Wetenschap Kunst Politiek

Voltaires Micromégas en Christiaan Huygens

no comment

Voltaires Micromégas is een in 1752 verschenen filosofisch verhaal, dat als een van de eerste werken uit het genre sciencefiction wordt beschouwd.

Voltaires Micromégas komt van Sirius  alien

Voltaires Micromégas, een alien van Sirius

Het verhaal beschrijft het bezoek op Aarde van een wezen van de ster Sirius, genoemd Micromégas, en zijn reisgenoot, de secretaris van de Academie van

Voltaires Micromégas'  alien reisgenoot komt van Saturnus

Voltaires Micromégas’ alien reisgenoot komt van Saturnus

de planeet Saturnus.

Voltaires Micromégas is de eerste sciencefiction waar buitenaardse astronauten naar de aarde komen. Bij Voltaire gaat het om vriendelijke intelligente buitenaardse wezens, een vroege vorm dus van E.T.

Micromégas knoopt aan bij Christiaan Huygens’ filosofisch essay Cosmotheoros (1698) waarin Huygens veel over de bewoners van andere planeten schrijft.

In Voltaires Micromégas vindt men ook tal van verwijzingen naar Fontenelle, wiens boek Gesprekken over de vele werelden (1686) in veel opzichten met het Huygens’ beschrijving in Cosmotheoros (1695) overlapt. Huygens deelde echter uiteindelijk Fontenelles antropocentrische bevinding niet dat de Aarde met haar gematigde klimaat en de ideale afstand tot de zon de meest verfijnde en

Christiaan Huygens_by_Caspar_Netscher

Christiaan Huygens

gevarieerde bevolking zou hebben, en dus superieur aan alle andere planeten is.

Zowel Huygens alsook Fontenelle waren lid van de Franse academie van wetenschappen, die door Voltaire wordt geparodieerd.

Fontenelle Micromégas Christiaan Huygens

Fontenelle

 

Academie_des_Sciences_Voltaire Micromegas parijsChristiaanHuygens

Academie_des_Sciences_Parijs Voltaire Micromégas

Voltaire laat Sirius- en Saturnus-bewoners optreden, en sluit dus goed aan op de thema’s “Saturnus” en “Sirius” in het werk van Christiaan Huygens.

Voltaire Micromégas Christiaan Huygens

Voltaire Micromégas

Huygens heeft de ringen van Saturnus beschreven ; de eerste maan van Saturnus ontdekt , en de afstand tot Sirius met een nieuwe methode verbazingwekkend goed geschat.

Voltaires vertelling verwijst ook, impliciet en expliciet (in het zesde hoofdstuk) naar Swifts Gullivers reizen (1727).

Micromégas is een satirische vertelling. Uit het perspectief van twee reizende buitenstaanders geeft Voltaire pittige en filosofische maatschappijkritiek, net zoals Montesquieu dat eerder deed met zijn Perzische brieven (1721).

 

Voltaires Micromégas, HOOFDSTUK I

vertaling (concept) Maria Trepp

Op een planeet met een baan om de ster Sirius leefde er een jonge man van grote intelligentie, wiens kennis ik de eer had te maken tijdens zijn recente bezoek aan onze kleine mierenhoop.
Hij heette Micromégas [*] , een toepasselijke naam voor grote mensen.

——– [*] Micro =klein, en mega=groot – Voltaire zinspeelt hier en verderop in de tekst op Christiaan Huygens, die met microscoop en telescoop nieuwe werelden van verwondering opende, de wereld van het reusachtig grote en het piepkleine . —

Hij had een gestalte van acht leuga , of 24.000 geometrische passen van vijf voet.

Sommige wiskundigen zullen- altijd bereid om voor het nut van de gemeenschap te werken- onmiddellijk hun schrijfgerei pakken, en vaststellen dat de heer Micromégas, inwoner van het land van Sirius, 24.000 passen groot is, wat overeenkomt met 20.000 voet, en omdat wij burgers van de Aarde amper vijf voet groot zijn , en onze wereld 9000 leuga omvang meet, zeg ik, dat het absoluut noodzakelijk is dat de globe, waar hij vandaan komt 21,6 miljoen keer groter in omvang is dan onze kleine planeet. Niets in de natuur is eenvoudiger en overzichtelijker.

———- De cijfers en de metingen kloppen vaak niet in deze tekst en zijn vermoedelijk bewust vervormd en verkeerd genoemd ————–

De soevereine staten van Duitsland of Italië, die men in een half uur doorkruisen kan, zijn in vergelijking met de rijken van Turkije, Moskou of China alleen vage afbeelden van de enorme verschillen die de natuur alle dingen heeft verleend.

De grootte van zijn Excellentie, die ik al heb genoemd, in aanmerking genomen zullen alle onze beeldhouwers en schilders het zonder bezwaar met eens zijn, dat zijn riem ongeveer 50.000 voet lang moet zijn, wat hem zeer goede proporties verleent. Omdat zijn neus een derde van zijn aantrekkelijk gezicht meet, en zijn aantrekkelijk gezicht een zevende van zijn aantrekkelijke lichaam meet, moet men vaststellen dat de neus van de Siriaan 6333 voet lang is, plus een kleine fractie; dit ligt voor de hand.

Wat zijn geest betreft is hij een van de meest gecultiveerden die we kennen.

Hij weet veel dingen.

Hij bedacht een paar dingen.

Hij was niet eens 250 jaar oud toen hij, zoals gebruikelijk, aan de meest bekende universiteiten van zijn planeet studeerde, waar hij uit pure wilskracht meer dan 50 van de stellingen van Euclides formuleerde. Dat is 18 meer dan Blaise Pascal, die, nadat hij – volgens het verslag van zijn zuster, -32 stellingen op een speelse manier had ontdekt, een nogal middelmatig wiskundige werd en een een zeer slecht metafysicus.

Tegen zijn 450e jaar, kort voor het einde van zijn jeugd, ontleed hij veel kleine insecten [*], niet meer dan 100 voet in diameter, die met gewone microscopen niet te zien waren. Hij schreef een opmerkelijk boek over, en dit verschafte hem wat inkomen.

———– [ *] Toespeling op Christiaan Huygens en op Antonie van Leeuwenhoek en Jan Swammerdam , de eerste microscopisten, die later in de tekst ook bij naam worden genoemd. ——

De moefti van zijn land, een zeer onwetende piekeraar, vond een aantal verdachte, nalatige, onhandige, en ketterse stellingen in het boek, rook ketterij, en stelde een harde achtervolging in; het was een controversiële vraag of de substantie van de vorm van vlooien op Sirius van dezelfde soort was als de van de worm. Micromégas schreef een pittige verdediging; hij bracht een paar vrouwen mee die in zijn voordeel getuigden, en het proces duurde 220 jaar. Tot slot liet de Mufti het boek door juristen veroordelen die het boek niet hadden gelezen – en de auteur werd veroordeeld om 800 jaar lang niet voor de rechter te verschijnen. Hij kreeg dus alleen de milde straf om te worden verbannen uit een rechtbank, die op niets meer dan pesten en kleinzieligheid bouwde. Hij schreef een vermakelijk lied ten koste van de Mufti, die weinig aandacht hieraan besteedde, en hij maakte een reis van planeet naar planeet om hart en geest te ontwikkelen, zoals het gezegde luidt.

Degenen die alleen met de postkoets of de wagen reizen zullen waarschijnlijk verbaasd zijn om over het vervoer met een ruimteschip te horen, omdat wij, op onze kleine hoop aarde, alleen begrijpen wat we gewend zijn. Onze reiziger was echter zeer vertrouwd met de wetten van de zwaartekracht en met alle andere aantrekkende en afstotende krachten. Hij gebruikte deze zo goed dat hij met de hulp van een zonnestraal of een komeet van bol tot bol sprong zoals een vogel van tak naar tak springt. Snel stak hij de Melkweg over, en ik moet melden dat hij door de sterren heen niet het mooie Empyrion kon zien dat de dominee Derham zich roemt met zijn telescoop te hebben gezien.

empyrion voltaire Micromegas

“…dat hij door de sterren heen niet het mooie Empyrion kon zien…”

Ik zeg niet dat de heer Derham slechte ogen heeft, God verhoede. Maar Micromégas was ter plekke, wat hem tot een betrouwbare getuige maakt, en ik zou niemand willen weerspreken.

———————— Voltaire verwijst naar het feit dat William Derham vermoedde dat de kosmische mist een opening zou zijn naar een lichtzone achter de “vaste sterren” ————–

Na een omweg kwam Micromégas naar de planeet Saturnus. Gewend als hij was om nieuwe dingen te zien, kon hij toch een lichte glimlach van superioriteit – dat zich soms ook bij de meest wijze van ons laat zien- niet onderdrukken bij de aanblik van de kleine omvang van de planeet en haar bewoners. Saturnus is weliswaar negen keer groter dan de Aarde, maar de burgers van dit land zijn voor de Siriaan dwergen, niet meer dan duizend voet hoog, of iets dergelijks. Hij en zijn mannen dreven eerst hun spot met hen, zoals de Italiaanse musici lachen om de muziek van Lully, wanneer ze naar Frankrijk komen. Maar omdat de Siriaan een goed hart had, begreep hij al snel dat een denkend wezen niet per se belachelijk is, omdat het is slechts 6.000 voet groot is.

Hij leerde de Saturnianer kennen, nadat hun schrik verdween. Hij bouwde een sterke vriendschap op met de secretaris van de Academie van Saturnus, een temperamentvolle man, die eerlijk gezegd nog niets uitgevonden had, maar de uitvindingen van anderen heel goed begreep, acceptabele verzen schreef en een aantal ingewikkelde berekeningen had uitgevoerd. Ter tevredenheid van de lezer zal ik een bijzonder gesprek weergeven, dat Micromégas op een dag met de secretaris voerde.

HOOFDSTUK II Gesprek tussen de bewoners van Sirius en Saturnus.

Nadat zijne excellentie ging liggen om te rusten, draaide zich de secretaris naar hem om.

“Je moet toegeven”, zei Micromégas, “dat de natuur zeer divers is.”

“Ja,” zei de Saturnianer, “De natuur is als een bloembed, waarin de bloemen -“

“Ugh!” zei de andere: “Hou op met bloembedden.”

De secretaris begon opnieuw. “De natuur is als een verzameling van blonde en brunette meisjes, waarvan het juweel-“

“Wat moet ik dan met je brunette meisje?” vroeg de andere.

“Dan is zij als een galerij van schilderijen, met de kenmerken -“

“Zeker niet!” Zei de reiziger. “Ik zeg nogmaals, dat de natuur als de natuur is. Waarom de moeite nemen om naar vergelijkingen te zoeken? “

“Om u een plezier te doen,” zei de secretaris.

“Ik wil geen plezier,” zei de reiziger. “Ik wil iets leren. Vertelt u me, hoeveel zintuigen de mannen op uw planeet hebben. “

Allegorie van de Vijf Zinnen

“Vertelt u me, hoeveel zintuigen de mannen op uw planeet hebben.”

“We hebben slechts 72,” zei de academicus,“en we klagen altijd erover. Onze verbeelding overtreft onze behoeften. We vinden dat we met onze 72 zintuigen, onze ring en onze vijf manen te beperkt zijn; en ondanks onze nieuwsgierigheid en het vrij grote aantal passies, die voortvloeien uit onze 72 zintuigen, hebben we genoeg tijd om ons te vervelen.”

——————-Het aantal van de zintuigen is nog steeds onderwerp van wetenschappelijk debat . —–

Christiaan Huygens bespreekt het thema van de menselijke zintuigen in detail in zijn Cosmotheoros . Hij beschrijft de menselijke zintuigen, hij schrijft, waarom ook de planetenbewoners over deze zintuigen zouden moeten beschikken en schrijft dat hij dacht dat het mogelijk maar niet waarschijnlijk is, dat de planetenbewoners meer zintuigen dan hebben wij . ——————————————

“Ik geloof je, zei Micromégas, “omdat wij op onze planeet bijna 1.000 zintuigen hebben, en toch hebben we nog steeds een vaag gevoel, een soort van angst die ons waarschuwt dat er nog perfectere wezens zijn. Ik heb heel wat gereisd, en ik heb stervelingen gezien die ons ver overtreffen. Maar ik heb geen wezens gezien die alleen maar wensen wat ze echt nodig hebben en alleen nodig hebben wat zij zichzelf toestaan. Misschien kom ik op een dag naar een land waar niets ontbreekt, maar tot nu toe heb ik nog nooit van zo’n plek gehoord. “

De Siriaan en de Saturniaan bleven zich kwellen met speculaties, maar na uitgebreide en zeer ingenieuze argumentatie was het noodzakelijk om naar de feiten terug te keren .

————— Zinspeling op Huygens’ speculatieve en soms ironisch provocerende gissingen in Cosmotheoros ——————–

“Hoe lang zal je leven?” vroeg de Siriaan.

“Oh, een zeer korte tijd,” antwoordde de kleine man van Saturnus.

“Wij hetzelfde”, zei de Siriaan. “We klagen altijd erover. Er moet een universele wet van de natuur zijn.”

“Oh, we leven slechts gedurende 500 omwentelingen rond de zon,” zei de Saturniaan. (Dit is volgens onze maatstaf ongeveer 15.000 jaar). “Dit betekent bijna op het moment te sterven waarop je geboren bent; ons bestaan is een punt, onze levensduur een moment, onze planeet is een atoom. Zodra we beginnen een beetje te leren komt al de dood, voordat we enige ervaring kunnen opbouwen. Wat mij betreft, durf ik helemaal geen plannen te maken. Ik zie mezelf als een druppel water in een grote oceaan. Ik schaam me, in het bijzonder voor u, dat ik een belachelijk figuur ben in deze wereld.”

Micromégas zei: “Als u niet een filosoof was, zou ik bang zijn om u over te belasten, als ik zeg dat onze levensduur 700 keer langer is dan de uwe, maar u weet heel goed dat het noodzakelijk is om het lichaam terug te geven aan de elementen, en de natuur in een andere vorm te doen herleven, die wij de dood noemen. Wanneer dat moment van de metamorfose komt, maakt het niet uit of men een eeuwigheid of een dag heeft geleefd. Ik heb landen bezocht waar men duizenden malen langer leeft dan wij, en ook zij sterven. Maar overal hebben de wezens het verstand om hun kleine rol te erkennen en om de Vader van de Natuur danken. Hij heeft in dit universum een schat aan soorten en variëteiten met een bewonderenswaardige uniformiteit verspreid. Bijvoorbeeld, alle denkende wezens zijn verschillend, maar alle lijken op elkaar in de gave van het denken en verlangen. Materie is overal, maar heeft andere eigenschappen op elke planeet. Hoeveel verschillende stofeigenschappen telt jullie planeet?”

“Als u de eigenschappen bedoelt,” zei de Saturniaan, “zonder welke de planeet naar onze mening niet zou kunnen existeren, tellen wij 300 van hen, zoals uitbreiding, ondoordringbaarheid, mobiliteit, zwaartekracht, deelbaarheid, en ga zo maar door.” “Blijkbaar,” antwoordde de reiziger, “is dit kleine aantal voldoende voor wat de Schepper nodig had voor uw huis. Ik heb bewondering voor zijn wijsheid in alles, ik zie overal verschillen, maar ook het evenredigheid. Jullie planeet is klein, en de bewoners zijn het ook. Zij hebben weinig zinnen, en uw materie heeft een klein aantal kenmerken; dit alles is het werk van de Voorzienigheid. Welke kleur heeft uw zon, wanneer men haar onderzoekt? “

“Sterk geel-wit,” zei de Saturniaan. “En als we een van haar stralen delen, vinden we dat deze zeven kleuren bevat.”

“Onze zon is rood,” zei de Siriaan, “en we hebben 39 basiskleuren. Er is geen zon van de vele die ik zag, die op haar lijkt net zoals er niemand onder jullie is van wie het gezicht identiek is aan dat van een ander.”

Na tal van dit soort vragen hoorde hij hoeveel wezenlijk verschillende substanties op Saturnus te vinden zijn. Hij hoorde dat er slechts ongeveer 30 zijn, zoals God, ruimte, materie, de wezens met uitbreiding van de zintuigen, de wezens met de uitbreiding van de zintuigen en de geest, de denkende wezens zonder extensie; zij, die transparant zijn, en zij, die het niet zijn enzovoort. De Siriaan, wiens thuisplaneet 300 substanties omvatte, en die op zijn reizen 3.000 van hen had ontdekt verraste de filosoof van Saturnus enorm met zijn verhalen.

Eindelijk, nadat zij elkaar een beetje hadden verteld van hetgeen ze wisten en veel van hetgeen ze niet wisten, en nadat ze tijdens de loop van een omwenteling rond de zon gediscussieerd hadden, besloten ze samen op een kleine filosofische reis te gaan.

 

HOOFDSTUK III. De reis van de twee bewoners van Sirius en Saturnus.

Onze twee filosofen waren net voorzien van een zeer mooi wiskundig gereedschap en klaar om in de atmosfeer van Saturnus te starten toen de heerser van Saturnus, die het nieuws van het vertrek gehoord had, in tranen kwam om te protesteren. Ze was een mooie, tengere brunette die slechts 660 vadem groot was, maar dit gebrek aan grootte compenseerde met vele andere voordelen.

“Wrede man!” riep ze, “nu ik jou gedurende1500 jaar kon weerstaan, en net toen ik begon om mij aan je te verbinden, en nog geen honderd jaar in je armen, verlaat jij mij om met een reus uit een andere wereld op reis te gaan. Ga maar, jij was gewoon nieuwsgierig, jij was nooit verliefd; als je een echte Saturniaan was, zou je me trouw blijven. Waarheen ga je vluchten? Wat wil je eigenlijk? Onze vijf manen zwerven minder dan jij, onze ring is minder tegenstrijdig. Het is voorbij, ik zal nooit iemand meer lief hebben.”

Voltaires Micromégas' alien reisgenoot komt van Saturnus

“onze ring is minder tegenstrijdig”

————– Zie Christiaan Huygens en de ring en de manen van Saturnus —————–

Saturn manen Voltaire Micromegas Christiaan Huygens

“Onze vijf manen zwerven minder dan jij”

De filosoof omhelsde haar en huilde met haar, filosoof, die hij was; de vrouw viel flauw, en verdween daarna, om zich met de hulp van een van de dandy’s van het land te troosten.

Onze twee ontdekkingsreizigers vertrokken direct, zij stapten eerst op de ring, die zij vrij plat vonden, zoals een illustere bewoner van onze kleine bol al had vermoed; van daaruit reisden zij gemakkelijk van maan tot maan.

—– “een illustere bewoner“ directe verwijzing naar Huygens en zijn opvatting van de ring van Saturnus —————-

Een komeet kwam voorbij, en ze vlogen op hem mee, samen met hun dienaren en hun instrumenten.

———- zie Descartes, Huygens, Newton over kometen ———————–

Toen ze ongeveer 150 miljoen leuga gereisd hadden, ontmoetten zij de manen van Jupiter. Ze stopten bij Jupiter en bleven een week lang. Gedurende deze tijd ontdekten zij een aantal zeer wonderbaarlijke geheimen die nuttig zouden zijn geweest als men deze had kunnen publiceren, maar ze moesten zich terughoudend op te stellen vanwege de inquisitie, die een aantal van de resultaten als provocatie opvatte.

Ook tegen de bevindingen van Christiaan Huygens maakte de inquisitie bezwaar————-

Maar ik heb een manuscript in de bibliotheek van de beroemde aartsbisschop van … .gelezen die mij met een vrijgevigheid en vriendelijkheid die onmogelijk genoeg kan worden geprezen- toestond om zijn boeken in te zien. Ik beloofde hem een lang artikel in de eerste editie van de Moréri. En ik zal zijn kinderen niet vergeten, een grote hoop voor het voortbestaan van het geslacht van hun beroemde vader.

Maar laten we nu terugkeren naar onze reizigers. Na het verlaten van Jupiter gekruisten zij een ruimte van ongeveer 100 miljoen liga en naderden de planeet Mars, die, zoals we weten, vijf keer kleiner is dan onze eigen planeet; draaiden zij zich om de twee manen die bij de planeet horen, maar die ontsnapt zijn aan de aandacht van onze astronomen.

———- Mars heeft twee kleine, onregelmatig gevormde manen: Phobos en Deimos (Grieks voor angst en terreur). Huygens wist dit nog niet. Er is geen algemene definitie voor de minimale grootte van een maan. —–

Ik weet heel goed dat Vader Castel zich, misschien zelfs vriendelijk, tegen het bestaan van deze twee manen zal verzetten, maar ik reken op degenen die met analogie argumenteren.

——— Huygens legt in zijn Cosmotheoros de waarde van het analogie argument uit —————-

Deze goede filosofen weten hoe onwaarschijnlijk het is dat Mars, zo ver van de zon, minder dan twee manen heeft gekregen. Hoe het ook ermee zij, onze onderzoekers vonden deze zo klein dat ze bang waren niet in staat te zullen zijn, om op hen te landen, en ze reden door als twee reizigers die het slechte spel van een dorpscabaret minachten en snel doorrijden.

Maar de Siriaan en zijn metgezel voelden al snel berouw. Ze reisden een lange tijd zonder iets te vinden. Eindelijk zagen zij het licht van een kleine kaars, het was de Aarde, en hij was een trieste aanblik voor degenen die net Jupiter hadden verlaten. Maar uit angst om wederom spijt te moeten hebben besloten ze om te landen.

Ondersteund door de staart van een komeet, en dan op een klaar staand poollicht, bewogen zij naar haar toe, en kwam op de Aarde aan de noordelijke kust van de Baltische Zee, op 5 Juli 1737 (datum nieuwe stijl).

Northern Lights polarlicht poollicht aurora

De reizigers komen aan op aarde met een poollicht
(United States Air Force photo by Senior Airman Joshua Strang wikimedia commons)

 

HOOFDSTUK IV Wat op de planeet aarde gebeurde.

Na een pauze aten ze voor de lunch twee bergen, die hun manschap redelijk goed toebereidde. Toen besloten ze om het kleine land waar ze waren kennen te leren.

Ze gingen van noord naar zuid. De normale stap van Siriaan en zijn bemanning was ongeveer 30.000 voet groot. De dwerg van Saturnus, die niet meer dan een duizend vadem haalde, sleepte zich zwaar ademend achteraan. Hij moest elke keer twaalf stappen maken toen de andere één stap maakte: stel je eens een heel klein schoothondje voor (als het toegestaan is om een dergelijke vergelijking te maken), dat een kapitein van de wacht van de Pruisische koning volgt.

Omdat onze vreemden zich vrij snel beweegden, omcirkelden zij ze de aarde in 36 uur. De zon, of liever gezegd de aarde, maakt in feite een soortgelijke reis in een dag, maar men moet zich voorstellen dat het veel makkelijker gaat als men om zijn eigen as draait dan als men te voet onderweg is. Tenslotte kwamen zij terug op die plek, waar ze begonnen waren, na het zien van de kleine vijver die wij de Middellandse Zee noemen en het andere kleine meer dat onder de naam Oceaan een mollenheuvel omgeeft.

Het water reikte de dwerg nooit over zijn knieën, en de andere maakte nauwelijks zijn hielen nat. Op hun manier deden ze alles wat ze konden om te bepalen of de planeet bewoond was of niet. Ze hurkten, om overal te voelen, maar hun ogen en handen waren niet geproportioneerd voor de kleine wezens die hier kruipen; zij deden dan ook geen enkele waarneming die hen had doen vermoeden dat wij en onze bondgenoten, de andere bewoners van deze planeet, de eer hebben te bestaan

Verwijzing naar het verhitte debat over de “veelvoud van werelden” en het leven op andere planeten, dat de 17e eeuw domineerde ———-

De dwerg, die soms een beetje te snel klaar was, besloot onmiddellijk dat de planeet onbewoond was. Zijn hoofdreden was dat hij niemand had gezien.

Micromégas wees hem beleefd op dat deze logica nogal gebrekkig was:

“Tenslotte,” zei hij, “Kunt u met uw kleine ogen bepaalde sterren van de 50e orde niet zien, die ik heel duidelijk zie. U concludeert dat deze sterren er niet zijn?”

“Ja maar, “zei de dwerg,” ik heb overal gezocht. “

“Ja maar,” antwoordde de andere, “je bent weinig gevoelig.”

“Ja maar,” antwoordde de dwerg, “Deze planeet is slecht gebouwd. Alles is zo onregelmatig en heeft zo’n belachelijke gedaante. Alles lijkt in chaos te verkeren: ziet u deze kleine beekjes; geen enkele verloopt in een rechte lijn; deze plassen water die op geen enkele manier rond, vierkant, ovaal, of regelmatig zijn; al die kleine, puntige, over de grond verspreide plekken, die mijn voeten schrappen? (Dit sloeg op de bergen.) Kijk naar de vorm, en hoe zeer deze planeet is afgeplat aan de polen,

——- Huygens en Newton hadden gesteld dat de aarde een afgeplatte sferoïde moet zijn. In de 18e eeuw konden expedities bewijzen dat dit inderdaad het geval is. ——-

en hoe onpraktisch zij om de zon draait, op een manier die die klimaatzones rond Noord- en Zuidpool onbewoonbaar maakt. Om de waarheid te vertellen, wat mij werkelijk doet denken dat deze globe onbewoond is, dat is, dat niemand die verstand heeft op dit ding zou willen blijven.”

“Nou,” zei Micromégas, “misschien hebben de bewoners van deze planeet geen verstand. Maar uiteindelijk kan er een reden voor dit alles zijn. Alles lijkt hier onregelmatig, zoals je zegt, omdat alles op Saturnus en Jupiter in een rechte lijn is getekend. Dit kan de reden zijn dat u zich een beetje vergist. Heb ik u niet verteld dat mij in mijn reizen overal erg veel variatie is opgevallen?”

De Saturniaan reageerde gelijk op al deze bezwaren. Het debat zou eindeloos door zijn gegaan, als niet Micromégas in zijn opwinding het geluk had om de draad van zijn diamanten ketting te breken. De diamanten vielen; zij hadden weinig aantal karaat en waren van zeer onregelmatige grootte; de grootste woog 400 pond, de kleinste 50 pond. De dwerg ving een aantal van hen op, en toen hij bukte om beter te zien, zag hij dat deze diamanten als een uitstekende microscoop waren geslepen. Hij pikte een kleine microscoop van 160 voet in diameter eruit en maakte het vast aan zijn oog, en Micromégas nam een van 2005 voet in diameter. De microscopen waren uitstekend, maar geen van beiden kon direct alles zien, en de microscopen moesten worden aangepast.

Tot slot zag de Saturniaan iets vaags, dat zich in de ondiepe wateren van de Oostzee bewoog; het was een walvis. Hij pikte deze voorzichtig op met zijn pink, en liet hem op de nagel van zijn duim aan de Siriaan zien, die een tweede keer lachte over de kleine schaal van de belachelijke dingen op onze planeet. De Saturniaan was er nu van overtuigd dat onze wereld werd bewoond, maar dacht meteen dat deze alleen werd bewoond door walvissen, en aangezien hij niet erg goed kon denken, was hij vastberaden de oorsprong en evolutie van zo’n klein atoom af te leiden, en uit te zoeken of het ideeën kon hebben, een of het wil en vrijheid bezat.

————- Voor de filosofische achtergrond van deze en de volgende passage over het atomisme en de ziel van dieren, zie het debat tussen Huygens en Descartes hier in detail —–

Micromégas was in de war.

Hij onderzocht het dier zeer geduldig en vond geen reden om te geloven dat het een ziel had. De twee reizigers waren dan ook geneigd te geloven dat er op onze aarde geen geest existeerde, toen ze plotseling met de hulp van de microscoop iets waarnamen dat de omvang van een walvis had en dat in de Baltische Zee zwom. We weten dat een groep onderzoekers op dit moment terugkeerde van de poolcirkel, waar ze een aantal observaties hadden gemaakt die tot dan niemand had durven te maken. De kranten beweerden dat hun schip aan de kust van de Botnische Golf aan de grond was gelopen en dat zij veel moeite hadden om alles op orde te brengen; maar dat is allemaal nog onduidelijk.

Ik zal ongekunsteld en zonder vooroordelen vertellen hoe het echt gebeurd is; en dat is geen kleinigheid voor een historicus.

Hoofdstuk V Experimenten en overwegingen van de twee reizigers.

Micromégas strekte langzaam zijn hand uit naar de plek waar het object was verschenen; wees met twee vingers, en trok deze dan terug uit angst om verkeerd begrepen te worden, opende en sloot zijn vingers, en pakte dan het schip waarop deze jongens voeren behendig op, en legde het op zijn vingernagel zonder het te drukken, uit angst het te beschadigen.

“Dit is een heel ander dier dan de eerste,” zei de dwerg van Saturnus.

De Siriaan nam het “beest” in zijn hand.

De passagiers en bemanning, die dachten dat ze getroffen waren door een orkaan, en ook dachten dat ze gestrand waren op een rots, begonnen rond te rennen; de matrozen pakten vaten met wijn, en gooiden ze overboord op Micromégas’ hand en sprongen achterna.

De landmeters namen hun kwadranten, sextanten, twee meisjes uit Lapland, en klommen op de vingers van de Siriaan. Ze maakten zoveel drukte dat hij eindelijk beweging voelde, die zijn vingers kriebelde. Het was een met staal beklede staaf die in zijn wijsvinger werd geduwd.

Hij dacht dat de tinteling werd veroorzaakt door het kleine dier dat hij in handen hield, en kon zich eerst niets anders voorstellen. De microscoop, welke een walvis niet echt van een boot kon onderscheiden, kon zoiets vaags als een menselijk wezen niet registreren.

Ik wil niet de eigendunk van anderen beledigen, maar ik beschouw het als mijn plicht om te weldenkende mensen te vragen hier iets op te merken. Op basis van de grootte van een man van ongeveer anderhalf meter is het gedaante dat wij op de aarde hebben die van een dier van ongeveer een 600.000ste van de grootte van een vlo op een bal van ongeveer vijf meter. Denk aan iets of iemand die de aarde in zijn handen kan houden, en die organen heeft in relatie tot de onze – en het kan goed zijn dat er zulke wezens existeren- en denk eraan, wat deze waarnemer zou denken van gevechten die een veroveraar in staat stellen een dorp in te nemen, alleen maar om het even later te verliezen.

——— Het perspectief van buiten de aarde in sciencefiction en ruimtevaart resulteert vaak in een pacifistisch perspectief, in ieder geval bij Voltaire en Huygens —————–

Ik twijfel er niet aan dat, als een kapitein van een troep imposante grenadiers mijn tekst leest, hij de grootte van de hoeden van zijn troepen laat vergrootten, met ten minste twee indrukwekkende voet. Maar ik waarschuw hem dat dit vergeefs zal zijn, omdat hij en zijn soortgenoten nooit groter zullen worden dan oneindig klein.

Wat een geweldige vaardigheden onze filosoof van Sirius nodig had om de atomen waar te nemen waarvan ik zojuist heb gesproken. Toen Leeuwenhoek en Hartsoeker de eerste microscopen maakten en dachten dat ze de korrels zagen waaruit we zijn gebouwd maakten ze zeker niet zo’n geweldige ontdekking.

Antonie_van_Leeuwenhoek voltaire Micromegas

Antonie_van_Leeuwenhoek

—- Leeuwenhoek en Huygens waren bekenden; en de bioloog Hartsoeker was een leerling van Christiaan Huygens ———-

Wat een vreugde Micromégas voelde om deze kleine machines te zien bewegen, hun jachtige bewegingen te bestuderen, en hen in hun bezigheden te volgen! Hoe hij schreeuwde! Met welke vreugde hij een van zijn microscopen in de handen van zijn reisgenoot duwde!

“Ik zie hen,” zeiden ze tegelijk, “Kijk maar hoe ze lasten dragen, bukken, weer opstaan.”

Ze spraken zo met trillende handen van blijdschap bij het zien van deze nieuwe objecten, en uit angst hen te verliezen. De Saturniaan viel van een overmaat van ongeloof in een overmaat van goedgelovigheid, toen hij dacht dat hij hen zag bij de paring.

“Ah!” zei hij. “Ik heb de natuur op heterdaad betrapt.”

Maar hij werd bedrogen door de schijn alleen; iets dat maar al te vaak gebeurt, bij het gebruik van een microscoop, en ook anders.

———— De Huygens-adept Hartsuiker geloofde dat in het sperma een humunculus is verborgen ————-

HOOFDSTUK VI. Wat er met hen bij de mensen gebeurde.

 

Micromégas, een veel betere waarnemer dan de dwerg, zag duidelijk dat de atomen met elkaar aan het praten waren, en wees zijn metgezel hierop, maar deze man kon niet geloven dat zulke wezens konden communiceren, omdat hij zich schaamde dat hij zich had vergist over hun voortplanting. Hij zelf had de gave van het woord, net als de Siriaan. Maar hij kon de atomen niet horen en hij vermoedde dus dat ze niet spreken. Trouwens, hoe zouden deze ongelofelijk kleine wezens stemorganen kunnen hebben, en wat zouden zij te zeggen hebben? Om te spreken, moet je denken, min of meer, maar als ze denken dan zouden ze zoiets als een ziel moeten hebben. Aan de andere kant leek het hem absurd om aan deze soort het equivalent van een ziel toe te schrijven.

———– – zie Huygens vs Descartes over dieren en hun ziel——–

“Maar”, zei de Siriaan, “je dacht meteen dat de wezens aan het paren waren. Denk je dat ze liefde beoefenen, zonder na te denken, en zonder een enkel woord te zeggen, of in ieder geval zonder zelf te worden gehoord? Stel je verder dat het moeilijker is om een argument te produceren dan een kind te maken? Allebei lijkt het mij een groot mysterie. “

“Ik durf niet te geloven of te ontkennen”, zei de dwerg. “Ik heb geen mening meer. We moeten proberen om deze insecten eerst te bestuderen, en ons dan pas uitspreken. “

Insectenmensen: Voltaires Micromégas en Christiaan Huygens

Insectenmensen (Jeroen Bosch) : Voltaires Micromégas en Christiaan Huygens

De mens als insect, hier bij Jeroen Bosch

“Dat heb je heel goed gezegd,” zei Micromégas, en hij nam snel een schaar waarmee hij zijn nagels knipte, en uit het knipsel van zijn duimnagel improviseerde hij een soort hoorbuis, als een gigantische trechter, en hield het einde aan zijn oor.

De grootte van de trechter omvatte het schip en de hele bezetting. Zelfs de zwakste stem werd in de circulaire vezels van de nagels zodanig opgevangen dat de filosoof boven -dank zijn vlijt -het lawaai van ons insecten beneden goed kon horen. Na een paar uur kon hij al woorden onderscheiden, en tenslotte Frans begrepen. De dwerg kreeg het ook onder de knieën, zij het met meer moeite.

De verrassing van de reizigers verdubbelde per seconde. Ze hoorden hoe de mijten heel intelligent aan het praten waren. Deze kracht van de natuur leek hen onverklaarbaar.

U kunt zich voorstellen dat de Siriaan en de dwerg van ongeduld brandden om met de atomen te converseren.

De dwerg vreesde dat zijn donderende stem, en zeker die van Micromégas, de mijten zou verdoven en dat men niet zou worden begrepen. Zij moesten het stemvolume verminderen. Ze zetten tandenstokers in hun mond, waarvan de dunne uiteinden rond het schip vielen. De Siriaan liet de dwerg op zijn knieën zitten, en zette het schip met de bemanning op een vingernagel. Hij boog zijn hoofd en sprak zachtjes. Uiteindelijk vertrouwde hij op deze en andere voorzorgsmaatregelen, en begon zijn toespraak als volgt:

“Onzichtbare insecten, die de hand van de Schepper in de afgrond van de oneindige kleinheid schiep, ik dank hem dat hij mij toestaat dit schijnbaar ondoordringbaar mysterie te ontdekken.

——-ironie over de “insectotheologie” , zie meer hier——————–

Anderen aan mijn hof zouden zich niet neerbuigen om u audiëntie te verlenen, maar ik wantrouw niemand, en ik verleen u mijn bescherming.”

Als ooit iemand verrast was, waren het wel de mensen die deze woorden hoorden.

Ze konden niet achterhalen waar de woorden vandaan kwamen. De kapelaan van het schip reciteerde exorcismegebeden, de zeilers vloekten, en de filosofen van het schip ontworpen systemen; maar met welke systemen zij ook kwamen, zij konden ze niet achterhalen wie aan het praten was.

De dwerg van Saturnus, die een rustigere stem had dan Micromégas, vertelde in een paar woorden met welke species zij te maken hadden. Hij vertelde hen over de reis van Saturnus, vertelde wie de heer Micromégas was, en nadat hij klaagde over hoe klein zij waren, vroeg hij of zij zich altijd al in deze ellendige toestand in de buurt van het niets hadden bevonden, en wat ze deden in een wereld die aan de walvissen leek toe te behoren, en of ze blij waren, als zij zich reproduceerden, en of ze een ziel hadden; en honderd andere vragen van dit soort.

Een denker in het menselijk gezelschap, die meer moed had dan de anderen, en die geschokt was dat iemand zijn ziel in twijfel trok, keek naar de spreker met de hulp van een kwadrant, die in een kwart cirkel naar twee verschillende plaatsen wees, en sprak op de derde positie aldus:

“U denkt dan, meneer, dat omdat u van kop tot teen duizend vadem hoog bent, dat u-“

“Duizend vadem”, riep de dwerg. “Lieve hemel! Hoe kon hij mijn grootte weten? Duizend vadem! Men kan hem niet verwarren met een vlo. Dit atoom heeft mij gemeten! Hij is een landmeter, hij kent mijn grootte, en ik, die ik hem alleen door een microscoop kan zien, ik ken nog steeds niet zijn grootte!”

“Ja, ik heb u gemeten,” zei de landmeter, “en ik zal ook uw grote vriend meten.”

Het voorstel werd aanvaard, Zijne Excellentie legde zich plat, omdat, als hij overeind was gebleven, zijn hoofd omgeven was geweest door de wolken.

 

Jonathan_Swift_Voltaire Micromegas

“…op een plek die dr. Swift zou benoemen”

Onze filosofen plaatsten een grote steel op hem, op een plek die dr. Swift zou benoemen; maar ikzelf houd me terug bij de benoeming, uit respect voor de dames. Door middel van een reeks onderling verbonden driehoeken concludeerden zij, dat wat ze zagen eigenlijk een jonge man van 120.000 voet was.

Micromégas sprak deze woorden:

“Ik realiseer me meer dan ooit dat we niets moeten beoordelen naar zijn schijnbare grootte. Oh God, U hebt een schijnbaar verachtelijke substantie intelligentie verleend! Het oneindig kleine kost u zo weinig als het oneindig grootte, en als het mogelijk is dat zulke kleine wezens als deze hier existeren, kan er net zo goed een denkend wezen zijn die groter is dan die van de prachtige dieren die ik in de hemel heb gezien, en wiens voeten alleen al deze planeet zouden bedekken.”

Een van de filosofen antwoordde dat hij zich kon voorstellen, dat er intelligente wezens waren die veel kleiner zijn dan de mens. Hij vertelde weliswaar niet alle sprookjes die Vergil vertelt van de bijen. Maar hij sprak over wat Swammerdam heeft ontdekt, en wat Reaumur heeft ontleed. Hij verklaarde uiteindelijk dat er dieren zijn die voor de bijen zijn wat bijen zijn voor de mens, en wat de Siriaan zelf voor de grote dieren is, waarvan hij eerder gesproken had, en wat deze grote dieren voor de andere substanties zijn, vergeleken met wie zij dan weer atomen zijn. Gaandeweg werd het gesprek interessant en Micromégas sprak nu als volgt:

 

HOOFDSTUK VII Gesprek met de mensen.

“Oh intelligente atomen, aan wie de Eeuwige zijn vaardigheid en zijn macht wilde bewijzen, zonder twijfel moeten jullie pure vreugde op jullie planeet beleven; tenslotte bestaan jullie uit weinig materie en bijna uitsluitend uit geest, dus jullie brengen zeker het leven door met denken en met liefhebben, dus in het ware leven van de geest. Nergens heb ik waar geluk gevonden, maar hier is het zonder twijfel.”

Bij dit alles schudden de filosofen het hoofd, en een van hen, die meer openhartig was dan de anderen, zei, dat- afgezien van een klein aantal inwoners die in slecht aanzien verkeerden- de rest een verzameling van gekke, kwaadaardige en ellendige mensen was.

“We hebben meer stof dan nodig is, om kwaad te doen” zei hij, “voor het geval dat het kwaad afkomstig is van het stof, en te veel geest, als het kwaad van de geest afkomstig is. Wist u bijvoorbeeld, dat terwijl ik nu met u spreek, 100.000 hoedendragende gekken van onze species 100.000 andere dieren, die tulbanden dragen, hebben gedood, of door hen werden afgeslacht, en dat wij sinds mensenheugenis bijna het gehele oppervlak van de aarde voor dit doel gebruiken.

—————- bedoeld wordt de Russisch-Turkse Oorlog (1735-1739)——–

De Siriaan huiverde, en vroeg de reden voor dit vreselijk conflict tussen deze piepkleine dieren.

“Het is een probleem,” zei de filosoof, “van een paar bergen van modder ter grootte van je hiel.

———- bedoelt wordt het schiereiland Krim ———–

Het is niet zo dat een van deze miljoenen mannen die elkaar de keel opensnijden zich om deze hoop modder bekommert. Het is gewoon een kwestie ervan of deze hoop een tot bepaalde man moet behoren, die we ‘Sultan’ noemen, of tot een ander, die we, om welke reden dan ook, “Tsaar” noemen. Geen van hen heeft ooit dit kleine stukje aarde gezien, of zal het ooit zien, en bijna geen van deze dieren, die elkaar doden, heeft ooit zelf het dier gezien voor wie ze doden.”

“Het wrede noodlot,” riep de Siriaan verontwaardigd. “Wie kan deze waanzin van gewelddadigheid begrijpen? Dit verhaal maakt dat ik graag drie stappen zou willen nemen, en de hele mierenhoop van belachelijke moordenaars verpletteren.”

“Niet je tijd te verspillen,” antwoordde de andere: “Deze hier werken zelf al snel genoeg in de richting van hun ondergang. Weet dat na tien jaar maar slechts een honderdste van deze schurken nog zal leven. Weet dat, zelfs als ze geen zwaarden hebben getrokken, honger, moeheid of onmatigheid hen zal inhalen. Daarnaast is het niet zo dat deze hier moeten worden gestraft; het zijn deze andere barbaren die uit de veilige holtes van hun kantoor instructies geven voor de slachting van een miljoen mensen, terwijl ze nog hun laatste maaltijd verteren, en daarna God hun plechtige dank zeggen.”

De reiziger werd overvallen door medelijden met het kleine menselijke ras, toen hij deze verrassende contrasten ontdekte. “Omdat u tot het geringe aantal van wijzen hoort,” zei hij tegen deze heren, “en omdat u blijkbaar niemand voor geld vermoordt, vertelt u mij, alstublieft, waarmee u uw tijd doorbrengt.”

“We ontleden vliegen,” zei de filosoof, “we meten lijnen, verzamelen getallen, en we zijn het eens met elkaar over twee of drie vragen die we nog niet begrijpen.”

De Siriaan en de Saturniaan hadden zin om de denkende atomen te vragen, wat het was, waarin zij overeenstemden. “Wat meten jullie,” vroegde Saturnianer, “Van de hondster tot de grote ster in de tweeling?”

Zij reageren tegelijk, “32 en een halve graad.”

“Wat meet je van hier naar de maan?”

“60 stralen van de aarde.”

“Hoe zwaar is de lucht?”

Hij dacht dat hij hen had betrapt, maar ze vertelde hem dat de lucht ongeveer 900 keer minder gewicht had dan een gelijk volume van zuiver water, en 19.000 keer minder dan een gouden dukaten.

De kleine dwerg van Saturnus was verrast door hun antwoorden, en wilde nu dezelfde mensen, die hij nog 15 minuten eerder een ziel had ontzegd, bijna beschuldigen van hekserij.

Tot slot zei Micromégas tegen hen:

“Omdat jullie alles dat ver weg is zo goed kennen, moeten jullie hetgeen dichtbij is nog veel beter kennen. Vertel me wat jullie ziel is, en hoe jullie ideeën vormen.”

De filosofen praatten allemaal tegelijk, zoals voorheen, maar ze hadden verschillende opvattingen. De oudste citeerde Aristoteles,

Aristoteles Voltaire Micromegas

“De oudste citeerde Aristoteles…”

 

een ander noemde de naam van Descartes, een ander Malebranche, een ander Leibniz, een nog een ander Locke.

Een peripateticus sprak met vertrouwen: ” De ziel is een entelechie, en de rede geeft haar de kracht om te zijn wat zij is.”

Dit is wat Aristoteles uitdrukkelijk zegt, pagina 633 van de Louvre editie.

Hij citeerde de passage.

“Ik begrijp Grieks niet heel goed,” zei de reus.

“Ik ook niet,” zei de filosofische mijt.

“Waarom,” antwoordde de Siriaan, “haalt u dan een man aan genaamd Aristoteles, in het Grieks?”

“Omdat,” antwoordde de geleerde, “men altijd moet aanhalen wat men helemaal niet begrijpt, en in de taal die men het minst begrijpt.”

De cartesiaan sprak en zei: “De ziel is een zuivere geest, die in de schoot van zijn moeder alle metafysische ideeën heeft ontvangen, en na het verlaten van deze plaats naar school moet gaan, en alles weer opnieuw moet leren wat zij ooit kende en nooit weer zal weten.”

“Het is toch voor de ziel niet de moeite waard,” antwoordde het dier met de grootte van acht leuga “om al zo deskundig te zijn in haar moeders lijf, en dan onwetend te zijn als men volwassen is… Maar wat verstaan jullie onder ‘geest’? ”

“U vraagt mij?,” zei de denker. “Ik heb geen idee. We zeggen dat het geen materie is-“

“Maar je weet tenminste wat materie is?”

“Zeker,” antwoordde de man. “Bijvoorbeeld, deze steen is grijs, heeft één of andere vorm, heeft drie dimensies, is zwaar en ondeelbaar.”

“Goed,” zei de Siriaan. “Hetgeen lijkt deelbaar, zwaar en grijs te zijn, kunt u mij vertellen wat dat is? U kunt enkele van de attributen, maar je weet wat er achter zit?

“Nee,” zei de ander.

“Dus je weet niet wat materie is.”

Micromégas sprak een andere van de mannen aan die hij op zijn duim hield, en vroeg wat was zijn ziel was, en wat deze deed.

 

Nicolas_Malebranche-Voltaire-Micromegas

“Niets,” zei de aanhanger van Malebranche.

“Niets,” zei de aanhanger van Malebranche.

“God doet alles voor mij. Ik zie alles in Hem, doe alles in Hem; Hij is het, die alles doet, waarbij ik ben betrokken.

“Het was net zo goed om niet te bestaan”, zei de wijze van Sirius.

“En jij, mijn vriend,” zei hij tegen een leibniziaan die erbij was, “wat is je ziel?”

“Dit zijn,” antwoordde de leibniziaan “De wijzers van een klok die de tijd aanwijst, terwijl mijn lichaam de bel luidt. Of, als u wilt, het is mijn ziel, die de bel luidt, terwijl mijn lichaam de tijd aanwijst; of mijn ziel is de spiegel van het universum, en mijn lichaam is het frame van de spiegel. Dat is volkomen duidelijk.”

——-Voltaire bekritiseert in zijn “Candide” de filosofie van Leibniz, die sterk overeenkomt met degene van Christiaan Huygens——————————-

Een kleine aanhanger van John Locke was in de buurt, en hij zei, toen hij men hem uiteindelijk het woord verleende:

“Ik weet niet,” zei hij, “hoe ik denk, maar ik weet dat ik altijd alleen maar heb dacht met mijn zintuigen. Ik heb geen twijfel over het feit dat er immateriële en intelligente substanties zijn, maar ik betwijfel ten zeerste dat het onmogelijk zou zijn voor God om via de materie te communiceren. Ik aanbid de eeuwige macht. Het is niet mijn taak om haar te beperken. Ik beweer niets, en ben tevreden met de veronderstelling dat er veel meer dingen mogelijk zijn dan wij denken.”

Het dier van Sirius glimlachte. Hij vond dit helemaal niet wijs, terwijl de dwerg van Saturnus de aanhanger van Locke zou hebben gekust was er niet het extreme verschil in grootte.

Maar helaas was er een klein schepsel met een vierkante hoed, die de andere dieren-filosofen onderbrak. Hij zei dat hij het geheim kende: men kon alles in de Summa van

Summa Theologiae Aquino voltaire Micromegas

“Men kon alles in de Summa van Thomas van Aquino vinden”

Thomas van Aquino vinden. Hij inspecteerde de twee hemelse bewoners van boven naar beneden. Hij betoogde dat hun volk, hun wereld, hun zonnen, de sterren; alles alleen was gemaakt voor de mensen.

Bij deze toespraak vielen onze twee reizigers bijna om door het onsterfelijk gelach dat volgens Homerus gedeeld wordt met de goden. Hun schouders en buik gingen op en neer, en in deze lachkrampen viel het schip, dat de Siriaan op zijn nagel had, in een van de zakken van de Saturniaan. De twee goede mannen zochten een lange tijd, vonden het eindelijk, en ruimden het goed op.

De Siriaan vervolgde zijn gesprek met de kleine mijten. Hij sprak tot hen met veel vriendelijkheid, hoewel hij in het diepst van zijn hart een beetje boos was dat het oneindig kleine een bijna oneindig grote trots bezat. Hij beloofde hen een mooi filosofisch boek te maken, geschreven in erg kleine letter voor hun gebruik, en zei dat zij met dit boek het fundament van alles zouden begrijpen.

En werkelijk, hij gaf dit boek aan hen voor zijn vertrek. Het werd naar de wetenschapsacademie in Parijs gebracht, maar als de oude secretaris het opende, zag hij niets anders dan blanco pagina’s.

“Ah!” zei hij: “Dat dacht ik al.”

Voltaire Micromegas einde foto en vertaling Maria Trepp

Voltaire Micromégas, vertaling Maria Trepp

Leave a Reply



Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief