
Suum cuique Buchenwald ontwerp StudioJob
Aan de poort zou een bel worden bevestigd met daarop de tekst ‘suum cuique’, tussen rokende schoorstenen, een duidelijke verwijzing: de Duitse vertaling, Jedem das Seine, stond boven de poort van concentratiekamp Buchenwald.
Op de site van de NRC wordt het ontwerp getoond dat wél uitgevoerd wordt: weliswaar zonder de bel met “Suum cuique” maar mét de rokende schorstenen!
Na alle publiciteit kan iedereen het “Suum cuique” wel erbij denken, en spreken de schorstenen een duidelijke en allesbehalve onschuldige taal.
Het smakeloze design is aanstootgevend- maar geeft ook een zetje tot nadenken.
The fence – an offence!!

Oorspronkelijk was “suum cuique” bedoeld als een motto van de rechtvaardigheid:
Marcus Tullius Cicero (106 BC – 43 BC) schreef : “Iustitia suum cuique distribuit.” (“Het recht geeft iedereen het zijne.”)
De Duitse Pruisische „Orden vom schwarzen Adler“ gebruikte dit motto dat later door de nazi’s werd overgenomen.

In de naoorlogse tijd zijn er verschillende conflicten geweest over het gebruik van dit motto in reclamecampagnes onder andere van Nokia, Tschibo, Esso, Burger King en Rewe.
De rel over het provocerende ontwerp van Studio Job past niet alleen in een traditie van “de-rel-om-het kunstwerk-is-een-deel-van-het-kunstwerk” (Bourdieu) maar ook in een reeks van kunstprojecten omtrent beveiliging en uitsluiting (wie ontwerpt nog een mooi hek voor asielcentra??)
Recentelijk heeft Jonas Staal het ontwerpgevangenis van Fleur Agema tot uitgangspunt van acties en discussies gemaakt.
Zijn maquette en film zijn onderdeel van de tentoonstelling 1:1 in Kunsthal Extra City te Antwerpen (www.extracity.org); een theatervoorstelling vond plaats op 21 en 22 december in Frascati Amsterdam.
Hier nog een ander voorbeeld van een ironische vormgeving van een hekwerk (Demakersvan, Lace Fence, 2006, Museum Boijmans).

Dit hekwerk is geïnspireerd op panty’s en lingerie. Je zou kunnen spreken van een “erotisering van de beveiliging” (Daniel van der Velde).
Maria Trepp www.passagenproject.com
Deze tekst verschijnt ook op mijn Engelse en Duitse blogs ( www.passagenproject.com/blog1 en www.passagenproject.com/blog2 )
De eindshow van 3FM Serious Request op 24 december vond plaats bij Molen de Valk, en de molen was schitterend opgelicht in rood blauw en paars…

Molen De Valk

En hier de Rode Molen van Mondriaan:

Vandaag wordt in een lezersbrief in de NRC beweerd dat Christiaan Huygens’ slingeruren de geografische breedte op zee hadden moeten bepalen.
Slingeruur Huygens/Coster Museum Boerhaave
Maar dat is niet zo.
Het is onjuist dat bij de plaatsbepaling ter zee voor Huygens en zijn tijdgenoten het vaststellen van de geografische BREEDTE het probleem geweest zou zijn. De breedte kon men in de tijd van Huygens namelijk met de hulp van de positie van de sterren en een sextant vaststellen, maar de geografische LENGTE niet.
Aardglobe Willem Blaeu 1670 Museum Boerhaave
Hiervoor moest men de tijd nauwkeurig kunnen meten: op het moment dat de zon de hoogste stand heeft bereikt stelt men vast hoe laat het is op een klok die de tijd laat zien van de haven van waaruit men is vertrokken. Uit het tijdsverschil kan men de lengte berekenen: één uur tijdsverschil staat voor 15 graad verschil in lengte (360 graad = 24 uur) .
Christiaan Huygens deed veel pogingen om de tijd op zee te laten meten met behulp van verschillende modellen van slingerklokken, en ook met klokken met een spiraalveer in plaats van een pendel.

Huygens uurwerk met spiraalveer, Museum Boerhaave
Het lukte meestal niet, vanwege het slingeren van het schip en/of de temperatuurschommeling.
Pas in 1761 heeft John Harrison een chronometer geconstrueerd, waarmee de aardrijkskundige lengte nauwkeurig bepaald kon worden en ontving hij de beloning van 20.000 pond die het Engelse parlement had belooft aan diegene die als eerste een betrouwbare methode zou vinden om de tijd te meten.
Zie ook Christiaan Huygens’ originele tekst K O R T O N D E R W Y S Aengaende het gebruyck Der H O R O L O G I E N Tot het vinden der Lenghten van Oost en West
Maria Trepp
Op 24 december 2011 werd een versie van deze tekst geplaatst in de wetenschapsbijlage van de NRC als ingezonden brief.
In het Leidse Japanmuseum Sieboldhuis zijn tot 4 maart 2012 topstukken van de Japanse prentkunstenaar Tsukioka Yoshitoshi (1839-1892) te zien in de tentoonstelling “Maanlicht, mysterie en schoonheid”.

Yoshitoshi is een meester van de Japanse kleurenhoutsnede, in het bijzonder van het Ukiyo-e, een vorm van houtsnede die sinds het midden van de 18e eeuw ook in Europa populair werd en een grote invloed had op de Europese kunstwereld van het fin-de-siècle (zie ook mijn vele blogs over het verband tussen Japanse kunst en 19e eeuwse Europese kunst).

Deze prenten zijn boeddhistisch geïnspireerd en drukken vaak het vergankelijke, vluchtige karakter van de werkelijkheid uit. De volgende prent leert dat je NIET naar de vinger van de boeddhistische monnik moet kijken maar naar de maan zelf:

Beroemd zijn Yoshitoshi’s A Hundred Views of the Moon, waar hij motieven uit Chinese en Indiaanse legendes en uit Kabuki en Noh theater illustreert.

Maria Trepp
www.passagenproject.com
deze tekst staat ook op mijn Duitse blog
www.passagenproject.com/blog1
Eergisteren hoorde ik op de radio (Hoe?Zo!) insectofiel professor Marcel Dicke praten over het belang van insecten voor de mensheid. Het lijkt me wel een hele opgave om de missionaris van de insecten te willen zijn- tenslotte niet echt een geliefde soort.
Marcel Dicke had het niet alleen over de biologie maar ook over de cultuurgeschiedenis van de insecten, die hij in zijn nieuw boek Blij met een dooie mug bespreekt.

Kever gesneden in een tand, Japan, Museum Volkenkunde Leiden
Natuur en cultuur van de insecten houden ook mij bezig.
Vrolijke muggedichten en de mug bij in Alice in Spiegelland vindt men in mijn blog Muggedicht.
Maar meestal worden insecten met dood, duivel en bederf geassocieerd: zie bijvoorbeeld een installatie met paspoorten van vluchtelingen, dode muggen en bloedspatten; en duivelse insectenmensen bij Jeroen Bosch.

In de bloemstukken van de 17e eeuw staan de insecten als herinnering aan de dood (memento mori).
Maar in de wetenschap vindt men in de 17e eeuw juist het tegenovergestelde. Insecten staan dan niet voor dood en duivel, maar voor de vinger Gods. Insecten bestuderen is niet minder dan lezen in de “Bybel der natuure”.
Maria Sybilla Merian liet de wonderbaarlijke metamorphosen van rupsen in vlinders zien .
In zijn zeer lezenswaardig boek “Het ‘Boeck der Natuere’, Nederlandse geleerden en de wonderen van Gods schepping 1575-1715” (gratis download via dbnl) schrijf Eric Jorink over Jan Swammerdam en diens onderzoek aan insecten.
“Volgens Jan Swammerdam openbaarde God zich bij uitstek in de microscopisch verfijnde structuur van insecten, zoals bijvoorbeeld in de facet-ogen van een bij.”

Dit is een originele tekening van Swammerdam, gemaakt rond 1677, die later werd gereproduceerd in diens postume Bybel der natuure (1737-1738).
Guido Gezelle heeft het later zo verwoord:
|
HET SCHRIJVERKE
O Krinklende winklende waterding
met ‘t zwarte kabotseken aan,
wat zien ik toch geren uw kopke flink
al schrijven op ‘t waterke gaan!
Gij leeft en gij roert en gij loopt zo snel,
al zie ‘k u noch arrem noch been;
gij wendt en gij weet uwen weg zo wel,
al zie ‘k u geen ooge, geen één.
Wat waart, of wat zijt, of wat zult gij zijn?
Verklaar het en zeg het mij, toe!
Wat zijt gij toch, blinkende knopke fijn,
dat nimmer van schrijven zijt moe?
Gij loopt over ‘t spegelend water klaar,
en ‘t water niet meer en verroert
dan of het een gladdige windtje waar,
dat stille over ‘t waterke voert.
o Schrijverkes, schrijverkes, zegt mij dan, -
met twintigen zijt gij en meer,
en is er geen een die ‘t mij zeggen kan: -
Wat schrijft en wat schrijft gij zo zeer?
Gij schrijft, en ‘t en staat in het water niet,
gij schrijft, en ‘t is uit en ‘t is weg;
geen christen en weet er wat dat bediedt:
och, schrijverke, zeg het mij, zeg!
Zijn ‘t visselkes daar ge van schrijven moet?
Zijn ‘t kruidekes daar ge van schrijft?
Zijn ‘t keikes of bladtjes of blomkes zoet,
of ‘t water, waarop dat ge drijft?
Zijn ‘t vogelkes, kwietlende klachtgepiep,
of is ‘et het blauwe gewelf,
dat onder en boven u blinkt, zoo diep,
of is het u, schrijverken zelf?
En t krinklende winklende waterding,
met ‘t zwarte kapoteken aan,
het stelde en het rechtte zijne oorkes flink,
en ‘t bleef daar een stondeke staan:
“Wij schrijven,” zoo sprak het, “al krinklen af
het gene onze Meester, weleer,
ons makend en leerend, te schrijven gaf,
één lesse, niet min nochte meer;
wij schrijven, en kunt gij die lesse toch
niet lezen, en zijt gij zo bot?
Wij schrijven, herschrijven en schrijven nog,
den heiligen Name van God!”
|
“Imagine zooming in over the surface of Mars, sweeping over sand dunes and circling around the rims of craters – all from your home desktop.
With HiView, the image-viewing tool recently released by the High Resolution Imaging Science Experiment, or HiRISE, team at the University of Arizona’s Lunar and Planetary Lab, you can do just that. “
Info:
http://www.physorg.com/news/2011-12-google-earth-mars-explore-red.html
Download: http://hirise.lpl.arizona.edu/hiview/
Kijk ook vooral naar de “Syrtis major”
Christiaan Huygens heeft als eerste een oppervlaktedetail van een andere planeet beschreven, de Syrtis Major op Mars.

In zijn Systema Saturnium (1659) heeft hij geschreven en getekend:

“Ook in Mars heb ik in 1656 een enkele zone […] waargenomen, zeer breed, die het middelste deel van de schijf verduisterde, zoals de bijgaande afbeelding laat zien.”

De huidige Google doodle is geïnspireerd op de muurschilderijen van Diego Rivera.
Nog beroemder dan hij is zijn geliefde Frida Kahlo.
Frida Kahlo en Diego Rivera waren een beroemd kunstenaarsechtpaar.
Frida Kahlo heeft een aantal schilderijen gemaakt van zichzelf en Diego.

Frida Kahlo Diego Rivera 1931

Frida Kahlo Diego Rivera 1947

Frida Kahlo, Diego Rivera 1937
Frida Kahlo, Diego on my mind
Maria Trepp www.passagenproject.com
Het leven op Aarde is sterk afhankelijk van het bestaan van seizoenen. Ik heb nog niets kunnen vinden over de ashelling van Kepler-22-b, al lijkt het erop dat deze “tweelingsaarde” mogelijk ook seizoenen kent.

De seizoenen op Aarde komen tot stand door het feit dat de Aardas scheef staat:
De Aarde beweegt rond de Zon op een baanvlak dat ecliptica wordt genoemd. De as van de Aarde staat scheef op dit vlak (met een hellingshoek tussen equator en omloopvlak van 23,45°).
De gekantelde as blijft in een evenwijdige stand, terwijl de Aarde zich om de zon beweegt.


Licht van de zon op de aarde in de seizoenen
Christiaan Huygens bespreekt in zijn Cosmotheoros (zijn laatste boek van 1698 waar hij uitgebreid het leven op andere planeten beschrijft) ook de seizoenen op de andere planeten.
Eerst Merkurius. Deze planeet staat dicht bij de zon en is erg moeilijk te observeren. Huygens wist niet of er jaargetijden op Merkurius waren, dus of de as van Merkurius scheef staat- maar naar wat we nu weten heeft Merkurius geen ashelling en geen seizoenen. Over de jaargetijden van Venus zegt Huygens niets. We weten nu dat deze planeet bijna geen ashelling heeft. Op Mars is er volgens Huygens geen verschil tussen winter en zomer omdat Mars volgens Huygens niet “scheef” staat- maar dit klopt niet, Mars is ongeveer net zo gekanteld als de Aarde. Maar wél klopt het wat Huygens over Jupiter schrijft: deze planeet heeft volgens hem geen jaargetijden, en inderdaad, Jupiter heeft bijna geen askanteling; de rotatie-as staat bijna loodrecht op het omloopvlak.
En Saturnus dan, Huygens’ lievelingsplaneet:
Daar zijn de verschillen tussen zomer en winter nog groter dan op de Aarde, omdat de as van Saturnus sterker gekanteld is dan die van de Aarde. Huygens, die overtuigd is van de existentie van “Saturnusborgers” maakt zich toch een beetje zorgen of de polen van Saturnus vanwege de kou wel bewoonbaar kunnen zijn…
Deze tekst staat ook op mijn Duits blog en op mijn Engelse blog
Maria Trepp www.passagenproject.com
Johannes Kepler en Christiaan Huygens schreven allebei –half schertsend, half serieus- over eventuele astronomen op andere planeten. Huygens onderstreepte in zijn Cosmotheoros dat wij mensen nooit mogen veronderstellen dat de planetenbewoners minder kunnen of minder ontwikkeld zijn dan wij, dus zullen ze ook wel de astronomie bedrijven.
Astronoom op Kepler 22-b
Dus, de astronomen op onze tweelingplaneet Kepler-22b, wat zien zij, als zij, net als wij, nu op dit moment hun tweeling planeet hebben ontdekt? Laat ons aannemen dat zij betere telescopen hebben dan wij, en heel goed kunnen inzoomen op de Aarde.
Kepler-22b is 600 lichtjaren van de Aarde verwijderd.
Ze zien de Aarde aan het begin van de 15e eeuw.
Ze zien de ontdekkingsreizigers varen over de zeeën.

Dat zal hun hart sneller laten kloppen, want vast kennen onze tweelingen dat ook: ontdekkingsreizen, schipvaart.
Christiaan Huygens in zijn Cosmotheoros:
“Voorts indien het oppervlak van hun kloot bij henluiden [=planetenbewoners] zo verdeeld is, dat een gedeelte van ’t zelve in land, een gedeelte in zee bestaat, […] hebben wij zeer grote reden om te denken, dat zij ook t’ scheep varen: anderzins zouden wij zoo groot en zo nut een zaak niet zonder laatdunkendheid onzen Aardkloot alleen toeschrijven.”

Dit blog staat ook op mijn Duitse webblog over Huygens:
en op mijn Engelse blog
Maria Trepp www.passagenproject.com
Brandpunt had gisteren een item over het SETI-institituut ( “Search for Extraterrestrial Intelligence”) in California en de zoektocht naar buitenaards leven.
SETI?? Dat was toch opgeheven dacht ik?
SETI is al jarenlang op zoek naar buitenaards leven, maar moest in april wegens financiële problemen noodgedwongen de deuren sluiten. Maar ik zie nu dat het instituut de zoektocht kan voortzetten door donaties onder meer van Jodie Foster.
Kosmoloog Paul Davies, een medewerker van het SETI heeft een boekje geschreven over de vergeefse speurtocht van het SETI-institituut:
The eerie silence/ Are we alone in the universe? (2010)
Davies bekritiseert het SETI vanwege de antropocentrische en naïeve werkwijze van het instituut. Hij beargumenteert dat buitenaards leven, als het al bestaat, een vorm kan hebben die wij ons niet kunnen voorstellen.
Maar omdat wij nog helemaal niet weten hoe leven ontstaat en ook niet hoe waarschijnlijk het is dat het leven überhaupt ontstaat kunnen we helemaal niets zeggen over de waarschijnlijkheid van buitenaards leven.
In het hoofdstuk A brief history of aliens komt ook Christiaan Huygens en zijn Cosmotheoros langs, zie ook mijn blogs over aliens bij Huygens
Christiaan Huygens en Immanuel Kant over Hermapolieten/Mercuriusbewoners
Christiaan Huygens: ironie over de Nieuwe Aarde
Een filosofisch en artistiek interessante en uitermate hilarische vraag – die ook bij Brandpunt wordt aangeraakt- is : wat zouden wij aardbewoners willen mededelen aan de eventueel gevonden extraterrestrials, en in welke taal, op welke wijze?

Pioneer Gouden Plaat
Davies is van mening dat de beste taal voor communicatie met aliens de wiskunde zou zijn.
Wiskunde als de taal van het universum. Ook Galilei en Huygens waren al ervan overtuigd, dat het universum geschreven is in de taal van de wiskunde. De wiskunde was voor Huygens en voor zijn vriend Leibniz al belangrijker dan God, omdat God volgens hen niet zonder de wiskunde kon.
Tweet
|
Ik heb een schitterend mooie eksterveer gevonden, metallic groen-zwart.

Op internet gezocht naar informatie over de ekster in cultuur en kunst.
Een duivelsvogel, maar in de Oosterse cultuur en bij de indianen een godenvogel.
Wolfram von Eschenbach opent zijn middeleeuwse roman Parzival met een lof op de ekster: de ekster is zowel zwart als wit; dus zowel van de hel alsook van de hemel. Degene die geschakeerd is zoals de ekster heeft deel
in zowel de hel alsook in de hemel. Zo iemand is niet zwart, niet wit, niet grijs: geschakeerd.
Ja, dat is goed, dat wil ik zijn, geschakeerd, wit met metallic zwart, groen, blauw!
Hier een paar artistieke eksters:
Pieter Breughel met een ekster op de galg, Goya met een prins met tamme ekster en Monet, met een ekster in de sneeuw.
Pieter Breughel, Ekster op de galg

Goya, Prins met tamme ekster

Monet, Ekster in de sneeuw.
|