Wetenschap Kunst Politiek

Vertaling van poëzie en haiku’s:de maan en de nachtegaal

3 comments

 Vertaling van poëzie en haiku’s

Ik ben vertaler, maar het vertalen van poëzie of haiku’s is iets dat ik helemaal niet beheers.

Ik vind de discussie over poëzie en het vertalen ervan spannend en leuk. Op mijn laatste volle-maan blog heb ik zelf het vertalen van een gedichtje geprobeerd.

 

 

maan poezie vertalen haiku fot Maria Trepp

maan poezie vertalen haiku foto Maria Trepp

 

 Haiku over de maan

Prachtig straalt de maan.

Omgeven door vurige stralen

kijkt een gezicht met blauwe ogen

en blozende wangen

ons aan.

 

Ik krijg erg leuke reacties van Jacopone sr met een betere vertaling:

 

Als vuur schijnt ze alom, maar midden in,

Eer donkerblauw dan zwart,

Is daar het gezicht van een meisje

Haar vochtige wangen blozend onder mijn blik

 

 

Jacopone blijkt bovendien zelf vertaler van haiku’s te zijn. Hij was kritisch over een eerder door mij geplaatste  nachtegaal-haiku. Het is nu weer nachtegalentijd.

In de duinen tussen Den Haag en Leiden (Meijendel, Berkheide) kan men s’avonds nu de nachtegaal horen, die graag haar nesten in de meidoorn bouwt…

 

maan nachtegaal vertalen haiku Japaanse prent

maan nachtegaal vertalen haiku Japaanse prent

 

 

 

Haiku’s op de nachtegaal (uit J. van Tooren, Haiku- een jonge maan):

 

 

De nachtegaal fluit

zijn kleine spitse snavel

helemaal open

(Buson)

 

Diep in de dalen,

omhuld door avondnevel

nog nachtegalen

(Shuaoshi)

Luister! als water,

vloeiend in slapende oren,

zingt de nachtegaal.

(Issa)

Jacopone schrifjt over de eerste haiku uit deze reeks:

“De eerste, van Buson, vind ik niet correct vertaald. Hij is illustratief voor het geforceerd vertalen in de reeks 5 – 7 – 5:

 

De nachtegaal fluit

zijn kleine spitse snavel

helemaal open

 

Blyth vertaalt hem als:

The uguisu is singing

Its small mouth

Open

Ik [Jacopone sr] zou hem vertalen als:

 

de rietzanger zingt

zijn kleine bek

wagenwijd open

 

 

Ik vond het ritme in Jacopones vertaling mooier, al verliezen we dan wel de nachtegaal.

 

 www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

Andreas Kinneging, Arnold Heertje en de moraal van de nazi’s

5 comments
Andreas Kinneging Wikipedia Commons

Andreas Kinneging

“Arnold Heertje, die daarna zou discussiëren met filosoof Andreas Kinneging  […] had zich kapot geërgerd aan alfa’s met hun gezemel over moraal. Over de Holocaust, het onderwerp waarvoor hij was uitgenodigd, wilde hij evenmin spreken. ‘Al drieduizend jaar zaniken we over de moraal, en dat heeft ons geen haar beter gemaakt. [….]

Het leek Heertje beter om praktische oplossingen te verzinnen.[…]

Hij pleitte voor slimme ‘structuren’ die de samenleving humaner zouden maken.

En toen kwam het bijna tot een handgemeen.

‘Structuren die tot een betere samenleving leiden! Dat vonden de nazi’s ook!’, riep Kinneging. Hij leunde triomfantelijk achterover, alsof hij het zelf een enorme vondst vond.

Heertje zweeg. De zaal ook, beschaamd.

‘Ik voel me door deze uitspraak diep gegriefd’, zei Heertje. De zaal mompelde instemmend.


Wat bezielde Kinneging om moedwillig Heertjes bedoelingen mis te verstaan? Om iemand die familie heeft verloren aan de nazi’s, zo’n dolk in de rug te steken.“


Kinneging, die meent Heertje op nazisme te kunnen betrappen is zelf een racist met zeer bedenkelijke theorieën en is als directeur van de neoconservatieve Edmund Burke Stichting  een belangrijke steunpilaar voor Geert Wilders.


Kinneging: “Als de Europeanen zich niet voortplanten – wat ze niet doen – hebben we niet genoeg kinderen om ons te vervangen. Uiteindelijk zal Europa dan Afrikaniseren en Azianiseren. Is dat slecht? Ik vind van wel, omdat ik de Europese cultuur hoger acht dan die van Afrika en Azië. Het zou echt de ondergang van het avondland zijn. En dat moeten we, denk ik, zien te voorkomen.” (Trouw, 25-1-2006, religie&filosofie)


Het koppelen van de wens naar culturele suprematie aan het baren van kinderen is niets anders dan onvervalst racisme.


En verder is het ook inhoudelijk helemaal verkeerd wat Kinneging impliceert, namelijk dat de nazi’s geen moraal hadden. Wie meer wil weten over de moraal van de nazi’s moet het boek van de historica Claudia Koonz lezen, The Nazi Conscience ( 2003) . Koonz laat zien dat de nazi’s , anders dan vaak wordt gedacht, niet gewetenloos waren, en zelfs nadrukkelijk moreel hebben geargumenteerd. Alleen: hun moraal gold allen voor degenen die zij als “vriend” hadden gedefinieerd.  Voor de “vijand”gold deze moraal niet.

Kinneging en zijn Schmittiaanse samenwerkingspartners zoals Bart Jan Spruyt zijn de voorhoede in de vijanden-demonisering van deze tijd.
Meer blogs over Andreas Kinneging, voorzitter van de Leidse Edmund Burke Stichting

 

http://passagenproject.com/blog/2011/04/27/10976/

 

http://passagenproject.com/blog/2008/03/07/het-racisme-en-seksisme-van-burke-voorzitter-prof-dr-kinneging/

 

http://passagenproject.com/blog/2007/11/17/leidse-hoogleraren-over-het-marteldilemma-kinneging-mertens-van-gunsteren/

 

http://passagenproject.com/blog/2007/11/05/atheistisch-bijgeloof-carotta-en-zijn-volgelingen/

 

http://passagenproject.com/blog/2009/02/17/economie-moraal-neocons/

 

http://passagenproject.com/blog/2009/06/19/polarisatie/

 

 


De PVV en de nazi Carl Schmitt

17 comments

 

Ik begrijp niets van al die op hef over Thomas van der Dunk en over de satire op Joop.nl.

PVV-kopstukken en sympathisanten beroepen zich uitdrukkelijk op een nazi en op denkbeelden uit de nazi-geschiedenis.

Bart Jan Spruyt, die Wilders in het zadel heeft geholpen en die het eerste PVV programma samen met Wilders heeft geschreven en ook PVV-kaderleden heeft getraind, is een grote en uitdrukkelijke fan van de nazi Carl Schmitt, die hij uitgebreid als zijn politiek voorbeeld bespreekt.

Spruyt maakte in zijn publicaties, o.a. in het boek De toekomst van de stad (2004) de Schmittiaanse filosofie van een absoluut onderscheid van vriend en vijand tot de zijne.  Het is hier wel even van belang te weten dat Carl Schmitt een antisemiet en nationaal-socialist was en met “de vijand” “de jood” bedoelde, zoals Raphael Gross overtuigend aantoont.[1]

Ook de Wilders-fan  Jerker Spits noemt Carl Schmitt als een groot voorbeeld. Schmitts nazi-verleden is voor Spits geen reden om het gedachtegoed van Schmitt te mijden:

” Wie Schmitt in het nazistische klimaat van de jaren dertig opsluit, gaat voorbij aan de zeggingskracht van zijn politieke filosofie voor onze tijd. […] De vrijheid van het denken mag niet ten prooi vallen aan politieke correctheid.” (Trouw, 14-4-2005)

 

Jan Greven: “Schmitts aantrekkingskracht is dat hij denkt in heldere tegenstellingen: goed/kwaad; mooi/lelijk. Met in de politiek de meest absolute tegenstelling. Die tussen vriend en vijand. Tegenover de vijand past slechts onverzoenlijkheid. Je hoeft hem persoonlijk niet te haten om hem toch te liquideren. […] Schmitts tegenstellingen zijn helder, maar hij voert je op paden waar je niet hoort te zijn. “ (Trouw, 29-3-2005)

 

Dick Pels over Schmitt:

“Schmitts definitie [van de vijand] legitimeert […] een autoritaire, zo niet totalitaire opvatting van de politieke werkelijkheid, waarin geen enkele ambiguïteit wordt getolereerd en geen ruimte bestaat voor andersoortige onderscheidingen.”[2] Volgens Pels valt bij Schmitt politiek op apocalyptische wijze samen met de oorlog.

 

Rob Hartmans:

“Tijdens de republiek van Weimar werd Schmitt beschouwd als vertegenwoordiger van de zogenaamde konservative Revolution, een amalgaam van ultranationalistische denkers, partijtjes en groeperingen die zich verzetten tegen de burgerlijke maatschappij en de parlementaire democratie. Schmitt zag niets in een romantisch conservatisme, dat verlangde naar een samenleving die een organische, door oeroude instituties en tradities gevormde eenheid was. Een dergelijke samenleving had nooit bestaan, en alle traditionele instituties waren door de wereldoorlog en de revolutie weggevaagd. Evenmin wilde hij iets weten van het normatieve staatsrecht dat werd uitgedragen door neokantiaanse juristen. In tegenstelling tot de Oostenrijkse staatsrechtsgeleerde Hans Kelsen, die als jood in zijn ogen toch al verdacht was, ontkende Schmitt dat er een bepaalde norm ten grondslag lag aan de rechtsorde. Hoe het recht eruitziet is een kwestie van een op macht gebaseerde beslissing. Schmitt citeerde in dit verband graag Hobbes: «Gezag, niet de waarheid, maakt de wetten.» In dit «decisionisme» stond de uitzonderingstoestand centraal. Normen waren volgens Schmitt alleen van toepassing op normale omstandigheden. Waar het op aan kwam, was de vraag wie in uitzonderlijke omstandigheden de beslissingen kon nemen. Vandaar ook zijn opvatting dat degene die de noodtoestand kan afkondigen, beschikt over de soevereiniteit.

Ook na Schmitts dood, in 1985, leven zijn denkbeelden voort in allerlei bewegingen in Europa en Amerika die tot Nieuw Rechts worden gerekend.

In hun strijd tegen de liberale, pluriforme democratie kunnen zowel extreem-links als extreem-rechts een heel arsenaal aan wapens vinden in de geschriften van Carl Schmitt, die de Verlichting haatte als de pest en die droomde van een autoritaire, homogene staat, waarin geen ruimte is voor verwarrende experimenten die de stabiliteit kunnen ondermijnen.”[3]

 

Carl Schmitt oefent een grote aantrekkingskracht uit op veel hedendaagse intellectuelen. Rob Hartmans:

“Schmitts werk munt uit door scherpe formuleringen en glasheldere begrippen. Sommigen noemen hem een Begriffsmagier, een goochelaar met definities. […] Met zijn fraaie begrippen, glasheldere analyses en adembenemende abstracties mag Schmitt als politiek theoreticus en rechtsgeleerde dan zeer belangrijk zijn geweest, in de praktijk sloeg hij de plank op een zeer pijnlijke wijze mis. Want als iets opvalt in het werk van Schmitt, dan is het dat het altijd om grootse begrippen en abstracties gaat: staat, natie, uitzonderingstoestand, Großraum, vriend-vijand, de politiek etcetera.”[4]

 

Maar de kritiek op Carl Schmitt moet zich niet allen richten tegen diens antiliberale opvattingen. Schmitt was een actieve nazi en antisemiet.

De Leidse hoogleraar mensenrechten Thomas Mertens over de “kroonjurist van de nazi’s” Carl Schmitt:

“Schmitt gaf onder de titel ‘Der Führer schützt das Recht’ zijn juridische fiat aan Hitlers moordpartijen bij zogenaamde Röhm-putsch van 1934. Deze van staatswege georganiseerde moorden troffen niet alleen de top van de S.A. maar ook diverse andere tegenstanders van het regime zoals Schmitts vorige patroon Von Schleicher; Schmitt was een van de voormannen van de door de nazi’s  het leven geroepen ‘Akademie für Deutsches Recht’. “[5]

“[…; in 1936 riep ] [Schmitt]  op tot een zuivering van de bibliotheken van joodse invloeden; hij deed zijn best Hitlers ‘Grossraumgedachte’ te legitimeren […] Schmitts denken maakt duidelijk dat de Westerse cultuur niet bestaat en dat intellectuelen als Schmitt medeverantwoordelijk zijn voor wat er op deze aarde vreselijk fout kan gaan.”[6]

 

Schmitt was een van de belangrijke denkers van de Duitse “conservatieve revolutie”. Het is moeilijk een harde lijn te trekken tussen de denkers van de conservatieve revolutie en de nazi’s. Een gemeenschappelijke noemer is het anti-liberalisme en het gelijk zetten van joods=liberaal=decadent. Een andere gemeenschappelijke noemer is het nationalisme, dat in ieder geval bij Schmitt kan worden vastgesteld. “Bei Schmitt war die Nation […] eine nicht mehr überbietbare Größe […] ein existentielles Phänomen, das durch Freund-Feind-Bestimmung und damit in letzter Instanz durch den kollektiven Kampf eines Volkes auf Leben und Tod definiert war.“[7] Carl Schmitts nationalisme was racistisch, al was hij daarin niet zo extreem als andere nazi’s.[8] Zeker zijn er verschillen tussen de “echte” nazi’s en de conservatief revolutionairen. Bijvoorbeeld wilden de conservatieven een sterke staat. Hitler was anarchistisch, de staat was ondergeschikt aan zijn impulsen, en dit element past niet bij het conservatisme. Ook de holocaust als zodanig is geen idee of initiatief van de conservatieven geweest.

 

Meer over Schmitt hier of zoek op tag “Carl Schmitt” hier op mijn blog.

Meer over de geschiedenis van het nationaalsocialisme

 


[1] Raphael Gross, Carl Schmitt und die Juden, Suhrkamp, 2005.

[2] Een zwak voor Nederland, p. 228.

[3] Een gevaarlijke geest, De Groene Amsterdammer, 7-2-2004.

[4] De grote woorden van Carl Schmitt, In : Varwel dan, p. 129, ook De Groene, 1-5-1996.

[5] Fiat aan Hitlers moordpartijen, Filosofie Magazine 02-2002.

[6] NRC 23-11-2001, boeken.

[7] Stefan Breuer, Anatomie der konservativen Revolution, p. 184.

[8] Anatomie der konservativen Revolution, p.191.

Volle maan: het oranje maangezicht

13 comments

Volle maan: het oranje maangezicht

Christiaan Huygens schrijft in zijn tekst “Cosmotheoros” veel over de maan, en hij verwijst instemmend naar de schrift van Plutarchus over het maangezicht “De facie in orbe Lunae”.

orange maan volle maan Plutarchus Christiaan Huygens

maangezicht Plutarchus

Oranje volle maan boven Leiden 18-4-2011

Plutarchus maangezicht Mondgesichtchristiaan Huygens

Plutarchus maangezicht/Mondgesicht Christiaan Huygens Cosmotheoros

Het maangezicht – zie je het?


Plutarchus’ schriftje over de volle man is in het Engels op internet te lezen.

Plutarchus zelf verwijst wederom naar andere denkers, die  voor hem die over de maan hadden gefilosofeerd, en hij komt met een mooi gedicht, toegeschreven aan Hegesianax. Ik citeer het hier in het Engels (vertalen van poëzie is een vak dat ik helaas niet beheers):


“With fire she shines all round, but in the midst
More blue than black appears a maiden’s face
And moisten’d cheeks, that blush to meet the gaze.”

 

In het Duits klinkt het zo:

 

“Herrlich glänzt der Mond

Von feurigen Strahlen um geben

Aber ein Frauenaug erscheint in der Mitte der Scheibe

Blauer als Saphir, und eine Stirn, mit lieblicher Röte

Prangend….“

 

En laten we het even in het Nederlands proberen:


“Prachtig straalt de maan.

Omgeven door vurige stralen

kijkt een gezicht met blauwe ogen

en blozende wangen

ons aan.”

 

Plutarchus bespreekt uitvoerig de oppervlakte van de maan, die ons als menselijk gelaat kan voor komen. Overigens is het erg mooi in het Engels, dat het woord voor oppervlakte [van de maan] en het woord voor“gezicht” samenhangt als surface/face.

Zie ook mijn blog over de vrouw in de maan, en Shakespeare’s Midzomernachtsdroom

 

www.passagenproject.com

 

www.passagenproject.com

 

Vrouw in kimono bij Vincent van Gogh, Georg Breitner, Claude Monet

15 comments

 Toen Japan in 1854 zijn grenzen openstelde geraakte de Westerse kunstwereld in de ban van de Japanse kunst.

Japan toonde zijn nagenoeg onbekende kunst op de Wereldtentoonstelling van 1862 in Londen en 1867 in Parijs. Japanse kunst en gebruiksvoorwerpen, zoals kimono’s, waaiers, gelakte voorwerpen en kamerschermen werden een rage.
De gestileerde motieven in de grafische kunst van kunstenaars als beïnvloedde de stijl van veel Westerse kunstenaars, zoals Vincent van Gogh.

Hier de Courtisane in kimono van Vincent van Gogh (1887, Van Gogh Museum Amsterdam), die hij had overgenomen van een tentoonstellingsaffiche over Japanse kunst.

Courtisane in kimono van Vincent van Gogh

Courtisane in kimono van Vincent van Gogh

Vincent van Gogh portret portrait portraet 863px-Le_Pere_Tanguy

Vincent van Gogh portret portrait portraet Le_Pere_Tanguy japonisme.
Auguste Rodin, grote bewonderaar van Van Gogh, kocht dit portret.

Georg Hendrik Breitner, bevriend met Van Gogh, heeft in dezelfde tijdsperiode (1883-99) een aantal schilderijen gemaakt van meisjes in kimono’s.

Georg Hendrik Breitner heeft een aantal schilderijen gemaakt van meisjes in kimono (1883-99)

Georg Hendrik Breitner heeft een aantal schilderijen gemaakt van meisjes in kimono (1883-99)

Georg Breitner, Meisje in rode kimono

Georg Hendrik Breitner heeft een aantal schilderijen gemaakt van meisjes in kimono (1883-99)

Georg Hendrik Breitner heeft een aantal schilderijen gemaakt van meisjes in kimono (1883-99)

Georg Breitner, Meisje in kimono

In het Museum Boijmans in Rotterdam hangt een bijzonder schilderij van Breitner met een meisje in kimono dat een oorbel vastmaakt:

Georg Hendrik Breitner heeft een aantal schilderijen gemaakt van meisjes in kimono (1883-99)

Georg Hendrik Breitner heeft een aantal schilderijen gemaakt van meisjes in kimono (1883-99)

Breitner, Het oorringetje/ Voor de spiegel

Georg Hendrik Breitner heeft een aantal schilderijen gemaakt van meisjes in kimono (1883-99)

Georg Hendrik Breitner heeft een aantal schilderijen gemaakt van meisjes in kimono (1883-99)

Claude Monet, vrouw in kimono

Claude Monet, vrouw in kimono

Claude Monet, Madame Monet in rode kimono, 1876

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief