Wetenschap Kunst Politiek

Walter Süskind en de Joodse Raad

19 comments

Rudolf van den Berg vertelde in P&W over zijn nieuwste film Süskind, het waargebeurde verhaal van verzetsman Walter Süskind, de Nederlandse Oskar Schindler, die honderden joodse volwassenen, kinderen en baby’s redde  uit de Hollandse Schouwburg.

De in Duitsland geboren jood Walter Süskind (1906-1945) werkte in Amsterdam  voor de Joodse Raad. Door die raad was hij aangesteld als beheerder van de Hollandsche Schouwburg. In deze functie was hij in staat met de persoonsgegevens van vooral kinderen te manipuleren. 

Tot 1940 was de Hollandsche Schouwbrug een populair theater in de Plantagebuurt in Amsterdam. In 1941 veranderde de Duitse bezetter de naam van het theater in ‘Joodsche Schouwburg’. Vanaf dat moment mochten alleen joodse musici en artiesten optreden voor uitsluitend joods publiek. In de loop van de jaren kreeg de Schouwburg een andere functie toegewezen door de Duitse bezetter. Vanaf augustus 1942 moesten joden uit Amsterdam en omstreken zich melden voor deportatie, of werden hier onder dwang naar toe gebracht. Vele duizenden mannen, vrouwen en kinderen wachtten vervolgens in de Hollandsche Schouwburg op hun deportatie naar doorgangskamp Westerbork. Van daaruit werden zij op transport gezet naar concentratie- en vernietigingskampen.

 
Zijn goede relatie met de Duitse autoriteiten (Süskind kende Ferdinand aus der Fünten goed, de SS Hauptsturmführer die in Amsterdam de leiding had over de deportatie van joden)  kwam hem in zijn verzetswerk van pas. Süskind, een handige en charmante man,  was bijzonder vindingrijk en listig, vervalste lijsten, bedachte honderden trucs.
Samen met de directrice van de crèche op de Plantage Middenlaan, Henriette Rodriques Pimentel, en de Amsterdamse econoom Felix Halverstad zette Süskind een systeem op om joodse kinderen uit de Schouwburg via de crèche te laten ontsnappen. Onder zijn leiding werden honderden volwassenen, kinderen en baby’s gered uit de schouwburg.

Opmerkelijk is dat het verzetswerk dat Süskind en de zijnen verrichtten gebeurde zonder dat de leiding van de Joodse Raad daar iets vanaf wist. De leiding van de Joodse Raad zou dit namelijk hebben verboden. 
Regisseur Rudolf van den Berg heeft naar eigen zeggen met zijn film geen heldenmonument voor Süskind willen opzetten, maar eerder uitdrukking willen geven aan zijn verbijstering. 
“Voor massamoord heb je geen bloeddorstige beulen nodig” zei hij.

De meeste joden werden weggehaald door Nederlanders. 
Verbijsterend is nog steeds de manier waarop de Joodsche Raad heeft gecoöpereerd met de bezetter.

De Joodsche Raad was een op initiatief van de Duitse bezetter in februari 1941 in het leven geroepen Joodse organisatie die de Joodse gemeenschap in Nederland moest besturen. Via deze raad gaf de bezetter bevelen aan de Joodse gemeenschap en haar leiders. De Raad  werd zo het doorgeefluik van de anti-Joodse maatregelen.
Zonder de ondersteuning van de Joodsche Raad hadden de nazi’s niet zo veel Nederlandse joden kunnen deporteren, omdat men niet wist wie wel en wie niet een jood was. 
Na de Tweede Wereldoorlog heeft de Joodsche Eereraad uitgesproken: ‘dat de voorzitters van de Joodsche Raad gefaald hebben in een wereld, die zelf in gebreke is gebleven‘,  en heeft met name de medewerking bij selectie en deportatie met klem veroordeeld. 

De rol van Süskind daarentegen werd door de Joodse Ereraad geprezen: 
“De Ereraad wil met erkentelijkheid vermelden het illegale werk door sommige geëmployeerden van de Joodsche Raad verricht, met name op het gebied van het laten ontsnappen van volwassenen en kinderen uit schouwburg en crèche. Zonder anderen te kort te doen brengt de Ereraad hierbij een eresaluut aan Walter Süskind. Tot dit illeagale werk hebben, zover na te gaan, de voorzitters zelf het initiatief niet genomen. Evenmin is gebleken, dat zij dit werk krachtig bevorderd hebben, zoals eigenlijk hun plicht was. Integendeel, dit zou in strijd zijn geweest met hun overige houding. “(Hans Knoop, De Joodsche Raad, p 208)

Een nieuwe studie (besproken in de NRC van 14 januari 2012) probeert antwoord te geven op de vraag waarom niet alleen het aantal maar ook het percentage Joodse slachtoffers in Nederland het hoogst was van West-Europa: 
“In hun comparatieve studie beschrijven de auteurs minutieus de overeenkomsten en verschillen tussen de drie bestudeerde landen. Nauwgezet analyseren Griffioen en Zeller onder meer de positie van het autochtone bestuur, de handelingsvrijheid van de Duitse organisaties die zich met de Jodenvervolging bezighielden, de methoden die zij toepasten en de mate van integratie, assimilatie en organisatiegraad van de Joodse bevolkingsgroepen.
De voornaamste oorzaak van het bijzonder hoge aantal en percentages Joodse slachtoffers in ons land, constateren Griffioen en Zeller, was de vrijwel ongelimiteerde macht waarover het Duitse politieapparaat hier beschikte voor het organiseren van deportaties. Zowel het bezettingsbestuur (Reichskommissariat) als de hoogste Nederlandse bestuurders waren buitenspel gezet. Het laatste geschiedde overigens zonder al te veel tegenstribbelen. 

De Nederlandse situatie verschilde daardoor radicaal van die in Frankrijk en België. De hoogste Franse autoriteiten, die hun gezag over de politie behielden, waren vanaf het najaar van 1942 nauwelijks bereid mee te werken aan deportaties. […]
Ten slotte werd het aantal en het percentage Joodse slachtoffers in Nederland gedeeltelijk bepaald door de inschakeling van de Joodse Raad bij de deportaties (oproepen voor ‘tewerkstelling in het Oosten’) en de aanvankelijke reacties van de Joodse bevolking op de Duitse methoden van misleiding en intimidatie. Terwijl in Frankrijk en België een aanzienlijk deel van de aanwezige Joden door hun Duitse of Oost-Europese achtergrond zich weinig illusies maakte over het nazi-antisemitisme, was dat bij de sterk geïntegreerde Joodse bevolking hier veel minder het geval. Velen waren daardoor langere tijd geneigd vast te houden aan legale ontsnappingsmogelijkheden: vrijstellingen (waarvoor aanvankelijk bijna een derde deel van de Nederlandse joden in aanmerking kwam) en Arbeitseinsatz in het ‘permanente’ werkkamp Vught. Deze legale ‘ontsnappingsmogelijkheden’ weerhielden veel Joden van onderduiken maar bleken uiteindelijk een verraderlijk onderdeel te vormen van het deportatiesysteem. De vrijgestelden en bewoners van kamp Vught werden alsnog op transport gezet.”
P. Griffioen en R. Zeller: Jodenvervolging in Nederland, Frankrijk en België – Overeenkomsten, verschillen, oorzaken. Boom; 1045 pagina   ‘s; € 49,50. 

————————————————————————————-
Het verhaal van Süskind werd al eerder eens verfilmd als “Secret Courage — The Walter Suskind Story”

Biografie: Mark Schellekens. Walter Süskind. Athenaeum-Polak & Van Gennep. 240. € 17,95
Film: Süskind. Regie Rudolf van den Berg. Vanaf 19 januari in de bioscoop.
Roman op basis van film: Alex van Galen, Süskind, Arbeiderspers. 256 pag. € 17,50
Documentaire: De duivelse dilemma’s van Walter Süskind. Zondagavond 15 januari, KRO, 23.30 uur, Nederland 2.

Tentoonstelling: Jodenvervolging 1940-1945. Op de eerste verdieping in de Hollandsche Schouwburg is de permanente tentoonstelling Jodenvervolging 1940-1945 ingericht. In de Hollandsche Schouwburg wordt nu ook uniek materiaal tentoon gesteld rondom Walter Süskind, zoals familiefoto’s en onlangs verworven objecten.

 

Maria Trepp www.passagenproject.com

Deze tekst staat in vertaling ook op mijn Duitse weblog  en op mijn Engelse weblog

Tags: , , , , , , , , , , ,

19 Responses to “Walter Süskind en de Joodse Raad”

  1. Fleur schreef:

    Was het niet Halberstadt?

  2. Joke Mizée schreef:

    @Maria: Misschien kun je erbij zetten waarom de Schouwburg het toneel was van dergelijke dingen, dat weet nl. niet iedereen.

    Interessant om te lezen waarom veel Nl. joden te naief waren om te vluchten, want ik vraag me nog altijd af waardoor het zo fout kon gaan met het Joodse Weeshuis in Leiden, waarom ze het aanbod om onder te duiken niet aannamen. Veel van de kinderen die daar zaten waren vluchtelingen uit het oosten, maar ik vrees dat de directeur niet naar hen wilde luisteren.

  3. Maria Trepp schreef:

    Fleur: Raphaël (‘Felix’) Halverstad werkte voor de Joodse Raad in de Hollandsche Schouwburg. Hij registreerde alle joden die binnenkomen. Hij noteerde de namen op een kaart in een kaartenbak. Halverstad kon goed tekenen en schilderen, en ook goed vervalsen. Hij verwijderde de namen van kinderen van de kaarten. Daardoor konnen ze ontsnappen.

    Joke, veel dank ik heb de info nog uitgebreid.
    Ik ben van plan nog een aantal historische vervolgblogs te maken, misschien ook over het Leidse Joodse Weeshuis.

    Ik kan me wel iets bij voorstellen dat men zelf niet wil onderduiken, of de eigen kinderen liever meeneemt naar de ondergang.

    Ik kan me ook niet voorstellen in zo’n situatie mijn kind achter te laten.

    Verschrikkelijk verhaal bij PenW ook van het ene – nu volwassen- toen ondergedoken kind, hoe hij huilde in zijn bedje in de crèche, en hoe hij later op zijn onderduikadres s’nachts alleen tussen de ratten zat.
    Ook de overlevenden hebben een verschrikkelijke prijs betaald.

  4. Joke Mizée schreef:

    “Ik kan me ook niet voorstellen in zo’n situatie mijn kind achter te laten.”
    Ja, meen je dat nou? Op de website van de wijkvereniging van de Professorenwijk staat een artikel over ‘lieux de mémoires’, waarin betoogd wordt waarom het bij elkaar blijven zo belangrijk werd gevonden (in m.n. de joodse cultuur). Dat heeft mijn begrip niet bevorderd, integendeel. Ik zou mijn kind redden als ik de mogelijkheid daartoe had. Edith Stein bv. heeft ook geweigerd om te vluchten naar Zwitserland, omdat ze haar zus niet in de steek wilde laten. Maar zij nam die beslissing voor zichzelf, niet voor een ander.

    • Maria Trepp schreef:

      Ja ik meen het zeer serieus.
      Ik zou ook het overleven van mezelf noch van mijn kinderen noodzakelijkerwijs als het hoogste goed beschouwen. Ergens is het bij elkaar zijn ( zolang het kan…) in gevaar en bedreiging de enige troost.
      Maar iedereen kan dat alleen voor zichzelf en zijn kinderen weten en beslissen.

  5. Blewbird schreef:

    Hoi Maria, ik heb op 2 plekken gevonden dat de Joodsche Raad niet in februari 1941 is ingesteld (zoals Wikipedia zegt), maar pas op 25 oktober 1941 (Nieuwe Keizersgracht 58). Dit is er 1 van: http://www.nk-verhalen.nl/app/fsm.php?vwr=nieuws&menus=67-71&cid=71&mtype=nieuws.

    Ik zocht eigenlijk naar de plattegrond van Amsterdam die ik eens heb gezien, waarschijnlijk in het Stadsarchief (De Bazel) waarop minutieus is aangegeven in welke wijken en straten hoeveel joden woonden. Ik verwijs je ook naar joodscultuurhistorischerfgoed.pdf (Google en anders mail je me maar).

    Groet, Blew

  6. Maria Trepp schreef:

    Hoi Blew, dank voor zo veel deskundigheid…
    Hans Knoop schrijft in ieder geval dat Hans Böhmcker (vertegenwoordiger van Seyss-Inquart in Amsterdam) al in februari de oprichting van een raad (buurtcomité) eiste als vertegenwoordigend lichaam voor de joden en dat Abraham Asscher zich spontaan aanbod om samen met zijn vriend Cohen als vertegenwoordiger van geheel Joods Amsterdam op te treden (p 82). Zij kregen dan onmiddelijk de taak om de Amsterdamse joden op te roepen om hun wapens in te leveren.
    Dus dat waren al de eerste belangrijke stappen, al is de Raad dan pas later formeel opgericht.
    Als ik tijd heb zal ik met een vervolgblog over Abraham Asscher en David Cohen komen, die beiden ook in de film worden gespeeld.

  7. Maria Trepp schreef:

    Mooi al die projecten ( ook in Berlijn) om sporen van de deportatie weer zichtbaar te maken.

  8. Robert schreef:

    Je schreef: De Nederlandse situatie verschilde daardoor radicaal van die in Frankrijk en België. De hoogste Franse autoriteiten, die hun gezag over de politie behielden, waren vanaf het najaar van 1942 nauwelijks bereid mee te werken aan deportaties. […]

    Dat is niet waar. In Zuid-Frankrijk heeft zich precies zo iest afgepeeld. Ik heb de film erover gezien en ik moet eerlijk zijn: Moedige mensen die in een veel gevaarlijker situatie moesten werken als in Hollend.

    Helaas heb ik NU niet de tijd om de titel en de gegevens toe te zenden, maar…neem van mij aan, het is niet te vergelijken wat moed betreft elders. Hiermee wil ik niemand, met deze opmerking, schade berokkenen.

    *

  9. Maria Trepp schreef:

    Robert, wat je aanhaalt is een citaat in mijn tekst uit een NRC artikel over het nieuwe boek van P. Griffioen en R. Zeller: Jodenvervolging in Nederland.

    Veel situaties zijn ook in andere landen schrijnend en veel schrijnender geweest dan in Nederland, maar statistisch gezien hadden de Nederlandse joden in West-Europa de slechtste kansen om te overleven, en heel wat onderzoekers zijn bezig met de vraag waarom.

  10. Joke Mizée schreef:

    Maar hoeveel van de in Nl. opgepakte joden waren niet vluchtelingen uit een ander land? Toch worden ze hier meegeteld en niet in het land van herkomst, neem ik aan. Hier is de zee, je kunt niet verder in westelijke richting. Er zijn schepen teruggestuurd door o.a. de VS. Dat draagt allemaal bij aan het aantal slachtoffers.

    Zeggen Griffioen en Zeller ook nog iets over de rol van etnische registratie? Kwam het echt alleen in Nl. voor dat mensen als zijnde joods bij de burgerlijke stand genoteerd stonden? In elk geval konden de nazi’s daardoor snel hun ding doen, waardoor verzetsdaden als de aanslag op het gemeentearchief in feite te laat kwamen om veel effect te hebben.

  11. fulpsvalstar schreef:

    Ik heb ooit een blog geschreven dat zijdelings aan dit onderwerp raakt.

    http://fulpsvalstar.wordpress.com/2011/08/12/310/

  12. Maria Trepp schreef:

    Ja Joke dat met de vluchtelingen is waar, maar schijnt toch de gebeurtenissen niet helemaal te verklaren.

    “Kwam het echt alleen in Nl. voor dat mensen als zijnde joods bij de burgerlijke stand genoteerd stonden?”

    Volgens mij was dat ook in NL niet in alle gevallen het geval en heeft de Joodse Raad juist geholpen bij het identificeren van wie jood was! Dat moet ik nog eens nakijken. Het verwijt in richting de Raad is juist dat ze bij de selectie hebben geholpen.

    NB ik heb alleen de recensie over het boek van P. Griffioen en R. Zeller aangehaald, het boek zelf heb ik nog niet ingezien. Komt nog een aparte blog over.

    Fulps ik kom kijken.

  13. Joke Mizée schreef:

    Het persoonlijke relaas van toneelschrijver Eli Asser over de oorlogsjaren: http://www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten/getuigenverhalen/vervolgden/getuigenverhaal-detail/_rp_kolom2_1_elementId/1_259977. (Gaat ook over de redenen voor velen om niet te vluchten en de rol die de Joodsche Raad daarbij speelde.)

  14. Maria Trepp schreef:

    Veel dank Joke ik kom hierop terug, het thema is nog lang niet klaar.

  15. I WAS ONE OF THEM! schreef:

    Ik heb p/o een 92jarige vrouw ontmoet[eerder 2 jaar geleden] die mij 8 dagen heeft verzorgt.Opgehaald heeft van degene die mij later weer heeft verraadden zodat ik in Westerbork en Bergen-Belsen terecht kwam.Maar deze vrouw heet Constance Koster-Fernhout,smokkelaar van heel veel 100de kindertjes ,verzorgt in het weeshuis A’dam.Zij is dan wel 92 jaar ,alles werkt nog heel goed in haar hoofd als een film.Na de oorlog was zij heel erg ziek en nachtmerries,zo dat was een grote NEE om er over te spreken.Haar kinderen wilden haar verhaal horen,en toen haar man was overleden in 1989
    mochten haar kinderen haar verhaal pas horen en een film er van maken[VOOR HUN ZELF].Nu kan zij dit op latere leeftijd pas verwerken.Zocht haar op met iemand van de Joodse Holocaust 14 juli.Ik liet foto’s zien,1 er van zei ze direct,’deze baby ken ik”,gaf mijn achternaam van Krant,zo ben ik opgegroeid.Zij bleef er maar naar kijken ,en zei “toch ken ik dat gezicht” en vertelde mij een verhaal.Ik zei, ‘lijkt wel op mijn verhaal”.Nu ik wist niet dat ik nog 8 gagen in dat weeshuis was,maar zij ging weer terug naar die bepaalde foto met een dubbele naam,en zei dddd.Toen zei ik ineens “de Levie”!Zo heette ik toen!’Nu ik kan het niet beschrijven wat er gebeurde,alle details klopte,natuurlijk emoties,IK was het!Wat een verhaal!Zij kan dingen aantonen.Waarom is deze fantastische vrouw[niet alleen ik was 1 van haar baby’s]nooit een onderscheiding
    gegeven.5 jaar zoveel mensen gered,baby’s verzorgt[ik was 11maanden],heel veel illegaal werk gedaan enz.A.U.B.,laten wij niet te lang wachten,nu is zij nog goed,alleen lopen is een beetje moeilijk,maar de rest is fantastisch.De Jewish-Holocaust center hier had zo’n 2 jaar geleden voor de NL SURVIVORS een middag om je verhaal te vertellen,maar hoeveel mensen leven nu nog?U denk misschien dat dit weer zo’n overdreven vehaal is,dit is 100% de waarheid!Ik kan U ook andere namen geven van mensen re: Jewish Holocaust,eerst deze maar van mij.Zij Constance zoekt ook nog naar andere kinderen
    waarvan zij maar 2 toen kinderen heeft ontdekt.Ook zou zoiets in het blad Aanspraak moeten staan.Mijn verhaal was echt een naald in een hooiberg,u kunt het gewoon niet voorstellen hoe dit is gegaan,echt heel toevallig.Was zelf op het laatste transport op weg naar de gaskamers zo’n goede 2 uur er vandaan,meer dood dan levend in elkaar geslagen!Ik zou het noemen’omdat mijn wieg een Joodse was!’Ik hoop echt heel gauw wat terug te horen.Hartelijke groeten van Bloemina[Ina]
    Lewis-Krant geboren de Levie op 30 Maart 1942.Ik dank U wel voor het lezen!

Leave a Reply



Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief