Wetenschap Kunst Politiek

Archive for the ‘ Geschiedenis ’ Category

Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

12 comments

Maria Sibylla Merian, insecto-theoloog

[blogherhaling] In het Rembrandthuis zag ik een paar jaar geleden de schitterende tentoonstelling over Maria Sibylla Merian, een Duits-Nederlandse vrouw tussen kunst en wetenschap.

Maria Sibylla Merian (1647-1717) is de belangrijkste en meest invloedrijke natuurhistorische tekenaar die in de zeventiende eeuw in Nederland (en Suriname) werkzaam is geweest.

Een representatief overzicht van circa 100 meesterwerken, afkomstig uit tientallen prentenkabinetten en hier voor de eerste maal bijeengebracht, geeft de bezoeker inzicht in Merians wetenschappelijke onderzoek, observatie en minutieuze registratie van bloemen, insecten en reptielen.

maria-sybilla-merian-butterflies-insecten-metamorphose.jpg

-butterflies-insecten-metamorphose.jpg

Merian wordt tegenwoordig algemeen beschouwd als de eerste vrouwelijke entomoloog (insectenkenner), omdat zij haar onderzoek buitengewoon zorgvuldig registreerde en documenteerde. Even bijzonder als haar wetenschappelijke werk is haar avontuurlijke levensloop. Zo reisde zij op 53-jarige leeftijd naar Suriname om de insecten in het regenwoud te bestuderen. Ook als zelfstandig ondernemer onderscheidde zij zich van haar tijdgenoten door met haar dochters een succesvolle uitgeverij en drukkerij van boeken en prenten op te zetten.”

Voor Merian, net zoals voor haar beroemde voorganger Jan Swammerdam, was het onderzoeken en beschrijven van insecten een manier van godsdienst, zie ook uitvoerig mijn blog over “Insecto-theologie“.

Duroia eriopila_Maria Sybilla Merian

Duroia eriopila_

Guavenzweig maria sybilla merian insecten theologie

Guavetak met spin

 

Duroia_maria sybilla merian insecten theologie1

Duroia

maria sybilla merian insecten theologie1

Maria Sybilla Merian  Caiman_crocodil

Caiman_crocodil

Maria Sibylla Merian _Metamorphosis_LX schmetterling vlinder

Maria Sibylla Merian Ananas

Ananas

Maria Sibylla Merian tulp tulip Tulpe

tulp

Maria Sybilla Merian

Maria Sibylla Merian

Maria Sibylla Merian Granaatappelboom

Granaatappelboom

Maria Sibylla Merian voorjaarsbloemen tulpen

voorjaarsbloemen tulpen

Maria Sibylla Merian rood-geel gevlamde lelie

rood-geel gevlamde lelie

Maria Sibylla Merian Iris Susiana (1700)

Iris Susiana (1700)

Maria Sibylla Merian witte narcissen

witte narcissen

www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

Volle maan: het oranje maangezicht

13 comments

Volle maan: het oranje maangezicht

Christiaan Huygens schrijft in zijn tekst “Cosmotheoros” veel over de maan, en hij verwijst instemmend naar de schrift van Plutarchus over het maangezicht “De facie in orbe Lunae”.

orange maan volle maan Plutarchus Christiaan Huygens

maangezicht Plutarchus

Oranje volle maan boven Leiden 18-4-2011

Plutarchus maangezicht Mondgesichtchristiaan Huygens

Plutarchus maangezicht/Mondgesicht Christiaan Huygens Cosmotheoros

Het maangezicht – zie je het?


Plutarchus’ schriftje over de volle man is in het Engels op internet te lezen.

Plutarchus zelf verwijst wederom naar andere denkers, die voor hem die over de maan hadden gefilosofeerd, en hij komt met een mooi gedicht, toegeschreven aan Hegesianax. Ik citeer het hier in het Engels:

“With fire she shines all round, but in the midst
More blue than black appears a maiden’s face
And moisten’d cheeks, that blush to meet the gaze.”

 

In het Duits klinkt het zo:

“Herrlich glänzt der Mond

Von feurigen Strahlen um geben

Aber ein Frauenaug erscheint in der Mitte der Scheibe

Blauer als Saphir, und eine Stirn, mit lieblicher Röte

Prangend….“

 

En laten we het even in het Nederlands proberen:


“Prachtig straalt de maan.

Omgeven door vurige stralen

kijkt een gezicht met blauwe ogen

en blozende wangen

ons aan.”

 

Plutarchus bespreekt uitvoerig de oppervlakte van de maan, die ons als menselijk gelaat kan voor komen. Overigens is het erg mooi in het Engels, dat het woord voor oppervlakte [van de maan] en het woord voor“gezicht” samenhangt als surface/face.

Zie ook mijn blog over de vrouw in de maan, en Shakespeare’s Midzomernachtsdroom

In verband met de Huygenstentoonstelling 2013 plaats ik hier elke dag een (nieuw of hernieuwd oud) Christiaan-Huygens-Blog.

www.passagenproject.com

 

Israël en de antisemiet Richard Wagner

13 comments

Richard Wagner was een fervent antisemiet en de favoriete componist van Hitler. Daarom zijn uitvoeringen van zijn werken in Israël controversieel.

Nu vindt er voor het eerst een concert plaats in Israël met uitsluitend composities van Wagner – met een speciaal voor dit doel gevormd orkest [zie Spiegel-online].

Sommige composities van Wagner werden wél eerder gespeeld  – maar nu willen musici in Israël een compleet concert met muziek van Richard Wagner uitvoeren.

Wagner, die leefde van 1813 tot 1883, was een overtuigd antisemiet. Zijn werken waren in de tijd van het nationaal-socialisme enorm populair. Adolf Hitler bewonderde de componist sinds zijn jeugd.

Na de pogroms tegen joden in Duitsland in november 1938 speelde het Eretz Israel Symphonic Orchestra – toen in Palestina de actieve voorloper van het Israel Philharmonic Orchestra – nadrukkelijk niet meer de muziek van Wagner. Sindsdien geldt in Israël een onofficiële boycot van Wagner, die weliswaar meerdere malen is verbroken- maar in de reguliere concerten is de muziek bijna nooit gespeeld.

Zo veroorzaakte de onder de leiding van Daniel Barenboim uitgevoerde ouverture van Tristan en Isolde in juli 2001 een conflict en kritiek van het Wiesenthal Center en van de toenmalige burgemeester van Jeruzalem Ehud Olmert . Eerder werden andere Wagner-uitvoeringen door protesten van Holocaust-overlevenden voorkomen.

 

“Het is aan de tijd om de Wagner-boycot te breken”, zegt Livny, zoon van een overlevende van de Holocaust uit Duitsland. Immers, Israël is ook een land “dat zelf kampt met culturele boycotten.” Hij respecteert mensen “die niet naar deze muziek willen luisteren,” zei hij. “Maar ik respecteer ook degenen die het wél willen.”

Het antisemitisme van Richard Wagner

Richard Wagners antisemitisme wordt op verschillende manieren geïnterpreteerd. Wagners uitspraken breien voort op antisemitische stereotypen en reflecties van de 19e eeuw, die hij in Duitsland en Europa aantrof. Wagner herhaalde echter niet alleen antisemitische stereotypen, maar ontwikkelde deze verder met schriften zoals Das Judenthum in der Musik .

Wagner wil in dit document “het onvrijwillig afstotende, dat de persoonlijkheid en de essentie van de Jood voor ons heeft,”  uitleggen, “om deze instinctieve afkeer te rechtvaardigen, waarvan we duidelijk herkennen dat deze sterker en belangrijker is dan ons bewuste ijver om ons te ontdoen van deze aversie.

Wagner verdedigt in zijn essay de stelling dat “de jood” an sich niet in staat zou zijn “om zich door zijn uiterlijk, door zijn taal, of  zijn lied aan ons op een artistieke manier te presenteren“. Toch zou “hij” [de jood] in de muziek de smaak van het publiek beheersen.

Wagner bekritiseert de muzikale werken van joodse componisten van zijn tijd. Als goed opgeleide joden zouden zij ernaar streven de “opvallende kenmerken van hun lagere geloofsgenoten” achter zich te laten.  Maar juist daarom zouden zij niet in staat zijn tot een  “diepe zielensympathie met een grote gemeenschap van gelijkgezinden“. De zeggingskracht van het artistieke scheppen van “de hoog opgeleide jood”  “zou alleen maar onverschillig en triviaal zijn, omdat zijn gehele inzet voor de kunst alleen maar een overbodige luxe is“.

In het algemeen ontzegt Wagner joodse kunstenaars elke vorm van originaliteit.

Wagner had een grote invloed op de Engelse schrijver Houston Stewart Chamberlain, auteur van Die Grundlagen des neunzehnten Jahrhunderts,  een werk doortrokken van fanatieke germanencultus en antisemitische en racistische ideeën. In 1908 trouwde Chamberlain met Wagners tweede dochter Eva. Chamberlain is een van de ideologische voorlopers van het nazi-antisemitisme.

Hitler en Goebbels in Bayreuth

Hitler ging regelmatig naar de opera en bestudeerde Wagner intensief. Hitler was idolaat van Wagner als voorbeeld van zijn eigen visie op het leven.

Tijdens de Bayreuther Festspiele of Richard-Wagner-Festspiele wordt het uitgebreide operawerk van Richard Wagner uitgevoerd in het Bayreuther Festspielhaus op de Grüne Hügel in Bayreuth. In de nazi-tijd waren deze Festspiele één grote act van de Hitler-devotie. De kunstenaars die mee mochten doen aan de voorstellingen werden al lang voor de nazi-periode met antisemitisme en rassenhaat geconfronteerd. ( zie: „die rassistische Besetzungspolitik der Bayreuther Festspiele vor der Nazizeit”)

N.B. De familie Wagner houdt nog steeds de brieven van Richard Wagner achter slot en grendel. (Bron FAZ)

Friedrich Nietzsche keerde zich af van Wagner onder meer vanwege diens antisemitisme, zie hier.

Meer over antisemitisme op dit blog

Zie ook Stephen Fry en film Richard Wagner( “Wagner & Me”)

Zie ook Stephen Fry en film Richard Wagner( “Wagner & Me”) in Die Zeit 24-6-2012

Zie ook: de Franse filosoof Alain Badiou verdedigt Wagner

Zie ook de kritische dans-performance “Hacking Wagner” van de joodse choreografe Saar Magal  in het Haus der Kunst.



Update 5-6-2012: Universiteit Tel Aviv zegt het concert toch af!

Update 11-5-2012: Het concert kan niet plaatsvinden

– ook het Hilton Hotel Tel Aviv heeft nu afgezegd. De kunstenaars krijgen hun geld terug.

 

Update: van 7 december 2012 tot 17 februari 2013 is in Berlijn een tentoonstelling te zien over de controversiële Richard Wagner

 

Maria Trepp

Huygens, Van Leeuwenhoek, Swammerdam: de wereld onder het microscoop

19 comments

Christiaan Huygens paste zijn theoretisch interesse voor de optica en zijn praktisch interesse voor het slijpen van lenzen niet alleen toe op telescopen, maar ook op microscopen. De microscoop gaf in de 17e eeuw een belangrijke toegang tot een nieuwe wonderwereld.

Vorig jaar werden in het Museum Boijmans en in het Museum Boerhaave in Leiden mooie foto’s ‘getoond, onder meer van micro-organismen, in de tentoonstelling “Schoonheid in de wetenschap”.

 

Zijn leven lang heeft Huygens zich samen met zijn broer Constantijn jr. geïnteresseerd voor microscopen; een belangstelling en fascinatie, die zij overnamen van en deelden met hun vader Constantijn. Vader Constantijn Huygens was bevriend met Descartes en studeerde, net als zijn zoon Christiaan, theorie en praktijk van de optica. Huygens onderzocht ook zelf  microscopisch kleine plantjes en diertjes, en ontwierp ook een speciale microscoop om de haarvaten in vissestaarten te kunnen bekijken, de zgn. aalkijker.

In zijn Cosmotheoros schrijft Christiaan over de fascinerende wereld onder het microscoop: aderen, bloedkringloop, zaadcellen (“zeer levendig diertjes”): “een zaak, die verwonderlijk is, en van alle eeuwen onbekend was”.

“[…] Voornamentlijk ook [noemen wij] dat wonder gebruik van ’t glas, in de natuur der dingen te doorzien, na de uitvindingen van het Verrekijk- en Vergroot glas [Microscopium].
[…] lk zoude hier nog veel konnen aanlassen wegens de veelvuldige leering en kennisse van de natuur der dingen […] van den omloop des bloeds door slag- en bloedaderen, die voor dezen wel begrepen wierd, maar onlangs door het Vergrootglas zelfs met de oogen begonnen is gezien te werden in de staarteinden van sommige Vissen: gelijk ook van de voortteling der Dieren, waar omtrent bevonden is dat ’er geen geboren worden dan uit zaad van haar’ s gelijken; en dat het zelve ook waar is van de Kruiden: zelfs dat in het mannelijk zaad ontallijke duizenden van zeer levendige diertjes bespeurt worden, welke, naar alle waarschijnelijkheid, de regte afzetzels der Dieren zijn: een zaak, die verwonderlijk is, en van alle eeuwen onbekend was.”

Huygens onderhield contact met de microscopenbouwer en microbioloog Antoni van Leeuwenhoek(1632-1723).

Huygens heeft  voor de Académie Royale des Sciences een Franse samenvatting vervaardigd van de eerste brief van Van Leeuwenhoek over micro-organismen (1676) en liet hij ook aan zijn mede-leden van de Académie zaaddiertjes en diverse micro­organismen zien met een door hemzelf ontworpen en vervaardigde microscoop.

Volgens de toen populaire theorie van de spontane generatie ontstaat leven uit levenloos materiaal (Huygens noemt het geloof dat muizen uit aarde ontstaan). Van Leeuwenhoek, die zelf zaadcellen onder de microscoop kon waarnemen, verwierp net als Huygens deze theorie.

(Over Huygens en de microscoop zie ook de publicatie van Museum Boerhave)

Christiaan Huygens, evenals zijn vader Constantijn en Huygens’ vriend Leibniz, werden geïnspireerd door de collecties van de natuuronderzoeker Jan Swammerdam, die als eerste systematisch gebruik maakte van de microscoop en 1675 een natuurgeschiedenis van de insecten publiceerde. Voor Swammerdam was de natuur een bijbel, en was het bestuderen van de wonderwerken der natuur godsdienst. Bij hem, net als bij Christiaan Huygens, vindt men de physicotheologische gedachte dat Gods bestaan kan worden afgeleid uit de structuur van de natuur zelf.

Jan Swammerdam, Bijbel der Nature, Oog van en bij

Voltaires  sciencefiction   Micromégas knoopt aan bij Christiaan Huygens, Jan Swammerdam en Leeuwenhoek die in Voltaires verhaal op verschillende manieren  (thema: de wereld onder het microscoop en in het telescoop) impliciet en expliciet genoemd worden.

Zie mijn vertaling von Voltaires Micromégas met kommentaar.

 

Meer over Christiaan Huygens



Read more..

Hitlers ‘Mein Kampf’ Britse en Duitse uitgave

17 comments


De Nederlandse oorlogsnieuwswebsite nieuws-wo2.tk heeft gisteren grote stukken uit Mein Kampf gepubliceerd. Als ‘flankerende steunoperatie’ aan de Britse uitgever Peter McGee, die in de clinch ligt met de Duitse overheid. Het Beiers ministerie van Financiën gaat vervolging instellen.

Volgens HP/De Tijd is Mein Kampf  “het zwarte gat van de uitgeefwereld. Niet alleen is het duivels antisemitisch, maar ook niet leesbaar en is in sommige landen ook nog verboden”.


Ik wil hier iets bijdragen over inhoud, vorm en achtergrond van Hitlers “Mein Kampf”.

Het verbod op “Mein Kampf” is in hoge mate symbolisch, aangezien het boek overal te verkrijgen is, en ook op internet in .pdf -vorm wordt aangeboden. Dat het verbod symbolisch is, maakt het verbod in mijn ogen niet automatisch verkeerd.

Wat historisch belangrijk is, dat is het feit dat Hitler zijn politieke en maatschappelijke ideeën nauwkeurig heeft beschreven in “Mein Kampf”, maar in de dagelijkse politiek jarenlang veel minder radicaal is geweest, zodat bij veel mensen in het binnen- en buitenland de indruk ontstond, dat het allemaal wel mee zou vallen.

Uiteindelijk hebben de nazi’s alles in de praktijk gebracht wat in “Mein Kampf” stond.

“Mein Kampf”wordt ideologisch gedomineerd door rasbiologie, antisemitisme, sociaal-darwinisme en cultuurpessimisme.

 

* Hitler voert alle complexe maatschappelijke en politieke gebeurtenissen terug op universele, eendimensionale racistische natuurwetten.

,,[Die Menschen gehen] mit wenigen Ausnahmen wie blind an einem der hervorstechendsten Grundsätze [der Natur] vorbei: der inneren Abgeschlossenheit der Arten sämtli­cher Lebewesen dieser Erde. Schon die oberflächliche Betrachtung zeigt als nahezu ehernes Grundgesetz all der unzähligen Ausdruck­formen des Lebenswillens der Natur ihre in sich begrenzte Form der Fortpflanzung und Vermehrung. Jedes Tier paart sich nur mit einem Genossen der gleichen Art. Meise geht zu Meise, Fink zu Fink, … der Wolf zur Wölfin usw.” (1936, 311).
“Jede Kreuzung zweier nicht ganz gleich hoher Wesen gibt als Produkt ein Mittelding zwischen der Höhe der beiden Eltern. Das heißt also: das Junge wird wohl höher stehen als die rassisch niedrigere Hälfte des Elternpaares, allein nicht so hoch wie die höhere. Folglich wird es im Kampf gegen diese höhere später unterliegen. Solche Paarung widerspricht aber dem Willen der Natur zur Höherzüchtung des Lebens überhaupt. Die Voraussetzung hierzu liegt nicht im Verbinden von Höher- und Minderwertigem, sondern im restlosen Sieg des ersteren” (1936, 312).

* Volgens Hitler wordt een sterkere ras verzwakt door het mengen met een zwakkere.

“Daher entsteht auch der Kampf untereinander weniger infolge innerer Abneigung … als vielmehr aus Hunger und Liebe. In beiden Fällen sieht die Natur ruhig, ja be­friedigt zu. Der Kampf um das tägliche Brot läßt das Schwache und Kränkliche … unterliegen .. , Immer aber ist der Kampf ein Mittel zur Förderung der Art und mithin eine Ursache zur Höherentwick­lung derselben” (1936, 312f.).

* Hitler probeert de onmogelijkheid van de democratie af te leiden uit het principe van de overwinning van de sterke.

,,[Die Natur unterwirft] den schwächeren Teil so schwe­ren Lebensbedingungen, daß schon [dadurch] die Zahl beschränkt wird, den Überrest aber [läßt sie] … nicht wahllos zur Vermehrung zu, sondern [trifft] hier eine neue, rücksichtslose Auswahl nach Kraft und Gesundheit … ” (1936, 313).

* „Natuur” is voor Hitler religie, niet zakelijke natuurwetenschap.

,,[Die Natur unterwirft] den schwächeren Teil so schwe­ren Lebensbedingungen, daß schon [dadurch] die Zahl beschränkt wird, den Überrest aber [läßt sie] … nicht wahllos zur Vermehrung zu, sondern [trifft] hier eine neue, rücksichtslose Auswahl nach Kraft und Gesundheit … ” (1936, 313).

“Das Ergebnis jeder Rassenkreuzung ist also … immer folgendes: a) Niedersenkung des Niveaus der höheren Rasse, b) körperlicher und geistiger Rückgang und damit der Beginn eines, wenn auch langsam, so doch sicher fortschreitenden Siechtums. Eine solche Entwicklung herbeiführen heißt … nichts anderes. als Sünde treiben wider den Willen des ewigen Schöpfers. Als Sünde aber wird diese Tat auch gelohnt. Indem der Mensch versucht, sich gegen die eiserne Logik der Natur aufzubäumen, gerät er in Kampf mit den Grundsätzen, denen auch er selber sein Dasein als Mensch allein verdankt. So muß sein Handeln gegen die Natur zu seinem ei­genen Untergang führen” (1936, 314).

* De rassenwetten zijn in feite bij Hitler de natuurlijke god, wie tegen deze god ingaat, wordt bestraft.

Het biologistische racisme maakt de taken van de staat simpel en overzichtelijk. De staat moet alleen toezien dat het gedrag van de burgers past bij de vermeende natuurwetten.

“Syphilitikern, Tuberkulo­sen, erblich Belasteten, Krüppeln und Kretins” ist die “Zeugungsfä­higkeit zu entziehen” (1936,445).

Wel heeft de staat een belangrijke taak bij de opvoeding van de jeugd tot krijgers, dus een opvoeding niet alleen maar, maar vooral in lichamelijke ontwikkeling.

Hitler werkt met de Platoonse tegenoverstelling Geest versus Lichaam, maar keert deze om: het lichaam domineert de geest. Vandaar ook Hitlers boosaardig anti-intellectualisme.

Het nationaal-socialisme heeft, zoals al vaak is aangetoond, ook socialistische trekken. Deze zijn het gevolg van dat Hitler een rassenkamp onder gelijken wilde, hij wilde dat de voorwaarden voor iedereen gelijk zouden zijn, en dat zodoende dan de “rassen- besten” herkend konden worden.

* Zeer uitvoerig in Mein Kampf is de apocalyptische kritiek aan maatschappelijk verval, waaronder voor hem zo goed als alle verschijnselen van de Moderne vallen.

” … [Mit] Schrecken sehen wir die krankhaften Auswüchse irrsinniger und verkommener Menschen, die wir unter dem Sammelbegriff des Kubismus und Dadaismus seit der Jahrhundertwende kennenlernten … ” (1936, 283).

* Het ziektemetafoor is bij Hitler van doorslaggevende betekenis: de samenleving is doodziek, vanwege algemene maatschappelijke ontwikkelingen zoals Moderne, vrouwenemancipatie, maar ook vanwege vele individueel zwakke, intellectuele en zieke mensen.

* En in de jood manifesteert zich voor Hitler alles ziekmakende: ras, intellectualiteit, geld, moderniteit .

* De hele geschiedenis is voor Hitler een gevecht van Goed tegen Kwaad, en hij zet het goede gelijk met de Ariër, en het Kwaad gelijk met de Jood.
Hitler is dualistisch religieus- manicheïstisch is in zijn denken en woordkeus:
„Er [der Arier] ist der Prometheus der Menschheit, aus dessen lichter Stirn der göttliche Funke des Genies zu allen Zeiten hervorsprang, immer von neuem jenes Feuer entzün­dend, das als Erkenntnis die Nacht der schweigenden Geheimnisse aufhellte und den Menschen so zum Beherrscher der anderen Wesen dieser Erde emporsteigen ließ” (1936, 317).


Literatuur: Friedrich Pohlmann, Politische Herrschaftssysteme der Neuzeit
Claudia Koonz, The nazi conscience (2003)


Vandaag besloot het Duitse kabinet dat er een register komt over neonazi’s.

Zie ook hier Over neonazi’s in Duitsland en de recentelijke kritiek op de Verfassungsschutz

en over het misplaatste woord Döner-Morde voor de moorden op negen allochtone middenstanders door drie Duitse neonazi’s 

In het Duits (Spiegel) : Bundesweite Datensammlung für Rechtsextreme


Update 10 maart 2012 : Britse uitgever mag niet delen Mein Kampf uitbrengen in Duitsland

Update 12 juni: dit oordeel wordt ook in hoger beroep bevestigd

 

Meer Updates

Duitse Historici willen ‘Mein Kampf’ demystificeren

Projectleider over wetenschappelijke uitgave Hitlers boek

 

Der schwierige Umgang mit „Mein Kampf“

Von Georg Löwisch 24. Oktober 2012

De Pariser kunstenar  Linda Ellia heeft 534 pagina’s uit “Mijn Kampf”artistiek bewerkt – onder meer als wc-papier. Haar werk wordt in Neurenberg getoond.

 

Walter Süskind en de Joodse Raad

19 comments

Rudolf van den Berg vertelde in P&W over zijn nieuwste film Süskind, het waargebeurde verhaal van verzetsman Walter Süskind, de Nederlandse Oskar Schindler, die honderden joodse volwassenen, kinderen en baby’s redde  uit de Hollandse Schouwburg.

De in Duitsland geboren jood Walter Süskind (1906-1945) werkte in Amsterdam  voor de Joodse Raad. Door die raad was hij aangesteld als beheerder van de Hollandsche Schouwburg. In deze functie was hij in staat met de persoonsgegevens van vooral kinderen te manipuleren. 

Tot 1940 was de Hollandsche Schouwbrug een populair theater in de Plantagebuurt in Amsterdam. In 1941 veranderde de Duitse bezetter de naam van het theater in ‘Joodsche Schouwburg’. Vanaf dat moment mochten alleen joodse musici en artiesten optreden voor uitsluitend joods publiek. In de loop van de jaren kreeg de Schouwburg een andere functie toegewezen door de Duitse bezetter. Vanaf augustus 1942 moesten joden uit Amsterdam en omstreken zich melden voor deportatie, of werden hier onder dwang naar toe gebracht. Vele duizenden mannen, vrouwen en kinderen wachtten vervolgens in de Hollandsche Schouwburg op hun deportatie naar doorgangskamp Westerbork. Van daaruit werden zij op transport gezet naar concentratie- en vernietigingskampen.

 
Zijn goede relatie met de Duitse autoriteiten (Süskind kende Ferdinand aus der Fünten goed, de SS Hauptsturmführer die in Amsterdam de leiding had over de deportatie van joden)  kwam hem in zijn verzetswerk van pas. Süskind, een handige en charmante man,  was bijzonder vindingrijk en listig, vervalste lijsten, bedachte honderden trucs.
Samen met de directrice van de crèche op de Plantage Middenlaan, Henriette Rodriques Pimentel, en de Amsterdamse econoom Felix Halverstad zette Süskind een systeem op om joodse kinderen uit de Schouwburg via de crèche te laten ontsnappen. Onder zijn leiding werden honderden volwassenen, kinderen en baby’s gered uit de schouwburg.

Opmerkelijk is dat het verzetswerk dat Süskind en de zijnen verrichtten gebeurde zonder dat de leiding van de Joodse Raad daar iets vanaf wist. De leiding van de Joodse Raad zou dit namelijk hebben verboden. 
Regisseur Rudolf van den Berg heeft naar eigen zeggen met zijn film geen heldenmonument voor Süskind willen opzetten, maar eerder uitdrukking willen geven aan zijn verbijstering. 
“Voor massamoord heb je geen bloeddorstige beulen nodig” zei hij.

De meeste joden werden weggehaald door Nederlanders. 
Verbijsterend is nog steeds de manier waarop de Joodsche Raad heeft gecoöpereerd met de bezetter.

De Joodsche Raad was een op initiatief van de Duitse bezetter in februari 1941 in het leven geroepen Joodse organisatie die de Joodse gemeenschap in Nederland moest besturen. Via deze raad gaf de bezetter bevelen aan de Joodse gemeenschap en haar leiders. De Raad  werd zo het doorgeefluik van de anti-Joodse maatregelen.
Zonder de ondersteuning van de Joodsche Raad hadden de nazi’s niet zo veel Nederlandse joden kunnen deporteren, omdat men niet wist wie wel en wie niet een jood was. 
Na de Tweede Wereldoorlog heeft de Joodsche Eereraad uitgesproken: ‘dat de voorzitters van de Joodsche Raad gefaald hebben in een wereld, die zelf in gebreke is gebleven‘,  en heeft met name de medewerking bij selectie en deportatie met klem veroordeeld. 

De rol van Süskind daarentegen werd door de Joodse Ereraad geprezen: 
“De Ereraad wil met erkentelijkheid vermelden het illegale werk door sommige geëmployeerden van de Joodsche Raad verricht, met name op het gebied van het laten ontsnappen van volwassenen en kinderen uit schouwburg en crèche. Zonder anderen te kort te doen brengt de Ereraad hierbij een eresaluut aan Walter Süskind. Tot dit illeagale werk hebben, zover na te gaan, de voorzitters zelf het initiatief niet genomen. Evenmin is gebleken, dat zij dit werk krachtig bevorderd hebben, zoals eigenlijk hun plicht was. Integendeel, dit zou in strijd zijn geweest met hun overige houding. “(Hans Knoop, De Joodsche Raad, p 208)

Een nieuwe studie (besproken in de NRC van 14 januari 2012) probeert antwoord te geven op de vraag waarom niet alleen het aantal maar ook het percentage Joodse slachtoffers in Nederland het hoogst was van West-Europa: 
“In hun comparatieve studie beschrijven de auteurs minutieus de overeenkomsten en verschillen tussen de drie bestudeerde landen. Nauwgezet analyseren Griffioen en Zeller onder meer de positie van het autochtone bestuur, de handelingsvrijheid van de Duitse organisaties die zich met de Jodenvervolging bezighielden, de methoden die zij toepasten en de mate van integratie, assimilatie en organisatiegraad van de Joodse bevolkingsgroepen.
De voornaamste oorzaak van het bijzonder hoge aantal en percentages Joodse slachtoffers in ons land, constateren Griffioen en Zeller, was de vrijwel ongelimiteerde macht waarover het Duitse politieapparaat hier beschikte voor het organiseren van deportaties. Zowel het bezettingsbestuur (Reichskommissariat) als de hoogste Nederlandse bestuurders waren buitenspel gezet. Het laatste geschiedde overigens zonder al te veel tegenstribbelen. 

De Nederlandse situatie verschilde daardoor radicaal van die in Frankrijk en België. De hoogste Franse autoriteiten, die hun gezag over de politie behielden, waren vanaf het najaar van 1942 nauwelijks bereid mee te werken aan deportaties. […]
Ten slotte werd het aantal en het percentage Joodse slachtoffers in Nederland gedeeltelijk bepaald door de inschakeling van de Joodse Raad bij de deportaties (oproepen voor ‘tewerkstelling in het Oosten’) en de aanvankelijke reacties van de Joodse bevolking op de Duitse methoden van misleiding en intimidatie. Terwijl in Frankrijk en België een aanzienlijk deel van de aanwezige Joden door hun Duitse of Oost-Europese achtergrond zich weinig illusies maakte over het nazi-antisemitisme, was dat bij de sterk geïntegreerde Joodse bevolking hier veel minder het geval. Velen waren daardoor langere tijd geneigd vast te houden aan legale ontsnappingsmogelijkheden: vrijstellingen (waarvoor aanvankelijk bijna een derde deel van de Nederlandse joden in aanmerking kwam) en Arbeitseinsatz in het ‘permanente’ werkkamp Vught. Deze legale ‘ontsnappingsmogelijkheden’ weerhielden veel Joden van onderduiken maar bleken uiteindelijk een verraderlijk onderdeel te vormen van het deportatiesysteem. De vrijgestelden en bewoners van kamp Vught werden alsnog op transport gezet.”
P. Griffioen en R. Zeller: Jodenvervolging in Nederland, Frankrijk en België – Overeenkomsten, verschillen, oorzaken. Boom; 1045 pagina   ‘s; € 49,50. 

————————————————————————————-
Het verhaal van Süskind werd al eerder eens verfilmd als “Secret Courage — The Walter Suskind Story”

Biografie: Mark Schellekens. Walter Süskind. Athenaeum-Polak & Van Gennep. 240. € 17,95
Film: Süskind. Regie Rudolf van den Berg. Vanaf 19 januari in de bioscoop.
Roman op basis van film: Alex van Galen, Süskind, Arbeiderspers. 256 pag. € 17,50
Documentaire: De duivelse dilemma’s van Walter Süskind. Zondagavond 15 januari, KRO, 23.30 uur, Nederland 2.

Tentoonstelling: Jodenvervolging 1940-1945. Op de eerste verdieping in de Hollandsche Schouwburg is de permanente tentoonstelling Jodenvervolging 1940-1945 ingericht. In de Hollandsche Schouwburg wordt nu ook uniek materiaal tentoon gesteld rondom Walter Süskind, zoals familiefoto’s en onlangs verworven objecten.

 

Maria Trepp www.passagenproject.com

Deze tekst staat in vertaling ook op mijn Duitse weblog  en op mijn Engelse weblog

Suum cuique of De esthetiek van het hekwerk: opsluiten en uitsluiten

10 comments

Het Buchenwald –hekwerk in Zandvoort komt er voorlopig maar half

Suum cuique Buchenwald ontwerp StudioJob

Aan de poort zou een bel worden bevestigd met daarop de tekst ‘suum cuique’, tussen rokende schoorstenen, een duidelijke verwijzing: de Duitse vertaling, Jedem das Seine, stond boven de poort van concentratiekamp Buchenwald.

Op de site van de NRC wordt het ontwerp getoond dat wél uitgevoerd wordt: weliswaar zonder de bel met “Suum cuique” maar mét de rokende schorstenen!

Na alle publiciteit kan iedereen het “Suum cuique” wel erbij denken, en spreken de schorstenen een duidelijke en allesbehalve onschuldige taal.

Het smakeloze design is aanstootgevend- maar geeft ook een zetje tot nadenken.

The fence – an offence!!

Oorspronkelijk was “suum cuique” bedoeld als een motto van de rechtvaardigheid:
Marcus Tullius Cicero (106 BC – 43 BC) schreef : “Iustitia suum cuique distribuit.” (“Het recht geeft iedereen het zijne.”)
De Duitse Pruisische „Orden vom schwarzen Adler“ gebruikte dit motto dat later door de nazi’s werd overgenomen.


In de naoorlogse tijd zijn er verschillende conflicten geweest over het gebruik van dit motto in reclamecampagnes onder andere van Nokia, Tschibo, Esso, Burger King en Rewe.

De rel over het provocerende ontwerp van Studio Job past niet alleen in een traditie van “de-rel-om-het kunstwerk-is-een-deel-van-het-kunstwerk” (Bourdieu) maar ook in een reeks van kunstprojecten omtrent beveiliging en uitsluiting (wie ontwerpt nog een mooi hek voor asielcentra??)

Recentelijk heeft Jonas Staal het ontwerpgevangenis van Fleur Agema tot uitgangspunt van acties en discussies gemaakt.

Zijn  maquette en film zijn onderdeel van de tentoonstelling 1:1 in Kunsthal Extra City te Antwerpen (www.extracity.org); een theatervoorstelling vond plaats op 21 en 22 december in Frascati Amsterdam.
Hier nog een ander voorbeeld van een ironische vormgeving van een hekwerk (Demakersvan, Lace Fence, 2006, Museum Boijmans).

 

 

Dit hekwerk is geïnspireerd op panty’s en lingerie. Je zou kunnen spreken van een “erotisering van de beveiliging” (Daniel van der Velde).

 

 

Maria Trepp www.passagenproject.com

Deze tekst verschijnt ook op mijn Engelse en Duitse blogs ( www.passagenproject.com/blog1 en www.passagenproject.com/blog2 )

Christiaan Huygens en de plaatsbepaling op zee

11 comments

Vandaag wordt in een lezersbrief in de NRC  beweerd dat Christiaan Huygens’ slingeruren de geografische breedte op zee hadden moeten bepalen.

Slingeruur Huygens/Coster Museum Boerhaave

 

Maar dat is niet zo.

Christiaan Huygens en de plaatsbepaling op zee

Het is onjuist dat bij de plaatsbepaling ter zee voor Huygens en zijn tijdgenoten het vaststellen van de geografische BREEDTE het probleem geweest zou zijn. De breedte kon men in de tijd van Huygens namelijk met de hulp van de positie van de sterren en een sextant vaststellen, maar de geografische LENGTE niet.

Aardglobe Willem Blaeu 1670 Museum Boerhaave

Hiervoor moest men de tijd nauwkeurig kunnen meten: op het moment dat de zon de hoogste stand heeft bereikt stelt men vast hoe laat het is op een klok  die de tijd laat zien van de haven van waaruit  men is vertrokken. Uit het tijdsverschil kan men de lengte berekenen: één uur tijdsverschil staat voor 15 graad verschil in lengte (360 graad = 24 uur) .

Christiaan Huygens deed veel pogingen om de tijd op zee te laten meten met behulp van verschillende modellen van slingerklokken, en ook met klokken met een spiraalveer in plaats van een pendel.

Huygens uurwerk met spiraalveer, Museum Boerhaave

Het lukte meestal niet, vanwege het slingeren van het schip en/of de temperatuurschommeling.

Pas in 1761 heeft John Harrison een chronometer geconstrueerd, waarmee de aardrijkskundige lengte nauwkeurig bepaald kon worden en ontving hij de beloning van 20.000 pond die het Engelse parlement had belooft aan diegene die als eerste een betrouwbare methode zou vinden om de tijd te meten.

 

———Jeugdboek over Christiaan Huygens: Zoektocht naar een zeeklok————-

 Zie ook Christiaan Huygens’ originele tekst K O R T   O N D E R W Y S Aengaende het gebruyck  Der H O R O L O G I E N Tot het vinden der Lenghten van Oost en West

 

Op 24 december 2011 werd een versie van deze tekst geplaatst in de wetenschapsbijlage van de  NRC als ingezonden brief.

——————————————————————————————-

 

Christiaan Huygens in Dutch English and German http://www.passagenproject.com/blog16

Christiaan Huygens http://www.passagenproject.com/blog

 

www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

Leidse Sphaera, Huygens planetarium en dierenriem

3 comments

In het nieuw gerenoveerde planetarium Leidse Sphaera zit de dierenriem verkeerd om, zo meldt de Volkskrant vandaag.

De fout dateert al van ruim zestig jaar geleden, aldus hoofd collecties Hans Hooijmaijers. De Sphaera raakte tijdens de Tweede Wereldoorlog beschadigd tijdens een bombardement, en moet kort daarna zijn gerepareerd. Op een foto uit 1930 zit de Dierenriem nog goed; een opname uit 1948 laat zien dat de twaalf sterrenbeelden in de verkeerde volgorde zijn gemonteerd. “

De volgorde van de sterrenbeelden moet spiegelbeeldig zijn, zodat het perspectief van buitenaf juist is. Op deze soort hemelsglobe gaat het namelijk om de blik van buiten.

Leidse Sphaera dierenriem met Ram en Vissen

Niemand had de verkeerde, want niet-spiegelbeeldige opstelling opgemerkt… behalve de wetenschapsjournalist van de Volkskrant Govert Schilling.

Leidse Sphaera, dierenriem, Waterman en Steenbok

De dierenriem is bekend uit de astrologie, in verband met het geloof dat de tekens van de dierenriem symbool zouden staan voor de invloed die de sterren en planeten op het leven van de mens kunnen uitoefenen; maar ook de astronomie werkt(e) met de dierenriem, voor de beschrijving van de stand van de planeten.

Christiaan Huygens schrijft bijvoorbeeld in Systema Saturnium (1659) dat het uitzien van Saturnus en zijn ring ervan afhankelijk is in welk sterrenbeeld deze te zien is:

“Wij vinden evenwel dat de meest samengeknepen schijngestalte van de ring valt op 20graden in Virgo en Pisces, zoals wij verderop zullen aantonen, en de breedste derhalve op 20graden in Gemini en Sagittarius.” (zie hier uitvoerig over Christiaan Huygens en zijn verklaringen van de schijngestalten van Saturnus).

In zijn eigen planetarium (zie uitvoeriger hier) heeft Huygens daarom ook de symbolen van de dierenriem aangegeven bij een heel dunne buitencirkel. De dierenriem loopt van rechts naar links, zodat dat het perspectief vanuit de zon en de aarde dus klopt.

Hier een uitsnede uit het planetarium Huygens met het teken Stier/Taurus.

Planetarium Christiaan Huygens dierenriem Taurus

Planetarium Christiaan Huygens dierenriem Taurus


De  volgorde op het planetarium Huygens is dezelfde als bij de Leidse Sphaera nu (dus de voor een hemelsglove verkeerde volgorde!) , passend bij een astronomische blik van binnenuit (vanuit de modelaarde).

Hier de schets van de planetarium met dierenriem die Huygens zelf maakte en die qua volgorde overeenkomt met de huidige opstelling van de dierenriem in de Leidse Sphaera:

 

Met dank aan Govert Schilling voor nadere uitleg!


Read more..

Christiaan Huygens, Salomon Coster en het octrooi op het slingeruurwerk

12 comments

Christiaan Huygens en  het slingeruurwerk

De Volkskrant meldt vandaag (16-11-2011) dat er in het Universiteitsmuseum van Utrecht mogelijk ’s werelds oudste door een gewicht aangedreven slingerklok is ontdekt. De klok wordt toegeschreven aan Salomon Coster, de klokkenmaker van de Nederlandse natuurkundige Christiaan Huygens.

Christiaan Huygens is beroemd voor zijn ontdekking van het principe van het slingeruurwerk, waarvan hij door Salomon Coster de eerste exemplaren liet maken.

christiaan-huygens-salomon-coster

christiaan-huygens-salomon-coster http://passagenproject.com/blog/category/christiaan-huygens/

Christiaan Huygens en Salomon Coster

Huygens’ uurwerken konden de tijd veel nauwkeuriger aangeven dan alle klokken die eerder waren gemaakt. Voor Huygens was een nauwkeurige tijdmeting belangrijk om goede astronomische tijdmeting te kunnen verrichten, en ook om mogelijk de geografische lengte op zee te kunnen bepalen (wat uiteindelijk niet lukte ondanks vele pogingen). Trots noemt Huygens zijn uitvindingen in zijn laatste tekst Cosmotheoros.

C.D. Andriesse: “Galileo Galilei had de slinger al als gangregelaar aanbevolen en Coster was een kundig klokmaker die onder meer een dubbele trommelveer had bedacht. Van Christiaan was het idee gekomen over een lichte vorkkoppeling en over ‘wangen’ om de slinger bij wijde uitslag wat op te tillen. Christiaans uitvinding betrof de koppeling van een slinger aan het toen gebruikelijke raderuurwerk, of, om precies te zijn, aan het over het schakelrad kantelende anker (échappement) […] Zijn foefje was om de aandrijving
van de slinger te ontlenen aan de aandrijving van de klok en om de regelmaat van de klok te ontlenen aan de regelmaat van de slinger. […] De vorkconstructie op het anker die de slin­ger voldoende aandreef en tegelijk voldoende vrijliet, is uiterst ingenieus.”

Aan de Haagse klokkenmaker Salomon Coster gaf Huygens het alleenrecht – vastgelegd in een officieel octrooi, gedateerd 16 juni 1657 – om deze nieuwe vinding in de handel te brengen.

In Parijs en in Londen werden deze uurwerken onmiddellijk nagebouwd. En ook in Nederland:

“Ook aan het octrooi van Coster, dat dan wel verleend was en waar hij [Huygens] in deelde, beleefde hij echter weinig plezier. Het werd ontdoken door de Rotterdamse klokmaker Simon Douw, die volhield zelf een slingeruurwerk te hebben uitgevonden. Hij was er zelfs in geslaagd ook dit slingeruurwerk door de Staten­ Generaal te laten octrooieren, en wel op 8 augustus 1658, ruim een jaar na dat van Coster. Deze laatste schreef woedend ‘dat hy met Listicheyt, en allerhande onbehoorelycke middelen desel­ve Inventie, soo by de Heer Huyghens, als op andere plaetsen was komen te sien, sich verstout van die mede te debiteren’.

Op 9 oktober 1658 kwam het tot een zaak voor de rechtbank van Holland, Zeeland en Friesland […]”.

Uiteindelijk moest Douw aan Coster en aan Christiaan Huygens elk slechts een derde van de opbrengst van zijn klokken betalen. (Andriesse, p 152)

———————-

Literatuur:

Een vernuftig geleerde : de technische vondsten van Christiaan
Huygens
/ Rob H. van Gent, Anne C. van Helden Leiden : Museum Boerhaave,

1995

Titan kan niet slapen : een biografie van Christiaan
Huygens
/ C.D. Andriesse Amsterdam [etc.] : Contact, 1993

De ruimte van Christiaan Huygens / Vincent Icke [Groningen]
: Historische Uitgeverij, 2009

———————————————————————————————–

Update

Op 6 december 2011 schrijft Theo Toebosch in de NRC dat er nu nog een tweede oude Huygens/Costerklok is ontdekt. Beide slingerklokken zijn te zien in het Museum van het Nederlandse Uurwerk. Bovendien is er nog heel wat toe te voegen aan de kwestie van het patent voor de slingeruur.

“De vondsten vielen mooi samen met een internationaal symposium afgelopen weekeinde, dat Van Hees ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van zijn museum had georganiseerd. Daarbij ging het onder andere om de vraag of Huygens wel de uitvinder van de slingerklok is. Van Hees: „Enkele Engelse klokkenspecialisten denken dat de Engelsman Ahasverus Fromanteel de slingerklok heeft uitgevonden.”

“Enkele Britse verzamelaars en antiquairs denken dan ook dat Huygens zijn ideeën voor de slingerklok heeft afgekeken van de Londense klokkenmaker Ahasverus Fromanteel, die nu slechts te boek staat als de eerste Engelsman die een slingerklok met gewicht heeft gemaakt. Aanleiding tot deze gedachte is een contract in het Haags Gemeentearchief dat Coster in 1657 met John Fromanteel, de twintigjarige zoon van Ahasverus, heeft gesloten. Fromanteel junior kwam bij Coster in dienst als leerling. In het contract staat dat Coster Fromanteel kost en inwoning zal geven en dat Coster de jonge Brit ‘het geheim’ van de slingerklok zal onthullen. Het contract is echter niet overal goed leesbaar, er zijn doorhalingen en de inhoud is soms voor tweeërlei uitleg vatbaar. Enkele Britten, die de tekst als Bijbelexegeten hebben bestudeerd, komen tot de conclusie dat het juist Fromanteel is die belooft het geheim te onthullen. Dat zou betekenen dat Fromanteel junior die kennis bij zijn vader had opgedaan. De Britten denken dat het ook verklaart waarom Huygens in Engeland geen patent aanvroeg, terwijl hij dat wel, vergeefs, in Frankrijk deed.

Voor Van Hees is het duidelijk: „Ahasverus Fromanteel heeft ook geen patent aangevraagd. Huygens is en blijft voor mij de uitvinder van de slingerklok met gewicht. De uitvinding lijkt me ook eerder het werk van een natuurkundige dan van een commercieel ingestelde klokkenmaker. Pas na 1676 werden bijna alle klokken met een slinger gemaakt.”

Hofwijck_display_of_pendulum_and_clocks Christiaan Huygens slingeruurwerk

Christiaan Huygens slingeruurwerk

 Christiaan Huygens en het octrooiverhaal van 16 juni 1657

 

zie ook

Meer over Christiaan Huygens

 

 

Read more..

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief