Wetenschap Kunst Politiek

Doodshoofd als zelfportret bij James Ensor en Vincent van Gogh

8 comments


In zijn atelier bewaarde James Ensor (zie de tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag) doodshoofden, maskers en hoofddeksels, die vanaf 1888 regelmatig in zijn werk voorkomen. In Ensors werk had de schedel een morbide, ironische en fantastische connotatie en komt vaak als zelfportret voor. De schedel is blijkbaar de “ik”-vorm van Ensors maskers: Ensors eigen lachend masker.

Mij bevalt het als de dood een deel van het leven is, en als de doden vrolijk meedoen in het leven. Magisch, fantastisch, menselijk.

 

Op 27 april 2011 schrijft Joost Zagerman in de Volkskrant uitgebreid over dit schilderij “Het schilderend geraamte”.

Uit zijn artikel:

“Achter het schildersezel staat, palet in de hand, een geraamte. De schilder mag dood zijn – maar gelukkig ziet ‘ie nog goed in het pak. En is hij omringd met kunst. Voor het schilderend geraamte op het doek is dat misschien een troost.

De Vlaamse kunstenaar James Ensor (1860-1949) maakte Het schilderend geraamte omstreeks 1895. Uit een foto blijkt dat Ensor zijn eigen atelier minutieus heeft nageschilderd. En om te onderstrepen dat dit toch echt de werkomgeving is van de schilder zelf, voegde hij er rondslingerende maskers aan toe, de maskers waar Ensor in later werk zijn handelsmerk van zou maken. “

“De kunstenaar achter zijn ezel: het is een beproefd genrestuk, en eeuwenlang diende het onder meer om de maatschappelijke positie van de schilder te onderstrepen.”

“Misschien wil Het schilderend geraamte ons het volgende meedelen: ik, de onbegrepen grootmeester uit Oostende, laat alle kleuren baden in het kleurrijkst denkbare licht. De dood is niet zwart- de dood is onder ons, in ons, en begoochelt ons met alle kleuren van de regenboog. Ik, Ensor, weet dit, maar u nog niet. Ik vertel het u, niet voor mijn plezier, maar omdat de waarheid gezegd, geschilderd moet worden. De dood, grimmig en geniepig, is grijs noch zwart maar schenkt ons met satanisch genoegen de meest uitbundige kleuren. Voor wie dit niet gelooft biedt mijn alter ego, het schilderend geraamte, inzicht in deze waarheid. Kijk naar wat het geraamte in zijn atelier heeft staan: de meest kleurige meesterwerken – de meest kleurige doodsaanzeggingen. “

Ook Vincent van Gogh heeft kort daarvoor een soortgelijk zelfportret gemaakt:

Vincent van Gogh, Schedel met brandende sigaret, 1885



De schedel van Van Gogh houdt het midden tussen (zelf)portret en stilleven.

Zwagerman:

“Theo van Gogh – en ik heb het hier nu niet over Vincents broer, maar over de vermoorde filmer uit onze eigen tijd – heeft zich in een interview eens laten ontvallen dat hij zich vaak betrapte op de gedachte dat het een groot misverstand is te denken dat wij hier op aarde in leven zijn. We zijn allemaal zo dood als een pier, alleen is er niemand die ons dit vertelt. Doodgaan betekent niet dat je je levensadem uitblaast en naar het dodenrijk verhuist, nee, het is de finale bekrachtiging van onze zijnstoestand, met als enige uiterlijke verandering het vergaan van het vlees op onze botten. Ons kloppend hart en onze polsslag geven het ritme aan waarmee ons geraamte zal uitbotten. Zoiets. “

 

De schedel is klassiek in de kunst als Memento Mori.

Hier een afbeelding van de Heilige Hieronymus. Ik kies een schilderij van Albrecht Dürer, omdat ik nu met Dürer bezig ben in verband met de Lucas van Leyden tentoonstelling in de Leidse Lakenhal (blog volgt).

Tags: , , , ,

8 Responses to “Doodshoofd als zelfportret bij James Ensor en Vincent van Gogh”

  1. Blewbird schreef:

    Als je alles weghaalt, blijft de schedel over. Mooi!

  2. 'joost sr schreef:

    De schedel is voor mij niet meer (maar ook niet minder) dan het schrikaanjagende plaatje op ons “cigarettenpakje” met de befaamde obligate woorden (die maar moeilijk tot ons door willen dringen),dat “alle mensen sterfelijk zijn”. Als theoloog denk ik dan nu al lang niet meer aan een dan ontsnappende ziel of een eeuwig leven na de dood. Theologisch kan ik alleen nog “ontsnappen” aan onze niet weg te praten sterfelijkheid door me God voor te stellen (dat is dat spel-en-kunst-denken!)als een verliefde joodse jongen, die “ons in de palm van zijn hand heeft geschreven” en ons, wat mensen uiteindelijk altijd wel doen, niet vergeet en ons blijft “onthouden” zoals we waren…en dus niet als schedel. Wat die werkelijkheid concreet anders inhoudt dan meegenomen worden in de toekomst, weet ik niet. Het enige wat ik wel weet is, dat ik liever niet als rotzak herinnerd wil worden. En dat weet ik weer uit ervaring!

  3. Maria Trepp schreef:

    @Joost, ik haal er eentje weg. Ik heb zelf ook opgemerkt dat de reacties soms pas met vertraging worden geplaatst ( de mijne ook!)

    De schedel is wel degelijk een belangrijk “Memento mori”, en net zoals Blew zegt: DE KERN.
    We zijn lichamen in eerste instantie. Maar sommigen zijn meer en worden herinnerd ook al is hun lichaam al lang tot stof geworden.

  4. 'joost sr schreef:

    Gek, Maria, het komt niet eens bij me op om me mijn vrouw te herinneren als skelet/schedel.. zelfs als ze dat na al die jaren nog zou zijn. Sta eerlijk gezegd bij haar graf te “griezelen” en zelfs daar zie ik haar dan op haar typische manier haar lippen optrekken!
    Ik herinner me haar zoals ze was, zelfs, zoals ze op haar beste momenten was. Ik merk dat dat -wat ik ze eigenlijk niet gun- steeds ook steeds moeizamer gaat. En wie hebben we allemaal al niet vergeten!
    Ik gun het met mijn geloof in God iedereen -hoe hij het er met zijn/haar mogelijkheden ook vanaf heeft gebracht( want zijn we daarom meer of minder?)- voor altijd “herinnerd blijft” met die intense liefde die ik Hem gelovig toeschrijf. Wat dat dan ook precies betekenen mag. Met onze liefde kunnen we er een beetje naar raden.

  5. Ramirezi schreef:

    Als biologie docent kijk ik weer wat anders tegen skeletten aan – ik geef ze een naam, die de leerlingen grappig genoeg jaren later nog steeds weten…

  6. Maria Trepp schreef:

    @Ramirezi, wat leuk…

    ik zie nu pas jouw commentaar, en ik had al een antwoord klaar voor Joost, die luidt:

    “@Joost, de schedel is klassiek in de religieuze kunst, vooral in afbeeldingen van de heilige Hieronymus, ik zet deze nog als plaatje op het blog.
    Maar je hebt gelijk een geliefde herinnert men zich niet als schedel… de schedel is toch meer abstract: de dood aan zich.

    Jij haalt dus de abstractie weg door een naam te geven!
    Toevallig werk iik net aan een blog over namen en naam geven, verschijnt binnen een uur.

  7. 'joost sr schreef:

    Dat was met name klassiek en makkelijk omdat men zich
    nog een ziel buiten een lichaam kon denken. Memento mori..kijk naar het skelet (ën bedenk dat jij -als ziel- lekker ontsnapt bent aan die knekels). Ook de “opstanding van het lichaam” werd als spookachtig doorschijnend lichaam weergegeven of Paulijns “als ïets totaal nieuws wat uit zaad tevoorschijn komt” en het zaad verdwijnt. En daar zitten we dan: moderne theologen, die geest en lichaam niet meer los van elkaar kunnen denken en beseffen dat wij ook niet meer dan sterfelijk zijn. Mijn “ontsnappingsdenkpoging” zit in dat boven vermelde “herinnerd worden” met “naam-in-de-palm-van-hand” en echt zoals we waren!!

  8. Maria Trepp schreef:

    “ziel en lichaam” – het thema blijft interessant. Ik had nog beloofd om met en Descartes/Leibniz blog terug te komen, daar krijgen we ook het thema “ziel en lichaam” (hopelijk morgen een blog hierover!) .

    Herinnerd worden, ja dat IS een bepaalde ontsnapping aan de dood.
    Nog beter is het als men voortleeft in mensen door hun blijvend te inspireren.

Leave a Reply



Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief