Wetenschap Kunst Politiek

Apollo doodt Python (Ovidius-Delacroix)

no comment
Delacroix Apollo doodt Python

Delacroix Apollo doodt Python

 

Though earth may not have willed catastrophe

The latest of new creatures was the serpent.

Even you, great Python of hillside and valley

Who haunt the deepest shadows in men’s hearts !

Wherever the monsters turned, green darkness fell

In winding paths through sacred grove and briar.

Then bright Apollo with his sun-tipped arrows

Whose swiftness stilled the flight of goat and deer

Aimed at the beast with darts that fell in showers.

So Python perished, but not until his wounds

Were black with blood and God Apollo’s quiver

Almost spent. That is the reason why

Apollo’s games are called the Pythian Feast,

In memory of the serpent’s golden death,

In honor of the god’s swift victory —

Delacroix Apollo doodt Python

Delacroix Apollo doodt Python

 

Delacroix Apollo doodt Python

Delacroix Apollo doodt Python

Apokalyps en madonna met maansikkel

no comment

Eerder had ik het over de De apocalyptische Bijbelse slang in de kunst en de vrouw met haar pasgeboren kind in deze scene.

Hier nog een keer de tekst uit de Bijbel: Openbaring 12

De vrouw, de draak en de twee beesten

1 Er verscheen in de hemel een indrukwekkend teken: een vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd. 2 Ze was zwanger en schreeuwde het uit in haar weeën en haar barensnood. 3 Er verscheen een tweede teken in de hemel: een grote, vuurrode draak, met zeven koppen en tien horens, en op elke kop een kroon. 4 Met zijn staart sleepte hij een derde van de sterren aan de hemel mee en smeet ze op de aarde. De draak ging voor de vrouw staan die op het punt stond haar kind te baren, om het te verslinden zodra ze bevallen was. 5 Maar toen ze het kind gebaard had – een zoon, die alle volken met een ijzeren herdersstaf zal hoeden –, werd het dadelijk weggevoerd naar God en zijn troon. 6 De vrouw zelf vluchtte naar de woestijn. God had daar een plaats voor haar gereedgemaakt, waar twaalfhonderdzestig dagen lang voor haar gezorgd zou worden.”
De vrouw in deze scene werd vaak geïnterpreteerd als Maria met het Jezuskind, de apocalyptische Madonna.

Deze Bijbel-passage  is de oorsprong van de madonna die men op oude schilderijen ziet of op houtsnijwerk, waar de madonna een maansikkel onder haar voeten heeft.

Soms is naast de maan ook nog de draak zichtbaar waarvan de Openbaring vertelt.

Een erg mooie madonna met maansikkel/draak is te zien in het Museum Boijmans,
Geertgen tot Sint Jans, De verheerlijking van Maria (1490 – 1495)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“Het visioen toont Maria die op de maansikkel zit en onder zich de draak verplettert. Zij wordt omringd door engelen met muziekinstrumenten en de passiewerktuigen. Het visionaire karakter wordt versterkt door het hemelse licht dat moeder en kind omgeeft.”

De verboden wetenschapsmonologen/ er ontbreekt: Nasr Abu Zayd

9 comments

De Verboden Wetenschapsmonologen (muzikaal theater) vertellen de aangrijpende verhalen van academici die in hun eigen land vervolgd werden en in Nederland een veilige werkplek vonden.

De monologen zijn gebaseerd op echte verhalen van gevluchte wetenschappers.

Ik keek benieuwd naar de namen van de wetenschappers die figureren in de voorstelling, en miste een belangrijke naam:

De Egyptenaar, liberale moslim en balling Nasr Abu Zayd, oud-Cleveringahooglerar aan de Universiteit Leiden, overleden in 2010.

Hij was sinds 1995 balling in Nederland nadat hij in Egypte tot geloofsafvallige werd bestempeld. Hij beschouwde de Koran als een zowel religieus alsook mythisch en literair werk.


Read more..

Christiaan Huygens ontdekt Saturnusmaan Titan

1 comment

25 en 26 maart 1655 Christiaan Huygens ontdekt Saturnusmaan Titan

Saturnus met ring en maan Titan

Saturnus met ring en maan Titan

 

Christiaan_Huygens-painting

Christiaan_Huygens

Christiaan Huygens heeft zijn waarnemingen van Saturnus opgeschreven in zijn wereldberoemde tekst “Systema Saturnium” uit 1659. Daar verklaart hij niet alleen de verschijningsvormen van de ringen van Saturnus, maar beschrijft hij ook de “begeleider” van Saturnus die hij heeft gezien, de grootste maan van Saturnus, die later door anderen “Titan”werd genoemd. Eerder had Huygens al in een schriftje met de titel “De Saturnio Luna Observatio Novazijn waarnemingen over de begeleider van Saturnus openbaar gemaakt.

De originele tekst “Systema Saturnium” in het Latijn en een Franse vertaling plus alle afbeeldingen staan op de site van dbnl

Christiaan Huygens schrijft over de ringen en de maan van Saturnus:

“Waarnemingen aangaande Saturnus

Welnu, op 25 maart 1655 volgens de Gregoriaanse kalender, ongeveer om 8 uur ‘s avonds, zag ik Saturnus met de armen naar twee kanten volgens een

Christiaan Huygens Systema Saturnium

Christiaan Huygens Systema Saturnium

rechte lijn uitgestrekt. Op ongeveer drie boogminuten afstand naar het westen bevond zich een klein sterretje a, in een zodanige positie dat als door beide armen een rechte lijn zou worden getrokken deze het sterretje zou raken, of in elk geval op heel korte afstand onderdoor zou passeren. Naar het oosten stond een ander sterretje b, iets verder van Saturnus verwijderd, en veel lager ten opzichte van de lijn van de armen. En op dat moment vermoedde ik voor de eerste keer dat ster a Saturnus begeleidde, omdat ik hem ook andere keren in zijn nabijheid had gezien, op ongeveer dezelfde plaats.”

“De volgende dag, te weten 26 maart, bevond de ster a zich in dezelfde positie en op dezelfde afstand ten opzichte van Saturnus, maar b stond twee keer zo ver als eerst. Daaruit volgde, omdat de afstand tussen de sterretjes a en b groter was geworden, dat in elk geval een van beide een dwaalster was. En ik besloot dat dit noodzakelijk ster a moest zijn, omdat ik wist dat Saturnus in deze tijd in retrograde beweging was. Ster a had zich dus kennelijk in dezelfde richting als Saturnus bewogen, want anders had hij nu veel dichterbij moeten zijn. Er was echter geen reden om de andere, b, niet voor een vaste ster te houden. Sterker, het was logisch om hem als zodanig te beschouwen, want hij had zich in een dag zover van Saturnus verwijderd als diens beweging vereiste. En dat de zaak inderdaad niet anders was werd door de volgende waarnemingen aangetoond.

In het originele manuscript zijn veel (latere) schetsen van Saturnus en zijn begeleider te zien die Huygens heeft gemaakt, zoals deze:


Huygens legt op verschillende data zijn waarnemingen van de begeleider van Saturnus nauwkeurig vast, en in “Systema Saturium” beschrijft hij dan ook hoe hij de omloopstijd berekent:

“Toen ik de waarnemingen van de eerste paar maanden naging bevond ik dat Saturnus door zijn maan wordt omgelopen in een tijd van ongeveer zestien dagen. Want op de plaats waar deze maan op 25 maart 1655 werd gezien bleek hij zestien dagen later, dus op 10 april, te zijn teruggekeerd. Evenzo werd hij op 3 en 19 april van hetzelfde jaar op dezelfde plaats waargenomen, net als op de 13de en 29ste van die maand. Toen ik dit had vastgesteld maakte ik een cirkel die de baan van de begeleider weergaf met Saturnus in het midden, in zestien stukken verdeeld, zoals bijgevoegde figuur laat zien



Langs deze cirkel wordt de begeleider omgevoerd volgens de orde van de tekens [van de dierenriem]. Ik stelde dit niet omdat enige waarneming mij daartoe dwong, maar omdat ook onze maan en de begeleiders van Jupiter in die richting bewegen. Toen naderhand echter de hypothese waarmee de verschijnselen van de hengsels worden verklaard was bevestigd, bleek dat ik deze beweging terecht zo had bepaald.”

C.D. Andriesse schrijft in zijn ietwat sentimentele Huygens-biografie “Titan kan niet slapen” (Andriesse noemt Huygens “Titan”) over de manier waarop Huygens zijn prioriteit bewaakte: net als Galilei het eerder had gedaan, met een anagram.

“Naar sterrenkundigen in Londen en Praag zond Christiaan Huygens een anagram dat bestond uit een vers van Ovidius en de letters uuuuuuu ccc rr h n b q x. Het vers was: ‘Admovere oculis distantia sidera nostris’ (Verre sterren bewegen naar onze ogen). Wie vermoeden kon waar dit anagram over ging, wist al die letters te rangschikken tot: ‘Saturno luna sua circumducitur diebus sexdecim horis quatuor’
(Om Saturnus draait zijn maan in zestien dagen en vier uren)

Het objectief van de telescoop waarmee Huygens Titan voor het eerst heeft gezien, met het erin gegraveerde anagram,  wordt bewaard in het Utrechts Universiteits­museum.

christiaan-huygens-admovere-lens.jpg

christiaan-huygens-admovere-lens

 

Meer over Christiaan Huygens


Read more..

Van Gogh van dichtbij

8 comments

Van Gogh Up Close  is de titel van de tentoonstelling in het Philadelphia Museum of Art,  die daar nog tot 6 mei te zien is.

Vincent van Gogh was een kunstenaar van uitzonderlijke intensiteit, niet alleen in zijn gebruik van kleur en het uitbundig gebruik van verf, maar ook in zijn persoonlijk leven. Hij voelde zich sterk aangetrokken tot de natuur, en zijn werken – met name degene die hij maakte in de jaren vlak voordat hij zichzelf doodde- treffen de kijker met de kracht van de emoties. De tentoonstelling richt zich op de tumultueuze laatste jaren, een periode van koortsachtige artistieke experimenten die begon toen Van Gogh in 1886 Antwerpen verliet en naar Parijs ging en doorging tot zijn dood in Auvers in 1890.

Van Gogh maakte in deze tijd stillevens en landschappen die verschilden met wat men ooit eerder had gezien, doordat hij  traditionele schildertechnieken radicaal veranderde of deze vaak algeheel terzijde schoof.  Hij experimenteerde met scherptediepte en focus.  Hij gebruikte verschuivende perspectieven en bracht vertrouwde voorwerpen “dicht bij” op de voorgrond.

En hij maakte enkele van de meest originele werken van zijn carrière, werken die de ontwikkeling van de moderne schilderkunst dramatisch veranderden.  Hij creëerde een serie stillevens en schilderijen van bloemen en fruit, waarbij hij zich vooral richtte op aspecten van schaal, hoek, en kleur.  In veel van deze werken kunnen voorwerpen van bovenaf worden gezien, of worden zij in een strak bijgesneden ruimte geplaatst die geen aanwijzingen geeft over de context of de omgeving.  Stukken fruit lijken naar voren te kantelen en dreigen uit het beeld te rollen.

Vincent van Gogh, Mandje appels, 1887

Vincent van Gogh, Mandje appels, 1887

Mandje appels, 1887

Gewoon een mand met appels?   Nee. Een belangrijk moment van Van Goghs ontwikkeling van de close-up.  Hier heeft Van Gogh het tafelkleed en de achtergrond weggelaten en dit mandje appels weergegeven in een ongedefinieerde zee van kleur met behulp van een vederlicht penseelstreek.

De close-ups van grashalmen, korenschoven en boomstammen, die de voorgrond van een aantal van de landschappen uit deze periode domineren, wijzen op meer dan alleen een gedetailleerde studie van het onderwerp – ze duiden op een diepe belangstelling voor de afbeelding van de zintuiglijke en emotionele ervaring van het buitenleven. 
Rond deze tijd begon hij ook  Japanse houtsneden te verwerven. Hij bewonderde deze vanwege hun decoratieve kleur en tweedimensionale composities, en hij verwelkomde de ideeën van de Japanse kunstenaars die in nauw samenspel werkten  met de natuur, en het “het kleinste grassprietje” bestudeerden om de natuur als geheel beter te begrijpen. (zie ook Vrouw in kimono bij Vincent van Gogh;  Regendag/ De regen bij Vincent van Gogh ; Vincent van Gogh en Utagawa Hiroshige)

En toen hij in 1888 naar Arles verhuisde, schreef van Gogh dat een verblijf in het zuiden van Frankrijk sterk leek op een bezoek aan Japan.

Het strenge bijsnijden en comprimeren van voor-en achtergrond suggereert de werkwijze die gebruikt werd in de houtsneden van Utagawa Hiroshige en Hayashi Roshü, die dienden als een belangrijke inspiratiebron voor Van Gogh, die met zijn broer Theo honderden van deze houtsneden verzamelde.

Korenveld van 1888 bijvoorbeeld duwt de hemel bijna naar de top van het doek, wat in een gecomprimeerd perspectief resulteert.

Vincent van Gogh, korenveld hoge horizont

Vincent van Gogh, korenveld hoge horizont


De landschappen die hij heeft geschilderd rond Arles tonen hun Japanse invloed in een wijds uitzicht over het platteland en met hun hoge horizonlijnen, terwijl de landschappen die hij in 1889 en 1890 in Saint-Remy en Auvers ging maken dichte, meer gestructureerde werken zijn.  Gedomineerd door een scherm van bomen of vallende regendruppels suggereren deze schilderijen de directheid en nabijheid van Van Goghs omgeving.

Vincent van Gogh regendruppels raindrops

Vincent van Gogh regendruppels raindrops

Een jaar voor zijn dood schreef hij in een brief aan zijn zus: “Ik … moet altijd gaan kijken naar een grasspriet, een pijnboom-tak, een korenaar, om mezelf te kalmeren.”

Vincent van Gogh, Korenaren" van 1890

Vincent van Gogh, Korenaren” van 1890

In “Korenaren” van 1890, is er helemaal geen hemel maar een symfonie van lange, uitgestrekte penseelstreken die wuivende grasbladen suggereren.

“Ik heb geprobeerd om het geluid van de wind in de korenaren te schilderen,” schreef Van Gogh aan zijn vriend, de schilder Paul Gauguin.

In zijn laatste werken komt Van Gogh op een nog meer dramatische wijze dichter bij zijn onderwerpen door het verminderen van de diepte van het veld en het maximaliseren van het expressieve effect van zijn penseelvoering en kleur.  Een nauw gerichte blik op een groepje van iris, een wirwar van amandel-takken, en de levendige patronen van een keizermot zijn slechts enkele van de beelden in een gedurfde serie stillevens die het hoogtepunt van de tentoonstelling markeren.  

Het was een radicale manier van het schilderen van een landschap, het neerkijken op de voeten. De nadruk ligt op de voorgrond details. Vaak is de ondergroei het eigenlijke onderwerp in al zijn vruchtbare rijkdom en zonovergoten weelderigheid.

Vincent van Gogh, bos met bloemen

Vincent van Gogh, bos met bloemen

 Maar Van Gogh kijkt zo nu en dan ook naar boven, zoals hij deed in “Amandelbloesems,” met een levendige hemel van aquamarijn gezien door de takken van een bloeiende boom.

Vincent van Gogh, Amandelbloesem almond flowers

Vincent van Gogh, Amandelbloesem almond flowers

 

Maria Trepp


Christiaan Huygens over buitenaardse wezens

16 comments

Vanavond gaat het op Labyrint radio over buitenaardse wezens en hoe met hen te communiceren.

 In zijn laatste tekst “Cosmotheoros” (1698, postuum) stelt Christiaan Huygens dat de planeten bewoond zijn.

Net als veel van zijn tijdgenoten was Huygens overtuigd van het bestaan van buitenaardse wezens, zelfs op de andere planeten van ons zonnestelsel. Volgens hem gaat het hierbij om vernuftige wezens, die in alles, van lichaamsbouw tot zinnesorganen, sociale organisatie, wetenschappelijke en artistieke vermogens vergelijkbaar zijn met mensen:

“Ik zie, dat byna niemand der gener, die maar ter loops hier over hunne bedenking nemen, in twijfel getrokken heeft, of men in de Dwaalstarren eenige aanschouwers mag stellen; juist niet menschen, gelijk wy zijn, maar nogtans dieren, die reden gebruiken.[…] “

Het gene my derhalven meest beweegt te gelooven, dat in de Dwaalstarren geen redelijke dieren ontbreken, is dit, dat de voortreffelijkheid en heerlijkheid van onze Aarde al te groot boven andere zou zijn, indien zy alleen van dat Dier voorzien was, ’t welk zoo verre alle dieren, ik zwijge de aardgewassen. te boven gaat, dat Dier; ’t welk in zig iets goddelijks heeft, waar door het weet, verstaat, en ontallijke dingen geheugt; dat Dier; het welk bequaam is om de waarheid te overwegen, en te oordeelen; eindelijk om wiens wille alles wat de Aarde voortbrengt, schijnt toebereid.”

Huygens denkt ook na over verschillen tussen de planetenbewoners: zullen degene die dichter bij de zon wonen slimmer zijn dan anderen? (uitvoerig zie hier).
Christiaan Huygens’ “Cosmotheoros”  (hier de tekst online) lees ik als een ironische tekst, in ieder geval in de passages waar Huygens sterk in detail treedt over de planetenbewoners, en hen exact dezelfde ontdekkingen toeschrijft die hij zelf heeft gedaan.

In zijn Cosmotheoros stelt Huygens zichzelf en de lezer de filosofische vraag: zijn wij mensen absoluut uniek? Zijn antwoord heeft twee componenten: ten eerste vindt hij dat uiterst onwaarschijnlijk. Ten tweede vindt hij de aanname dat wij de enigen zijn uiterst onbescheiden, wat ook nog een hoogst persoonlijk aspect heeft: als wij mensen de enigen zijn met kunst, wetenschap en zelfbewustzijn, dan zou Huygens zelf – als een van de allergrootsten, en als een van de voorhoede van de wetenschap en als baanbrekende denker – een Übermensch of als een haast goddelijk wezen moeten zijn. Zo kan en wil hij zichzelf niet zien, en daarom schrijft hij alles wat juist hij zélf kan -telescopen bouwen, astronomie, wiskunde en muziek(theorie) bedrijven- ook toe aan de andere “Planetenbewoners”, met komisch-ironisch resultaat.

Christiaan Huygens Cosmotheoros buitenaardse wezens aliens foto Maria Trepp

Christiaan Huygens Cosmotheoros buitenaardse wezens aliens foto Maria Trepp

(zie hier meer over de ironie in “Cosmotheoros”)

Met de hulp van analogie-”bewijzen” kan Huygens aantonen, dat de buitenaardse wezens astronomie en wiskunde bedrijven en ook musiceren en zich bezig houden met details van de muziektheorie, in mooie huizen wonen en zich ook moreel op ons niveau bevinden.

 

Christiaan Huygens Cosmotheoros buitenaardse wezens aliens foto Maria Trepp

Christiaan Huygens Cosmotheoros buitenaardse wezens aliens foto Maria Trepp

 

Later hebben Lessing en Immanuel Kant weer leuke parodieën op Huygens en zijn buitenaardsen en zijn analogie-“bewijzen” geschreven; wie hier meer over wil weten kan het nalezen in mijn Duitse tekst over Huygens.

Brandpunt had een paar maanden geleden een item over het SETI-institituut ( “Search for Extraterrestrial Intelligence”) in California en de zoektocht naar buitenaards leven.

Kosmoloog Paul Davies, een medewerker van het SETI heeft een boekje geschreven over de vergeefse speurtocht van het SETI-institituut:

The eerie silence/ Are we alone in the universe? (2010)

Davies bekritiseert het SETI  vanwege de antropocentrische en naïeve werkwijze van het instituut. Hij beargumenteert dat buitenaards leven, als het al bestaat, een vorm kan hebben die wij ons niet kunnen voorstellen.

Maar omdat wij nog helemaal niet weten hoe leven ontstaat en ook niet hoe waarschijnlijk het is dat het leven überhaupt ontstaat kunnen we helemaal niets zeggen over de waarschijnlijkheid van buitenaards leven.

In het hoofdstuk A brief history of aliens komt ook Christiaan Huygens en zijn Cosmotheoros langs.  

Een filosofisch en artistiek interessante en uitermate hilarische vraag – die blijkbaar ook vanavond in het Labyrintradio zal worden aangeraakt-  is : wat zouden wij aardbewoners willen mededelen aan de eventueel gevonden extraterrestrials, en in welke taal, op welke wijze?

Bijvoorbeeld zo: Pioneer Gouden Plaat ?

Davies is van mening dat de beste taal voor communicatie met aliens de wiskunde zou zijn.

Wiskunde als de taal van het universum. Ook Galilei en Huygens waren al ervan overtuigd, dat het universum geschreven is in de taal van de wiskunde. De wiskunde was voor Huygens en voor zijn vriend Leibniz al belangrijker dan God, omdat God volgens hen niet zonder de wiskunde kon.

Over buitenaardse wezens, Christiaan Huygens, Leibniz enz. zie ook Voltaires filosofische vertelling Micromégas


Read more..

Venus en Jupiter naast schoorsteen Leidse lichtfabriek E-on

8 comments
Schoorsteen E-on met Venus en Jupiter foto: Maria Trepp

Schoorsteen E-on met Venus en Jupiter foto: Maria Trepp

 

Schoorsteen E-on Leiden met samenstand Venus en Jupiter

.. zo goed als het kon met mijn camera….

Amateurastronomen klagen overigens over de “lichtvervuiling”rond deze schoorsteen die maakt dat men de sterrenhemel minder goed kan zien.

Nederland en de Israëlische kolonisten

16 comments

Twee bij elkaar genomen verwarrende krantenberichten vandaag (14-3-2012) over de relatie tussen Nederland en de Israëlische kolonisten.

Ten eerste:

De NRC meldt “Nederland wekt opnieuw ergernis EU over Israël

De Nederlandse regering sluit zich als enige niet aan bij de kritiek van EU-landen op geweld van Israëlische kolonisten. Deze ongebruikelijke positie heeft tot grote ergernis geleid bij diverse Europese landen. Het is bijzonder dat minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) zich zo expliciet tegen de Europese aanpak keert, maar het past in een patroon. Rosenthal stelt zich in Europees verband steeds nadrukkelijker op als bondgenoot van Israël. Niet eerder leidde die opstelling tot een geïsoleerde Nederlandse positie.

In een geheim rapport van de Europese diplomatieke vertegenwoordigingen in Jeruzalem en Ramallah, signaleren diplomaten een „alarmerende” toename van het geweld door kolonisten. Ze schrijven onder meer dat de Israëlische nederzettingen illegaal zijn volgens internationaal recht en dat die een twee-statenoplossing „onmogelijk” maken: een Palestijnse staat naast Israël. Cijfers van de Verenigde Naties laten volgens het rapport zien dat het aantal aanvallen door kolonisten tegen Palestijnen in 2011 verdrievoudigd is tot 411.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken liet via de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Ramallah weten dat het primaat voor deze kwestie niet aldaar mag liggen en dat Nederland derhalve een „algemeen voorbehoud op de gehele tekst” maakt. Onderaan het Europese rapport staat dit ook vermeld: „NL places a general reserve on the document.” Dat is ongebruikelijk. In tegenstelling tot zijn EU-collega’s trekt minister Rosenthal de kwestie direct naar zich toe.”

“Diplomaten wijzen erop dat alle [21] Europese vertegenwoordigingen in Jeruzalem en Ramallah de kritiek op Israël onderschrijven. Een Europese diplomaat: ‘Wat we waarnemen is de hardste Nederlandse houding ooit, een houding die in wezen overeenkomt met de hardste opstelling binnen Israël.’ “

 

Ten tweede:

De site van de NRC meldt vandaag ook:

De VPRO haalt het online spel ‘De Kolonisten van de Westelijke Jordaanoever’ uit de online archieven

In het ‘spel’ moest de bezoeker als kolonist proberen het aantal nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever uit te breiden. Je kon punten scoren met de ‘Anne Frank-kaart’ of de ‘Ahmadinejad-kaart’ spelen om te voorkomen dat er terrein verloren ging. De speler kon daarvoor zijn “Joodse gierigheid” en “typische handelsgeest” inzetten.

 

Verschillende organisaties noemden het spel “antisemitisch”, zo meldde The Jerusalem Post vandaag. Ook het CiJo, de jongerenorganisatie van het het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), vond het spel misplaatst. Voorzitter Joël Serphos in NRC Handelsblad:

“Er wordt gebruik gemaakt van hele traditionele antisemitische opvattingen. Ze hadden net zo goed op Stormfront kunnen staan […] De VPRO zegt dat het om satirische kritiek op het nederzettingenbeleid gaat, maar daar klopt niets van.”

 

Ik heb mij niet in de kwestie van het spel verdiept, maar het lijkt me geen goed idee dit soort makkelijk mis te verstaan spelletjes op internet te zetten, ook al is de bedoeling satirisch.

Beide “kolonisten”-berichten laten extreme houdingen zien, de een niet veel beter dan de ander.

De bovenstaande  tekst staat ook op mijn Duitse blog

Maria Trepp

Scherp debat over discriminerend PVV-meldpunt en Rutte in het Europees Parlement

6 comments

Samenvatting van de plenaire vergadering van het Europees Parlement op 13 maart, 15.00:

-Harde woorden over Rutte door Reding en anderen

– De Oostenrijkse sociaal-democraat Swoboda eist stellingname Rutte

Verhofstadt : heeft “misprijzen” voor Wilders. Verhofstadt  legt verband tussen beginnend zetelverlies van Wilders en het meldpunt.

-Verhofstad: “We hebben allemaal het recht te horen wat de Nederlandse regering van het meldpunt vindt.”

– Verhofstad: “Stilzwijgen van het Catshuis is onaanvaardbaar.”

Marije Cornelissen: “Kijk naar  ‘Das Leben der Anderen’, melden en verklikken.'”

Hetzelfde doen we nu de Oosteuropeanen aan die dit eerder hebben meegemaakt.

“Premier verzaakt zijn verantwoordelijkheden.”

“Melden doe je bij de politie, in geheel Europa”


Peter van Dalen: “PVV eenmanspartij= PW partij Wilders”

“…per kwartaal wordt iemand op de korrel genomen, morgen bent u het of ik.”

“Duur debat in het Europees Parlement, alleen maar omdat Rutte de site niet veroordeelt.”

 

Marie-Christine VERGIAT: “PVV site roept op tot rassenhaat”

“Vergelijkbare sites in andere landen tegen homo’s, buitenlanders enz.”

“Onverdraaglijk.”

 

Jacek Olgierd KURSKI: “Spoken uit het verleden”

“Parlement moet website veroordelen en Nederland dwingen om de site weg te halen”

 

Auke ZIJLSTRA:

“Brusselse elite  is verantwoordelijk voor overlast en criminaliteit in Nederland. Omgekeerde wereld de site aan te pakken. Europarlement moet afgeschaft.”

 

Sofia in ’t Veld:  “Overlast door Oost-Europeanen – en wat heeft de PVV concreet ertegen gedaan?”

“Geschiedenis van Europa: vroeger was er veel meer overlast in de vorm van oorlog.”

Criminaliteit van nu stelt in vergelijking weinig voor.

 

Europees Commissaris Viviane REDING:

“Oproep aan de autoriteit in Nederland om te toetsen of deze website in overeenstemming is met de wetgeving.

De Nederlandse autoriteiten moeten dit vanuit verschillende hoeken bekijken:

1. het kaderbesluit  racisme en vreemdelingenhaat.

2. nationale rechtbanken kunnen vaststellen of aangezet wordt tot haat op basis van afkomst.’

“Het gaat om onaanvaardbaar gedrag door een partij, om de reactie van de regering hierop,  om de rechten van individuen met oog op het vrij verkeer, en om de bescherming van alle Europese burgers.”

“Het gaat om waarden waarop wij onze gezamenlijke toekomst bouwen.”

 “Het is onacceptabel dat EU-burgers het doel van intolerantie en xenofobie worden, alleen omdat zij hun recht nemen en verhuizen van één lidstaat naar de andere. Elke regering heeft de plicht burgers uit andere lidstaten te verwelkomen. Ze moeten het belang van vrij verkeer van burgers aan hun burgers uitleggen, zowel het economische als het maatschappelijke belang.”

 

Nicolai WAMMEN: 

Raad Algemene Zaken heeft het thema “discriminatie op website” nog niet besproken, maar veroordeelt discriminatie op grond van afkomst.

Update: Europarlement veroordeelt houding Rutte

Ruttes rigide zwijgen over Polenmeldpunt maakt de zaak erger’

 

Maria Trepp

De PVV en de jaren dertig

15 comments

Eerste Kamerlid Sybe Schaap heeft een boek geschreven over de rol van rancune in samenleving en politiek. Hij schrijft dat de PVV een formule hanteert ,,die veel lijkt op die uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Er worden vijandbeelden gecreëerd, beelden die duidelijk moeten maken hoezeer het eigen bestaan wordt bedreigd. De vijand loert niet alleen van buiten, maar heeft ook complotterende handlangers in het eigen domein.”

Wilders noemt deze vergelijking ziekelijk.

Maar waarom eigenlijk? Waarom zou men de jaren dertig niet mogen noemen in verband met de PVV?

PVV-kopstukken en sympathisanten beroepen zich uitdrukkelijk op een nazi en op denkbeelden uit de nazi-geschiedenis.

Bart Jan Spruyt, die Wilders in het zadel heeft geholpen en die het eerste PVV programma samen met Wilders heeft geschreven en ook PVV-kaderleden heeft getraind, is een grote en uitdrukkelijke fan van de nazi Carl Schmitt, die hij uitgebreid als zijn politiek voorbeeld bespreekt.

Spruyt maakte in zijn publicaties, o.a. in het boek De toekomst van de stad (2004) de Schmittiaanse filosofie van een absoluut onderscheid van vriend en vijand tot de zijne.  Het is hier wel even van belang te weten dat Carl Schmitt een antisemiet en nationaal-socialist was en met “de vijand” “de jood” bedoelde, zoals Raphael Gross overtuigend aantoont.[1]

Wie Schmitts hier aangehaalde teksten leest die zal toch erg moeten struikelen over de woorden van Bart Jan Spruyt:

“Lange tijd gold hij [Schmitt] als Schreibtischtäter die de ideeën had aangeleverd die tot de grote incarnatie van het kwaad hadden geleid. Sinds enige tijd is het besef doorgedrongen dat Schmitt te lang ook als zondebok heeft gefungeerd, en dat zijn werk wetenschappelijk gezien op z’n minst bespreekbaar, zo niet hoogst origineel en briljant is….”

Vervolgens gaat Spruyt door de belangrijkste gedachten van Schmitt weer te geven en op de huidige Nederlandse situatie te betrekken, met “de islam” als de nieuwe vijand. Hij maakt daarbij gebruik van een anti-islamitisch citaat van Schmitt, die schreef: “Ook in de duizendjarige strijd tussen christendom en islam is nooit een christen op de gedachte gekomen dat men uit liefde voor de Saracenen of de Turken Europa, in plaats het te verdedigen, aan de islam zou moeten uitleveren.” (Spruyt, De toekomst van de stad, p. 56 f.)

Ook zijn artikel Conservatieve identiteit neemt Spruyt de moeite voor een uitvoerige Schmitt–apologie. Waarom? Wat kan toch de reden zijn, iemand die zich zo enorm gecompromitteerd heeft in bescherming te nemen en diens gedachtegoed te citeren en goed te praten? Zelfs al zou Carl Schmitt niet een zo uitgesproken nazi en antisemiet geweest zijn als hij was, dan nog is zijn onverzoenlijke theorie van De Vijand als duidelijk fascistisch te herkennen. Het is niet vol te houden dat Schmitt weliswaar een vreselijke nazi en antisemiet was, maar dat zijn theorie van de vijand een zo ontzettend briljant voorbeeld voor ons is!

Jan Greven: “Schmitts aantrekkingskracht is dat hij denkt in heldere tegenstellingen: goed/kwaad; mooi/lelijk. Met in de politiek de meest absolute tegenstelling. Die tussen vriend en vijand. Tegenover de vijand past slechts onverzoenlijkheid. Je hoeft hem persoonlijk niet te haten om hem toch te liquideren. […] Schmitts tegenstellingen zijn helder, maar hij voert je op paden waar je niet hoort te zijn. “ (Trouw, 29-3-2005)

Dick Pels over Schmitt:

“Schmitts definitie [van de vijand] legitimeert […] een autoritaire, zo niet totalitaire opvatting van de politieke werkelijkheid, waarin geen enkele ambiguïteit wordt getolereerd en geen ruimte bestaat voor andersoortige onderscheidingen.”[2] Volgens Pels valt bij Schmitt politiek op apocalyptische wijze samen met de oorlog.

Rob Hartmans: “Tijdens de republiek van Weimar werd Schmitt beschouwd als vertegenwoordiger van de zogenaamde konservative Revolution, een amalgaam van ultranationalistische denkers, partijtjes en groeperingen die zich verzetten tegen de burgerlijke maatschappij en de parlementaire democratie. Schmitt zag niets in een romantisch conservatisme, dat verlangde naar een samenleving die een organische, door oeroude instituties en tradities gevormde eenheid was. Een dergelijke samenleving had nooit bestaan, en alle traditionele instituties waren door de wereldoorlog en de revolutie weggevaagd. Evenmin wilde hij iets weten van het normatieve staatsrecht dat werd uitgedragen door neokantiaanse juristen. In tegenstelling tot de Oostenrijkse staatsrechtsgeleerde Hans Kelsen, die als jood in zijn ogen toch al verdacht was, ontkende Schmitt dat er een bepaalde norm ten grondslag lag aan de rechtsorde. Hoe het recht eruitziet is een kwestie van een op macht gebaseerde beslissing. Schmitt citeerde in dit verband graag Hobbes: «Gezag, niet de waarheid, maakt de wetten.» In dit «decisionisme» stond de uitzonderingstoestand centraal. Normen waren volgens Schmitt alleen van toepassing op normale omstandigheden. Waar het op aan kwam, was de vraag wie in uitzonderlijke omstandigheden de beslissingen kon nemen. Vandaar ook zijn opvatting dat degene die de noodtoestand kan afkondigen, beschikt over de soevereiniteit.

Ook na Schmitts dood […]  leven zijn denkbeelden voort in allerlei bewegingen in Europa en Amerika die tot Nieuw Rechts worden gerekend.

In hun strijd tegen de liberale, pluriforme democratie kunnen zowel extreem-links als extreem-rechts een heel arsenaal aan wapens vinden in de geschriften van Carl Schmitt, die de Verlichting haatte als de pest en die droomde van een autoritaire, homogene staat, waarin geen ruimte is voor verwarrende experimenten die de stabiliteit kunnen ondermijnen.”[3]

Carl Schmitt oefent een grote aantrekkingskracht uit op veel hedendaagse intellectuelen. Rob Hartmans:

“Schmitts werk munt uit door scherpe formuleringen en glasheldere begrippen. Sommigen noemen hem een Begriffsmagier, een goochelaar met definities. […] Met zijn fraaie begrippen, glasheldere analyses en adembenemende abstracties mag Schmitt als politiek theoreticus en rechtsgeleerde dan zeer belangrijk zijn geweest, in de praktijk sloeg hij de plank op een zeer pijnlijke wijze mis. Want als iets opvalt in het werk van Schmitt, dan is het dat het altijd om grootse begrippen en abstracties gaat: staat, natie, uitzonderingstoestand, Großraum, vriend-vijand, de politiek etcetera.”[4]

Maar de kritiek op Carl Schmitt moet zich niet allen richten tegen diens antiliberale opvattingen. Schmitt was een actieve nazi en antisemiet.

De Leidse hoogleraar mensenrechten Thomas Mertens over de “kroonjurist van de nazi’s” Carl Schmitt:

“Schmitt gaf onder de titel ‘Der Führer schützt das Recht’ zijn juridische fiat aan Hitlers moordpartijen bij zogenaamde Röhm-putsch van 1934. Deze van staatswege georganiseerde moorden troffen niet alleen de top van de S.A. maar ook diverse andere tegenstanders van het regime zoals Schmitts vorige patroon Von Schleicher; Schmitt was een van de voormannen van de door de nazi’s  het leven geroepen ‘Akademie für Deutsches Recht’. “[5]

“[…; in 1936 riep ] [Schmitt]  op tot een zuivering van de bibliotheken van joodse invloeden; hij deed zijn best Hitlers ‘Grossraumgedachte’ te legitimeren […] Schmitts denken maakt duidelijk dat de Westerse cultuur niet bestaat en dat intellectuelen als Schmitt medeverantwoordelijk zijn voor wat er op deze aarde vreselijk fout kan gaan.”[6]

 

Schmitt was een van de belangrijke denkers van de Duitse “conservatieve revolutie”. Het is moeilijk een harde lijn te trekken tussen de denkers van de conservatieve revolutie en de nazi’s. Een gemeenschappelijke noemer is het anti-liberalisme en het gelijk zetten van joods=liberaal=decadent. Een andere gemeenschappelijke noemer is het nationalisme, dat in ieder geval bij Schmitt kan worden vastgesteld. “Bei Schmitt war die Nation […] eine nicht mehr überbietbare Größe […] ein existentielles Phänomen, das durch Freund-Feind-Bestimmung und damit in letzter Instanz durch den kollektiven Kampf eines Volkes auf Leben und Tod definiert war.“[7] Carl Schmitts nationalisme was racistisch, al was hij daarin niet zo extreem als andere nazi’s.[8]

Zeker zijn er verschillen tussen de “echte” nazi’s en de conservatief revolutionairen. Bijvoorbeeld wilden de conservatieven een sterke staat. Hitler was anarchistisch, de staat was ondergeschikt aan zijn impulsen, en dit element past niet bij het conservatisme. Ook de holocaust als zodanig is geen idee of initiatief van de conservatieven geweest.

 

Meer over Schmitt hier of zoek op tag “Carl Schmitt” hier op mijn blog.

s

[1] Raphael Gross, Carl Schmitt und die Juden, Suhrkamp, 2005.

[2] Een zwak voor Nederland, p. 228.

[3] Een gevaarlijke geest, De Groene Amsterdammer, 7-2-2004.

[4] De grote woorden van Carl Schmitt, In : Varwel dan, p. 129, ook De Groene, 1-5-1996.

[5] Fiat aan Hitlers moordpartijen, Filosofie Magazine 02-2002.

[6] NRC 23-11-2001, boeken.

[7] Stefan Breuer, Anatomie der konservativen Revolution, p. 184.

[8] Anatomie der konservativen Revolution, p.191.

 

 



 

 

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief