
Gustav Meyrink is een in Nederland niet erg bekende schrijver.
Voor mensen die van fantastische verhalen houden, van Schwarze Romantik, van E.T.A. Hoffmann en van Edgar Allen Poe, is Meyrink (1868-1932) een grote aanrader.
Dubbelgangers, somnambulen, Lucifer, het onbewuste en de toeval- zijn boeken zijn een cocktail met zwarte ingrediënten.
Meyrink was een stads- en tijdsgenoot van Kafka, en toen – in het begin van de 20e eeuw – veel beroemder dan Kafka.
Andreas Burnier gaf in 1988 een openbaar college in Leiden met de titel: ‘Gustav Meyrink: de honger naar bovenzinnelijke kennis’.
Burnier: “De jonge Meyrink was begonnen met satirische schetsen voor het destijds beroemde blad Simplicissimus, met vlijmscherpe, humoristisch-korte verhalen, en had daarmee in beperkte kring en op lokaal niveau bekendheid en roem verworven. Hij werd al snel gerespecteerd door auteurs als Kafka en Tucholsky, Karl Wolfskehl, Hermann Hesse en talloze andere, ons nu niet meer bekende, toonaangevende Middeneuropese schrijvers van die tijd. Der Golem, dat qua mentaliteit en stijl de overgang vormt naar zijn latere werk, werd een wereldsucces. “
“Meyrink werd hij door antisemitische Duitse nationalisten van meet af aan wel gehaat vanwege zijn pacifisme; zijn anti-nationalisme; zijn afkeer en bespotting van artsen, advocaten, militairen, politie-agenten, kortom: autoriteiten; zijn typisch Beierse weerzin tegen Pruisen en de Pruisische mentaliteit; en natuurlijk bovenal vanwege zijn, vermeende, joodse afkomst. ” (p.16)
Meyinks roman ‘Das grüne Gesicht’ (1916), speelt in Amsterdam (waar Meyrink zelf overigens nooit is geweest). In deze roman spelen de Amsterdamse jodenbuurt, het esoterische jodendom en diverse joodse romanfiguren een doorslaggevende rol.
Burnier: “In Meyrinks overige romans vormen brahmanistische, boeddhistische, taoïstische en alchemistische themata [...] een even belangrijk bestanddeel als de kabbalistische magie en chassidische mystiek in Der Golem en in Das griine Gesicht. Voor wat Meyrink te zeggen had, gebruikte hij alles wat hij kon gebruiken, uit welk milieu of welke traditie dan ook. Hij was volstrekt ondogmatisch in zijn keuzen van spirituele achtergronden en symboliek. “
Meyrink was zowel aangetrokken door occultisme en esoterie alsook uiterst kritisch ertegen – een combinatie die men zelden vindt.
Burnier: “Bij zijn streven naar opwinding en sensaties behoorde ook het zich verdiepen in hypnose en handleeskunde en het bezoeken van toen zo in de mode zijnde spiritistische séances. Meyrink was over de laatste uiterst kritisch. Hij probeerde steevast, vaak met succes, de mediums te ontmaskeren en voor zover er echt iets leek te gebeuren, zag hij dat als iets zeer negatiefs. Het spiritisme – het oproepen van wat men aanziet voor de geesten van gestorvenen – laat, in zijn woorden, als het lukt, ‘de bezetenheid zien die in ons aller onderbewustzijn sluimert’. Meyrink vindt dit uitermate schadelijk en vreest dat de leer van het spiritisme’ als een pestgolf over de mensheid zal heenspoelen’. Zelf was Meyrink van jongsaf mediamiek begaafd: hij had visioenen, beschikte over een zekere mate van helderziendheid en bovenal over een vrij betrouwbare intuïtie voor wat wel en wat niet deugde op de gevarieerde wegen van esoterie en occultisme. Door die aangeboren talenten werd hij gemakkelijk toegelaten in diverse occulte genootschappen waarmee hij contact zocht en steeg daar snel tot in de hoogste regionen. Door zijn kritische zin en gezonde intuïtie verliet hij echter de meeste ook weer snel. “( p.18)
Meyrink vertaalde in zijn laatste levensjaren, die hij zeer teruggetrokken verbracht, diverse boeken uit de magisch-spirituële traditie, onder andere het ‘Egyptisch Dodenboek’
Burnier geeft aan het einde van haar essay een fragment weer uit “Das grüne Gesicht“, dat ik hier ook weergeef:
“In Das grüne Gesicht worden aan het slot twee processen beschreven: de dramatische ondergang, door een kosmische ramp, van de stad Amsterdam en het parallel daarmee verlopende geestelijk ontwaken van de centrale figuur, ingenieur Fortunat Hauberrisser. Een ingekort fragment ter illustratie:
‘De lucht in de kamer was ijskoud en ijl geworden, als onder een vacuüm; een velletje papier fladderde van de schrijftafel, drukte zich tegen het sleutelgat en bleef er vastgezogen tegenaan kleven. Hauberrisser liep weer naar het venster en keek naar buiten: de storm was tot een onstuimige stroom aangezwollen en blies het water buiten de dijken op, zodat het als sproeiregen in de lucht verstoof; de weilanden leken gladgeplet, grijsglimmend fluweel en waar de populier had gestaan, stak nog slechts een wapperend, vezelig stronkje uit de grond. Het loeien was zo eentonig en verdovend dat Hauberrisser gaandeweg begon te geloven dat alles rondom in doodse stilte was gedompeld. Pas toen hij een hamer pakte om het trillende vensterluik vast te spijkeren, opdat het niet zou worden ingedrukt, merkte hij, doordat hij de hamerslagen niet kon horen, wat voor een vreselijk geraas het buiten moest zijn. Lange tijd durfde hij geen blik op de stad te werpen uit angst dat de Sint Nicolaaskerk misschien was weggewaaid, samen met het er vlak naast staande huis aan de Zeedijk waarin pfeill en Swammerdam zich bevonden, – toen hij er ten slotte aarzelend en vol angst naar keek, zag hij dat de kerk nog wel ongeschonden ten hemel oprees, maar als uit een eiland van puin; bijna de hele verdere gevelzee was één uitgestrekte puinhoop. ‘Hoeveel steden zouden er nu nog in Europa overeind staan?’ vroeg hij zich huiverend af. ‘Heel Amsterdam is als een broze steen afgeslepen. Een vervallen cultuur is tot rondstuivend vuilnis geworden.’ Opeens drong de rampzaligheid van het gebeuren in haar volle omvang tot hem door. De indrukken van de vorige dag, de daarop volgende uitputting en het plotselinge uitbarsten van de catastrofe hadden hem in een constante verdoving gehouden, die nu pas van hem week en hem weer tot helder bewustzijn liet komen. Hij greep naar zijn hoofd. ‘Heb ik dan geslapen?’ ( … ) Een ogenblik lukte het hem weer [zich van zijn lichaam los te maken]: hij zag zijn lichaam als een schimmig, vreemd wezen tegen het raam leunen, maar de wereld buiten was, ondanks de verwoesting, niet meer een spookachtig, doods tafereel, zoals dat vroeger tijdens zulke toestanden het geval was: een nieuwe wereld, vibrerend van leven, strekte zich voor hem uit ( … ) Het volgende ogenblik was Hauberrisser weer verenigd met zijn lichaam en keek naar de huilende storm buiten, maar hij wist dat zich achter het verwoeste uiterlijk het nieuwe veelbelovende land verborg dat hij zojuist met de ogen van zijn ziel had aanschouwd. Zijn hart klopte van wilde, vreugdevolle verwachting: hij voelde dat hij op de drempel stond van het laatste en hoogste ontwaken – dat de phoenix in hem zijn vleugels uitsloeg voor de vlucht in de aether. ( … ) Nieuwe zintuigen, voelde hij, wilden in hem opengaan en voor hem de onzichtbare wereld ontsluiten die de aardse doordringt. ( … ) Een stille, vredige rust daalde op hem neer; hij keek rond: ook in de kamer hetzelfde blijde, geduldige wachten als een ingehouden lenteroep. – alle dingen vlak voor het wonder van een onbegrijpelijke metamorfose. Zijn hart sloeg luid. De ruimte, de muren, de dingen die hem omgaven, waren slechts uiterlijke, bedrieglijke vormen voor zijn aardse ogen, voelde hij, – zij rezen in de lichamelijke wereld op als schimmen uit een onzichtbaar rijk, – iedere minuut kon de poort waarachter het land der onsterfelijken lag, zich voor hem openen. ( … ) Hij probeerde zich voor te stellen hoe het zou zijn wanneer zijn innerlijke zintuigen zouden zijn ontwaakt. ( … ) ‘Worden wij kleuren, klanken, – zonder gestalte – die zich vermengen? Omringen ons dan dingen zoals hier, – zweven wij als lichtstralen door de oneindige wereldruimte, of verandert het rijk van de stof en veranderen wij in het rijk van de stof?’ Hij vermoedde dat het misschien net zo’n volkomen natuurlijk en toch totaal nieuw, nu nog voor hem onbegrijpelijk gebeuren zou zijn als het ontstaan van de windhoos die hij gisteren uit het niets – uit de lucht tot tastbare, met alle zintuigen van het lichaam waarneembare vorm had zien komen, – maar toch kon hij er zich geen duidelijke voorstelling van maken. ( … ) De tijd verstreek. Het scheen middag te zijn: – hoog aan de hemel zweefde een lichtende cirkel in de nevel. Woedde de storm nog steeds? Hauberrisser luisterde: Niets dat hem uitsluitsel kon geven. De dijken waren leeg. Schoongeblazen. Geen water, geen spoor van beweging meer erbinnen. Geen struik, zover het oog reikte. – Het gras plat. Geen wolkje bewoog aan de hemel – roerloos uitspansel. Hij nam de hamer en liet hem vallen – hoorde hem met een klap op de grond slaan. ‘Het is buiten stil geworden,’ begreep hij. Alleen in de stad raasden nog cyclonen, zag hij door de verrekijker; steenblokken wervelden in de lucht omhoog, – uit de haven spoten waterzuilen op, zakten in elkaar, verrezen weer torenhoog en dansten naar de zee. Daar! – Was dat een illusie? Wankelden niet de beide torens van de Sint Nicolaaskerk? De ene stortte plotseling in elkaar; – de andere vloog tollend hoog de lucht in, barstte uit elkaar als een vuurpijl, – de reusachtige klok zweefde een ogenblik vrij tussen hemel en aarde. Daarna suisde zij geluidloos neer. Het bloed stolde Hauberrisser in de aderen: ( … ) Eindelijk kwam hij tot zichzelf. Hij herkende duidelijk de kale, eenvoudige muren van zijn kamer en toch waren het tegelijkertijd de muren van een tempel, die met fresco’s van Egyptische godenfiguren waren beschilderd; hij stond er midden in – alletwee was werkelijkheid; hij zag de houten planken van de vloer en tegelijkertijd waren het stenen tempeltegels; twee werelden doordrongen elkaar voor zijn ogen – ineengesmolten en toch van elkaar gescheiden -, alsof hij in een en dezelfde seconde wakker was en droomde; ( … ) Een nieuw bewustzijn was toegetreden tot het gewone, menselijke dat hij tot nu toe had bezeten – had hem verrijkt met het vermogen een nieuwe wereld waar te nemen die de oude in zich sloot, raakte, veranderde en toch op wonderbaarlijke wijze liet voortbestaan. Zintuig na zintuig ontwaakte dubbel in hem – als bloemen die uit de knoppen tevoorschijn breken. Schellen vielen hem van de ogen; als iemand die een leven lang alles alleen in twee dimensies heeft waargenomen en daaruit eensklaps een ruimtelijke vorm ziet ontstaan, kon hij lange tijd niet begrijpen wat er was gebeurd. Langzamerhand begreep hij dat hij het doel van de weg en het verborgen bestaansdoel voor ieder mens is het om deze tot het einde toe te gaan – had bereikt: een burger van twee werelden te zijn. ( … )
De kamer en de tempel waren even duidelijk geworden. Als een Januskop kon Hauberrisser in de andere wereld en tegelijkertijd in de aardse wereld kijken en alles helder en tot in details onderscheiden:
hij was daar en hier een levend mens.”
Wie Duits kan lezen kan alle boeken van Meyrink op internet vinden.
(herhaling an een blog uit 2008)
Tags: andreas burnier, dubbelganger, gustav meyrink, het groene gezicht, magisch realisme, schwarze romantik, somnambulen, zwarte romantiek
25 Responses to “Schrijver van de ‘Schwarze Romantik’: Gustav Meyrink”
Leave a Reply
Recente berichten
- DSM-5 en ADHD
- Shades of red: Karl Marx
- De meidoorn bij Marcel Proust/Op zoek naar de verloren tijd
- Pestwortel Groot Hoefblad Allemansverdriet Petasites
- Buitenaards leven: Gesprekken over de vele werelden
- Johannes Kepler over buitenaards leven
- Giordano Bruno over buitenaards leven
- Google doodle vandaag Maria Sibylla Merian
- Voorstellingen v buitenaards leven: Cusanus
- Christiaan Huygens en Nicolaas Copernicus
- Christiaan Hugens’ Cosmotheoros
- Volle maan: het oranje maangezicht
- Christiaan Huygens ontdekt Saturnusmaan Titan
- Christiaan Huygens en zijn broer Constantijn Huygens jr.
- Saturnus en zijn ringen van ijsbrokken
- Christiaan Huygens en de ringen van Saturnus
- Voltaires Micromégas en Christiaan Huygens
- Flamingo’s broeden en overwinteren in Duitsland/Nederland
- Dionysos in Haren, een mythische botsing
- Wolken in de kunst
- Gustave Caillebotte in het Gemeentemuseum Den Haag
- Christiaan Huygens en Nicolaas Copernicus
- Was Nefertiti de moeder van Toetanchamon?
- Overzichtstentoonstelling Yoko Ono in Frankfurt
- De intrigerende vrouwen van Edouard Manet
- Energiewende: duurzame energie in Duitsland
- Vissen in de Leidse haven
- Plastic Garbage Belt- kunststofarchipel plastic-zeeafval
- Amsterdam Light Festival/ Janet Echelman
- Bibliotheek van het conservatisme in Berlijn
- Stormschade: boom dwars over fietspad in Leiden
- Paradijsvogels
- Berlijn: gebouwen uitgelicht- Festival of Lights- Light Art
- Jüdisches Museum/Joods Museum Berlijn opent nieuwbouw
- Platoons semi-racisme
- Regendag in de kunst
- Dodendans: Christiaan Huygens en Hans Holbein
- Het late werk van Edgar Degas
- Auguste Rodin in het Singer Museum Laren
- Schrijver van de ‘Schwarze Romantik’: Gustav Meyrink
- Nassim Nicholas Taleb “De zwarte zwaan”
- Luchtfietsen, of Fantasie en werkelijkheid
- Somnambulisme –Schwarze Romantik in kunst en literatuur
- Schwarze Romantik: Francis Goya
- Schwarze Romantik Von Goya bis Max Ernst
- Christiaan Huygens en zijn vader Constantijn over kometen
- Otto von Bismarck, foto´s en citaten
- Apropos Moszkowicz: schimmige advocaten en wat wij bij Kafka over hen kunnen leren
- Caspar David Friedrich Schwarze Romantik und Melancholie
- Duitse Piraten: “nonwoven revolutie”?
- Dans en beweging in Ernst Ludwigs Kirchners late schilderijen
- Ruzie om harde antisemitisme-kritiek op Duitsland
- Qwerty en Qwertz als nieuwe modenamen
- Alice in Wonderland/ tentoonstelling in Hamburg
- Jeff Koons in Frankfurt en Basel
- Christiaan Huygens over water op de maan
- Iris sprookje/Iris bloem/ Vincent Van Gogh en anderen
- Pauw Pfau Peacock Påfågel Paon
- Eurocrisis: de EU wil een echte begrotingsunie
- Israël en de antisemiet Richard Wagner
- Christiaan Huygens: wetenschap als religie
- Alruin/ Mandragora in de Egyptische kunst- Toetanchamon
- Tulpenkoppen
- Daslook-bloementapijt/Cronesteyn en Leidse Hout
- Huygens, Van Leeuwenhoek, Swammerdam: de wereld onder het microscoop
- Sint Joris dag, dag van de rozen en boeken in Catalonië
- Saturnus aan de zuid-oostelijke nachthemel
- Bollenvelden, tulpen close-ups in de schemering
- Japanse karpers Koi
- Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Christiaan Huygens
- Toverlantaarn en toverlantaarnplaatjes van Christiaan Huygens
- Apollo doodt Python (Ovidius-Delacroix)
- Apokalyps en madonna met maansikkel
- De verboden wetenschapsmonologen/ er ontbreekt: Nasr Abu Zayd
- Christiaan Huygens ontdekt Saturnusmaan Titan
- Krokus macro lente fotografie
- Van Gogh van dichtbij
- Christiaan Huygens over buitenaardse wezens
- Bijzondere tatoeages tattoos
- Venus en Jupiter naast schoorsteen Leidse lichtfabriek E-on
- Nederland en de Israëlische kolonisten
- Scherp debat over discriminerend PVV-meldpunt en Rutte in het Europees Parlement
- De PVV en de jaren dertig
- Alexander Calder: Cirque Calder en speelgoed
- Frederik de Grote, Fredericus Rex
- “…kind of a German-Dutch Boxkampf…”
- Lente in de kunst Spring in Art Frühling in der Kunst
- Op mijn Duitse blog vandaag: Van Rompuy, Wilders en de gulden
- Hypotheekrenteaftrek probleem voor de Nederlandse economie
- Georg Christoph Lichtenberg over verjaardagen
- Studie Duits verdwijnt uit Leiden
- Christiaan Huygens, Copernicanisme en katholieke kerk
- Rutte of Cohen: Mann ohne Eigenschaften?
- Androgynie en femme fatale bij Franz von Stuck
- Erotische kunst van Egon Schiele
- Winterbloeiers in de Leidse Hortus Chimonantus Helleborus
- Het symbolisme van Vincent van Gogh
- Galanthus sneeuwklokje snow drops Schneeglöckchen
- Carnaval maskers
- Hitlers ‘Mein Kampf’ Britse en Duitse uitgave
- Walter Süskind en de Joodse Raad
- De apocalyptische Bijbelse slang in de kunst
- 2012 The Return of Quetzalcoatl (op mijn blog)
- Suum cuique of De esthetiek van het hekwerk: opsluiten en uitsluiten
- Molen in blauw, paars en rood
- Winter sneeuw ijs: Hendrick Avercamp
- Christiaan Huygens en de plaatsbepaling op zee
- Romantische Japanse maanprenten van Yoshitoshi
- Maansverduistering boven Leiden
- Insecto-theologie Swammerdam Maria Sybilla Merian
- “Google Earth” voor Mars, gratis download!
- Seizoenen op Kepler-22b
- Onze tweelingen op tweelingplaneet Kepler-22b (satire)
- Brandpunt en Paul Davies over buitenaards leven
- Ekster: foto, kunst, literatuur
- Dubbele regenboog in Leiden en bij Millais
- Leidse Sphaera, Huygens planetarium en dierenriem
- Het mini-planetarium van Christiaan Huygens en de Leidsche Sphaera
- Walter Benjamin: denker van de dubbelzinnigheid en de labyrinten
- Christiaan Huygens, Salomon Coster en het octrooi op het slingeruurwerk
- Lampions Lantaarns Laternen
- Ruimtereis creëert pacifisme
- Doodshoofd als zelfportret bij James Ensor en Vincent van Gogh
- Waterlelies in de kunst Claude Monet Nymphaea
- Wilders, Foucault en Bas van Stokkom over parresia
- Roos met vlieg: memento mori
- Stillevens met schelpen: James Ensor en anderen
- Klaprozen, in de berm en in de kunst: Verster, Van Gogh e.a.
- Pioenrozen: foto, haiku, Verster, Manet
- Passiebloem in kunst en werkelijkheid
- Herdenken en verhalen vertellen: Primo Levi
- Japanse brug met Wisteria: Clingendael, Monet, Hiroshige
- Vertaling van poëzie en haiku’s:de maan en de nachtegaal
- Andreas Kinneging, Arnold Heertje en de moraal van de nazi’s
- De PVV en de nazi Carl Schmitt
- Volle maan: het oranje maangezicht
- Vrouw in kimono bij Vincent van Gogh, Georg Breitner, Claude Monet
- Adolf Eichmann en het zionisme
- Adolf Eichmann en de Nederlandse nazi Willem Sassen
- De Hollandse wildernis, geschilderde duinlandschappen in de 20ste eeuw
- Maria Sibylla Merian: Iris Susiana
- Kievitsbloemen in Leiden
- Fritillaria’s/ Leidse Hortus/ Vincent van Gogh
- Alice in Wonderland en de flamingo
- Insectenmensen/Insectoiden bij Jeroen Bosch, James Ensor, Voltaire en Heinrich Heine
- Het Hertje bij Lewis Carroll, Alice in Spiegelland
- Doodshoofd als zelfportret bij James Ensor en Vincent van Gogh
- De nieuwe Wet financiering politieke partijen
- De droomlandschappen van Camille Corot
- De cobra slangen van Toetanchamon
- De lente bij Vincent van Gogh
- Bad Moon Rising Above Leiden
- Christiaan Huygens en Immanuel Kant over Hermapolieten/Mercuriusbewoners
- Christiaan Huygens over voortplanting en spontane generatie
- Bolkestein en het gifgas
- Natuurcatastrofen en filosofisch optimisme: Voltaire versus Leibniz en Christiaan Huygens
- Aardbeving en filosofie: zinloos noodlot of aansporing tot solidariteit en onderzoek
- The Journal of Extraterrestrial Studies
- Zelfportret met hoed: James Ensor, Vincent van Gogh en anderen
- Wat is censuur?
- Walter Benjamins Passagen-Werk
- Ik speel dus ik ben
- Revolutie is seksestrijd
- Spectaculaire spreeuwenshow in Leiden
- Narcistische narcissen (witte narcissen in de spiegel)
- Arabische Revolutie
- Geert-Wilders-tulp: de islam is van Europa!
- Christiaan Huygens en de planeet Venus
- Moderne Venus van Man Ray, Dalí, Jeff Koons
- Vuurtorens bij Ensor, Mondriaan en anderen
- Wilders-kritiek neemt toe
- Christiaan Huygens en zijn vader Constantijn over kometen
- Zwarte kraai
- Christiaan Huygens Sterrekind – Suzanna van Baerle
- Christiaan Huygens over de schoonheid van de aarde, planeten en het heelal
- Christiaan Huygens en Hofwijck
- Academische Vrijheid in het geding
- Christiaan Huygens: Cosmotheoros, een lange brief aan zijn broer
- Christiaan Huygens: ironie over de Nieuwe Aarde
- Holocaust Memorial Day: Het Holocaust monument in Berlijn
- Entartete Kunst: Paul Klee
- Volle maan-kunst en fotografie
- Martinus Nijhoff Het kind en ik
- Iris bloem in de kunst
- Latent antisemitisme in Duitsland
- Zelfportretten van Vincent van Gogh
- Mijn kunstslangen
- Astrologie en astronomie: Moerdijk en de zonsverduistering
- Boodschappen doen bij de Nedermoslims
- Tussen wetenschap en kunst: Anish Kapoor
- Hoogachting voor dieren: Christiaan Huygens versus Descartes
- Astronomie en astrologie in de 17e eeuw
- Kerstvraag: Is Jezus ook voor de buitenaardse wezens geboren?
- Winter op Aarde en winter bij de planetenbewoners
- Maans- en Zonsverduisteringen/ eclips bij Johannes Kepler en Christiaan Huygens
- Saturnus en zijn ringen van ijsbrokken
- De topografie van de maan: nu en in de tijd van Christiaan Huygens
- Christiaan Huygens en de ringen van Saturnus
- Storm in Art – Sturm in der Kunst Turner
- Gemuteerde passiebloem en passiebloem met slang
- Kwal/Jelly-fish/ Qualle
- Sterrennacht bij Millet, Van Gogh, Munch
- Amorphophallus, penisbloem, reuzenaronskelk in de Leidse Hortus
- Libel in Art Nouveau en in het echt
- De verrechtsing van de VVD
- Met Roger Scruton op kruistocht tegen de moderne kunst
- Theo van Hoytema Illustraties/ Het lelijke jonge eendje
- De geschiedenis van het rechtse liberalisme
- I cancan expand
- Stalking versus Vrije Meningsuiting/ Academische Vrijheid
- Frits Bolkestein, de Edmund Burke Stichting en Geert Wilders
- Israël en Eichmann
- Wilders-deskundige Hans Jansen, een vijand van de liberale islam
- Marxisme, ideologiekritiek, humanisme, emancipatie
- John Everett Millais en de prerafaëlieten
- Wisteria in de Leidse Hortus en bij Monet
- Liefde voor de vuilnisman
- Liberale joden versus Wilders
- De universiteit als output-generator
- De Pasen van Goethes Faust
Categories
- Astronomie
- Bloemen
- Christiaan Huygens
- Cosmotheoros
- Duitse filosofie
- Duitse geschiedenis
- Duitsland, Duitse taal, cultuur & geschiedenis
- Duitstalige literatuur
- Filosofie
- Fotografie
- Geschiedenis
- Japan/Japonisme
- Kunst en tentoonstelling: Duitsland, Zwitserland
- Kunst, musea & tentoonstellingen
- Kunst- Vincent van Gogh
- Kunst- Vincent van Gogh
- Leiden
- Literatuur
- Media
- Milieu
- Moslims/islam
- Mythologie & volkenkunde
- Natuurwetenschap
- OBA
- Politiek
- psychologie
- Recht
- Religie, moraal, humanisme& atheïsme
- Satire
- Uncategorized
Tags
Archives
- May 2013
- April 2013
- March 2013
- February 2013
- January 2013
- December 2012
- November 2012
- October 2012
- September 2012
- August 2012
- July 2012
- June 2012
- May 2012
- April 2012
- March 2012
- February 2012
- January 2012
- December 2011
- November 2011
- October 2011
- June 2011
- May 2011
- April 2011
- March 2011
- February 2011
- January 2011
- December 2010
- October 2010
- August 2010
- July 2010
- June 2010
- May 2010
- April 2010
- March 2010
- February 2010
- January 2010
- December 2009
- November 2009
- October 2009
- September 2009
- August 2009
- July 2009
- June 2009
- May 2009
- April 2009
- March 2009
- February 2009
- January 2009
- December 2008
- November 2008
- October 2008
- September 2008
- August 2008
- July 2008
- June 2008
- May 2008
- April 2008
- March 2008
- February 2008
- January 2008
- December 2007
- November 2007
- September 2007
- August 2007
- June 2007
- May 2007
- April 2007
- March 2007
- February 2007
- January 2007
- December 2006
- November 2006

Ook de combinatie esoterie en kritisch ten aanzien van boeit.
Ik zal eens naar deze schrijver uitzien.
Uit: G. Meyrink, ‘De Golem’. Uitgeverij W. de Haan, Utrecht, z.j. Vertaling J. Lourens. Pagina 5:
‘Onder de jodengezichten, die ik dag in, dag uit in de Hahnpassgasse zag opduiken, kon ik duidelijk verschillende stammen onderscheiden, die zich evenmin door de nauwe verwantschap van de verschillende individuen laten uitwisschen, als olie zich met water vermengen zal. Daarom kan men niet zeggen: die daar zijn broers of vader en zoon.
Die behoort tot dien stam en die tot een anderen, dat is al, wat men uit de gezichten lezen kan.
Wat zou het ook bewijzen, als zelfs Rosina op den uitdrager leek.
Deze stammen hebben een heimelijke walging en afschuw van elkaar, die zelfs de perken van de nauwe bloedverwantschap verbreekt – maar zij verstaan de kunst om ze geheim te houden voor de buitenwereld, zooals men een gevaarlijk geheim bewaart."
Inderdaad een gevaarlijk geheim. Antisemitisch? Goed geheim gehouden. Ik zet het boek maar weer vlug terug in de kast. Is het nou de vertaler of de schrijver die er deze lading aan geeft? Wat is hier aan de hand?
Reactie is geredigeerd
George, Er is heel veel te zeggen over Meyrink, De Golem en racisme /antisemitisme.
Te veel om het nu uit te kramen, maar ik heb in mijn wetenschapelijk onderzoek veel geschreven over de satirische en kritische manier waarop Meyrink zich tegen het racisme en anti-zionisme keerde.
Hij was ook een grote satirische tegenstander van Max Nordau, de zionistische auteur van "Entartung".
Reactie is geredigeerd
> De Engel ken ik niet zo
Ha! Nou het is een sterk verhaal. Iemand, een klerk die een nalatenschap uitpluist en tegelijk een soort Sjaalman, vindt een pak papier op zolder. Het is de levensgeschiedenis van John Dee, de beroemde alchimist. Die geschiedenis zit vol magische en tragische momenten. Met magische voorwerpen ook. De speerspits die Jesus doorboorde bijvoorbeeld, maar nu omgevormd tot dolk.
Langzaam maar zeker en haast ongemerkt gaat die geschiedenis over in het verhaal van de klerk. Het lijkt – om met Poe te spreken – een droom in een droom. De werkelijkheid slaat los. De grond wankelt en verdwijnt onder je voeten. Je geloof en je kennis blijken lachertjes. En dan val je.
Enorm gelaagde roman. Er is veel te duiden en te herkauwen. Een liefdesgeschiedenis ook. En over verslaving gaat het, over eerzucht, over trouw en twijfel.
Antisemitisme? Ja ik krab me ook wel eens achter de oren. Toch moet je niet de fout maken om de ‘ik’ in een roman gelijk te stellen met de dichter. Meyrink is er een meester in je op het verkeerde been te zetten.
Daarnaast kan een losgerukt citaat uit een (uitstekende) roman natuurlijk niemand enig recht doen. Niet de schrijver, niet de liefhebber en het minst nog onze gastvrouw.
Droom in een droom, het leven als een droom, dat is een thema bij Meyrink.
Ik zal ook nog Walpurgisnacht halen van de bieb, in een Nederlandse versie, om daaruit voor jullie een belangrijke passage aan te halen.
Toch heb ik gelezen dat deze roman, Der Engel, niet goed ontvangen werd bij het publiek.
Meyrink is geen antisemiet, in tegendeel, zijn boeken werden door de nazis verbrand.
Ik vind Meyrink niet zeer op Kafka lijken. Stilistisch is Kafka veel interessanter, vind ik.
Meyrinks verhalen zijn ook veel concreter en spelen in een historische omgeving die verdwenen is, terwijl Kafkas verhalen verder verwijderd zijn van de werkelijkheid. ( Toch is ook Kafka een realist…)
De aantrekkingskracht van Meyrink ligt voor mij aan de ene kant in de mengeling van filosofie en literatuur, aan de andere kant ook in zijn mengeling van satire en besef van een andere werkelijkheid. Hij is kritisch maar absoluut niet cynisch.
Reactie is geredigeerd
Even een antisemitisch citaat bij Gustav Meyrink uit het perspectief van een figuur.
Walpurgisnacht (1917): Alles recht schön und gut unterbrach ein alter Handwerker ungeduldig, aber was soll jetzt geschehen? Du hörst doch: die Juden totschlagen und den Adel! Ieberhaupt alles, was sich patzig macht, belehrte ihn der tschechische Lakai.
Dit citat staat in een context der zeer kritisch is tegenover het figuur die dit uitspreekt. Meyrink laat zien, hoe veel antisemitisme ook onder de communisten leefde. antisemitisme als bourgeoisie-kritiek….
Mijn joodse oom http://de.wikipedia.org/wiki/Heinz_Brandt
die na 12 jaren concentratiekamp en Auschwitz ook later nog drie jaar DDR-gevangenis overleefde ( waar hij vrijkwam via Amnesty International) schreef in zijn boek Ein Traum der nicht entführbar ist over het antisemitisme in de DDR, waar men in het partijbureau bijvoorbeeld zei:
Ist es nicht eine Tatsache und das hat doch mit rassistischem Antisemitismus überhaupt nichts zu tun daß die Juden zumeist kleinbürgerlichen Schichten entstammen, sozial nicht mit der Arbeiterklasse verbunden sind und überall im Westen Verwandte und Bekannte haben? Daher bilden sie für den Klassengegner sehr geeignete Ansatzpunkte, stellen einen Unsicherheitsfaktor dar.
Reactie is geredigeerd
> Heinz Brandt
Interessante oom zeg. Een humanist zo te zien.
Wer nicht allüberall vorbehaltlos für Menschenrechte und Menschenwürde, unsere verfaßten Grundrechte und bürgerlichen Freiheiten, für Freiheit und Demokratie überhaupt eintritt, ist auch kein glaubwürdiger Anti-Nationalsozialist, schon gar nicht ein besonders radikaler (möge er sich auch noch so heftig als Anti-Faschist bezeichnen, was Schlimmes ahnen läßt).
Ik kom in dat verband niet verder dan mijn oom Fredi, die als gewoon infanterist van 1944 tot 1954 in een siberische zwavelmijn heeft moeten werken en dat overleefde door zijn wodkarantsoen en sigaretten te ruilen voor brood. Later heeft hij trouwens de schade dubbel en dwars ingehaald.
> dat deze roman, Der Engel, niet goed ontvangen werd bij het publiek
Aha, dat wist ik niet. Hoe zou dat komen? Het boek is niet bepaald ontoegankelijk. Misschien vanwege het consequente perspectief vanuit kabbalisme, occultisme en esoterie? Ik kan me voorstellen dat veel mensen daarbij afhaken, omdat – nogmaals – dit werk de grond onder je voeten wegslaat. Voor mensen die het westerse analytische en semi-logische vooruitgangsdenken omarmen, lijkt me de engel behoorlijk ongemakkelijk.
/>
Hier nog wat Andreas Burnier schrijft over De Engel( Meyrinks laatste roman) en de populariteit van Meyrink:
… Met zijn twee laatste romans: Der weiße Dominikaner (1921) en Der Engel vom westlichen Fenster (1927), kon Meyrink echter het grote publiek en de litteraire kritiek niet meer boeien.
Doordat hij wel een kundig schrijver, maar bepaald geen subliem stilist was en het dus voor een groot deel moest hebben van de thematiek van zijn boeken, raakte hij meer uit de belangstelling naarmate zijn onderwerpen de grote massa minder aanspraken. Wat hij bepaald niet kon, was een liefdesgeschiedenis tussen een vrouwen een man enigszins realistisch en overtuigend weergeven. Tevens speelt een rol, vooral sinds de tweede wereldoorlog, dat zeer velen in onze cultuur een hekel hebben aan alles wat verwijst naar een niet strikt materialistische levensvisie.
Het laatste is zeer treffend. Maar anders dan jij vindt Burnier dus M.s liefdesverhalen niet goed, en ik ben in de eerste hoofdstukken van Der Engel dan ook nog geen pakkend liefdesverhaal tegengekomen.
In Walpurgisnacht wel: Polyxena en de muzikant.
Ik ben begonnen met Der Engel, en ik kom heel veel motieven tegen uit Meyrinks boeken:
- uralte Briefe, Akten, Urkunden, Exzerpte, vergilbte Pergamente in rosenkreuzerischer Chiffreschrift, Tagebücher
- de adel, kerk, marteling, Jagd der tobenden Leidenschaften
Katten, honden, Shakespeare Macbeth, Blut, Mond, Faust/Walpurgisnacht
animalische liefde; Edelstein Spiegel
Pöbel-kritiek la Nietzsche Es ist nie gut, mit dem Pöbel gemeinsame Sache zu machen.
Januskopf
Droom herinnering sprookje
Spinnenweefsel
Joden: Und da wußte ich, daß meine verkehrten Gebete hinabgedrungen waren zum Mittelpunkt der Mutter Erde, statt aufzusteigen, wie die Jüden sagen, daß es die Winselgebete derer Frommen tun
- vrijheid vs determinisme : …geschweige, daß mich irgend etwas "zwingt", so oder so zu denken oder zu handeln. Ich bin durchaus Herr meiner Empfindungen, meiner Absichten: ich bin frei!
- Vreemde zeldzame, magische woorden, in Walpurgisnacht bijvvoorbeeld Aweysha
- Luzifer/Satan
- En qua stijl:
Mengeling van proza en gedichten ( zie ook E.T.A. Hoffmann) ; werk met mozaiesktukjes van verhalen.
> Der Engel gaat o.a. over Elizabeth I en over Maria Stuart.
Blijkbaar is John Dee nog ooit een van de (vele) favorieten van Elisabeth I geweest. Dat is de eerste en meest ambitieuze liefdesgeschiedenis. Een erg frustrerende zoals we wel weten achteraf.
Ja wat drijft de mens? Is het de aandacht, de erkenning? Angst voor de dood? Geloof in de liefde misschien? En indien ja, die voor zichzelf of voor anderen? Kunnen we ooit uit onze huid?
Wat leuk dat je hier ook over schrijft. Ben erg geïnteresseerd in leven en werk van Meyrink, en heb ook de tentoonstelling in BPH enkele keren bezocht, met rondleiding. De man die dat boek geschreven heeft (ben zijn naam even kwijt) kan er fascinerend over vertellen.
De Golem is natuurlijk een subliem boek, maar Groene Gezicht kwam ik niet doorheen en heb ik even laten liggen. Eigenlijk kan ik de Engel nog het meest waarderen, maar dat heeft hij in innige samenwerking met een andere schrijver geschreven. Een contract waarin ligt vastgelegd dat hij recht heeft op een deel van de royalty’s was in de BPH te zien. Stilistisch is het ook een ander boek en kan Meyrink mij minder bekoren, hoewel hij kwa thema’s en ideeën juist wel bij me past.
Een vriend is afgestudeerd op de Golem.
Ik neem aan dat je de Engel inmiddels uit hebt, ben benieuwd hoe jij het vindt ook tov de Golem?
hgr
Ik ken vooral ook Walpurgisnacht goed.
Stilistisch vind ik Meyrink ook niets. Daarvoor moet men bij Kafka zijn.
Hier nog een M,die hetzelfde vindt.
Kafka heb ik diep in mijn hersens opgeslagen. Op een Meyrink reageer ik meteen al allergisch en laat hem niet echt toe in mijn hersens.
Door mijn oude onvoldoende concentratiemogelijkheid wordt hij dan ook weggeselecteerd. Vind dat best vervelend, maar ‘t is niet anders1
Joost ik begrijp het goed, Meyrink is niets voor religieuze mensen.
Ik vind hem nu trouwens ook niet meer zo leuk als nog een paar jaar geleden. Stilistisch kan hij zich totaal niet meten met Kafka.
Maria, dank dat je me op Projekt Gutenberg attent gemaakt hebt, wat een rijkdom!
Fulps, Ja he? Ik heb al heel vaak naar Gutenberg gelinkt, eigenlijk altijd als ik het over de Duitse literatuur heb!
Maar veel mensen kunnen/willen geen Duits in het origineel lezen…..
De schrijver heeft van Amsterdam kennelijk alleen een prentbriefkaart met de Sint Nicolaaskerk gezien. Dus hij wist niet dat je vanaf de kop van het Damrak de (Zuider)zee, en zelfs niet het (Binnen) IJ kon, omdat het Centraal Station en volgebouwd Kattenburg het uitzicht daarop blokkeerden. Laat staan dat je in Amsterdam nog ergens uitzicht had op een dijk. Dit soort frivoliteiten stoorden mij enorm toen ik dit ongeveer vijftig jaar geleden las. De rest van de diepe zin ontging mij dan ook volkomen. Nu eigenlijk nog. Geef mij maar Futurama. Daar is trouwens ook geen inkt en papier aan verspild.
Oh da’s interessant, ik ben er niet bij stil gestaan dat de details niet kloppen! Hij was dus een soort Karl May, schreef over dingen die hij niet kende.
“Walpurgisnacht” en de “Golem”, de twee boeken die ik goed ken spelen in Praag, en ik neem aan dat de gegevens over de stad en de geschiedenis in de boeken WEL kloppen…
Maar zoals ik al op Joost heb geantwoord: ik ben nu veel minder Meyrink-fan dan eerder. Ik haalde hem alleen nog eens ten voorschijn omdat hij bi het thema van “Schwarze Romantik” past, en overigens hetzelfde probleem heeft als veel wat onder de noemer van Schwarze Romantik valt: kitsch….
Grappig, dat je Karl May hier noemt, want daar dacht ik ook meteen aan. Al zat die in de bak voor opzettelijke misleiding o.i.d.
Hoe waarheidsgetrouw Meyrink Praag beschrijft, weet ik niet. Ik heb van een BBC-documentaire, een jaar of vijftien geleden, geleerd dat Kafka er praktisch op de stoeptegel nauwkeurig is terug te vinden. Dat is het verschil tussen een schrijver en een fantast.