Wetenschap Kunst Politiek

Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Christiaan Huygens

14 comments

Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Christiaan Huygens

Kijk naar de volle maan vannacht: er lijken er toch echt gebouwen op te staan!  (zie ook deze overtuigende blog)            

Christiaan Huygens had voor zijn populair-wetenschappelijk verhaal Cosmotheoros  (1695, uitgebreid zie hier) intelligente planetenbewoners nodig, als didactisch hulpmiddel, voor de aanschouwelijkheid en voor de perspectivische beschrijving. Huygens beweert dat de planetenbewoners astronomische waarnemingen doen zoals wij, en kan dus het zonnestelsel vanuit hun perspectief beschrijven.

 

Christiaan Huygens Cosmotheoros buitenaardse wezens aliens foto: Maria Trepp

Christiaan Huygens Cosmotheoros buitenaardse wezens aliens foto: Maria Trepp

 

Buitenaardse astronoom

Huygens is niet de eerste die het perspectief van buitenaardse wezens gebruikt om een aanschouwelijke wetenschappelijke beschrijving te geven, die het copernicaans systeem ondersteunt en uitlegt. Johannes Kepler, de ontdekker van planetaire beweging, heeft in zijn kleine wetenschapsfictie Somnium Astronomicum “(1634, postuum, download hier de Duitse Tekst van Keplers Somnium (pdf)), waarnaar Huygens in Cosmotheoros verwijst, wetenschappelijke kennis, mythologie en fantasie gecombineerd. Kepler werd hierbij geïnspireerd door de antieke auteur Lucian, en in het bijzonder door Plutarchus’ “Maangezicht“. Beide teksten, en dan vooral Plutarchus, dienden ook Huygens als klassieke bronnen.

De leer van Copernicus wordt aanschouwelijk en begrijpelijk als men bedenkt hoe het zonnestelsel voor een buitenaardse waarnemer uitziet. Kepler en Huygens hebben met hun visies en met speelse en verbazingwekkende details al geanticipeerd op de huidige ruimtemissies.

Keplers  Somnium, gepubliceerd in 1634, maar geschreven in 1609 en handschriftelijk in omloop, is het eerste literaire werk, dat – geïnspireerd door de copernicaanse wetenschap-  buitenaardse wezens in de ruimte tot thema maakt, in Keplers geval maanbewoners.

Hoewel Keplers schrift in tegenstelling tot Christiaan Huygens’ Cosmotheoros duidelijk fantastische trekken heeft,

kan men ook belangrijke parallellen tussen de teksten vaststellen. De eerste zin van Kepler, waarmee hij zijn “droom” introduceert is: “Toen in het jaar 1608 de ruzies tussen de broers Keizer Rudolph en aartshertog Matthias hun hoogtepunt bereikten, […]”

De context van oorlog en ellende verbindt Kepler en Huygens, net als de kritiek op de samenleving en de afkeer van gewapende conflicten. Huygens is altijd een optimist, die zich bijna waant in een Leibnizianische “beste van alle werelden“, en hij kan in alle euvel nog wel iets goeds vinden. Het optimisme laat hem echter bij de gedachte aan het buskruit in de steek:

Wy hebben ook het Buskruid, een stoffe, met zwavel en salpeter gemengd, en wy kennen daar van ’t verscheiden gebruik ’t welk men met regt mag twijfelen of het meer goed dan quad doet. Want door derzelver wondere kragt, en door de konstrijke wetenschap van de Vestingbouwkonst  der steden, scheen men een wisser toeverlaat, dan oulinks bekend was, tegen viandlijke aanvallen gevonden te hebben: maar teffens zien wy, dat ook het geweld der vianden is aangegroeit, en dat de Dapperheid en kragt in ’t strijden nu minder in achting komt, dan voorhenen [….] zoo dat men daarom alleen mag zeggen, dat de menschen de uitvinding van het Buskruid liever mogten ontbeert hebben.”

Buskruit en bommen schieten bijna Huygens’ niet aflatend optimisme kapot: een echte uitdaging. Voor Huygens net als voor Kepler geeft het buitenaards perspectief de gelegenheid om de aardse conflicten te relativeren, en biedt dit perspectief een kans om de zinloosheid van de oorlog aan de kaak te stellen. Huygens:

Hier uit kan men verstaan hoe groot de ruimtens van die ronde lichamen zijn, en hoe klein, ten haren opzigte, het Klootje der Aarde is, waar in wy menschen zoo veel voor hebben, zoo veel t’ scheep varen, en zoo vele oorlogen voeren. ’t Welk te wenschen was dat onze Koningen en Alleenheerschers leerden en bedagten; op dat zy mogten weten, in wat een kleine zaak zy hun zelven afslooven, als zy om een hoek lands in te nemen, tot groot verderf van velen, alle hunne kragten inspannen.”

Kepler beschrijft de maan als het land “Levania”. Hij maakt een onderscheid tussen de maanbewoners die aan degene kant van de maan wonen, die de naar de aarde wijst, en de bewoners die op de andere zijde wonen, die afgekeerd is van de aarde, en die dus de aarde nooit zien. De eerste noemt hij “Subvolvaner,” de laatste “Privolvaner”. “Volva” is bij Kepler de aarde die zich om de eigen as draait voor de ogen van de bewoners van de maan, van Latijns volvere (draaien): in tegenstelling tot de maan draait de aarde “pirouettes” om haar eigen as. 

De passage van Huygens in de Cosmotheoros over de eventuele maanbewoners en hun kijk op de aarde is zeer vergelijkbaar met degene van Kepler, maar Huygens is sceptisch over de existentie van maanbewoners;  hij vindt maanbewoners veel onwaarschijnlijker dan planetenbewoners, omdat hij, anders dan Kepler, ervan overtuigt is dat op de maan geen water is. Ook gelooft Huygens in tegenstelling tot Kepler niet in gebouwen op de maan:

 Kepler nam uit die rondheid der dalen een bewijs, dat dit overgroote gebouwen waren van de Maanlingen, die met Reden werken: dog dat is teenemaal ongeloofelijk, eensdeels om de al te groote grootheid van die gevaartens, ten anderen, om dat dergelijke ronde holtens uit natuurlijke oorzaken konnen gemaakt werden. Maar ik vind ’er niets dat na Zeen gelijkt, schoon de gemelde Kepler, en meest alle andere [Starrekenners] het  tegendeel gevoelen.”

Maar in de volgende passage – waar Huygens beschrijft dat de aarde vanuit de maan gezien altijd op dezelfde plek “hangt” – volgt Huygens Keplers beschrijving:

“De Maan-kloot is by henluiden in twee Halfronden verdeeld, zoodanig, dat, die in het eene wonen, altyd het gezigt van onze Aarde genieten; die in het ander leven, dat gezigt altyd missen: behalven dat sommige, omtrent de grenzen van beiden wonende, het zelve gezigt somwylen verliezen, somwylen wederkrijgen. Zy nu, die onze Aarde zien, zien dezelve altyd in de Lucht hangende, en veel grooter dan de Maan ons voorkomt, als byna met een viermaal grooter Middellijn. Maar dat is wonderlijk, dat zy dezelve altyd by nagt en dag in dezelve plaats van den Hemel, gelyk als onbewegelijk, zien hangen, sommige regt boven hun hoofd, sommige in een zekere hoogte van den Gezigteinder [=horizont] afstaande, andere in den Gezigteinder zelve gelegen, en ondertussen om haar As omdraaijende, vervolgens in den tijd van vier en twintig uuren vertoonende alle de gewesten die ze behelst; en derhalven ook die (het ware te wenschen dat wy ze ook mogten zien) welke aan beide de Assen [=polen] ons, Aardrijk-bewoners, nog onbekend blijven.”

De Aarde vanuit de maan

In maanbewoners en hun gebouwen wil Huygens niet echt geloven, maar dat zit anders met planetenbewoners en hun gebouwen. Volgens Huygens hebben de planetenbewoners mogelijk nog veel mooiere gebouwen dan wij. We mogen niet denken, dat de “dwaalsterrelingen” alleen in lelijke simpele hutten wonen. Nee, net als wij kunnen zij ook mooie paleizen bouwen: “Dog waarom zullen wy gelooven, dat de Dwaalstarrelingen juist hutten, en geen groote en heerlijke huizen, bouwen, als om dat wy niet konnen nalaten te denken, dat onze dingen boven alle andere schoon en volmaakt zijn?

 

 

In de Cosmotheoros  verwijst Huygens meerdere malen naar Kepler. Niet alleen naar Keplers vertelling “Somnium“, maar ook – uiteraard- naar de belangrijke wetten van Kepler,

“[,,,] de zonderlinge waarneming van Kepler, hoe dat de afstandigheden der Dwaalstarren (onder die des Aardrijks) van de Zon met de tijden der Omloopen van my gemeld, in een zekere evenredigheid overeenkomen, welke evenredigheid men daarna bevonden heeft, dat ook de Trawanten van Jupiter en Saturnus ten haren opzigte behouden.”

Maar Huygens uit zich ook zeer kritisch en uitvoerig over Keplers voorstelling van het universum en de vaste sterren. Hij protesteert tegen de mening van Kepler, dat “de zon iets speciaals zou zijn in verhouding tot alle andere sterren”. Kepler verdedigde nog steeds de bijzondere positie van de mens, van de aarde en van de zon in het universum; hij neemt dus nog niet het radicaal gedecentraliseerde standpunt van Huygens in

Een andere versie van deze tekst staat ook op mijn Duitse blog over Huygens

Christiaan Huygens in Dutch English and German http://www.passagenproject.com/blog16

Christiaan Huygens http://www.passagenproject.com

Tags: , , , , ,

14 Responses to “Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Christiaan Huygens”

  1. Joke Mizée schreef:

    “… in tegenstelling tot de maan draait de aarde om haar eigen as.”
    Hoezo, de maan draait toch ook om zijn as?

  2. Maria Trepp schreef:

    Ja Joke voor lieve mensen als jou doen dus Kepler en Huygens al die moeite!

    De maan keert ons altijd hetzelfde maangezicht toe!

  3. Joke Mizée schreef:

    Maria, de maan draait wel degelijk – kijk maar op wiki of zo. Er kunnen allerlei redenen zijn dat we altijd dezelfde kant van een planeet zien, bv. omdat diens rotatie-as in een bepaalde hoek staat. In het geval van de maan komt het doordat de aarde en de maan synchroon draaien.

  4. Maria Trepp schreef:

    De maan draait om de aarde in een gebonden rotatie.

    Daarom zien potentiële maanbewoners de aarde niet op- en onder gaan , maar altijd op dezelfde plek hangen – of ze zien haar helemaal niet- , zoals Kepler en Huygens het beschrijven.
    Er is een achterkant van de maan die men vanuit de aarde nooit te zien krijgt.

  5. Joke Mizée schreef:

    Er is een achterkant van de maan, ja (vraag maar aan Pink Floyd). Hetzelfde geldt voor Venus, maar (ook) Venus draait wel degelijk om haar as. ‘Achterkant’ wil alleen maar zeggen dat een planeet of satelliet altijd met dezelfde kant naar bv. de zon gericht staat.

    Kijk nou voor de gein eens op wikipedia bij ‘maan’. Daar staat toch echt dat de maan om zijn as draait en dat de maan en de aarde elkaar wederzijds beïnvloeden. Je doet de maan echt tekort als je suggereert dat-ie alleen maar draait omdat wij draaien.

  6. Joke Mizée schreef:

    Als je met iemand danst, dan zie je steeds zijn voorkant. Daaruit concludeer je toch niet dat die persoon stilstaat of alleen maar beweegt omdat jij dat doet?

  7. Maria Trepp schreef:

    De maan draait om de aarde, en met de aarde om de zon.
    Van alle planeten zien we (in principe) vanuit aarde alle kanten, maar niet van de maan. Anders dan de planeten keert de maan de aarde altijd dezelfde kant toe, een zogenaamd “gebonden rotatie”. Daarover gaat het verhaal van Kepler, en ook van Huygens.

    In zoverre de planeten dansen, is de maan een danser die je altijd draaiend blijft aankijken, waarentegen de planeten ook pirouettes maken. De maan draait om je heen, zonder eigen pirouettes.

    Ik moet nu weg, ik zal later een animatie opzoeken op internet.

  8. Joke Mizée schreef:

    Je argument, dat het feit dat we steeds dezelfde kant zien slechts tot de conclusie kan leiden dat de maan niet om zijn eigen as draait, is onzinnig. Zie wat ik reeds gezegd heb over Venus.

    Zo zit het:
    “De rotatie van de maan om zijn rotatie-as loopt synchroon met de rotatie van de maan om de aarde heen. De maan heeft dus steeds dezelfde kant naar de aarde gekeerd.”
    (http://nl.wikipedia.org/wiki/Libratie)

  9. Maria Trepp schreef:

    De maan roteert om de aarde.
    De rotatie-as van de maan valt samen met degene van de aarde. In die zin heb je gelijk, dat de maan wel degelijk om een rotatie-as draait.
    Maar wat interessant is, dat is dat de maan geen “pirouettes” maakt ten opzichte van de aarde, maar de aarde wel ten opzichte van de maan.
    Het feit dat de maan gebonden met de aarde draait is de basis voor de verhalen van Kepler en Huygens en de basis voor het feit dat de aarde geheel anders wordt gezien vanuit de maan dan de maan vanuit de aarde. Zoals Kepler en Huygens het beschrijven: voor de maanbewoners op de aardzijde hangt de aarde op dezelfde plek, gaat niet op en onder, maar vertoont wel schijngestalten, en roteert.

  10. Joke Mizée schreef:

    “De rotatie-as van de maan valt samen met degene van de aarde.”
    Nee, juist niet: ze staan een beetje scheef t.o.v. elkaar. Dáárdoor worden al die optische (relatieve) effecten veroorzaakt. Je moet, net als Huygens, onderscheid blijven maken tussen wat je ziet en wat er in het echt gebeurt. Dus niet ‘we zien altijd dezelfde kant dus hij draait niet’, nee het is ‘want wij draaien ook‘.

    Het valt ook wel mee met dat ‘niet op en onder’ gaan – en ook op aarde staat de maan vaak overdag aan de hemel, maar kunnen we hem niet zien. Ook vraag ik me af of de aarde vanaf de maan wel roteert. Zij zien meer van ons dan wij van hen (wij zien zo’n 60%), da’s waar. Maar de aarde schommelt dan ook meer.

    Maar wat was dan Huygens’ onderbouwing dat het zo zou zijn als hij stelde, hoe verklaarde hij dat? Toch ook vanwege schommelingen t.o.v. elkaar neem ik aan, en niet iets met de rotatie?

  11. Maria Trepp schreef:

    Joke, er zijn een hoop astronomische details over assen en rotaties en precisie.
    Het verhaal van Kepler en Huygens is zo leuk omdat het aanschouwelijk en toch correct is.
    Kepler noemt de aarde “Volva” omdat eventuele maanbewoners haar in 24 uur om haar as zien wentelen- dus een geheel andere waarneming dan wij doen ten opzichte van de maan, die zich niet om zichzelf draait, en bovendien voor onze ogen op -en onder gaat.
    Dit beschreef Kepler correct honderden jaren voordat men een waarneming kon doen vanuit het ruimte- of maanperspectief.
    De maan is van een gegeven aardse plek vaak ook overdag te zien, maar niet alle uren van de dag, en ook vaak niet alle uren van de nacht. Als de aarde “wegdraait” is de maan niet te zien. Nu bijvoorbeeld zaterdag 7 april overdag is de maan vanuit Nederland onafhankelijk van het weer niet te zien, hij gaat pas weer om 21.55 op.
    De verhalen van Kepler en Huygens uit en fictief perspectief van maan- en planetenbewoners zijn fenomenologisch en niet abstract astronomisch, en toch kloppen zij in grote lijnen ook astronomisch, al weten wij nu meer details dan zij toen wisten.
    Voor de gebonden rotatie van de maan geven zij geen verklaring, zij accepteren deze als een feit (in de teksten die ik ken).
    De rotatie van Mars om de eigen as kon Huygens zelf als eerste waarnemen op grond van een grote vlek die hij op Mars zag: http://passagenproject.com/blog/2011/12/08/%E2%80%9Cgoogle-earth%E2%80%9D-voor-mars-gratis-download/

    en ook de rotatie van sommige andere planeten om de eigen as beschrijft hij op grond van waarnemingen, en geeft de lengte van de dagen op deze planeten aan, die bepaald wordt door de tijd van de wenteling om de eigen as.

  12. Joke Mizée schreef:

    De Oude Grieken wisten ook al heel veel, hoor. Dat is juist het gekke, dat dat zo lang verloren is geweest en er een geocentrisch wereldbeeld heerste.

    Rotatie is volkomen normaal, en ook gebonden rotatie is heel logisch. Er zijn meer planeten met een gebonden rotatie met hun satellieten, en onze maan is relatief groot. Daar vroeg ik ook niet naar, ik vroeg hoe die effecten kunnen worden verklaard dat de maan zich anders lijkt te gedragen vanaf de aarde, dan omgekeerd. Dat zit ‘m denk ik toch in de hoek waarin de assen op elkaar staan en in die schommelingen (libratie) waar ik eerder naar verwees. Jammer dat Huygens dat wel beschrijft, maar niet uitlegt.

  13. Joke Mizée schreef:

    Maria, kun je mijn reactie uit je spamfilter vissen?

  14. Maria Trepp schreef:

    Eruit gevist.
    Ik weet niet waarom die in de spam was beland.

    Over rotatie maan zon aarde een andere keer meer….
    Groetjes!

Leave a Reply



Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief