Archive for the ‘ Kunst en tentoonstelling: Duitsland, Zwitserland ’ Category
Shades of red: Karl Marx
Om de 195e verjaardag van Karl Marx te vieren heeft de Duitse kunstenaar Ottmar Hörl 500 1 meter grote rode Karl-Marx- kabouters opgesteld in Marx’ geboortestad Trier. Niet in 50 tinten rood, maar in vier tinten rood.

Het magazine Der Spiegel klaagt over de “Vergartenzwergung” van Karl Marx. Ik weet nu al dat “Vergartenzwergung” mijn Duits lievelingswoord 2013 gaat worden.

Hoe dan ook zie ik dit kunstproject als een geestig commentaar op de manier waarop autoriteiten worden verkleind en uitgehold- iedereen kookt er zijn eigen soep van de theorieën van de grote denkers.

Het project staat overduidelijk in de traditie van Walter Benjamin en Andy Warhol. In zijn essay ‘Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid’ betoogt Benjamin uitvoerig dat de moderne mogelijkheden om kunstwerken technisch te reproduceren het karakter van de kunst diepgaand heeft veranderd.

Maar de reproductie heeft niet alleen de kunst veranderd. Alles is anders en al helemaal met internet. De hele samenleving is veranderd, en alle autoriteiten – welke dan ook- vechten om hun status.
Maar volgens mij kan Karl Marx- de echte- dit wel aan.
Zie ook mijn blog Marxisme, ideologiekritiek, humanisme, emancipatie
Ook Hörls omstreden Hitler-kabouters worden in Trier getoond in een aparte tent. Deze Hitler-figuren werden in 2008 eerder al in België getoond (in 700 kopieën), onder de naam “Poisoned”. Ik vind de associatie “kabouter-Hitler” als “kabouter-volkscultuur-kitsch-Hitler” associatie begrepen helemaal zo gek nog niet.
www.passagenproject.com
Maria Sibylla Merian, insecto-theoloog
[blogherhaling] In het Rembrandthuis zag ik een paar jaar geleden de schitterende tentoonstelling over Maria Sibylla Merian, een Duits-Nederlandse vrouw tussen kunst en wetenschap.
“Maria Sibylla Merian (1647-1717) is de belangrijkste en meest invloedrijke natuurhistorische tekenaar die in de zeventiende eeuw in Nederland (en Suriname) werkzaam is geweest.
Een representatief overzicht van circa 100 meesterwerken, afkomstig uit tientallen prentenkabinetten en hier voor de eerste maal bijeengebracht, geeft de bezoeker inzicht in Merians wetenschappelijke onderzoek, observatie en minutieuze registratie van bloemen, insecten en reptielen.

-butterflies-insecten-metamorphose.jpg
Merian wordt tegenwoordig algemeen beschouwd als de eerste vrouwelijke entomoloog (insectenkenner), omdat zij haar onderzoek buitengewoon zorgvuldig registreerde en documenteerde. Even bijzonder als haar wetenschappelijke werk is haar avontuurlijke levensloop. Zo reisde zij op 53-jarige leeftijd naar Suriname om de insecten in het regenwoud te bestuderen. Ook als zelfstandig ondernemer onderscheidde zij zich van haar tijdgenoten door met haar dochters een succesvolle uitgeverij en drukkerij van boeken en prenten op te zetten.”
Voor Merian, net zoals voor haar beroemde voorganger Jan Swammerdam, was het onderzoeken en beschrijven van insecten een manier van godsdienst, zie ook uitvoerig mijn blog over “Insecto-theologie“.

Duroia eriopila_

Guavetak met spin

Duroia


Caiman_crocodil


Ananas

tulp



Granaatappelboom

voorjaarsbloemen tulpen

rood-geel gevlamde lelie

Iris Susiana (1700)

witte narcissen
www.passagenproject.com
www.passagenproject.com

Rembrandt_Harmensz._van_Rijn_Wolken in der kunst 1638

Jacob_Isaaksz._van_Ruisdael_Wolken in de kunst

Turner,_J._M._W._-_The_Grand_Canal_-_Venice Wolken in de kunst

Joseph_Mallord_William_Turner_Wolken in der kunst

Joseph_Mallord_William_Turner_Wolken in der kunst
 Wolken in der kunst clouds 1818-580x742.jpg)
Caspar_David_Friedrich_Wolken in der kunst 1818

Caspar_David_Friedrich_Wolken in der kunst 1820

Caspar_David_Friedrich_Wolken in der kunst 1820

Caspar_David_Friedrich_Wolken in der kunst

Jean-Baptiste-Camille_Corot_Wolken in der kunst

Paul_Signac_-_The_Pink_Cloud,_Antibes Wolken in der kunst
Overzichtstentoonstelling Yoko Ono in Frankfurt
In de Schirn Kunsthalle in Frankfurt is een overzichtstentoonstelling te zien over Yoko Ono.

Yoko Ono wikimedia Commons Alexander Plyushchev
Alexander Plyushchev
Yoko Ono (geboren op 18 februari 1933) is een Japanse kunstenaar en vredesactiviste, bekend door haar huwelijk met John Lennon (1969-1980) en haar avantgarde-kunst, muziek en film. Ono bracht het feminisme naar de muziek en is ook bekend om haar filantropische bijdragen aan kunst, vrede en AIDS outreach programma’s.
Ono maakte deel uit van Fluxus, een losse vereniging van Dada -geïnspireerde avant-garde artiesten in de vroege jaren 1960. Het streven van de Fluxuskunstenaars was het bij elkaar brengen van kunst en dagelijks leven. Daartoe moest de kunstpraktijk ‘gezuiverd’ worden van de door de musea en de commercie aangehangen ‘elitaire’ kunstopvattingen. Kunst en leven moesten elkaar bepalen.

Yoko Ono Fluxus wikimedia Commons Oriol Tuca
Oriol Tuca
Behalve conceptuele kunst heeft Ono ook participatieve kunst gemaakt, bijvoorbeeld het project van 1996 getiteld “Wish Tree“.
“Wish Piece by Yoko Ono (1996)
Make a wish
Write it down on a piece of paper
Fold it and tie it around a branch of a Wish Tree
Ask your friends to do the same
Keep wishing
Until the branches are covered with wishes”.

Yoko Ono wikimedia commons Gryffindor Wishtree
Gryffindor

Yoko Ono Wikimedia Commons TS Eriksson Yoko_Ono_Wish_Tree_for_Wanaas
TS Eriksson
Ono was ook een experimentele filmmaker die tussen 1964 en 1972 zestien films maakte, en werd bekend met een Fluxus film uit 1966 “Bottoms.”
Deze film bestaat volledig uit close-ups van het achterwerk van beroemde personen. Ono wilde hiermee een dialoog voor wereldvrede bevorderen.
Kijk hier naar haar film “Fly” waar vliegen over een naakte vrouw kruipen.
…en hier meer Yoko Ono op Ubunet.
Op de Liverpool Bienniale in 2004 overstroomde Yoko de stad met banners, tassen, stickers, ansichtkaarten, flyers, posters en badges, met twee afbeeldingen: een van een naakte vrouwenborst, de andere van de vulva van dezelfde vrouw. Het stuk, getiteld “My Mummy Was Beautiful”, was gewijd aan de moeder van Lennon, Julia.

Yoko Ono wikimedia Commons Miri Nishri Is_this_baby_yours
Miri Nishri
Volgens Ono was het werk bedoeld als onschuldig, niet als schokkend.
Op 9 oktober 2007 stak Ono officieel de Imagine Peace Tower op Videy Eiland in IJsland aan, gewijd aan de vrede en aan Lennon.

Yoko Ono Wikimedia Commons Imagine Peace tower McKay Savage
Light art lichtkunst
McKay Savage
In mei 2009 ontwierp Yoko een T-shirt voor ‘Fashion Against AIDS’ met de stelling ‘Imagine Peace’ afgebeeld in 21 verschillende talen.
Yoko Ono wordt vandaag, 18 februari, 80 jaar oud en vierde haar verjaardag met een grote voorstelling in Berlijn op 17 februari.
update 2-3-2013 www.openculture.com
” In the past week, Ono released her new video installment, Yoko Ono’s Make-Up Tips for Men, to help promote her fashion line for Opening Ceremony, which apparently features “LED jock straps, thigh-high boots, and butt-baring pants inspired by John Lennon’s sexy body.” The video is odd and offbeat, as you’d expect. And, true to form, it’s entirely devoid of actionable fashion tips for men.”
update 22-3-2013
Yoko Ono vecht tegen de wapenindustrie met een foto van de bloedbesmeurde bril van John Lennon: pic.twitter.com/PYigb2uJKT
www.passagenproject.com
www.passagenproject.com
Op mijn vorige blog werd ik erop geattendeerd dat Berlijn elk jaar een “Festival of Lights” organiseert. Op Wikipedia Commons zijn schitterende foto’s te vinden:

Licht Kunst Light Art Berlijn Berlin Haus_der_Kulturen_der_Welt_
Foto holger doelle
Het Haus der Kulturen der Welt in Berlijn is Duitslands nationale expositiecentrum voor moderne niet-Europese kunst.

Licht Kunst Light Art Berlijn Berlin Brandenburger_Tor-_Festival_of_Lights_2012
Foto Lotse
De Brandenburger Tor (Brandenburgse Poort) is de belangrijkste poort van Berlijn, gebouwd in 1788 naar het model van de Propyleeën (de toegang tot de Akropolis).

Licht Kunst Light Art Berlijn Berlin Festival_of_Lights_2012_-_Berliner_Dom_- Foto: Thomas Wolf, www.foto-tw.de.
De Berliner Dom is een van de belangrijkste kerken in Berlijn. De Berliner Dom is gelegen op de Museumsinsel

Licht Kunst Light Art Berlijn Berlin Siegessaeule
Foto Mathias Krumbholz
De Siegessäule

Licht Kunst Light Art Berlijn Berlin, Kommandantenhaus in Berlin, Unter den Linden, Festival of Lights 2012, Foto Lotse
-580x870.jpg)
Licht Kunst Light Art Berlijn Berlin Berliner_Fernsehturm_-_Festival_of_Lights_2012 Foto Lotse

Juedisches Museum Berlin zigzag gebouw luchtfoto
Studio Daniel Libeskind (Architecture New Building); http://www.guenterschneider.de/index_x.php
Daniel Libeskind breidt zijn wereldberoemd zigzag gebouw uit met een gebouw van houten blokken, die doen denken aan de Ark van Noach. De blokken zijn geïntegreerd in de voormalige “Blumengroßmarkthalle” in het westen ( op deze foto: helemaal boven).
De nieuwbouw, de “Academie”, zal dienen als een locatie voor evenementen en als archief. Ook komt er een nieuwe tuin bij.
( zie ook artikel in het Duits hier)
Het Jüdische Museum/Joods Museum Berlijn is waarschijnlijk het meest bekende gebouw van Daniel Libeskind. Nu heeft de sterarchitect een uitbreiding van het gebouw voltooid. Een schuin houten gebouw vormt de nieuwe ingang van de oude bloemenmarkthal aan de Lindenstraße in Berlijn-Kreuzberg die nu twee nieuwe houten gebouwen bevat. Foto zie hier.
De academie wordt op 17 november ingewijd. De houten blokken binnen in de hal, een auditorium en een bibliotheek, herinneren aan de Ark van Noach en aan de overlevering van de Joodse erfenis.

De Ark van Johan in Dordrecht is een houten reconstructie van de Ark van Noach
Het Jüdische Museum/Joods Museum Berlijn is het grootste Joodse museum in Europa.
Het toont de bezoekers twee millennia van Duits-Joodse geschiedenis, de hoogte en dieptepunten van de relaties tussen joden en niet-joden in Duitsland.
Het Museum herbergt een permanente tentoonstelling, een aantal tijdelijke tentoonstellingen, archieven, een bibliotheek, het Rafael Roth Learning Center en onderzoeksinstellingen.
Al deze afdelingen vertegenwoordigen de Joodse cultuur en Joods-Duitse geschiedenis.
Het museum in de Lindenstraße in de Berliner Wijk Kreuzberg bestaat uit het oude gebouw van het barokke Kollegienhaus en een nieuwbouw/zigzagconstructie van Daniel Libeskind.
De twee huizen zijn alleen verbonden door de kelder.

Juedisches Museum Berlin Jewish Museum Berlin Joods Museum Berlijn
Kollegienhaus
In september 2007 opende het museum de nieuwe glazen binnenplaats, die ook is gemaakt en ontworpen door Daniel Libeskind. Het glazen dak omspant de binnenplaats van het barokke oude gebouw.

Juedisches Museum Berlin Jewish Museum Berlin Joods Museum Berlijn Glazen dak binnenplaats foto Stefan Kemmerling
De architectuur van de zigzag constructie wordt gekenmerkt door een titanium -zink-gevel, vreemd gevormde ramen, veel scherpe hoeken, hellende vloeren en grijs sierbeton. (Foto’s zie hier)
Bij het binnenkomen van het nieuwe gebouw treft men op drie elkaar kruisende schuine gangen “assen”: de as van de continuïteit die leidt tot een trap naar de permanente tentoonstelling, de as van het ballingschap en de as van de Holocaust. (Foto’s zie hier)
De as van de ballingschap leidt uit het gebouw in de tuin van de ballingschap, een diep gelegen vierkant oppervlak, tussen betonnen muren. In de tuin van de ballingschap staan 49 zes meter hoge betonnen pilaren op een hellend vlak waarop olijfwilgen worden geplant, omdat olijfbomen -het symbool van de Joodse traditie van vrede en hoop - het klimaat niet verdragen. (Foto’s zie hier)

Juedisches Museum Berlin Jewish Museum Berlin Joods Museum Berlijn Oliewilgen
Zie ook hier ter aanvulling kunst met Ark, olieblad en regenboog
De as van de Holocaust eindigt bij de Holocaust Toren.

Juedisches Museum Berlin Jewish Museum Berlin Joods Museum Berlijn Holocaustturm
Dit is een donkere, koude, hoge gedenkruimte, waar alleen door een klein gat in het plafond licht binnendringt. (Foto’s zie hier)
In het museumgebouw zijn er verschillende op een gebroken lijn geplaatste zogenaamde “gaten”, “Voids”, geheel lege ruimtes, de zich uitbreiden van de kelder tot de bovenste verdieping.
Zij zijn, met uitzondering van de “Memory Void” niet toegankelijk, maar wel vanuit sommige plaatsen in te zien.
Ze moeten herinneren aan de lege ruimtes die de Holocaust in Duitsland heeft achtergelaten. (Foto’s zie hier)
De installatie Shalechet – Fallen Leaves van Menashe Kadishman is gelegen in de “Memory Void”, een van deze “gaten” in het gebouw.
In deze ruimte zijn meer dan 10.000 gezichten van plaatstaal verdeeld over de (begaanbare) vloer, die doen denken aan de joden vermoord in de Holocaust, en aan alle slachtoffers van oorlog en geweld.

Juedisches Museum Berlin Jewish Museum Berlin Joods Museum Berlijn Fallen Leaves Shalechet_Berlin

Vincent van Gogh, In de regen, aquarel, herfst 1882
In navolging van van Hiroshiges houtsnede “Onverwachte bui op de Grote Brug bij Atake” (1857)

maakte van Gogh een eigen schilderij:

“Brug in de regen naar Hiroshige“, 1887.
Van Gogh omkaderde de voorstelling rondom met een decoratieve rand en voegde ook hier zelf Japanse karakters toe.

Hiroshige,_regen, paraplu
Zie ook Louis van Tilborgh, Van Gogh en Japan.

Franz Marc, Im Regen, 1912

Gustave Caillebotte Regendag in Paris

Gustave Caillebotte Regen
zie ook de grote Gustave Caillebotte-overzichtstentoonstelling in Frankfurt
Dodendans: Christiaan Huygens en Hans Holbein
Passend bij Halloween: de toverlantaarnplaatjes van een geraamte die Christiaan Huygens heeft gemaakt, geïnspireerd door de dodendans van Hans Holbein.
Passende muziek erbij: luister hier naar Liszts Totentanz (kippenvel!)
Een toverlantaarn (Lanterna Magica) is een apparaat waarmee doorzichtige afbeeldingen geprojecteerd kunnen worden. Het is dus in feite de voorloper van de diaprojector.
Christiaan Huygens heeft in 1659 een toverlantaarn gebouwd met lenzen en spiegels, waardoor de lantaarn veel beter werkte dan eerdere schaduw-versies zonder lens. Huygens zelf vond de toverlantaarn nogal kinderachtig en hechtte er weinig waarde aan.
“Een poging van zijn vader Constantijn om het apparaat voor het Franse hof te vertonen, heeft hij domweg gesaboteerd. Met zulk kermisspul wilde Christiaan zijn wetenschappelijke naam en de reputatie van de familie niet in diskrediet brengen.” (Info Museum Boerhaave)
Toch heeft Christiaan Huygens ook een paar schetsen voor toverlantaarnplaatjes gemaakt, geïnspireerd door de dodendans van Hans Holbein (afbeeldingen hieronder zijn afkomstig uit de Oeuvres complètes en uit Christiaan Huygens, “Over het oog en het zien”.

Toverlantaarn Laterna Magica Christiaan Huygens
Hier een schets van een toverlantaarn door Christiaan Huygens, met van links naar rechts: holle spiegel, lamp, glazen lens, doorschijnend plaatje, andere lens en muur. De toverlantaarn van Huygens is nu te zien op Hofwijk (foto).

Toverlantaarnplaatjes van Christiaan Huygens
Dodendans Holbein
“Huygens zelf had al een eenvoudig bewegingseffect bereikt door snel twee beelden achtereen te tonen: het door hem getekende geraamte dat op het volgende plaatje beleefd zijn hoofd afneemt, zou zelfs een ware klassieker worden.” (Info Museum Boerhaave)
Holbein laat op zijn dodendanstekeningen zien dat de dood alle leeftijden en maatschappelijke standen bedreigt.

Hans Holbein Totentanz Dodendans
Read more..
De Fondation Beyeler in Basel toont het late werk van Edgar Degas.
Ten gevolge van een oogaandoening en de erge verzwakking van zijn gezichtsvermogen leefde Degas vanaf 1885 teruggetrokken en begon hij te beeldhouwen. Ook maakte hij betoverende pasteltekeningen van badende vrouwen, balletdanseresjes in beweging, van paarden en van landschappen.
Hij maakte ook veel foto’s.

Edgar Degas Drie danseressen 1903
Read more..
Zowel in de schilderkunst alsook in de literatuur van de zwarte romantiek zijn de somnambulen (slaapwandelaars, maanwandelaars) een geliefd motief. Ze bewijzen dat handelen en bewegen vanuit het onbewuste mogelijk is.
Read more..
Van 26 september 2012 tot 20 januari 2013 toont het Städel Museum in Frankfurt de tentoonstelling
“Schwarze Romantik. Von Goya bis Max Ernst“.
Update: maart -9 juni 2013 in het 
De term “Schwarze Romantik” heeft- net zoals“romantiek” – zijn achtergrond in de literatuur. In het Duits wordt de term nauw verbonden met de professor voor Engelse literatuur Mario Praz en zijn publicatie La carne, la morte e il diavolo nella letteratura romantica van 1930 (“The romantic agony”). Zijn boek over de Schwarze Romantik was een van de eerste interdisciplinaire werken die literatuur en kunst verbonden. Hij gaat in op erotisch-morbide onderwerpen in de werken van Gustave Flaubert , Markies de Sade , Oscar Wilde , Charles Baudelaire en Algernon Swinburne en op het onderwerp van de femme fatale .
In de Duitse literatuur zijn Ludwig Tieck Der Runenberg en E. T. A. Hoffmann Die Elixiere des Teufels voorbeelden van Schwarze Romantik.

Carl Blechen, Pater Medardus (Elixiere des Teufel)
De tentoonstelling presenteert de romantiek als een geesteshouding die geheel Europa omvatte, en ook nog na de 19e eeuw voortleefde. “Romantisch” is slechts een geïmproviseerde term die niet de fysieke kenmerken van een kunstwerk definieert, maar de houding van de kunstenaar beschrijft.
Voor het eerst is een tentoonstelling in Duitsland gewijd aan de donkere kant van de romantiek, en aan de voortzetting hiervan in het symbolisme en het surrealisme. Op basis van meer dan 200 schilderijen, beeldhouwwerken, prenten, foto’s en films volgt de omvangrijke presentatie de fascinatie van veel kunstenaars voor het ondoorgrondelijke, mysterieuze en het kwaad. In de werken van Francisco de Goya, Eugene Delacroix, Franz von Stuck, Max Ernst, Henry Fuseli,William Blake, Theodore Gericault, Caspar David Friedrich zijn tekenen van een romantische geest te vinden, die sinds de 18e eeuw heel Europa omvatte en ook in de 20e eeuw bij kunstenaars als Salvador Dalí, Rene Magritte, Paul Klee en Max Ernst aanwezig is. De werken vertellen het verhaal van eenzaamheid en melancholie, van passie en dood, en ze tonen de fascinatie van horror en het irrationele in de dromen.
Deze tentoonstelling wordt georganiseerd door het Städel Museum is na de presentatie in Frankfurt te zien in het Musee d’Orsay in Parijs.

Goya, heksen
Met de uitgebreide aanpak wil de tentoonstelling belangstelling voor de donkere kanten van de romantiek wekken en een beter begrip van deze beweging stimuleren. Veel van de gepresenteerde artistieke ontwikkelingen en posities zijn een gevolg van een teleurgesteld vertrouwen in het verlichte, progressieve denken, dat zich na het einde van de Franse Revolutie heeft verspreid. Bloedige terreur en oorlogen brachten lijden en het uiteenvallen van sociale verbanden in grote delen van Europa. Zo groot als het aanvankelijke enthousiasme was zo groot was de daaropvolgende teleurstelling toen de duistere aspecten van de Verlichting zich in alle hardheid openbaarden. Jonge schrijvers en kunstenaars besteedden aandacht aan de keerzijde van de rede. De horror, het wonder en en de groteske daagden het idee van het schone en onaantastbare uit. Volksverhalen en de fascinatie voor de Middeleeuwen werden belangrijker dan het ideaal van de oudheid. Het inheemse landschap verkreeg aantrekkingskracht en werd een populair onderwerp voor kunstenaars. Het heldere licht van de dag ontmoette de mist en de donkere, mysterieuze nacht.
“De slaap van de rede brengt monsters voort”

Caspar David Friedrich, Maan achter de wolken

Caspar_David_Friedrich kerkhof

Caspar_David_Friedrich kerkhof

Caspar_David_Friedrich, Schemering

Caspar_David_Friedrich Abdij

Caspar David Friedrich Maan over de zee schwarze Romantik

Caspar_David_Friedrich Onder de maan

Caspar_David_Friedrich_Boom met kraaien

Caspar David Friedrich winter, sneeuw, ijs

Caspar David Friedrich winter, sneeuw,

Caspar David Friedrich winter, sneeuw, s

Caspar David Friedrich winter, sneeuw,
In de Fundación Mapfre in Madrid wordt het late werk van Kirchner getoond, vol met dans en beweging.

Ernst Ludwig Kirchner – Akt in Orange und Gelb – 1929-30
Read more..
Al bijna 150 jaar fascineert Lewis Carroll‘s verhaal van Alice in Wonderland kinderen en volwassenen. De show Alice in Wonderland in de Hamburger Kunsthalle laat Alice en de vele artistieke reacties zien die zij heeft veroorzaakt.
De tentoonstelling begint met werken van Lewis Carroll, de wiskundeprofessor, schrijver, fotograaf en kunstverzamelaar.

De echte Alice, foto van 1858, zie ook Meet the Real Alice: How the Story of Alice in Wonderland Was Born 150 Years Ago Today
Daarna volgen illustraties, documenten en theaterproducties en films.
Read more..
De Duitse kranten staan er vol mee: Jeff Koons, “de meest succesvolle hedendaagse kunstenaar” (citaat Die Welt) wordt gevierd met drie tentoonstellingen te gelijk: in Basel in der Fondation Beyeler en in Frankfurt in der Schirn Kunsthalle (schilderijen) und im Liebieghaus (sculpturen).
“Popart tussen banaliteit en inspirerende brutaliteit” kopt Die Welt.
In Basel in der Fondation Beyeler zijn de drie series “The New”, “Banality” und “Celebration” te zien.
“The New” bevat readymades zoals schoonmaakapparatuur uit Koons vroege dagen. “Banality” omvat traditioneel-ambachtelijk (in opdracht) gemaakte sculpturen van hout en porselein, die tot postmoderne iconen zijn geworden, zoals het beeldhouwwerk Ushering in Banality van Jeff Koons uit 1988.

Jeff Koons Balloon_Flower_Detail foto wikimedia commons
Jhim Lamoree (Vrij Nederland 16-6-2012, Essay De wereld is decadent):
“Het beeld lijkt op een uitvergrote replica van een mierzoete snuisterij op het dressoir van tante Annie, een symbool van verstikkende burgerlijkheid. Het varkentje wordt ons als een cadeautje aangeboden, blinkend schoongewassen en met een strik om zijn nek. Twee engeltjes flankeren het beest en een jongetje lijkt het voort te duwen en zijn kont te kussen. een opgeblazen en door houtsnijders uitgevoerd schoorsteenbeeldje.Het varken gaat ons voor en leidt ons naar de banaliteit, zoals de titel vertaald kan worden. Daarmee was het beeldhouwwerk tijd en werkelijkheid ver vooruit, want de banaliteit is sindsdien zo ongeveer tot maatschappelijke norm verheven. “
In de reeks “Celebration”, waaraan Koons al bijna twintig jaar werkt, duiken de opvallende, materieel perfecte en gepolijste stalen sculpturen op, waarmee de kunstenaar in een bijna barokke manier de jeugd viert. De sculpturen worden in een intensief en “peperduur” (VN) proces verchroomd, gekleurd en gepolijst. De metershoge Balloon Dog van Koons hoort erbij net zoals een gigantisch rood hart, Sacred Hart. Bij deze serie hoort ook het barokke oranje/magenta paasei in kreukelige folie, Baroque egg , dat nu drie jaar lang in de ingangshal van Musuem Boijmans staat.

Baroque-Egg-Celebration Jeff-Koons Museum Boijmans foto Maria Trepp
Ook uit de Celebrations-serie: “Tulips”
.JPG)
Jeff Koons Tulips Tulpen foto wikimedia commons
Jeff Koons irriteert.
Ten eerste omdat hij geen klassieke kunstenaar is, maar een kunstbedrijf runt met miljoenen omzet.
Ten tweede omdat hij elke kritische reflectie weigert. Zijn uitspraken in interviews lijken op statements en oneliners van managementgoeroes. Hij bekritiseert de consumptiemaatschappij niet – hij profiteert ervan en is er dol op. Hij zegt uitdrukkelijk niet intelligentie na te streven maar “cleverness“.
In het Frankfurter Liebieghaus wordt zijn werk op elke verdieping en in de tuin rondom de villa geïntegreerd in de bestaande collectie. Zo staat een figuur van van Michael Jackson in zijn gouden pak naast gedeeltelijk vergulde Egyptische dodenmaskers. Het doel: om te laten zien hoe Koons met motieven en vormen uit de kunstgeschiedenis omgaat, en hiervan gebruik maakt. In de serie “Statuary“ speelt hij op zijn manier op de barok aan en in “Antiquity” op de oudheid:
In het Liebieghaus staat er een stalen sculptuur die eruit ziet als een replica van de Venus van Willendorf, als een reusachtige magenta ballon.
Die Welt schrijft kritisch:
“Er is echt helemaal niets aan Koon kwetsend. De geschillen met ex-partner Cicciolina, en hun slopende rechtszaken om hun zoon hebben geen sporen nagelaten in zijn werk.
Zijn kunst is een smalle wereld, die wordt uitgestippeld tussen crèche, peuterbad, slaapkamer en kinderfeestje.
Te puzzelen, te ontcijferen, te begrijpen valt er niets.”
De Süddeutsche Zeitung is scherp negatief over Koons, en spreekt van “holle hybris” en van de pure macht van het geld.
Terwijl de Duitse kranten overwegend (zeer) negatief zijn over Koons in het algemeen en de nieuwe tentoonstellingen in het bijzonder, verrast Hans den Hartog Jager met een artikel in de NRC van 26-7-2012 (“Jeff Koons’ extreemste goocheltrucs”) waarin hij Koons’ virtuoze spel prijst en de link aantoont die Koons legt met de kunstgeschiedenis. Volgens Hans den Hartog Jager is de gladde, banale en opgeblazen buitenkant van Koons’ werken een geraffineerde illusie die de toeschouwer tot nadenken en desillusie dwingt.
“Deze tentoonstellingen zijn gezamenlijk een groot, duizelingwekkend spel van echt en onecht, van glitter en verleiding en van werkelijkheid en verbeelding – wie ze heeft gezien weet ineens heel zeker dat illusie Koons’ hoofdthema is [...]“
“…het oeuvre van die aalgladde verkoper begint langzaam uit te groeien tot een stalenboek van schilderkunstige illusies…”

Jeff Koons Kiepenkerl_-_Hirshhorn_Sculpture_Garden foto wikimedia commons
“In dat kader krijgen zelfs al die schijnbaar ordinaire glimmers en spiegelingen ineens een extra betekenis: Koons verwijst er (net als met die kreeft) welbewust mee naar de zeventiende-eeuwse stillevens, waarin weelde, spiegeling en het doorbreken van de tweede dimensie in een schilderij bij uitstek een vorm van verleiding-door-illusie waren.”
Illusie, misschien. Maar het geld dat Koons verdient is echt….
Voor velen is het des-illusionerende element bij Koons veel te zwak en krachteloos en veel te weinig overtuigend om van Koons een moderne kunstenaar te maken.
Maria Trepp
_by_Koons-580x580.jpg)
Jeff Koons foto wikimedia commons

Franz_von Stuck_Amazone

Franz_von_Stuck_Tilla_Durieux_als_Circe – femme fatale

Franz_von_Stuck_-_Die_Suende_1893 schlange serpent femme fatale

Franz_von_Stuck_Salome_II

Franz_von_Stuck Unschuld Innocence

Franz_von_Stuck_-_The_Kiss_of_the_Sphinx_-_Kuss der Sphinx

Franz_von_Stuck_Mary mit rotem Hut

Franz_von_Stuck_Fruehling lente spring

Franz_Von_Stuck_-_Wounded_Amazon gewonde amazone

Franz_von_Stuck_-_The_Dance_-_Der Tanz

Franz_Von_Stuck_-_Dancers Taenzer dansers

Franz_von_Stuck_-_Judith

Franz von Stuck Mary_Stuck-1910

Franz von Stuck Liebesfruehling-1917 lente spring

Franz von Stuck_Circle_dancing Tanz Dans
In het Wenen van het Fin de siècle werd de vrouwelijke seksualiteit een focus van interesse onder kunstenaars en wetenschappers: Freud, Klimt, Schiele, Kokoschka, en in de literatuur Arthur Schnitzler.
Schiele maakte veel erotische tekeningen en schilderijen, hierbij sterk geïnspireerd door de nieuwe, vrije manier van tekenen die Auguste Rodin gebruikte.
Read more..
Het Holocaust-monument in Berlijn is een controversieel monument. Het meest problematisch zijn de duizenden touristen die zich picknickend, zingend, joelend en vermakend om en op het monument bevinden.
Het monument bestaat uit 2711 betonblokken variërend in hoogte van 20 cm tot 4,5 meter met een tussenruimte van 95 cm. Onder het veld met de blokken is een expositieruimte ingericht. De Amerikaanse architect Peter Eisenman heeft het monument ontworpen.
Door toeval bevond ik mij in augustus bij volle maan s’avonds naast dit monument.
Het was heel stil.
We zagen bijna niemand.
Het is zeer moeilijk te beschrijven hoe het voelde.
Ik kan het iedereen aanbevelen om het monument s’nachts te bezoeken.



Ach, arme maan,
wat heb je toch al veel gezien.
,,
Hier nog een tekst van de Leidse Cleveringhoogleraar Hans Blom over de Holocaust:
We werkten mee aan de vervolging
[de Volkskrant 1 mei 2010]
We neigen ertoe de Holocaust te zien als iets dat zich buiten ons om voltrok. Maar het was ook gewoon mensenwerk.
HANS BLOM
Het blijft een schokkend gegeven: van de omstreeks 500 Joden die in 1942/1943 in Leiden woonden zijn er zeker 270 vermoord. Alle reden om voor hen een gedenkteken op te richten. Maar er is meer dan alleen die herinnering aan de vermoorde, gedeporteerde en op de vlucht gedreven medeburgers. Er is het even schokkende gegeven dat dit gebeurde in de stad Leiden, waar zoiets nog maar kort daarvoor volstrekt ondenkbaar was geweest. Bij dát vraagstuk wil ik vandaag kort stil staan. De stad Leiden die een traditie van asielverlening wil hooghouden, dient zich rekenschap te blijven geven van het feit dat deze deportatie zich in de eigen gemeenschap voltrok.
Natuurlijk, het is niet in Leiden bedacht. Het is ook niet in Nederland bedacht. Het is evident een gevolg van het feit dat het in Duitsland aan de macht gekomen nationaal-socialisme Nederland had bezet en de verwijdering en uiteindelijke uitroeiing van de Joden als doelstelling had en tot uitvoering bracht. Daar lag de wil, daar lag het initiatief en de uiteindelijke basis voor de praktijk van registratie, isoleren, beroven, deportatie en tenslotte, meestal buiten Nederland, vermoorden. Maar het is veel te gemakkelijk het te laten bij het wijzen naar de evidente externe daders en hun interne handlangers en die als het ultieme kwaad aan te merken dat alles veroorzaakte.
Het daar bij laten, gaat voorbij aan de gecompliceerdheid van het historisch proces waarin altijd vele factoren een rol spelen. Zoals het feit dat dit nationaal-socialistische vernietigings-antisemtisme tenminste ten dele wortelt in een eeuwenoude Europese traditie van uitsluiting van Joden, ook in Nederland. Het neigt er ook toe de Holocaust of Shoah te zien als iets dat zich min of meer als een natuurramp buiten ons om onontkoombaar voltrok. Maar dat miskent dat geschiedenis in de letterlijke betekenis van het woord mensenwerk is. Geschiedenis gáát niet alleen over mensen, maar wordt ook gemaakt door mensen, individueel en groepsgewijze. De dynamiek van het historisch proces wordt in essentie bepaald door de eindeloze interactie van onuitputtelijke reeksen menselijk handelingen en beslissingen (ook om dingen niet te doen). Die mensen handelen bewust, onbewust en vooral in gecompliceerde mengvormen daarvan. Zij beslissen individueel, maar tegelijk in een enorme variëteit van groepen. Zelfs als het in de uiterlijk vorm om zogenaamde anonieme instituties gaat, gaat het uiteindelijk toch steeds om menselijk handelen. Dat geldt ook voor meestal moeiteloos gehanteerde abstracte begrippen om de werkelijkheid van het verleden aan te duiden, zoals de Shoah: het blijven reeksen van menselijk handelen.
In dit verband is ook van belang vast te stellen dat elke historische situatie in beginsel open is. Het vervolg staat niet vast. De geschiedenis voltrekt zich niet gedetermineerd. Zij is weliswaar niet omkeerbaar, maar zij was nooit bij voorbaat onvermijdelijk, hoezeer dat soms ook zo lijkt. In de praktijk zijn de marges soms smal, maar al die menselijke beslissingen en handelingen, die in interactie de voorzetting van het historisch proces bepalen, beïnvloeden die feitelijke voorzetting. Zij doen er dus toe.
Dit drukt ons met de neus op ieders individuele verantwoordelijkheid in het historisch proces. Indien ons handelen volstrekt gedetermineerd zou zijn, voltrekt de werkelijkheid zich buiten ons om, zijn wij speelbal. Maar de betekenis van beslissingen, keuzen dus, op alle niveaus is aantoonbaar. De ten minste relatieve openheid van elke historische situatie is zo tevens de voorwaarde voor een samenleving waarin mensen ook verantwoordelijk zijn voor hun handelen, de genoemde smalle marges ten spijt. Dat is behalve een mooie ook een beangstigende gedachte. Zij brengt ons na dit rijkelijk abstracte betoog ook terug bij de werkelijkheid van het verleden van oorlog, bezetting en vervolging tot en met massamoord.
Die harde werkelijkheid van toen laat zien dat tal van Nederlandse instellingen, ook in Leiden, hebben meegewerkt aan het proces van vervolging. De locatie van twee koffers van het monument bij het voormalig politiebureau, dat als het zenuwcentrum van de praktische operatie van het ophalen van de Joden in Leiden kan gelden, wil daarop attenderen. Het is van belang er op te wijzen dat dit niet beoogt te zeggen dat de Leidse politie de enige, of zelfs maar de belangrijkste, handelende instantie was.
Integendeel, dat meewerken geldt voor de hele toenmalige overheid als institutie, met de bevolkingsregistratie als ander aansprekend voorbeeld. Het belang van het onderkennen van het element van menselijk handelen springt ook in het oog als men bedenkt dat er tevens individuen in die instituties werkzaam waren die anders kozen: de politiemannen die Joden waarschuwden of weigerden aan het ophalen van Joden mee te werken bijvoorbeeld.
Het zou ook onjuist zijn alleen op de instellingen te wijzen. Houding en gedrag van de bevolking in brede zin, in feite dus tienduizenden individuele inwoners van de stad, was even belangrijk. Zij kozen – in de woordkeus van zojuist – soms bewust, soms onbewust maar meestal in een ingewikkelde mengvorm daarvan, er op grote schaal voor niet te handelen, vaak tegen hun gevoel in of menend geen andere keus te hebben. Mede daarom kon het allemaal gebeuren, al is het zinloze speculatie nu te proberen vast te stellen wat er zou zijn gebeurd bij andere keuzen. Die andere keuzen kwamen trouwens wel degelijk voor – laat daar geen twijfel over zijn – zowel toen de vervolging begon als tijdens het feitelijk ophalen zelf. Er waren publieke protesten (zoals de rede van Cleveringa op 26 november 1940) en er werd uit vrije wil hulp geboden bij onderduik of vlucht. Maar toen later in de bezettingstijd actief en passief verzet vaker begon voor te komen, waren er in het openbaar geen Joden meer te vinden. Zij waren al afgevoerd en vermoord of ondergedoken dan wel gevlucht. In de ogen van de nationaal-socialistische bezetter was dat een succes: Nederland, Leiden was Judenrein.
Ik zei het al. Mijn betoog is angstaanjagend en zelfs huiveringwekkend. Als historicus houd ik mij al lang met dit soort vraagstukken bezig om inzicht in dit historisch proces te krijgen, het eerst zo goed mogelijk te reconstrueren en vervolgens te analyseren en interpreteren, zo mogelijk ook werkelijk te verklaren en begrijpen. Dat vereist een afstandelijke houding. Maar nu spreek ik als betrokken lid van onze samenleving, als Leids burger. Dat leidt tot een ander soort conclusie. Wij dienen naar mijn overtuiging, met inachtneming van de resultaten van onafhankelijk en afstandelijk historisch onderzoek, ons rekenschap te geven van dit deel van ons verleden. Wij dienen ons te realiseren dat het verleden zich weliswaar niet in dezelfde vorm herhaalt en dat er geen eenvoudige lessen uit dat verleden zijn te halen. De Shoah was zoals alle historische processen op een bepaalde manier in de concrete verschijningsvorm uniek. Maar tegelijk komen uitsluiting van en massamoord op medeburgers in de geschiedenis veelvuldig voor.
Met afschuw nemen wij ook in het heden veel gruwelijke actualiteit elders waar en wij zijn geneigd ons daarbij te koesteren in onze democratische rechtsstaat, verzorgingssamenleving en materiële welvaart. Maar die actualiteit elders en het verleden, ook ons eigen verleden, nopen juist tot alertheid. Het kan in zekere zin zomaar opnieuw gebeuren, zij het in andere concrete vormen, ook bij ons. De kwaliteit van onze samenleving spreekt niet vanzelf, maar heeft behoefte aan voortdurend groot en klein onderhoud. Daarbij is van belang ons te bezinnen ook op gebeurtenissen en processen uit het verleden als gevolgen van menselijk handelen, hier in Leiden dus op het feit dat van de 500 Joden er 270 konden worden vermoord en de anderen moesten ‘verdwijnen’. Het monument beoogt een voortdurend in de stad aanwezige aansporing te zijn tot dat bezinnen en tot die alertheid.
Op 17 maart 2010 werd in Leiden een monument onthuld ter herdenking van de tijdens de Tweede Wereldoorlog vervolgde en vermoorde Joodse stadgenoten. Die datum is niet toevallig gekozen. Op 17 maart 1943 werd het sinds 1929 nieuw op de hoek van de Cronesteinkade en de Roodenburgerstraat in Leiden gevestigde Centraal Israëlitisch Wees- en Doorgangshuis Machseh Lajesoumim op last van de bezetter door de Leidse politie ontruimd. 51 kinderen en 9 personeelsleden werden naar het station gebracht, naar Westerbork vervoerd en later naar Oost Europa gedeporteerd. Op vier na zijn zij daar omgekomen, de meesten in Sobibor. Deze ‘ontruiming’ was onderdeel van een grotere actie in maart 1943 onder leiding van de Haagse SD om de in Leiden (en Den Haag en Delft) wonende Joden op te halen.
Met de naderende ontruiming was in het weeshuis rekening gehouden. Men was gewaarschuwd. Rugzakken met kleding en schoenen stonden al klaar. Een klein aantal bewoners was ondergedoken. Op de in februari opgestelde lijst stonden 74 namen. Maar de directeur van het weeshuis, N. Italie voelde niet voor onderduiken. Hij wenste de groep bij elkaar te houden en de verantwoordelijkheid niet uit handen te geven aan vreemde, niet-Joodse families. De hele actie verliep voor de bezetter zonder problemen. De dienstdoende hoofdinspecteur van politie P.W. van der Wal weigerde weliswaar leiding te geven, maar zijn taak werd overgenomen door een collega. Van der Wal werd gearresteerd en later ontslagen. Hij overleefde de oorlog. Tenminste één andere politieman, O.P Rozemeijer, weigerde ook medewerking. Hij bleef wel nog enige tijd in dienst, maar werd in 1944 toch om een andere aanleiding gearresteerd. Hij overleefde Buchenwald niet.
Deze dramatische gebeurtenis is een van de beeldbepalende herinneringen in Leiden aan de bezettingstijd.
holocaust herdenkingsdag, holocaust monument, berlijn, hans blom, holocaust
Duitsland
In het Haus der Kunst in München zag ik een fascinerende tentoonstelling met het werk van Anish Kapoor, een internationaal bekende kunstenaar die je hier en daar, maar niet vaak, in Nederland tegenkomt.
Het Haus der Kunst was ooit als “Haus der deutschen Kunst” een belangrijk monument voor Hitlers propanganda. München was tenslotte “Hauptstadt der Bewegung” . Hier werd door de nazi’s kunst getoond die de bloed-en -bodem-ideologie verspreidde, hier werd ook de moderne zogenoemde “Entartete Kunst” afkeurend tentoongesteld.
Kapoors monumentale installatie svayambh [Sansskrit;= door zichzelf gecreëerd] is een reflectie van deze geschiedenis.

Anish Kapoor/ Svayambh foto Maria Trepp
Een reusachtig blok van 40 ton bloedrood was en vaseline rijdt langzaam ( ik schat een centimeter per seconde) door een lange grote hal. Bij het passeren van de deuren blijft bloedrood was aan de deuren kleven.

Anish Kapoor/ Svayambh foto Maria Trepp
Sculptuur en architectuur tegelijk, levende techniek, een monster en toch mooi. “Material somehow always leads to something immaterial” zegt Kapoor.

Svayambh foto Maria Trepp
Het wasblok wordt soms door de medewerkers opnieuw opgebouwd, in overleg met de kunstenaar.
Ervaringen en geschiedenis blijven bekleven… of je het wilt of niet.

Svayambh foto Maria Trepp
Aanrakingen veranderen zowel de aanrakende alsook het aangeraakte.
Wonderland, (zelf)-ervaring en ingenieuze spiegelconstructies, ook dat heeft de Kapoor -tentoonstelling te bieden met een groot aantal spiegels.

Kapoor/ Spiegel foto Maria Trepp
Duitsland als duisterland én wonderland in de spiegel van Kapoor.
Als belangrijkste artistieke referentie noemt Kapoor Caspar David Friedrich, een Duitse romanticus en mysticus, die Kapoor zegt van twee naar drie dimensies te willen vertalen.
Meditatieve droomkunst.
Fantastisch.
hier nog ander monumentaal werk van Kapoor, gebaseerd op rode verf en op spiegels:

Kapoor Shooting_into_the_Corner,_Bilbao foto wikimedia commons
2

Kapoor e_Tall_Tree_and_the_Eye,_Bilbao foto wikimedia commons
3

Kapoor 399px-ArcelorMittal_Orbit_at_night foto wikimedia commons
4

Kapoor Sky_Mirror_Kensington_Gardens_London_close_up foto wikimedia commons
5

Kapoor Cloud_Gate chicago foto wikimedia commons foto Bert Kaufmann http://www.flickr.com/people/22746515@N02
6

Kapoor Jerusalem foto wikimedia commons
7
August Macke is een van de schilders van de groep Der Blaue Reiter, die tom 24 mei 2010 in Nederland te zien waren:
Kandinsky en Der Blaue Reiter in het Gemeentemuseum Den Haag
Macke is een van mijn meest favoriete schilders- ik weet niet of hij of zijn vriend Paul Klee bij mij de nummer 1 is.
Ik heb eerder een blog gemaakt over “Vrouw en hoed “ in de schilderskunst, waar ik al Mackes eigen mooie vrouw, door hem geschilderd, liet zien. Hier nog een keer, samen met hoedenwinkels en etalages.

August Macke, Vrouw met hoed

August Macke, Hoedenwinkel, 1914

August Macke, Modezaak

August Macke Etalage
De schilders van Der blaue Reiter zoals Wassily Kandinsky en Paul Klee losten de strakke zwart-witte schaakborden op tot organische, flexibele, kleurrijke en niet-meer-vierkante vlakken.
Een mooie aanval op het verkort rationalisme.
Ook Piet Mondriaan ging deze weg, al blijven bij hem de vlakken meestal nog vierkant en dus strakker en minder vrolijk.

Wassiliy Kandinsky Kariertes 1925

Paul Klee, Colourful life outside (Draussen buntes Leben)1931

Paul Kee, Bluehendes, 1934

Mondriaan Kleurenschaakbord 1919
In een van mijn reacties hieronder schreef ik:
“En er zijn heel veel overeenkomsten tussen Mondriaan en Kandinsky: het tijdsperk, het spirituele, de combinatie met muziek, de omslag naar het abstracte, de verbintenis met de dada, de stigmatisering als “ontaard”door de nazi’s.
Toch zijn beiden een zeer eigen weg gegaan (ik weet trouwens niet of er persoonlijk contact is geweest). Voor mij is Mondriaan het meest interessant in zijn overgang naar abstractie, de abstract wordende bomen, dat is waanzin in zijn schoonheid.
Ik houd het meest van abstractie als er nog iets van de konkrete wereld in verschijnt.
Zoals hierboven de konkrete schaakborden.
In de recensie van het NRC handelsblad over de Kandinsky-tentoonstelling staat vandaag 9 februari het volgende over het verschil Kandinsky-Mondriaan:
“Van geometrie hield Kandinsky niet. Hij onderscheidde geometrische vormen die op zichzelf staan (zoals een driehoek, een cirkel of een vierkant) van vormen die iets voorstellen en die refereren aan iets buiten het schilderen (een huis, een boom of een zon). Hij wilde zich noch tot het ene, noch tot het andere uiterste beperken en vond zijn inspiratie in het gebied daartussen, waar hij een grenzeloze vrijheid zag.
Daarmee onderscheidde Kandinsky zich van zijn tijdgenoot Piet Mondriaan, die juist de grenzen van de geometrie opzocht, wat door sommige tijdgenoten als een doodlopende weg werd beschouwd. Hoe het ook zij, de weg van Kandinsky, die van de ‘lyrische abstractie’, heeft in ieder geval geleid tot het Abstract Expressionisme.”
De geometrische figuren van Kandinsky vind ik heel veel vrolijker dan die van Mondriaan. Bij Mondriaan komt de vrolijkheid eigenlijk pas weer echt terug in zijn laatste werk, Victory Boogie Woogie.

Wassily Kandinsky Kreise in Schwarz, 1924

Wassily Kandinsky, Ausweichend 1929

Wassily_Kandinsky, Heiss, 1931

Wassily Kandinsky Kreise
Van 6 februari tom 24 mei 2010: Kandinsky en Der Blaue Reiter in het Gemeentemuseum Den Haag
Peter Johann Nepomuk Geiger (11 January 1805 – 29 October 1880) was a Viennese artist known for his erotic watercolors.

erotische Zeichnungen erotic drawings erotische tekeningen Peter Johann Nepomuk Geiger
1

erotische Zeichnungen erotic drawings erotische tekeningen PeterJohann Nepomuk Geiger
2

erotische Zeichnungen erotic drawings erotische tekeningen PeterJohann Nepomuk Geiger
3

erotische Zeichnungen erotic drawings erotische tekeningen PeterJohann Nepomuk Geiger
4

erotische Zeichnungen erotic drawings erotische tekeningen PeterJohann Nepomuk Geiger
5

erotische Zeichnungen erotic drawings erotische tekeningen PeterJohann Nepomuk Geiger
6

erotische Zeichnungen erotic drawings erotische tekeningen PeterJohann Nepomuk Geiger
7

erotische Zeichnungen erotic drawings erotische tekeningen PeterJohann Nepomuk Geiger
8
9

Paul Klee, Kat en vogel [Katze und Vogel]

Paula Modersohn-Becker, Maedchen mit Katze im Birkenwald, 1904

Franz Marc, Zwei Katzen auf rotem Tuch, 1909

Franz Marc, Akt mit Katze 1910

Franz Marc, Maedchen mit Katze 1912
Paul Klee en Franz Marc werden van de nazi’s als “ontaard” “entartet” beschouwd.
Een van de weinige vrouwen die de “eer” had (achteraf bezien was het echt een eer) om op de nazi-tentoonstelling “Entartete Kunst” te hangen was Paul Modersohn-Beker.
In de tentoonstelling Liefde! Kunst! Passie! in het Haagse Gemeentemuseum hing dit mooie schilderij van Alexej von Jawlensky, ‘Meisje met pioenrozen’:

Alexej von Jawlensky, Meisje met pioenrozen 1909
Jawlensky hing in de Haagse tentoonstelling vanwege zijn relatie met schilderes Marianne van Werefkin.

Alexej von Jawlensky, Bildnis Marianne Werefkin, 1906
Drie moderne schilderijen van Alexej von Jawlensky werden van de nazi’s op de tentoonstelling “Entartete Kunst” getoond..
Het kunstenaarspaar Gabriele Münter en Wassily Kandinsky is een van de vele kunstenaarsparen die in het Gemeentemuseum in Den Haag werden getoond in de tentoonstelling Liefde!Passie! Kunst!;
Kandinksy en Münter woonden en schilderden vanaf 1908 in het stadje Murnau bij München, zij maakten beiden deel uit van de groep Der Blaue Reiter, een kleine groep gelijkgestemde kunstenaars in Duitsland, die van ongeveer 1911 tot 1914 bestond. De vernieuwingsbeweging ontstond in München opgericht door Wassily Kandinsky, Franz Marc, August Macke en Alexej von Jawlensky. De stroming wordt tot het expressionisme gerekend.

Leuk is dat Münter en Kandinsky hetzelfde motief op verschillende manieren hebben uitgewerkt: Promenade.

Gabriel Münter, Promenade, 1904

Wassily Kandinsky, Promenade, 1904
Van Gabriele Münter en schilderij met Paul Klee:
Gabriele Münter, Mann im Sessel- Paul Klee, 1913
Anders dan Kandinsky ging Münter niet de abstracte weg in, maar bleef naief en naturalistisch schilderen. Kort daarop ging hun relatie stuk; hun wegen scheidden.

Gabriele Münter, Kandinsky aan het schilderen, 1903

Wassily Kandisky, Gabriele Münter schilderend in Kallmünz, 1903

Wassily Kandinsky, Portret Gabriele Münter, 1905
Langs de N 206 van Leiden naar Katwijk staan bij Valkenburg drie wondermooie kleurig-doorzichtige kunstpaarden.

Deze bonte kunstpaarden (genoemd ”Vensters op het landschap” ) doen me denken aan de “ontaarde” paarden van Franz Marc.

Franz Marc, Drei Pferde, 1913
Franz Marc was met veel werken vertegenwoordigd op de nazi-tentoonstelling “Entartete Kunst”. Nu ik bezig ben met een serie blogs over de beeldenstorm hoort de nazi-beeldenstorm zeker ook bij. Marcs “Turm der bauen Pferde” van 1913 hing op de “Entartete Kunst”.

Franz Marc Turm der blauen Pferde blauwe paarden
Franz Marc, Turm der Pferde 1913

Franz Marc, Blaues Pferd 1, 1911

Franz Marc, Zwei blaue Pferde vor rotem Felsen, 1913

Franz Marc Stallungen paarden

Franz Marc Kleines blaues Pferd – klein blauw paard

Franz Marc Träumendes_Pferd- dromend paard

Franz Marc_-_Die_kleinen_gelben_Pferde – gele paarden
En hier nog eens andere moderne paarden uit de Marc-traditie.
In Uppsala/Zweden is aan een klein badstrandje aan het Mälarmeer in een oude boom houtsnijwerk te zien met vrolijke roze paarden. Misschien geen kunst met een grote K, maar zeer passend bij de omgeving, waar vroeger paarden op de wei stonden.

De naam van het kunstwerk is “Utrotad hästras” (=uitgeroeid paardenras; het Zweedse woord “häst” =paard hoort bij “horse” en “ros” uit hippos/equus; daarentegen “paard”/Pferd van paraveredus= postpaard).
De kunstenaar Mats Nyberg heeft dit jaar deze paarden met een motorzaag in de boom gezaagd.
—————————————————————————-
Kandinsky’s schilderij “Een centrum“

(1924, olie op doek, 140,6 x 99,5 cm Gemeentemuseum Den Haag, langdurig bruikleen Solomon R. Guggenheim Museum New York, 1975 )
Over dit schilderij:
“Kandinsky (1866-1944) schilderde dit werk in Weimar, waar hij als docent aan het Bauhaus was aangesteld. Onder invloed van de Russische avant-gardisten en Bauhauskunstenaars was Kandinsky geometrisch abstract gaan werken. Hij hoopte de beschouwer mee te kunnen nemen naar een onbekende wereld en was, evenals Russische avant-gardisten Malevitsj en Popova en de kunstenaars van ‘De Stijl’, gefascineerd door de vierde dimensie. Volgens hem verwees de cirkel – die hij veelvuldig gebruikte in de jaren twintig – daar als primaire vorm het duidelijkst naar.
In dit fraai gecomponeerde ‘kosmische’ schilderij is een klein cirkelvormig zwart centrum, gevat in een grote cirkel. De cirkels zijn tegen een donkere achtergrond geplaatst, die naar beneden toe lichter wordt. Vanuit en om deze centra lijken geometrische vormen zich – volgens een vrolijke choreografie – in verschillende dimensies door de ruimte te bewegen. Deze illusie wordt gewekt omdat de vormen van kleur veranderen zodra ze elkaar doorkruisen en binnen de vormen zelf vervagen. Hier en daar is de ondertekening nog zichtbaar en ook de verf is op verschillende manieren opgebracht. De ruimte refereert net als bij Malevitsj op geen enkele manier meer aan de zichtbare werkelijkheid. Het beeldvlak dient als ‘spirituele ruimte’. “
Uit: Petrova et al, Kunst en religie in Rusland
“Het schilderij is opgebouwd rond twee cirkels die net uit het hart van het schilderij staan. De grotere cirkel omvat als in een vergrootglas een kluwen geometrische vormen, geschilderd in zachte, heldere kleuren, met als opvallende verschijning de torens en koepels van het eeuwige Moskou. Dit centrum is warm van toon. De curven doemen op uit de zwarte cirkel in het centrum van het beeld, dat niet zozeer verhullend maar eerder transparant werkt. Kandinsky hanteerde voor elke vorm een andere factuur, waardoor matte, vlakke vormen naast vlokkig geschilderde vormen kwamen te staan. De kleinste, meest centrale cirkel is glimmend zwart. Hij heeft een grote, krullende staart die een stuwende kracht naar linksboven impliceert. Vanuit die hoek komt een zigzaggende vorm het beeld in. Het is het aloude, spetterende zonlicht boven het Moskou. Kandinsky huldigde in deze jaren een gecompliceerde opvatting over de verschillende delen van een beeldvlak. Hij beschouwde de rechteronderhoek als het belangrijkste, meest compacte en taaiste deel van de compositie. De linkerbovenhoek vertegenwoordigde in zijn ogen het meest losse en meest open gebied. Kandinsky dichtte de cirkel in de schilderijen van 1924 en daarna een belangrijke functie toe. Zakelijk, met een passer getrokken, zag hij de cirkel als de synthese van de grootste tegenstellingen. De cirkel verbond het concentrische met het excentrische in een evenwichtige gestalte. Deze was bescheiden maar ook opdringerig, helder maar ook onstabiel, en zacht en luid tegelijk. De cirkel stond ook in directe verbinding met het kosmische. Onder de drie primaire vormen (driehoek, vierkant en cirkel) zag Kandinsky de cirkel als de helderste verwijzing naar de vierde dimensie. In een brief legde hij uit dat hij de cirkel was gaan gebruiken, ‘omdat ik in cirkels meer innerlijke mogelijkheden vind, wat ook de reden is waarom de cirkel de plaats heeft ingenomen van het paard.’ Het paard had altijd gestaan voor de zege van het spirituele over het materiële. Met de overgang van paard tot cirkel koos Kandinsky voor andere instrumenten ter realisatie van zijn kunst. In fundamentele zin bleef echter zijn - symbolistische – werkwijze hetzelfde. ”
Hans Janssen, Kandinsky rond 1913, p 43 |
zie ook over Der Blaue Reiter
:
Van 6 februari tom 24 mei 2010: Kandinsky en Der Blaue Reiter in het Gemeentemuseum Den Haag
Op de gemanipuleerde foto’s van Michael Najjar (tentoonstellijng in het GEM Den Haag) zien we de toekomstige perfecte mens. Najjar lijkt terug te grijpen naar de schoonheidsidealen uit de antieke oudheid, maar er zijn wel heel grote verschillen.
Michael Najjars creatief proces is [zo geeft hij zelf aan] gebaseerd op actuele wetenschappelijke inzichten op het gebied van biogenetica.
De perfectie van het menselijke lichaam is bij Najjar kil en eendimensioneel, en ontdaan van alle gevoelens van pijn en angst.
A Brave New World bij Michael Najjar.
‘Laokoon’, uit de serie “Bionic Angel” (2006-2008)
Een sereen spelletje met de slang, die de mensen verbindt.
Maar waarom noemt Najjar dit “Laokoon”?
Het lijkt wel een politiek-filosofisch statement (hopelijk wel een ironisch statement): “Wij hoeven nooit meer bang te zijn!”
Met zijn “Laokoon” uit de serie “Bionic angel” plaatst Najjar zich in de lange traditie van de afbeeldingen van Laocoön.
Laocoöngroep
Uit Wikipedia:
“Gotthold Ephraim Lessing vergelijkt in “Laokoon oder Über die Grenzen der Malerei und Poesie” een uitbeelding van de dood van Laocoön met een beroemde, in Rome gevonden, beeldengroep met een beschrijving van datzelfde onderwerp in Vergilius’ Aeneis. Het wezenlijke verschil tussen beide benaderingen is volgens Lessing dat die van de poëzie duidelijk een voortschrijdende handeling is, waarvan de verschillende delen na elkaar, chronologisch, gebeuren, de ander daarentegen (die van de beeldende kunsten in het algemeen) duidelijk een statische handeling, waarvan de verschillende delen zich naast elkaar in de ruimte ontwikkelen. Poëzie is “tijdkunst”, de beeldende kunsten zijn “ruimtekunst”.
Johann Wolfgang von Goethe zag in de Laocoöngroep een meestersymmetrie.
Voor Johann Winckelmann, grondlegger van de (klassieke) archeologie, straalde Laocoöns beeld sereniteit en passie uit in plaats van angst. Bekend citaat: “edle Einfalt und stille Größe”
Schopenhauer haalt in De wereld als wil en voorstelling tijdens zijn uiteenzetting over beeldhouwkunst de discussie aan die er is geweest over het niet schreeuwen van Laocoön in deze beeldengroep. De meningen van Lessing, Goethe en Winckelmann worden aangehaald en tegengesproken. Volgens Schopenhauer is de verklaring voor het niet schreeuwen van Laocoön dat het uitbeelden van schreeuwen buiten het domein van de beeldhouwkunst valt. Een gebeeldhouwde schreeuw, zonder het geluid, zou zelfs lachwekkend overkomen, aldus Schopenhauer.”
In de Aeneis beschrijft Vergilius Laokoön als een Trojaanse priester die zijn stadgenoten wilde waarschuwen voor het Paard van Troje:
“Vertrouw het paard niet, Trojanen.
Wat het ook is, ik vrees de Grieken, ook als ze met geschenken komen. ”
Maar de goden, die de stad vernietigd wilden zien, lieten hem, samen met zijn twee zoons, wurgen door twee enorme slangen…waarna Troje de oorlog verloor.
Vergilius, Aeneis, in de Nederlandse vertaling:
“[...] Maar kijk, aan de kant van Tenedos, doken, bij een kalme zee, ik huiver wanneer ik het vertel, twee slangen met enorme kronkelingen op uit zee, gezamelijk doken ze op uit zee, en gezamelijk gaan ze naar de kust. Hun borst, opgericht tussen de golven, en de bloederige kam staken boven de golven, het ander deel streek achteraan over de zee en buigt de enorme rug in kronkels. Er klonk geluid, van de schukmende zee: ze hadden het strand al bezet, met hun brandende ogen doordrenkt van bloed en vuur likten ze de sissende mond met bewegende tongen. We vluchtten lijkbleek uit elkaar door het zicht. Zij gingen met zekere tred naar Laocoon en eerst omhelzen en omstrengelen beide slangen de lichamen van de twee kinderen en met een beet eten ze de ongelukkige ledematen op. Daarna grijpen ze hem die ter hulp komt met speren en ze bonden hem vast met enorme kronkelingen. Ze omvatten reeds tweemaal zijn middel en wierpen tweemaal de geschubte rug rond zijn nek en staken boven hem uit met het hoofd en hun lange nek. Hij probeerde tegelijk met zijn handen de knopen los te rukken, zijn lintjes overgoten met slijm en zwart gif.”
Veel kunstenaars hebben deLaocoön-groep afgebeeld.

El Greco, Laokoon, (1610/1614)
Zadkine, Laokoön (1936)
Bij Zadkine: De hele groep is tot
één blok geworden, gegroepeerd om de expressieve “schreeuw”.
Pleit Najjar voor de apolitieke postmoderne: geen protest; geen angst; blind vertrouwen in technologie?
———————————————————————————
Najjar heeft krassen had aangebracht op de mooie, te mooie, mensen en fotografieën, in het bijzonder de foto “Bionic angel”die de tentoonstelling de naam had gegeven.
Dit is voor mij een sterke indicatie het werk van Najjar niet alleen maar als een positieve utopie te beschouwen.
De krassen laten zien dat de mooie- te mooie- oppervlakte wel degelijk bedreigd wordt! 

Franz Marc Vossen Fuechse

Franz Marc Vossen Fuechse

- Franz Marc Vossen Fuechse

Franz Marc Vos Fuchs
Fortuyn en hun volgers, zoals Verdonk en Wilders, wilden geen partijen meer, maar bewegingen, je kunt je bij hun rechtse bewegingen aansluiten, maar dat zijn geen partijen waar je lid van wordt. Kijk eens naar de geschiedenis van de belangrijkste rechtse “beweging” uit de geschiedenis.
Ik houd van de Duitse barokliteratuur: de gedichten van Gryphius en van de beroemde barokroman Simplicius Simplicissimus van Grimmelshausen.
De Asam-Kerk in München (St. Johann Nepomuk ) kende ik niet van binnen, maar ik nam me voor om ernaar toe te gaan, zodra ik weer in München ben.
Nu ben ik er geweest.

Indrukwekkend, en zo barok het maar kan.
Rechts van de ingang, boven aan de muur, zag ik een levende dode, die een gouden slang om zijn borst en armen gewonden had: een bijzonder en opvallend motief.

Een ander wraakengel-figuur erboven had zelfs een cobra (?) om zijn arm.
Ik heb op internet gezocht, wie de levende dode zou kunnen zijn, en ik vond zeerinteressante informatie.
De afgebeelde scène is afkomstig uit een tragikomisch Jezuitendrama: Jakob Bidermanns ‘Cenodoxus‘, in feite een literaire voorloper van Goethes Faust:
“Just after entering St. Johann Nepomuk in Munich [...] we see on top of the confessional a sculptural group showing a corpse, entwined by snakes, one arm raised in anger, the mouth opened in a scream. Towering over the restless corpse a man, perhaps a monk, raises his right arm in a gesture that does not so much extend help as establish distance. This gesture is echoed by the putto below, who uses one of his wings to shield his eyes from the disturbing vision.
MORS PECCATORUM PESSIMA, proclaims the inscription above: “The death of sinners is the worst.”
Egid Quirin Asam’s contemporaries would have had no difficulty recognizing in this group a representation of the last scene of Jakob Bidermann’s Cenodoxus. The play closes in heaven. After a very sudden death, the doctor of Paris, who with Faust-like pride had sought to raise himself beyond the human condition, is called before God’s judgment throne and condemned to eternal suffering. Meanwhile, on earth, those mourning the death of this honored man are frightened by the corpse’s refusal to lie still. Three times it raises itself and speaks, the first two times to report an the trial taking place in heaven, the third time to tell of the judgment and to curse both the mother who bore him and himself. One of those watching this terrifying spectacle, a certain Bruno, recognizing the vanity of what the world thinks important, leaves society and becomes a hermit. Friends follow his example (Bruno is the founder of the Carthusian order); their example in turn was followed by members of the audience. The theatrical performance spilled over into life.
It is a typically baroque conclusion. The obsession with time and death, the emphasis on pride that refuses to acknowledge man’s mortality, are thoroughly Christian, and especially baroque.
[..] Even the most powerful are not masters of their lives. Life is like smoke, pulled apart by a strong wind; or like a carnival play, or like a firework that, hardly begun, is already over.
In poem after poem, play after play, we hear the same refrain:
Vita enim hominum,
Nil est, nisi somnium,
as Bidermann’s Chorus mortualis sings. “We are such stuff as dreams are made on.”
——————Zo ver Karsten Harris. ——————————————-
Wat me bijzonder aantrekt in de barokke kunst, en het bijzonder in deze Asam-kerk: de mengeling van genres, vooral van beeldende kunst en toneel.
Nog bij de citaten uit Cenodoxus:
Vergelijk ook: Shakepeare, The Tempest:
“We are such stuff
As dreams are made on; and our little life
Is rounded with a sleep.”
En: Goethe, Faust, Zueignung ( = de tekst die helemaal aan het begin van Faust staat) over de schaduwwereld van de herinnering. Goethe spreekt hier zijn eigen verzonnen figuren aan, die hem zijn leven lang hebben begeleid. Zijn tekst spiegelt veel van wat ik voel als ik in München ben:
“Ihr naht euch wieder, schwankende Gestalten,
Die früh sich einst dem trüben Blick gezeigt.
Versuch ich wohl, euch diesmal festzuhalten?
Fühl ich mein Herz noch jenem Wahn geneigt?
Ihr drängt euch zu! nun gut, so mögt ihr walten,
Wie ihr aus Dunst und Nebel um mich steigt;
Mein Busen fühlt sich jugendlich erschüttert
Vom Zauberhauch, der euren Zug umwittert. Ihr bringt mit euch die Bilder froher Tage,
Und manche liebe Schatten steigen auf;
Gleich einer alten, halbverklungnen Sage
Kommt erste Lieb und Freundschaft mit herauf;
Der Schmerz wird neu, es wiederholt die Klage
Des Lebens labyrinthisch irren Lauf,
Und nennt die Guten, die, um schöne Stunden
Vom Glück getäuscht, vor mir hinweggeschwunden.”
Ik heb nog veel meer interessante slangen gevonden in München, hier een foto uit de Frauenkirche, waar slangen zo te zien het vlees wegvreten rond de beenderen van een mens.

Ik houd van deze groteske kunst, een contrapunt tot al de saaie geïdealiseerde heiligen!

Gustav Klimt erotische tekeningen
In het Wenen van het Fin de siècle werd de vrouwelijke seksualiteit een focus van interesse onder kunstenaars en wetenschappers: Freud, Klimt, Schiele, Kokoschka, en in de literatuur Arthur Schnitzler.
Klimt maakte veel erotische tekeningen en schilderijen, hierbij sterk geïnspireerd door de nieuwe, vrije manier van tekenen die Auguste Rodin gebruikte.

Gustav Klimt erotische tekeningen

Gustav Klimt erotische tekeningen

Klimt erotische tekeningen

Gustav Klimt erotische tekeningen

Gustav Klimt erotische tekeningen

Gustav Klimt erotische kunst Danae

Gustav Klimt erotische kunst