Wetenschap Kunst Politiek

Archive for the ‘ Duitse geschiedenis ’ Category

Adolf Eichmann en het zionisme

3 comments

[Vervolg op mijn Eichmann-blog van gisteren]

Een van de vele moeilijke hoofdstukken in het leven en streven van Eichmann is zijn intense samenwerking met de zionisten.

Voordat Eichmann tot organisator  werd van de Holocaust zette hij zich lange tijd in voor een emigratie van alle joden naar Palestina. Hiervoor werkte hij nauw samen met zionisten.

David Cesarani in zijn Eichmann-biografie:

“[Men] wilde ernaar streven ‘het joodse vraagstuk’ in Duitsland op te lossen door een ordentelijke joodse emigratie naar Palestina te bepleiten. In 1936 en 1937 had Eichmann intensieve contacten met joden binnen de zionistische be­wegingen in Duitsland. Hij had een ontmoeting met Feivel Polkes, een Palestijnse jood, die voorstelde dat de nazi’s en de zionisten zouden samenwerken om de joodse emigratie te bevorderen. In november 1937 reisde Eichmann naar het Midden-Oosten om deze mogelijkheid te onderzoeken en hij bracht een kort be­zoek aan wat later de staat Israel zou worden. In deze fase combineerde hij een re­latiefwelwillende kijk op het zionisme met een traditioneel antisemitisch wereld­beeld.” (p 17)

“Recentelijk opgedoken rapporten en lezingen die hij in 1937 schreef, tonen hem in de greep van een fantasie waarin sprake is van een wereldomvattende jood­se samenzwering tegen Duitsland. Eichmann zag, net als zijn kameraden in de 5D, de joden als een ‘vijandelijke’ macht. Ditwas een buitengewoon onpartijdige, afgeleide vorm van jodenhaat die hem in staat stelde normale relaties met indivi­duele joden te onderhouden, in het bijzonder met zionisten, terwijl hij onver­moeibaar werkte aan een plan het Rijk te bevrijden van zijn joodse inwoners en de strijd tegen de ‘macht’ van een mythisch, mondiaal jodendom.”

“In 1940 was Eichmann betrokken bij andere massa-verdrijvingen en hij ont­wierp plannen om vier miljoen Europese joden naar Madagaskar te deporteren.”

Eichmann noemde zichzelf zelfs de nieuwe Herzl.

“Eichman zag zichzelf in die tijd zeker niet als een jodenmoorde­naar. Hij was nog steeds een voorstander van joodse emigratie en hij werkte het hele jaar 1940 samen met zionistische groeperingen en joodse mensensmokke­laars die heimelijk joden naar Palestina zonden” (p 19)

 

“Nieuw onderzoek ont­hult dat de voorbereidingen voor het proces [in Jeruzalem] aan politieke bemoeienis waren onderworpen. De Israëliërs ontweken gevoelige zaken zoals het contact tussen de zionisten en Eichmann in de jaren dertig en de onderhandelingen over het lot van de Hongaarse joden in 1944 waarbij Ben-Goerion zelf was betrokken.” (p 24)

De samenwerking tussen nazi’s en zionisten is een donker hoofdstuk in de geschiedenis, ook is het nog zo goed te begrijpen dat de joden een veilige plek zochten.

Ik heb mij eerder in ander verband bezig gehouden met de problematische geschiedenis van het zionisme, waarbij ik met racistische en antisemitische gedachten bij Max Nordau, de tweede man van het zionistisch verbond na Theodor Herzl.

Ik heb met schrik vastgesteld dat Hitlers begrip van de “ontaarding” en “ontaarde kunst” een denkbeeld was die op 1000 pagina’s was uitgewerkt door een jood, de zionist Max Nordau.

Max Nordau, auteur van het prefascistische werk Entartung ( “Ontaarding” 1892) was een collega van Theodor Herzl, en heeft samen met deze de zionistische wereldorganisatie bestuurd.
In het verband met mijn literatuurwetenschappelijk onderzoek kwam ik in aanraking met Max Nordau en diens theorieën over de “ontaarding” van allerlei literaten en filosofen: Tolstoi, Ibsen, Nietzsche, Baudelaire bijvoorbeeld.
Nordau neemt het in “ontaarding” op de voor de filister, de gewone, normale mens zonder kunstverstand, met een banale smaak en met bekrompen opvattingen.

De zionist Max Nordau is het die het “ontaardings”begrip voor het eerst gebruikt heeft voor de moderne kunst, en die op deze manier belangrijk pionierswerk voor de nazi’s heeft geleverd. Nordau en de nationaal-socialisten zijn het helemaal eens in hun afkeuring van de moderne “ontaarde” kunst. In het laatste hoofdstuk van Nordaus “Entartung” is te lezen hoe Nordau  het vocabulaire van de nazi´s heeft bepaald (en Nordau heeft daarbij bewust gebruik gemaakt van antisemitische metaforen, die hij tegen de kunstenaars keert) . Hij spreekt van de moderne kunstenaars als parasieten en als “bronvergiftigers” ; hij zegt dat men dit “maatschappelijke ongedierte” moet uitroeien en genadeloos met knuppels doodslaan. De titel “Entartung” sluit aan bij het gebruik van deze term in antisemitische schriften omtrent 1885.

Nordau was een politieke en racistische zionist, die het culturele of religieuze zionisme afkeurde. Hij wilde geenszins een staat voor alle joden. Nee, hij wilde een staat alleen maar voor de sterke joden, de zogenoemde “Muskeljuden” . De sociaaldarwinist Nordau vond het antisemitisme nuttig, omdat het een test was die de zwakke joden niet konden bestaan, maar de sterke joden nog sterker maakte.

Jan Blokker heeft in zijn recensie van de Nederlandse uitgave over Theodor Herzls boek Der Judenstaat geschreven dat de positieve reacties op dit boek toentertijd van antisemitische kant kwamen. ”En tekenend is het misschien apocrieve commentaar van de Duitse keizer, die zou hebben gezegd: ‘Laat die smouzen vooral weggaan. Hoe eerder hoe beter. Ik zal ze niks in de weg leggen.´ “(10-9-2004)

Tot besluit: ik zeg NIET dat alle zionisten fascisten zijn of erger. Er zijn zeer verschillende vormen van zionisme.

Ik zeg alleen dat ook de geschiedenis van het zionisme donkere hoofdstukken bevat.

 

Literatuur: Eichmann. De definitieve biografie van David Cesarani

Zie ook hier over Nationaal-socialisme en Duitse geschiedenis

Bettina Stangenth heeft met haar recent boek “Eichmann vor Jerusalem” het Eichmann-beeld (Eichmann als een bleek bureaucraat) gecorrigeerd. In september 2012 verschijnt een verzameling van dagboeknotities van Avner Less, de verhoorsleider die Eichmann verhoorde,  verzameld door Eichmann-specialiste Bettina Stangenth.

Maria Trepp www.passagenproject.com

Adolf Eichmann en de Nederlandse nazi Willem Sassen

13 comments

Eichmann staat opnieuw in het middelpunt van de openbare aandacht, door het openbaar worden van nieuwe feiten en nieuw archiefmateriaal, en door de grote tentoonstelling in Berlijn.

Eichmann is als de gewone mens die de massavernietiging administratief heeft uitgevoerd de icoon geworden van de “banaliteit van het kwaad”. Op dit begrip van Hannah Arendt is veel kritiek geweest, zie bijvoorbeeld het artikel van Peter Giesen in de Volkskrant van 9 april.Nieuw onderzoek toont aan dat Eichmann geenszins de passieve nazi-pop was tot welke bijvoorbeeld Harry Mulisch hem in “De zaak 40/61” heeft gemaakt.

Zoals de biograaf David Cesarani beargumenteert was Eichmann aan de ene kant een gewoon mens, geen satan (die de Israëlische aanklager van hem wilde maken) en was ook tijdens grote delen van zijn carrière geen uitzonderlijk fanatieke antisemiet. Eichmann was een vooral conventionele man, een opportunist en carrièrist, die met de tijd een aantal bewuste historische keuzes heeft gemaakt die hem uiteindelijk in feite een monster lieten worden.

Toen ik het boek van Cesarani las was ik verrast door een detail in Eichmanns leven waar ik weinig van wist: Eichmanns relatie met de (half-) Nederlandse nazi en Waffen-SS man Willem Sassen. [Een SS-man die Sassen heet!]Cesarani: “Sassen was in België bij verstek voor oorlogsmisdaden veroordeeld, maar bereikte in september 1948 op een schoener, en onder de schuilnaam Jacobus Jan­sen, Argentinië, Daar paste hij naadloos in het milieu van oud- SS’ers. Hij werd re­dacteur van de nieuwsbrief Der Weg, die zich richtte op de gemeenschap van nazi­emigranten. Der Weg […] was zo extreem rechts dat zelfs Perón kon worden overgehaald de publicatie ervan te verbieden”.“Behalve als journalist verdiende Sassen ook als ghostwriter voor oud-SS’ers en hij werkte regelmatig met Eberhard Fritsche, een voormalig mede­werker van het nazistische rijksministerie van Openbare Voorlichting en Propa­ganda en een van Goebbels naaste medewerkers, die nu directeur van Durer­ Verlag was en nauw samenwerkte met Ludwig Freude. In 1955 of 956 stelde hij, met medeweten van Fritsche, Eichmann voor dat ze samen zouden werken aan een volledig verslag van de Endlosung. Het zou de ‘waarheid’ vanuit het nazi­standpunt vertellen en hun aardig wat geld opleveren. De bedoeling was Eich­manns herinneringen op band op te nemen, daarbij geholpen door hedendaagse documenten en aangevuld met expertise uit de SS-gemeenschap. De banden zou­den vervolgens worden uitgewerkt tot een authentiek verslag van de gebeurtenis­sen van iemand die daarbij een centrale rol had gespeeld.” ( p 225).Volgens Cesarani hadden  Eichmann en Sassen echter elk hun eigen bedoelingen, die in feite niet met elkaar strookten. Eichmann werd volgens Cesarani gedreven door ijdelheid en was verbolgen dat zijn eigen rol in de geschiedenis niet echt was opgemerkt.“Sassen daarentegen wilde de joodse en Israëlische aanspraken op herstelbetalingen van Duitsland ondermijnen en de verantwoor­delijkheid van de Duitsers voor de massamoord op de joden bagatelliseren. Een van zijn belangrijkste doelstellingen was het aantal slachtoffers van de genocide verlagen. Het andere was Hitler van blaam te zuiveren. Dus waar Sassen het aantal naar de vernietigingskampen gedeporteerde joden omlaag wilde brengen, wilde Eichmann maar al te graag over zijn succes opscheppen.”

“Ondanks beweringen dat Eichmann niet antisemitisch was, de joden niet per­soonlijk haatte en nogal wat joodse medewerkers had, liet hij zich op andere rno­menten kennen als een in alle opzichten onveranderde, geen berouw tonende na­zi. ‘Nee, ik heb nergens spijt van en ik ben zeker niet van plan in te binden. In de vier maanden waarin je alles weer boven hebt gehaald, waarin je hebt gepoogd mijn geheugen op te frissen, is weer een heleboel bovengekomen. Het zou voor mij te makkelijk zijn en, gezien de huidige publieke opinie, al te begrijpelijk, het spel van Saulus-wordt-Paulus te spelen. Maar je moet weten dat ik dat niet kan omdat ik in de kern van mijn wezen weiger te erkennen dat we iets verkeerds de­den. Nee, laat me je in aIle eerlijkheid zeggen dat als van de 10,3 miljoen joden over wie (de statisticus) Korherr spreekt, zoals we nu weten, als we er 10,3 miljoen had­den vermoord, dan zou ik tevreden zijn. Ik zou zeggen: “Uitstekend. We hebben een vijand uitgeroeid”. “”Alles bijeen namen Sassen en Eichmann in vijf maanden tijd niet minder dan zevenenzestig banden op. Hiervan werd een typo script van 695 pagina’s ge­maakt waaraan Eichmann nog tachtig pagina’s handgeschreven aantekeningen toevoegde.”Sassen schreef artikelen voor Der Stern en Life, die later, ondanks Eichmanns protest, als bewijsmateriaal bij het Jeruzalemproces werden gebruikt. Maar de banden zelf met de gesprekken tussen Sassen en Eichmann werden pas zo laat als bewijsmateriaal voor het proces aangedragen, dat de rechters alleen maar een heel klein gedeelte van het materiaal als bewijsmateriaal toelieten namelijk Eichmanns handgeschreven aantekeningen en kanttekeningen.

Eichmann. De definitieve biografie van David Cesarani, citaten p 225 ff.

Zie ook over Nationaal-socialisme en Duitse geschiedenis

Bettina Stangenth heeft met haar recent boek “Eichmann vor Jerusalem” het Eichmann-beeld (Eichmann als een bleek bureaucraat) gecorrigeerd. In september 2012 verschijnt een verzameling van dagboeknotities van Avner Less, de verhoorsleider die Eichmann verhoorde,  verzameld door Eichmann-specialiste Bettina Stangenth.

Carl Schmitt antisemitisme

18 comments

 

Vandaag 12-2-1010 staat een recensie in de krant over een nieuw boek over Carl Schmitt. Hans Driessen: “Carl Schmitt (1888-1985), een van Duitslands (zowel voor als na de Tweede Wereldoorlog) meest gelezen en felst omstreden politieke denkers. Hij was een genie in het haten: hij haatte het politieke en wetenschappelijke establishment, de sociale democratie zoals die gestalte kreeg in de republiek van Weimar; hij haatte communisten en socialisten, protestanten en joden. Hij was een van de scherpzinnigste critici van de liberale rechtstaat en verwelkomde, na een wel zeer korte aarzeling, Hitler en het Derde Rijk. Hij leverde er de juridische legitimatie en grondslag voor, nadat hij al vroeg in 1933 tot de NSDAP was toegetreden. Hij liet zich het eerbetoon van de nazi’s maar al te graag gevallen en aanvaardde zonder bedenking de hoogste ambten.”(de Volkskrant, 12-2-2010)

In mijn documentatie over de Edmund Burke Stichting en in een aantal blogs heb ik zeer uitvoerig aandacht besteed aan de Carl-Schmitt-receptie. De huidige recensie voegt aan mijn documentatie van Carl-Schmitt-tegenstanders nog Golo Mann toe (een overigens zeer conservatieve historicus), die over Carl Schmitt zei: “'( ) hij was een van degenen die hun intelligentie en ontwikkeling niet gebruiken om het nut te vergroten maar om schade aan te richten, een ten diepste rancuneus mens ( ), enkel belust op persoonlijk voordeel, titels en ambten.'”

Ook Reinhard Mehring, Carl Schmitt-criticus, kende ik nog niet, wiens boek
Carl Schmitt. Aufstieg und Fall“ Driessen recenseert.  “De lezer krijgt een ontluisterend beeld voorgeschoteld van de mens Schmitt. Mehring spaart zijn hoofdpersoon niet. Hij meet alle kwalijke kanten van Schmitt breed uit: zijn maniakale ressentiment, zijn bijna pathologische antisemitisme, zijn disloyaliteit, zijn meedogenloze ambitie, zijn volstrekte onvermogen tot enige zelfkritiek, laat staan tot berouw.”

Nietzsche en het anti-antisemitisme

62 comments

 

Nietzsche1882 antisemitisme

Nietzsche en het antisemitisme

Hoewel Nietzsche door sommigen als een voorloper van het nazisme wordt beschouwd bekritiseerde hij antisemitisme,  pan-Germanisme  en nationalisme. Zo brak hij met zijn uitgever in 1886 als gevolg van verzet tegen diens antisemitische standpunten, en zijn breuk met  Richard Wagner  beschreven in  Het geval Wagner  en  Nietzsche contra Wagner (beiden geschreven in 1888), had veel te maken met Wagners goedkeuring  van pan-Germanisme en antisemitisme.

In een brief  van 29 maart 1887 aan  Theodor Fritsch  bespotte Nietzsche antisemieten als  Fritsch,  Eugen Dühring , Wagner, Ebrard, Wahrmund  en de leidende voorstander van het pan-Germanisme,  Paul de Lagarde , die, samen met Wagner en  Houston Chamberlain , de belangrijkste officiële invloeden van het nazisme werden.  Deze brief aan Fritsch eindigt:

 – En tenslotte, hoe denk je dat ik me voel wanneer de naam Zarathoestra in de mond wordt genomen door anti-semieten?  …

Hoofdstuk VIII van  Voorbij goed en kwaad  getiteld “Volk en vaderland” bekritiseert pan-Germanisme en patriottisme, en bepleit in plaats daarvan de eenwording van Europa (§ 256, etc.).

In  Ecce Homo  (1888), bekritiseerde Nietzsche de “Duitse natie”, de “wil tot macht (= tot Reich)”, en keurde een verkeerde interpretatie van de Wille zur Macht  af, net zo als de opvatting van de Duitsers als een “ras”,  en de “antisemitische manier van schrijven van de geschiedenis”.

Nietzsche uitte harde kritiek op de man van zijn zuster,  Bernhard Förster en op zijn zuster zelf , en sprak afwijzend over de “antisemitische canaille”: “Nadat ik de naam van Zarathoestra in de anti-semitische correspondentie lees komt mijn verdraagzaamheid tot einde.  Ik verkeer nu in een positie van noodweer tegen de partij van jouw echtgenoot. Deze vervloekte antisemitische misvormingen zullen mijn ideaal  niet bezoedelen!” .

Georges Bataille  was een van de eersten die de opzettelijke verkeerde interpretatie van Nietzsche door de nazi’s aan de kaak stelde.  Bataille wijdde in januari 1937 een nummer van  Acéphale , getiteld “Herstelbetalingen aan Nietzsche” aan het thema “Nietzsche en de fascisten”,  Hij noemde Elisabeth Förster-Nietzsche  “Elisabeth Judas-Förster,” daarbij aan Nietzsches verklaring refererend:   “…nooit meer iemand te bezoeken die betrokken is bij dit naakte bedrog met betrekking tot rassen. 

Nietzsches aforisme 377  in het vijfde boek van  De vrolijke wetenschap  (Gepubliceerd in 1887) bekritiseert nationalisme and patriottisme en pleit ervoor goede Europeanen te zijn:

„.. wir sind der Rasse und Abkunft nach zu vielfach und gemischt, als “moderne Menschen”, und folglich wenig versucht, an jener verlogenen Rassen-Selbstbewunderung und Unzucht teilzunehmen, welche sich heute in Deutschland als Zeichen deutscher Gesinnung zur Schau trägt und die bei dem Volke des historischen “Sinns” zwiefach falsch und unanständig anmutet. Wir sind, mit einem Worte – und es soll unser Ehrenwort sein! – gute Europäer, die Erben Europas, die reichen, überhäuften, aber auch überreich verpflichteten Erben von Jahrtausenden des europäischen Geistes: als solche auch dem Christenthum entwachsen und abhold, und gerade, weil wir aus ihm gewachsen sind, weil unsre Vorfahren Christen von rücksichtsloser Rechtschaffenheit des Christentums waren, die ihrem Glauben willig Gut und Blut, Stand und Vaterland zum Opfer gebracht haben.“

http://gutenberg.spiegel.de/buch/3245/8

 

“Nietzsche was zijn gehele leven aan een vloed van antisemitische propaganda blootgesteld: van de zijde van zijn zuster en zijn zwager, Bernhard Förster, een prominent vertegenwoordiger van de Duitse antisemitische be­weging, die na een schandaal in een tram, waarbij hij joodse passagiers had mishandeld, naar Paraguay emigreerde om daar de teutoonse kolonie ‘Nueva Germania’ te stichten; van de zijde van Wagner; van zijn uitgever Schmeitzner en van lieden die hem de Antisemitische Korrespondenz toezonden. Hierin ligt onge­twijfeld mede de verklaring voor zijn voortdurende bestrijding van dit gif. “

Dit citaat komt uit het boek van Henk van Gelre, “Friedrich Nietzsche en de bronnen van de westerse beschaving” (band 1, p 108) , aanbevolen op mijn vorige blog door An van den Burg.

Nietzsche: “‘Het hele probleem van de joden bestaat alleen binnen de nationale staten, in zover hun daadkracht en grotere intelligentie, hun in een lange lijdensschool van generatie op generatie opgestapeld geestes- en wilska­pitaal, hier wel overal in een afgunst en haat opwekkende mate het overwicht moet verkrijgen, zodat de literaire onhebbelijkheid in alle naties van vandaag de overhand neemt – en wel méér naarmate deze zich weer nationaal gedragen -, om de joden als zondebok, voor alle moe­lijke openbare en innerlijke misstanden naar de slachtbank te leiden.’

Rüdiger Safranski heeft in zijn uitvoerige Nietzsche- biografie ook over het thema “Nietzsche en het antisemitisme” geschreven (p 331 ff):

Het is onbetwist­baar dat Nietzsche een anti-anti-semiet was, al is het maar omdat het antisemitisme hem in zulke gehate figuren als zijn zwager Bernhard Förster en zijn zuster voor ogen stond. Hij verachtte de Duits-nationale, volkse componenten. Hij zag in de anti-semitische beweging van de jaren tachtig de opstand van de middelmatigen, die zich onrechtmatig voor heersersnaturen uitgaven, alleen omdat ze zich Ariërs voelden.

Tegenover zulke antisemieten was Nietzsche zelfs bereid het joodse ras te verdedigen door te beweren dat het meer waard was. Zijn argument luidt: Omdat ze zich eeuwenlang tegen aanvallen hebben moeten verdedigen, zijn ze taai en geraffi­neerd geworden, ze hebben de defensieve kracht van de geest ver­sterkt en zodoende een onmisbare rijkdom in de Europese geschie­denis ingebracht. Het joodse volk, schreef Nietzsche, heeft van alle volkeren de smartelijkste geschiedenis achter de rug, en juist daarom hebben we aan dit volk de edelste mens (Christus), de zuiverste wij­ze (Spinoza), het machtigste boek en de invloedrijkste zedenwet ter wereld […]  te danken. Hij keert zich tegen de verblinding van de nationalisten die de joden als zondebokken van alle mogelij­ke publieke en private misstanden naar de slachtbank leiden.”

“In zijn aantekeningen uit de herfst van 1888 zet Nietzsche een aan­tal gedachten voor een psychologie van het antisemitisme op een rijtje. Het gaat daarbij meestal om lui, schrijft hij, die te zwak zijn om hun leven een zin te geven en die zich in panische angst bij de eerste de beste partijen aansluiten die hun tirannieke behoefte aan zin bevredigen. Ze worden bijvoorbeeld anti-semieten louter en al­leen omdat de anti-semieten het op het schaamteloze af op dat ene voor de hand liggende doel gemunt hebben – het joodse geld . Aan die waarneming knoopt Nietzsche zijn psychogram van de ordinai­re anti-semiet vast: instinctieve afgunst, ressentiment, machteloze woede als I ei d mot i e f: de aanspraak van de ‘uitverkorene’; door en door moralistische leugenachtigheid tegenover zichzelf -die per­manent de mond vol heeft van deugdzaamheid en alle andere gro­te woorden. Dit als typisch kenmerk: ze merken niet eens op wie ze daardoor als twee druppels water lijken? Een anti-semiet is een afgunstige, dat wil zeggen de meest stupide jood. “

“Toch ontwikkelde hij [Nietzsche]  in De genealogie van de moraal, in Afgodenschemering en in De antichrist een theorie vol­gens welke het religieuze jodendom een beslissende en leidingge­vende rol heeft gespeeld bij het initiëren van de slavenopstand van de moraal. “

“De door Nietzsche verachte antisemieten konden dus in ieder geval een aantal van zijn gedachten als bron van inspiratie gebrui­ken, ook al strookte het beeld van de Arische heersersnatuur dat zij ontwierpen niet met het beeld van voornaamheid dat Nietzsche als leididee voor ogen stond. Dat hebben ze bij de nationaal-socialisten op een gegeven moment ook gemerkt. Ze bleven Nietzsche welis­waar voor hun karretje spannen, maar er gingen daarnaast steeds meer stemmen op die voor de vrijdenker Nietzsche waarschuwden. Ernst Krieck, een invloedrijke nationaal-socialistische filosoof, oor­deelde ironisch: ‘Al met al was Nietzsche een tegenstander van het socialisme, een tegenstander van het nationalisme en een tegenstan­der van de rassenidee. Als je die drie geestesrichtingen buiten be­schouwing laat, had hij misschien een uitstekende nazi kunnen zijn’  “.

De pre-fascist Max Nordau, auteur van “Entartung/Ontaarding” (1892) haatte Nietzsche, die hij (terecht) als een vrijdenker en als een antinationalist beschouwde. Dus heeft Max Nordau aan Nietzsche een van zijn haat-hoofdstukken gewijd, wat achteraf bezien eigenlijk een hommage is, omdat Nietzsche hier naast andere “ontaarde” en dus “dood te slaande” geesten staat: Tolstoi, Beaudelaire, Ibsen, Zola.

Harry Mulisch behandelt de kwestie “Nietzsche en het antisemitisme” uitvoerig in zijn boek over Eichmann “De zaak 40/61” waarbij hij ook tot de conclusie komt:

“hij [Nietzsche] zou ongetwijfeld tot Hitlers felste tegenstan­ders behoord hebben”

 

Maria Trepp

 

De Olympische fakkel-estaffetteloop als een nazi-traditie

36 comments

Weinigen weten dat de eerste Olympische fakkelestafetteloop plaats vond in 1936 als onderdeel van de uitgebreide Olympia-nazi-propaganda.

Het “Derde Rijk” begreep zichzelf als een reïncarnatie van de Griekse antieke. De perfecte antieke lichamen werden gebruikt als voorbeelden in het streven naar deugd, tucht en bereidheid tot opoffering. Het gezonde lichaam was het ideaal op zowel individueel alsook op nationaal niveau: het nationale gezonde volkslichaam. Ziekte en zwakheid werden tot taboe verklaard en later tot uitroeiing veroordeeld.

De fakkelestafetteloop was een belangrijk onderdeel van de nazi-propaganda. Net als de Olympische spelen zelf was het de bedoeling van de fakkelestafette om de verbondenheid van alle volkeren met de nazi-staat te demonstreren, en andere landen van de vredevolle bedoelingen van de nationaal-socialisten te overtuigen.

De fakkelhouders werden gemaakt en gratis verstrekt door de wapenproducent Krupp….

De aankomst van de fakkel werd in verschillende Europese hoofdsteden gevierd met een breed scala aan propaganda-activiteiten, met religieus geïnspireerde “Weihestunden”. Op sommige plaatsen, in het bijzonder Tjechoslowakije, kwam het tot protesten.


Op 1 augustus 1936 kam het Olymisch vuur aan in Berlijn. Voordat de loper na het Olympiastadion liep, bediende hij eerst de “Weihestunde” in de “Lustgarten”.

20.000 Hitlerjungens en 40.000 SA-mannen namen samen met leden van het IOC deel aan een bijzondere “Weihestunde” met toespraken van o.a. Goebbels. 

De procedure van het aansteken van het vuur in het Olympiastadion tenslotte was ook helemaal vormgegeven door de versmelting van de symboliek van sport, oorlog en offer.

De vlam brandde voor het ‘Marathontor’, dat op de zege bij Marathon en de historische, zelfopofferende Marathonloop wees. (De geschiedenis vermeldt dat eerste marathon een dodelijke afloop had: na het uitbrengen van de woorden “Verheug u, wij hebben gewonnen!” viel de boodschapper dood neer.) Door het Marathontor kon men toen – en ook nu nog- de kloktoren zien, een monument voor de soldaten van de Eerste Wereldoorlog,  die in België bij Langemarck waren gevallen. In Duitsland ontstond een ware mythe rond het woord Langemar(c)k ; Hilter noemde zichzelf een “Langemarck-strijder.

Al hebben velen het toen niet willen zien: het ging niet om vrede en volkerenvriendschap bij deze Olympische spelen, het ging om propaganda, sport en militarisme, en wie toen vanuit het stadion naar de vlam van het Olympisch vuur keek, keek ook door het Marathontor naar het Langemarck monument met duidelijke symboliek.

(De foto heb ik gemaakt deze week, met de doorkijk: vlammenaltar, Marathontor, Langemarckmonument)
Literatuur: Carola Jüllig , Der Fackel-Staffel-Lauf Olympia-Berlin 1936
F. Mayr, Die Olympischen Spiele des Jahres 1936 in Berlin, Forum Archaeologiae 42/III/2007

Op naar München,’Hauptstadt der Bewegung’

30 comments
Fortuyn en hun volgers, zoals Verdonk en Wilders, wilden geen partijen meer, maar bewegingen, je kunt je bij hun rechtse bewegingen aansluiten, maar dat zijn geen partijen waar je lid van wordt. Kijk eens naar de geschiedenis van de belangrijkste rechtse “beweging” uit de geschiedenis.

Het nieuwe  NS-Dokumentationszentrum in München moet verklaren waarom juist München “Hauptstadt der Bewegung” werd.

Warum München?

Hier een voorstel voor een wandeling door München.

We beginnen onze rondwandeling aan de Geschwister Scholl Platz in München, hoofdingang van de Universiteit München.  

Er lijken flyers op de grond de liggen… 

….maar nee, het is een herinnering in steen aan de verzetsgroep  Weiße Rose


Aansluitend lopen we naar binnen om de tentoonstelling Denkstätte Weiße Rose te kijken.

 

 

We lopen dan naar de Schellingstraße, waar we naar de schietgaten uit de Tweede Wereldoorlog kijken, “Wunden der Erinnerung”

 

We lopen naar de Feldherrnhalle aan de Odeonsplatz, een belangrijk monument in de nazi-geschiedenis.
We lopen door naar het voormalig machtscentrum van de nationaalsocialisten rondom de Karolinenplatz: de resten van het “Braune Haus“, de partijcentrale van de NSDAP . We gaan naar de huidige Musikhochschule, de vroegere Führerbau.

 


We kijken naar  de Königsplatz, de grote militaire exerceerplaats waar de nazi’s boeken hebben verbrand.

 

 

Links antisemitisme

12 comments

Antisemitisme is niet alleen in rechtse kringen te vinden, maar ook in linkse/ anarchistische kringen. Antisemitisme is bovendien zelfs ook onder joden en onder zionisten te vinden.

 

Het is belangrijk om te begrijpen dat antisemitisme niet altijd biologisch-racistisch is van aard. Invloedrijke Duitse antisemieten zoals de Berlijnse dominee Adolf Stoecker en de Berlijnse historicus Heinrich von Treitschke (“Die Juden sind unser Unglück!”) hebben niet vanuit een “ras”-argumentatie geagiteerd – wat hun invloed alleen maar groter heeft gemaakt.

De jodenhaat in de 19e eeuw had veel te maken met sociale afgunst, en had veel te maken met de opwaartse sociale mobiliteit van de joden. In 1780 leefden nog 9 van 10 joden in Duitsland in armoede, maar aan het einde van de 19e eeuw behoorden veel joden tot de beter gesitueerde burgers, en hadden belangrijke posities in economie en wetenschap (Berding, Moderner Antisemitismus, p. 38) De Duitse historicus en antisemitisme-deskundige Helmut Berding, ( die ook mijn onderzoek goedkeurend heeft gelezen en me hierover heeft geschreven) schrijft, dat in Duitsland de sociaal-democraten de grootste tegenstanders waren van het antisemitisme, maar dat de communistische partij tot een opportunistisch antisemitisme werd verleid: “Tretet die Judenkapitalisten nieder, hängt sie an die Laterne, zertrampelt sie.” (p.220)

Mijn joodse oom Heinz Brandt, Auschwitz-overlevende en later DDR- gevangene, schrijft in zijn boek Ein Traum, der nicht entführbar ist (Engels: The third way) over het antisemitisme onder Stalin. Corinne de Vries heeft in de Volkskrant verslag gedaan van Stalins terreur in Birobidzjan. Jiddische scholen, synagogen, bibliotheken, theaters en media werden gesloten of vernietigd. De politieke en culturele elite verdween in de kampen of werd doodgeschoten ( 18-6-2005).
Heinz Brandt vertelt ook over het antisemitisme in het DDR-partijbureau. Men verordende een speciale behandeling voor joodse medewerkers. Men vond dat de joden uit kleinburgerlijke kringen kwamen en veel verwanten en bekenden hadden in het Westen;  dus een “Unsicherheitsfaktor” waren.

Bij communisten en partijbureau vindt men een sterke samenhang tussen bourgeoisiekritiek en antisemitisme.
De joodse filosoof Walter Benjamin zag de samenhang tussen bourgeoisiekritiek en antisemitisme ook bij Hitler. Hij zei dat het nationaal-socialisme het antisemitisme nodig had om kunstmatig een houding te creëren, die eigenlijk de houding van de onderdrukten tegenover de onderdrukkers was. Een kwaadaardige karikatuur van een echte revolutie.

De Duitse historica Dorothea Hauser heeft de samenhang tussen het denken van de terroristische RAF en de Ex-RAF-er en antisemiet Horst Mahler aangetoond.
Bovendien laat zij zien hoe manipulatief de RAF zich van „Auschwitz“ heeft bedienend: de RAF-ers zagen hun gevangenis als concentratiecamp, en spraken van Stammheim als “Endlösung”. ( Dorothea Hauser, Rechte Leute von links? Die RAF und das deutsche Volk, In: Zur Vorstellung des Terrors, Die RAF, Bd. 2, S. 136, 137.)

Geen toeval dat veel RAFers een onderkomen vonden in de DDR.

 

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief