Wetenschap Kunst Politiek

De meidoorn bij Marcel Proust/Op zoek naar de verloren tijd

23 comments
Meidoorn foto: Maria Trepp De meidoorn bij Marcel Proust/Op zoek naar de verloren tijd

Meidoorn foto: Maria Trepp

De meidoorn bij Marcel Proust/Op zoek naar de verloren tijd

[herhaalblog]

Een paar citaten uit Marcel Proust Op zoek naar de verloren tijd, De kant van Swann:


“In mijn oren gonsde het van de geur van de meidoorn. De haag leek op een lange rij kapellen die onder een dikke laag op het altaar gestrooide bloemen verdwenen; daaronder tekende de zon op de grond en scherp traliewerk, alsof haar licht door een kerkram viel: de geur breidde zich net zo olieachtig en vol, alsof het een vaste vorm geworden was uit, als toen ik voor het altaar van de Heilige Maagd stond en de net zo opgeschikte bloemen droegen elk op dezelfde nonchalante wijze hun glinsterende meeldraden, fijne stervormige ribben in laat-gotische stijl zoals in de kerk de ajouren balustrade van de galerij of de stijlen van de gebrandschilderde ramen en die hier ontloken in de witte zinnelijkheid van bloeiende aardbeien. […]
Maar ik kon nog zo lang voor de meidoorns blijven staan om mij door hen te laten bezielen , hun een plaats geven in mijn geest die er niets mee wist te beginnen, hun onzichtbare onveranderlijke geur te verliezen en weer terugvinden, mij één voelen met hun ritme dat hun bloemen, hier en daar, met een jeugdige opgewektheid en op onverwachte afstanden zoals bepaalde muzikale intervallen, vormden, ze boden me tot in ’t oneindige dezelfde charme met een onuitputtelijke overvloed, maar zonder dat ik dieper in hen kon doordringen, zoals er bepaalde melodieën zijn, die men honderdmaal achtereen speelt zonder ook maar iets meer achter hun geheim te komen.“ [Uitgeverij De bezige Bij, 2002, p. 188]

Proust schrijft nog veel meer over de meidoorn, hij gaat door, pagina op en pagina neer.

“Ik keerde naar de meidoorn terug als naar een kunstwerk waarvan men meent dat men het beter ziet als men er een ogenblik niet naar gekeken heeft, maar het gaf niet of ik mijn ogen met mijn handen afschermde om niets anders te zien, het gevoel dat ze in mijn opwekten bleef onbestemd en vaag, trachtte vergeefs zich los te maken en met de bloemen te verbinden.[…]

[De grootvader zei:] ‘Je houdt toch zo veel van meidoorns, kijk dan eens naar deze met roze bloemen; wat is die mooi! ‘ Inderdaad was het een meidoorn, maar dan roze, nog mooier dan de witte. Ook deze was voor een feest versierd – voor een van die echte feesten wat alleen kerkelijke feesten kunnen zijn, omdat ze immers niet zoals de wereldlijke door een gril van het toeval aan een of andere willekeurige dag geplakt worden, die er niet speciaal toe voorbestemd is en die niet iets essentieel feestelijks heeft- maar nog rijker, want de bloemen die zo dicht op elkaar aan de takken zaten dat ze, zoals de pompons rondom een rococo herdersstaf, geen plaats onversierd lieten, waren ‘in kleur’ [….] “

meidoorn

meidoorn weissdorn

Uit: Marcel Proust, Op zoek naar de verloren tijd, De kant van Swann , [Uitgeverij De bezige Bij, 2002, p. 189]

zie ook: Terug naar 1913, het jaar dat Marcel Proust de literatuur veranderde

Het werk van Marcel Proust is vrij van copyright. Download hier de Engelse versie van Swann’s Way, Remembrance of Things Past, Volume One

De Franse texten kunt u hier downloaden.

Pestwortel Groot Hoefblad Allemansverdriet Petasites

no comment

 

Pestwortel Groot Hoefblad Allemansverdriet Petasites

.. is er weer, aan de oever van rivieren en sloten.

Waterwereld.nu:

Groot hoefblad/ Pestwortel is een forse oeverplant met mooie grote bladeren .
Om deze reden is groot hoefblad ideaal bij vijvers . Vroeg in
het voorjaar bloeit Groot hoefblad met grote roze bloemen op
lange aren.

 

pestwortel allemansverdriet lente bloem

Groot hoefblad 15-4-2013

Pestwortel Groot Hoefblad Allemansverdriet Petasites foto Maria Trepp

Groot Hoefblad Allemansverdriet Petasites foto Maria Trepp

Hoefblad: In de Middeleeuwen geloofde men dat door de onaangename reuk van de etherische oliën de pest verdreven kon worden.

Het voornaamste medicinaal gebruik nu is tegen migraine, bij hoesten en tegen astma.

Pestwortel Groot Hoefblad Allemansverdriet Petasites foto Maria Trepp

Groot Hoefblad Allemansverdriet Petasites foto Maria Trepp

Neerlands tuin:

De in het wild voorkomende groot hoefblad (Petasites albus) behoort tot de Compositae. Het is typisch een plant die van een grenssituatie houdt: op de scheiding van land en water voelt hij zich het beste thuis. Het is een uitstekende plant om oevers die niet zijn beschoeid, vast te houden. De kruipende, dikke wortelstokken houden de grond goed bij elkaar.

 

Pestwortel Groot Hoefblad Allemansverdriet Petasites

Pestwortel Groot Hoefblad Allemansverdriet Petasites

Nicolas Robert, Groot Hoefblad met Blauwe Winde, 1695

Pestwortels met lenteslangen

 

Pestwortel heeft vele vrienden!

Rondom groot hoefblad zijn veel lagere planten en dieren
te vinden. Wormen en slakken voelen zich er thuis, en
vochtminnende geleedpotigen, zoals pissebedden en
duizendpoten. Padden zoeken verkoeling onder de grote
bladeren op hete dagen.
De grote , uiterst dunne bladeren verdampen veel water.
Ze zijn ook kwetsbaar voor scheurtjes. (Waterwereld.nu)

www,passagenproject.com

Buitenaards leven: Gesprekken over de vele werelden

no comment

Vroege voorstellingen van  buitenaards leven:Bernard le Bovier de Fontenelle (1657 – 1757).

Christiaan Huygens noemt zijn gedachten over buitenaards leven al in de openingszin van de “Cosmotheoros”, zijn laatste tekst, die geschreven is in de vorm van een brief aan zijn broer Constantijn jr:

“Het kan nauwelijks anders wezen, zeer waarde Broeder, of iemand, die met Copernicus oordeelt, dat het Aardrijk, ’t welk wij bewonen, een van de Dwaalstarren  is, die rondom de Zon draaien, en van de zelve haar licht krijgen, moet somtijds denken, dat het niet onredelijk is te stellen, dat alle de andere Kloten, zo wel als de onze, hare sieraden, en misschien ook hare bewoners, hebben [….] .

Op de eerste pagina’s van “Cosmotheoros” geeft Huygens ook een beknopt overzicht over de auteurs die vóór hem al serieus of ironisch over buitenaards leven hadden geschreven. Hij noemt Nicolaas van Cusa (Cusanus), Giordano Bruno , Johannes Kepler en ook Bernard le Bovier de Fontenelle, en diens boek “Gesprekken over de vele werelden” (download hier de Engelse versie).

 

Bernard le Bovier de Fontenelle genoemd bij Christiaan Huygens buitenaardse wezens

Bernard le Bovier de Fontenelle”Gesprekken over de vele werelden”

Wikipedia: “In 1686 kwam zijn Entretiens sur la pluralité des mondes (Gesprekken over de vele werelden) uit, een reeks van fictieve dialogen, waarin hij vernuftig en galant, een goed opgeleide man laat optreden, die gedurende zes avonden, een geïnteresseerde markiezin en haar dochter (en met hen een overwegend een vrouwelijk publiek op het oog hebben) tijdens nachtelijke wandelingen in het park uitleg geeft over de wonderen van de sterrekunde, op basis van Nicolaus Copernicus, Galileo Galilei, Johannes Kepler en Rene Descartes. Het boek was een groot succes en werd in 1804 in het Nederlands vertaald als Redenvoering (by wyze van gesprekken,) over verscheide waerelden in ’t geheel-all; op nieuw uit het Fransch vertaald.”

Christiaan Huygens en Fontenelle waren beiden leden van de Franse wetenschapsacademie.

 

Academie_des_Sciences_wetenschapsacademie parijs Christiaan Huygens

Academie des Sciences

Cosmotheoros en Entretiens overlappen hier en daar, ook al omdat Fontenelle veel gebruik maakte van Huygens’ eerdere publicaties. Maar anders dan Huygens gaat Fontenelle uit van de superieure positie van de aarde, die volgens hem het ideale afstand van de zon heeft en dus de meest intelligente en bijzondere bewoners. Huygens wil daar niets van weten, hij ziet er geen reden waarom de mens meer bijzonder zou zijn dan andere planetenbewoners.

www.passagenproject.com

Johannes Kepler over buitenaards leven

3 comments

Vroege voorstellingen van  buitenaards leven: Johannes Kepler

Christiaan Huygens noemt zijn gedachten over buitenaards leven al in de openingszin van de “Cosmotheoros”, zijn laatste tekst, die geschreven is in de vorm van een brief aan zijn broer Constantijn jr:

“Het kan nauwelijks anders wezen, zeer waarde Broeder, of iemand, die met Copernicus oordeelt, dat het Aardrijk, ’t welk wij bewonen, een van de Dwaalstarren  is, die rondom de Zon draaien, en van de zelve haar licht krijgen, moet somtijds denken, dat het niet onredelijk is te stellen, dat alle de andere Kloten, zo wel als de onze, hare sieraden, en misschien ook hare bewoners, hebben [….] .

Op de eerste pagina’s van “Cosmotheoros” geeft Huygens ook een beknopt overzicht over de auteurs die vóór hem al serieus of ironisch over buitenaards leven hadden geschreven. Hij noemt Nicolaas van Cusa (Cusanus), Giordano Bruno und Johannes Kepler, die ook in ander verband veel terug komt in Huygens'”Cosmotheoros”. 

Christiaan Huygens had zich bij het schrijven van zijn wetenschapsfictie “Cosmotheoros” georiënteerd aan een wetenschappelijk-fantastisch verhaal van Johannes Kepler , “Somnium (de droom)  (details over dit verhaal en Keplers reptielachtige maanwezens zie Wikipedia  en download hier de Duitse Tekst van Keplers Somnium (pdf) . Ondanks veel verschillen tussen Cosmotheoros en Somnium zijn heel wat overlappingen te vinden. Beide verhalen “verkopen” het Copernicaanse systeem aan een breed publiek, met wetenschappelijke én imaginaire middelen. Beide boekjes  gebruiken een sterk pedagogische kneep om het zonnesysteem aanschouwelijk te maken:  zij plaatsen bewoners op planeten of maanden en beschrijven in detail wat men vanuit een andere planeet, of vanuit onze maan kan waarnemen.

Zowel Kepler alsook Huygens beschrijven hoe de aarde (bij Kepler “Volva” genoemd) vanuit de maan uitziet. Maar Kepler neemt aan, dat op de maan water vloeit, en er ook fantastische levende wezens rondspoken; de maankraters ziet hij als bouwwerken. Huygens gelooft niet in water op de maan en is sceptisch tegenover de gedachte van maanbewoners.

Kepler schrijft uitvoeriger over het perspectief “de aarde gezien vanuit de maan” dan Huygens, en hij geeft anders dan Huygens ook ruimte aan een schildering, wat de maanbewoners bij een maansverduistering zien: een partiële zonsverduistering.

Partiële zonsverduistering in Leiden januari 2011  fot maria Trepp

Partiële zonsverduistering foto Maria Trepp

Hier de passage uit Huygens’ “Cosmotheoros” van 1698 over wat eventuele maanbewoners vanuit de maan van de aarde zien. Huygens begint uit te leggen dat de bewoners aan de “achterkant” van de maan de aarde nooit zien, aan de “voorkant”deze altijd zien. Net als Kepler beschrijft hij ook dat de maanlingen de aarde in schijngestalten zien, en dat de aarde voor hun ogen rond draait, waarbij zij meer van de aarde kunnen zien dan mensen zelf konden zien ten tijde van Huygens.

aarde vanuit de maan Johannes kepler, christiaan Huygens

Aarde vanuit de maan gezien

“De Maan-kloot is bij hen [=eventuele maanbewoners, M.T.] in twee Halfronden verdeeld, zoodanig, dat, die in het ene wonen, altijd het gezicht van onze Aarde genieten; die in het ander leven, dat gezicht altijd missen: behalve dat sommige, omtrent de grenzen van beiden wonende, het zelve gezicht soms verliezen, soms wederkrijgen. Zij nu, die onze Aarde zien, zien dezelve altijd in de Lucht hangende, en veel gooter dan de Maan ons voor komt, als bijna met een viermaal groter Middellijn. Maar dat is wonderlijk, dat zy dezelve altijd by nacht en dag in dezelve plaats van den Hemel, gelijk als onbeweglijk, zien hangen, sommige recht boven hun hoofd, sommige in een zekere hoogte van den Gezichteinder [horizon] afstaande, andere in den Gezichteinder zelve gelegen, en ondertussen om haar As omdraijende, vervolgens in den tijd van vier en twintig uuren vertonende alle de gewesten die ze behelst; en derhalve ook die (het ware te wensen dat wij ze ook mochten zien) welke aan beide de Assen ons, Aardrijk-bewoners, nog onbekend blijven. Daarenboven zien zy haar ook in ligt aangroeiende, en in den maandelijken omloop verminderd; en aldus bij beurten vol, half, en tot hoornen verkleind, met dezelve verandering van gedantens, die de Maan-kloot aan ons vertoont.”

aarde vanuit de maan Johannes kepler, christiaan Huygens

aarde vanuit de maan

 

Halve aarde, zie tekst

 

Giordano Bruno over buitenaards leven

5 comments

Vroege voorstellingen van  buitenaards leven: Giordano Bruno

Christiaan Huygens noemt zijn gedachten over buitenaards leven al in de openingszin van de “Cosmotheoros”, zijn laatste tekst, die geschreven is in de vorm van een brief aan zijn broer Constantijn jr:

“Het kan nauwelijks anders wezen, zeer waarde Broeder, of iemand, die met Copernicus oordeelt, dat het Aardrijk, ’t welk wij bewonen, een van de Dwaalstarren  is, die rondom de Zon draaien, en van de zelve haar licht krijgen, moet somtijds denken, dat het niet onredelijk is te stellen, dat alle de andere Kloten, zo wel als de onze, hare sieraden, en misschien ook hare bewoners, hebben [….] .

Op de eerste pagina’s van “Cosmotheoros” geeft Huygens ook een beknopt overzicht over de auteurs die vóór hem al serieus of ironisch over buitenaards leven hadden geschreven. Hij noemt Nicolaas van Cusa (Cusanus) en Giordano Bruno.

Giordano Bruno (1548 – 1600) was een Italiaanse filosoof, priester, vrijdenker en kosmoloog, die in 1600 door de Inquisitie in Rome tot de brandstapel werd veroordeeld. Bruno kwam met de idee van een oneindig heelal, met de zon als een ster tussen de andere sterren die ook planeten hebben.

Giordano_Bruno over buitenaards leven Christiaan Huygens

Giordano Bruno over buitenaards leven

In zijn boek De l’Infinito, Universo e Mondi verklaarde hij dat de sterren net zoals onze zon zijn, dat het universum oneindig is, dat het een oneindig aantal van werelden bevat en dat deze werelden door een oneindig aantal intelligente wezens worden bevolkt.

Intelligent buitenaards wezen foto Maria Trepp

Intelligent buitenaards wezen

 

 

Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian

12 comments

Maria Sibylla Merian, insecto-theoloog

[blogherhaling] In het Rembrandthuis zag ik een paar jaar geleden de schitterende tentoonstelling over Maria Sibylla Merian, een Duits-Nederlandse vrouw tussen kunst en wetenschap.

Maria Sibylla Merian (1647-1717) is de belangrijkste en meest invloedrijke natuurhistorische tekenaar die in de zeventiende eeuw in Nederland (en Suriname) werkzaam is geweest.

Een representatief overzicht van circa 100 meesterwerken, afkomstig uit tientallen prentenkabinetten en hier voor de eerste maal bijeengebracht, geeft de bezoeker inzicht in Merians wetenschappelijke onderzoek, observatie en minutieuze registratie van bloemen, insecten en reptielen.

maria-sybilla-merian-butterflies-insecten-metamorphose.jpg

-butterflies-insecten-metamorphose.jpg

Merian wordt tegenwoordig algemeen beschouwd als de eerste vrouwelijke entomoloog (insectenkenner), omdat zij haar onderzoek buitengewoon zorgvuldig registreerde en documenteerde. Even bijzonder als haar wetenschappelijke werk is haar avontuurlijke levensloop. Zo reisde zij op 53-jarige leeftijd naar Suriname om de insecten in het regenwoud te bestuderen. Ook als zelfstandig ondernemer onderscheidde zij zich van haar tijdgenoten door met haar dochters een succesvolle uitgeverij en drukkerij van boeken en prenten op te zetten.”

Voor Merian, net zoals voor haar beroemde voorganger Jan Swammerdam, was het onderzoeken en beschrijven van insecten een manier van godsdienst, zie ook uitvoerig mijn blog over “Insecto-theologie“.

Duroia eriopila_Maria Sybilla Merian

Duroia eriopila_

Guavenzweig maria sybilla merian insecten theologie

Guavetak met spin

 

Duroia_maria sybilla merian insecten theologie1

Duroia

maria sybilla merian insecten theologie1

Maria Sybilla Merian  Caiman_crocodil

Caiman_crocodil

Maria Sibylla Merian _Metamorphosis_LX schmetterling vlinder

Maria Sibylla Merian Ananas

Ananas

Maria Sibylla Merian tulp tulip Tulpe

tulp

Maria Sybilla Merian

Maria Sibylla Merian

Maria Sibylla Merian Granaatappelboom

Granaatappelboom

Maria Sibylla Merian voorjaarsbloemen tulpen

voorjaarsbloemen tulpen

Maria Sibylla Merian rood-geel gevlamde lelie

rood-geel gevlamde lelie

Maria Sibylla Merian Iris Susiana (1700)

Iris Susiana (1700)

Maria Sibylla Merian witte narcissen

witte narcissen

www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

Voorstellingen v buitenaards leven: Cusanus

2 comments

Vroege Voorstellingen van buitenaards leven: Nicolaas van Cusa

Christiaan Huygens noemt zijn gedachten over buitenaards leven al in de openingszin van de “Cosmotheoros”, zijn laatste tekst, die geschreven is in de vorm van een brief aan zijn broer Constantijn jr:

“Het kan nauwelijks anders wezen, zeer waarde Broeder, of iemand, die met Copernicus oordeelt, dat het Aardrijk, ’t welk wij bewonen, een van de Dwaalstarren  is, die rondom de Zon draaien, en van de zelve haar licht krijgen, moet somtijds denken, dat het niet onredelijk is te stellen, dat alle de andere Kloten, zo wel als de onze, hare sieraden, en misschien ook hare bewoners, hebben [….] .

Op de eerste pagina’s van “Cosmotheoros” geeft Huygens ook een beknopt overzicht over de auteurs die vóór hem al serieus of ironisch over buitenaards leven hadden geschreven. Hij noemt Nicolaas van Cusa (Cusanus), (1401 -1464),  filosoof, wiskundige, astronoom, humanist en auteur van het boek  De docta ignorantia (1440), de “geleerde onwetendheid”, waarin hij een speculatieve kosmologie ontwikkelt en in het twaalfde hoofdstuk over sterren- en maanbewoners schrijft.

nicolaas van cusa buitenaards leven

Nicolaas van Cusa over buitenaards leven

Cusanus draagt ook de hypothese van een veelheid van werelden voor.

De werelden bestaan niet onsamenhangend naast elkaar, maar zijn geïntegreerd in het systeem van het ene universum dat ze allemaal bevat. Met deze ideeën voltrekt Cusamus een radicale breuk met het geocentrische werelbeeld van de toenmalige kosmologie dat door de opvattingen van  Ptolemaeus en  Aristoteles  werd bepaald. Hij verwerpt het idee van een hiërarchische opbouw van de wereld met de Aarde als “beneden” en de vaste sterren als de bovenste hemel alsmede het idee van onbeweeglijke hemelpolen. Het geocentrische wereldbeeld vervangt hij niet door een heliocentrisch wereldbeeld; veel meer heeft de wereld voor hem noch een centrum noch een periferie. In zo’n wereld kan er ook geen absolute beweging zijn, omdat er geen referentiekader is, en alle beweging relatief is.

Maar Cusanus argumenteert niet empirisch en ook niet astronomisch, maar puur metafysisch, en is daarom – anders dan men zou denken-  geen  voorloper van Copernicus.

www.passagenproject.com

Meest recente berichten