Wetenschap Kunst Politiek

Vertaling van poëzie en haiku’s:de maan en de nachtegaal

3 comments

 Vertaling van poëzie en haiku’s

Ik ben vertaler, maar het vertalen van poëzie of haiku’s is iets dat ik helemaal niet beheers.

Ik vind de discussie over poëzie en het vertalen ervan spannend en leuk. Op mijn laatste volle-maan blog heb ik zelf het vertalen van een gedichtje geprobeerd.

 

 

maan poezie vertalen haiku fot Maria Trepp

maan poezie vertalen haiku foto Maria Trepp

 

 Haiku over de maan

Prachtig straalt de maan.

Omgeven door vurige stralen

kijkt een gezicht met blauwe ogen

en blozende wangen

ons aan.

 

Ik krijg erg leuke reacties van Jacopone sr met een betere vertaling:

 

Als vuur schijnt ze alom, maar midden in,

Eer donkerblauw dan zwart,

Is daar het gezicht van een meisje

Haar vochtige wangen blozend onder mijn blik

 

 

Jacopone blijkt bovendien zelf vertaler van haiku’s te zijn. Hij was kritisch over een eerder door mij geplaatste  nachtegaal-haiku. Het is nu weer nachtegalentijd.

In de duinen tussen Den Haag en Leiden (Meijendel, Berkheide) kan men s’avonds nu de nachtegaal horen, die graag haar nesten in de meidoorn bouwt…

 

maan nachtegaal vertalen haiku Japaanse prent

maan nachtegaal vertalen haiku Japaanse prent

 

 

 

Haiku’s op de nachtegaal (uit J. van Tooren, Haiku- een jonge maan):

 

 

De nachtegaal fluit

zijn kleine spitse snavel

helemaal open

(Buson)

 

Diep in de dalen,

omhuld door avondnevel

nog nachtegalen

(Shuaoshi)

Luister! als water,

vloeiend in slapende oren,

zingt de nachtegaal.

(Issa)

Jacopone schrifjt over de eerste haiku uit deze reeks:

“De eerste, van Buson, vind ik niet correct vertaald. Hij is illustratief voor het geforceerd vertalen in de reeks 5 – 7 – 5:

 

De nachtegaal fluit

zijn kleine spitse snavel

helemaal open

 

Blyth vertaalt hem als:

The uguisu is singing

Its small mouth

Open

Ik [Jacopone sr] zou hem vertalen als:

 

de rietzanger zingt

zijn kleine bek

wagenwijd open

 

 

Ik vond het ritme in Jacopones vertaling mooier, al verliezen we dan wel de nachtegaal.

 

 www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

Andreas Kinneging, Arnold Heertje en de moraal van de nazi’s

5 comments
Andreas Kinneging Wikipedia Commons

Andreas Kinneging

“Arnold Heertje, die daarna zou discussiëren met filosoof Andreas Kinneging  […] had zich kapot geërgerd aan alfa’s met hun gezemel over moraal. Over de Holocaust, het onderwerp waarvoor hij was uitgenodigd, wilde hij evenmin spreken. ‘Al drieduizend jaar zaniken we over de moraal, en dat heeft ons geen haar beter gemaakt. [….]

Het leek Heertje beter om praktische oplossingen te verzinnen.[…]

Hij pleitte voor slimme ‘structuren’ die de samenleving humaner zouden maken.

En toen kwam het bijna tot een handgemeen.

‘Structuren die tot een betere samenleving leiden! Dat vonden de nazi’s ook!’, riep Kinneging. Hij leunde triomfantelijk achterover, alsof hij het zelf een enorme vondst vond.

Heertje zweeg. De zaal ook, beschaamd.

‘Ik voel me door deze uitspraak diep gegriefd’, zei Heertje. De zaal mompelde instemmend.


Wat bezielde Kinneging om moedwillig Heertjes bedoelingen mis te verstaan? Om iemand die familie heeft verloren aan de nazi’s, zo’n dolk in de rug te steken.“


Kinneging, die meent Heertje op nazisme te kunnen betrappen is zelf een racist met zeer bedenkelijke theorieën en is als directeur van de neoconservatieve Edmund Burke Stichting  een belangrijke steunpilaar voor Geert Wilders.


Kinneging: “Als de Europeanen zich niet voortplanten – wat ze niet doen – hebben we niet genoeg kinderen om ons te vervangen. Uiteindelijk zal Europa dan Afrikaniseren en Azianiseren. Is dat slecht? Ik vind van wel, omdat ik de Europese cultuur hoger acht dan die van Afrika en Azië. Het zou echt de ondergang van het avondland zijn. En dat moeten we, denk ik, zien te voorkomen.” (Trouw, 25-1-2006, religie&filosofie)


Het koppelen van de wens naar culturele suprematie aan het baren van kinderen is niets anders dan onvervalst racisme.


En verder is het ook inhoudelijk helemaal verkeerd wat Kinneging impliceert, namelijk dat de nazi’s geen moraal hadden. Wie meer wil weten over de moraal van de nazi’s moet het boek van de historica Claudia Koonz lezen, The Nazi Conscience ( 2003) . Koonz laat zien dat de nazi’s , anders dan vaak wordt gedacht, niet gewetenloos waren, en zelfs nadrukkelijk moreel hebben geargumenteerd. Alleen: hun moraal gold allen voor degenen die zij als “vriend” hadden gedefinieerd.  Voor de “vijand”gold deze moraal niet.

Kinneging en zijn Schmittiaanse samenwerkingspartners zoals Bart Jan Spruyt zijn de voorhoede in de vijanden-demonisering van deze tijd.
Meer blogs over Andreas Kinneging, voorzitter van de Leidse Edmund Burke Stichting

 

http://passagenproject.com/blog/2011/04/27/10976/

 

http://passagenproject.com/blog/2008/03/07/het-racisme-en-seksisme-van-burke-voorzitter-prof-dr-kinneging/

 

http://passagenproject.com/blog/2007/11/17/leidse-hoogleraren-over-het-marteldilemma-kinneging-mertens-van-gunsteren/

 

http://passagenproject.com/blog/2007/11/05/atheistisch-bijgeloof-carotta-en-zijn-volgelingen/

 

http://passagenproject.com/blog/2009/02/17/economie-moraal-neocons/

 

http://passagenproject.com/blog/2009/06/19/polarisatie/

 

 


De PVV en de nazi Carl Schmitt

17 comments

 

Ik begrijp niets van al die op hef over Thomas van der Dunk en over de satire op Joop.nl.

PVV-kopstukken en sympathisanten beroepen zich uitdrukkelijk op een nazi en op denkbeelden uit de nazi-geschiedenis.

Bart Jan Spruyt, die Wilders in het zadel heeft geholpen en die het eerste PVV programma samen met Wilders heeft geschreven en ook PVV-kaderleden heeft getraind, is een grote en uitdrukkelijke fan van de nazi Carl Schmitt, die hij uitgebreid als zijn politiek voorbeeld bespreekt.

Spruyt maakte in zijn publicaties, o.a. in het boek De toekomst van de stad (2004) de Schmittiaanse filosofie van een absoluut onderscheid van vriend en vijand tot de zijne.  Het is hier wel even van belang te weten dat Carl Schmitt een antisemiet en nationaal-socialist was en met “de vijand” “de jood” bedoelde, zoals Raphael Gross overtuigend aantoont.[1]

Ook de Wilders-fan  Jerker Spits noemt Carl Schmitt als een groot voorbeeld. Schmitts nazi-verleden is voor Spits geen reden om het gedachtegoed van Schmitt te mijden:

” Wie Schmitt in het nazistische klimaat van de jaren dertig opsluit, gaat voorbij aan de zeggingskracht van zijn politieke filosofie voor onze tijd. […] De vrijheid van het denken mag niet ten prooi vallen aan politieke correctheid.” (Trouw, 14-4-2005)

 

Jan Greven: “Schmitts aantrekkingskracht is dat hij denkt in heldere tegenstellingen: goed/kwaad; mooi/lelijk. Met in de politiek de meest absolute tegenstelling. Die tussen vriend en vijand. Tegenover de vijand past slechts onverzoenlijkheid. Je hoeft hem persoonlijk niet te haten om hem toch te liquideren. […] Schmitts tegenstellingen zijn helder, maar hij voert je op paden waar je niet hoort te zijn. “ (Trouw, 29-3-2005)

 

Dick Pels over Schmitt:

“Schmitts definitie [van de vijand] legitimeert […] een autoritaire, zo niet totalitaire opvatting van de politieke werkelijkheid, waarin geen enkele ambiguïteit wordt getolereerd en geen ruimte bestaat voor andersoortige onderscheidingen.”[2] Volgens Pels valt bij Schmitt politiek op apocalyptische wijze samen met de oorlog.

 

Rob Hartmans:

“Tijdens de republiek van Weimar werd Schmitt beschouwd als vertegenwoordiger van de zogenaamde konservative Revolution, een amalgaam van ultranationalistische denkers, partijtjes en groeperingen die zich verzetten tegen de burgerlijke maatschappij en de parlementaire democratie. Schmitt zag niets in een romantisch conservatisme, dat verlangde naar een samenleving die een organische, door oeroude instituties en tradities gevormde eenheid was. Een dergelijke samenleving had nooit bestaan, en alle traditionele instituties waren door de wereldoorlog en de revolutie weggevaagd. Evenmin wilde hij iets weten van het normatieve staatsrecht dat werd uitgedragen door neokantiaanse juristen. In tegenstelling tot de Oostenrijkse staatsrechtsgeleerde Hans Kelsen, die als jood in zijn ogen toch al verdacht was, ontkende Schmitt dat er een bepaalde norm ten grondslag lag aan de rechtsorde. Hoe het recht eruitziet is een kwestie van een op macht gebaseerde beslissing. Schmitt citeerde in dit verband graag Hobbes: «Gezag, niet de waarheid, maakt de wetten.» In dit «decisionisme» stond de uitzonderingstoestand centraal. Normen waren volgens Schmitt alleen van toepassing op normale omstandigheden. Waar het op aan kwam, was de vraag wie in uitzonderlijke omstandigheden de beslissingen kon nemen. Vandaar ook zijn opvatting dat degene die de noodtoestand kan afkondigen, beschikt over de soevereiniteit.

Ook na Schmitts dood, in 1985, leven zijn denkbeelden voort in allerlei bewegingen in Europa en Amerika die tot Nieuw Rechts worden gerekend.

In hun strijd tegen de liberale, pluriforme democratie kunnen zowel extreem-links als extreem-rechts een heel arsenaal aan wapens vinden in de geschriften van Carl Schmitt, die de Verlichting haatte als de pest en die droomde van een autoritaire, homogene staat, waarin geen ruimte is voor verwarrende experimenten die de stabiliteit kunnen ondermijnen.”[3]

 

Carl Schmitt oefent een grote aantrekkingskracht uit op veel hedendaagse intellectuelen. Rob Hartmans:

“Schmitts werk munt uit door scherpe formuleringen en glasheldere begrippen. Sommigen noemen hem een Begriffsmagier, een goochelaar met definities. […] Met zijn fraaie begrippen, glasheldere analyses en adembenemende abstracties mag Schmitt als politiek theoreticus en rechtsgeleerde dan zeer belangrijk zijn geweest, in de praktijk sloeg hij de plank op een zeer pijnlijke wijze mis. Want als iets opvalt in het werk van Schmitt, dan is het dat het altijd om grootse begrippen en abstracties gaat: staat, natie, uitzonderingstoestand, Großraum, vriend-vijand, de politiek etcetera.”[4]

 

Maar de kritiek op Carl Schmitt moet zich niet allen richten tegen diens antiliberale opvattingen. Schmitt was een actieve nazi en antisemiet.

De Leidse hoogleraar mensenrechten Thomas Mertens over de “kroonjurist van de nazi’s” Carl Schmitt:

“Schmitt gaf onder de titel ‘Der Führer schützt das Recht’ zijn juridische fiat aan Hitlers moordpartijen bij zogenaamde Röhm-putsch van 1934. Deze van staatswege georganiseerde moorden troffen niet alleen de top van de S.A. maar ook diverse andere tegenstanders van het regime zoals Schmitts vorige patroon Von Schleicher; Schmitt was een van de voormannen van de door de nazi’s  het leven geroepen ‘Akademie für Deutsches Recht’. “[5]

“[…; in 1936 riep ] [Schmitt]  op tot een zuivering van de bibliotheken van joodse invloeden; hij deed zijn best Hitlers ‘Grossraumgedachte’ te legitimeren […] Schmitts denken maakt duidelijk dat de Westerse cultuur niet bestaat en dat intellectuelen als Schmitt medeverantwoordelijk zijn voor wat er op deze aarde vreselijk fout kan gaan.”[6]

 

Schmitt was een van de belangrijke denkers van de Duitse “conservatieve revolutie”. Het is moeilijk een harde lijn te trekken tussen de denkers van de conservatieve revolutie en de nazi’s. Een gemeenschappelijke noemer is het anti-liberalisme en het gelijk zetten van joods=liberaal=decadent. Een andere gemeenschappelijke noemer is het nationalisme, dat in ieder geval bij Schmitt kan worden vastgesteld. “Bei Schmitt war die Nation […] eine nicht mehr überbietbare Größe […] ein existentielles Phänomen, das durch Freund-Feind-Bestimmung und damit in letzter Instanz durch den kollektiven Kampf eines Volkes auf Leben und Tod definiert war.“[7] Carl Schmitts nationalisme was racistisch, al was hij daarin niet zo extreem als andere nazi’s.[8] Zeker zijn er verschillen tussen de “echte” nazi’s en de conservatief revolutionairen. Bijvoorbeeld wilden de conservatieven een sterke staat. Hitler was anarchistisch, de staat was ondergeschikt aan zijn impulsen, en dit element past niet bij het conservatisme. Ook de holocaust als zodanig is geen idee of initiatief van de conservatieven geweest.

 

Meer over Schmitt hier of zoek op tag “Carl Schmitt” hier op mijn blog.

Meer over de geschiedenis van het nationaalsocialisme

 


[1] Raphael Gross, Carl Schmitt und die Juden, Suhrkamp, 2005.

[2] Een zwak voor Nederland, p. 228.

[3] Een gevaarlijke geest, De Groene Amsterdammer, 7-2-2004.

[4] De grote woorden van Carl Schmitt, In : Varwel dan, p. 129, ook De Groene, 1-5-1996.

[5] Fiat aan Hitlers moordpartijen, Filosofie Magazine 02-2002.

[6] NRC 23-11-2001, boeken.

[7] Stefan Breuer, Anatomie der konservativen Revolution, p. 184.

[8] Anatomie der konservativen Revolution, p.191.

Volle maan: het oranje maangezicht

13 comments

Volle maan: het oranje maangezicht

Christiaan Huygens schrijft in zijn tekst “Cosmotheoros” veel over de maan, en hij verwijst instemmend naar de schrift van Plutarchus over het maangezicht “De facie in orbe Lunae”.

orange maan volle maan Plutarchus Christiaan Huygens

maangezicht Plutarchus

Oranje volle maan boven Leiden 18-4-2011

Plutarchus maangezicht Mondgesichtchristiaan Huygens

Plutarchus maangezicht/Mondgesicht Christiaan Huygens Cosmotheoros

Het maangezicht – zie je het?


Plutarchus’ schriftje over de volle man is in het Engels op internet te lezen.

Plutarchus zelf verwijst wederom naar andere denkers, die  voor hem die over de maan hadden gefilosofeerd, en hij komt met een mooi gedicht, toegeschreven aan Hegesianax. Ik citeer het hier in het Engels (vertalen van poëzie is een vak dat ik helaas niet beheers):


“With fire she shines all round, but in the midst
More blue than black appears a maiden’s face
And moisten’d cheeks, that blush to meet the gaze.”

 

In het Duits klinkt het zo:

 

“Herrlich glänzt der Mond

Von feurigen Strahlen um geben

Aber ein Frauenaug erscheint in der Mitte der Scheibe

Blauer als Saphir, und eine Stirn, mit lieblicher Röte

Prangend….“

 

En laten we het even in het Nederlands proberen:


“Prachtig straalt de maan.

Omgeven door vurige stralen

kijkt een gezicht met blauwe ogen

en blozende wangen

ons aan.”

 

Plutarchus bespreekt uitvoerig de oppervlakte van de maan, die ons als menselijk gelaat kan voor komen. Overigens is het erg mooi in het Engels, dat het woord voor oppervlakte [van de maan] en het woord voor“gezicht” samenhangt als surface/face.

Zie ook mijn blog over de vrouw in de maan, en Shakespeare’s Midzomernachtsdroom

 

www.passagenproject.com

 

www.passagenproject.com

 

Vrouw in kimono bij Vincent van Gogh, Georg Breitner, Claude Monet

15 comments

 Toen Japan in 1854 zijn grenzen openstelde geraakte de Westerse kunstwereld in de ban van de Japanse kunst.

Japan toonde zijn nagenoeg onbekende kunst op de Wereldtentoonstelling van 1862 in Londen en 1867 in Parijs. Japanse kunst en gebruiksvoorwerpen, zoals kimono’s, waaiers, gelakte voorwerpen en kamerschermen werden een rage.
De gestileerde motieven in de grafische kunst van kunstenaars als beïnvloedde de stijl van veel Westerse kunstenaars, zoals Vincent van Gogh.

Hier de Courtisane in kimono van Vincent van Gogh (1887, Van Gogh Museum Amsterdam), die hij had overgenomen van een tentoonstellingsaffiche over Japanse kunst.

Courtisane in kimono van Vincent van Gogh

Courtisane in kimono van Vincent van Gogh

Vincent van Gogh portret portrait portraet 863px-Le_Pere_Tanguy

Vincent van Gogh portret portrait portraet Le_Pere_Tanguy japonisme.
Auguste Rodin, grote bewonderaar van Van Gogh, kocht dit portret.

Georg Hendrik Breitner, bevriend met Van Gogh, heeft in dezelfde tijdsperiode (1883-99) een aantal schilderijen gemaakt van meisjes in kimono’s.

Georg Hendrik Breitner heeft een aantal schilderijen gemaakt van meisjes in kimono (1883-99)

Georg Hendrik Breitner heeft een aantal schilderijen gemaakt van meisjes in kimono (1883-99)

Georg Breitner, Meisje in rode kimono

Georg Hendrik Breitner heeft een aantal schilderijen gemaakt van meisjes in kimono (1883-99)

Georg Hendrik Breitner heeft een aantal schilderijen gemaakt van meisjes in kimono (1883-99)

Georg Breitner, Meisje in kimono

In het Museum Boijmans in Rotterdam hangt een bijzonder schilderij van Breitner met een meisje in kimono dat een oorbel vastmaakt:

Georg Hendrik Breitner heeft een aantal schilderijen gemaakt van meisjes in kimono (1883-99)

Georg Hendrik Breitner heeft een aantal schilderijen gemaakt van meisjes in kimono (1883-99)

Breitner, Het oorringetje/ Voor de spiegel

Georg Hendrik Breitner heeft een aantal schilderijen gemaakt van meisjes in kimono (1883-99)

Georg Hendrik Breitner heeft een aantal schilderijen gemaakt van meisjes in kimono (1883-99)

Claude Monet, vrouw in kimono

Claude Monet, vrouw in kimono

Claude Monet, Madame Monet in rode kimono, 1876

Adolf Eichmann en het zionisme

3 comments

[Vervolg op mijn Eichmann-blog van gisteren]

Een van de vele moeilijke hoofdstukken in het leven en streven van Eichmann is zijn intense samenwerking met de zionisten.

Voordat Eichmann tot organisator  werd van de Holocaust zette hij zich lange tijd in voor een emigratie van alle joden naar Palestina. Hiervoor werkte hij nauw samen met zionisten.

David Cesarani in zijn Eichmann-biografie:

“[Men] wilde ernaar streven ‘het joodse vraagstuk’ in Duitsland op te lossen door een ordentelijke joodse emigratie naar Palestina te bepleiten. In 1936 en 1937 had Eichmann intensieve contacten met joden binnen de zionistische be­wegingen in Duitsland. Hij had een ontmoeting met Feivel Polkes, een Palestijnse jood, die voorstelde dat de nazi’s en de zionisten zouden samenwerken om de joodse emigratie te bevorderen. In november 1937 reisde Eichmann naar het Midden-Oosten om deze mogelijkheid te onderzoeken en hij bracht een kort be­zoek aan wat later de staat Israel zou worden. In deze fase combineerde hij een re­latiefwelwillende kijk op het zionisme met een traditioneel antisemitisch wereld­beeld.” (p 17)

“Recentelijk opgedoken rapporten en lezingen die hij in 1937 schreef, tonen hem in de greep van een fantasie waarin sprake is van een wereldomvattende jood­se samenzwering tegen Duitsland. Eichmann zag, net als zijn kameraden in de 5D, de joden als een ‘vijandelijke’ macht. Ditwas een buitengewoon onpartijdige, afgeleide vorm van jodenhaat die hem in staat stelde normale relaties met indivi­duele joden te onderhouden, in het bijzonder met zionisten, terwijl hij onver­moeibaar werkte aan een plan het Rijk te bevrijden van zijn joodse inwoners en de strijd tegen de ‘macht’ van een mythisch, mondiaal jodendom.”

“In 1940 was Eichmann betrokken bij andere massa-verdrijvingen en hij ont­wierp plannen om vier miljoen Europese joden naar Madagaskar te deporteren.”

Eichmann noemde zichzelf zelfs de nieuwe Herzl.

“Eichman zag zichzelf in die tijd zeker niet als een jodenmoorde­naar. Hij was nog steeds een voorstander van joodse emigratie en hij werkte het hele jaar 1940 samen met zionistische groeperingen en joodse mensensmokke­laars die heimelijk joden naar Palestina zonden” (p 19)

 

“Nieuw onderzoek ont­hult dat de voorbereidingen voor het proces [in Jeruzalem] aan politieke bemoeienis waren onderworpen. De Israëliërs ontweken gevoelige zaken zoals het contact tussen de zionisten en Eichmann in de jaren dertig en de onderhandelingen over het lot van de Hongaarse joden in 1944 waarbij Ben-Goerion zelf was betrokken.” (p 24)

De samenwerking tussen nazi’s en zionisten is een donker hoofdstuk in de geschiedenis, ook is het nog zo goed te begrijpen dat de joden een veilige plek zochten.

Ik heb mij eerder in ander verband bezig gehouden met de problematische geschiedenis van het zionisme, waarbij ik met racistische en antisemitische gedachten bij Max Nordau, de tweede man van het zionistisch verbond na Theodor Herzl.

Ik heb met schrik vastgesteld dat Hitlers begrip van de “ontaarding” en “ontaarde kunst” een denkbeeld was die op 1000 pagina’s was uitgewerkt door een jood, de zionist Max Nordau.

Max Nordau, auteur van het prefascistische werk Entartung ( “Ontaarding” 1892) was een collega van Theodor Herzl, en heeft samen met deze de zionistische wereldorganisatie bestuurd.
In het verband met mijn literatuurwetenschappelijk onderzoek kwam ik in aanraking met Max Nordau en diens theorieën over de “ontaarding” van allerlei literaten en filosofen: Tolstoi, Ibsen, Nietzsche, Baudelaire bijvoorbeeld.
Nordau neemt het in “ontaarding” op de voor de filister, de gewone, normale mens zonder kunstverstand, met een banale smaak en met bekrompen opvattingen.

De zionist Max Nordau is het die het “ontaardings”begrip voor het eerst gebruikt heeft voor de moderne kunst, en die op deze manier belangrijk pionierswerk voor de nazi’s heeft geleverd. Nordau en de nationaal-socialisten zijn het helemaal eens in hun afkeuring van de moderne “ontaarde” kunst. In het laatste hoofdstuk van Nordaus “Entartung” is te lezen hoe Nordau  het vocabulaire van de nazi´s heeft bepaald (en Nordau heeft daarbij bewust gebruik gemaakt van antisemitische metaforen, die hij tegen de kunstenaars keert) . Hij spreekt van de moderne kunstenaars als parasieten en als “bronvergiftigers” ; hij zegt dat men dit “maatschappelijke ongedierte” moet uitroeien en genadeloos met knuppels doodslaan. De titel “Entartung” sluit aan bij het gebruik van deze term in antisemitische schriften omtrent 1885.

Nordau was een politieke en racistische zionist, die het culturele of religieuze zionisme afkeurde. Hij wilde geenszins een staat voor alle joden. Nee, hij wilde een staat alleen maar voor de sterke joden, de zogenoemde “Muskeljuden” . De sociaaldarwinist Nordau vond het antisemitisme nuttig, omdat het een test was die de zwakke joden niet konden bestaan, maar de sterke joden nog sterker maakte.

Jan Blokker heeft in zijn recensie van de Nederlandse uitgave over Theodor Herzls boek Der Judenstaat geschreven dat de positieve reacties op dit boek toentertijd van antisemitische kant kwamen. ”En tekenend is het misschien apocrieve commentaar van de Duitse keizer, die zou hebben gezegd: ‘Laat die smouzen vooral weggaan. Hoe eerder hoe beter. Ik zal ze niks in de weg leggen.´ “(10-9-2004)

Tot besluit: ik zeg NIET dat alle zionisten fascisten zijn of erger. Er zijn zeer verschillende vormen van zionisme.

Ik zeg alleen dat ook de geschiedenis van het zionisme donkere hoofdstukken bevat.

 

Literatuur: Eichmann. De definitieve biografie van David Cesarani

Zie ook hier over Nationaal-socialisme en Duitse geschiedenis

Bettina Stangenth heeft met haar recent boek “Eichmann vor Jerusalem” het Eichmann-beeld (Eichmann als een bleek bureaucraat) gecorrigeerd. In september 2012 verschijnt een verzameling van dagboeknotities van Avner Less, de verhoorsleider die Eichmann verhoorde,  verzameld door Eichmann-specialiste Bettina Stangenth.

Maria Trepp www.passagenproject.com

Adolf Eichmann en de Nederlandse nazi Willem Sassen

13 comments

Eichmann staat opnieuw in het middelpunt van de openbare aandacht, door het openbaar worden van nieuwe feiten en nieuw archiefmateriaal, en door de grote tentoonstelling in Berlijn.

Eichmann is als de gewone mens die de massavernietiging administratief heeft uitgevoerd de icoon geworden van de “banaliteit van het kwaad”. Op dit begrip van Hannah Arendt is veel kritiek geweest, zie bijvoorbeeld het artikel van Peter Giesen in de Volkskrant van 9 april.Nieuw onderzoek toont aan dat Eichmann geenszins de passieve nazi-pop was tot welke bijvoorbeeld Harry Mulisch hem in “De zaak 40/61” heeft gemaakt.

Zoals de biograaf David Cesarani beargumenteert was Eichmann aan de ene kant een gewoon mens, geen satan (die de Israëlische aanklager van hem wilde maken) en was ook tijdens grote delen van zijn carrière geen uitzonderlijk fanatieke antisemiet. Eichmann was een vooral conventionele man, een opportunist en carrièrist, die met de tijd een aantal bewuste historische keuzes heeft gemaakt die hem uiteindelijk in feite een monster lieten worden.

Toen ik het boek van Cesarani las was ik verrast door een detail in Eichmanns leven waar ik weinig van wist: Eichmanns relatie met de (half-) Nederlandse nazi en Waffen-SS man Willem Sassen. [Een SS-man die Sassen heet!]Cesarani: “Sassen was in België bij verstek voor oorlogsmisdaden veroordeeld, maar bereikte in september 1948 op een schoener, en onder de schuilnaam Jacobus Jan­sen, Argentinië, Daar paste hij naadloos in het milieu van oud- SS’ers. Hij werd re­dacteur van de nieuwsbrief Der Weg, die zich richtte op de gemeenschap van nazi­emigranten. Der Weg […] was zo extreem rechts dat zelfs Perón kon worden overgehaald de publicatie ervan te verbieden”.“Behalve als journalist verdiende Sassen ook als ghostwriter voor oud-SS’ers en hij werkte regelmatig met Eberhard Fritsche, een voormalig mede­werker van het nazistische rijksministerie van Openbare Voorlichting en Propa­ganda en een van Goebbels naaste medewerkers, die nu directeur van Durer­ Verlag was en nauw samenwerkte met Ludwig Freude. In 1955 of 956 stelde hij, met medeweten van Fritsche, Eichmann voor dat ze samen zouden werken aan een volledig verslag van de Endlosung. Het zou de ‘waarheid’ vanuit het nazi­standpunt vertellen en hun aardig wat geld opleveren. De bedoeling was Eich­manns herinneringen op band op te nemen, daarbij geholpen door hedendaagse documenten en aangevuld met expertise uit de SS-gemeenschap. De banden zou­den vervolgens worden uitgewerkt tot een authentiek verslag van de gebeurtenis­sen van iemand die daarbij een centrale rol had gespeeld.” ( p 225).Volgens Cesarani hadden  Eichmann en Sassen echter elk hun eigen bedoelingen, die in feite niet met elkaar strookten. Eichmann werd volgens Cesarani gedreven door ijdelheid en was verbolgen dat zijn eigen rol in de geschiedenis niet echt was opgemerkt.“Sassen daarentegen wilde de joodse en Israëlische aanspraken op herstelbetalingen van Duitsland ondermijnen en de verantwoor­delijkheid van de Duitsers voor de massamoord op de joden bagatelliseren. Een van zijn belangrijkste doelstellingen was het aantal slachtoffers van de genocide verlagen. Het andere was Hitler van blaam te zuiveren. Dus waar Sassen het aantal naar de vernietigingskampen gedeporteerde joden omlaag wilde brengen, wilde Eichmann maar al te graag over zijn succes opscheppen.”

“Ondanks beweringen dat Eichmann niet antisemitisch was, de joden niet per­soonlijk haatte en nogal wat joodse medewerkers had, liet hij zich op andere rno­menten kennen als een in alle opzichten onveranderde, geen berouw tonende na­zi. ‘Nee, ik heb nergens spijt van en ik ben zeker niet van plan in te binden. In de vier maanden waarin je alles weer boven hebt gehaald, waarin je hebt gepoogd mijn geheugen op te frissen, is weer een heleboel bovengekomen. Het zou voor mij te makkelijk zijn en, gezien de huidige publieke opinie, al te begrijpelijk, het spel van Saulus-wordt-Paulus te spelen. Maar je moet weten dat ik dat niet kan omdat ik in de kern van mijn wezen weiger te erkennen dat we iets verkeerds de­den. Nee, laat me je in aIle eerlijkheid zeggen dat als van de 10,3 miljoen joden over wie (de statisticus) Korherr spreekt, zoals we nu weten, als we er 10,3 miljoen had­den vermoord, dan zou ik tevreden zijn. Ik zou zeggen: “Uitstekend. We hebben een vijand uitgeroeid”. “”Alles bijeen namen Sassen en Eichmann in vijf maanden tijd niet minder dan zevenenzestig banden op. Hiervan werd een typo script van 695 pagina’s ge­maakt waaraan Eichmann nog tachtig pagina’s handgeschreven aantekeningen toevoegde.”Sassen schreef artikelen voor Der Stern en Life, die later, ondanks Eichmanns protest, als bewijsmateriaal bij het Jeruzalemproces werden gebruikt. Maar de banden zelf met de gesprekken tussen Sassen en Eichmann werden pas zo laat als bewijsmateriaal voor het proces aangedragen, dat de rechters alleen maar een heel klein gedeelte van het materiaal als bewijsmateriaal toelieten namelijk Eichmanns handgeschreven aantekeningen en kanttekeningen.

Eichmann. De definitieve biografie van David Cesarani, citaten p 225 ff.

Zie ook over Nationaal-socialisme en Duitse geschiedenis

Bettina Stangenth heeft met haar recent boek “Eichmann vor Jerusalem” het Eichmann-beeld (Eichmann als een bleek bureaucraat) gecorrigeerd. In september 2012 verschijnt een verzameling van dagboeknotities van Avner Less, de verhoorsleider die Eichmann verhoorde,  verzameld door Eichmann-specialiste Bettina Stangenth.

De Hollandse wildernis, geschilderde duinlandschappen in de 20ste eeuw

4 comments

Het Rijksmuseum laat een tentoonstelling zien “De Hollandse wildernis” over duinlandschappen in de 17e eeuw.

Bij “wildernis” moet ik aan een blogtitel van mij zelf denken, ik had ooit een blog geplaatst “Wuivende ruigte” over wilde rietlandschappen.

En nu hier op deze blog krijgen jullie geschilderde duinlandschappen uit de 20ste eeuw voorgeschoteld, te beginnen met James Ensor.

James Ensor, Duinlandschap

 

 

Jan Toorop, Duinen en zee in Zoutelande, 1907

 

Piet Mondriaan, Duin II, 1909

 

Toorop en Mondriaan waren van af 1908 beviend met elkaar. Toorop was bekend met het pointillisme van Seurat, en dat is hier op deze schilderijen ook terug te zien.

De abstractie van Toorop en van Mondriaan is in veel aspecten symbolistisch. Ze schilderden de natuur vanuit een bepaalde opvatting van de kunst en de wereld. Meer dan een getrouwe weergave van de werkelijkheid zijn de landschappen van symbolisten een reflectie van de gevoelens die de natuur opriep bij de kunstenaar. ( zie ook: Dreams of nature. Symbolisme van Van Gogh tot Kandinsky). Zowel Toorop alsook Mondriaan waren bezig met een zoektocht naar een manier om het hogere en het spirituele uit te drukken. De veranderingen die omstreeks 1908 in Mondriaans werk aan de dag treden hangen nauw samen met zijn ideeën over de rol van de kunst in het bewustwordingsproces van de mensheid. Onder invloed van theosofische ) literatuur probeerde hij vanaf die tijd steeds meer los te komen van de zichtbare werkelijkheid en vorm te geven aan de essentie van de dingen. (…)

In de tentonstelling “Voorbij de horizon” in het Gemeentemuseum Den Haag hingen meerdere schitterende duin-schilderijen van Mondriaan.

Felgekleurd, stemmig, woest, vriendelijk, vlak, glooiend, figuratief, abstract twee- én driedimensionaal: het landschap doet zich in de moderne kunst op vele manieren voor. Van landschappen vol dramatiek en emotie in de romantiek tot volledig abstracte werken in de jaren zestig van de twintigste eeuw, waarbij de land art kunstenaars het fysieke landschap gebruiken als drager voor een kunstwerk. De tentoonstelling Voorbij de horizon toont hoe de verbeelding van het landschap de laatste twee eeuwen is veranderd en hoe de manier waarop het landschap werd weergegeven exemplarisch was voor de gedachten over kunst en de verbeelding van de realiteit in een bepaalde tijdgeest.

Mondriaan vervaardigde aan het begin van de twintigste eeuw enkele zonovergoten luministische duinlandschappen. In deze werken experimenteerde hij met de weergave van licht, zowel boven de horizon als gereflecteerd in zee.”

 

“Duin I”, “DuinII”en “Duin III” hangen hier naast elkaar:

 

Piet Mondriaan, Duin I

 

 

Piet Mondriaan, Duin II

Piet Mondriaan, Duin III

In de tentoonstelling “Cézanne Picasso Mondriaan in nieuw perspectief”, ook in het Haagse Gemeentemuseum, waren twee schitternde duinlandschappen van Mondriaan in zeer groot formaat te zien:

 

Piet Mondriaan, Duinen bij Domburg, 1910

 

Piet Mondriaan, Duinlandschap, 1911

 

Uit de Catalogus bij de tentoonstelling:

“[..] Duinlandschap is een [..] voorbeeld van wat Modriaan begreep als ‘kubisme’.

Zoals in het luminisme de schildertoets, de kleur, uit elkaar genomen en ‘gedivisioneerd’ werd (zoals dat heette), zo ‘divisioneerde’ Mondriaan de vorm van het uitge­strekte en kale duingebied bij Vrouwenpolder, met uitzicht over het Veerse gat op de kust van Noord-­Beveland. De opbouw van deze voorstelling is een combinatie van schichtige hardgroene en fel blauwe driehoeken, doorschoten met zacht violette banen,in de lucht voor de wolken en in het landschap voor de duinen.

Opvallend zijn de vinnige, korte, evenwijdig lopende verfstreken waaruit alle facetten zijn opge­bouwd. Met name de harde combinatie van het blauw en het groen bracht hem in de buurt van de door hem bewonderde Van Dongen en van Sluijters. Ook zij maakten in hun recente werk gebruik van die harde, vlakke kleurencombinatie. Maar juist de ontstane afwijking van de natuurlijke vorm bracht Mondriaan in Duinlandschap ook dicht in de buurt van een streven naar abstractheid, van meer en meer vergeestelijking. Want het moderne, het vergeestelijkte, moet zich niet alleen in symbolen, maar ook in lijnen openbaren.” ( p 64)

 

En hier Jan Sluijters met zijn duinlandschap van 1909:


en hier nog een duinlandschap van Paul Klee:

Paul Klee duinlandschap

Maria Sibylla Merian: Iris Susiana

no comment

 

In het Rembrandthuis zag ik de schitterende tentoonstelling over Maria Sibylla Merian, een Duits-Nederlandse vrouw tussen kunst en wetenschap.

Maria Sibylla Merian (1647-1717) is de belangrijkste en meest invloedrijke natuurhistorische tekenaar die in de zeventiende eeuw in Nederland (en Suriname) werkzaam is geweest.

Een representatief overzicht van circa 100 meesterwerken, afkomstig uit tientallen prentenkabinetten en hier voor de eerste maal bijeengebracht, geeft de bezoeker inzicht in Merians wetenschappelijke onderzoek, observatie en minutieuze registratie van bloemen, insecten en reptielen.

Merian wordt tegenwoordig algemeen beschouwd als de eerste vrouwelijke entomoloog (insectenkenner), omdat zij haar onderzoek buitengewoon zorgvuldig registreerde en documenteerde. Even bijzonder als haar wetenschappelijke werk is haar avontuurlijke levensloop. Zo reisde zij op 53-jarige leeftijd naar Suriname om de insecten in het regenwoud te bestuderen. Ook als zelfstandig ondernemer onderscheidde zij zich van haar tijdgenoten door met haar dochters een succesvolle uitgeverij en drukkerij van boeken en prenten op te zetten.”

Maria Sibylla Merian Iris Susiana zwarte weduwe zwarte iris schwarze iris schwarze witwe

Maria Sibylla Merian Iris Susiana zwarte weduwe zwarte iris schwarze Iris schwarze Witwe ca 1700

maria sibylla merian iris susiana (1700)

Voor hoge resolutie/ high resolution hier klikken

Iris Susiana The_Botanical_Magazine,_Plate_91_William Curtis

Hier een Iris Susiana van William Curtis

In deze tentoonstelling vielen mij twee mooie aquarellen op waarop de kievitsbloem afgebeeld staat. Geen van beide is gemaakt door Merian. Beiden zijn vervaardigd door mannen, die Merian hebben beïnvloed.

Georg Flegel, Kievitsbloem, iris en narcis, (1620-1630)

Johann Walther,  Twee kievitsbloemen en een dubbele narcis (1662)

Over de kievitsbloem heb ik ook precieseen jaar geleden geschreven. Het is een bijzonder bloempje, dat ooit door Olaus Rudbeck (1630-1702) uit Nederland naar Zweden werd geïmporteerd. Deze bloem heet in het Zweeds “Kungsängsliljan”, “de lelie van de weide van de koning”, en is, hoewel oorspronkelijk afkomstig uit Nederland, nu het herkenningsteken van Uppland, de provincie van Uppsala.

Kievitsbloem
Kungsängsliljan
Schachbrettblume
Fritillaria

Op de markt in Leiden heb ik vorige week een paar mooie exemplaren kunnen kopen.

www.passagenproject.com

Kievitsbloemen in Leiden

4 comments

Langs het fietspad van Leiden naar Warmond (lange bocht Merenwijk) staan over een lengte van meerdere honderd meters de charmante mooie, fragiele kievietsbloemen.

Kievitsbloem fritillaria Leiden


Kievitsbloem fritillaria Leiden

Kievitsbloem fritillaria Leiden

“Snakes head” heet deze bloem in het Engels

De  kievitsbloem die via de natuurwetenschapper Olof Rudbeck van Leiden in Zweden is terecht gekomen dient daar zelfs als symbool en de landschapsbloem “Kungsängsliljan” van Uppland.

In de Leidse Hortus zijn nog meer soorten van fritillaria’s te zien.



Fritillaria Thunbergii uit Japan

Fritillaria verticillata uit China




Fritillaria Imperialis Aurora Keizerskroon

Vincent van Gogh, Fritillarias in een koperen vaas, 1887

 

 

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

 

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief