Wetenschap Kunst Politiek

Schwarze Romantik: Francis Goya

16 comments

 


Francis Goya hoort bij de schilders van de “Schwarze Romantik”, die nu in Frankfurt worden getoond (uitvoerig zie hier).
Read more..

Schwarze Romantik Von Goya bis Max Ernst

14 comments

Van 26 september 2012 tot 20 januari 2013 toont het Städel Museum in Frankfurt de tentoonstelling

Schwarze Romantik. Von Goya bis Max Ernst“.

Update:  maart -9 juni 2013 in het Home

De term “Schwarze Romantik” heeft- net zoals“romantiek” – zijn achtergrond in de literatuur. In het Duits wordt de term nauw verbonden met de professor voor Engelse literatuur  Mario Praz  en zijn publicatie La carne, la morte e il diavolo nella letteratura romantica van 1930 (“The romantic agony”). Zijn boek over de Schwarze Romantik  was een van de eerste interdisciplinaire werken die literatuur en kunst verbonden. Hij gaat in op erotisch-morbide onderwerpen in de werken van Gustave Flaubert ,  Markies de Sade , Oscar Wilde , Charles Baudelaire en Algernon Swinburne  en op het onderwerp van de femme fatale .

In de Duitse literatuur zijn  Ludwig Tieck  Der Runenberg en E. T. A. Hoffmann   Die Elixiere des Teufels voorbeelden van Schwarze  Romantik.

 

Carl Blechen, Pater Medardus (Elixiere des Teufel)

Carl Blechen, Pater Medardus (Elixiere des Teufel)


De tentoonstelling presenteert de romantiek als een geesteshouding die geheel Europa omvatte, en ook nog na de 19e eeuw voortleefde. “Romantisch” is slechts een geïmproviseerde term die niet de fysieke kenmerken van een kunstwerk definieert, maar de houding van de kunstenaar beschrijft.

Voor het eerst is een tentoonstelling in Duitsland gewijd aan de donkere kant van de romantiek, en aan de voortzetting hiervan in het symbolisme en het surrealisme. Op basis van meer dan 200 schilderijen, beeldhouwwerken, prenten, foto’s en films volgt de omvangrijke presentatie de fascinatie van veel kunstenaars voor het ondoorgrondelijke, mysterieuze en het kwaad. In de werken van Francisco de Goya, Eugene Delacroix, Franz von Stuck, Max Ernst, Henry Fuseli,William Blake, Theodore Gericault,  Caspar David Friedrich zijn tekenen van een romantische geest te vinden, die sinds de 18e eeuw  heel Europa omvatte en ook in de 20e eeuw bij  kunstenaars als Salvador Dalí, Rene Magritte, Paul Klee en Max Ernst aanwezig is. De werken vertellen het verhaal van eenzaamheid en melancholie, van passie en dood, en ze tonen de fascinatie van horror en het irrationele in de dromen.

Deze tentoonstelling wordt georganiseerd door het Städel Museum is na de presentatie in Frankfurt te zien in het Musee d’Orsay in Parijs.

Goya heksen

Goya, heksen

Met de uitgebreide aanpak wil de tentoonstelling belangstelling voor de donkere kanten van de romantiek wekken en een beter begrip van deze beweging stimuleren. Veel van de gepresenteerde artistieke ontwikkelingen en posities zijn een gevolg van een teleurgesteld vertrouwen in het verlichte, progressieve denken, dat zich na het einde van de Franse Revolutie heeft verspreid. Bloedige terreur en oorlogen brachten lijden en het uiteenvallen van sociale verbanden in grote delen van Europa. Zo groot als het aanvankelijke enthousiasme was zo groot was de daaropvolgende teleurstelling toen de duistere aspecten van de Verlichting zich in alle hardheid openbaarden. Jonge schrijvers en kunstenaars besteedden aandacht aan de keerzijde van de rede. De horror, het wonder en en de groteske daagden het idee van het schone en onaantastbare uit. Volksverhalen en de fascinatie voor de Middeleeuwen werden belangrijker dan het ideaal van de oudheid. Het inheemse landschap verkreeg aantrekkingskracht en werd een populair onderwerp voor kunstenaars. Het heldere licht van de dag ontmoette de mist en de donkere, mysterieuze nacht.

De slaap van de rede brengt monsters voort”

 

Caspar David Friedrich maan schwarze Romantik

Caspar David Friedrich, Maan achter de wolken

Christiaan Huygens en zijn vader Constantijn over kometen

2 comments

Wetenschappers hebben een nieuwe komeet ontdekt die heel dicht bij de aarde komt. Het gaat om de C/2012 S1 die in november volgend jaar en januari 2014 zo dicht bij is dat hij met het blote oog is te zien.

In de zeventiende eeuw werden onge­wone natuurverschijnselen zoals kometen op een nieuwe wijze geïnterpreteerd.

Eric Jorink over deze tijdsperiode in “Van omineuze tot glorieuze hemeltekens”:

“Overal in Europa werd de komeet door natuurfilosofen, theo­logen en leken nauwlettend gevolgd, en verschenen er honderden verhande­lingen waarin men speculeerde over de aard en – vooral- de betekenis van dit wonderbaarlijke hemelteken.”

Jorink citeert Christaan Huygens, die op 27 december 1680 vanuit de Académie des Sciences in Parijs aan zijn vader Constantijn schreef:

“Ik heb nog nooit een komeet van een dergelijke grootte gezien. Vandaag was rondom het observatorium hier een enorme menigte mensen verzameld, die geloofde dat de astronomen dit verschijnsel konden verklaren, en de beteke­nis ervan konden geven”.

En C.D. Andriesse citeert in zijn Huygens-biografie ook uit deze brief van Christiaan Huygens:

“Er is al enige tijd sprake van een komeet, maar tot gis­teravond kon men hier niets zien. Tegen 5 uur, toen de hemel was opgeklaard, stond ze daar, verbazend helder en de erg lange staart (praktisch over de halve hemel) was markant. Zo’n sterke komeet heb ik van mijn leven niet gezien.“

Huygens senior wijdde een gedicht, Cometen-werck, aan het opmerkelijke fenomeen:

 

Ick vraegh, waer hoort sij thuijs die vreeslicke Comeet,Daer elck soo veel af snapt en elck soo weinigh weetSij wandelt om en om: wie dreight sij meer of minderEen Coningh sterft in ’t Oost: daer over treurt men ginder.

Andriesse:

“De vraag was of de komeet die in december ineens boven Parijs verscheen, ook al kort gezien was in november. [Huygens] dacht van niet. Evenals Giovanni Cassini en zovele anderen hield hij vast aan het vooroordeel dat kometen langs rechte lijnen gingen. Maar die van november was, langs de zon scherend, van rich­ting veranderd om een maand later weer in de buurt van de Aarde te komen. […] “

In zijn Cosmotheoros en ook in andere schriften valt Huygens Descartes aan, en diens hypothese over kometen, maar zelf had Huygens het ook niet goed doorzien. Het was Newton die in zijn Principia de parabolische baan van de komeet (later genoemd Halley-komeet) beschreef.

Jorink:

“[…] de komeet van 1680-1681 wordt algemeen gezien als een keerpunt in het denken [over kometen]. In deze jaren publiceerden de Franse filosoof Pierre Bayle en de Nederlandse predikant Balthasar Bekker hun geruchtma­kende aanvallen op wat zij als achterlijk bijgeloof beschouwden. Hun destijds heftig omstreden geschriften worden dan ook veelal gezien als een radicale breuk met het verleden en als het begin van de Verlichting. Het werk van Bayle en Bekker wordt vaak in direct verband gebracht met de observaties die de befaamde natuurfilosofen Isaac Newton en Edmund Halley van de komeet verrichten. Na veel rekenwerken concludeerden de Engelsen dat deze een parabolische en dus voorspelbare baan moest doorlopen. Ook hun activiteit wordt gezien als een breuk met het verleden.”

Voltaires sciencefiction Micromégas zinspeelt veel op Christiaan Huygens. De twee buitenaardse wezens van Sirius en van Saturnus reizen bij Voltaire door het zonnestelsel op een komeet:

Meer over Christiaan Huygens

 

over Christiaan Huygens http://www.passagenproject.com

over Christiaan Huygens http://www.passagenproject.com


Otto von Bismarck, foto´s en citaten

8 comments

150 jaar geleden werd Otto von Bismarck benoemd tot eerste minister (“Ministerpräsident”)  van Pruisen.

De Süddeutsche Zeitung heeft vandaag een zeer interessante serie foto’s en citaten samengesteld.

Bismarckenhondenhundedogs

Otto von Bismarck met zijn honden

Bismarck wordt anhand van citaten als turkenvriend (“Die Liebe der Türken und Deutschen zueinander ist so alt, daß sie niemals zerbrechen wird“), als skeptische realist, en als polenvreter geschetst.  Griezelig, zeker in het licht van de latere geschiedenis, is dit citaat:

Haut doch die Polen, daß sie am Leben verzagen; ich habe alles Mitgefühl für ihre Lage, aber wir können, wenn wir bestehn wollen, nichts andres tun, als sie ausrotten; der Wolf kann auch nichts dafür, dass er von Gott geschaffen ist, wie er ist, und man schießt ihn doch dafür tot, wenn man kann.”

Meer Bismarck-citaten zie hier

Een controversiële vraag is altijd geweest of Bismarck een voorloper van Hitler was, of er dus een rechte lijn loopt van Bismarck naar Hitler. Sebastian Haffner en Jonathan Steinberg zien een dergelijke lijn van Bismarck naar Hitler; Steinberg wijst bijvoorbeeld naar de antisemitische uitingen van Bismarck, naar het militarisme, naar de mythos van de geniale Führer, en naar het “Duitse Rijk”.

Anderen, zoals Achim Engelberg zien weinig in deze theorie. Engelberg beklemtoont dat voor Bismarck de sociale kwestie vooropstond, en niet rassenkwesties.

Apropos Moszkowicz: schimmige advocaten en wat wij bij Kafka over hen kunnen leren

30 comments

Uit de Volkskrant van 19 september 2012:

“‘Bram Moszkowicz is niet geschikt voor zijn functie‘”

“De deken van de Orde van Advocaten ging er hard in. Moszkowicz heeft volgens hem lak aan zijn cliënten en de beroepsregels. Hij eiste tegen de raadsman de zelden voorkomende straf van een jaar schorsing”.

Uit de NRC van 19 september 2012:

“Moszkowicz laat zijn meeste cliënten bij het intakegesprek tienduizenden euro’s betalen, meestal contant. …Vervolgens moeten cliënten lang aandringen om een verantwoording voor de werkzaamheden te krijgen….Moszkowicz belooft zich helemaal in te zetten voor de cliënt, maar stuurt vaak een medewerker naar de rechtbank. Voor ontevreden cliënten is hij ook telefonisch onbereikbaar….Vertragen, uitstel vragen en vervolgens de afspraken niet nakomen, dat is volgens Kemper de terugkerende handelswijze van Moszkowicz.”

Deze passage doet sterk denken aan de manier waarop Kafka’s advocaat Huld zijn cliënten afhankelijk en hulpeloos maakt. Een van Hulds cliënten kruipt dan ook als en hond door Hulds kantoor.
De hoofdfiguur Josef K. in Kafka’s Proces wordt pas echt goed meegesleurd in het voor hem uiteindelijk dodelijke proces, toen zijn oom hem overtuigt dat K. niet zonder advocaat kan.

Een belangrijk thema bij Kafka is de manier waarop advocaat Huld zijn cliënten vernedert (lees vooral hoofdstuk 7) . Als Het Proces niet een tragisch verhaal was zou men hierover kunnen lachen. Kafka zelf lachte in ieder geval om zijn roman.

De oom neemt K. mee naar advocaat Huld [!] “een belangrijke naam”. Huld woont in een buitenwijk, in een donker huis, en hij ligt ziek in bed.
In de relatie tussen K., zijn oom en de advocaat lopen privé en zakelijk op een chaotische manier door elkaar heen. Belangenverstrengeling, levensverstrengeling, noodlotverstrengeling. (Gezien de verstrengeling is het eigenlijk merkwaardig dat K. uiteindelijk de keel wordt doorgesneden, en dat hij niet wordt opgehangen. Maar het doorsnijden van de keel is natuurlijk ook een referentie aan noodlot en aan de antieke tragedie:
aan het offeren van een offerdier).

De eerste opmerking die de advocaat tegenover K. maakt:

“Neemt u het me niet kwalijk, ik heb u helemaal niet opgemerkt.”


De advocaat maakt de zaak van K. meteen tot een zaak van leven en dood voor zichzelf:
[Hij richt zich tot K.s oom]


“Wat de zaak van je neef betreft zou ik me inderdaad gelukkig prijzen als mijn kracht toereikend zou zijn, in elk geval zal ik niets onbeproefd laten; als ik niet toereikend ben, kan men immers nog iemand anders bijhalen. Eerlijk gezegd stel ik teveel belang in de zaak om afstand te kunnen doen van elke mogelijkheid mij erin te mengen. Als mijn hart het niet uithoudt, vindt het hier tenminste een waardige gelegenheid om te bezwijken.”

De advocaat weet ook al van tevoren een heleboel over K. [vgl Moszkowicz/ Endstra/Holleeder] en op K.s vraag hierover zegt hij:

“..ik ben immers advocaat, ik verkeer in rechtbankkringen, er wordt over allerlei processen gesproken […] u moet toch bedenken dat ik uit zo’n omgang ook grote voordelen voor mijn cliënten weet te halen.”

Leuk toepasselijk citaat uit hoofdstuk 7 Het Proces:

[de advocaat legt uit]: “Nu zou K. wel uit wat hij zelf had beleefd al hebben opge­maakt dat de allerlaagste organisatie van de rechtbank niet helemaal volmaakt is, dat zij plichtvergeten en omkoopba­re medewerkers telt, waardoor de strakke omheining van de rechtbank in bepaalde opzichten hiaten vertoont. Op dit punt nu dringen de meeste advocaten binnen, daar wordt omgekocht en uitgehoord, ja, er deden zich, althans in vroeger tijd, wel eens gevallen van documentendiefstal voor. Het valt niet te ontkennen dat er tijdelijk op die ma­nier enige zelfs verrassend gunstige resultaten voor de ver­dachte kunnen worden bereikt, daarmee pronken die zaakwaarnemers dan ook en lokken nieuwe clientèle aan…”

Het proces dat K. aangedaan wordt is in het begin absurd en ook vrij onschuldig. Het gebeurt K. niets, behalve dat twee bewakers zijn ontbijt wegvreten. Het proces tegen hem blijft eigenlijk zonder gevolgen, en het wordt ook meerdere keren gesteld, dat zo’n proces helemaal niet erg is.

K.s ondergang is sterk door hemzelf geënsceneerd. Omdat hij per se wil bewijzen dat hij onschuldig is (wat gezien het diffuse en existentiële karakter van het proces tegen hem onmogelijk is- hoe kan hij bewijzen dat hij onschuldig is, als hij niet weet wat hem verweten wordt ?) laat hij zich van zijn oom en de advocaat me trekken in een uitzichtloze (maar eigenlijk ook volledig onnodige) verdediging.

 

Dit is gedeeltelijk een blog uit 2007, die ik nu herplaats.

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief