Wetenschap Kunst Politiek

Daslook-bloementapijt/Cronesteyn en Leidse Hout

5 comments

In het Leidse park Cronesteyn bloeit de daslook: miljoenen bloemen-sterren.

Daslook Cronesteyn

Daslook Cronesteyn

 

In de sloot een meerkoetengezin.

Huygens, Van Leeuwenhoek, Swammerdam: de wereld onder het microscoop

19 comments

Christiaan Huygens paste zijn theoretisch interesse voor de optica en zijn praktisch interesse voor het slijpen van lenzen niet alleen toe op telescopen, maar ook op microscopen. De microscoop gaf in de 17e eeuw een belangrijke toegang tot een nieuwe wonderwereld.

Vorig jaar werden in het Museum Boijmans en in het Museum Boerhaave in Leiden mooie foto’s ‘getoond, onder meer van micro-organismen, in de tentoonstelling “Schoonheid in de wetenschap”.

 

Zijn leven lang heeft Huygens zich samen met zijn broer Constantijn jr. geïnteresseerd voor microscopen; een belangstelling en fascinatie, die zij overnamen van en deelden met hun vader Constantijn. Vader Constantijn Huygens was bevriend met Descartes en studeerde, net als zijn zoon Christiaan, theorie en praktijk van de optica. Huygens onderzocht ook zelf  microscopisch kleine plantjes en diertjes, en ontwierp ook een speciale microscoop om de haarvaten in vissestaarten te kunnen bekijken, de zgn. aalkijker.

In zijn Cosmotheoros schrijft Christiaan over de fascinerende wereld onder het microscoop: aderen, bloedkringloop, zaadcellen (“zeer levendig diertjes”): “een zaak, die verwonderlijk is, en van alle eeuwen onbekend was”.

“[…] Voornamentlijk ook [noemen wij] dat wonder gebruik van ’t glas, in de natuur der dingen te doorzien, na de uitvindingen van het Verrekijk- en Vergroot glas [Microscopium].
[…] lk zoude hier nog veel konnen aanlassen wegens de veelvuldige leering en kennisse van de natuur der dingen […] van den omloop des bloeds door slag- en bloedaderen, die voor dezen wel begrepen wierd, maar onlangs door het Vergrootglas zelfs met de oogen begonnen is gezien te werden in de staarteinden van sommige Vissen: gelijk ook van de voortteling der Dieren, waar omtrent bevonden is dat ’er geen geboren worden dan uit zaad van haar’ s gelijken; en dat het zelve ook waar is van de Kruiden: zelfs dat in het mannelijk zaad ontallijke duizenden van zeer levendige diertjes bespeurt worden, welke, naar alle waarschijnelijkheid, de regte afzetzels der Dieren zijn: een zaak, die verwonderlijk is, en van alle eeuwen onbekend was.”

Huygens onderhield contact met de microscopenbouwer en microbioloog Antoni van Leeuwenhoek(1632-1723).

Huygens heeft  voor de Académie Royale des Sciences een Franse samenvatting vervaardigd van de eerste brief van Van Leeuwenhoek over micro-organismen (1676) en liet hij ook aan zijn mede-leden van de Académie zaaddiertjes en diverse micro­organismen zien met een door hemzelf ontworpen en vervaardigde microscoop.

Volgens de toen populaire theorie van de spontane generatie ontstaat leven uit levenloos materiaal (Huygens noemt het geloof dat muizen uit aarde ontstaan). Van Leeuwenhoek, die zelf zaadcellen onder de microscoop kon waarnemen, verwierp net als Huygens deze theorie.

(Over Huygens en de microscoop zie ook de publicatie van Museum Boerhave)

Christiaan Huygens, evenals zijn vader Constantijn en Huygens’ vriend Leibniz, werden geïnspireerd door de collecties van de natuuronderzoeker Jan Swammerdam, die als eerste systematisch gebruik maakte van de microscoop en 1675 een natuurgeschiedenis van de insecten publiceerde. Voor Swammerdam was de natuur een bijbel, en was het bestuderen van de wonderwerken der natuur godsdienst. Bij hem, net als bij Christiaan Huygens, vindt men de physicotheologische gedachte dat Gods bestaan kan worden afgeleid uit de structuur van de natuur zelf.

Jan Swammerdam, Bijbel der Nature, Oog van en bij

Voltaires  sciencefiction   Micromégas knoopt aan bij Christiaan Huygens, Jan Swammerdam en Leeuwenhoek die in Voltaires verhaal op verschillende manieren  (thema: de wereld onder het microscoop en in het telescoop) impliciet en expliciet genoemd worden.

Zie mijn vertaling von Voltaires Micromégas met kommentaar.

 

Meer over Christiaan Huygens



Read more..

Sint Joris dag, dag van de rozen en boeken in Catalonië

9 comments

Mijn dochter mailt uit Barcelona waar zij als antropoloog een spannende onderzoeksbaan heeft (Communal resource management bij de Maya’s in Mexico) over Diada de Sant Jordi, Sint Joris dag in Catalonië, de nationale feestdag, en ook het feest van het boek en het gedrukte woord.

Wikipedia: “Traditioneel geeft men er aan vrienden en familie op die dag een boek, een roos en een korenaar. Het is voor uitgevers dan ook een belangrijke dag en veel debuten verschijnen in die periode. Op Sint-Jorisdag 2007 verscheen zo een volledige nieuwe editie van de Gran Diccionari de l’Enciclopèdia Catalana”

Mijn dochter zegt het ietsje anders (zie ook de Engelse wikipedia) , namelijk dat de mannen de vrouwen een roos geven (zij krijgt dus rozen van haar Catalaanse vriend) en de vrouwen de mannen een boek.

“…  a rose for love and a book forever”

Rozen zijn met deze dag  geassocieerd sinds de middeleeuwen, maar het geven van boeken is een meer recente traditie uit 1923, toen een boekhandelaar begon de feestdag te promoten als een manier om de bijna gelijktijdige dood van Miguel Cervantes  en  William Shakespeare  op 23 april 1616 te herdenken.

(Zie ook: Cervantes, de dood, toneel en Don Quichot)

 Barcelona  is de hoofdstad van uitgeverijen van de Catalaanse  en de Spaanse taal;  en de combinatie van liefde en geletterdheid werd snel overgenomen.


Read more..

Saturnus aan de zuid-oostelijke nachthemel

2 comments

Gisteravond kon ik vanuit mijn balkon Saturnus zien en zelfs een simpel fotootje maken met Saturnus naast de ster Spica uit het sterrenbeeld Maagd.

Saturnus gaat in het oosten op en staat staat om 24.00 vrij laag aan de zuidoostelijke hemel, vandaar ook een stukje van een boom. Saturnus staat links; Spica rechts


Saturnus ( symbool -een sikkel voor de zaadgod Saturnus- zie hier links)  en Spica (alpha virginis) , de best zichtbare ster in het sterrenbeeld Maagd

 


Read more..

Bollenvelden, tulpen close-ups in de schemering

9 comments

Ik zocht naar een andere manier om de bollenvelden de fotograferen.

Minder gelikt.

Deze foto’s zijn gemaakt 15-25 minuten na zonsondergang met ISO3200.

 
Read more..

Japanse karpers Koi

3 comments

Van 6 april tot en met 8 juli presenteert het SieboldHuis in Leiden de tentoonstelling Vissen van Haai tot Koi. Er wordt getoond hoe de arts en Japan-onderzoeker Philipp Franz Balthasar von Siebold tussen 1823 en 1834 vissen verzamelde in Japan.

karper koi karpfen foto: Maria Trepp

Karper Koi Karpfen foto: Maria Trepp

Hier een foto van Japanse karpers in de Leidse Hortus.

Koi Japanse karper wikimedia commons 2_year_old_Aka_Muji

Koi Japanse karper wikimedia commons 2_year_old_Aka_Muji

Koi Japanse karper wikimedia commons Magnus Manske

Koi Japanse karper wikimedia commons Magnus Manske

Koi Japanse karper wikimedia commons Mattbuck

Koi Japanse karper wikimedia commons Mattbuck

Koi Japanse karper wikimedia commons Laslovarga

Koi Japanse karper wikimedia commons Laslovarga


 


Read more..

Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Christiaan Huygens

14 comments

Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Christiaan Huygens

Kijk naar de volle maan vannacht: er lijken er toch echt gebouwen op te staan!  (zie ook deze overtuigende blog)            

Christiaan Huygens had voor zijn populair-wetenschappelijk verhaal Cosmotheoros  (1695, uitgebreid zie hier) intelligente planetenbewoners nodig, als didactisch hulpmiddel, voor de aanschouwelijkheid en voor de perspectivische beschrijving. Huygens beweert dat de planetenbewoners astronomische waarnemingen doen zoals wij, en kan dus het zonnestelsel vanuit hun perspectief beschrijven.

 

Christiaan Huygens Cosmotheoros buitenaardse wezens aliens foto: Maria Trepp

Christiaan Huygens Cosmotheoros buitenaardse wezens aliens foto: Maria Trepp

 

Buitenaardse astronoom

Huygens is niet de eerste die het perspectief van buitenaardse wezens gebruikt om een aanschouwelijke wetenschappelijke beschrijving te geven, die het copernicaans systeem ondersteunt en uitlegt. Johannes Kepler, de ontdekker van planetaire beweging, heeft in zijn kleine wetenschapsfictie Somnium Astronomicum “(1634, postuum, download hier de Duitse Tekst van Keplers Somnium (pdf)), waarnaar Huygens in Cosmotheoros verwijst, wetenschappelijke kennis, mythologie en fantasie gecombineerd. Kepler werd hierbij geïnspireerd door de antieke auteur Lucian, en in het bijzonder door Plutarchus’ “Maangezicht“. Beide teksten, en dan vooral Plutarchus, dienden ook Huygens als klassieke bronnen.

De leer van Copernicus wordt aanschouwelijk en begrijpelijk als men bedenkt hoe het zonnestelsel voor een buitenaardse waarnemer uitziet. Kepler en Huygens hebben met hun visies en met speelse en verbazingwekkende details al geanticipeerd op de huidige ruimtemissies.

Keplers  Somnium, gepubliceerd in 1634, maar geschreven in 1609 en handschriftelijk in omloop, is het eerste literaire werk, dat – geïnspireerd door de copernicaanse wetenschap-  buitenaardse wezens in de ruimte tot thema maakt, in Keplers geval maanbewoners.

Hoewel Keplers schrift in tegenstelling tot Christiaan Huygens’ Cosmotheoros duidelijk fantastische trekken heeft,

kan men ook belangrijke parallellen tussen de teksten vaststellen. De eerste zin van Kepler, waarmee hij zijn “droom” introduceert is: “Toen in het jaar 1608 de ruzies tussen de broers Keizer Rudolph en aartshertog Matthias hun hoogtepunt bereikten, […]”

De context van oorlog en ellende verbindt Kepler en Huygens, net als de kritiek op de samenleving en de afkeer van gewapende conflicten. Huygens is altijd een optimist, die zich bijna waant in een Leibnizianische “beste van alle werelden“, en hij kan in alle euvel nog wel iets goeds vinden. Het optimisme laat hem echter bij de gedachte aan het buskruit in de steek:

Wy hebben ook het Buskruid, een stoffe, met zwavel en salpeter gemengd, en wy kennen daar van ’t verscheiden gebruik ’t welk men met regt mag twijfelen of het meer goed dan quad doet. Want door derzelver wondere kragt, en door de konstrijke wetenschap van de Vestingbouwkonst  der steden, scheen men een wisser toeverlaat, dan oulinks bekend was, tegen viandlijke aanvallen gevonden te hebben: maar teffens zien wy, dat ook het geweld der vianden is aangegroeit, en dat de Dapperheid en kragt in ’t strijden nu minder in achting komt, dan voorhenen [….] zoo dat men daarom alleen mag zeggen, dat de menschen de uitvinding van het Buskruid liever mogten ontbeert hebben.”

Buskruit en bommen schieten bijna Huygens’ niet aflatend optimisme kapot: een echte uitdaging. Voor Huygens net als voor Kepler geeft het buitenaards perspectief de gelegenheid om de aardse conflicten te relativeren, en biedt dit perspectief een kans om de zinloosheid van de oorlog aan de kaak te stellen. Huygens:

Hier uit kan men verstaan hoe groot de ruimtens van die ronde lichamen zijn, en hoe klein, ten haren opzigte, het Klootje der Aarde is, waar in wy menschen zoo veel voor hebben, zoo veel t’ scheep varen, en zoo vele oorlogen voeren. ’t Welk te wenschen was dat onze Koningen en Alleenheerschers leerden en bedagten; op dat zy mogten weten, in wat een kleine zaak zy hun zelven afslooven, als zy om een hoek lands in te nemen, tot groot verderf van velen, alle hunne kragten inspannen.”

Kepler beschrijft de maan als het land “Levania”. Hij maakt een onderscheid tussen de maanbewoners die aan degene kant van de maan wonen, die de naar de aarde wijst, en de bewoners die op de andere zijde wonen, die afgekeerd is van de aarde, en die dus de aarde nooit zien. De eerste noemt hij “Subvolvaner,” de laatste “Privolvaner”. “Volva” is bij Kepler de aarde die zich om de eigen as draait voor de ogen van de bewoners van de maan, van Latijns volvere (draaien): in tegenstelling tot de maan draait de aarde “pirouettes” om haar eigen as. 

De passage van Huygens in de Cosmotheoros over de eventuele maanbewoners en hun kijk op de aarde is zeer vergelijkbaar met degene van Kepler, maar Huygens is sceptisch over de existentie van maanbewoners;  hij vindt maanbewoners veel onwaarschijnlijker dan planetenbewoners, omdat hij, anders dan Kepler, ervan overtuigt is dat op de maan geen water is. Ook gelooft Huygens in tegenstelling tot Kepler niet in gebouwen op de maan:

 Kepler nam uit die rondheid der dalen een bewijs, dat dit overgroote gebouwen waren van de Maanlingen, die met Reden werken: dog dat is teenemaal ongeloofelijk, eensdeels om de al te groote grootheid van die gevaartens, ten anderen, om dat dergelijke ronde holtens uit natuurlijke oorzaken konnen gemaakt werden. Maar ik vind ’er niets dat na Zeen gelijkt, schoon de gemelde Kepler, en meest alle andere [Starrekenners] het  tegendeel gevoelen.”

Maar in de volgende passage – waar Huygens beschrijft dat de aarde vanuit de maan gezien altijd op dezelfde plek “hangt” – volgt Huygens Keplers beschrijving:

“De Maan-kloot is by henluiden in twee Halfronden verdeeld, zoodanig, dat, die in het eene wonen, altyd het gezigt van onze Aarde genieten; die in het ander leven, dat gezigt altyd missen: behalven dat sommige, omtrent de grenzen van beiden wonende, het zelve gezigt somwylen verliezen, somwylen wederkrijgen. Zy nu, die onze Aarde zien, zien dezelve altyd in de Lucht hangende, en veel grooter dan de Maan ons voorkomt, als byna met een viermaal grooter Middellijn. Maar dat is wonderlijk, dat zy dezelve altyd by nagt en dag in dezelve plaats van den Hemel, gelyk als onbewegelijk, zien hangen, sommige regt boven hun hoofd, sommige in een zekere hoogte van den Gezigteinder [=horizont] afstaande, andere in den Gezigteinder zelve gelegen, en ondertussen om haar As omdraaijende, vervolgens in den tijd van vier en twintig uuren vertoonende alle de gewesten die ze behelst; en derhalven ook die (het ware te wenschen dat wy ze ook mogten zien) welke aan beide de Assen [=polen] ons, Aardrijk-bewoners, nog onbekend blijven.”

De Aarde vanuit de maan

In maanbewoners en hun gebouwen wil Huygens niet echt geloven, maar dat zit anders met planetenbewoners en hun gebouwen. Volgens Huygens hebben de planetenbewoners mogelijk nog veel mooiere gebouwen dan wij. We mogen niet denken, dat de “dwaalsterrelingen” alleen in lelijke simpele hutten wonen. Nee, net als wij kunnen zij ook mooie paleizen bouwen: “Dog waarom zullen wy gelooven, dat de Dwaalstarrelingen juist hutten, en geen groote en heerlijke huizen, bouwen, als om dat wy niet konnen nalaten te denken, dat onze dingen boven alle andere schoon en volmaakt zijn?

 

 

In de Cosmotheoros  verwijst Huygens meerdere malen naar Kepler. Niet alleen naar Keplers vertelling “Somnium“, maar ook – uiteraard- naar de belangrijke wetten van Kepler,

“[,,,] de zonderlinge waarneming van Kepler, hoe dat de afstandigheden der Dwaalstarren (onder die des Aardrijks) van de Zon met de tijden der Omloopen van my gemeld, in een zekere evenredigheid overeenkomen, welke evenredigheid men daarna bevonden heeft, dat ook de Trawanten van Jupiter en Saturnus ten haren opzigte behouden.”

Maar Huygens uit zich ook zeer kritisch en uitvoerig over Keplers voorstelling van het universum en de vaste sterren. Hij protesteert tegen de mening van Kepler, dat “de zon iets speciaals zou zijn in verhouding tot alle andere sterren”. Kepler verdedigde nog steeds de bijzondere positie van de mens, van de aarde en van de zon in het universum; hij neemt dus nog niet het radicaal gedecentraliseerde standpunt van Huygens in

Een andere versie van deze tekst staat ook op mijn Duitse blog over Huygens


Read more..

Toverlantaarn en toverlantaarnplaatjes van Christiaan Huygens

5 comments

Toverlantaarn en toverlantaarnplaatjes van Christiaan Huygens

Museum De Lakenhal laat een verzameling 18e eeuwse plaatjes zien: sprookjes, tronies en landschappen, samen met originele toverlantaarns.
Een toverlantaarn (Lanterna Magica) is een apparaat waarmee doorzichtige afbeeldingen geprojecteerd kunnen worden. Het is dus in feite de voorloper van de diaprojector.

Christiaan Huygens heeft in 1659 een toverlantaarn gebouwd met lenzen en spiegels, waardoor de lantaarn veel beter werkte dan eerdere schaduw-versies zonder lens. Huygens zelf vond de laterna magica nogal kinderachtig en hechtte er weinig waarde aan. Toch heeft hij ook een paar schetsen voor toverlantaarnplaatjes gemaakt, geïnspireerd door de dodendans van Hans Holbein (afbeeldingen hieronder komen uit de Oeuvres complètes en uit Christiaan Huygens,  “Over het oog en het zien”–  deze plaatjes worden niet getoond in de Lakenhal!)


Toverlantaarn Laterna Magica Christiaan Huygens

Laterna Magica Christiaan Huygens

Hier een schets van een laterna magica door Christiaan Huygens, met van links naar rechts: holle spiegel,   lamp,   glazen lens,   doorschijnend plaatje,  andere lens en muur. Een laterna magica van Huygens is te zien in het Huygens-Museum in Hofwijck (foto hier)

Toverlantaarn Laterna Magica Christiaan Huygens

plaatjes van Christiaan Huygens

Toverlantaarnplaatjes Christiaan Huygens: Dodendans na Hans Holbein

Huygens zelf had al een eenvoudig bewegingseffect bereikt door snel twee beelden achtereen te tonen: het door hem getekende geraamte dat op het volgende plaatje beleefd zijn hoofd afneemt, zou zelfs een ware klassieker worden.” (Info Museum Boerhaave

Holbein laat op zijn dodendanstekeningen zien dat de dood alle leeftijden en maatschappelijke standen bedreigt.

Holbein Totentanz voorbeeld voor Christiaan Huygens

Holbein Totentanz voorbeeld voor Christiaan Huygens

Het was toen gebruikelijk dat toverlantaarnplaatjes gemaakt werden naar voorbeeld van prenten, bijvoorbeeld van Jan Luyken, Leonardo da Vinci, Jacques Callot en Pieter Bruegel.

In de Lakenhal worden onder meer plaatjes uit het atelier Musschenbroek getoond, een verzameling van de vroegste en mooist geschilderde toverlantaarnplaten ter wereld, bijna drie eeuwen geleden hier in Leiden gemaakt in het atelier van de instrumentenmakersfamilie Musschenbroek. De beelden variëren van ambachten en landschappen tot lachwekkende dwergen en apen, groteske koppen en vreemde Comedia dell’Arte-figuurtjes.

08-08-2012  Wetenschap en vermaak : Toverlantaarns

Op zondag 12 augustus, de laatste dag van de tentoonstelling Toverlantaarns in Museum De Lakenhal, wordt in samenwerking met Museum Boerhaave een programma vol vermaak en wetenschap gewijd aan de toverlantaarn.

 

Maria Trepp

Meest recente berichten