Wetenschap Kunst Politiek

Archive for the ‘ Astronomie ’ Category

Saturnus aan de zuid-oostelijke nachthemel

2 comments

Gisteravond kon ik vanuit mijn balkon Saturnus zien en zelfs een simpel fotootje maken met Saturnus naast de ster Spica uit het sterrenbeeld Maagd.

Saturnus gaat in het oosten op en staat staat om 24.00 vrij laag aan de zuidoostelijke hemel, vandaar ook een stukje van een boom. Saturnus staat links; Spica rechts


Saturnus ( symbool -een sikkel voor de zaadgod Saturnus- zie hier links)  en Spica (alpha virginis) , de best zichtbare ster in het sterrenbeeld Maagd

 


Read more..

Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Christiaan Huygens

14 comments

Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Christiaan Huygens

Kijk naar de volle maan vannacht: er lijken er toch echt gebouwen op te staan!  (zie ook deze overtuigende blog)            

Christiaan Huygens had voor zijn populair-wetenschappelijk verhaal Cosmotheoros  (1695, uitgebreid zie hier) intelligente planetenbewoners nodig, als didactisch hulpmiddel, voor de aanschouwelijkheid en voor de perspectivische beschrijving. Huygens beweert dat de planetenbewoners astronomische waarnemingen doen zoals wij, en kan dus het zonnestelsel vanuit hun perspectief beschrijven.

 

Christiaan Huygens Cosmotheoros buitenaardse wezens aliens foto: Maria Trepp

Christiaan Huygens Cosmotheoros buitenaardse wezens aliens foto: Maria Trepp

 

Buitenaardse astronoom

Huygens is niet de eerste die het perspectief van buitenaardse wezens gebruikt om een aanschouwelijke wetenschappelijke beschrijving te geven, die het copernicaans systeem ondersteunt en uitlegt. Johannes Kepler, de ontdekker van planetaire beweging, heeft in zijn kleine wetenschapsfictie Somnium Astronomicum “(1634, postuum, download hier de Duitse Tekst van Keplers Somnium (pdf)), waarnaar Huygens in Cosmotheoros verwijst, wetenschappelijke kennis, mythologie en fantasie gecombineerd. Kepler werd hierbij geïnspireerd door de antieke auteur Lucian, en in het bijzonder door Plutarchus’ “Maangezicht“. Beide teksten, en dan vooral Plutarchus, dienden ook Huygens als klassieke bronnen.

De leer van Copernicus wordt aanschouwelijk en begrijpelijk als men bedenkt hoe het zonnestelsel voor een buitenaardse waarnemer uitziet. Kepler en Huygens hebben met hun visies en met speelse en verbazingwekkende details al geanticipeerd op de huidige ruimtemissies.

Keplers  Somnium, gepubliceerd in 1634, maar geschreven in 1609 en handschriftelijk in omloop, is het eerste literaire werk, dat – geïnspireerd door de copernicaanse wetenschap-  buitenaardse wezens in de ruimte tot thema maakt, in Keplers geval maanbewoners.

Hoewel Keplers schrift in tegenstelling tot Christiaan Huygens’ Cosmotheoros duidelijk fantastische trekken heeft,

kan men ook belangrijke parallellen tussen de teksten vaststellen. De eerste zin van Kepler, waarmee hij zijn “droom” introduceert is: “Toen in het jaar 1608 de ruzies tussen de broers Keizer Rudolph en aartshertog Matthias hun hoogtepunt bereikten, […]”

De context van oorlog en ellende verbindt Kepler en Huygens, net als de kritiek op de samenleving en de afkeer van gewapende conflicten. Huygens is altijd een optimist, die zich bijna waant in een Leibnizianische “beste van alle werelden“, en hij kan in alle euvel nog wel iets goeds vinden. Het optimisme laat hem echter bij de gedachte aan het buskruit in de steek:

Wy hebben ook het Buskruid, een stoffe, met zwavel en salpeter gemengd, en wy kennen daar van ’t verscheiden gebruik ’t welk men met regt mag twijfelen of het meer goed dan quad doet. Want door derzelver wondere kragt, en door de konstrijke wetenschap van de Vestingbouwkonst  der steden, scheen men een wisser toeverlaat, dan oulinks bekend was, tegen viandlijke aanvallen gevonden te hebben: maar teffens zien wy, dat ook het geweld der vianden is aangegroeit, en dat de Dapperheid en kragt in ’t strijden nu minder in achting komt, dan voorhenen [….] zoo dat men daarom alleen mag zeggen, dat de menschen de uitvinding van het Buskruid liever mogten ontbeert hebben.”

Buskruit en bommen schieten bijna Huygens’ niet aflatend optimisme kapot: een echte uitdaging. Voor Huygens net als voor Kepler geeft het buitenaards perspectief de gelegenheid om de aardse conflicten te relativeren, en biedt dit perspectief een kans om de zinloosheid van de oorlog aan de kaak te stellen. Huygens:

Hier uit kan men verstaan hoe groot de ruimtens van die ronde lichamen zijn, en hoe klein, ten haren opzigte, het Klootje der Aarde is, waar in wy menschen zoo veel voor hebben, zoo veel t’ scheep varen, en zoo vele oorlogen voeren. ’t Welk te wenschen was dat onze Koningen en Alleenheerschers leerden en bedagten; op dat zy mogten weten, in wat een kleine zaak zy hun zelven afslooven, als zy om een hoek lands in te nemen, tot groot verderf van velen, alle hunne kragten inspannen.”

Kepler beschrijft de maan als het land “Levania”. Hij maakt een onderscheid tussen de maanbewoners die aan degene kant van de maan wonen, die de naar de aarde wijst, en de bewoners die op de andere zijde wonen, die afgekeerd is van de aarde, en die dus de aarde nooit zien. De eerste noemt hij “Subvolvaner,” de laatste “Privolvaner”. “Volva” is bij Kepler de aarde die zich om de eigen as draait voor de ogen van de bewoners van de maan, van Latijns volvere (draaien): in tegenstelling tot de maan draait de aarde “pirouettes” om haar eigen as. 

De passage van Huygens in de Cosmotheoros over de eventuele maanbewoners en hun kijk op de aarde is zeer vergelijkbaar met degene van Kepler, maar Huygens is sceptisch over de existentie van maanbewoners;  hij vindt maanbewoners veel onwaarschijnlijker dan planetenbewoners, omdat hij, anders dan Kepler, ervan overtuigt is dat op de maan geen water is. Ook gelooft Huygens in tegenstelling tot Kepler niet in gebouwen op de maan:

 Kepler nam uit die rondheid der dalen een bewijs, dat dit overgroote gebouwen waren van de Maanlingen, die met Reden werken: dog dat is teenemaal ongeloofelijk, eensdeels om de al te groote grootheid van die gevaartens, ten anderen, om dat dergelijke ronde holtens uit natuurlijke oorzaken konnen gemaakt werden. Maar ik vind ’er niets dat na Zeen gelijkt, schoon de gemelde Kepler, en meest alle andere [Starrekenners] het  tegendeel gevoelen.”

Maar in de volgende passage – waar Huygens beschrijft dat de aarde vanuit de maan gezien altijd op dezelfde plek “hangt” – volgt Huygens Keplers beschrijving:

“De Maan-kloot is by henluiden in twee Halfronden verdeeld, zoodanig, dat, die in het eene wonen, altyd het gezigt van onze Aarde genieten; die in het ander leven, dat gezigt altyd missen: behalven dat sommige, omtrent de grenzen van beiden wonende, het zelve gezigt somwylen verliezen, somwylen wederkrijgen. Zy nu, die onze Aarde zien, zien dezelve altyd in de Lucht hangende, en veel grooter dan de Maan ons voorkomt, als byna met een viermaal grooter Middellijn. Maar dat is wonderlijk, dat zy dezelve altyd by nagt en dag in dezelve plaats van den Hemel, gelyk als onbewegelijk, zien hangen, sommige regt boven hun hoofd, sommige in een zekere hoogte van den Gezigteinder [=horizont] afstaande, andere in den Gezigteinder zelve gelegen, en ondertussen om haar As omdraaijende, vervolgens in den tijd van vier en twintig uuren vertoonende alle de gewesten die ze behelst; en derhalven ook die (het ware te wenschen dat wy ze ook mogten zien) welke aan beide de Assen [=polen] ons, Aardrijk-bewoners, nog onbekend blijven.”

De Aarde vanuit de maan

In maanbewoners en hun gebouwen wil Huygens niet echt geloven, maar dat zit anders met planetenbewoners en hun gebouwen. Volgens Huygens hebben de planetenbewoners mogelijk nog veel mooiere gebouwen dan wij. We mogen niet denken, dat de “dwaalsterrelingen” alleen in lelijke simpele hutten wonen. Nee, net als wij kunnen zij ook mooie paleizen bouwen: “Dog waarom zullen wy gelooven, dat de Dwaalstarrelingen juist hutten, en geen groote en heerlijke huizen, bouwen, als om dat wy niet konnen nalaten te denken, dat onze dingen boven alle andere schoon en volmaakt zijn?

 

 

In de Cosmotheoros  verwijst Huygens meerdere malen naar Kepler. Niet alleen naar Keplers vertelling “Somnium“, maar ook – uiteraard- naar de belangrijke wetten van Kepler,

“[,,,] de zonderlinge waarneming van Kepler, hoe dat de afstandigheden der Dwaalstarren (onder die des Aardrijks) van de Zon met de tijden der Omloopen van my gemeld, in een zekere evenredigheid overeenkomen, welke evenredigheid men daarna bevonden heeft, dat ook de Trawanten van Jupiter en Saturnus ten haren opzigte behouden.”

Maar Huygens uit zich ook zeer kritisch en uitvoerig over Keplers voorstelling van het universum en de vaste sterren. Hij protesteert tegen de mening van Kepler, dat “de zon iets speciaals zou zijn in verhouding tot alle andere sterren”. Kepler verdedigde nog steeds de bijzondere positie van de mens, van de aarde en van de zon in het universum; hij neemt dus nog niet het radicaal gedecentraliseerde standpunt van Huygens in

Een andere versie van deze tekst staat ook op mijn Duitse blog over Huygens


Read more..

Christiaan Huygens ontdekt Saturnusmaan Titan

1 comment

25 en 26 maart 1655 Christiaan Huygens ontdekt Saturnusmaan Titan

Saturnus met ring en maan Titan

Saturnus met ring en maan Titan

 

Christiaan_Huygens-painting

Christiaan_Huygens

Christiaan Huygens heeft zijn waarnemingen van Saturnus opgeschreven in zijn wereldberoemde tekst “Systema Saturnium” uit 1659. Daar verklaart hij niet alleen de verschijningsvormen van de ringen van Saturnus, maar beschrijft hij ook de “begeleider” van Saturnus die hij heeft gezien, de grootste maan van Saturnus, die later door anderen “Titan”werd genoemd. Eerder had Huygens al in een schriftje met de titel “De Saturnio Luna Observatio Novazijn waarnemingen over de begeleider van Saturnus openbaar gemaakt.

De originele tekst “Systema Saturnium” in het Latijn en een Franse vertaling plus alle afbeeldingen staan op de site van dbnl

Christiaan Huygens schrijft over de ringen en de maan van Saturnus:

“Waarnemingen aangaande Saturnus

Welnu, op 25 maart 1655 volgens de Gregoriaanse kalender, ongeveer om 8 uur ‘s avonds, zag ik Saturnus met de armen naar twee kanten volgens een

Christiaan Huygens Systema Saturnium

Christiaan Huygens Systema Saturnium

rechte lijn uitgestrekt. Op ongeveer drie boogminuten afstand naar het westen bevond zich een klein sterretje a, in een zodanige positie dat als door beide armen een rechte lijn zou worden getrokken deze het sterretje zou raken, of in elk geval op heel korte afstand onderdoor zou passeren. Naar het oosten stond een ander sterretje b, iets verder van Saturnus verwijderd, en veel lager ten opzichte van de lijn van de armen. En op dat moment vermoedde ik voor de eerste keer dat ster a Saturnus begeleidde, omdat ik hem ook andere keren in zijn nabijheid had gezien, op ongeveer dezelfde plaats.”

“De volgende dag, te weten 26 maart, bevond de ster a zich in dezelfde positie en op dezelfde afstand ten opzichte van Saturnus, maar b stond twee keer zo ver als eerst. Daaruit volgde, omdat de afstand tussen de sterretjes a en b groter was geworden, dat in elk geval een van beide een dwaalster was. En ik besloot dat dit noodzakelijk ster a moest zijn, omdat ik wist dat Saturnus in deze tijd in retrograde beweging was. Ster a had zich dus kennelijk in dezelfde richting als Saturnus bewogen, want anders had hij nu veel dichterbij moeten zijn. Er was echter geen reden om de andere, b, niet voor een vaste ster te houden. Sterker, het was logisch om hem als zodanig te beschouwen, want hij had zich in een dag zover van Saturnus verwijderd als diens beweging vereiste. En dat de zaak inderdaad niet anders was werd door de volgende waarnemingen aangetoond.

In het originele manuscript zijn veel (latere) schetsen van Saturnus en zijn begeleider te zien die Huygens heeft gemaakt, zoals deze:


Huygens legt op verschillende data zijn waarnemingen van de begeleider van Saturnus nauwkeurig vast, en in “Systema Saturium” beschrijft hij dan ook hoe hij de omloopstijd berekent:

“Toen ik de waarnemingen van de eerste paar maanden naging bevond ik dat Saturnus door zijn maan wordt omgelopen in een tijd van ongeveer zestien dagen. Want op de plaats waar deze maan op 25 maart 1655 werd gezien bleek hij zestien dagen later, dus op 10 april, te zijn teruggekeerd. Evenzo werd hij op 3 en 19 april van hetzelfde jaar op dezelfde plaats waargenomen, net als op de 13de en 29ste van die maand. Toen ik dit had vastgesteld maakte ik een cirkel die de baan van de begeleider weergaf met Saturnus in het midden, in zestien stukken verdeeld, zoals bijgevoegde figuur laat zien



Langs deze cirkel wordt de begeleider omgevoerd volgens de orde van de tekens [van de dierenriem]. Ik stelde dit niet omdat enige waarneming mij daartoe dwong, maar omdat ook onze maan en de begeleiders van Jupiter in die richting bewegen. Toen naderhand echter de hypothese waarmee de verschijnselen van de hengsels worden verklaard was bevestigd, bleek dat ik deze beweging terecht zo had bepaald.”

C.D. Andriesse schrijft in zijn ietwat sentimentele Huygens-biografie “Titan kan niet slapen” (Andriesse noemt Huygens “Titan”) over de manier waarop Huygens zijn prioriteit bewaakte: net als Galilei het eerder had gedaan, met een anagram.

“Naar sterrenkundigen in Londen en Praag zond Christiaan Huygens een anagram dat bestond uit een vers van Ovidius en de letters uuuuuuu ccc rr h n b q x. Het vers was: ‘Admovere oculis distantia sidera nostris’ (Verre sterren bewegen naar onze ogen). Wie vermoeden kon waar dit anagram over ging, wist al die letters te rangschikken tot: ‘Saturno luna sua circumducitur diebus sexdecim horis quatuor’
(Om Saturnus draait zijn maan in zestien dagen en vier uren)

Het objectief van de telescoop waarmee Huygens Titan voor het eerst heeft gezien, met het erin gegraveerde anagram,  wordt bewaard in het Utrechts Universiteits­museum.

christiaan-huygens-admovere-lens.jpg

christiaan-huygens-admovere-lens

 

Meer over Christiaan Huygens


Read more..

Venus en Jupiter naast schoorsteen Leidse lichtfabriek E-on

8 comments
Schoorsteen E-on met Venus en Jupiter foto: Maria Trepp

Schoorsteen E-on met Venus en Jupiter foto: Maria Trepp

 

Schoorsteen E-on Leiden met samenstand Venus en Jupiter

.. zo goed als het kon met mijn camera….

Amateurastronomen klagen overigens over de “lichtvervuiling”rond deze schoorsteen die maakt dat men de sterrenhemel minder goed kan zien.

Christiaan Huygens en de plaatsbepaling op zee

11 comments

Vandaag wordt in een lezersbrief in de NRC  beweerd dat Christiaan Huygens’ slingeruren de geografische breedte op zee hadden moeten bepalen.

Slingeruur Huygens/Coster Museum Boerhaave

 

Maar dat is niet zo.

Christiaan Huygens en de plaatsbepaling op zee

Het is onjuist dat bij de plaatsbepaling ter zee voor Huygens en zijn tijdgenoten het vaststellen van de geografische BREEDTE het probleem geweest zou zijn. De breedte kon men in de tijd van Huygens namelijk met de hulp van de positie van de sterren en een sextant vaststellen, maar de geografische LENGTE niet.

Aardglobe Willem Blaeu 1670 Museum Boerhaave

Hiervoor moest men de tijd nauwkeurig kunnen meten: op het moment dat de zon de hoogste stand heeft bereikt stelt men vast hoe laat het is op een klok  die de tijd laat zien van de haven van waaruit  men is vertrokken. Uit het tijdsverschil kan men de lengte berekenen: één uur tijdsverschil staat voor 15 graad verschil in lengte (360 graad = 24 uur) .

Christiaan Huygens deed veel pogingen om de tijd op zee te laten meten met behulp van verschillende modellen van slingerklokken, en ook met klokken met een spiraalveer in plaats van een pendel.

Huygens uurwerk met spiraalveer, Museum Boerhaave

Het lukte meestal niet, vanwege het slingeren van het schip en/of de temperatuurschommeling.

Pas in 1761 heeft John Harrison een chronometer geconstrueerd, waarmee de aardrijkskundige lengte nauwkeurig bepaald kon worden en ontving hij de beloning van 20.000 pond die het Engelse parlement had belooft aan diegene die als eerste een betrouwbare methode zou vinden om de tijd te meten.

 

———Jeugdboek over Christiaan Huygens: Zoektocht naar een zeeklok————-

 Zie ook Christiaan Huygens’ originele tekst K O R T   O N D E R W Y S Aengaende het gebruyck  Der H O R O L O G I E N Tot het vinden der Lenghten van Oost en West

 

Op 24 december 2011 werd een versie van deze tekst geplaatst in de wetenschapsbijlage van de  NRC als ingezonden brief.

——————————————————————————————-

 

Christiaan Huygens in Dutch English and German http://www.passagenproject.com/blog16

Christiaan Huygens http://www.passagenproject.com/blog

 

www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

Maansverduistering boven Leiden

10 comments

16.40

met vogelwolk!

 

met Zeilpoort

 

Uitleg over de huidige maansverduistering met animatie

http://www.astronomie.nl/nieuws/2352/maansverduistering_op_zaterdag_10_december.html


 

“Google Earth” voor Mars, gratis download!

no comment

“Imagine zooming in over the surface of Mars, sweeping over sand dunes and circling around the rims of craters – all from your home desktop.

With HiView, the image-viewing tool recently released by the High Resolution Imaging Science Experiment, or HiRISE, team at the University of Arizona’s Lunar and Planetary Lab, you can do just that. “

Info:

http://www.physorg.com/news/2011-12-google-earth-mars-explore-red.html

Download: http://hirise.lpl.arizona.edu/hiview/

Kijk ook vooral naar de “Syrtis major”

Christiaan Huygens heeft als eerste een oppervlaktedetail van een andere planeet beschreven, de Syrtis Major op Mars.

 

 

In zijn Systema Saturnium (1659) heeft hij geschreven en getekend:

 

“Ook in Mars heb ik in 1656 een enkele zone […] waargenomen, zeer breed, die het middelste deel van de schijf verduisterde, zoals de bijgaande afbeelding laat zien.”

Seizoenen op Kepler-22b

no comment

Het leven op Aarde is sterk afhankelijk van het bestaan van seizoenen. Ik heb nog niets kunnen vinden over de ashelling van Kepler-22-b, al lijkt het erop dat deze “tweelingsaarde” mogelijk ook seizoenen kent.


 

De seizoenen op Aarde komen tot stand door het feit dat de Aardas scheef staat:

De Aarde beweegt rond de Zon op een baanvlak dat ecliptica wordt genoemd. De as van de Aarde staat scheef op dit vlak (met een hellingshoek tussen equator en omloopvlak van 23,45°).

De gekantelde as blijft in een evenwijdige stand, terwijl de Aarde zich om de zon beweegt.

Licht van de zon op de aarde in de seizoenen

Christiaan Huygens bespreekt in zijn Cosmotheoros (zijn laatste boek van 1698 waar hij uitgebreid het leven op andere planeten beschrijft)  ook de seizoenen op de andere planeten.

Eerst Merkurius. Deze planeet staat dicht bij de zon en is erg moeilijk te observeren. Huygens wist niet of er jaargetijden op Merkurius waren, dus of de as van Merkurius scheef staat- maar naar wat we nu weten heeft Merkurius geen ashelling en geen seizoenen. Over de jaargetijden van Venus zegt Huygens niets. We weten nu dat deze planeet bijna geen ashelling heeft. Op Mars is er volgens Huygens geen verschil tussen winter en zomer omdat Mars volgens Huygens niet “scheef” staat- maar dit klopt niet, Mars is ongeveer net zo gekanteld als de Aarde. Maar wél klopt het wat Huygens over Jupiter schrijft: deze planeet heeft volgens hem geen jaargetijden, en inderdaad, Jupiter heeft bijna geen askanteling; de rotatie-as staat bijna loodrecht op het omloopvlak.

En Saturnus dan,  Huygens’ lievelingsplaneet:

Daar zijn de verschillen tussen zomer en winter nog groter dan op de Aarde, omdat de as van Saturnus sterker gekanteld is dan die van de Aarde. Huygens, die overtuigd is van de existentie van “Saturnusborgers” maakt zich toch een beetje zorgen of de polen van Saturnus vanwege de kou wel bewoonbaar kunnen zijn…


Deze tekst staat ook op mijn Duits blog en op mijn Engelse blog

Maria Trepp www.passagenproject.com

Onze tweelingen op tweelingplaneet Kepler-22b (satire)

2 comments

Johannes Kepler en Christiaan Huygens schreven allebei –half schertsend, half serieus- over eventuele astronomen op andere planeten. Huygens onderstreepte in zijn Cosmotheoros dat wij mensen nooit mogen veronderstellen dat de planetenbewoners minder kunnen of minder ontwikkeld zijn dan wij, dus zullen ze ook wel de astronomie bedrijven.

Astronoom op Kepler 22-b buitenaardse astronoom foto: Maria Trepp

Astronoom op Kepler 22-b buitenaardse astronoom foto: Maria Trepp

Dus, de astronomen op onze tweelingplaneet Kepler-22b, wat zien zij, als zij, net als wij,  nu op dit moment hun tweeling planeet hebben ontdekt? Laat ons aannemen dat zij betere telescopen hebben dan wij, en heel goed kunnen inzoomen op de Aarde.

Kepler-22b is 600 lichtjaren van de Aarde verwijderd.

Ze zien de Aarde aan het begin van de 15e eeuw.

Ze zien de ontdekkingsreizigers varen over de zeeën.

Dat zal hun hart sneller laten kloppen, want vast kennen onze tweelingen dat ook: ontdekkingsreizen, schipvaart.

Christiaan Huygens in zijn Cosmotheoros:

“Voorts indien het oppervlak van hun kloot bij henluiden [=planetenbewoners] zo verdeeld is, dat een gedeelte van ’t zelve in land, een gedeelte in zee bestaat, […] hebben wij zeer grote reden om te denken, dat zij ook t’ scheep varen: anderzins zouden wij zoo groot en zo nut een zaak niet zonder laatdunkendheid onzen Aardkloot alleen toeschrijven.”

 

Dit blog staat ook op mijn Duitse webblog over Huygens:

Unsere Zwillinge auf dem Zwillingplaneten Kepler-22b

en op mijn Engelse blog

Our twins on twin planet Kepler-22b


Brandpunt en Paul Davies over buitenaards leven

16 comments

Brandpunt had gisteren een item over het SETI-institituut ( “Search for Extraterrestrial Intelligence”) in California en de zoektocht naar buitenaards leven.

SETI?? Dat was toch opgeheven dacht ik?

SETI is al jarenlang op zoek naar buitenaards leven, maar moest in april wegens financiële problemen noodgedwongen de deuren sluiten. Maar ik zie nu dat het instituut de zoektocht kan voortzetten door donaties onder meer van Jodie Foster.

Kosmoloog Paul Davies, een medewerker van het SETI heeft een boekje geschreven over de vergeefse speurtocht van het SETI-institituut:

The eerie silence/ Are we alone in the universe? (2010)

Davies bekritiseert het SETI  vanwege de antropocentrische en naïeve werkwijze van het instituut. Hij beargumenteert dat buitenaards leven, als het al bestaat, een vorm kan hebben die wij ons niet kunnen voorstellen.

Maar omdat wij nog helemaal niet weten hoe leven ontstaat en ook niet hoe waarschijnlijk het is dat het leven überhaupt ontstaat kunnen we helemaal niets zeggen over de waarschijnlijkheid van buitenaards leven.

In het hoofdstuk A brief history of aliens komt ook Christiaan Huygens en zijn Cosmotheoros langs, zie ook mijn blogs over aliens bij Huygens
Christiaan Huygens en Immanuel Kant over Hermapolieten/Mercuriusbewoners
Christiaan Huygens: ironie over de Nieuwe Aarde

Een filosofisch en artistiek interessante en uitermate hilarische vraag – die ook bij Brandpunt wordt aangeraakt-  is : wat zouden wij aardbewoners willen mededelen aan de eventueel gevonden extraterrestrials, en in welke taal, op welke wijze?

Pioneer Gouden Plaat

Davies is van mening dat de beste taal voor communicatie met aliens de wiskunde zou zijn.

Wiskunde als de taal van het universum. Ook Galilei en Huygens waren al ervan overtuigd, dat het universum geschreven is in de taal van de wiskunde. De wiskunde was voor Huygens en voor zijn vriend Leibniz al belangrijker dan God, omdat God volgens hen niet zonder de wiskunde kon.
Tweet

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief