Wetenschap Kunst Politiek

Johannes Kepler over buitenaards leven

3 comments

Vroege voorstellingen van  buitenaards leven: Johannes Kepler

Christiaan Huygens noemt zijn gedachten over buitenaards leven al in de openingszin van de “Cosmotheoros”, zijn laatste tekst, die geschreven is in de vorm van een brief aan zijn broer Constantijn jr:

“Het kan nauwelijks anders wezen, zeer waarde Broeder, of iemand, die met Copernicus oordeelt, dat het Aardrijk, ’t welk wij bewonen, een van de Dwaalstarren  is, die rondom de Zon draaien, en van de zelve haar licht krijgen, moet somtijds denken, dat het niet onredelijk is te stellen, dat alle de andere Kloten, zo wel als de onze, hare sieraden, en misschien ook hare bewoners, hebben [….] .

Op de eerste pagina’s van “Cosmotheoros” geeft Huygens ook een beknopt overzicht over de auteurs die vóór hem al serieus of ironisch over buitenaards leven hadden geschreven. Hij noemt Nicolaas van Cusa (Cusanus), Giordano Bruno und Johannes Kepler, die ook in ander verband veel terug komt in Huygens'”Cosmotheoros”. 

Christiaan Huygens had zich bij het schrijven van zijn wetenschapsfictie “Cosmotheoros” georiënteerd aan een wetenschappelijk-fantastisch verhaal van Johannes Kepler , “Somnium (de droom)  (details over dit verhaal en Keplers reptielachtige maanwezens zie Wikipedia  en download hier de Duitse Tekst van Keplers Somnium (pdf) . Ondanks veel verschillen tussen Cosmotheoros en Somnium zijn heel wat overlappingen te vinden. Beide verhalen “verkopen” het Copernicaanse systeem aan een breed publiek, met wetenschappelijke én imaginaire middelen. Beide boekjes  gebruiken een sterk pedagogische kneep om het zonnesysteem aanschouwelijk te maken:  zij plaatsen bewoners op planeten of maanden en beschrijven in detail wat men vanuit een andere planeet, of vanuit onze maan kan waarnemen.

Zowel Kepler alsook Huygens beschrijven hoe de aarde (bij Kepler “Volva” genoemd) vanuit de maan uitziet. Maar Kepler neemt aan, dat op de maan water vloeit, en er ook fantastische levende wezens rondspoken; de maankraters ziet hij als bouwwerken. Huygens gelooft niet in water op de maan en is sceptisch tegenover de gedachte van maanbewoners.

Kepler schrijft uitvoeriger over het perspectief “de aarde gezien vanuit de maan” dan Huygens, en hij geeft anders dan Huygens ook ruimte aan een schildering, wat de maanbewoners bij een maansverduistering zien: een partiële zonsverduistering.

Partiële zonsverduistering in Leiden januari 2011  fot maria Trepp

Partiële zonsverduistering foto Maria Trepp

Hier de passage uit Huygens’ “Cosmotheoros” van 1698 over wat eventuele maanbewoners vanuit de maan van de aarde zien. Huygens begint uit te leggen dat de bewoners aan de “achterkant” van de maan de aarde nooit zien, aan de “voorkant”deze altijd zien. Net als Kepler beschrijft hij ook dat de maanlingen de aarde in schijngestalten zien, en dat de aarde voor hun ogen rond draait, waarbij zij meer van de aarde kunnen zien dan mensen zelf konden zien ten tijde van Huygens.

aarde vanuit de maan Johannes kepler, christiaan Huygens

Aarde vanuit de maan gezien

“De Maan-kloot is bij hen [=eventuele maanbewoners, M.T.] in twee Halfronden verdeeld, zoodanig, dat, die in het ene wonen, altijd het gezicht van onze Aarde genieten; die in het ander leven, dat gezicht altijd missen: behalve dat sommige, omtrent de grenzen van beiden wonende, het zelve gezicht soms verliezen, soms wederkrijgen. Zij nu, die onze Aarde zien, zien dezelve altijd in de Lucht hangende, en veel gooter dan de Maan ons voor komt, als bijna met een viermaal groter Middellijn. Maar dat is wonderlijk, dat zy dezelve altijd by nacht en dag in dezelve plaats van den Hemel, gelijk als onbeweglijk, zien hangen, sommige recht boven hun hoofd, sommige in een zekere hoogte van den Gezichteinder [horizon] afstaande, andere in den Gezichteinder zelve gelegen, en ondertussen om haar As omdraijende, vervolgens in den tijd van vier en twintig uuren vertonende alle de gewesten die ze behelst; en derhalve ook die (het ware te wensen dat wij ze ook mochten zien) welke aan beide de Assen ons, Aardrijk-bewoners, nog onbekend blijven. Daarenboven zien zy haar ook in ligt aangroeiende, en in den maandelijken omloop verminderd; en aldus bij beurten vol, half, en tot hoornen verkleind, met dezelve verandering van gedantens, die de Maan-kloot aan ons vertoont.”

aarde vanuit de maan Johannes kepler, christiaan Huygens

aarde vanuit de maan

 

Halve aarde, zie tekst

 

Tags: ,

3 Responses to “Johannes Kepler over buitenaards leven”

  1. Fantastisch al die beschouwingen, waarin de ratio krampachtig vastgehouden wordt. Terwijl ik als lezer al snel de neiging heb om voor maanlingen een lichaam te bedenken dat zintuigelijk geen last heeft van ogen of oren zoals wij en voor wie het niet uitmaakt waar zij zich bevinden, omdat zij net als walvissen veel verder kunnen waarnemen dan hun neus lang is.

    Als ik meer tijd heb dan ga ik je teksten en ook je vertalingen eens goed bestuderen. Het bevalt me zeer deze 17e eeuwse pogingen om door een, wat Van Kooten zo mooi noemt, een verderkijker te kijken.

  2. Mail me zodat we een afspraak kunnen maken:
    mariusafterall@live.nl

Leave a Reply



Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief