Wetenschap Kunst Politiek

Archive for the ‘ Filosofie ’ Category

Zeepbellen in de kunst: Rembrandt, Millais, Hieronymus Bosch

13 comments

Peter Sloterdijk, “Sferen” aan het lezen. De eerste deel draagt de titel “Bellen”; en op de omslag is een uitsnede uit “De tuin der lusten” van Hieronymus Bosch te zien met een liefdespaar in een bel.

De tuin der lusten” Hieronymus Bosch  liefdespaar in een zeepbel soap bubble

De tuin der lusten” Hieronymus Bosch liefdespaar in een zeepbel

Op internet zijn artikelen en uitleg te vinden over het motief van de bellenblazer in de kunst van de 16e eeuw, zie,  Tot lering en vermaak, Betekenissen van Hollandse genrevoorstellingen uit de zeventiende eeuw van E. de Jongh.

De zeepbel dient hier in de kunst van de 16e eeuw als “vanitas” symbool, als symbool van de vergankelijkheid.

Er wordt uitgelegd dat de spreuk ‘homo bulla’: de mens is een luchtbel gelijk, aan de Adagia van Erasmus te danken is. Onder het trefwoord ‘homo bulla’ verklaart Erasmus daarin dat ‘niets breekbaarder, vluchtiger of lediger is dan het menselijk leven, dat daarom lijkt op een luchtbel in het water, die even snel opkomt als verdwijnt’.

 Rembrandt, Bellenblazende Cupido, 1634 soap bubbles seifenblasen zeepbellen

Rembrandt, Bellenblazende Cupido, 1634 zeepbellen gestolen

Rembrandt, Bellenblazende Cupido, 1634

Millais, Zeepbellen, 1886 soap bubbles Seifenblasen

Millais, Zeepbellen, 1886

De tekst van Sloterdijk begint met een geestige beschouwing over bellenblazen, begeleid van een afbeelding van een bellenblazer van Millais.

Millais, Zeepbellen, 1886

Manet, Bellenblazer soap bubbles Seifenblasen

Manet, Bellenblazer

Bij Peter Sloterdijk staat de zeepbel anders dan in de 16e eeuw geheel positief voor een menselijk-kinderlijk speelse expansiedrang en expansievermogen, en voor het vermogen om te in-spireren ( de bel draagt de menselijke adem) en ook om ge-inspireerd te worden (door de mooie bellen in kunst en werkelijkheid).

Manet, Bellenblazer

Jean-Baptiste_Simon_Chardin_022 soap bubble zeepbel seifenblase

Jean-Baptiste_Simeon_Chardin_ zeepbel

Zeepbel soap bubble seifenblase 450px-Chaplin-The_Soap_Bubbles

Chaplin Zeepbellen

en ten slotte wil ik wijzen

Zeepbel soap bubble 495px-Kind_mit_Seifenblase_um_1835

Kind_mit_Seifenblase_um_1835

op het nieuwe boek van

Zeepbel seifenblase soap Adriaen_Hanneman_Two_Boys_Blowing_Bubbles

Adriaen_Hanneman_Two_Boys_Blowing_Bubbles

Joke J. Hermsen, Stil de tijd, en haar lof van de verveling, waarin een hoofdstuk is opgenomen over “Bellen blazen in de tijd”

Maria Trepp

Platoons semi-racisme

13 comments

Marcel Hulspas schrijft vandaag een uitstekende column over Thierry Baudet en diens onzinnige oproep om over de islam te generaliseren.

Ik wil deze column aanvullen met informatie over Paul Cliteur, de leermeester van Thierry Baudet,  een fervente advocaat van het stigmatiserende generaliseren.

Ik herhaal hieronder een oude blog van mij uit 2007.

Wie zich over de conservatieve en semi-racistische broedplaats van Nederlands uiterst rechts aan de Leidse Rechtenfaculteit (Baudet, Cliteur, Kinneging, Ellian) wil informeren, kan dit doen op mijn talrijke blogs over dit thema en op mijn internetpublicatie over de Leidse Edmund Burke Stichting.

 

——————————————————————————

Generaliseren en stigmatiseren in de naam van Plato

(herhaling van 12-12-2007)

 

De neocon Paul Cliteur probeert zijn polariserende generalisaties te verkopen als wetenschap:

“Wetenschap is generaliseren. Filosofie ook. Wie bij de particuliere geaardheid van de dingen wil blijven staan  zal nooit wetenschapper worden.”[1]

Daarop zeg ik: Ook wie alleen maar of te veel generaliseert is geen goede wetenschapper. De wetenschap bestaat in een dialectisch proces dat afwisselend generaliseert en specificeert/nuanceert/differentieert. Wie over maatschappelijke tegenstellingen alleen maar generaliseert, die polariseert en discrimineert.
Kritiek mag en moet, polemiek ook. Kritiek moet specifiek zijn, en zo min mogelijk generaliseren. Cliteur:

“Wat mij ergert, is dat men mij het recht om generaliserende uitspraken te doen, wil ontzeggen.”[2]

 

Niemand wil hem een recht ontzeggen. Maar kritiek op hem moet geoorloofd zijn, omdat generaliserende uitspraken maatschappelijk onnodig polariserend werken.

Trots zegt Cliteur over zijn eigen doelstellingen:

“Stigmatiseren is zeker ook de bedoeling!”( Tegen de decadentie, p 41)

De tot maxime verheven generalisaties van Cliteur en zijn mede-Burkianen zijn filosofisch een gevolg van een radicaal Platoons denken, ook wel “essentialisme” genoemd.


“[Cliteur]: Ik ben een idealist.”

“Cliteur [vindt]  De Staat van Plato nog altijd één van de belangrijkste filoso­fieboeken aller tijden. Hij beaamt de kritiek die vaak op De Staat te horen is, dat het een anti­democratisch en zelfs een totalitair geschrift is. ‘In dat boek zijn de meest krankzinnige dingen te vinden.’ Maar wat hem zo aanspreekt, is de gedachte dat de staat gericht moet zijn op een bepaald ideaaltype van de staat, in ons geval de rechtsstaat. Dat idealisme vindt Cliteur ‘een mooi contrapunt voor een wijdverbreid cynisme dat in de samenleving aanwezig is. De meeste commentaren die tegenwoor­dig op de internationale politiek worden gegeven zijn doordrongen van een heel diep pessimisme. […] Achter zo’n humanitaire actie in Irak bijvoorbeeld, kán daarom [volgens critici]  niets anders zitten dan oliebelangen. Het idealistische wereldbeeld staat daar tegenover. Daarin wordt aangenomen, dat ook staten zich kunnen laten leiden door ideële overwegingen. Het verbreiden van democratie, mensen­rechten en de scheiding van kerk en staat als universele uitgangspunten, dat gaat uiteindelijk terug op platoons erfgoed, in die zin dat het idealen in deze wereld wil verwerkelijken.’ ” (Filosofie Magazine, 9-2004)

Cliteur:”‘Ik ben steeds radicaler geworden. Ik heb wat dat betreft een omgekeerde ontwikke­lingsgang als Plato doorgemaakt. Plato schreef eerst De Staat, een erg radicaal boek, en daarna De Wetten, dat veel gema­tigder is. Ik begin juist steeds meer onvol­komenheden te zien. Sommige zaken zijn zo structureel verkeerd, dat je hard moet rammen om er doorheen te komen. Dat is een taak die ik mijzelf gesteld heb.‘ ”  “(Filosofie Magazine, 9-2004)

Karl Popper heeft in zijn The open society and its enemies –  een zeer kritische bespreking van Plato’s Staat – het begrip ‘essentialisme’  voor het Platoonse denken gebruikt. Daarom is het interessant de argumentatie en definitie bij Popper nog eens na te lezen:

Karl Popper Plato kritiek

Karl Popper: harde Plato kritiek

“I use the name methodological essentialism to characterize the view, held by Plato and many of his followers, that it is the task of pure knowledge or ‘science’ to discover and to describe the true nature of things, i.e. their hidden reality or essence. It was Plato’ s peculiar belief that the essence of sensible things can be found in other and more real things-in their primogenitors or Forms. Many of the later methodological essential­ists, for instanee Aristotle, did not altogether follow him in this; but they all agreed with him in determining the task of pure knowledge as the discovery of the hidden nature or Form or essence of things. All these methodological essentialists also agreed with Plato in holding that these essences may be discovered and discerned with the help of intellectual intuition; that every essence has a name proper to it, the name af ter which the sensible things are called; and that it may be des cri bed in words. And a description of the essence of a thing they all called a ‘definitiori’ . According to methodological essentialism, there can be three ways of knowing a thing: ‘I mean that we ean know its unchanging reality or essence; and that we can know the definition of the essence; and that we can know its name. Accordingly, two ques­tions may be formulated about any real thing … : A person may give the name and ask for the definition; or he may give the de finition and ask for the name.’ As an example of this method, Plato uses the essence of ‘even’ (as opposed to ‘odd”): ‘Number … may be a thing capable of division into equal parts. If it is so divisible, number is named “even”; and the definition of the name “even” is “a number divisible into equal parts” … And when we are given the name and asked about the defin­ition, or when we are given the definition and asked about the name, we speak, in both cases, of one and the same essence, whether we call it now “even” or “a number divisible into equal parts”.’ After this example, Plato proceeds to apply this method to a ‘proef concerning the real nature of the soul, about which we shall hear more later.
Methodological essentialism, i.e. the theory that it is the aim of science to reveal essences and to describe them by means of def­initions, can be better understood when contrasted with its opposite, methodological nominalism. Instead of aiming at finding out what a thing really is, and at defining its true nature, methodological nominalism aims at describing how a thing behaves in various circumstances, and especially, whether there are any regularities in its behaviour. In other words, methodological nominalism sees the aim of science in the description of the things and events of our experience, and in an ‘explanation’ of these events, i.e. their description with the help of universal laws.” ( p 29 f)
“As indicated by our example, methodological nominalism is now­adays fairly generally accepted in the natural sciences. The problems of the social sciences, on the other hand, are still for the most part treated by essentialist methods. This is, in my opinion, one of the main reasons for their backwardness.”
The most important meaning which he attaches to it is, I believe, practically identical with that which he attaches to the term ‘essence’. This way of using the term ‘nature’ still survives among essentialists even in our day; they still speak, for instance, of the nature of mathematics, or of the nature of inductive inference, or of the ‘nature of happiness and misery. When used by Plato in this way, ‘nature’ means nearly the same as ‘Form or ‘Idea’: for the Form or Idea of a thing, as shown above, is also its essence. ‘” ( p 75 f)
“Thus the terms ‘nature’ and ‘race’ are frequently used by Plato as synonyms, for instance, when he speaks of the ‘race of philosophers’ and of those who have ‘philosophic natures’: so that both these terms are closely akin to the terms ‘essence’ and ‘soul’. ” ( p. 77)

Bij Plato al is de term “ras” gebonden aan dit idealistische denken. Naar mijn mening is veel van het huidige dualistische cultuur- en religie-denken en vorm van cultuurracisme.

 

Zie ook mijn veelgelezen blog “Racisme zonder ras


[1] De onuitstaanbare leegte van links, Trouw 17-1-2004, http://www.civismundi.nl/Civis_Mundi_opinie/Cliteur_opinie_De_onuitstaanba/body_cliteur_opinie_de_onuitstaanba.html [2] Hutspot Holland, p. 182.

Maria Trepp

Nassim Nicholas Taleb “De zwarte zwaan”

17 comments
Nassim Nicholas Taleb “De zwarte zwaan” is een van de 25 boeken over wetenschap die je volgens de NRC gelezen móet hebben.
Over dit aanbevelenswaardige boek hier nog meer informatie (herhaling van een blog uit 2009).
Dit boek gaat over de ”impact van het hoogst onwaarschijnlijke”:

“Voor de ontdekking van Australië waren de mensen in de Oude Wereld er­van overtuigd dat alle zwanen wit waren. In hun ogen was dit een onbetwist­baar feit aangezien het geheel bevestigd werd door empirische bewijzen. De waarneming van de eerste zwarte zwaan was voor een paar ornithologen (en anderen met grote belangstelling voor de kleur van vogels) wellicht een interessante verrassing, maar daarin ligt niet het belang van dit verhaal. Het illustreert hoe beperkt en fragiel onze op observaties en ervaring gestoelde kennis is. Een algemeen aanvaarde bewering op basis van duizenden jaren van bevestigende waarnemingen van miljoenen witte zwanen kan namelijk door één enkele waarneming ontkracht worden. Het enige wat daarvoor nodig is, is één enkele […] zwarte vogel” ( p 1).


Read more..

Rutte of Cohen: Mann ohne Eigenschaften?

9 comments

Rutte: Mann ohne Eigenschaften?

Zowel Rutte alsook Cohen worden dezer dagen weggezet als „Mann ohne Eigenschaften“ (en letterlijk in het Duits!)

Terecht?

Ronald Plasterk zei over Rutte in de Volkskrant van 24 februari:

“'[…] Hij is een great communicator, maar tegelijkertijd is hij de Mann ohne Eigenschaften. Hij komt niet verder dan het rechtse neoliberale verhaal. Dat verhaal is failliet.”

en ook Maurits Westerberg noemt Rutte “Mann ohne Eigenschaften”

Mark Rutte Mann ohne Eigenschaften

Mark Rutte Mann ohne Eigenschaften ?

Fotograaf Nick van Ormondt

En over Cohen stond in Trouw een paar dagen eerder (21-2):

‘Mann ohne Eigenschaften’ wordt hij wel genoemd: Job Cohen, tot gisteren de politiek leider van de PvdA. Meer een bestuurder dan een politicus, een twijfelaar zonder uitgesproken opvattingen, voorzichtig kijkend vanuit welke hoek de wind waait.”

Ik vind het leuk om in dit verband naar de originele “Mann ohne Eigenschaften” te kijken, degene van Robert Musil: wie lijkt meer op Musils  literaire Mann ohne Eigenschaften, Rutte of Cohen?

Op Wikipedia is wat achtergrondinformatie te vinden over de beroemde roman “Mann ohne Eigenschaften” van Robert Musil, een belangrijk, actueel, filosofisch en ironisch boek. In het Duits hier geheel op internet te downloaden.

Wie is nou de man zonder eigenschappen bij Musil? Ik concentreer mij hier nu alleen op de eerste hoofdstukken van deze extreem complexe en bovendien onaffe roman.

De Mann zonder Eigenschappen (Ulrich) wordt bij Musil voor het eerst beschreven in het hoofdstuk Huis en woonvertrekken van de man zonder eigenschappen.  Het huis is eenkortvleugelig kasteeltje, een jacht- of liefdes­paleisje uit voorbije tijden”. De Mann zonder eigenschappen wordt geintroduceerd als iemand die van achter de gordijnen in zijn kasteeltje naar de wereld kijkt met de zakelijk blik van een fysicus. “…[hij] telde met zijn horloge al tien minuten lang de auto’s, de karren, de trams en de door de afstand uitgevloeide gezichten van de voetgangers, die het net van de blik met een wemelende haast vulden; hij schatte de snelheden, de hoeken, de vitale krachten van de voorbijbewegende massa’s…”

Vanuit de realistische schattingen gaat hij over naar speelse gedachten:

“Als je de sprongen van de aandacht zou kunnen me­ten, de verrichtingen van de oogspieren, de pendelbewe­gingen van de ziel en al die inspanningen die een mens zich moet getroosten om in de rivier van een straat overeind te blijven, zou er vermoedelijk – aldus had hij gedacht en spe­lenderwijs het onmogelijke proberen te berekenen – een grootheid uitkomen waarbij vergeleken de kracht die Atlas nodig heeft om de wereld te torsen gering is, en je zou kunnen meten welk een enorme prestatie tegenwoordig al wordt ge­leverd door iemand die helemaal niets doet.

Want de man zonder eigenschappen was op dat moment zo iemand.” (p 15)


Dit is de eerste belangrijke passage die de man zonder eigenschappen beschrijft.

Boven het volgende hoofstuk staat:Als werkelijkheidszin bestaat, moet mogelijkheidszin ook bestaan” en wordt er een eerste schets gegeven van de belangrijke utopische kant van de Mann ohne Eigenschaften.

Aldus zou de mogelijkheidszin welhaast te definiëren zijn als het vermo­gen om alles te denken wat evengoed zou kunnen zijn, en om aan wat is geen grotere betekenis te hechten dan aan wat niet is.”

In hetzelfde hoofdstuk lezen we de volgende passage die de “Mann ohne Eigenschaften” verder karakteriseert:

“Een buitengewone onverschilligheid je­gens het naar het aas happende leven staat bij hem tegenover het gevaar dat hij volstrekt zonderlinge dingen doet. Een on­praktisch man – en dat lijkt hij niet alleen maar dat is hij ook – blijft onbetrouwbaar en onberekenbaar in de omgang met mensen. Hij zal handelingen verrichten die voor hem iets an­ders betekenen dan voor anderen, maar hij stelt zichzelf steeds gerust over alles zolang het maar in een buitengewoon idee valt samen te vatten. En bovendien staat hij tegenwoordig nog heel ver af van een consequente houding. Het zou bij­voorbeeld heel goed kunnen dat een misdaad waarvan iemand anders de dupe is, hem alleen maar als een maatschap­pelijk feilen voorkomt, waar niet de misdadiger de schuld van draagt maar de inrichting van de samenleving. Daarentegen is het nog maar de vraag of hij een oorvijg die hij zelf ontvangt zal opvatten als een belediging van de kant van de maatschap­pij of als iets dat tenminste even onpersoonlijk is als de beet van een hond; waarschijnlijk zal hij in dat geval eerst de oor­vijg vergelden en vervolgens vinden dat hij dat niet had moe­ten doen. En vooral als men een geliefde van hem afpakt zal hij de werkelijkheid van dit incident voorlopig nog niet hele­maal kunnen negeren en zich met een verrassend, nieuw ge­voel schadeloos kunnen stellen. Deze ontwikkeling is mo­menteel nog aan de gang en betekent voor een mens zowel een zwakte als een kracht.” ( p22)

Rutte of Cohen??

Nee Ronald Plasterk, Rutte is juist de doortastende man MET eigenschappen!

Al zal hij niet de harten van de speelse, aarzelende, reflecterende en artistieke mensen kunnen stelen.

Robert Musil, De man zonder eigenschappen, vertaling Ingeborg Lesener, Meulenhoff 1988

 

 

 Leuk: ik heb een mailtje aan Ronald Plasterk gestuurd met link naar mijn blog, en hij reageerde eerlijk en positief: hij had het boek van Musil niet gelezen, en associeert iets anders met “Mann ohne Eigenschaften”.

Ja dat mag natuurlijk, maar ik als germaniste vind het leuk om naar de bronnen te gaan.

Maria Trepp

www.passagenproject.com


Update 31-3-2013 Rutte, ‘der Mann ohne Eigenschaften’

 

Wilders, Foucault en Bas van Stokkom over parresia

11 comments

Wilders beroept zich in zijn slotwoord op de “parresia” , ook wel vrijmoedigheid genoemd, de plicht om de waarheid te spreken ook al is die bedreigend voor anderen, en ook al loop je het risico de boosheid van de ander op je hals te halen.

De jurist en filosoof Bas van Stokkom heeft in 2008 in zijn boekje “Mondig tegen elke prijs; het vrije woord als fetisj” uitvoerig de parresia besproken. (p 14 f)

 De vrijmoedige spreker spreekt als onafhankelijke denker en als machteloze tegen de macht.

Is Wilders machteloos?? Wilders is een politicus met grote macht, met financiële resources (van veelal extreemrechtse buitenlandse oorsprong). Wilders heeft ook in de media een enorm luide spreekbuis kunnen opsteken.

Wilders is alles behalve machteloos.

Van Stokkom: “Parrèsia komt dan ook van ‘beneden’ en is ‘omhoog’ gericht. De filosoof die een tiran bekritiseert is vrijmoedig, een leraar die kinderen bekritiseert niet. Vertaald naar het heden: vrij­moedig is de ex-moslim die een islamitische theoloog de waarheid zegt, maar een politicus die moskeebezoekers de les leest, is dat niet.“ (p 14)

Wilders beroept zich behalve op parresia ook op de anti-islamitische intellectuelen zoals Afshin Ellian en Hans Jansen.

En hier vind ik dat Wilders helemaal gelijk heeft. Zonder de rechtse professoren was hij nergens geweest, in zijn eentje had hij het nooit zo ver geschopt. Daarom heb ik al jaren zo veel moetie gedaan de samenhang tussen het denken van Wilders en zijn vrienden van de Edmund Burke Stichting aan te tonen.

zie ook

Michel Foucault: Free Lectures on Truth, Discourse & The Self

 

zie ook:

wilders-deskundige-hans-jansen-een-vijand-van-de-liberale-islam

wilders-is-een-idealist

de-waarheid-van-wilders-nieuw-realisme

Pioenrozen: foto, haiku, Verster, Manet

12 comments
Pioenroos Pfingstrose Peony foto: Maria Trepp Pioenroos/Peony/ Paeonia Leidse Hortus
Pioenroos Pfingstrose Peony foto: Maria Trepp Pioenroos/Peony/ Paeonia Leidse Hortus
Pioenroos Pfingstrose Peony foto: Maria Trepp
Pioenroos/Peony/ Paeonia Leidse Hortus(14-5-2011)

Deze schitterende pioenrozen  lieten me zoeken naar literatuur over pioenrozen.
Gevonden: Bertus Aafjes, De vertrapte pioenrozen, Pearl S. Buck, Peony, en, het mooist: veel haiku’s op pioenrozen.
Bertus Aafjes heeft in zijn verhaal een paar zeer mooie haiku’s vertaald, zoals deze van Kiorokoe:
Op het punt te gaan bloeien
ademt de pioenroos
een regenboog uit

En hier Buson, vertaald door blogger J (veel dank):

de pioenrozen verbieden
de regenwolken dichter bij te komen
dan honderd mijl


 

 

In de tentoonstelling Liefde! Kunst! Passie! in het Haagse Gemeentemuseum hing dit mooie schilderij van Alexej von Jawlensky, ‘Meisje met pioenrozen’:
Alexej von Jawlensky, Meisje met pioenrozen 1909
En hier pioenrozen van Manet:
Edouard Manet pioenroos peony
edouard manet pioenroos
Edouard Manet pioenroos peony
edouard manet pioenroos
Floris Verster_stilleven_met_pioenen

Natuurcatastrofen en filosofisch optimisme: Voltaire versus Leibniz en Christiaan Huygens

8 comments

Zoals in mij blog van gisteren geschreven heeft de grote aardbeving van Lissabon in 1755 een schokgolf in de Europese filosofie en literatuur teweeg gebracht.

De meest bekende literair/filosofische reactie was die van Voltaire met zijn Candide, waar hij het optimisme van Leibniz en de zijnen scherp bekritiseert, die immers meenden dat wij in de beste van alle mogelijke werelden leven.

Leibniz

Leibniz en zijn navolgers worden door Voltaire in de figuur Pangloss geparodeerd:
Pangloss gaf les in de metafysisch-theologische cosmolonnozelogie. Hij kon prachtig bewijzen dat er geen gevolg is zonder oorzaak”.

Omdat Christiaan Huygens  in zijn laatste tekst Cosmotheoros een filosofische positie inneemt die dicht bij Leibniz staat kunnen wij Voltaires Leibniz-parodie ook goed als satire op Huygens lezen, des te meer omdat Voltaire Huygens goed kende (link zie hieronder).

‘Het is bewezen: zei [Pangloss], ‘dat de dingen niet anders kunnen zijn dan ze zijn: want aangezien alles is gemaakt met een doel, is alles ook noodzakelijkerwijs gemaakt voor het beste doel. Let maar eens op: neuzen zijn gemaakt voor een bril, en daarom dragen we brillen. Benen zijn duidelijk bedoeld voor broekspijpen en daarom hebben we een broek aan. Stenen zijn er om gehouwen te worden en er kastelen van te maken, en daarom heeft Zijne Excellentie zo’n prachtig kasteel.

Inderdaad is het een feit dat Huygens in zijn Cosmotheoros een irritant teleologisch denken aanhangt, precies in de door Voltaire geparodieerde vorm. Huygens is in zijn laatste tekst net als Leibniz een grote criticus van Descartes en diens atoomtheorie. Huygens schrijft dat levende wezens voor een doel gemaakt zijn:

Eenig navolger van Demokrijt, of ook van Deskartes, mogt voorgeven, dat hy de dingen, die we op de Aarde, en in den Hemel beschouwen, zoo verre weet te verklaren, dat by niets anders dan ondeelbare deeltjes [Atoma], en haar beweging, daar toe nodig heeft; nogtans zal hy in de Kruiden en Dieren daar meê niet doorkomen, nogte van haren eersten opkomst iets waarschijnelijks bybrengen; nademaal het al te duidelijk blijkt, dat eenige zodanige dingen door een wilde en gevallige beweging van lichaamtjes [Vagus ac fortuitus corpusculorum motu] konden voortgebragt werden; als in welke men ziet dat alles treffelijk tot een zeker einde gepast en geschikt is, met de hoogste wijsheid, en uitgelezene kennisse van de wetten der natuur.”

 

Ook is Huygens afkomstig uit een voorname familie die met stadhouders en koning omging: net als Panloss bepaald geen revolutionair.

Op mijn vorige blog werd met irritatie gereageerd op de naam Leibniz, “Wat, Huygens luisterde naar Leibniz deze vreselijke domoor zoals wij sinds Voltaire weten???”

Zo simpel zit het alles niet, ook niet voor Voltaire.

Tenslotte is het beroemde boek van Voltaire een illustratie van het principe dat Leibniz en Huygens benoemden: rampen maken menselijke prestaties mogelijk en zichtbaar, in samenleving, literatuur en wetenschap…

Uitvoerig over Voltaire en Christiaan Huygens zie hier

Zie overigens ook mijn blogs over Voltaire en de islam:
http://passagenproject.com/blog/2007/09/08/het-beroep-op-voltaire/

http://passagenproject.com/blog/2007/03/16/paul-cliteur-voltaire-en-de-islam/

 

www.passagenproject.com

Aardbeving en filosofie: zinloos noodlot of aansporing tot solidariteit en onderzoek

11 comments

 

Tweehonderd jaar geleden werd Lissabon verstoord door een verschrikkelijke aardbeving en tsunami. 

Dit gebeurtenis heeft toen veel filosofen van hun geloof in Leibniz laten afvallen, die had gesteld dat wij in de beste van alle mogelijke werelden leven. 

Ik ben nu bezig met Leibniz, omdat hij bevriend was met Christiaan Huygens.

Leibniz had in Parijs wiskundeles bij Huygens genomen. Later hebben die twee een uitvoerige briefwisseling onderhouden.

Huygens volgt Leibniz in veel opzichten in zijn laatste, filosofisch schrift “Cosmotheoros”. Voor Huygens, net als voor Leibniz, is al het euvel alleen om het Goede des te sterker laten schitteren.

Huygens: “De natuur heeft alles zo gemaakt dat het Goede in vergelijking met het Slechte duidelijker wordt”.

Huygens is net als Leibniz en Spinoza (met wie Huygens ook in contact was) een theïst. God en natuur vallen samen. God is goed, en de natuur is ook goed. Kunst en wetenschap zijn het gevolg van het slechte in de wereld, en van de succesvolle pogingen van de mens die probeert de natuur te temmen en te overwinnen.

 

Heinrich von Kleist heeft in 1807 een mooie en filosofisch zeer complexe novelle geschreven, Das Erdbeben in Chili, (de Duitse tekst is hier te lezen), waar een liefdespaar dat hun verboden liefde eigenlijk met de dood had moeten betalen, door de aardbeving aan de doodstraf ontsnapt. De menselijke solidariteit na de beving wordt beschreven, en dan – in een onverhoesds tragische wending- ook de kwalijke religieuze menselijke gemeenschap die het liefdespaar alsnog lyncht, omdat zij met hun wandaad Gods toorn over de stad zouden hebben afgeroepen.


 

The Journal of Extraterrestrial Studies

2 comments

Maarten Keulemans meldt vandaag in de Volkskrant dat hij een wetenschappelijk tijdschrift zal beginnen, het Journal of Extraterrestrial Studies.

Buitenaardse microben, virussen uit de ruimte, verdachte codeboodschappen in uw dna. Ook voor al uw ontkrachtingen van relativiteitstheorie en bewijzen voor koude kernfusie.”

Ik heb alvast een historische bijdrage voor zijn tijdschrift: “Christiaan Huygens over buitenaardse astronomen en musici”.

In zijn laatste tekst “Cosmotheoros” (1698, postuum) stelt Huygens dat de planeten bewoond zijn.


Met de hulp van analogie-”bewijzen” kan Huygens aantonen, dat de buitenaardse wezens astronomie en wiskunde bedrijven en ook musiceren en zich bezig houden met details van de muziektheorie, in mooie huizen wonen en zich ook moreel op ons niveau bevinden.


Alien ontbijt

Huygens werd door veel denkers en wetenschappers serieus genomen.

Ik lees Huygens’ teksten over buitenaardse wezens als een mooie satire, en als een parodie op Descartes. Huygens is net zo serieus als Keulemans.

Huygens was Cartesiaan en ging in veel van zijn onderzoeken uit van de theorieën van Descartes, maar eindigt in zijn laatste tekst met een scherpe kritiek op verschillende aspecten van het denken van Descartes. Een van de dingen die Huygens het meest afstoten aan Descartes is het feit dat Descartes zijn gissingen en ficties als waarheden verkocht. Naar mijn mening geeft Huygens aan zijn Descartes-kritiek een ironische vorm door het cartesiaanse denken (= verwarren van hypotheses en zekerheden) in de praktijk te brengen in zijn eigen  argumentatie over buitenaardse wezens.


Alien Muziek

Later hebben Lessing en Immanuel Kant weer leuke parodieën op Huygens en zijn buitenaardsen en zijn analogie-“bewijzen” geschreven; wie hier meer over wil weten kan het nalezen in mijn Duitse tekst over Huygens.

Ik speel dus ik ben

no comment

“’Vrijheid’ is een woord dat inhoudsloos is geworden” stelt Arnon Grunberg vandaag in zijn ‘Voetnoot’ in de Volkskrant.

In de politiek misschien, in het persoonlijk leven niet.

 

Vrijheid is voor mij vooral scheppend spel. Als ik speel ben ik gelukkig.

Met spelen bedoel ik geen computer – of gezelschapsspelletjes. Mijn spelletjes moeten open en experimenteel zijn, anders vind ik het saai. Ik maak mijn regels zelf (met andere woorden, mijn spelletjes zijn autonoom), en ik pas de regels bovendien al spelend aan.

 

Spelen is voor mij zeer vaak (maar niet altijd) verbonden met productiviteit: iets maken;  teksten, foto’s, kleren,  of performen en onderhouden: muziek, toneel enz.

Mijn bloggen is voor mij is het vooral een spel. Het is een spel, omdat ik tot niets verplicht ben, geen deadlines, geen van buiten opgelegde dwang wat thema’s en uitwerking betreft. Ook blijft het speels voor mij omdat ik weiger iedereen tot woord te staan.

 


Ik speel, dus ik ben –

VRIJ!

Toch is mijn spel serieus.

Het is serieus

omdat ik serieus word genomen

van sommigen

om

wie ik geef.

Ook is mijn spel serieus omdat ik in alles probeer aan te knopen aan thema’s en dingen die bij mij eerder langs kwamen, en/of die nu in de actualiteit zijn. Ik wil verbonden zijn in mijn eigen gedachten-universum en in dat van het actuele intellectuele discours.

Over de filosofie van het spel en de vrijheid kan men Johan Huizinga, Homo ludens lezen (gratis download hier),

Oleg Kulik, Homo ludens

….en anders heeft ook de Duitse dichter en denker Friedrich Schiller hier hoogst belangrijke dingen over geschreven in zijn “esthetische brieven”, zoals:

“…der Mensch spielt nur, wo er in voller Bedeutung des Worts Mensch ist, und er ist nur da ganz Mensch, wo er spielt” “De mens speelt alleen wanneer hij in de volle betekenis mens is, en hij is alleen helemaal mens wanneer hij speelt.”

 

Voor Schiller is spel vrijheid van dwang en een tegenstelling tot het op nut gerichte handelen. Een spel heeft zijn doel (overwegend) in zich zelf en niet buiten zichzelf. Het spel verbindt natuur en cultuur, en leidt op een hoger niveau tot kunst.

 

Schiller zei dat schoonheid de weg is die men moet bewandelen om bij de vrijheid te komen. Ja, schoonheid en spel.


Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.


Meest recente berichten