoemde smalle marges ten spijt. Dat is behalve een mooie ook een beangstigende gedachte. Zij brengt ons na dit rijkelijk abstracte betoog ook terug bij de werkelijkheid van het verleden van oorlog, bezetting en vervolging tot en met massamoord.


Die harde werkelijkheid van toen laat zien dat tal van Nederlandse instellingen, ook in Leiden, hebben meegewerkt aan het proces van vervolging. De locatie van twee koffers van het monument bij het voormalig politiebureau, dat als het zenuwcentrum van de praktische operatie van het ophalen van de Joden in Leiden kan gelden, wil daarop attenderen. Het is van belang er op te wijzen dat dit niet beoogt te zeggen dat de Leidse politie de enige, of zelfs maar de belangrijkste, handelende instantie was.

Integendeel, dat meewerken geldt voor de hele toenmalige overheid als institutie, met de bevolkingsregistratie als ander aansprekend voorbeeld. Het belang van het onderkennen van het element van menselijk handelen springt ook in het oog als men bedenkt dat er tevens individuen in die instituties werkzaam waren die anders kozen: de politiemannen die Joden waarschuwden of weigerden aan het ophalen van Joden mee te werken bijvoorbeeld.

Het zou ook onjuist zijn alleen op de instellingen te wijzen. Houding en gedrag van de bevolking in brede zin, in feite dus tienduizenden individuele inwoners van de stad, was even belangrijk. Zij kozen – in de woordkeus van zojuist – soms bewust, soms onbewust maar meestal in een ingewikkelde mengvorm daarvan, er op grote schaal voor niet te handelen, vaak tegen hun gevoel in of menend geen andere keus te hebben. Mede daarom kon het allemaal gebeuren, al is het zinloze speculatie nu te proberen vast te stellen wat er zou zijn gebeurd bij andere keuzen. Die andere keuzen kwamen trouwens wel degelijk voor – laat daar geen twijfel over zijn – zowel toen de vervolging begon als tijdens het feitelijk ophalen zelf. Er waren publieke protesten (zoals de rede van Cleveringa op 26 november 1940) en er werd uit vrije wil hulp geboden bij onderduik of vlucht. Maar toen later in de bezettingstijd actief en passief verzet vaker begon voor te komen, waren er in het openbaar geen Joden meer te vinden. Zij waren al afgevoerd en vermoord of ondergedoken dan wel gevlucht. In de ogen van de nationaal-socialistische bezetter was dat een succes: Nederland, Leiden was Judenrein.


Ik zei het al. Mijn betoog is angstaanjagend en zelfs huiveringwekkend. Als historicus houd ik mij al lang met dit soort vraagstukken bezig om inzicht in dit historisch proces te krijgen, het eerst zo goed mogelijk te reconstrueren en vervolgens te analyseren en interpreteren, zo mogelijk ook werkelijk te verklaren en begrijpen. Dat vereist een afstandelijke houding. Maar nu spreek ik als betrokken lid van onze samenleving, als Leids burger. Dat leidt tot een ander soort conclusie. Wij dienen naar mijn overtuiging, met inachtneming van de resultaten van onafhankelijk en afstandelijk historisch onderzoek, ons rekenschap te geven van dit deel van ons verleden. Wij dienen ons te realiseren dat het verleden zich weliswaar niet in dezelfde vorm herhaalt en dat er geen eenvoudige lessen uit dat verleden zijn te halen. De Shoah was zoals alle historische processen op een bepaalde manier in de concrete verschijningsvorm uniek. Maar tegelijk komen uitsluiting van en massamoord op medeburgers in de geschiedenis veelvuldig voor.


Met afschuw nemen wij ook in het heden veel gruwelijke actualiteit elders waar en wij zijn geneigd ons daarbij te koesteren in onze democratische rechtsstaat, verzorgingssamenleving en materiële welvaart. Maar die actualiteit elders en het verleden, ook ons eigen verleden, nopen juist tot alertheid. Het kan in zekere zin zomaar opnieuw gebeuren, zij het in andere concrete vormen, ook bij ons. De kwaliteit van onze samenleving spreekt niet vanzelf, maar heeft behoefte aan voortdurend groot en klein onderhoud. Daarbij is van belang ons te bezinnen ook op gebeurtenissen en processen uit het verleden als gevolgen van menselijk handelen, hier in Leiden dus op het feit dat van de 500 Joden er 270 konden worden vermoord en de anderen moesten ‘verdwijnen’. Het monument beoogt een voortdurend in de stad aanwezige aansporing te zijn tot dat bezinnen en tot die alertheid.

Op 17 maart 2010 werd in Leiden een monument onthuld ter herdenking van de tijdens de Tweede Wereldoorlog vervolgde en vermoorde Joodse stadgenoten. Die datum is niet toevallig gekozen. Op 17 maart 1943 werd het sinds 1929 nieuw op de hoek van de Cronesteinkade en de Roodenburgerstraat in Leiden gevestigde Centraal Israëlitisch Wees- en Doorgangshuis Machseh Lajesoumim op last van de bezetter door de Leidse politie ontruimd. 51 kinderen en 9 personeelsleden werden naar het station gebracht, naar Westerbork vervoerd en later naar Oost Europa gedeporteerd. Op vier na zijn zij daar omgekomen, de meesten in Sobibor. Deze ‘ontruiming’ was onderdeel van een grotere actie in maart 1943 onder leiding van de Haagse SD om de in Leiden (en Den Haag en Delft) wonende Joden op te halen.

Met de naderende ontruiming was in het weeshuis rekening gehouden. Men was gewaarschuwd. Rugzakken met kleding en schoenen stonden al klaar. Een klein aantal bewoners was ondergedoken. Op de in februari opgestelde lijst stonden 74 namen. Maar de directeur van het weeshuis, N. Italie voelde niet voor onderduiken. Hij wenste de groep bij elkaar te houden en de verantwoordelijkheid niet uit handen te geven aan vreemde, niet-Joodse families. De hele actie verliep voor de bezetter zonder problemen. De dienstdoende hoofdinspecteur van politie P.W. van der Wal weigerde weliswaar leiding te geven, maar zijn taak werd overgenomen door een collega. Van der Wal werd gearresteerd en later ontslagen. Hij overleefde de oorlog. Tenminste één andere politieman, O.P Rozemeijer, weigerde ook medewerking. Hij bleef wel nog enige tijd in dienst, maar werd in 1944 toch om een andere aanleiding gearresteerd. Hij overleefde Buchenwald niet.

Deze dramatische gebeurtenis is een van de beeldbepalende herinneringen in Leiden aan de bezettingstijd.

holocaust herdenkingsdag, holocaust monument, berlijn, hans blom, holocaust

Duitsland

Hoogachting voor dieren: Christiaan Huygens versus Descartes

11 comments
descartes discours de la methode Hoogachting voor dieren: Christiaan Huygens versus Descartes

Descartes Discours de la Methode

Christiaan Huygens is Cartesiaan, ten minste, hij wandelt in de voetstappen van Descartes, met een “Mechanisering van het wereldbeeld”. Veel van Huygens’ onderzoeken en gedachten borduurt verder op de schriften van Descartes. In zijn laatste tekst “Cosmotheoros” (1698, postuum) schrijft Huygens uitgebreid en kritisch over Descartes. Huygens was bevriend met de Duitse anti-cartesiaan Leibniz, en de gedachten van Huygens in de “Cosmotheoros” liggen zeer dicht in de buurt van Leibniz.

Woedend keert zich Huygens tegen de rationalistische visie van Descartes, uitgewerkt in de Discours de la Methode, dat dieren zielloze “automaten” zijn:

duck automat descartes Hoogachting voor dieren: Christiaan Huygens versus Descartes

Descartes Discours de la Methode Dieren hebben geen ziel

“[…] zekere nieuwe Wijsgeren [Te weten de Kartezianen], die alle andere Dieren, behalven den Mensch, alle gevoel ontnemen, der mate, dat zy die voor enkele van-zelfs-bewegende konststukken [Automata], of goochelpoppen [Neurospasta] willen gerekent hebben; welker ongerymde en harde meining ik verwondere dat van iemand kan aangenomen werden; voornamentlijk daar de Beesten zelve met haar stem, en met slagen te ontwyken, en alzins, het tegendeel toonen. Ja ik twijfele naauwlijks, of de Vogels voelen dat dat wonderlijk en aardig vliegen door de Lucht haar vermaakt; t welk zy nog meer zouden voelen, indien zy verstonden, hoe verre onze loome en lage gang voor haar snelheid en hooge vlugt moet wyken.”

Maar Huygens gaat nog veel verder dan de meeste verdediger van de dieren. Hij wil de dieren zelfs boven degene mensen plaatsen, die een geroutineerd leven leiden:

“Mijns erachtens, voor zoo verre de menschen alleen bezig zijn, om hun zelven van noodige zaken te verzorgen; namentlijk dat zy tegen de ongemakken van de Lucht beveiligde woningen hebben; dat zy in vestingen besloten tegen hunne vianden wagt houden; dat zy hunne kinderen op voeden; en voor die, en voor hun zelven, de kost winnen; in dit alles schijnt het gebruik der Reden niets groots te hebben, waarom wy ons boven de redenlooze dieren zouden stellen: want zy doen de meeste van die dingen met meer gemak, en eenvoudigheid, dan wy; en sommige hebben zy niet van nooden. Wat anders dog maakt de bevatting [Sensus] van Deugd, en Regtvaardigheid, om welke wy terstond zeiden dat het menschelijk verstand [Mens] uitmuntte, desgelijks van Vriendschap, Dankbaarheid, en Eerlijkheid; dan dat daar door de gebreken der menschen worden tegengegaan, of het leven gerust en vry gemaakt word van t ongelijk dat men elkanderen aandoet? t welke onder de Beesten van zelfs, en door de leiding van de Natuur, geschied. By aldien wy nu ons voor oogen stellen de veelvuldige bekommeringen, t hartzeer, de begeerlijkheid, en vreeze des doods, welke altemaal onze Reden vergezelschappen; en indien wy die met het gemakkelijk, stil, en onnoozel, leven der Beesten vergelijken: zoo schynen de meeste derzelver, en voornamentlijk uit het geslagt der Vogelen, vermakelijker te leven, en een beter lot te genieten, dan de Menschen. Want wat de lijffelijke wellusten aangaat, de Beesten worden zonder twijfel daar door zoo wel bekoort als wy”

Met andere woorden: de mens die alleen voor het noodzakelijke leeft, voor het alledaagse, heeft tegenover beesten een minderwaardige positie.


Ik kan Huygens geen ongelijk geven!

nico shima Hoogachting voor dieren: Christiaan Huygens versus Descartes

Hond en kat foto: Maria Trepp


Voltaire keert zich, in navolging van Christiaan Huygens, satirisch tegen Descartes’ gedachte dat dieren geen ziel hebben, In Voltaires sciencefiction Micromégas komen buitenaardse reuzen naar de aarde en zien de mensen als insecten. De buitenaardse reuzen denken in eerste instantie, dat deze mensen-insecten vast geen ziel zullen hebben!

Zie mijn vertaling van Micromégas , waar zowel Huygens alsook Descartes figureren naast twee reuzen-aliens….

Meer over Christiaan Huygens zie hier

 

maria trepp

Astronomie en astrologie in de 17e eeuw

14 comments

In zijn “Cosmotheoros” (1698) keert zich Christiaan Huygens scherp tegen de astrologie. Dit verbaasde mij omdat ik dacht dat astrologie en astronomie in de 17e eeuw nog goed samen gingen.

 

sterrenbeelden Astronomie en astrologie in de 17e eeuw

astrologie en astronomie in de 17e eeuw

Bij mijn speurtocht naar historische kritiek op de astrologie vond ik veel interessant materiaal. Niet alleen natuurkundigen zoals Descartes en Huygens keerden zich tegen de astrologische volksverlakkerij. Ik vond ook dat een aantal Lutherse dominees al in het begin van de 17e eeuw fel ten strijde was getrokken tegen de dwaalleer van de astrologie (voorbeeld: Henning Friedrich, Gründliche Widerlegung der Abergläubischen Astrologorum, 1624).

 

dierenriem Astronomie en astrologie in de 17e eeuw

De indruk dat astronomie en astrologie nog goed samen gingen in de 17e eeuw ontstaat vooral door Kepler en door Newton. Maar Kepler had een beperkend-kritische visie op astrologie, en Newton was weliswaar theoloog en alchimist, maar keerde zich toch tegen de astrologie.

Wikipedia: “It is a commonly held belief among astrologers that Isaac Newton had an interest in astrology. However, Newton’s writings fail to mention the subject and the handful of books in his possession that contained references to astrology were primarily concerned with other subjects such as the writings of Hermes Trismegistus (and mentioned astrology only in passing). In an interview with John Conduitt, Newton said that as a young student, he had read a book on astrology, and was “soon convinced of the vanity & emptiness of the pretended science of Judicial astrology”.

Huygens schrijft in de Cosmotheoros:

“[…]de Starrekragtkunde [=Astrologie] om daar uit aanstaande dingen te voorspellen, welke geen wetenschap, maar een zekere ellendige dweepery is, achte ik niet noemenswaardig […]

athansius kircher ekstatische reise Astronomie en astrologie in de 17e eeuw

Athanasius Kircher “Ekstatische reis”

Boos gaat Huygens tekeer tegen de jezuïet Athanasius Kircher, die astrologie en astronomie vermengt in zijn boek “Ekstatische reis‘ (titelblad zie hierboven):

“Van daar vervalt hy [Athanasius Kircher] tot nog andere grooter ongerijmdheden. Want om dat hy zelfs van de Dwaalstarren, in ons Stelsel begrepen, geen ander gebruik weet, keert hy zig tot overlang uitgestampte beuzelingen van de starrekijkers [=Astrologen] , en wil dat zoo vele en zoo groote gevaartens van lichamen ten dien einde gemaakt zijn op dat door haren Verscheiden, en door zekere wetten geregelden, invloed het Heelal behouden werde, en duurzaam blijve; en op dat dezelve invloejingen daarenboven ook op de gemoederen der menschen hare kragten zouden oeffenen. Hy [Athanasius] vertelt dan, ten welgevalle van de Voorzeggingkunst uit de Starren [=Astrologie], dat in de Dwaalstarre Venus hem een geneugelijke en schoone gedaante der dingen voorquam, met een liefelijk ligt, zoetstroomend Water, zeer aangename reuk, en van alle kanten schitterend kristal, In Jupiter een gezonde en zoetriekende Lucht, zeer helder Water, en zilverglanssige Aarde: namentlijk op dat van den invloed dezer twee Starren alle voorspoedige en heilzame dingen op de Aarde en de Menschen zouden afzakken; zulks dat ze die of mooy, en minnelijk, of tot voorzigtigheid, en deftigheid genegen, zouden maken. In Merkurius vond hy ik wete niet wat voor een helderheid en levendigheid, waar uit den menschen in haar geboorte vernuft en schranderheid kan ingeboezemt werden. Maar in Mars vertelt hy alles vuil, verderfelijk, stinkend; vlammen, en rook van pik, gezien te hebben. In Saturnus niets als droevige, afschuwelijke, leelijke, en donkere dingen [...] “

Dit vond Huygens het allerergste, dat zijn geliefde schitterend mooie Saturnus onder de astrologen in zo’n kwaad aanzien stond.

rubens saturn1 Astronomie en astrologie in de 17e eeuw

Rubens Saturnus vreet zijn kinderen

De mythologische Saturnus vreet zijn kinderen, dus staat Saturnus in de astrologie voor melancholie en ziekte.
Dat vindt Saturnus-onderzoeker en Saturnus-fan Huygens maar nix.

Hier links Saturnus van Rubens.

 

zie ook

Meer over Christiaan Huygens

 

www.passagenproject.com
 

De topografie van de maan: nu en in de tijd van Christiaan Huygens

10 comments

 

NASA heeft deze week een nieuwe nauwkeurige maankaart gepresenteerd.
Een mooie gelegenheid om ook eens met de ogen van de 17e eeuw, dus uit het perspectief van de tijd van de eerste telescopen, naar onze maan te kijken.


De eerste mens die de maan een beetje meer in detail kon zien en de maan mooi gedetailleerd heeft getekend was Galilei (zie hieronder links)

galileos moon De topografie van de maan: nu en in de tijd van Christiaan Huygens

zie mijn blog hierover De sterrenbode: Galilei en de telescoop.




In 1647 publiceerde de Duits-Poolse astronoom en burgemeester van Danzig/ Gdansk Johannes Hevelius (een belangrijke briefpartner van Christiaan Huygens), een atlas van de maan:  Selenographia sive Lunae descriptio.


maan mond johannes hevelius selenographia 1645 De topografie van de maan: nu en in de tijd van Christiaan Huygens

Hevelius, Selenographia

Dit werk bevat 133 zeer nauwkeurige kopergravures met kaarten van de maan en van de gebruikte astronomische instrumenten.

hevelius elisabeth koopmann De topografie van de maan: nu en in de tijd van Christiaan Huygens

Johannes Hevelius en zijn vrouw Elisabeth Koopmann (genoemd “de moeder van de maankaarten”) aan het observeren. Ik kom terug met een blog over haar, de eerste vrouwelijke astronoom.



Christiaan Huygens schrijft uitvoerig in zijn beroemde laatste tekst “Cosmotheoros” uit 1698 [waarvan ik nu een Duitse geannoteerde versie met inleiding maak] over de landschappen op de maan. Hij wijst de gedachte aan water op de maan af; hij schrijft dat de zogenoemde maanzeeën (=Maria ! hehehe! meervoud van mare) geen water bevatten, en hij beschrijft nauwkeurig de gaten van meteoritinslagen (zonder deze zo te benoemen natuurlijk).
Volgens Wikipedia zijn de maria eigenlijk grote vulkanische vlakten opgebouwd uit basalt.

Ook geeft Huygens aan, dat de maan geen atmosfeer heeft (dit in tegenstelling tot de van hem ontdekte Saturnusmaan Titan, maar dat kon Huygens toen nog niet weten).


[Uit Cosmotheoros, Nederlandse vertaling van  Pieter Rabus op de site van de Universiteit Utrecht]

Dit blijkt in onze Maan (zelfs met kleine Kijkers, drie of vier voeten lang) dat haar oppervlakte in vele gebergten, en wederom met zeer breede vlakke dalen verdeeld is. Want men ziet er de schaduwen der bergen aan die zyde, die zy tegen over de Zon hebben; en dikwils word men daar in zekere kleine dalen gewaar, die in bergtoppen, welke byna kringswijze staan, besloten zijn: daar dan weder een of meer bergjes in t midden uitsteken. […] ik vind er niets dat na Zeen gelijkt, schoon de gemelde Kepler, en meest alle andere [astronomen] het tegendeel gevoelen. Want in de groote vlakke landstreken, die veel duisterder als de bergachtige zijn, en welke ik zie dat gemeenlijk voor Zeen gehouden, ja met de benamingen van Oceanen verheerlijkt, worden, in die landstreken zelve, zegge ik, met een langer Verrekijker bekeken zijnde, bevinde ik, dat zekere kleine ronde holtens zijn, met binnen invallende schaduwen; en dat kan met de oppervlakte van de Zee niet over een komen: daarenboven die zelve ruime velden, als wy haar wat aandagtiger beschouwen, vertoonen geen oppervlak, dat geheel effen is. Zoo konnen het dan geen Zeen wezen, maar moeten bestaan uit een stoffe, zoo blank niet, als die, welke in de oneffener deelen is; waar in wederom sommige met een kragtiger ligt boven anderen uitmunten. Ook schijnt het my niet toe dat er eenige Rivieren in de Maan zijn: want zoo zij er waren, zy zouden de scherpzigtigheid van mijne Kijkglazen niet konnen ontslippen; ten minsten, indien zy, gelijk de meeste by ons, tussen bergen, of zeer hooge rotsen, stroomden. Daar zijn ook geen Wolken, waar uit regen zou spruiten, om aan de Rivieren vogt te verschaffen: want indien zij er waren, men zou dezelve dan het een, dan het ander Maangewest zien bedekken, en voor ons gezigt verbergen; t welk geenzins geschied, maar daar blijft een geduurige helderheid.

Het is ook blijkelijk, dat de Maan van zoodanig een Lucht, of Dampgewest, als rondom ons Aardrijk gaat, niet omringt word: om dat, zoo het daar ergens was, de uiterste rand van de Maan zoo nettelijk rondgetrokken niet zou schijnen, als ze dikwils door t onder heen gaan van eenige Starren gezien is; maar ze zou in een zeker verdwynend ligt, en gelijk als met een vezelachtigheid, eindigen: om hier nog niet te zeggen, dat de dampen van ons Dampgewest meerendeels uit waterdeeltjes bestaan, en derhalven, daar geen Zeen nog Stroomen zijn, dat daar geen overvloed van water kan opgetrokken werden. Dit groot  onderscheid, het welk tussen de Maan en onze Aarde gevonden word, laat ons naauwlijks toe iets daar van te gissen. Want zoo d er Zeen en Vloeden in gezien wierden, t zoude geen klein bewijs zijn, dat het overige cieraad der Aarde haar ook wel voegde, en dat het gevoelen van Xenofanes waaragtig was, zeggende dat de Maan bewoont wierd, en een Aardrijk was van vele steden en bergen. Maar nu dunkt my niet, dat in een dorre, en ganschelijk van water beroofde, grond Kruiden of Dieren konnen leven; dewyl die haar stoffe en voedsel uit vocht moeten krijgen.”



De nieuwste maankaart van de NASA is gebaseerd op gegevens van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO), die sinds een jaar om de maan draait, zie hierover www.astronieuws.nl en NASA’s LRO Creating Unprecedented Topographic Map of Moon.

Christiaan Huygens en zijn Cosmotheoros

Der Cosmotheoros von Christiaan Huygens: moderne deutsche Version mit Einleitung

Maria Trepp

De geschiedenis van het rechtse liberalisme

35 comments

In zijn column bespreekt Pieter Hilhorst vandaag de vraag wat het echte liberalisme is. Hij vindt de PvdA liberaler dan de PVV.


Ik kan hem niet zonder meer gelijk geven, omdat het liberalisme van begin af aan een Janusgezicht had. Er bestaat een lange traditie van rechts liberalisme (of nationaal-liberalisme, conservatief-liberalisme).
Regelmatig wordt op mijn blogs over conservatisme gereageerd met de stelling dat conservatisme en liberalisme niet samengaan, maar historisch zijn deze beide stroming vaak verenigd geweest in bijzonder nare verbanden en verbandjes, zoals nu ook weer de Edmung Burke Stichting, de denktank van Wilders. Kenmerkend voor het rechtse liberalisme is dat het harde markteconomie met nationalisme, xenofobie en verachting voor kwetsbare mensen en natuur verbindt. Het rechtse liberalisme komt niet op voor diversiteit en pluriformiteit van waarden.
Burkianen zoals Jerker Spits redeneren overtuigend dat er tussen conservatisme en liberalisme geen tegenstelling hoeft te bestaan als het liberalisme “klassiek” wordt opgevat, en dus niet als “ontplooiingsliberalisme”.


Ik vind het helemaal niet vreemd dat Rutte met Wilders wil gaan regeren. VVD en PVV horen samen, Wilders komt uit de schoot van de VVD, en werd lang gesteund door de rechtse Leidse VVD –club met PVV- sympathieën.


De vader van Thomas von der Dunk, de historicus H.W. von der Dunk heeft een uitstekend boekje geschreven over het conservatisme, waar hij ook ingaat op de historisch gezien grote overlappingen tussen liberalisme en conservatisme:

“[…] het organologische denken [is] niet uitsluitend bij deze conservatieven is aan te treffen. In het liberalisme ontstaat eveneens een organologische staats- en maatschappij-opvatting, die zich keert tegen de atomistische puur kwantitatieve maatschappijleer van Verlichting en Revolutie en tegen de gedachte van de volkssoevereiniteit. De Franse doctrinairen Royer-Collard, Victor Cousin en bovenal Guizot streven naar een staat, waarin de verschillende organen elkaar in evenwicht zullen houden; de verschillende organen, met name kroon en volksvertegenwoordiging. Er is geen sprake van, dat zij de kroon willen afschaffen of tot puur executant van de volkswil zouden willen degraderen. Trouwens het volk als zodanig diende door de beschaafde en gegoede bovenlaag van de burgerij te worden gerepresenteerd. “J’étais en même temps lihéral et anti-révolutionnaire, devoué aux principes fondamentaux de la nouveIle société française, et animé pour la vieille France, d’un respect affectueux” schreef Guizot. De constitutionele monarchie, het ideaal van het liberalisme was onmiskenbaar geënt op het Engelse voorbeeld en op Montesquieu (die op zijn beurt door het Engelse voorbeeld was geïnspireerd!) en sloot in zekere zin aan bij Burkes standpunt: elkaar in evenwicht houdende organen, elk met een eigen onafhankelijke wortel en legitimatie aan de top van een in feite gecentraliseerd rationeel staatswezen. Nog veel duidelijker komt de organologische zienswijze bij een figuur als Thorbecke uit de verf, die in zijn studiejaren sterk beïnvloed was door de Duitse Romantiek en later door de Franse doctrinairen. De titel van zijn eerste wijsgerige verhandeling über das Wesen und den organischen Charakter der Geschichte laat op dit gebied al niets aan duidelijkheid te wensen over.[…] Het liberalisme zou met name in de tweede helft van de eeuw in toenemende mate voor het dilemma komen te staan, dat het als politieke en humanitaire ideologie en als erfgenaam van het 18de-eeuwse vooruitgangsgeloof voor de emancipatie van de brede massa’s moest blijven ijveren, doch dat het daarmee in botsing kwam met de belangen van de gegoede burgerij, die er de drager van was geweest en die er haar positie aan te danken had.

Maar waar het hier nu even om ging: ook liberalen namen zo de organologische visie uit de Romantiek over. Sommigen beriepen zich dan ook zelfs op Burke bij hun pleidooi voor een constitutionele monarchie en voor een harmonische geleidelijke groei, die alle revolutionaire willekeur en alle sprongen vermeed. En voor zover zij zich in de praktijk tegen vernieuwing en verdere emancipatie keerden en het juiste en ware evenwicht gerealiseerd zagen, namen zij inderdaad een gelijke positie in als Burke in 1790. Daarmee werden deze liberalen in feite behoudconservatieven. […] De term liberaal-conservatieven is eveneens gebruikelijk

[…]Het liberalisme zou met name in de tweede helft van de eeuw in toenemende mate voor het dilemma komen te staan, dat het als politieke en humanitaire ideologie en als erfgenaam van het 18de-eeuwse vooruitgangsgeloof voor de emancipatie van de brede massa’s moest blijven ijveren, doch dat het daarmee in botsing kwam met de belangen van de gegoede burgerij, die er de drager van was geweest en die er haar positie aan te danken had.


De liberalen tonen ook als conservatieven een rationele benadering van wereld en geschiedenis, die, geheel in de sporen van de verlichtingsfilosofie, als produkt van de mens worden beschouwd; een mens, die volgens goddelijke beslissing zelf schepper van zijn lot is; een rationeel wezen, dat niet in schotten van standen en korporaties dient te worden opgeborgen maar dat gelijke kansen verdient. Die gelijke kansen zullen dan weliswaar altijd tot ongelijke resultaten voeren. De liberalen kennen geen geboorte-elite doch een prestatieelite, die hoe langer zij zich handhaaft dan weliswaar weer de trekken van een geboorte-elite aanneemt.

[…] Conservatisme en liberalisme staan als de twee grote en fundamentele antagonisten gedurende de hele 19de eeuw feitelijk tegenover elkaar; als de bewegingen, waarvan de eerste de monarchaal-feodale ordening als inspiratiebron heeft en de tweede de burgerlijk-urbane met haar rationalistische wereldbenadering. De eerste gaat van een principiële ongelijkheid, van de menselijke zwakheid en de wezenlijke onveranderlijkheid der dingen uit, de tweede van de principiële gelijkheid volgens de verlichtingsideeën, van de menselijke perfectibiliteit en van de vooruitgang in de historie. Maar het waren de geleidelijke successen van het liberalisme, het waren de veranderingen, die de revolutie teweeg had gebracht, die vanzelf ook de liberalen aan de werkelijkheid, aan het bestaande gaan binden en daarmee ongemerkt van hun oorspronkelijke uitgangspunt en van hun emancipatiedrang gaan vervreemden met het gevolg, dat naast het feodaal-monarchale Conservatisme, dat altijd nog het patent op die naam behoudt een Conservatisme van liberale makelij ontstaat. “ ( p.98f.)







Tussen liberalisme en conservatisme bestaat geen spanning, als het liberalisme gelijkgesteld wordt aan marktliberalisme.
De samenleving die past bij de VVD en bij de Edmund Burke Stichting is een marktliberale, hiërarchische, westers-superieure law-and-order maatschappij, die een lippenbekentenis voor normen en waarden combineert met een hedonistisch consumentisme en verachting voor de lagere klasse..


Zie ook Wikipedia http://nl.wikipedia.org/wiki/Conservatief-liberalisme

en VVD jongeren vinden partij te conservatief

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

Israël en Eichmann

59 comments

eichmann Israël en Eichmann
Israël en Eichmann

De West-Duitse geheime dienst wist al in 1952 dat nazibeul Adolf Eichmann zich schuilhield in Argentinië, meldt de Duitse krant Bild, nadat men via de rechter inzage heeft gekregen in geheime documenten.


“Israël rekende zelf af met Adolf Eichmann” schrijft Alex Burghoorn in augustas 2010 in de Volkskrant. “Mossad-agent Rafi Eitan plukte in mei 1960 oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann in Argentinië van de straat.”


De arrestatie was de opmaat voor een nog ingrijpender gebeurtenis: het Eichmann-proces en daarmee verbonden, een nieuwe identiteit voor de staat Israël. Burghoorn: “De gevolgen [van het Eichmann-proces] waren verstrekkend. Na de arrestatie, berechting en uiteindelijk executie van Eichmann ruilde Israël langzaam de kibboets in voor het concentratiekamp als ijkpunt voor zijn zelfbeeld.”


Dit zelfbeeld is problematisch en wordt door velen bekritiseerd.


Fred Halliday spreekt van “…het selectieve en doelbewuste gebruik van de shoah door de staat Israël, waarmee sommige acties en schendingen van het internationale recht door dit land worden gerechtvaardigd. Ook worden er oude morele aanspraken (op land of soevereiniteit) van het joodse volk mee uitgedrukt, ten koste van de Palestijnen (een vroege indicatie daarvan was het proces in 1962 tegen Adolf Eichmann voor misdaden tegen het joodse volk, en niet tegen de menselijkheid)”. (De erfenis van Auschwitz in de 21ste eeuw)


Ian Buruma schrijft in “Het circus van  Max Beckman” over het Israëlisch slachtofferdenken: “..Het wordt dubieus wanneer een culturele, etnische, religieuze of nationale gemeenschap zijn gemeenschappelijke identiteit vrijwel volledig baseert op de sentimentele solidariteit van een herinnerd slachtofferschap, want in die richting ligt de historische bijziendheid en, in extreme gevallen, vendeta.” (p 56)


“Eichmann” staat voor meer dan de Holocaust. “Eichmann” staat voor misdaden tegen de menselijkheid en voor het radicaal kwaad in een sociaal gewaad.


Susan Neiman in Morele helderheid: “Vergeet niet dat Eichmanns misdaden weliswaar verschrikkelijk waren, maar zijn motieven volstrekt onbenullig; of hij een massamoord heeft georganiseerd uit haat of uit het verlangen om een treetje hoger op de maatschappelijke ladder te komen doet eenvoudigweg niet ter zake. Soms zijn bepaalde motieven erger dan niet ter zake: ze leiden af van de inhoud, en van de gevolgen, van iemands daden. Het geloof dat bedoelingen de kern vormen van het morele handelen leidt velen ertoe om morele helderheid te verwarren met zuiverheid. Maar als bedoelingen van secundair belang zijn bij het besluiten of bepaalde handelingen een kwaad vormen, zijn ze van zelfs nog minder belang bij het besluiten of bepaalde handelingen goed zijn. “( p 436)

Kees Schuyt gaat in zijn Leidse Cleveringarede Democratische deugden uitgebreid in op de implicaties van “Eichmann en het radicale Kwaad”:
Schuyt: “Het kwaad is van sociale makelij. Aan massaal geweld tegenover bepaalde bevolkingsgroepen gaat meestal een intensivering van groepstegenstellingen vooraf. Deze intensivering heeft bovendien typische, steeds terugkerende kenmerken. Allereerst
komt het kwaad bijna nooit als een openlijke ontkenning van de morele
wet, maar wordt het als iets goeds voorgesteld, als een gerechtvaardigde onderneming met eigen idealen en principes, waar velen achter kunnen staan en ook achteraan willen lopen
. Er worden uitdrukkingen gebruikt die ontleend zijn aan de bekende en vertrouwde cultuur zoals reinheid en zuiverheid. Een voorhoede acht zich uitverkoren en schept voor zichzelf uitzonderlijke rechten en speciale verantwoordelijkheden.
Goed en kwaad komen vermengd naar voren en hierin schuilt de verraderlijke, moeilijk zichtbare, sociologische component. Kwaad wordt niet minder intersubjectief tot stand gebracht en gedragen dan het goede, en de bestrijding van het allerergste kwaad loopt immer het gevaar zelf bepaalde eigenschappen van dat bestreden kwaad over te nemen.”

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

Carl Schmitt, een genie in het haten

18 comments

 

carl schmitt Carl Schmitt, een genie in het hatenVandaag 12-2-1010 staat een recensie in de krant over een nieuw boek over Carl Schmitt. Hans Driessen: “Carl Schmitt (1888-1985), een van Duitslands (zowel voor als na de Tweede Wereldoorlog) meest gelezen en felst omstreden politieke denkers. Hij was een genie in het haten: hij haatte het politieke en wetenschappelijke establishment, de sociale democratie zoals die gestalte kreeg in de republiek van Weimar; hij haatte communisten en socialisten, protestanten en joden. Hij was een van de scherpzinnigste critici van de liberale rechtstaat en verwelkomde, na een wel zeer korte aarzeling, Hitler en het Derde Rijk. Hij leverde er de juridische legitimatie en grondslag voor, nadat hij al vroeg in 1933 tot de NSDAP was toegetreden. Hij liet zich het eerbetoon van de nazi’s maar al te graag gevallen en aanvaardde zonder bedenking de hoogste ambten.”(de Volkskrant, 12-2-2010)

In mijn documentatie over de Edmund Burke Stichting en in een aantal blogs heb ik zeer uitvoerig aandacht besteed aan de Carl-Schmitt-receptie. De huidige recensie voegt aan mijn documentatie van Carl-Schmitt-tegenstanders nog Golo Mann toe (een overigens zeer conservatieve historicus), die over Carl Schmitt zei: “’( ) hij was een van degenen die hun intelligentie en ontwikkeling niet gebruiken om het nut te vergroten maar om schade aan te richten, een ten diepste rancuneus mens ( ), enkel belust op persoonlijk voordeel, titels en ambten.’”

Ook Reinhard Mehring, Carl Schmitt-criticus, kende ik nog niet, wiens boek
Carl Schmitt. Aufstieg und Fall“ Driessen recenseert.  “De lezer krijgt een ontluisterend beeld voorgeschoteld van de mens Schmitt. Mehring spaart zijn hoofdpersoon niet. Hij meet alle kwalijke kanten van Schmitt breed uit: zijn maniakale ressentiment, zijn bijna pathologische antisemitisme, zijn disloyaliteit, zijn meedogenloze ambitie, zijn volstrekte onvermogen tot enige zelfkritiek, laat staan tot berouw.”

Voorgeschiedenis van het antisemitisme: Die Judenfrage/ Het joodse vraagstuk

no comment

Anna Cornelia van Gogh-Carbentus, de moeder van Vincent van Gogh

27 comments
anna cornelia van gogh carbentus moeder vincent van gogh Anna Cornelia van Gogh Carbentus, de moeder van Vincent van Gogh

Op de Leidse begraafplaats Groenesteeg het graf van Anna van Gogh-Carbentus.

Ik vroeg me af wie Anna van Gogh-Carbentus was, en of zij wel op de schilderijen van Vincent voorkwam.

De biografie van Pilip Callow, ‘Vincent van Gogh, een leven’ vertelt het een en ander over haar.

“Vincents moeder, Anna Carbentus, was uit beter hout gesneden. Nadat zij haar kinderjaren had doorgebracht in Den Haag, toen een levendige handelsstad, moet zij het uitgestrekte landschap met zijn ontoegankelijke moerassen [Brabant] als een schok hebben ervaren. Dat geldt ook voor de ruwe plattelandsbevolking: dat waren geen eerzame burgers, maar lieden die af en toe op onheilspellende wijze opdoemden, mensen die tijdens een misplaatst bezoek tekeergingen als wanordelijke bees­ten, gebonden als ze waren aan hun land, zonder enige gratie en zon­der te weten hoe zich fatsoenlijk te gedragen. De onbuigzaamheid van de calvinisten uit het noorden was hun nog geheel onbekend. Er kwam hier misdaad voor: gewelddadige vechtpartijen, losbandig gedrag. Haar man, die op zijn 27ste was geïnstalleerd, voelde zich na twee jaar nog niet op zijn gemak. Niemand weet wat zijn vrouw van de situatie vond. Ze zal zich hebben teruggetrokken en angsten hebben gekend. Echt jong was ze niet meer. Maar ze was een vastberaden vrouw.

Ten tijde van hun huwelijk was ze 32, drie jaar ouder dan Theodorus [haar man, predikant]. Ze had zich toen als zo’n beetje verzoend met het idee dat ze onge­trouwd zou blijven maar trad uiteindelijk toch – als de laatste van de drie zusters – in het huwelijk. De oudste zus was de vrouw van predi­kant Stricker, een Amsterdams geestelijke van aanzien. De jongste zus was getrouwd met de broer van Theodorus, de hiervoor genoemde Vin­cent. Deze oom Cent, de favoriete oom van de toekomstige schilder en zijn brocr Theo. zou zich later, in 1858, aansluiten bij een grote kunst­handel, Goupil & Cie. die zich al snel zou ontwikkelen tot de grootste keten van kunsthandels in Europa. [...]

Vincents eerste biograaf, de weduwe van Theo, deelt ons mee dat Anna Carbentus veel van de natuur hield en zelfs een toegewijde plantkundige was, die alles wist van bloemen en planten. Wat karakter betreft was ze nauwelijks passief of teruggetrokken te noemen, wat haar man duidelijk wel was. Integendeel: ze was extravert, vrolijk, ze praatte veel en schreef veel brieven. Ze wilde uit haar nieuwe leven halen wat erin zat, hoe weinig veelbelovend dat er ook uitzag. Ze wilde zich vooral bewijzen als echtgenote en moeder. Het schijnt dat ze ook op artistiek gebied haar mannetje stond, en het bewijs daarvan is in­middels zichtbaar. Een familiealbum, dat pas in 1956 werd ontdekt, bevat een aantal van haar schetsen. Op een van de aquarellen van haar hand die bewaard zijn gebleven, zijn viooltjes, vergeet-mij-nietjes, la­thyrus en lelietjes-van-dalen in een mand te zien. Duidelijk is dat ze zonder meer over talent beschikte. Ze breide met tomeloze energie en ging met Theodorus mee wanneer hij de zieken bezocht, bewust als ze zich was van haar plicht. Ze maakte eten klaar voor de armen en deelde dat uit, of het nu protestanten of katholieken betrof.

Maar ineens voltrok zich een ramp. Elf maanden na haar huwelijk werd een zoon geboren, Vincent Willem. Het kindje werd dood gebo­ren.” ( p 28 f.)

Precies een jaar later werd Vincent van Gogh geboren, in de schaduw van het dode broertje Vincent.



Ditt portret van zijn moeder maakte Vincent van Gogh na een foto, in Arles 1888.


vincent van gogh portet van anna cornelia van gogh carbentus moeder van vincent van gogh mother mutter Anna Cornelia van Gogh Carbentus, de moeder van Vincent van Gogh


 

Nietzsche en het anti-antisemitisme

61 comments

Hoewel Nietzsche door sommigen als een voorloper van het nazisme wordt beschouwd bekritiseerde hij antisemitisme,  pan-Germanisme  en nationalisme. Zo brak hij met zijn uitgever in 1886 als gevolg van verzet tegen diens antisemitische standpunten, en zijn breuk met  Richard Wagner  beschreven in  Het geval Wagner  en  Nietzsche contra Wagner (beiden geschreven in 1888), had veel te maken met Wagners goedkeuring  van pan-Germanisme en antisemitisme.

In een brief  van 29 maart 1887 aan  Theodor Fritsch  bespotte Nietzsche antisemieten als  Fritsch,  Eugen Dühring , Wagner, Ebrard, Wahrmund  en de leidende voorstander van het pan-Germanisme,  Paul de Lagarde , die, samen met Wagner en  Houston Chamberlain , de belangrijkste officiële invloeden van het nazisme werden.  Deze brief aan Fritsch eindigt:

 - En tenslotte, hoe denk je dat ik me voel wanneer de naam Zarathoestra in de mond wordt genomen door anti-semieten?  …

Hoofdstuk VIII van  Voorbij goed en kwaad  getiteld “Volk en vaderland” bekritiseert pan-Germanisme en patriottisme, en bepleit in plaats daarvan de eenwording van Europa (§ 256, etc.).

In  Ecce Homo  (1888), bekritiseerde Nietzsche de “Duitse natie”, de “wil tot macht (= tot Reich)”, en keurde een verkeerde interpretatie van de Wille zur Macht  af, net zo als de opvatting van de Duitsers als een “ras”,  en de “antisemitische manier van schrijven van de geschiedenis”.

Nietzsche uitte harde kritiek op de man van zijn zuster,  Bernhard Förster en op zijn zuster zelf , en sprak afwijzend over de “antisemitische canaille”: “Nadat ik de naam van Zarathoestra in de anti-semitische correspondentie lees komt mijn verdraagzaamheid tot einde.  Ik verkeer nu in een positie van noodweer tegen de partij van jouw echtgenoot. Deze vervloekte antisemitische misvormingen zullen mijn ideaal  niet bezoedelen!” .

Georges Bataille  was een van de eersten die de opzettelijke verkeerde interpretatie van Nietzsche door de nazi’s aan de kaak stelde.  Bataille wijdde in januari 1937 een nummer van  Acéphale , getiteld “Herstelbetalingen aan Nietzsche” aan het thema “Nietzsche en de fascisten”,  Hij noemde Elisabeth Förster-Nietzsche  ”Elisabeth Judas-Förster,” daarbij aan Nietzsches verklaring refererend:   “…nooit meer iemand te bezoeken die betrokken is bij dit naakte bedrog met betrekking tot rassen. 

Nietzsches aforisme 377  in het vijfde boek van  De vrolijke wetenschap  (Gepubliceerd in 1887) bekritiseert nationalisme and patriottisme en pleit ervoor goede Europeanen te zijn:

„.. wir sind der Rasse und Abkunft nach zu vielfach und gemischt, als “moderne Menschen”, und folglich wenig versucht, an jener verlogenen Rassen-Selbstbewunderung und Unzucht teilzunehmen, welche sich heute in Deutschland als Zeichen deutscher Gesinnung zur Schau trägt und die bei dem Volke des historischen “Sinns” zwiefach falsch und unanständig anmutet. Wir sind, mit einem Worte – und es soll unser Ehrenwort sein! – gute Europäer, die Erben Europas, die reichen, überhäuften, aber auch überreich verpflichteten Erben von Jahrtausenden des europäischen Geistes: als solche auch dem Christenthum entwachsen und abhold, und gerade, weil wir aus ihm gewachsen sind, weil unsre Vorfahren Christen von rücksichtsloser Rechtschaffenheit des Christentums waren, die ihrem Glauben willig Gut und Blut, Stand und Vaterland zum Opfer gebracht haben.“

http://gutenberg.spiegel.de/buch/3245/8

 

“Nietzsche was zijn gehele leven aan een vloed van antisemitische propaganda blootgesteld: van de zijde van zijn zuster en zijn zwager, Bernhard Förster, een prominent vertegenwoordiger van de Duitse antisemitische be­weging, die na een schandaal in een tram, waarbij hij joodse passagiers had mishandeld, naar Paraguay emigreerde om daar de teutoonse kolonie ‘Nueva Germania’ te stichten; van de zijde van Wagner; van zijn uitgever Schmeitzner en van lieden die hem de Antisemitische Korrespondenz toezonden. Hierin ligt onge­twijfeld mede de verklaring voor zijn voortdurende bestrijding van dit gif. “

Dit citaat komt uit het boek van Henk van Gelre, “Friedrich Nietzsche en de bronnen van de westerse beschaving” (band 1, p 108) , aanbevolen op mijn vorige blog door An van den Burg.

Nietzsche: “‘Het hele probleem van de joden bestaat alleen binnen de nationale staten, in zover hun daadkracht en grotere intelligentie, hun in een lange lijdensschool van generatie op generatie opgestapeld geestes- en wilska­pitaal, hier wel overal in een afgunst en haat opwekkende mate het overwicht moet verkrijgen, zodat de literaire onhebbelijkheid in alle naties van vandaag de overhand neemt – en wel méér naarmate deze zich weer nationaal gedragen -, om de joden als zondebok, voor alle moe­lijke openbare en innerlijke misstanden naar de slachtbank te leiden.’

Rüdiger Safranski heeft in zijn uitvoerige Nietzsche- biografie ook over het thema “Nietzsche en het antisemitisme” geschreven (p 331 ff):

Het is onbetwist­baar dat Nietzsche een anti-anti-semiet was, al is het maar omdat het antisemitisme hem in zulke gehate figuren als zijn zwager Bernhard Förster en zijn zuster voor ogen stond. Hij verachtte de Duits-nationale, volkse componenten. Hij zag in de anti-semitische beweging van de jaren tachtig de opstand van de middelmatigen, die zich onrechtmatig voor heersersnaturen uitgaven, alleen omdat ze zich Ariërs voelden.

Tegenover zulke antisemieten was Nietzsche zelfs bereid het joodse ras te verdedigen door te beweren dat het meer waard was. Zijn argument luidt: Omdat ze zich eeuwenlang tegen aanvallen hebben moeten verdedigen, zijn ze taai en geraffi­neerd geworden, ze hebben de defensieve kracht van de geest ver­sterkt en zodoende een onmisbare rijkdom in de Europese geschie­denis ingebracht. Het joodse volk, schreef Nietzsche, heeft van alle volkeren de smartelijkste geschiedenis achter de rug, en juist daarom hebben we aan dit volk de edelste mens (Christus), de zuiverste wij­ze (Spinoza), het machtigste boek en de invloedrijkste zedenwet ter wereld [...]  te danken. Hij keert zich tegen de verblinding van de nationalisten die de joden als zondebokken van alle mogelij­ke publieke en private misstanden naar de slachtbank leiden.”

“In zijn aantekeningen uit de herfst van 1888 zet Nietzsche een aan­tal gedachten voor een psychologie van het antisemitisme op een rijtje. Het gaat daarbij meestal om lui, schrijft hij, die te zwak zijn om hun leven een zin te geven en die zich in panische angst bij de eerste de beste partijen aansluiten die hun tirannieke behoefte aan zin bevredigen. Ze worden bijvoorbeeld anti-semieten louter en al­leen omdat de anti-semieten het op het schaamteloze af op dat ene voor de hand liggende doel gemunt hebben – het joodse geld . Aan die waarneming knoopt Nietzsche zijn psychogram van de ordinai­re anti-semiet vast: instinctieve afgunst, ressentiment, machteloze woede als I ei d mot i e f: de aanspraak van de ‘uitverkorene’; door en door moralistische leugenachtigheid tegenover zichzelf -die per­manent de mond vol heeft van deugdzaamheid en alle andere gro­te woorden. Dit als typisch kenmerk: ze merken niet eens op wie ze daardoor als twee druppels water lijken? Een anti-semiet is een afgunstige, dat wil zeggen de meest stupide jood. “

“Toch ontwikkelde hij [Nietzsche]  in De genealogie van de moraal, in Afgodenschemering en in De antichrist een theorie vol­gens welke het religieuze jodendom een beslissende en leidingge­vende rol heeft gespeeld bij het initiëren van de slavenopstand van de moraal. “

“De door Nietzsche verachte antisemieten konden dus in ieder geval een aantal van zijn gedachten als bron van inspiratie gebrui­ken, ook al strookte het beeld van de Arische heersersnatuur dat zij ontwierpen niet met het beeld van voornaamheid dat Nietzsche als leididee voor ogen stond. Dat hebben ze bij de nationaal-socialisten op een gegeven moment ook gemerkt. Ze bleven Nietzsche welis­waar voor hun karretje spannen, maar er gingen daarnaast steeds meer stemmen op die voor de vrijdenker Nietzsche waarschuwden. Ernst Krieck, een invloedrijke nationaal-socialistische filosoof, oor­deelde ironisch: ‘Al met al was Nietzsche een tegenstander van het socialisme, een tegenstander van het nationalisme en een tegenstan­der van de rassenidee. Als je die drie geestesrichtingen buiten be­schouwing laat, had hij misschien een uitstekende nazi kunnen zijn’  “.

De pre-fascist Max Nordau, auteur van “Entartung/Ontaarding” (1892) haatte Nietzsche, die hij (terecht) als een vrijdenker en als een antinationalist beschouwde. Dus heeft Max Nordau aan Nietzsche een van zijn haat-hoofdstukken gewijd, wat achteraf bezien eigenlijk een hommage is, omdat Nietzsche hier naast andere “ontaarde” en dus “dood te slaande” geesten staat: Tolstoi, Beaudelaire, Ibsen, Zola.

Harry Mulisch behandelt de kwestie “Nietzsche en het antisemitisme” uitvoerig in zijn boek over Eichmann “De zaak 40/61″ waarbij hij ook tot de conclusie komt:

“hij [Nietzsche] zou ongetwijfeld tot Hitlers felste tegenstan­ders behoord hebben”

 


Maria Trepp

 

Job Cohen: Auschwitz en de haat tegen de ander

27 comments

holocaust monument berlin Job Cohen: Auschwitz en de haat tegen de anderJob Cohen zei afgelopen zondag in zijn Auschwitzlezing:

“Wij allemaal, wie we ook zijn en wat we ook zijn, of je al lang in Nederland bent of maar kort, mogen daarom niet onverschillig staan tegenover uitingen van haat jegens mensen die anders zijn, die een andere religie aanhangen, die niet tot dezelfde groep behoren. Het concentratiekamp is juist de ultieme consequentie van alledaagse onverschilligheid, een onverschillige opstelling ten aanzien van gedrag dat tegengesteld is aan een algemene, alledaagse moraal met zorg voor de ander. Waakzaamheid blijft daarom geboden; met de bevrijding van Auschwitz kwam er geen einde aan het systematisch uitmoorden van minderheden. Alle brandhaarden van de afgelopen decennia laten dat zien: Cambodja, Joegoslavië, Rwanda.” ( de Volkskrant 1-2- 2008)

Marcel Poorthuis en Theo Salemink hebben een dik en belangrijk boek geschreven over het antisemitisme in de katholieke kerk, Een donkere spiegel ( 2006) . In dit boek staat ook een hoofdstuk over antisemitisme en islamofobie. Poorthuis/Salemink  zijn van mening, en ik stem hen toe, dat er in het discours over het islamitisch gevaar in feite sprake is van een nieuwe vorm van racisme:
“De klas­sieke racistische ideologieën, door F. Fanon ooit het ‘primitieve racisme’ genoemd, gingen over mensen buiten Europa en over de joden die van ouds­her als ‘randfiguren’ in Europa woonden. Nu gaat het om miljoenen mensen die uit de andere continenten, meestal op economische gronden, naar Euro­pa gekomen zijn en hier zullen blijven wonen. Het taboe van Auschwitz legt bovendien een publiek verbod op een openlijk biologisch racisme van de oude snit. In deze nieuwe context transformeert het oude racisme en neemt, in ieder geval in zijn publieke gestalte, nieuwe vormen aan. In de literatuur wordt dan ook gesproken over ‘nieuw racisme’,” ‘Nieuw racisme’ baseert zich niet langer op de oude rassenleer van de naties, op mythen over het superieure arische ras, op de beschavingsopdracht van het blanke ras en op de mythen over inferieure of mengrassen. Dat valt onder het taboe van Auschwitz. Nieuw racisme schept een nieuwe rangorde tussen groepen op basis van een ‘culturele evolutie’ die een volk tot een historische eenheid maakt, die een scheiding tussen ‘eigen volk’ en ‘vreemdelingen’ aanbrengt, ook als deze vreemdelingen juridisch staatsburgers zijn met gelijke rechten. ‘Eigen volk eerst’ is de politieke slogan van deze beweging in haar extreem­rechtse fase geworden, onvoorwaardelijk aanpassen en assimileren de nieu­we eis van het nieuwe millennium.

Een kenmerk van dit nieuwe racisme is dat het de classificatie van ‘eigen volk’ boven ‘vreemdelingen’ verbindt met de visie dat Europa zelf een soort hogere ‘natuurlijke gemeenschap’ is tegenover de niet-Europese gemeen­schappen.? De Europese volkeren hebben samen een gemeenschappelijke historische evolutie doorgemaakt, die ook een gemeenschappelijke cultuur, godsdienst en moraal heeft voortgebracht. Zo wordt de oude leer over Euro­pese superioriteit, die religieus, cultureel of biologisch beargumenteerd werd, gereactiveerd en gekoppeld aan het nieuwe racisme van ‘eigen volk eerst’. Overigens fungeert het christendom in tegenstelling tot vroegere tij­den dikwijls niet langer als bewijs voor de superioriteit van Europa. In een postchristelijke argumentatie deelt het christendom in de dreiging van de monotheïstische religies met hun vermeende intolerantie en hang naar ge­weld. ” ( p 770)

Rechtse opiniemakers vergelijken graag de moslims met de nazi’s en staan op de barricaden voor de zogenaamd “joods-christelijke beschaving” . Maar joods-christelijk is deze beschaving pas sinds Auschwitz. Pas sinds Auschwitz kan het joodse cultuurelement op erkenning rekenen.

Als iemand beweert dat er zekere overeenkomstigheden zijn tussen het antisemitisme en de hetze tegen islam, wordt hij onmiddellijk van alle kanten erop gewezen hoe mank deze vergelijking loopt (vgl ook Manfred Gerstenfeld in de Volkskrant vandaag) . Ook wordt onmiddellijk erop gewezen dat binnen de moslimgemeenschap veel antisemitisme broeit. Afshin Ellian beschrijft in de hem eigen overdreven pathos hoe hij als een reactie op de holocaust-ontkenning door Iraniërs tegen de televisie schreeuwt: “Westerbork, Westerbork!” ( NRC 29 april 2006) Het pathos haalt zijn boodschap onderuit. Toch: het antisemitisme onder moslimfundamentalisten is een probleem, en Ellian stelt dit terecht aan de kaak.

Marcel Poorthuis en Theo Salemink: “[Israël voert] een onderdrukkende politiek tegen de Palestijnen en [wordt] in de Arabische wereld gezien als handlanger van Amerika. Met deze beeldvorming hopen Arabische leiders de aandacht van de formidabele binnenlandse problemen af te leiden door Israël als zondebok, hierbij gebruik makend van alles wat maar voorhanden is: beschuldiging van racisme aan het adres van Israël, activering van oude antisemitische beelden, goeddeels afkomstig uit Europa, warbij ook nog de joden over de hele wereld collectief worden geïdentificeerd met de politiek van deze staat.[...]
Enerzijds lijkt er [...] een overeenkomst te bestaan tussen de negatieve beeldvorming over het jodendom [...] in het verleden en de negatieve beeldvorming over moslims in het heden, anderzijds maken sommige, voornamelijk jonge moslims in Nederland zelf gebruik van de negatieve beeldvorming over het jodendom in de Europese geschiedenis om hun eigen identiteit als antiwesters te onderstrepen.” ( Een donkere spiegel, p. 767 f)

De heren van de Burke stichting menen te weten dat intolerantie uitsluitend op het conto van de islam staat. De hand in eigen boezem steken is per definitie verboden want een verzakking van de eigen identiteit. Job Cohen met zijn verdraagzaamheid  is dus een rood doek voor de heren van de Burke Stichting. Afshin Ellian meent zelfs Cohen zijn menselijke waardigheid te kunnen ontzeggen ( en nog wel in de naam van Desmond Tutu; NRC, 9 juli 2005: “Doordat Cohen meewerkte aan de dehumanisering van mevrouw Verdonk is hij nu ook beroofd van zijn waardigheid.”)
De liberale rabbijn Soetendorp zei over antisemitisme en islamofobie : “We weten dat het stigmatiseren en isoleren van welke bevolkingsgroep dan ook noodlottige gevolgen heeft”.”Wat nu de moslims in Nederland overkomt, is levensgevaarlijk. Vooral de trend om alle islamieten over een kam te scheren en als bedreigend af te schilderen. Dat lot trof de joden in de jaren ’30″. ( NRC 24-12-2004)

In feite tonen de Burkianen aan dat er wel degelijk ook op filosofisch en ideologisch vlak sprake is van overeenkomsten tussen het historisch antisemitisme en de islamofobie.
De beroep die de Burkianen doen op de nazi en antisemiet Carl Schmitt en het gebruik van Schmitts gedachtegoed tegen de moslims als de nieuwe vijand toont de verwantschap van het antisemitisme en de islamofobie ( zie ook mijn Carl Schmitt-blogs) .

Rabbijn Soetendorp: “Het leven als jood leert ons, door de geschiedenis heen, dat als wij worden aangevallen, niet alleen de joden worden aangevallen, maar dat het altijd gaat om de rechten van de mens. De stigmatisering van de islam is niet alleen een bedreiging voor moslims, maar voor de kwaliteit van de samenleving als geheel.

Hitlers’Mein Kampf’

25 comments

hitler mein kampf HitlersMein Kampf
Hitlers ‘Mein Kampf’


Naar aanleiding van het recente “Mein Kampf”-debat in media en politiek wil ik iets bijdragen over inhoud, vorm en achtergrond van Hitlers “Mein Kampf”.

Het verbod op “Mein Kampf” is in hoge mate symbolisch, aangezien het boek overal te verkrijgen is, en ook op internet in .pdf -vorm wordt aangeboden. Dat het verbod symbolisch is, maakt het verbod in mijn ogen niet automatisch verkeerd. “Mein Kampf” nu  vrij verkrijgbaar te maken met de redenering, dat de Koran ten slotte ook is toegestaan ( zoals minister Plasterk blijkbaar heeft beargumenteerd) vind ik waanzin.

Wat historisch belangrijk is, dat is het feit dat Hitler zijn politieke en maatschappelijke ideeën nauwkeurig heeft beschreven in “Mein Kampf”, maar in de dagelijkse politiek jarenlang veel minder radicaal is geweest, zodat bij veel mensen in het binnen- en buitenland de indruk ontstond, dat het allemaal wel mee zou vallen.

Uiteindelijk hebben de nazi’s alles in de praktijk gebracht wat in “Mein Kampf” stond.

“Mein Kampf”wordt ideologisch gedomineerd door rasbiologie, antisemitisme, sociaal-darwinisme en cultuurpessimisme.

Hitler voert alle complexe maatschappelijke en politieke verschijningen terug op universele, eendimensionale racistische natuurwetten.
,,[Die Menschen gehen] mit wenigen Ausnahmen wie blind an einem der hervorstechendsten Grundsätze [der Natur] vorbei: der inneren Abgeschlossenheit der Arten sämtli­cher Lebewesen dieser Erde. Schon die oberflächliche Betrachtung zeigt als nahezu ehernes Grundgesetz all der unzähligen Ausdruck­formen des Lebenswillens der Natur ihre in sich begrenzte Form der Fortpflanzung und Vermehrung. Jedes Tier paart sich nur mit einem Genossen der gleichen Art. Meise geht zu Meise, Fink zu Fink, … der Wolf zur Wölfin usw.” (1936, 311).
“Jede Kreuzung zweier nicht ganz  gleich hoher Wesen gibt als Produkt ein Mittelding zwischen der Höhe der beiden Eltern. Das heißt also: das Junge wird wohl höher stehen als die rassisch niedrigere Hälfte des Elternpaares, allein nicht so hoch wie die höhere. Folglich wird es im Kampf gegen diese höhere später unterliegen. Solche Paarung widerspricht aber dem Willen der Natur zur Höherzüchtung des Lebens überhaupt. Die Voraussetzung hierzu liegt nicht im Verbinden von Höher- und Minderwertigem, sondern im restlosen Sieg des ersteren” (1936, 312).

Volgens Hitler wordt een sterkere ras verzwakt door het mengen met een zwakkere.

“Daher entsteht auch der Kampf untereinander weniger infolge innerer Abneigung … als vielmehr aus Hunger und Liebe. In beiden Fällen sieht die Natur ruhig, ja be­friedigt zu. Der Kampf um das tägliche Brot läßt das Schwache und Kränkliche … unterliegen .. , Immer aber ist der Kampf ein Mittel zur Förderung der Art und mithin eine Ursache zur Höherentwick­lung derselben” (1936, 312f.).

Hitler probeert de onmogelijkheid van democratie af te leiden uit het principe van de overwinning van de sterke.

,,[Die Natur unterwirft] den schwächeren Teil so schwe­ren Lebensbedingungen, daß schon [dadurch] die Zahl beschränkt wird, den Überrest aber [läßt sie] … nicht wahllos zur Vermehrung zu, sondern [trifft] hier eine neue, rücksichtslose Auswahl nach Kraft und Gesundheit … ” (1936, 313).

„Natuur” is voor Hitler religie, niet zakelijke natuurwetenschap.

,,[Die Natur unterwirft] den schwächeren Teil so schwe­ren Lebensbedingungen, daß schon [dadurch] die Zahl beschränkt wird, den Überrest aber [läßt sie] … nicht wahllos zur Vermehrung zu, sondern [trifft] hier eine neue, rücksichtslose Auswahl nach Kraft und Gesundheit … ” (1936, 313).

“Das Ergebnis jeder Rassenkreuzung ist also … immer folgendes: a) Niedersenkung des Niveaus der höheren Rasse, b) körperlicher und geistiger Rückgang und damit der Beginn eines, wenn auch langsam, so doch sicher fortschreitenden Siechtums. Eine solche Entwicklung herbeiführen heißt … nichts anderes. als Sünde treiben wider den Willen des ewigen Schöpfers. Als Sünde aber wird diese Tat auch gelohnt. Indem der Mensch versucht, sich gegen die eiserne Logik der Natur aufzubäumen, gerät er in Kampf mit den Grundsätzen, denen auch er selber sein Dasein als Mensch allein verdankt. So muß sein Handeln gegen die Natur zu seinem ei­genen Untergang führen” (1936, 314).

De rassenwetten zijn in feite bij Hitler de natuurlijke god, wie tegen deze god ingaat, wordt bestraft.

Het biologistische racisme maakt de taken van de staat simpel en overzichtelijk. De staat moet alleen toezien dat het gedrag van de burgers past bij de vermeende natuurwetten.

“Syphilitikern, Tuberkulo­sen, erblich Belasteten, Krüppeln und Kretins” ist die “Zeugungsfä­higkeit zu entziehen” (1936,445).

Wel heeft de staat een belangrijke taak bij de opvoeding van de jeugd tot krijgers, dus een opvoeding niet alleen maar, maar vooral in lichamelijke ontwikkeling.

Hitler werkt met de Platoonse tegenoverstelling Geest versus Lichaam, maar keert deze om: het lichaam domineert de geest. Vandaar  ook Hitlers boosaardig anti-intellectualisme.

Het nationaal-socialisme heeft, zoals al vaak is aangetoond ( ik zla nog bloggen over het nieuwe boek van Van Doorn) , ook socialistische trekken. Deze zijn het gevolg van dat Hitler een rassekamp onder gelijken wilde, hij wilde dat de voorwaarden voor iedereen gelijk zouden zijn, en dat zodoende dan de rassisch besten herkend konden worden.

Zeer uitvoerig in Mein Kampf is de apocalyptische kritiek aan maatschappelijk verval, waaronder zo goed als alle verschijnen van de Moderne vallen.

” … [Mit] Schrecken sehen wir die krankhaften Auswüchse irrsinniger und verkommener Menschen, die wir unter dem Sammelbegriff des Kubismus und Dadaismus seit der Jahrhundertwende kennenlernten … ” (1936, 283).

Het ziektemetafoor is bij Hitler van doorslaggevende betekenis: de samenleving is doodziek, vanwege algemene maatschappelijke ontwikkelingen zoals Moderne, vrouwenemancipatie, maar ook vanwege vele individueel zwakke, intellectuele en zieke mensen.

En in de jood manifesteert zich voor Hitler alles ziekmakende:  ras, intellectualiteit, geld, moderniteit .

De hele geschiedenis is voor Hitler een kamp van Goed tegen Kwaad, en hij zet het goede gelijk met de Ariër, en het Kwaad gelijk met de Jood.
Hitler is dualistisch religieus- manicheïstisch is in zijn denken en woordkeus:
„Er [der Arier]  ist der Prometheus der Menschheit, aus dessen lichter Stirn der göttliche Funke des Genies zu allen Zeiten hervorsprang, immer von neuem jenes Feuer entzün­dend, das als Erkenntnis die Nacht der schweigenden Geheimnisse aufhellte und den Menschen so zum Beherrscher der anderen Wesen dieser Erde emporsteigen ließ” (1936, 317).

Ik stop hier, al is er nog veel meer over te zeggen.

Literatuur: Friedrich Pohlmann, Politische Herrschaftssysteme der Neuzeit
Claudia Koonz, The nazi conscience (2003)


Der schwierige Umgang mit „Mein Kampf“

 

Von Georg Löwisch 24. Oktober 2012


Links antisemitisme

12 comments

Antisemitisme is niet alleen in rechtse kringen te vinden, maar ook in linkse/ anarchistische kringen. Antisemitisme is bovendien zelfs ook onder joden en onder zionisten te vinden.

Het is belangrijk om te begrijpen dat antisemitisme niet altijd biologisch-racistisch is van aard. Invloedrijke Duitse antisemieten zoals de Berlijnse dominee Adolf Stoecker en de Berlijnse historicus Heinrich von Treitschke (“Die Juden sind unser Unglück!”) hebben niet vanuit een “ras”-argumentatie geagiteerd – wat hun invloed alleen maar groter heeft gemaakt.

De jodenhaat in de 19e eeuw had veel te maken met sociale afgunst, en had veel te maken met de opwaartse sociale mobiliteit van de joden. In 1780 leefden nog 9 van 10 joden in Duitsland in armoede, maar aan het einde van de 19e eeuw behoorden veel joden tot de beter gesitueerde burgers, en hadden belangrijke posities in economie en wetenschap (Berding, Moderner Antisemitismus, p. 38) De Duitse historicus en antisemitisme-deskundige Helmut Berding, ( die ook mijn onderzoek goedkeurend heeft gelezen en me hierover heeft geschreven) schrijft, dat in Duitsland de sociaal-democraten de grootste tegenstanders waren van het antisemitisme, maar dat de communistische partij tot een opportunistisch antisemitisme werd verleid: “Tretet die Judenkapitalisten nieder, hängt sie an die Laterne, zertrampelt sie.” (p.220)

Mijn joodse oom Heinz Brandt, Auschwitz-overlevende en later DDR- gevangene, schrijft in zijn boek Ein Traum, der nicht entführbar ist (Engels: The third way) over het antisemitisme onder Stalin. Corinne de Vries heeft in de Volkskrant verslag gedaan van Stalins terreur in Birobidzjan. Jiddische scholen, synagogen, bibliotheken, theaters en media werden gesloten of vernietigd. De politieke en culturele elite verdween in de kampen of werd doodgeschoten ( 18-6-2005).
Heinz Brandt vertelt ook over het antisemitisme in het DDR-partijbureau. Men verordende een speciale behandeling voor joodse medewerkers. Men vond dat de joden uit kleinburgerlijke kringen kwamen en veel verwanten en bekenden hadden in het Westen;  dus een “Unsicherheitsfaktor” waren.

Bij communisten en partijbureau vindt men een sterke samenhang tussen bourgeoisiekritiek en antisemitisme.
De joodse filosoof Walter Benjamin zag de samenhang tussen bourgeoisiekritiek en antisemitisme ook bij Hitler. Hij zei dat het nationaal-socialisme het antisemitisme nodig had om kunstmatig een houding te creëren, die eigenlijk de houding van de onderdrukten tegenover de onderdrukkers was. Een kwaadaardige karikatuur van een echte revolutie.

De Duitse historica Dorothea Hauser heeft de samenhang tussen het denken van de terroristische RAF en de Ex-RAF-er en antisemiet Horst Mahler aangetoond.
Bovendien laat zij zien hoe manipulatief de RAF zich van „Auschwitz“ heeft bedienend: de RAF-ers zagen hun gevangenis als concentratiecamp, en spraken van Stammheim als “Endlösung”. ( Dorothea Hauser, Rechte Leute von links? Die RAF und das deutsche Volk, In: Zur Vorstellung des Terrors, Die RAF, Bd. 2, S. 136, 137.)

Geen toeval dat veel RAFers een onderkomen vonden in de DDR.

 

Alfred Rosenberg en Nietzsche

13 comments

 

De  NSDAP -beleidsmaker  Alfred Rosenberg  is een van de nazi’s die Nietzsche (ten onrechte) als nazi beschouwden. Jaap Hagen schrijft in Nietzsches weerklank in Nazi-Duitsland:


“Nietzsche, stelt Rosenberg, was de Prometheus van zijn tijd. Centraal in zijn denken staat de vraag of grootheid tegenwoordig nog mogelijk is. Zijn fakkel doorlichtte de donkerste hoeken van zijn tijd. Een gevaarlijke fakkel, want hij dreigde met zijn analyse van vermolmde tradities ook de brug van het verleden naar de toekomst in brand te zetten. De ware betekenis van Nietzsches werk openbaarde zich pas n het verloop van de geschiedenis. Eerst de huidige tijd stelt de lezer in staat deze ‘wegwijzer ‘naar zijn verdiensten te waarderen. Nietzsche wist als Pruisisch soldaat in 1871 wat zijn plicht was. En als de grootste geest van zijn tijd wist hij ook dat alleen groot lijden grootheid kan vestigen. Een rangordening die zich baseert op ‘harde voorname persoonlijkheid’ moet het grootste in de mens weer mogelijk maken. Nietzsches herwaardering aller waarden richt zich tegen de klassenstrijd en de beurspiraten van het liberalisme. Tegenover een verhouding van werknemers en werkgevers plaatst Nietzsche de verhouding van soldaten tot de Führer. Eerder dan anderen voorzag hij een beslissende oorlog wereldbeschouwingen, waarin en strijd van leven op dood wordt aangegaan, tegen al het minderwaardige en gemeenschapsvreemde […] In de nieuwe levensrangordening, zo besluit Rosenberg, verhoudt Nietzsche zich tot het nationaalsocialisme als een ;nabije verwante’ en ‘geestelijke broeder’. “(p. 104 f.)

Rosenberg maakt naar mijn mening misbruik van Nietzsche.


Nietzsche was een filosoof van de kunst, niet van de politiek. Nietzsche haatte militarisme. Nietzsche verzette zich tegen het sociaaldarwinisme- het fundament van het nazisme. Nietzsche keerde zich tegen het antisemitisme.

 

Der Mythos des 20. Jahrhunderts “ “De mythe van de 20ste  eeuw”  is de titel het  boek dat Alfred Rosenberg  heeft geschreven en in 1930 heeft gepubliceerd (tekst in het Engels op internet te vinden op nazi-sites, dus geen link hier). Het  boek wordt ondertiteld  ”Een evaluatie van de mentale en spirituele gevechten van onze tijd ” . Hitlers hoofd-ideoloog Rosenberg schetst een rassentheorie en verbindt  het idee van een “raciale ziel” en een “religie van het bloed”  tot een politieke en religieus concept.

Al in zijn jeugd was Rosenberg gefascineerd door de schrift “De fundamenten van de 19e eeuw” van Houston Stewart Chamberlain. Het werk heeft hem de betekenis van het zogenaamde “Joodse probleem ” duidelijk gemaakt. Rosenberg waarschuwde in december 1938 dat  de Joden zich erop voorbereiden  Europa “in een razernij te vernietigen”.

In de “Mythe” positioneert hij het  Jodendom  tegenover de ‘Noordse rassenziel “en polariseert beide beelden. De Joodse religie werd als duivels afgeschilderd en  de Noordse ras als drager van een nieuw soort van goddelijkheid.  Hitler  werkte met dezelfde techniek in zijn stellingen, de Ariërs waren “kinderen van God” en een Jood de “personificatie van de duivel” of zelfs de “tegenstander van de mensheid”. Jezus was na Rosenberg geen jood, maar een belichaming van het Nordische rassenziel. De basis van het denken van de Rosenberg is de antisemitische complottheorie.

 

De nazi’s vernietigden de werken en boeken van joodse kunstenaars en schrijvers, maar tegelijkertijd  bewaarde men boeken voor een  archief. In 1939 stichtte Rosenberg het Institut zur Erforschung der Judenfrage (instituut voor onderzoek naar de Joodse kwestie) . Een selectie van zowel wereldse als religieuze joodse boeken zouden in het archief van dit instituut hun plaats vinden. De speciaal daartoe onder Rosenbergs leiding opgezette Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg had tot doel de bibliotheken, de kunstgalerijen en verschillende bezittingen van Joodse herkomst te plunderen en het Instituut van materiaal te voorzien.

Onder de inbeslagnames van Rosenberg  bevonden zich ook de Sociatas Spinoziana in Den Haag en het Spinozahuis in Rijnsberg.

In 2012 verscheen een roman over Rosenberg en Spinoza: Yalom, Irvin D.: Het raadsel Spinoza, Uitgeverij Balans (2012), isbn 9789460033742.

—————————-

 

Roman over Rosenberg verschenen in 2012: Yalom, Irvin D.: Het raadsel Spinoza, Uitgeverij Balans (2012), isbn 9789460033742

www.passagenproject.com

Recente berichten

Categories

Tags

Archives