Wetenschap Kunst Politiek

Angst kan mensen bij elkaar brengen

1 comment

Angst kan mensen bij elkaar brengen

Het Second International Anxiety Congress behandelde kort geleden het thema Anxiety As a Global Problem.

Angst

Angst

Angst wordt beschouwd als een basaal overlevingsmechanisme, als reactie op een specifieke prikkel

Angst is een nare emotie, en liegt ten grondslag aan veel psychische stoornissen.

Maar angst kan mensen ook dichter bij elkaar brengen, zoals een aflevering van de televisieserie Big Bang Theory mooi heeft laten zien in aflevering 17 van Season 7, The Friendship Turbulance: Sheldon, die altijd geïrriteerd op Howard afgeeft en hem als minderwaardig behandelt, pakt wél Howards hand in het vliegtuig als de vlucht onrustig wordt in turbulenties. Hand in hand wachten de vrienden de landing af (in het filmpje bij 7 minuten)

Ikzelf heb eens de hand van van een wildvreemde naast me zittende man vastgepakt bij een landing in onweer…

“Lichtgrenze” is het Duitse woord van het jaar 2014

no comment

 

“Lichtgrenze” is het Duitse woord van het jaar 2014. De naam van een installatie met 7000 lichtgevende ballonnen die in november 2014 dwars door Berlijn het vroegere verloop van de Muur markeerde. Bevestigd op 3,6 meter lange stokken gaven ze de hoogte van de Muur weer. Hoogtepunt van de festiviteiten rond de val van de muur vormde het oplaten van ongeveer zevenduizend lichtgevende ballonnen. Op de tonen van Ode an die Freude van Beethoven gingen ze een voor een de lucht in. Dat gebeurde over een vijftien kilometer lange route waar vroeger de Muur stond.

Het woord “Lichtgrenze” werd ook al door Goethe gebruikt, toen hij door een spiegeltelescoop naar de maan keek.

 Lichtgrenze_25_Jahre_Fall_Berliner_Mauer_2014_071200px-Lichtgrenze_25_Jahre_Fall_Berliner_Mauer_2014_02

Rolf Krahl (Rotkraut) – Eigenes Werk

„Lichtgrenze 25 Jahre Fall Berliner Mauer 2014 02“ von Rolf Krahl (Rotkraut) – Eigenes Werk. Lizenziert unter CC-BY-SA-3.0-de über Wikimedia Commons – http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Lichtgrenze_25_Jahre_Fall_Berliner_Mauer_2014_02.jpg#mediaviewer/File:Lichtgrenze_25_Jahre_Fall_Berliner_Mauer_2014_02.jpg

Psychologen en martelen

no comment

Psychologen en martelen:

 

committee intelligence psychologen marteling

 

Twee psychologen hadden een cruciale rol bij het ontwikkelen van martelingstechnieken gebruikt door de CIA.

Op 9 december 2014 heeft de United States Senate Select Committee on Intelligence een rapport openbaar gemaakt, dat het gebruik van foltering en SERE tactiek (Survival, Evasion, Resistance and Escape) bij ondervragingen bevestigt. [1]   NBC News identificeerde de opdrachtnemers, die in het rapport werden genoemd via pseudoniemen als Mitchell, Jessen & Associates . John “Bruce” Jessen was een psycholoog bij het VS Ministerie van Defensie, waar hij gespecialiseerd personeel leerde hoe zij marteling kunnen weerstaan. Mitchell, Jessen & Associates ontwikkelden een “menu” van 20 “verbeterde” ondervragingstechnieken, waaronder waterboarding, slaapgebrek en stressposities.

Het rapport zei dat Mitchell gebruik maakte van Seligmans onderzoek naar ‘aangeleerde hulpeloosheid‘: individuen worden passief en depressief in reactie op oncontroleerbare gebeurtenissen. Hij dacht dat het induceren van een dergelijke psychische staat een gedetineerde kan stimuleren om samen te werken en informatie te verstrekken. [2]

Klacht over Ethiek in Texas

In 2010 diende Jim LH Cox een formele klacht in tegen Mitchell in Texas, waar Mitchell een gediplomeerd psycholoog was. [3] Het Bestuur wees de klacht tegen Mitchell op 10 februari 2011 af, omdat er onvoldoende bewijs zou zijn om te bewijzen dat Mitchell de regels had geschonden. [4]

 In een interview in Der Spiegel wijst James Mitchell  elke persoonlijke verantwoordelijkheid af.

Zie ook:

Sickening and morally reprehensible

Rapport-building interrogation is more effective than torture

Rechtsfilosofen over martelen: Kinneging, Mertens, Van Gunsteren

67 comments

[herhaalblog]

De Leidse hoogleraar rechtsfilosofie  en (toenmalige?) directeur van de neoconservatieve Edmund Burke Stichting Andreas Kinneging is gecharmeerd van het marteldilemma: Kinneging verdedigt zowel de gebeurtenissen in Abu Ghraib als ook martelpraktijken. Hij begint met een obligate vaststelling: “Natuurlijk moet je [over Abu Ghraib] zeggen dat het schandalig is wat daar gebeurd is. Iedereen moet zich houden aan het internationale recht en daarin staat dat je gevangenen behoorlijk dient te behandelen.”
Maar Kinneging denkt daar eigenlijk toch anders over: “Maar dan. Het is makkelijk praten als je niet in een oorlogssituatie zit, een emotionele hogedrukpan, waarin je iedere dag kunt worden opgeblazen. Het is niet verbazingwekkend dat mensen hun zelfcontrole verliezen. De verleiding om tot hardhandige middelen over te gaan wordt dan groot. Dan ontstaan problemen als: mag je iemands voeten niet stukslaan als dat de dood van je kameraden kan voorkomen? […]
Dit is dilemma het dilemma van de schone handen. Zo zeggen nu degenen die zich kwaad maken: je mag niet martelen. Maar geldt dat ook als je een Al-Qaedaterrorist te pakken hebt en je vermoedt dat hij ergens in Parijs een atoombom heeft liggen?”[1]

Kinnegings logica is niet: omdat dit soort gevangenissen tot mishandelingen leidt, moeten we deze gevangenissen niet hebben en deze oorlogen niet voeren. Nee, hij probeert tortuur te rechtvaardigen uit het bestaan van dergelijke gevangenissen en oorlogen. Helemaal op de lijn van de Amerikaanse neocons: Ook George W. Bush en Dick Cheney, die net aan de macht waren toen 24 begon, hebben vaak gepleit voor ‘flexibiliteit’ inzake de informatievergaring van terreurverdachten.

Bij de Burke Stichting denkt men lichtvaardig over martelen. Oud-Burke-dircteur Livestro bagatelliseerde in Vrij Nederland de ‘paar obscene incidenten in Abu Ghraib’, de gevangenis waar Irakezen zijn gemarteld. Volgens hem doen deze taferelen slechts denken aan een uit de hand gelopen studentenfeestje. Omdat zij niet te vergelijken zijn met de systematische massamoord onder Saddam, stellen de martelingen niets voor, betoogt Livestro. ( Elsbeth Etty, NRC 25-5-2004)
De Leidse neoconservatieve professoren weten de studenten te bekoren met hun autoritaire en populistische argumenten. Diederik van Hoogstraten : “De politicologe Kelly Greenhill bevestigt de indruk dat jongere generaties anders zijn gaan denken over martelen. Nieuw onderzoek onder studenten, schreef zij onlangs, laat zien dat 44 procent marteling steunt in een ‘tijdbomscenario’, […). Voor ‘softe’ methoden, zoals ‘nepverdrinking’, is 62 procent te porren, als dit onschuldige doden zou kunnen voorkomen.” (de Volkskrant, 23-7-2007)

Maar afgezien van de morele kant van het martelen, wordt onder deskundigen niet geloofd in de effectiviteit van martelen of hard ondervragen:  “Hard ondervragen van verdachten of arrestanten lijkt zo voor de hand te liggen. Zeker in een oorlog. Maar respect en inspelen op menselijke praatzucht leveren veel meer op, zeggen kenners.” “Ondervragers moeten inhaken op die natuurlijke praatzucht, schrijven ook dr. Ulf Holmberg en prof. dr. Sven Christianson van de universiteit van Stockholm. Zij bestudeerden ondervragingen in zware gewelds- en zedendelicten. Zakelijke en vriendelijke rechercheurs die de verdachte met respect behandelen, halen inderdaad meer informatie en meer bekentenissen dan dominante verhoorders die verdachten angst inboezemen.” (de Volkskrant, 25-11-2006)

Uitvoerig bespreken de Nijmeegse rechtswetenschapper Sebastiaan Garvelink en de Leidse hoogleraar mensenrechten Thomas Mertens in Filosofie Magazine 6/2007 het (o.a. door Kinneging) geschetste schone-handen-dilemma, dat in de VS argumentatief veel door de neocon Yoo van het American Enterprise Instituut  wordt gebruikt.
“[…] Toch meent ook Bush zich in een situatie te bevinden waarin de geldende normen tegen marte­ling moeten worden heroverwogen. De rechtvaardiging daarvoor is te vinden in de dreiging van dat terrorisme en in Bush’s doctrine van de ‘As van het Kwaad’. In het licht van de apocalyptische strijd tegen het kwaad is een gewelddadige ondervraging te zien als het ‘geringere kwaad’. De juridi­sche onderbouwing is afkomstig van het Office of legal Council (OlC), een elite­clubje van topjuristen op het Amerikaanse Ministerie van Justitie. Het OlC legde het begrip ‘torture’ uit de genoemde Conventie zo beperkt uit, dat alleen de meest extreme vormen van geweld er onder vielen. Zelfs wanneer een ‘behandeling’ ondanks deze hoge drempel toch als ‘marteling’ zou moe­ten worden aangemerkt, zou het gebruik hiervan gerechtvaardigd kunnen worden met een beroep op ‘zelfverdediging’ en op de constitutionele bevoegdheden van de president als opperbevelhebber van het leger. De Amerikaanse regering heeft zich inmiddels genoodzaakt gezien dit stand­punt te matigen. Toch keert het terug in de vorig jaar aangenomen Military Commissi­ons Act, op grond waarvan de president in laatste instantie beslist over de interpreta­tie van de Geneefse Conventies. Zo bepaalt de president nog steeds wat ‘torture’ is. Een fervent voorvechter van deze presiden­tiële War Powers is John Yoo, voormalig lid van het OlC en destijds als (co-)auteur betrokken bij de martelmemo’s. Yoo is inmiddels weer hoogleraar in Berkeley, maar hij beroept zich in interviews en publicaties uitdrukkelijk op de eventuali­teit van een tikkende bom. Terrorismebe­strijding is voor hem niet alleen een zaak van politie en justitie. De terrorist bevindt zich in een toestand van oorlog met de samenleving, en dan geldt: ‘als de wapens spreken, zwijgen de wetten’. En als de wapens spreken, heeft de president het laatste woord. […] Voor een ‘tikkende bom scenario’ is het niet voldoende dat er sprake is van een ze­kere kans op terroristische aanslagen, zoals vandaag de dag het geval is. Zelfs een acute dreiging is niet voldoende. Het scenario is pas aanwezig als de kennis van die dreiging zo compleet is, dat we precies weten welke ramp aanstaande is, welke informatie we nodig hebben om deze ramp af te wenden en wie we moeten martelen om die informa­tie te verkrijgen – én bovendien: dat er geen andere manier is om die ramp te voorkomen. Het veronderstelt met andere woorden een compleet overzicht waarin niet één cruciaal element mag ontbreken. Een dergelijke situatie kun je eigenlijk alleen maar op kunstmatige wijze creëren, bijvoorbeeld als scenarioschrijver van een film of van een televisieserie. […]Zouden de aanslagen van 11 september voorkomen hebben kunnen worden, wan­neer de Amerikaanse veiligheidsdiensten op het juiste moment bereid waren geweest iemand te martelen? Misschien. Maar dan had men op de hoogte moeten zijn van wat er op handen was en had men de juiste persoon te pakken moeten hebben. Bij mar­teling gaat het echter bijna altijd om men­sen die min of meer verdacht zijn, die mis­schien beschikken over kleine stukjes relevante informatie die zich misschien wel – maar misschien ook niet – tot een zinvol geheel laten ordenen, op grond waarvan wellicht een nabij of verder gelegen toe­komstig gevaar kan worden afgewend. Mar­teling vindt dan ook meestal plaats in het kader van zogeheten sleepnetoperaties, waarbij grote hoeveelheden individuen worden opgepakt en ondervraagd, zoals in de Algerijnse oorlog, tijdens de Palestijnse intifada of nu in Irak. Buiten de studio is marteling nooit een precisie-instrument ter voorkoming van een terroristische aanslag, maar een grof mid­del dat zonder veel beperkingen en op basis van gebrekkige informatie wordt toegepast. Dat betekent dat het vaak voorkomt dat de verkeerde op de pijnbank zal worden ge­legd. Het is al eeuwen bekend dat verkla­ringen die onder dwang zijn afgelegd, onbe­trouwbaar zijn. Recent werd dat in Nederland nog eens bevestigd in de zoge­naamde Schiedamse parkmoord. Bovendien brengt ‘marteling’ kosten met zich mee voor de samenleving die haar aanvaardt. Er moet informatie verzameld worden, daar zijn gebouwen voor nodig en personeel. Verder vraagt marteling om autorisatie en controle. Uiteindelijk lijkt er maar één alternatief te zijn voor een absoluut verbod op martelen: een absolute staat. “

Ook de Leidse hoogleraar Herman van Gunsteren is buitengewoon kritisch over de Amerikaanse wetgeving ten opzichte van martelen: “Anthony Lewis’ ‘Making Torture Legal’ (‘Legalisatie van martelen’) analyseert memoranda van de hand van juristen in het Bush-bestuur over de behandeling van krijgsgevangenen. Zij geven, als waren ze advocaten van een maffiabaas, trucs aan waardoor vervolging vermeden kan worden. 11 September, zo argumenteert een memorandum van het ministerie van Justitie, heeft het recht van de natie op zelfverdediging geactiveerd. Iemand die bij een ondervraging martelt kan strafbaarheid ontlopen als zijn handelen ertoe dient om verdere aanvallen te voorkomen. Daarnaast ontwikkelen de regeringsjuristen een doctrine over de bevoegdheid van de president als opperbevelhebber die hem in feite boven de grondwet stelt. ‘Restricting the President’s plenary power over military operations (including the treatment of prisoners)’ zou ‘constitutionally dubious’ zijn, aldus een memorandum van William J. Haynes II van het ministerie van Justitie. (‘Het beperken van de presidentiële oppermacht over militaire operaties (inclusief de behandeling van gevangenen) zou wel eens strijdig met de grondwet kunnen zijn.’) Een later (6 maart 2003) geheim memorandum voor minister van Defensie Rumsfeld, geschreven door een ad-hoccollectief van juristen, voegt daar een handreiking voor prospectieve (de oorlog in Irak zou net beginnen) martelaars aan toe: ‘As this authority is inherent in the President, exercise of it by subordinates would be best if it can be shown to have been derived from the President’s authority, through Presidential directive or other writing.’ (‘Aangezien deze bevoegdheid inherent is aan het presidentschap, zou het het beste zijn als aangetoond kan worden dat de uitoefening ervan door ondergeschikten, blijkens een presidentiële aanwijzing of ander schriftelijke stuk, is afgeleid uit de presidentiële bevoegdheid.’) De wet die de leider en degenen die namens hem handelen boven de wet stelt, dat is een bekend gevaarlijke vorm van tirannie.” Martelen en dood van gevangenen zijn het eindresultaat van ‘coollegal abstractions’ (koele juridische abstracties) aldus Lewis. ‘For me,’ schrijft de oud-columnist van de New York Times ‘the twisting of the law by lawyers is especially troubling. I have spent my life believing that the safety of this difficult, diverse country lies to a significant extent in the good faith of lawyers – in their commitment to respect the rules. But the Bush lawyers have been brazen in their readiness to twist, dissemble, and invent in the cause of power.’ ” ( Gevaarlijk veilig, p 111 ff.) Van Gunsteren verwijst terecht ook naar de nazi jurist Carl Schmitt, die door de Burke Stichting ongenuanceerd wordt aangehaald.


[1] In: Filosofisch elftal, p. 193 f.; ook in Trouw, 12-5-2004.

Meer blogs over Andreas Kinneging, voorzitter van de Leidse Edmund Burke Stichting

http://passagenproject.com/blog/2008/03/07/het-racisme-en-seksisme-van-burke-voorzitter-prof-dr-kinneging/

http://passagenproject.com/blog/2007/11/17/leidse-hoogleraren-over-het-marteldilemma-kinneging-mertens-van-gunsteren/

http://passagenproject.com/blog/2007/11/05/atheistisch-bijgeloof-carotta-en-zijn-volgelingen/

http://passagenproject.com/blog/2009/02/17/economie-moraal-neocons/

http://passagenproject.com/blog/2009/06/19/polarisatie/

 

Commissie VS: martelpraktijken CIA waren zinloos

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief