Wetenschap Kunst Politiek

Archive for the ‘ Astronomie ’ Category

Buitenaards leven: Gesprekken over de vele werelden

no comment

Vroege voorstellingen van  buitenaards leven:Bernard le Bovier de Fontenelle (1657 – 1757).

Christiaan Huygens noemt zijn gedachten over buitenaards leven al in de openingszin van de “Cosmotheoros”, zijn laatste tekst, die geschreven is in de vorm van een brief aan zijn broer Constantijn jr:

“Het kan nauwelijks anders wezen, zeer waarde Broeder, of iemand, die met Copernicus oordeelt, dat het Aardrijk, ’t welk wij bewonen, een van de Dwaalstarren  is, die rondom de Zon draaien, en van de zelve haar licht krijgen, moet somtijds denken, dat het niet onredelijk is te stellen, dat alle de andere Kloten, zo wel als de onze, hare sieraden, en misschien ook hare bewoners, hebben [….] .

Op de eerste pagina’s van “Cosmotheoros” geeft Huygens ook een beknopt overzicht over de auteurs die vóór hem al serieus of ironisch over buitenaards leven hadden geschreven. Hij noemt Nicolaas van Cusa (Cusanus), Giordano Bruno , Johannes Kepler en ook Bernard le Bovier de Fontenelle, en diens boek “Gesprekken over de vele werelden” (download hier de Engelse versie).

 

Bernard le Bovier de Fontenelle genoemd bij Christiaan Huygens buitenaardse wezens

Bernard le Bovier de Fontenelle”Gesprekken over de vele werelden”

Wikipedia: “In 1686 kwam zijn Entretiens sur la pluralité des mondes (Gesprekken over de vele werelden) uit, een reeks van fictieve dialogen, waarin hij vernuftig en galant, een goed opgeleide man laat optreden, die gedurende zes avonden, een geïnteresseerde markiezin en haar dochter (en met hen een overwegend een vrouwelijk publiek op het oog hebben) tijdens nachtelijke wandelingen in het park uitleg geeft over de wonderen van de sterrekunde, op basis van Nicolaus Copernicus, Galileo Galilei, Johannes Kepler en Rene Descartes. Het boek was een groot succes en werd in 1804 in het Nederlands vertaald als Redenvoering (by wyze van gesprekken,) over verscheide waerelden in ’t geheel-all; op nieuw uit het Fransch vertaald.”

Christiaan Huygens en Fontenelle waren beiden leden van de Franse wetenschapsacademie.

 

Academie_des_Sciences_wetenschapsacademie parijs Christiaan Huygens

Academie des Sciences

Cosmotheoros en Entretiens overlappen hier en daar, ook al omdat Fontenelle veel gebruik maakte van Huygens’ eerdere publicaties. Maar anders dan Huygens gaat Fontenelle uit van de superieure positie van de aarde, die volgens hem het ideale afstand van de zon heeft en dus de meest intelligente en bijzondere bewoners. Huygens wil daar niets van weten, hij ziet er geen reden waarom de mens meer bijzonder zou zijn dan andere planetenbewoners.

www.passagenproject.com

Johannes Kepler over buitenaards leven

3 comments

Vroege voorstellingen van  buitenaards leven: Johannes Kepler

Christiaan Huygens noemt zijn gedachten over buitenaards leven al in de openingszin van de “Cosmotheoros”, zijn laatste tekst, die geschreven is in de vorm van een brief aan zijn broer Constantijn jr:

“Het kan nauwelijks anders wezen, zeer waarde Broeder, of iemand, die met Copernicus oordeelt, dat het Aardrijk, ’t welk wij bewonen, een van de Dwaalstarren  is, die rondom de Zon draaien, en van de zelve haar licht krijgen, moet somtijds denken, dat het niet onredelijk is te stellen, dat alle de andere Kloten, zo wel als de onze, hare sieraden, en misschien ook hare bewoners, hebben [….] .

Op de eerste pagina’s van “Cosmotheoros” geeft Huygens ook een beknopt overzicht over de auteurs die vóór hem al serieus of ironisch over buitenaards leven hadden geschreven. Hij noemt Nicolaas van Cusa (Cusanus), Giordano Bruno und Johannes Kepler, die ook in ander verband veel terug komt in Huygens'”Cosmotheoros”. 

Christiaan Huygens had zich bij het schrijven van zijn wetenschapsfictie “Cosmotheoros” georiënteerd aan een wetenschappelijk-fantastisch verhaal van Johannes Kepler , “Somnium (de droom)  (details over dit verhaal en Keplers reptielachtige maanwezens zie Wikipedia  en download hier de Duitse Tekst van Keplers Somnium (pdf) . Ondanks veel verschillen tussen Cosmotheoros en Somnium zijn heel wat overlappingen te vinden. Beide verhalen “verkopen” het Copernicaanse systeem aan een breed publiek, met wetenschappelijke én imaginaire middelen. Beide boekjes  gebruiken een sterk pedagogische kneep om het zonnesysteem aanschouwelijk te maken:  zij plaatsen bewoners op planeten of maanden en beschrijven in detail wat men vanuit een andere planeet, of vanuit onze maan kan waarnemen.

Zowel Kepler alsook Huygens beschrijven hoe de aarde (bij Kepler “Volva” genoemd) vanuit de maan uitziet. Maar Kepler neemt aan, dat op de maan water vloeit, en er ook fantastische levende wezens rondspoken; de maankraters ziet hij als bouwwerken. Huygens gelooft niet in water op de maan en is sceptisch tegenover de gedachte van maanbewoners.

Kepler schrijft uitvoeriger over het perspectief “de aarde gezien vanuit de maan” dan Huygens, en hij geeft anders dan Huygens ook ruimte aan een schildering, wat de maanbewoners bij een maansverduistering zien: een partiële zonsverduistering.

Partiële zonsverduistering in Leiden januari 2011  fot maria Trepp

Partiële zonsverduistering foto Maria Trepp

Hier de passage uit Huygens’ “Cosmotheoros” van 1698 over wat eventuele maanbewoners vanuit de maan van de aarde zien. Huygens begint uit te leggen dat de bewoners aan de “achterkant” van de maan de aarde nooit zien, aan de “voorkant”deze altijd zien. Net als Kepler beschrijft hij ook dat de maanlingen de aarde in schijngestalten zien, en dat de aarde voor hun ogen rond draait, waarbij zij meer van de aarde kunnen zien dan mensen zelf konden zien ten tijde van Huygens.

aarde vanuit de maan Johannes kepler, christiaan Huygens

Aarde vanuit de maan gezien

“De Maan-kloot is bij hen [=eventuele maanbewoners, M.T.] in twee Halfronden verdeeld, zoodanig, dat, die in het ene wonen, altijd het gezicht van onze Aarde genieten; die in het ander leven, dat gezicht altijd missen: behalve dat sommige, omtrent de grenzen van beiden wonende, het zelve gezicht soms verliezen, soms wederkrijgen. Zij nu, die onze Aarde zien, zien dezelve altijd in de Lucht hangende, en veel gooter dan de Maan ons voor komt, als bijna met een viermaal groter Middellijn. Maar dat is wonderlijk, dat zy dezelve altijd by nacht en dag in dezelve plaats van den Hemel, gelijk als onbeweglijk, zien hangen, sommige recht boven hun hoofd, sommige in een zekere hoogte van den Gezichteinder [horizon] afstaande, andere in den Gezichteinder zelve gelegen, en ondertussen om haar As omdraijende, vervolgens in den tijd van vier en twintig uuren vertonende alle de gewesten die ze behelst; en derhalve ook die (het ware te wensen dat wij ze ook mochten zien) welke aan beide de Assen ons, Aardrijk-bewoners, nog onbekend blijven. Daarenboven zien zy haar ook in ligt aangroeiende, en in den maandelijken omloop verminderd; en aldus bij beurten vol, half, en tot hoornen verkleind, met dezelve verandering van gedantens, die de Maan-kloot aan ons vertoont.”

aarde vanuit de maan Johannes kepler, christiaan Huygens

aarde vanuit de maan

 

Halve aarde, zie tekst

 

Christiaan Huygens en Nicolaas Copernicus

7 comments

Christiaan Huygens en Nicolaas Copernicus

Christiaan Huygens noemt Copernicus al in de openingszin van zijn “Cosmotheoros”, zijn laatste tekst, die geschreven is in de vorm van een brief aan zijn broer Constantijn jr:

“Het kan nauwelijks anders wezen, zeer waarde Broeder, of iemand, die met Copernicus oordeelt, dat het Aardrijk, ’t welk wij bewonen, een van de Dwaalstarren  is, die rondom de Zon draaien, en van de zelve haar licht krijgen […] “

Nicolaas Copernicus 1560

Nicolaas Copernicus 1560

Hypothesis_Copernicana Nikolaus_Kopernikus Nicolaas Copernicus 1560

Hypothesis_Copernicana Nicolaas Copernicus

 

Christiaan Huygens’ laatste tekst “Cosmotheoros” (1698) was een populairwetenschappelijk schrift dat tot doel had het copernicaanse systeem begrijpelijk en aanschouwelijk te maken en te verdedigen.

De verdediging van het copernicaanse systeem was aan het einde van de 17e eeuw zeker nog nodig.

Hoewel Galilei al overtuigd was dat zijn astronomische waarnemingen het heliocentrische wereldbeeld van Copernicus ondersteunden,was er in de 17e eeuw nog geen dwingend bewijs voor de Copernicaanse visie op de wereld: alle waarnemingen, zoals als de manen rond Jupiter en Saturnus of de Venus-fasen waren ook met het geocentrische model van Tycho Brahe compatibel, waarin de zon en de maan om de aarde draaien, en de andere planeten rond de zon.

Het was pas James Bradley die in 1729 de beweging van de aarde ten opzichte van de sterren kon aantonen, en daarmee het geocentrische model definitief kon weerleggen.

De katholieke Kerk hing in de tijd van Huygens nog het model van Tycho Brahe aan.

Model Tycho Brahe Christiaan Huygens Cosmotheoros

Model Tycho Brahe Christiaan Huygens Cosmotheoros

Model van Tycho Brahe waarin de zon en de maan om de aarde draaien, en de andere planeten rond de zon

Het model van Nicolaas Copernicus was verboden sinds 1616; dit verbod werd pas in 1822 opgeheven.

Huygens zelf ontmoette met zijn Systema Saturnium (1659) weerstand bij de inquisitie.

Toen Huygens in 1659 zijn waarnemingen aan Saturnus, de nieuwe maan Titan en het ring-systeem, in Systema Saturnium publiceerde, raakte hij in de problemen met de katholieke kerk, en werden zijn bevindingen beoordeeld als ketters, omdat deze het stelsel van Copernicus ondersteunden.

De jezuïet Honoré Fabri en de instrumentmaker Eustachio Divini publiceerden een weerlegging van de waarnemingen en theorieën van Huygens, waarop deze met een verdedigingsschrift kwam.

Uiteindelijk kwam een evaluatiecommissie onder leiding van Giovanni Alfonso Borelli tot de conclusie dat Huygens gelijk had.

Namens de commissie werd een schaalmodel van Saturnus en zijn ring gebouwd, en dit werd dan vanuit de verte met een telescoop bekeken, waarbij men precies de waargenomen verschijningen van Saturnus vond.

Saturnus ringen model Christiaan Huygens Borelli

Saturnus ringen model Christiaan Huygens Borelli

 

In verband met de Huygenstentoonstelling 2013 plaats ik hier elke dag een (nieuw of hernieuwd oud) Christiaan-Huygens-Blog.

 

www.passagenproject.com

Christiaan Huygens ontdekt Saturnusmaan Titan

1 comment

25 en 26 maart 1655 Christiaan Huygens ontdekt Saturnusmaan Titan

Saturnus met ring en maan Titan

Saturnus met ring en maan Titan

 

Christiaan_Huygens-painting

Christiaan_Huygens

Christiaan Huygens heeft zijn waarnemingen van Saturnus opgeschreven in zijn wereldberoemde tekst “Systema Saturnium” uit 1659. Daar verklaart hij niet alleen de verschijningsvormen van de ringen van Saturnus, maar beschrijft hij ook de “begeleider” van Saturnus die hij heeft gezien, de grootste maan van Saturnus, die later door anderen “Titan” werd genoemd. Eerder had Huygens al in een schriftje met de titel “De Saturnio Luna Observatio Novazijn waarnemingen over de begeleider van Saturnus openbaar gemaakt.

De originele tekst “Systema Saturnium” in het Latijn en een Franse vertaling plus alle afbeeldingen staan op de site van dbnl

Christiaan Huygens schrijft over de ringen en de maan van Saturnus:

“Waarnemingen aangaande Saturnus

Welnu, op 25 maart 1655 volgens de Gregoriaanse kalender, ongeveer om 8 uur ’s avonds, zag ik Saturnus met de armen naar twee kanten volgens een

Christiaan Huygens Systema Saturnium

Christiaan Huygens Systema Saturnium

rechte lijn uitgestrekt. Op ongeveer drie boogminuten afstand naar het westen bevond zich een klein sterretje a, in een zodanige positie dat als door beide armen een rechte lijn zou worden getrokken deze het sterretje zou raken, of in elk geval op heel korte afstand onderdoor zou passeren. Naar het oosten stond een ander sterretje b, iets verder van Saturnus verwijderd, en veel lager ten opzichte van de lijn van de armen. En op dat moment vermoedde ik voor de eerste keer dat ster a Saturnus begeleidde, omdat ik hem ook andere keren in zijn nabijheid had gezien, op ongeveer dezelfde plaats.”

“De volgende dag, te weten 26 maart, bevond de ster a zich in dezelfde positie en op dezelfde afstand ten opzichte van Saturnus, maar b stond twee keer zo ver als eerst. Daaruit volgde, omdat de afstand tussen de sterretjes a en b groter was geworden, dat in elk geval een van beide een dwaalster was. En ik besloot dat dit noodzakelijk ster a moest zijn, omdat ik wist dat Saturnus in deze tijd in retrograde beweging was. Ster a had zich dus kennelijk in dezelfde richting als Saturnus bewogen, want anders had hij nu veel dichterbij moeten zijn. Er was echter geen reden om de andere, b, niet voor een vaste ster te houden. Sterker, het was logisch om hem als zodanig te beschouwen, want hij had zich in een dag zover van Saturnus verwijderd als diens beweging vereiste. En dat de zaak inderdaad niet anders was werd door de volgende waarnemingen aangetoond.

In het originele manuscript zijn veel (latere) schetsen van Saturnus en zijn begeleider te zien die Huygens heeft gemaakt, zoals deze:


Huygens legt op verschillende data zijn waarnemingen van de begeleider van Saturnus nauwkeurig vast, en in “Systema Saturium” beschrijft hij dan ook hoe hij de omloopstijd berekent:

“Toen ik de waarnemingen van de eerste paar maanden naging bevond ik dat Saturnus door zijn maan wordt omgelopen in een tijd van ongeveer zestien dagen. Want op de plaats waar deze maan op 25 maart 1655 werd gezien bleek hij zestien dagen later, dus op 10 april, te zijn teruggekeerd. Evenzo werd hij op 3 en 19 april van hetzelfde jaar op dezelfde plaats waargenomen, net als op de 13de en 29ste van die maand. Toen ik dit had vastgesteld maakte ik een cirkel die de baan van de begeleider weergaf met Saturnus in het midden, in zestien stukken verdeeld, zoals bijgevoegde figuur laat zien



Langs deze cirkel wordt de begeleider omgevoerd volgens de orde van de tekens [van de dierenriem]. Ik stelde dit niet omdat enige waarneming mij daartoe dwong, maar omdat ook onze maan en de begeleiders van Jupiter in die richting bewegen. Toen naderhand echter de hypothese waarmee de verschijnselen van de hengsels worden verklaard was bevestigd, bleek dat ik deze beweging terecht zo had bepaald.”

C.D. Andriesse schrijft in zijn ietwat sentimentele Huygens-biografie “Titan kan niet slapen” (Andriesse noemt Huygens “Titan”) over de manier waarop Huygens zijn prioriteit bewaakte: net als Galilei het eerder had gedaan, met een anagram.

“Naar sterrenkundigen in Londen en Praag zond Christiaan Huygens een anagram dat bestond uit een vers van Ovidius en de letters uuuuuuu ccc rr h n b q x. Het vers was: ‘Admovere oculis distantia sidera nostris’ (Verre sterren bewegen naar onze ogen). Wie vermoeden kon waar dit anagram over ging, wist al die letters te rangschikken tot: ‘Saturno luna sua circumducitur diebus sexdecim horis quatuor’
(Om Saturnus draait zijn maan in zestien dagen en vier uren)

Het objectief van de telescoop waarmee Huygens Titan voor het eerst heeft gezien, met het erin gegraveerde anagram, wordt bewaard in het Utrechts Universiteits­museum.

christiaan-huygens-admovere-lens.jpg

christiaan-huygens-admovere-lens

 

 

In verband met de Huygenstentoonstelling 2013 plaats ik hier elke dag een (nieuw of hernieuwd oud) Christiaan-Huygens-Blog.

www.passagenproject.com


Read more..

Christiaan Huygens en zijn broer Constantijn Huygens jr.

3 comments

Christiaan Huygens: `Cosmotheoros`, een lange brief aan zijn broer Constantijn Huygens jr.

De laatste tekst die Christiaan Huygens (1629 – 1695) schreef, het filosofisch schrift “Cosmotheoros” of “Wereldbeschouwer” (1698, postuum gepubliceerd), heeft de vorm van een brief aan zijn oudere broer Constantijn jr. ,  geboren 1628 – een jaar voor Christiaan -, en gestorven 1697, twee jaar na Christiaan.

Titelpagina Cosmotheoros


De titelpagina van de “Cosmotheoros” vermeldt de geadresseerde broer Constantijn als secretaris van

William_III_Landing_at_Brixham

William_III_Landing_at_Brixham

stadhouder-koning Willem III. Toen Willem III van Oranje koning van Engeland werd (1688), werd Constantijn jr. aangesteld als zijn secretaris.

In de Cosmotheoros-brief klaagt Christiaan Huygens dan ook over de lange afwezigheid van Constantijn in Engeland, en betreurt deze afwezigheid, omdat de broers -die verbonden waren door een hechte vriendschap en wetenschappelijke samenwerking – dan niet verder konden werken aan hun telescopen en niet samen naar de sterren konden kijken.

Christiaan Huygens

Christiaan Huygens

 

Constantijn Huygens jr., oudere broer van Christiaan

Constantijn Huygens jr., oudere broer van Christiaan

Christiaan (links) en Constantijn Huygens jr

 

 

 

 

 


Christiaan Huygens schrijft een lange brief, om zijn broer te verheugen met een tekst over “buitenaardse” dingen, maar het is duidelijk – en Christiaan schrijft het ook zelf- dat de tekst ook voor andere geïnteresseerden is bedoeld. De tekst hoort thuis in een hele reeks van 17e-eeuwse populairwetenschappelijke publicaties die het Copernicaanse systeem wilden ondersteunen.

Christiaan herinnert zijn broer in deze openbare brief aan het gemeenschappelijk vervaardigen van lenzen en van telescopen, en aan het plezier dat de broers daarmee hadden. Hij herinnert zijn broer ook aan de  steeds langere telescopen die de beiden samen hadden gebouwd.

De broers maakten telescoopobjectieven met steeds grotere diameter en brandpuntsafstand. Omdat deze zeer lange telescopen onder hun eigen gewicht verbogen leidde dat tot hun uitvinding van de buisloze telescoop: het objectief was op een paal gemonteerd; het oculair was op een statief geplaatst.

buisloze telescoop Christiaan Huygens Constantijn Huygens

Buisloos telescoop Christiaan Huygens Constantijn Huygens

Wikipedia:

“Constantijn presenteerde in 1690 een objectief met een diameter van 190mm, en een brandpuntsafstand van 37,5 m aan de Royal Society[4], die nog steeds zijn handtekening draagt. De Royal Society heeft ook twee andere zeer lange brandpuntsafstand telescoopobjectieven verworven in 1725, beide gemaakt door Constantijn.”

Van de site van het Museum Boerhaave kan een publicatie worden gedownload “Een vernunftig geleerde”, over de technische vondsten van Christiaan en Constantijn Huygens.

Uit het hoofdstuk over “Kijkers”:

“Sterrenkijkers zouden Christiaan Huygens gedurende zijn hele leven fascineren. Per slot van rekening was zijn faam te danken aan de ontdekking van de helderste

maan en de ring van Saturnus. Die had hij waargenomen met kijkers waarvan hij de lenzen samen met zijn broer Constantijn had geslepen.”

“Naarmate beide broers de lenzenslijpkunst beter onder de knie kregen, werden hun kijkers steeds langer. Een kijker van 23 voet volgde in het najaar van 1655 en nog langere zouden in de daaropvolgende jaren gemaakt worden. Vooral tussen 1683 en 1687 slepen zij veel lenzen voor kijkers met grote brandpuntafstanden, tot wel 210 voet toe.

In eerste instantie ontwikkelden de gebroeders Huygens steeds langere kijkers om grotere hoekvergrotingen mogelijk te maken, maar zij probeerden tegelijkertijd ook de hinderlijke kleurschifting (chromatische aberratie) in hun lenzen te beperken.”

 

Christiaan Huygens bezocht in 1689 zijn broer in Engeland. De dagboeken van de broers uit deze tijd zijn bewaard gebleven, en gedeeltelijk te lezen in de Christiaan Huygens – biografie van C.D. Andriesse.

Literatuur

Keesing, Elisabeth, Constantijn en Christiaan: verhaal van een vriendschap. Amsterdam 1983

In verband met de Huygenstentoonstelling 2013 plaats ik hier elke dag een (nieuw of hernieuwd oud) Christiaan-Huygens-Blog.

 

www.passagenproject.com

Saturnus en zijn ringen van ijsbrokken

1 comment

Saturnus en zijn ringen van ijsbrokken

Christiaan Huygens heeft als eerste beschreven dat de merkwaardige gestalte van Saturnus, die met telescopen werd waargenomen, moest worden toegeschreven aan een ring. De waarnemingen van Galilei en anderen leken erop dat Saturnus aanhangsels had, maar Huygens kon aantonen dat de ring Saturnus niet raakt, al lijkt het uit het perspectief vanuit aarde dat de ringen aan Saturnus als hengels of armen vast zitten. (Zie Christiaan Huygens en de ringen van Saturnus)

Christiaan Huygens Saturnus ringen

Christiaan Huygens Saturnus ringen


Christiaan Huygens over de ringen van Saturnus

Huygens had gelijk, en omdat hij zelf ook de toekomstige verschijningen van Saturnus met of zonder armen kon voorspellen, afhankelijk van de positie van aarde en Saturnus ten opzichte van elkaar, gaven de meeste echte kenners hem ook gelijk.

Toch was er nog een controverse over de natuur van de ring. Huygens hield stug vol, dat de ring een schijf was van een bepaalde dikte. Dat schreef hij 1659 in Systema Saturnium, en schreef hij kort voor zijn dood 1695 nog eens in Cosmotheoros.

Vincent Icke schrijft in zijn boekje “De ruimte van Christiaan Huygens” (2009):

“Wij weten nu dat de ring geen vast lichaam kan zijn en eigenlijk had Huygens dat ook kunnen weten. Een van de regels van baanbewegingen, die ook hij kende, is de Derde Wet van Kepler: de omloopstijd rondom de Zon of een planeet neemt naar buiten toe af. De binnenkant van de ring zou dus veel sneller moeten draaien dan de buitenkant, waardoor zo’n groot lichaam uiteen gescheurd zou worden. Kleinere objecten kunnen die kracht wel weerstaan, maar ook dan is er iets van te merken: de getijden.

De ringen van Saturnus zijn een flinterdunne wolk ijsgruis, zo plat dat een schaalmodel ter grootte van een bierviltje honderd maal zo dun zou zijn als een vel papier.” (p.68)

Al in de tijd van Huygens hebben een aantal mensen geopperd dat de ring uit vele kleine objecten zou kunnen bestaan zoals “sterren van ijs” . Maar Huygens geloofde daar niet in.

Christiaan Huygens en Saturnus ringen van ijs

Christiaan Huygens en Saturnus ringen van ijs

Christiaan Huygens en Saturnus ringen van ijs

Christiaan Huygens en Saturnus ringen van ijs

Artistieke impressies van het binnenste van de ijsringen van Saturnus

 

Deze tekst staat ook op mijn Duitse blog over Huygens

Der Saturn und seine Ringe aus Eisbrocken

Video Saturnus en zijn ringen

In verband met de Huygenstentoonstelling plaats ik hier elke dag een (nieuw of oud) Christiaan-Huygens-Blog.

Meer over Christiaan Huygens

www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

Christiaan Huygens en de ringen van Saturnus

2 comments
Saturnus Christiaan Huygens

Saturnus en Christiaan Huygens (foto ESO)

Christiaan Huygens en de ringen van Saturnus

Christiaan Huygens heeft de ring(en) van Saturnus niet ontdekt, maar deze als eerste correct beschreven.

Huygens zelf geeft in Systema Saturnium (1659) in het hoofdstuk “De schijngestalten van Saturnus” een overzicht over de “monsterachtige” waarnemingen en de figuren van Saturnus die anderen, zoals Galilei, voor hem hebben gemaakt:

Christiaan Huygens: De schijngestalten van Saturnus (1659)

“Ik ga dus nu over tot het tweede deel van de Systema, waarin ik de reden geef voor de onbestendige en steeds wisselende vorm van Saturnus, en vervolgens ook aangeef in wat voor periode de afzonderlijke veranderingen plaatsvinden. Enkele daarvan die zich aan ons voordeden heb ik boven al uiteengezet, maar deze omvatten slechts een gedeelte van de periode. Om vast te stellen dat de volledige verscheidenheid aan verschijningen afhangt van de oorzaken die wij aanwijzen, zal het nodig zijn tevens waarnemingen van andere tijden te bestuderen, zoals ze in de afgelopen veertig jaar of langer door ettelijke mensen zijn gepubliceerd. Als ik echter al de vormen van Saturnus die zij voor onze ogen aftekenen bezie bevind ik ze zo veelvuldig en wonderlijk, dat als het er om gaat een hypothese op te stellen die van al die vormen rekenschap aflegt, naar mijn mening niemand in staat zou zijn er een te bedenken. Want voor dergelijke veelvuldige monsterachtige omzettingen valt geen enkele oorzaak aan te wijzen, tenzij dat het complete lichaam van Saturnus steeds weer een nieuwe vorm aanneemt, wat elke schijn van geloofwaardigheid mist. We moeten uit die waarnemingen dus een keuze maken en onderzoeken welke geloof verdienen, en welke integendeel als verdacht moeten worden verworpen. Nu hebben wij met onze kijkers de begeleider van Saturnus als eerste aan het licht gebracht [Huygens bedoelt de maan Titan die hij heeft ontdekt, M.T] en telkens als wij willen kunnen wij hem duidelijk ontwaren. Het lijkt ons daarom redelijk er bij het schiften van de waarnemingen van uit te gaan dat onze kijkers de voorkeur genieten boven die waarmee anderen, ook al waren ze dagelijks bezig met het waarnemen van Saturnus, niet in staat waren tot die ster door te dringen. Wanneer dus op hetzelfde tijdstip door onze kijker en de hunne verschillende schijngestalten werden vastgesteld, moeten onze waarnemingen aangaande de vorm van de planeet voor waarachtiger worden gehouden. De bijgevoegde tabel toont alle schijngestalten zoals wij ze uit de verschillende schrijvers hebben overgenomen.


Christiaan Huygens schijngestalten Saturnus

Christiaan Huygens schijngestalten Saturnus

 

De eerste van deze gedaanten is degene die Galilei optekende in 1610, waarin Saturnus drievoudig wordt gezien, met twee kleinere cirkeltjes aan beide kanten van een grotere. Ook vele anderen hebben deze gedaante gezien, of meenden in elk geval dat ze hem gezien hadden. Want als ze langere kijkers hadden gebruikt, voorzien van betere lenzen, zouden ze zonder twijfel in plaats van dit drievoudige bolvormige uiterlijk hetzelfde resultaat hebben verkregen dat wij, zoals wij zeiden, hebben gezien in 1655 en opnieuw op 13 oktober van het volgende jaar. Dat leiden wij immers daaruit af dat wanneer zich aan hen de twee flankerende bolletjes voordoen, onze kijkers ons in de lengte uitgestrekte armen vertonen. Zo gebeurde het in april en mei van datzelfde jaar 1655, toen die uit drie bollen samengestelde vorm werd waargenomen door Hevelius en Riccioli. Om duidelijker hard te maken dat ze het zo zagen vanwege de geringe grootte van de kijkers, hebben wij dit ook zelf beproefd en ondervonden dat telkens als wij Saturnus met een kortere kijker, van bijvoorbeeld vijf of zes voet, bekeken, in plaats van de genoemde armen twee bollen verschenen. Insgelijks toen hij deze schijngestalte in 1658 weer had aangenomen.”

Huygens gaat dan door met het bespreken van de verschillende schijngestalten die anderen hebben waargenomen en legt dan “de ware gestalte” van Saturnus uit. Saturnus heeft een ring om zich heen, die vanuit verschillende hoeken wordt gezien en dus in verschillende schijngestalten en vormen wordt waargenomen.

Christiaan Huygens Saturnus Systema Saturnium

Christiaan Huygens Saturnus Systema Saturnium

Christiaan Huygens, De ware gestalte van Saturnus

Vervolgens legt Huygens in tekst en beeld uit hoe Saturnus staat ten opzichte van de aarde tijdens zijn omloop om de zon, en hoe hij daarbij uitziet.


De schijngestalten van Saturnus verklaard door Christiaan Huygens

De schijngestalten van Saturnus verklaard door Christiaan Huygens

De schijngestalten van Saturnus verklaard door Christiaan Huygens

In het centrum van de afbeelding staat de zon, daaromheen draait de aarde, en daaromheen draait Saturnus. De buitenste ring laat de schijngestalten van elke positie zien: maximale opening van de ring op de punten A en C; en Saturnus schijnbaar zonder ring in de punten B en D, als men vanuit aarde de zijkant van de ring ziet. Waarom de ring dan helemaal verdwijnt, en niet tenminste een heel klein beetje zichtbaar is, daarover werd oen hevig gestreden.

Huygens schrijft in de tekst hierboven zijn eigen betere verklaring van de ring toe aan zijn betere kijker, maar Vincent Icke is in zijn boekjes over Huygens van mening dat Huygens geen betere telescoop had dan anderen, en alleen door zijn superieur theoretisch begrip de ringen beter kon waarnemen.

In verband met de Huygenstentoonstelling plaats ik hier elke dag een nieuw of oud Christiaan-Huygens-Blog.

zie ook

Meer over Christiaan Huygens

www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

Christiaan Huygens en Nicolaas Copernicus

7 comments

 Christiaan Huygens en Nicolaas Copernicus

Nicolaas Copernicus 1560

Nicolaas Copernicus 1560

Op https://www.google.nl/ zie je vandaag, op de 540ste verjaardag van Copernicus, het zonnestelsel volgens Nicolaas Copernicus bewegen.

Hypothesis_Copernicana Nikolaus_Kopernikus Nicolaas Copernicus 1560

Hypothesis_Copernicana Nicolaas Copernicus

Christiaan Huygens heeft in de 17e eeuw een planetarium geconstrueerd (te zien in het Museum Boerhaave in Leiden) dat dit model bewegend en in een verbeterde en nauwkeurige versie weergeeft.

Hieronder het planetarium dat Christiaan Huygens zelf in 1682 heeft laten bouwen met bewegende planeten in excentrische kringen, die ellipsen benaderen. Huygens’ planetarium wordt aangedreven door een onrust met spiraalveer; ook een bijzondere uitvinding van Huygens.

Het is een Copernicaans schaalmodel uit de 17e eeuw, waarvan er niet zo heel veel zijn.

planetarium-christiaan-huygens-museum-boerhaave

planetarium Christiaan Huygens Museum Boerhaave


planetarium-christiaan-huygens-museum-boerhave

planetarium-christiaan-huygens-museum-boerhave binnenplaneten


 

Christiaan Huygens zelf schrijft hierover:

`Wijzelf echter, … hebben een zoodanig Planetarium laten maken, dat wij daarmede door een klein aantal in elkaar grijpende raderen bereikt hebben, dat op het oppervlak van een platte tafel de lichamen der vijf primaire Planeten rondom de Zon, en evenzoo dat der Maan rondom de Aarde, hunne banen konden beschrijven, in dezelfde tijden waarin zij dat in den hemel) doen, en wel in zoodanige excentrische banen, dat deze de ware afmeting en den waren stand der hemelbanen weergeven, met behoud van de bij elk daarvan bestaande ongelijkheid der bewegingen, waardoor zij zich sneller bewegen in minder ver van de zon verwijderde gedeelten, waarbij wij ook nog rekening gehouden hebben met de kleine afwijking tusschen het vlak hunner banen en dat van de Ecliptica of van de Aarde. Zoodat, afgezien van de bevalligheid van het schouwspel, men daaruit ook de standen van de Planeten kan leeren kennen, niet slechts de oogenblikkelijke, maar ook de toekomende en de verledene, als uit een eeuwigdurenden kalender; en bovendien hun aller conjuncties en opposities, zoowel ten opzichte van de zon als ten opzichte van elkander, en dit des te nauwkeuriger naarmate het werk op grooter schaal is uitgevoerd.`

`Het is dan een achthoek uit hout samengesteld, met een diameter van twee voet en een diepte van zes duimen. Deze is op zoodanige wijze aan den muur opgehangen, en bevestigd aan de zich aan de linkerzijde bevindende assen, dat het toestel, als men dit wenscht, omgekeerd en aan de achterzijde geopend kan worden, waardoor het inwendige zichtbaar wordt.`

`Aan den voorkant ziet men een blad van verguld koper dat de geheele voorzijde van den achthoek vormt en bedekt is met spiegelglas; op dat blad zijn de banen der planeten volgens het systeem van Copernicus, maar volgens de proporties van Kepler, aangegeven en geheel uitgesneden, zoodat door die gleuven kleine pinnen rondgaan, met behulp waarvan de bollen der Planeten, tot halve bollen gereduceerd, boven het blad en als het ware op het oppervlak daarvan rondgevoerd worden, waarbij Saturnus vijf, Jupiter vier satellieten met zich voert, en de Aarde een (welke onze Maan is). Deze satellieten zijn daarbij geplaatst op dezelfde schijfjes als de lichaampjes der Planeten. Ik heb namelijk ook aan de overige Planeten die geen manen hebben, toch zulke schijfjes gegeven die den omringenden aether moeten aangeven en tevens dienen om de Planeten beter zichtbaar te maken.`

Christiaan Huygens in Dutch English and German http://www.passagenproject.com/blog16

Christiaan Huygens

 

Christiaan Huygens laatste tekst “Cosmotheoros” (1698) was een populairwetenschappelijk schrift (in de vorm van een brief aan zijn broer Constantijn Huygens), dat tot doel had het copernicaanse systeem begrijpelijk en aanschouwelijk te maken en te verdedigen.

De verdediging van het copernicaanse systeem was aan het einde van de 17e eeuw zeker nog nodig.

Hoewel Galilei al overtuigd was dat zijn astronomische waarnemingen het heliocentrische wereldbeeld van Copernicus ondersteunden was er in de 17e eeuw nog geen dwingend bewijs voor de Copernicaanse visie op de wereld: alle waarnemingen, zoals als de manen rond Jupiter en Saturnus of de Venus-fasen waren ook met het geocentrische model van Tycho Brahe compatibel, waarin de zon en de maan om de aarde draaien, en de andere planeten rond de zon.

Het was pas James Bradley die in 1729 de beweging van de aarde ten opzichte van de sterren kon aantonen, en daarmee het geocentrische model definitief kon weerleggen.

De katholieke Kerk hing in de tijd van Huygens nog het model van Tycho Brahe aan.

Model van Tycho Brahe waarin de zon en de maan om de aarde draaien, en de andere planeten rond de zon

Het model van Copernicus was verboden sinds 1616; dit verbod werd pas in 1822 opgeheven.

Huygens zelf ontmoette met zijn Systema Saturnium (1659) weerstand bij de inquisitie.

Toen Huygens in 1659 zijn waarnemingen aan Saturnus, de nieuwe maan Titan en het ring-systeem, in Systema Saturnium publiceerde, raakte hij in de problemen met de katholieke kerk, en werden zijn bevindingen beoordeeld als ketters, omdat deze het stelsel van Copernicus ondersteunden.

De jezuïet Honoré Fabri en de instrumentmaker Eustachio Divini publiceerden een weerlegging van de waarnemingen en theorieën van Huygens, waarop deze met een verdedigingsschrift kwam.

Uiteindelijk kwam een evaluatiecommissie onder leiding van Giovanni Alfonso Borelli tot de conclusie dat Huygens gelijk had.

Namens de commissie werd een schaalmodel van Saturnus en zijn ring gebouwd, en dit werd dan vanuit de verte met een telescoop bekeken, waarbij men precies de waargenomen verschijningen van Saturnus vond.

Saturnus ringen model Christiaan Huygens Borelli

Saturnus ringen model Christiaan Huygens Borelli

 

Meer over Christiaan Huygens

www.passagenproject.com

Christiaan Huygens en zijn vader Constantijn over kometen

2 comments

Wetenschappers hebben een nieuwe komeet ontdekt die heel dicht bij de aarde komt. Het gaat om de C/2012 S1 die in november volgend jaar en januari 2014 zo dicht bij is dat hij met het blote oog is te zien.

In de zeventiende eeuw werden onge­wone natuurverschijnselen zoals kometen op een nieuwe wijze geïnterpreteerd.

Eric Jorink over deze tijdsperiode in “Van omineuze tot glorieuze hemeltekens”:

“Overal in Europa werd de komeet door natuurfilosofen, theo­logen en leken nauwlettend gevolgd, en verschenen er honderden verhande­lingen waarin men speculeerde over de aard en – vooral- de betekenis van dit wonderbaarlijke hemelteken.”

Jorink citeert Christaan Huygens, die op 27 december 1680 vanuit de Académie des Sciences in Parijs aan zijn vader Constantijn schreef:

“Ik heb nog nooit een komeet van een dergelijke grootte gezien. Vandaag was rondom het observatorium hier een enorme menigte mensen verzameld, die geloofde dat de astronomen dit verschijnsel konden verklaren, en de beteke­nis ervan konden geven”.

En C.D. Andriesse citeert in zijn Huygens-biografie ook uit deze brief van Christiaan Huygens:

“Er is al enige tijd sprake van een komeet, maar tot gis­teravond kon men hier niets zien. Tegen 5 uur, toen de hemel was opgeklaard, stond ze daar, verbazend helder en de erg lange staart (praktisch over de halve hemel) was markant. Zo’n sterke komeet heb ik van mijn leven niet gezien.“

Huygens senior wijdde een gedicht, Cometen-werck, aan het opmerkelijke fenomeen:

 

Ick vraegh, waer hoort sij thuijs die vreeslicke Comeet,Daer elck soo veel af snapt en elck soo weinigh weetSij wandelt om en om: wie dreight sij meer of minderEen Coningh sterft in ’t Oost: daer over treurt men ginder.

Andriesse:

“De vraag was of de komeet die in december ineens boven Parijs verscheen, ook al kort gezien was in november. [Huygens] dacht van niet. Evenals Giovanni Cassini en zovele anderen hield hij vast aan het vooroordeel dat kometen langs rechte lijnen gingen. Maar die van november was, langs de zon scherend, van rich­ting veranderd om een maand later weer in de buurt van de Aarde te komen. […] “

In zijn Cosmotheoros en ook in andere schriften valt Huygens Descartes aan, en diens hypothese over kometen, maar zelf had Huygens het ook niet goed doorzien. Het was Newton die in zijn Principia de parabolische baan van de komeet (later genoemd Halley-komeet) beschreef.

Jorink:

“[…] de komeet van 1680-1681 wordt algemeen gezien als een keerpunt in het denken [over kometen]. In deze jaren publiceerden de Franse filosoof Pierre Bayle en de Nederlandse predikant Balthasar Bekker hun geruchtma­kende aanvallen op wat zij als achterlijk bijgeloof beschouwden. Hun destijds heftig omstreden geschriften worden dan ook veelal gezien als een radicale breuk met het verleden en als het begin van de Verlichting. Het werk van Bayle en Bekker wordt vaak in direct verband gebracht met de observaties die de befaamde natuurfilosofen Isaac Newton en Edmund Halley van de komeet verrichten. Na veel rekenwerken concludeerden de Engelsen dat deze een parabolische en dus voorspelbare baan moest doorlopen. Ook hun activiteit wordt gezien als een breuk met het verleden.”

Voltaires sciencefiction Micromégas zinspeelt veel op Christiaan Huygens. De twee buitenaardse wezens van Sirius en van Saturnus reizen bij Voltaire door het zonnestelsel op een komeet:

Meer over Christiaan Huygens

 

over Christiaan Huygens http://www.passagenproject.com

over Christiaan Huygens http://www.passagenproject.com


Christiaan Huygens over water op de maan

no comment

Volgens nieuwe bevindingen is er mogelijk water op de maan (lees hier meer)

Christiaan Huygens overpeinst in zijn Cosmotheoros (1698) de vraag, of er water op de maan is. Anders dan Kepler denkt hij niet dat dit het geval is. De “maria” (maanzeeën, inslagkraters die men voor zeeën aanzag) herkent hij als holtes.

 

Maar ik vind ’er niets dat na zeeën gelijkt, schoon de gemelde Kepler, en meest alle andere [Starrekenners] het tegendeel gevoelen. Want in de grote vlakke landstreken, die veel duisterder als de bergachtige zijn, en welke ik zie dat gemeenlijk voor Zeen gehouden, ja met de benamingen van oceanen verheerlijkt worden, in die landstreken zelve, zegge ik, met een langer Verrekijker bekeken zijnde, bevinde ik, dat zekere kleine ronde holtes zijn, met binnen invallende schaduwen; en dat kan met de oppervlakte van de Zee niet over een komen: daarenboven die zelve ruime velden, als wij haar wat aandachtiger beschouwen, vertonen geen oppervlak, dat geheel effen is. Zoo kunnen het dan geen Zeen wezen, maar moeten bestaan uit een stoffe, zoo blank niet, als die, welke in de oneffener delen is; waar in wederom sommige met een krachtiger ligt boven anderen uitmunten. Ook schijnt het mij niet toe dat ’er enige Rivieren in de Maan zijn: want zoo z’ er waren, zij zouden de scherpzichtigheid van mijne kijkglazen niet kunnen ontslippen; ten minsten, indien zij, gelijk de meeste by ons, tussen bergen, of zeer hoge rotsen, stroomden. Daar zijn ook geen Wolken, waar uit regen zou spruiten, om aan de Rivieren vocht te verschaffen: want indien z’ er waren, men zou dezelve dan het een, dan het ander Maangewest zien bedekken, en voor ons gezicht verbergen; ’t welk geenszins geschied, maar daar blijft een gedurige helderheid.”

Huygens redeneert vervolgens vanuit een analogiegedachte, dat er op de andere manen in het zonnestelsel waarschijnlijk ook geen water te vinden is.

Hij  zou wel heel erg verbaasd geweest zijn als hij had geweten dat men met de hulp van ruimtesonde Cassini nu methaanmeren op de door hem ontdekte Saturnusmaan Titan zou vinden.

Wel argumenteert Huygens dat er mogelijk vloeibare stoffen, “iets anders dan water”, op de manen te vinden zouden zijn:

Misschien zou daar ’t een of ’t ander, dat heel anders als ons Water is, de Aardgewassen en Dieren kunnen doen leven. Misschien zou een weinig vocht in de aarde, niet als d’ onze het Water indrinkende, voor de Zonnestralen genoeg zijn, om daar uit een dauw te trekken, die tot voeding van kruiden en bomen bekwaam was: ’t welk ik zie dat ook Plutarchus mening is geweest, in zijn Samenspraak van de Gedaante in het Maan-rond [-> Plutarchus, De face in orbe lunae] .”

Deze tekst staat ook op mijn Duitse blog over Huygens

Meer over Christiaan Huygens

Christiaan Huygens www.passagenproject.com

Christiaan Huygens www.passagenproject.com

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief