Het fantastische werk van Ensor (nu tentoongesteld in Den Haag) herinnert in sommige aspecten aan Jeroen Bosch.
Net als Bosch heeft Ensor de val der opstandige engelen geschilderd.

Jeroen Bosch, Val van de opstandige engelen
Jeroen Bosch maakt een overgang van engel naar duivel door de vallende engelen tot insectenmensen te transformeren.

Jeroen Bosch, Gevallen engel/insectenmens

Jeroen Bosch, Insectenmens
In Ensors val van de engelen zijn engelen noch duivels te onderscheiden; het schilderij is een Turneriaanse licht-vuurzee.

James Ensor, Val der opstandige engelen
Maar in een vrolijk zelfportret heet Ensor zichzelf als
insectenmens weergegeven.

De informatie van het museum bij deze prent luidt:
“In de prent “Zonderlinge insecten” refereert Ensor aan een passage uit “Die Launen der Verliebten” van Henrich Heine, waarin een kever verliefd is op een vlieg. De libel links, met de kop van Mariette Rousseau kijkt in de richting van een kever met de kop van Ensor, die verlegen voor zich uit blikt.”
|
Die Launen der Verliebten
Heinrich Heine
Mich lockt
nicht Gold, Rubin und Smaragd;
Ich weiß, daß Reichtum nicht glücklich macht.
Nach Idealen
schwärmt mein Sinn,
Weil ich eine stolze Fliege bin. –
Der Käfer
flog fort mit großem Grämen;
Die Fliege ging ein Bad zu nehmen.
Wo ist denn
meine Magd, die Biene,
Daß sie beim Waschen mich bediene;
Daß sie mir streichle
die feine Haut,
Denn ich bin eines Käfers Braut.
Wahrhaftig,
ich mach eine große Partie;
Viel schöneren Käfer gab es nie.
Sein Rücken
ist eine wahre Pracht;
Da flammt der Rubin, da glänzt der Smaragd.
Sein Bauch
ist gülden, hat noble Züge;
Vor Neid wird bersten gar manche Schmeißfliege.
Spute dich,
Bienchen, und frisier mich,
Und schnüre die Taille und parfümier mich;
Reib mich
mit Rosenessenzen, und gieße
Lavendelöl auf meine Füße,
Damit ich
gar nicht stinken tu,
Wenn ich in des Bräutgams Armen ruh.
Schon
flirren heran die blauen Libellen,
Und huldigen mir als Ehrenmamsellen.
Sie winden
mir in den Jungfernkranz
Die weiße Blüte der Pomeranz.
Viel
Musikanten sind eingeladen,
Auch Sängerinnen, vornehme Zikaden.
Rohrdommel
und Horniß, Bremse und Hummel,
Die sollen trompeten und schlagen die Trummel;
Sie sollen
aufspielen zum Hochzeitfest –
Schon kommen die bunt beflügelten Gäst,
Schon kommt
die Familie, geputzt und munter;
Gemeine Insekten sind viele darunter.
Heuschrecken
und Wespen, Muhmen und Basen,
Sie kommen heran – Die Trompeten blasen.
Der Pastor
Maulwurf im schwarzen Ornat,
Da kommt er gleichfalls – es ist schon spat.
Die Glocken
läuten, bim-bam, bim-bam –
Wo bleibt mein liebster Bräutigam? – –
Bim-bam,
bim-bam, klingt Glockengeläute,
Der Bräutgam aber flog fort ins Weite.
Die Glocken
läuten, bim-bam, bim-bam –
Wo bleibt mein liebster Bräutigam?
Der
Bräutigam hat unterdessen
Auf einem fernen Misthaufen gesessen.
Dort blieb
er sitzen sieben Jahr,
Bis daß die Braut verfaulet war. |
Voor literaire voorbeelden van insecten met menselijk gedrag uit de tijdsperiode van Ensor zie ook (voor een vrolijke variante) Lewis Carroll, Alice in Spiegelland, hoofdstuk “Looking-Glass Insects”; en voor de klassieke nachtmerrie over een menselijk insect zie Kafka’s Gedaanteverwisseling.
Ook Voltaire schrijft uitgebreid over de mensen als insecten in zijn sciencefiction Micromégas.
Het hele sciencefiction genre zijn is in feite vol van insectoiden:
Insectoid aliens are commonly found in science fiction, being featured in classic sci-fi novels like Starship Troopers and Ender’s Game, as well as television shows such as Star Trek and Doctor Who. They also make an appearance in classic games such as Starflight, modern games like StarCraft and Warhammer 40,000 as well as the Star Wars universe. Examples of insectoid aliens in sci-fi anime are the “Uchuu Kaijuu” (“Space Monsters”) from Gunbuster and the “Vajra” from Macross Frontier. (wikipedia)
Maria Trepp
Ina Dijstelberge heeft vandaag een wondermooi blog met hertje en stilte.
Hier als aanvulling op Inas blog de episode tussen Alice en het hertje uit “Alice in Spiegelland”.
“Hoe noem jij jezelf?” zei het Hertje tenslotte.
Hij had zo’n lieve stem!
“Ik wou dat ik het wist”, dacht de arme Alice. Ze antwoordde bedroefd:
“Nou, niks.”
“Denk nog eens na”, zei het Hertje,”want dit kan zo niet.”

Pat Andrea heeft de ontmoeting tussen Hertje en Alice erg goed weergegeven, als versmelten tussen mens en beest: zonder taal kan men versmelten met de natuur.
De hele episode in het Engels:
“Alice reached the wood: it lookedvery cool and shady. ‘Well, at any rate it’s a great comfort,’ shesaid as she stepped under the trees, ‘after being so hot, to get into the–into WHAT?’ she went on, rather surprised at not being able to think of the word. ‘I mean to get under the–under the–under THIS, you
know!’ putting her hand on the trunk of the tree. ‘What DOES it call itself, I wonder? I do believe it’s got no name–why, to be sure it hasn’t!’
She stood silent for a minute, thinking: then she suddenly began again.
‘Then it really HAS happened, after all! And now, who am I? I WILLremember, if I can! I’m determined to do it!’ But being determined didn’t help much, and all she could say, after a great deal of puzzling, was, ‘L, I KNOW it begins with L!’
Just then a Fawn came wandering by: it looked at Alice with its large gentle eyes, but didn’t seem at all frightened. ‘Here then! Here then!’ Alice said, as she held out her hand and tried to stroke it; but it only started back a little, and then stood looking at her again.
‘What do you call yourself?’ the Fawn said at last. Such a soft sweet voice it had!
‘I wish I knew!’ thought poor Alice. She answered, rather sadly, ‘Nothing, just now.’
‘Think again,’ it said: ‘that won’t do.’
Alice thought, but nothing came of it. ‘Please, would you tell me what YOU call yourself?’ she said timidly. ‘I think that might help a little.’
‘I’ll tell you, if you’ll move a little further on,’ the Fawn said. ‘I
can’t remember here.’
So they walked on together though the wood, Alice with her arms clasped lovingly round the soft neck of the Fawn, till they came out into another open field, and here the Fawn gave a sudden bound into the air, and shook itself free from Alice’s arms. ‘I’m a Fawn!’ it cried out in a voice of delight, ‘and, dear me! you’re a human child!’ A sudden look of alarm came into its beautiful brown eyes, and in another moment it had darted away at full speed.
Alice stood looking after it, almost ready to cry with vexation at having lost her dear little fellow-traveller so suddenly. ‘However, I know my name now.’ she said, ‘that’s SOME comfort. Alice–Alice–I won’t forget it again.”

Klassieke afbeelding van Tenniel.
Hier mijn eerdere Lewis Carroll/Pat Andrea-blogs

In zijn atelier bewaarde James Ensor (zie de tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag) doodshoofden, maskers en hoofddeksels, die vanaf 1888 regelmatig in zijn werk voorkomen. In Ensors werk had de schedel een morbide, ironische en fantastische connotatie en komt vaak als zelfportret voor. De schedel is blijkbaar de “ik”-vorm van Ensors maskers: Ensors eigen lachend masker.

Mij bevalt het als de dood een deel van het leven is, en als de doden vrolijk meedoen in het leven. Magisch, fantastisch, menselijk.
Op 27 april 2011 schrijft Joost Zagerman in de Volkskrant uitgebreid over dit schilderij “Het schilderend geraamte”.
Uit zijn artikel:
“Achter het schildersezel staat, palet in de hand, een geraamte. De schilder mag dood zijn – maar gelukkig ziet ‘ie nog goed in het pak. En is hij omringd met kunst. Voor het schilderend geraamte op het doek is dat misschien een troost.
De Vlaamse kunstenaar James Ensor (1860-1949) maakte Het schilderend geraamte omstreeks 1895. Uit een foto blijkt dat Ensor zijn eigen atelier minutieus heeft nageschilderd. En om te onderstrepen dat dit toch echt de werkomgeving is van de schilder zelf, voegde hij er rondslingerende maskers aan toe, de maskers waar Ensor in later werk zijn handelsmerk van zou maken. “
“De kunstenaar achter zijn ezel: het is een beproefd genrestuk, en eeuwenlang diende het onder meer om de maatschappelijke positie van de schilder te onderstrepen.”
“Misschien wil Het schilderend geraamte ons het volgende meedelen: ik, de onbegrepen grootmeester uit Oostende, laat alle kleuren baden in het kleurrijkst denkbare licht. De dood is niet zwart- de dood is onder ons, in ons, en begoochelt ons met alle kleuren van de regenboog. Ik, Ensor, weet dit, maar u nog niet. Ik vertel het u, niet voor mijn plezier, maar omdat de waarheid gezegd, geschilderd moet worden. De dood, grimmig en geniepig, is grijs noch zwart maar schenkt ons met satanisch genoegen de meest uitbundige kleuren. Voor wie dit niet gelooft biedt mijn alter ego, het schilderend geraamte, inzicht in deze waarheid. Kijk naar wat het geraamte in zijn atelier heeft staan: de meest kleurige meesterwerken – de meest kleurige doodsaanzeggingen. “
Ook Vincent van Gogh heeft kort daarvoor een soortgelijk zelfportret gemaakt:

Vincent van Gogh, Schedel met brandende sigaret, 1885
De schedel van Van Gogh houdt het midden tussen (zelf)portret en stilleven.
Zwagerman:
“Theo van Gogh – en ik heb het hier nu niet over Vincents broer, maar over de vermoorde filmer uit onze eigen tijd – heeft zich in een interview eens laten ontvallen dat hij zich vaak betrapte op de gedachte dat het een groot misverstand is te denken dat wij hier op aarde in leven zijn. We zijn allemaal zo dood als een pier, alleen is er niemand die ons dit vertelt. Doodgaan betekent niet dat je je levensadem uitblaast en naar het dodenrijk verhuist, nee, het is de finale bekrachtiging van onze zijnstoestand, met als enige uiterlijke verandering het vergaan van het vlees op onze botten. Ons kloppend hart en onze polsslag geven het ritme aan waarmee ons geraamte zal uitbotten. Zoiets. “
De schedel is klassiek in de kunst als Memento Mori.
Hier een afbeelding van de Heilige Hieronymus. Ik kies een schilderij van Albrecht Dürer, omdat ik nu met Dürer bezig ben in verband met de Lucas van Leyden tentoonstelling in de Leidse Lakenhal (blog volgt).


Ik ben erg blij over het nieuwe conceptwetsvoorstel van PH Donner over de partijfinanciering. Politieke partijen moeten duidelijk maken waar zij hun geld vandaan halen en moeten bij giften vanaf duizend euro bekendmaken wie de gever is. De giften en de donateurs moeten in de jaarverslagen worden opgenomen. Daarnaast komt er een openbaar register met alle giften boven de 4.500 euro.
De Raad van Europa en de Algemene Rekenkamer hebben er al vanaf 2008 bij het kabinet aangedrongen om maatregelen te nemen. De meeste andere Europese landen kennen regels voor partijgiften.
Het nieuwe wetsvoorstel is streng: in Duitsland moeten de giften pas vanaf 10.000 euro openbaar worden gemaakt.
De PvdA eist er zelfs dat er een verbod komt voor Nederlandse politieke partijen op het aannemen van giften uit het buitenland, met name omdat de PVV van Geert Wilders veel geld zou krijgen van financiers uit de Verenigde Staten of Israël. De conservatieve islamcriticus Daniel Pipes uit Philadelphia vertelde de NRC dat hij „een bedrag van zes cijfers” voor Wilders had opgehaald.
Volgens PvdA-Tweede Kamerlid Pierre Heijnen kennen verscheidene andere landen al een verbod op buitenlandse sponsoring (ik weet niet welke landen hij bedoelt).

Zie de tentoonstelling “Corot, Natur und Traum”

- Camille Corot Mondschein,
Vincent van Gogh had grote bewondering voor Corot, en sprak over een “Corot-stemming” die werd getypeerd door intimiteit en mysterieuze stilte.

Camille Corot Bacchanal Nimfen

Camille Corot knotwilgen landschap

Camille_Corot Storm

Camille Corot Nimfen
Zie ook de tentoonstelling .
De Uraeuscobra, het Uraeussymbool of afgekort uraeus is de symbolische cobraslang die op het voorhoofd van Egyptische godheden en farao’s prijkt. Het symbool betekent macht en heerschappij over vruchtbaarheid en welvaart van het land. (wikipedia)

Tutanchamun Tutankhamun Toetanchamon cobra
1

Tutanchamun Tutankhamun Toetanchamon Toetanchamon cobra
2

Tutanchamun Tutankhamun Toetanchamon Toetanchamon cobra
3

Tutanchamun Tutankhamun Toetanchamon Toetanchamon cobra
4

Vincent van Gogh, Bloeiende perzikbomen, 11 april 1888
Vincent van Gogh, Bloeiende perzikbomen, 11 april 1888
zie de briefen van Van Gogh 11 april, “Pink peach trees”


Vincent van Gogh, Amandelbloesem, 1890
Vincent van Gogh, Amandelbloesem, 1890

Vincent van Gogh, Perenboom in bloei
Vincent van Gogh, Perenboom in bloei
zie brief aan Emile Bernard, 12 april 1888
Vincent van Gogh bezat veel Japanse prenten die hem zeer inspireerden, onder meer van Hiroshige. Van Gogh maakte van twee prenten van Hiroshige bijna exacte kopieën in olieverf.

Vincent van Gogh, De bloeiende pruimenboom naar Hiroshige (1887)
Vincent van Gogh, De bloeiende pruimenboom naar Hiroshige (1887)

Utagawa Hiroshige, De pruimenboomgaard bij Kameido, 1857
Van Gogh koos andere kleuren dan Hiroshige. Van Gogh voegde bovendien zelf de lettertekens toe, die hij uit een ander houtsnede over nam [!] .
Zie ook Louis van Tilborgh, Van Gogh en Japan.
Van Gogh was ook sterk beïnvloed door Millet (zie mijn blog hierover )

Millet lente
Maria Trepp
De huidige volle maan is bijzonder omdat de maan op 19 maart 2011 dichter bij de Aarde staat dan in 18 jaar.
Op internet werden aardbevingen en tsunami voorspeld… en tsja dat is er dus ook geweest, maar helaas niet op de 19e .
Luister naar Credence Clearwater Revival, Bad moon rising
“…Don’t go around tonight
Well, it’s bound to take your life
There is a bad moon on the rise”

Volle maan full moon Vollmond Leiden foto Maria Trepp
Bad moon Leiden

Volle maan full moon Vollmond Leiden foto Maria Trepp

Volle maan full moon Vollmond Leiden foto Maria Trepp

Volle maan full moon Vollmond Leiden foto Maria Trepp

Volle maan full moon Vollmond Leiden foto Maria Trepp
De planeet Mercurius wordt het komende jaar minutieus doorgelicht en opgemeten door de ruimtesonde Messenger.

Mercurius
In de 17e eeuw waren veel onderzoekers en filosofen van mening dat op de planeten intelligent leven existeert.
Christiaan Huygens neemt in zijn “Cosmotheoros“, zijn laatste tekst (1698), planeet voor planeet onder de loep en denkt na of en hoe intelligent leven op zo’n planeet eruit ziet.
Huygens ergert zich zeer aan de jezuiet Athanasius Kircher die de karakter van planeten schetst met de astrologisch-mythologische kennis in zijn hoofd:
“In Merkurius vond hy [Athanasius Kircher] ik wete niet wat voor een helderheid en levendigheid, waar uit den menschen in haar geboorte vernuft en schranderheid kan ingeboezemt werden.”
Huygens daarentegen gebruikt zijn astronomische kennis om tot gissingen over de aard van de Mercuriusbewoners te komen.
Op Mercurius moet het erg heet zijn, schrijft Huygens, omdat deze zich zo dicht bij de zon bevindt. Maar hij sluit niet uit de wezens op Mercurius aan die hitte zijn aangepast, en dus over ons op Aarde een beetje zo denken als wij over de Saturnus -bewoners: hoe koud en donker moet het daaaar voor hen niet zijn!
Huygens:
“…wy weten, dat Merkurius driemaal nader aan dat groote Gestarnte [de zon] komt als onze Aarde. Waar uit volgt, dat deszelfs ingezetenen de Zon ook driemaal grooter zien, ter zake van den Middellijn, en haar ligt en warmte negenmaal grooter voelen dan wy; zulks dat ze voor ons ondragelijk zou zijn, als welke drooge kruiden, hooy en stroo, zoo als die by ons groeijen, in brand zou steken. Maar ’t kan wel wezen, dat de dieren, die daar leven, zoo gesteld zijn, dat zy in die hitte een gewenschte gematigdheid voelen; en dat de kruiden van dien aart zijn, dat ze de kragt der Zonne veel meer konnen uitstaan. Ook zou ’t niet wonder zijn, dat de inboorlingen van Merkurius meinden dat wy van een onlijdelijke koude geknelt wierden, en weinig ligt hadden, om dat wy zoo veel te verder van de Zon af zijn; gelijk wy ons van de Saturnus-bewoners ligtelijk inbeelden. Daar ontbreekt wel geen reden van twijfelen, dewyl het leven afhangt van de warmte, die aan het lichaam en verstand kragt en wakkerheid geeft, of niet deze Merkurius-bewoners, van wegen de nabyheid van de Zon, geacht mogen werden ons in verstand te overtreffen?”

Dus zijn de Mercuriusbewoners soms slimmer dan de Saturnusbewoners? Nee, dat wil Huygens niet geloven:
“Dog dat ik die niet geloove, is daarom, om dat de volkeren, die de Warmste landen van onze Aarde bewonen, in Afrika en Brazijl, in wijsheid en schranderheid by de inwoners van gematigder landstreken niet konnen halen; ’t welk ook daar uit blijkt, om dat zy byna van alle wetenschappen en konsten onkundig zijn, en dat zelfs de genen, die aan de stranden wonen, maar een zeer kleine kennisse van de Scheepvaart hebben. Ik zoude ook den ingezetenen van Jupiter en Saturnus daarom geen lompe plompe verstanden, of een bevattelijkheid, minder dan de onze, toeschrijven, om dat zy zoo veel te verder van de Zon afleggen, nademaal beide die Klooten van zulk een voortreffelijke grootte zijn, en, met zoo groot een trawantschap verzeld, worden omgevoert.”
Immanuel Kant heeft een tekst over het Heelal geschreven (Allgemeine Naturgeschichte und Theorie des Himmels) , waar hij bewonderend op Huygens ingaat. Een satirisch aanhangsel bij deze tekst “Von den Bewohnern der Gestirne“ wordt door veel mensen serieus genomen, maar ik lees deze tekst als parodie op Huygens.
Kant draait hier Huygens’ argumentatie [=de afstand van de zon maakt voor de intelligentie niets uit] parodistisch om: hoe verder weg van de zon, hoe intelligenter de planetenbewoners. Kant komt tot de satirische conclusie, dat voor de domme Mercurianer een hottentot al een genie zoals Newon zou zijn, en de Saturnusbewoners Newton als een domme aap zouden beschouwen…
Buitenaards cultuurrelativisme. Met de impliciete verachting voor de Afrikanen bij Huygens en Kant moeten we maar leven.
Uitvoeriger over Kants Huygens-parodie: klik hier voor mijn Duitse tekst
zie ook
Meer over Christiaan Huygens
www.passagenproject.com
Christiaan Huygens schrijft in zijn laatste filosofische tekst “Cosmotheoros” veel over ons zonnestelsel, maar ook over onze aarde, de mens en de variatie van soorten van dieren en planten op aarde.
Huygens bestudeerde de hemel met zelfgemaakte telescopen en bestudeerde aardse details met zelfgemaakt microscopen, waar hij met grote verwondering de juist door anderen gemaakte ontdekking (Antonie van Leeuwenhoek) van zaadcellen en bacteriën kon na voltrekken.
Huygens dacht ook veel na over voortplanting.
Hij brengt daarbij een legende ter sprake waar ik nog nooit van had gehoord: boomganzen. Het blijkt dat tijdens de gehele middeleeuwen een discussie gaande was over een boom aan welke mosselen groeiden, waaruit dan eenden werden geboren
Er zou dus een overgang plaats vinden tussen de categorieën plant en dier.
Adriaen Coenen vertelt in het 16e eeuwse Visboeck van over zogenaamde boomganzen die uit mosselen afkomstig zouden zijn.

Christiaan Huygens gelooft er niet in dat dieren uit bomen kunnen ontstaan.
Van Fulps Valstar (zie commentaar hieronder) komt nog de tip dat ook Jacob van Maerlant over boomganzen heeft geschreven, zie link.
Hier de illustraties van Van Maerlant:


Huygens keert zich scherp tegen de argumenten van de zogenaamde “ Spontane generatie “, een school van denken die al is sinds Aristoteles herhaalt, dat levende wezens spontaan kunnen ontstaan uit levenloze materie.
Huygens verwerpt in Cosmotheoros niet alleen de boomganzen maar ook de populaire legende van spontane generatie van muizen en reptielen uit Nijlmodder:
“[…] By aldien men nu in de dieren andere geboortewegen wilde gaan verzinnen, gelijk als uit boomen, uit welker zeker soort men langen tijd gelooft heeft, dat in Brittanje Endvogels geboren werden; straks blijkt hoe verre dit afwijkt van de Reden, wegens het bijster groot onderscheid, dat tussen vlees en hout is. Of zoo wij wanen dat er dieren uit slijk voortkomen, gelijk vele van de Muizen in Egypten vertelt hebben, wie dog, die een weinig kennisse van de Natuur heeft, ziet niet, dat dit geheel buiten en tegen hare wetten is?[…] “
Nog bij Shakespeare en bij Huygens’ tijdgenoot Izaak Walton vindt men de gedachte, dat uit de modder in Egypte onder de werking van de zon reptielen voortkomen.
Shakespeare, Antonius en Cleopatra, 2,7 :
Lep. Your Serpent of Egypt, is bred now of your mud
by the operation of your Sun: so is your Crocodile.”
Deze tekst staat ook op mijn Duitse blog
Maria Trepp
.
Nouzad, slachtoffer van de gifgasaanval van Saddam Hoessein op Halabja in Noord-Irak, wil graag Frits Bolkestein ontmoeten. Hij wil hem vertellen over zijn leven, zijn lichaam laten zien. En hij wil graag van hem weten hoeveel Nederlandse bedrijven hebben verdiend aan de export van de dodelijke chemicaliën. Bolkestein was begin jaren tachtig staatssecretaris van Economische Zaken. Zijn ministerie was tegenstander van een exportverbod naar Irak van grondstoffen die gebruikt konden worden voor gifgassen.
Frits Bolkestein houdt zich aan de Universiteit Leiden bezig met onderzoek over de rol van de intellectuelen in de politiek. Bolkestein profileert zich als moralist en als hoeder van de Westerse beschaving. In dat verband is het interessant wat Marjolein Februari in haar Volkskrant- column van 6 mei 2006 vertelt over Bolkestein:
“In september 1980 valt Irak, onder leiding van Saddam Hussein, Iran binnen. De oorlog trekt veel Nederlandse bedrijven aan, op zoek naar opdrachten en handelscontracten. Ze mogen weliswaar geen militaire goederen aan Irak leveren, omdat Nederland neutraal wil blijven in de oorlog, maar met medeweten van de overheid worden wel chemicaliën verhandeld die gemakkelijk kunnen worden gebruikt als grondstof voor gifgassen.
Het VPRO-programma Argos reconstrueerde de gang van zaken rond die chemicaliën in zijn uitzendingen van eind april. Het sprak met deskundigen, met oud-ambassadeur Schorer, en het las interne stukken van het ministerie van Economische Zaken. Beluister je die reconstructie van Argos aandachtig, dan ga je inderdaad denken dat Nederland een officiële moraal volgt van nietsontziend egoïsme en dodelijk eigenbelang.
Zodra de Iranoorlog begin jaren tachtig losbrandt is het ministerie van Economische Zaken meteen enthousiast over de financiële mogelijkheden ervan. Het wil graag samenwerken met het olierijke Irak, en eind 1983 reist Frits Bolkestein dan ook af naar Bagdad om een overeenkomst te tekenen. Bolkestein is op dat moment als staatssecretaris van Economische Zaken verantwoordelijk voor de buitenlandse handel. Volgens een verslag verklaart Bolkestein tijdens de ontmoeting met Saddam Hussein en Iraakse ministers dat die ontmoeting plaatsvindt ‘in een setting van sympathie voor het door drie jaar oorlog beproefde Iraakse volk’.
Frits Bolkestein weet dan allang dat de door Nederland geleverde chemicaliën worden gebruikt voor de aanmaak van gifgassen – en dat die worden ingezet tegen het Iraanse volk. En niet alleen Bolkestein weet het. Zijn gehele ministerie weet het, ambassadeur Schorer heeft het althans in 1982 aan Den Haag gemeld. Men heeft er nota van genomen, maar dat het ‘met grote letters in de pers kwam, nou nee’, zegt Schorer nu, ‘men sliep er niet minder goed van’.
Jaren later, als Saddam Hussein Koeweit binnenvalt, zegt Bolkestein voor de Nederlandse televisie dat de ontmoeting in 1983 een ‘lugubere bijeenkomst’ met een ‘luguber regime’ is geweest: ‘Iedereen weet hoe ze de Koerden bestrijden met mosterdgas.’ Maar hij vertelt er niet bij dat hij die kennis in 1982 ook al bezat en dat hij niettemin voorstander bleef van handel in chemicaliën met het lugubere regime.
Pas eind 1984, als andere landen druk hebben uitgeoefend op Nederland om een aantal chemische stoffen vergunningsplichtig te maken, gaat het ministerie van Economische Zaken na langdurig protest overstag. Achteraf, in 2003, gevraagd naar de deal van Frits Bolkestein met Saddam Hussein, zegt partijgenoot Hans van Baalen: ‘Nederland wilde een graantje meepikken. Het is moreel niet goed te praten, maar het is wel te begrijpen.’ En Gerrit Zalm zegt: ‘Ik denk niet dat Frits er met plezier op terugkijkt.’ Daarmee is dan politiek gezien de kous af.”
Bolkestein heeft in de Volkskrant gereageerd op Februari´s artikel en heeft uitgelegd, dat hij niets heeft gedaan dat in strijd was met de wet. Maar daarmee de morele vraag niet beantwoord…
Reacties bij voorkeur op mijn nieuwe blog:
http://passagenproject.com/blog/2011/03/15/bolkestein-en-het-gifgas/
Zoals in mij blog van gisteren geschreven heeft de grote aardbeving van Lissabon in 1755 een schokgolf in de Europese filosofie en literatuur teweeg gebracht.
De meest bekende literair/filosofische reactie was die van Voltaire met zijn Candide, waar hij het optimisme van Leibniz en de zijnen scherp bekritiseert, die immers meenden dat wij in de beste van alle mogelijke werelden leven.


Leibniz
Leibniz en zijn navolgers worden door Voltaire in de figuur Pangloss geparodeerd:
“Pangloss gaf les in de metafysisch-theologische cosmolonnozelogie. Hij kon prachtig bewijzen dat er geen gevolg is zonder oorzaak”.
Omdat Christiaan Huygens in zijn laatste tekst Cosmotheoros een filosofische positie inneemt die dicht bij Leibniz staat kunnen wij Voltaires Leibniz-parodie ook goed als satire op Huygens lezen, des te meer omdat Voltaire Huygens goed kende (link zie hieronder).
“‘Het is bewezen: zei [Pangloss], ‘dat de dingen niet anders kunnen zijn dan ze zijn: want aangezien alles is gemaakt met een doel, is alles ook noodzakelijkerwijs gemaakt voor het beste doel. Let maar eens op: neuzen zijn gemaakt voor een bril, en daarom dragen we brillen. Benen zijn duidelijk bedoeld voor broekspijpen en daarom hebben we een broek aan. Stenen zijn er om gehouwen te worden en er kastelen van te maken, en daarom heeft Zijne Excellentie zo’n prachtig kasteel.”
Inderdaad is het een feit dat Huygens in zijn Cosmotheoros een irritant teleologisch denken aanhangt, precies in de door Voltaire geparodieerde vorm. Huygens is in zijn laatste tekst net als Leibniz een grote criticus van Descartes en diens atoomtheorie. Huygens schrijft dat levende wezens voor een doel gemaakt zijn:
“Eenig navolger van Demokrijt, of ook van Deskartes, mogt voorgeven, dat hy de dingen, die we op de Aarde, en in den Hemel beschouwen, zoo verre weet te verklaren, dat by niets anders dan ondeelbare deeltjes [Atoma], en haar beweging, daar toe nodig heeft; nogtans zal hy in de Kruiden en Dieren daar meê niet doorkomen, nogte van haren eersten opkomst iets waarschijnelijks bybrengen; nademaal het al te duidelijk blijkt, dat eenige zodanige dingen door een wilde en gevallige beweging van lichaamtjes [Vagus ac fortuitus corpusculorum motu] konden voortgebragt werden; als in welke men ziet dat alles treffelijk tot een zeker einde gepast en geschikt is, met de hoogste wijsheid, en uitgelezene kennisse van de wetten der natuur.”
Ook is Huygens afkomstig uit een voorname familie die met stadhouders en koning omging: net als Panloss bepaald geen revolutionair.
Op mijn vorige blog werd met irritatie gereageerd op de naam Leibniz, “Wat, Huygens luisterde naar Leibniz deze vreselijke domoor zoals wij sinds Voltaire weten???”
Zo simpel zit het alles niet, ook niet voor Voltaire.
Tenslotte is het beroemde boek van Voltaire een illustratie van het principe dat Leibniz en Huygens benoemden: rampen maken menselijke prestaties mogelijk en zichtbaar, in samenleving, literatuur en wetenschap…
Uitvoerig over Voltaire en Christiaan Huygens zie hier
Zie overigens ook mijn blogs over Voltaire en de islam:
http://passagenproject.com/blog/2007/09/08/het-beroep-op-voltaire/
http://passagenproject.com/blog/2007/03/16/paul-cliteur-voltaire-en-de-islam/
www.passagenproject.com

Tweehonderd jaar geleden werd Lissabon verstoord door een verschrikkelijke aardbeving en tsunami.
Dit gebeurtenis heeft toen veel filosofen van hun geloof in Leibniz laten afvallen, die had gesteld dat wij in de beste van alle mogelijke werelden leven.
Ik ben nu bezig met Leibniz, omdat hij bevriend was met Christiaan Huygens.
Leibniz had in Parijs wiskundeles bij Huygens genomen. Later hebben die twee een uitvoerige briefwisseling onderhouden.
Huygens volgt Leibniz in veel opzichten in zijn laatste, filosofisch schrift “Cosmotheoros”. Voor Huygens, net als voor Leibniz, is al het euvel alleen om het Goede des te sterker laten schitteren.
Huygens: “De natuur heeft alles zo gemaakt dat het Goede in vergelijking met het Slechte duidelijker wordt”.
Huygens is net als Leibniz en Spinoza (met wie Huygens ook in contact was) een theïst. God en natuur vallen samen. God is goed, en de natuur is ook goed. Kunst en wetenschap zijn het gevolg van het slechte in de wereld, en van de succesvolle pogingen van de mens die probeert de natuur te temmen en te overwinnen.
Heinrich von Kleist heeft in 1807 een mooie en filosofisch zeer complexe novelle geschreven, Das Erdbeben in Chili, (de Duitse tekst is hier te lezen), waar een liefdespaar dat hun verboden liefde eigenlijk met de dood had moeten betalen, door de aardbeving aan de doodstraf ontsnapt. De menselijke solidariteit na de beving wordt beschreven, en dan – in een onverhoesds tragische wending- ook de kwalijke religieuze menselijke gemeenschap die het liefdespaar alsnog lyncht, omdat zij met hun wandaad Gods toorn over de stad zouden hebben afgeroepen.
Maarten Keulemans meldt vandaag in de Volkskrant dat hij een wetenschappelijk tijdschrift zal beginnen, het Journal of Extraterrestrial Studies.
”Buitenaardse microben, virussen uit de ruimte, verdachte codeboodschappen in uw dna. Ook voor al uw ontkrachtingen van relativiteitstheorie en bewijzen voor koude kernfusie.”
Ik heb alvast een historische bijdrage voor zijn tijdschrift: “Christiaan Huygens over buitenaardse astronomen en musici”.
In zijn laatste tekst “Cosmotheoros” (1698, postuum) stelt Huygens dat de planeten bewoond zijn.

Met de hulp van analogie-”bewijzen” kan Huygens aantonen, dat de buitenaardse wezens astronomie en wiskunde bedrijven en ook musiceren en zich bezig houden met details van de muziektheorie, in mooie huizen wonen en zich ook moreel op ons niveau bevinden.

Alien ontbijt
Huygens werd door veel denkers en wetenschappers serieus genomen.
Ik lees Huygens’ teksten over buitenaardse wezens als een mooie satire, en als een parodie op Descartes. Huygens is net zo serieus als Keulemans.
Huygens was Cartesiaan en ging in veel van zijn onderzoeken uit van de theorieën van Descartes, maar eindigt in zijn laatste tekst met een scherpe kritiek op verschillende aspecten van het denken van Descartes. Een van de dingen die Huygens het meest afstoten aan Descartes is het feit dat Descartes zijn gissingen en ficties als waarheden verkocht. Naar mijn mening geeft Huygens aan zijn Descartes-kritiek een ironische vorm door het cartesiaanse denken (= verwarren van hypotheses en zekerheden) in de praktijk te brengen in zijn eigen argumentatie over buitenaardse wezens.

Alien Muziek
Later hebben Lessing en Immanuel Kant weer leuke parodieën op Huygens en zijn buitenaardsen en zijn analogie-“bewijzen” geschreven; wie hier meer over wil weten kan het nalezen in mijn Duitse tekst over Huygens.
In het Gemeentemuseum in Den Haag opent op zaterdag een grote tentoonstelling over Belgische expressionist James Ensor (1860-1949). Hier zijn ironisch zelfportret met bloemenhoed.

James Ensor zelfportret met hoed
En hier een keuze van zelfportretten van kunstenaars die zichzelf – soms met verschillende – hoofdbedekkingen hebben afgebeeld: Rembrandt, Van Gogh, Manet, Cezanne, Macke….

Rembrandt zelfportret met hoed
Rembrandt zelfportret

Vincent van gogh zelfportret met hoed
Vincent van Gogh, zelfportret

Manet zelfportret met hoed
Eduard Manet, zelfportret

Cezanne zelfportret met hoed
Cezanne zelfportret

August Macke zelfportret met hoed
August Macke zelfportret
…en hier nog Joseph Beuys:

Joseph Beuys zelfportret
zie hier een overzicht met de zelfportretten van Vincent van Gogh, met en zonder hoed
<!DOCTYPE HTML PUBLIC “-//W3C//DTD HTML 4.0 Transitional//EN”>
<html>
<head>
<title>Untitled</title>
</head>
<body>
<script>
window.location=” http://passagenproject.com/blog10/2013/03/07/wat-is-censuur-censuur-en-academische-vrijheid/”;
</script>
</body>
</html>
“’Vrijheid’ is een woord dat inhoudsloos is geworden” stelt Arnon Grunberg vandaag in zijn ‘Voetnoot’ in de Volkskrant.
In de politiek misschien, in het persoonlijk leven niet.
Vrijheid is voor mij vooral scheppend spel. Als ik speel ben ik gelukkig.

Met spelen bedoel ik geen computer – of gezelschapsspelletjes. Mijn spelletjes moeten open en experimenteel zijn, anders vind ik het saai. Ik maak mijn regels zelf (met andere woorden, mijn spelletjes zijn autonoom), en ik pas de regels bovendien al spelend aan.
Spelen is voor mij zeer vaak (maar niet altijd) verbonden met productiviteit: iets maken; teksten, foto’s, kleren, of performen en onderhouden: muziek, toneel enz.
Mijn bloggen is voor mij is het vooral een spel. Het is een spel, omdat ik tot niets verplicht ben, geen deadlines, geen van buiten opgelegde dwang wat thema’s en uitwerking betreft. Ook blijft het speels voor mij omdat ik weiger iedereen tot woord te staan.

Ik speel, dus ik ben -
VRIJ!
Toch is mijn spel serieus.
Het is serieus
omdat ik serieus word genomen
van sommigen
om
wie ik geef.
Ook is mijn spel serieus omdat ik in alles probeer aan te knopen aan thema’s en dingen die bij mij eerder langs kwamen, en/of die nu in de actualiteit zijn. Ik wil verbonden zijn in mijn eigen gedachten-universum en in dat van het actuele intellectuele discours.
Over de filosofie van het spel en de vrijheid kan men Johan Huizinga, Homo ludens lezen (gratis download hier),

Oleg Kulik, Homo ludens
….en anders heeft ook de Duitse dichter en denker Friedrich Schiller hier hoogst belangrijke dingen over geschreven in zijn “esthetische brieven”, zoals:
“…der Mensch spielt nur, wo er in voller Bedeutung des Worts Mensch ist, und er ist nur da ganz Mensch, wo er spielt” “De mens speelt alleen wanneer hij in de volle betekenis mens is, en hij is alleen helemaal mens wanneer hij speelt.”
Voor Schiller is spel vrijheid van dwang en een tegenstelling tot het op nut gerichte handelen. Een spel heeft zijn doel (overwegend) in zich zelf en niet buiten zichzelf. Het spel verbindt natuur en cultuur, en leidt op een hoger niveau tot kunst.
Schiller zei dat schoonheid de weg is die men moet bewandelen om bij de vrijheid te komen. Ja, schoonheid en spel.
Vertalen Duits Vertaalbureau Duits
.

….schrijft Rob Vreken vandaag in de Volkskrant. “De moslimvrouw verandert snel van een onwetende, analfabete broedmachine in een geletterde burger met een klein gezin. De Arabische lente helpt haar daarbij.”
Socioloog Abram de Swaan schreef hier een boeiend boekje over, De botsing der beschavingen en de strijd der geslachten. De Swaan zoekt de verklaring voor de botsing der beschavingen binnen en buiten het Westen helemaal niet in religie, maar vooral in de verhouding tussen de seksen.
Anders dan bijvoorbeeld Afshin Ellian, die het niet kan laten te herhalen, dat politieke en sociale oorzaken het moslimterrorisme NIET de oorzaak van het terrorisme zijn, schrijft De Swaan:
“Zo is veel in het programma van de islamisten herkenbaar als voor de hand liggende en ook heel wel invoelbare verontwaardiging over de olieregimes die aan de leiband van de VS lopen, die de eigen grondstoffen aan vreemden uitverkopen en de opbrengsten verkwisten aan hoererij en praalzucht.” (p.8)
In hun vrouwenhaat staan de islamisten niet alleen: “Katholieken, gereformeerden, orthodoxe joden, hindoes, herboren christenen en nog vele, vele andere sektes en afgoderijen sluiten de vrouwen evenzeer uit. […] Overal waar religie zich in rechtzinnigheid verheft, worden om te beginnen de vrouwen vernederd. ( p.10)
[…] “Uiteraard knoopt deze extreme vrouwvijandigheid [bij islamisten] aan bij heersende tradities in de Arabische wereld, of beter bij de gebruiken en opvattingen in vrijwel alle overwegend agrarische, preïndustriële samenlevingen.”(p.12)
Volgens De Swaan en de Arab Human Development Reports nemen meisjes steeds meer deel aan het onderwijs, en verwerven zo een sterke sociale positie. “Dat ondermijnt de ooit zo vanzelfsprekende superioriteit van mannen aan vrouwen. De machtsbalans verschuift ten gunste van vrouwen in het privé-leven en op de arbeidsmarkt, waar mannen op voet van gelijkwaardigheid moeten concurreren met vrouwen. Dit proces heeft zich in het Westen over een verloop van eeuwen geleidelijk voltrokken, en vindt sinds enkele decennia schoksgewijs plaats in veel andere delen van de wereld.
Deze veranderende sociale kansen van mannen en vrouwen dragen volgens De Swaan bij aan de huidige religieuze radicalisering van jongens en meisjes. Angst voor verlies van de mannelijke superioriteitswaan dus, gecultiveerd in de godsdienst.
Verder meent De Swaan: “De inheemse Nederlanders en de immigranten zijn elkaar niets méér verschuldigd dan de vereisten van beleefdheid. Mishandeling in het huwelijk moet dan ook met strafrecht en hulpverlening bestreden worden. De beleefdheid vergt dat mensen hun uitspraken matigen, zeker wanneer ze zich namens de ene volksgroep over de andere uitlaten en dus ‘en gros’ spreken. Juist spot en krenking door buitenstaanders maken het onmogelijk om de loyaliteit met de eigen mensen te verbreken. “(p.25)
Wie de moslima’s wil helpen in hun strijd voor vrijheden kan volgens mij beter niet met polariserende generalisaties aankomen, maar moet hen in hun eigen concrete politieke en sociale eisen ondersteunen.
Vertalen Duits Vertaalbureau Duits
.
Naar aanleiding van de melding vaan een spectaculaire spreeuwenshow in Utrecht, hier de mijne in Leiden:
Al een tijdje zie ik bij zonsondergang een reusachtige zwerm spreeuwen (filmpje) achter de Leidse Zijlpoort, over de rooms-katholieke begraafplaats.

Vogelwolken
voor de maan.
Vliegen
hier de zielen
van de doden
in de schemering?
Huiveringwekkend.

Ineens, om tien over half vijf zijn ze er, en ineens, om vijf uur gaan ze weer zitten in de bomen.

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits
.
Ik houd niet van narcissen… gele narcissen ….
Maar ik ben verliefd op de witte narcissen, met hun bedwelmende geur en hun eindeloze zelfreflectie….

en hier nog een bijzonder mooie waterverf van Maria Sibylla Merian (1670)

.
Thijs Berman en Emine Boskurt schrijven vandaag in de Volkskrant over de Arabische Revolutie, die leert dat de bevolkingen van Tunesië, Egypte, Lybië, Bahrein, Jemen en Oman geen sharia, maar vrijheid, sociale rechtvaardigheid en werkgelegenheid eisen.
De islamkritiek (=moslims zijn niet in staat tot vrijheid en democratie) is failliet.
Mijn blog “Moslims willen vrijheid” over het onderzoek van Dalia Mogahed werd twee jaar geleden weggehoond.
Ik herhaal het bij deze gelegenheid.
‘Wie spreekt namens de islam?’ is het resultaat van een groot onderzoek van Gallup in de periode 2001-2007 onder inwoners uit meer dan 35 landen met veel moslims.
Alles bij elkaar is de steekproef representatief voor meer dan 90 procent van de 1,3 miljard moslims. De meerderheid van de moslims wordt niet gehord, zo stellen Esposito/Mogahed. Opinieleidersverdienen veel geld met het verspreiden van negatieve en onjuiste opvattingen over de islam.
Wie spreekt namens de islam? gaat over de meerderheid wier stem niet gehoord wordt.
Wie denkt dat moslims geen vrijheid willen heeft het grondig mis.
Dalia Mogahed:
“[Het is een Westerse Mythe] : “Ze haten ons om onze vrijheid … “
“Hoe wij in het Westen denken over moslims en de islam is essentieel voor het maken en het slagen of mislukken van ons beleid en voor onze relaties met een groot deel van de moslimwereld. Veel mensen gingen er altijd van uit dat “ze ons haten vanwege onze democratie, vrijheden, cultuur, waarden, en ons succes/onze vooruitgang”. [p 132]
“Het Amerikaanse beleid dat is gericht op meer democratie in het Midden-Oosten stemt overeen met de gevoelens van een grote meerderheid van de respondenten die aangeven dat ze de politieke vrijheid in het Westen bewonderen en dat ze meer zelfbeschikking belangrijk vinden en nastreven.”
“Op de vraag wat men het meest bewondert van het Westen werden door zowel de politiek radicalen als de gematigden [onder de moslims] de volgende drie antwoorden het vaakst genoemd: (1) technologie; (2) de westerse waarden, hard werken, eigen verantwoordelijkheid, de rechtsstaat, samenwerking; en (3) rechtvaardig politiek systeem, democratie, respect voor mensenrechten, vrijheid van meningsuiting, gelijkheid tussen de seksen. “
[p 81]
“Ik bewonder hun vrijheid. Ze geven om mensenrechten.Er is democratie en gelijkheid. Hun technologie is hoog ontwikkeld.” – een Turkse respondent
Echte vrijheid, economische en wetenschappelijke ontwikkelingen, gelijkheid, rechtvaardigheid.”- een Iraniër
“De vrijheid en mogelijkheden en tolerantie ten opzichte van elkaar.” – een Marokkaan.
Mogahed gaat ook uitvoerig in op de kwestie van de Mohammed–cartoons, en benadrukt dat het beeld dat het hierbij om een cultuuroorlog van het Westen tegen de islamitische landen grondverkeerd is.
“Reageerden moslims zo heftig omdat ze de vrijheid van meningsuiting niet begrepen of daar niet achter stonden? De onderzoeksgegevens van Gallup, waaruit blijkt dat moslims de vrijheid en vrijheid van meningsuiting van het Westen bewonderen, laten iets anders zien. In de kern gaat deze zogenoemde botsing, of “cultuuroorlog”, niet over democratie en de vrijheid van meningsuiting, maar over geloof, identiteit, respect (of het gebrek daaraan) en publieke vernedering. Zoals de Franse chassidische rabbijn Joseph Sirruk ten tijde van de cartoonrellen tegen Associated Press zei: “Religies door het slijk halen, belachelijk maken en er een karikatuur van maken, leidt tot niets. Het getuigt van gebrek aan eerlijkheid en respect.”
Veel Britse en Franse burgers zijn het daarmee eens. Uit representatief onderzoek van Gallup in beide landen blijkt dat een meerderheid van de Britten (57%) en een grote hoeveelheid Fransen (45%) vindt dat het afdrukken van een beeld van de Profeet Mohammed niet moet zijn toegestaan onder de vlag van de vrijheid van meningsuiting, terwijl respectievelijk 35% en 40% zegt dat het wél toegestaan moet zijn. De Britten en Fransen waren nog uitgesprokener in hun afkeer van andere uitingen die mogelijk onder de vrijheid van meningsuiting vallen: meer dan 75% van beide bevolkingsgroepen vindt dat een cartoon waarin grappen worden gemaakt over de Holocaust niet binnen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting hoort te vallen, en ongeveer 86% van de Britten en Fransen vindt dit ook over kranten die racistische laster afdrukken.
Het is duidelijk dat voor veel Europeanen de vrijheid van meningsuiting genuanceerd ligt en afhankelijk is van de context; het is niet zo zwart-wit.
En toch werd de cartoonkwestie voorgesteld als een conflict tussen het absolute recht van de vrijheid van meningsuiting in het liberale Westen versus de gewelddadige intolerantie in de moslimwereld. Door die voorstelling van zaken konden niet-representatieve groepen aan beide kanten het debat monopoliseren, en de mensen met een gematigde opvatting die pleitten voor betere onderlinge relaties en meer begrip tussen moslims en westerse gemeenschappen raakten van de discussie vervreemd. Onbedoeld werden hierdoor religieuze extremisten en een aantal autocratische heersers die roepen dat de “westerse” democratie antireligieus en onverenigbaar met de islam is in de kaart gespeeld, en xenofobe en islamofobe deskundigen kregen de kans om hetzelfde te beweren.
De moslims die meededen aan rellen [waren] niet kwaad omdat ze de waarde van de vrijheid van meningsuiting niet begrepen. Het ging er veel meer om wie dit principe oplegde, op welke manier, aan wie – en met welke veronderstelde motieven.
Zo vertelde een Palestijnse demonstrant aan een verslaggever van Al-Jazeera dat de argumenten die Europa aanvoerde over de vrije meningsuiting blijk gaven van een dubbele standaard, omdat het in Duitsland wettelijk is verboden de Holocaust te ontkennen: “Het is oké om moslims maar niet om joden te beledigen.” Een andere blogger vroeg zich af waarom, als de vrijheid van individuele expressie zo wordt gekoesterd in Europa, dat dan niet gold voor meisjes in Frankrijk die zelf wilden bepalen wat ze droegen, bijvoorbeeld een hoofddoek op publieke scholen.“ [p 139]
“Moslims bewonderen de technologie en vrijheid in het Westen het meest, en associëren deze kwalificaties niet met Frankrijk, Japan of Duitsland, maar vooral met de Verenigde Staten. Dat men van het Westen in het algemeen, en de Verenigde Staten in het bijzonder, vindt dat er een “rechtvaardig rechtssysteem” is en dat “de eigen burgers veel vrijheden” hebben, en bovendien dat Amerika zichzelf presenteert als voorvechter van mensenrechten, is precies de reden waarom de Amerikaanse acties tegen moslims, zoals in Guantánamo, de Aboe Ghraib-gevangenis en andere mishandelingen, zo hypocriet worden gevonden. “ [p 154]
Zie ook het interview met Olivier Roy in de NRC van 3 maart, die stelt dat het Westen de recente ontwikkelingen in Tunesië, Egypte en Libië met een verouderde bril heeft bekeken: „Commentatoren gebruikten een dertig jaar oud model, gefundeerd op de Iraanse islamitische revolutie en gebaseerd op angst voor de islam.”
“Volgens Roy is de revolutie in Noord-Afrika een „postfundamentalistische revolte”. De motor is niet Al-Qaeda of Iran, maar een jonge generatie die niet ideologisch, maar praktisch is, en seculiere doelen nastreeft.”
“„Wat in Noord-Afrikaanse landen gebeurt, toont aan dat democratie en islam helemaal niet tegenovergesteld zijn en best kunnen samengaan. Deze nieuwe generatie van internetmoslims die de democratie steunen bestaat ook in Europa. Mijn boodschap is dat de ontwikkelingen in Egypte en Tunesië aantonen dat de moslims zich aan de democratische en seculiere maatschappij aan het aanpassen zijn.”
Zie ook het artikel over de Arabische lente van Grethe van Geffen en John Grin ook in de NRC van 3 maart, die terecht wijzen op WRR-rapport Dynamiek in islamitisch activisme dat een toenemend aantal islamitische filosofen, feministen en studentenbewegingen in landen als Algerije, Indonesië, Egypte, Tunesië en Marokko beschrift– bewegingen die democratische beginselen en mensenrechten centraal stelden.
Het rapport werd neergesabeld, op een stuitende manier, in de NRC door onder meer Afshin Ellian, die nu inmiddels God zij dank de NRC niet meer mag gebruiken voor zijn anti-islam hetze.
(naar aanleiding van het rapport en Ellians reactie toen heeft de NRC overigens een kritische lezersbrief van mij gepubliceerd)
Vertalen Duits Vertaalbureau Duits
.