Wetenschap Kunst Politiek

Tussen wetenschap en kunst: Anish Kapoor

11 comments

In het Haus der Kunst in München zag ik een fascinerende tentoonstelling met het werk van Anish Kapoor, een internationaal bekende kunstenaar die je hier en daar, maar niet vaak, in Nederland tegenkomt.

Het Haus der Kunst was ooit als “Haus der deutschen Kunst” een belangrijk monument voor Hitlers propanganda. München was tenslotte “Hauptstadt der Bewegung” . Hier werd door de nazi’s kunst getoond die de bloed-en -bodem-ideologie verspreidde, hier werd ook de moderne zogenoemde “Entartete Kunst” afkeurend tentoongesteld.

Kapoors monumentale installatie svayambh [Sansskrit;= door zichzelf gecreëerd]   is een reflectie van deze geschiedenis.

 Svayambh foto Maria Trepp

Anish Kapoor/ Svayambh foto Maria Trepp

Een reusachtig blok van 40 ton bloedrood was en vaseline rijdt langzaam ( ik schat een centimeter per seconde) door een lange grote hal. Bij het passeren van de deuren blijft bloedrood was aan de deuren kleven.


 Svayambh foto Maria Trepp

Anish Kapoor/ Svayambh foto Maria Trepp

Sculptuur en architectuur tegelijk, levende techniek, een monster en toch mooi. “Material somehow always leads to something immaterial” zegt Kapoor.


Anish Kapoor/ Svayambh foto Maria Trepp

Svayambh foto Maria Trepp

Het wasblok wordt soms door de medewerkers opnieuw opgebouwd, in overleg met de kunstenaar.


Ervaringen en geschiedenis blijven bekleven… of je het wilt of niet.

Anish Kapoor/ Svayambh foto Maria Trepp

Svayambh foto Maria Trepp

Aanrakingen veranderen zowel de aanrakende alsook het aangeraakte.
 

Wonderland, (zelf)-ervaring en ingenieuze spiegelconstructies, ook dat heeft de Kapoor -tentoonstelling te bieden met een groot aantal spiegels.

Anish Kapoor/ Spiegel foto Maria Trepp

Kapoor/ Spiegel foto Maria Trepp


Duitsland als duisterland én wonderland in de spiegel van Kapoor.

Als belangrijkste artistieke referentie noemt Kapoor Caspar David Friedrich, een Duitse romanticus en mysticus, die Kapoor zegt van twee naar drie dimensies te willen vertalen.

Meditatieve droomkunst.

Fantastisch.

hier nog ander monumentaal werk van Kapoor, gebaseerd op rode verf en op spiegels:

 

Anish Kapoor Shooting_into_the_Corner,_Bilbao

 Kapoor Shooting_into_the_Corner,_Bilbao foto wikimedia commons

2

Anish Kapoor Tall_Tree_and_the_Eye_Kapoor,_Bilbao

 Kapoor e_Tall_Tree_and_the_Eye,_Bilbao foto wikimedia commons

3

Anish Kapoor 399px-ArcelorMittal_Orbit_at_night

 Kapoor 399px-ArcelorMittal_Orbit_at_night foto wikimedia commons

4

Anish Kapoor Sky_Mirror_Kensington_Gardens_London_close_up

 Kapoor Sky_Mirror_Kensington_Gardens_London_close_up foto wikimedia commons

5

Anish Kapoor Cloud_Gate chicago

Kapoor Cloud_Gate chicago foto wikimedia commons foto Bert Kaufmann http://www.flickr.com/people/22746515@N02

 

 

 

 

6

Anish Kapoor Jerusalem

Kapoor Jerusalem foto wikimedia commons

7

 

 


Hoogachting voor dieren: Christiaan Huygens versus Descartes

11 comments
 Descartes Discours de la Methode

Descartes Discours de la Methode

Christiaan Huygens is Cartesiaan, ten minste, hij wandelt in de voetstappen van Descartes, met een “Mechanisering van het wereldbeeld”. Veel van Huygens’ onderzoeken en gedachten borduurt verder op de schriften van Descartes. In zijn laatste tekst “Cosmotheoros” (1698, postuum) schrijft Huygens uitgebreid en kritisch over Descartes. Huygens was bevriend met de Duitse anti-cartesiaan Leibniz, en de gedachten van Huygens in de “Cosmotheoros” liggen zeer dicht in de buurt van Leibniz.

Woedend keert zich Huygens tegen de rationalistische visie van Descartes, uitgewerkt in de Discours de la Methode, dat dieren zielloze “automaten” zijn:

 Descartes Discours de la Methode Dieren hebben geen ziel

Descartes Discours de la Methode Dieren hebben geen ziel

“[…] zekere nieuwe Wijsgeren [Te weten de Kartezianen], die alle andere Dieren, behalven den Mensch, alle gevoel ontnemen, der mate, dat zy die voor enkele van-zelfs-bewegende konststukken [Automata], of goochelpoppen [Neurospasta] willen gerekent hebben; welker ongerymde en harde meining ik verwondere dat van iemand kan aangenomen werden; voornamentlijk daar de Beesten zelve met haar stem, en met slagen te ontwyken, en alzins, het tegendeel toonen. Ja ik twijfele naauwlijks, of de Vogels voelen dat dat wonderlijk en aardig vliegen door de Lucht haar vermaakt; t welk zy nog meer zouden voelen, indien zy verstonden, hoe verre onze loome en lage gang voor haar snelheid en hooge vlugt moet wyken.”

Maar Huygens gaat nog veel verder dan de meeste verdediger van de dieren. Hij wil de dieren zelfs boven degene mensen plaatsen, die een geroutineerd leven leiden:

“Mijns erachtens, voor zoo verre de menschen alleen bezig zijn, om hun zelven van noodige zaken te verzorgen; namentlijk dat zy tegen de ongemakken van de Lucht beveiligde woningen hebben; dat zy in vestingen besloten tegen hunne vianden wagt houden; dat zy hunne kinderen op voeden; en voor die, en voor hun zelven, de kost winnen; in dit alles schijnt het gebruik der Reden niets groots te hebben, waarom wy ons boven de redenlooze dieren zouden stellen: want zy doen de meeste van die dingen met meer gemak, en eenvoudigheid, dan wy; en sommige hebben zy niet van nooden. Wat anders dog maakt de bevatting [Sensus] van Deugd, en Regtvaardigheid, om welke wy terstond zeiden dat het menschelijk verstand [Mens] uitmuntte, desgelijks van Vriendschap, Dankbaarheid, en Eerlijkheid; dan dat daar door de gebreken der menschen worden tegengegaan, of het leven gerust en vry gemaakt word van t ongelijk dat men elkanderen aandoet? t welke onder de Beesten van zelfs, en door de leiding van de Natuur, geschied. By aldien wy nu ons voor oogen stellen de veelvuldige bekommeringen, t hartzeer, de begeerlijkheid, en vreeze des doods, welke altemaal onze Reden vergezelschappen; en indien wy die met het gemakkelijk, stil, en onnoozel, leven der Beesten vergelijken: zoo schynen de meeste derzelver, en voornamentlijk uit het geslagt der Vogelen, vermakelijker te leven, en een beter lot te genieten, dan de Menschen. Want wat de lijffelijke wellusten aangaat, de Beesten worden zonder twijfel daar door zoo wel bekoort als wy”

Met andere woorden: de mens die alleen voor het noodzakelijke leeft, voor het alledaagse, heeft tegenover beesten een minderwaardige positie.


Ik kan Huygens geen ongelijk geven!

Hond en kat Hund und Katze dog and cat foto: Maria Trepp

Hond en kat foto: Maria Trepp


Voltaire keert zich, in navolging van Christiaan Huygens, satirisch tegen Descartes’ gedachte dat dieren geen ziel hebben, In Voltaires sciencefiction Micromégas komen buitenaardse reuzen naar de aarde en zien de mensen als insecten. De buitenaardse reuzen denken in eerste instantie, dat deze mensen-insecten vast geen ziel zullen hebben!

Zie mijn vertaling van Micromégas , waar zowel Huygens alsook Descartes figureren naast twee reuzen-aliens….

Meer over Christiaan Huygens zie hier

 

maria trepp

Astronomie en astrologie in de 17e eeuw

14 comments

In zijn “Cosmotheoros” (1698) keert zich Christiaan Huygens scherp tegen de astrologie. Dit verbaasde mij omdat ik dacht dat astrologie en astronomie in de 17e eeuw nog goed samen gingen.

 

astrologie en astronomie in de 17e eeuw

astrologie en astronomie in de 17e eeuw

Bij mijn speurtocht naar historische kritiek op de astrologie vond ik veel interessant materiaal. Niet alleen natuurkundigen zoals Descartes en Huygens keerden zich tegen de astrologische volksverlakkerij. Ik vond ook dat een aantal Lutherse dominees al in het begin van de 17e eeuw fel ten strijde was getrokken tegen de dwaalleer van de astrologie (voorbeeld: Henning Friedrich, Gründliche Widerlegung der Abergläubischen Astrologorum, 1624).

 

astrologie en astronomie in de 17e eeuw

De indruk dat astronomie en astrologie nog goed samen gingen in de 17e eeuw ontstaat vooral door Kepler en door Newton. Maar Kepler had een beperkend-kritische visie op astrologie, en Newton was weliswaar theoloog en alchimist, maar keerde zich toch tegen de astrologie.

Wikipedia: “It is a commonly held belief among astrologers that Isaac Newton had an interest in astrology. However, Newton’s writings fail to mention the subject and the handful of books in his possession that contained references to astrology were primarily concerned with other subjects such as the writings of Hermes Trismegistus (and mentioned astrology only in passing). In an interview with John Conduitt, Newton said that as a young student, he had read a book on astrology, and was “soon convinced of the vanity & emptiness of the pretended science of Judicial astrology”.

Huygens schrijft in de Cosmotheoros:

“[…]de Starrekragtkunde [=Astrologie] om daar uit aanstaande dingen te voorspellen, welke geen wetenschap, maar een zekere ellendige dweepery is, achte ik niet noemenswaardig […]

Athanasius Kircher "Ekstatische reis"

Athanasius Kircher “Ekstatische reis”

Boos gaat Huygens tekeer tegen de jezuïet Athanasius Kircher, die astrologie en astronomie vermengt in zijn boek “Ekstatische reis‘ (titelblad zie hierboven):

“Van daar vervalt hy [Athanasius Kircher] tot nog andere grooter ongerijmdheden. Want om dat hy zelfs van de Dwaalstarren, in ons Stelsel begrepen, geen ander gebruik weet, keert hy zig tot overlang uitgestampte beuzelingen van de starrekijkers [=Astrologen] , en wil dat zoo vele en zoo groote gevaartens van lichamen ten dien einde gemaakt zijn op dat door haren Verscheiden, en door zekere wetten geregelden, invloed het Heelal behouden werde, en duurzaam blijve; en op dat dezelve invloejingen daarenboven ook op de gemoederen der menschen hare kragten zouden oeffenen. Hy [Athanasius] vertelt dan, ten welgevalle van de Voorzeggingkunst uit de Starren [=Astrologie], dat in de Dwaalstarre Venus hem een geneugelijke en schoone gedaante der dingen voorquam, met een liefelijk ligt, zoetstroomend Water, zeer aangename reuk, en van alle kanten schitterend kristal, In Jupiter een gezonde en zoetriekende Lucht, zeer helder Water, en zilverglanssige Aarde: namentlijk op dat van den invloed dezer twee Starren alle voorspoedige en heilzame dingen op de Aarde en de Menschen zouden afzakken; zulks dat ze die of mooy, en minnelijk, of tot voorzigtigheid, en deftigheid genegen, zouden maken. In Merkurius vond hy ik wete niet wat voor een helderheid en levendigheid, waar uit den menschen in haar geboorte vernuft en schranderheid kan ingeboezemt werden. Maar in Mars vertelt hy alles vuil, verderfelijk, stinkend; vlammen, en rook van pik, gezien te hebben. In Saturnus niets als droevige, afschuwelijke, leelijke, en donkere dingen […] “

Dit vond Huygens het allerergste, dat zijn geliefde schitterend mooie Saturnus onder de astrologen in zo’n kwaad aanzien stond.

Rubens Saturnus vreet zijn kinderen

Rubens Saturnus vreet zijn kinderen

De mythologische Saturnus vreet zijn kinderen, dus staat Saturnus in de astrologie voor melancholie en ziekte.
Dat vindt Saturnus-onderzoeker en Saturnus-fan Huygens maar nix.

Hier links Saturnus van Rubens.

 

zie ook

Meer over Christiaan Huygens

 

www.passagenproject.com
 

Kerstvraag: Is Jezus ook voor de buitenaardse wezens geboren?

13 comments

In de teksten over buitenaardse wezens vindt men bijna altijd ironie, vaak  onvrijwillige ironie. Descartes bijvoorbeeld moest zich uitspreken, gedwongen door de vrome Zweedse koningin Christina, over de vraag of Jezus ook voor eventuele aliens is gestorven. Hij vond van wel, al vond hij het veiliger om zich niet echt vast te leggen.

Kort geleden heeft blijkbaar de door velen zo ongeveer heilig verklaarde Stephen Hawking gezegd dat de buitenaardsen ons wellicht vijandig gezind zijn, en wij ons dus beter maar niet konden melden bij hun. Shit, nu hebben we mensen tientallen jaren lang signalen uitgezonden, en dan komen de buitenaardsen ons voor dank maar vernietigen!

Christiaan Huygens schrijft in zijn Cosmotheoros (1698) uitvoerig over buitenaardse wezens. Hij is van hun existentie overtuigd. Daarom wordt Huygens weleens irrationale en onwetenschappelijke speculatie verweten.
Ik denk dat Huygens ten dele zeer bewust ironisch was in de dingen die hij over de planetenbewoners schrijft. Zeker geloofde hij in intelligent leven buiten de aarde. Maar hij gaat extreem ver door in detail, en schrijft de planetenbewoners juist alles toe wat hij zélf deed en kon, zoals telescopen bouwen, astronomie, wiskunde en muziektheorie bedrijven.

: alien_music_astronomer_buitenaards_astronoom_astronomie-extraterrestrials_teleskoop-teleskop-telescope.jpg

Alien astronoom volgens Christiaan Huygens’ Cosmotheoros, foto: Maria Trepp

Het lijkt me zeer onwaarschijnlijk dat hij zelf zich niet bewust was van de ironische gelaagdheid van zijn tekst, ook al omdat hij vaak opmerkt dat men het belachelijk en te vergaand zal vinden wat hij poneert, en omdat veel van zijn redeneer-”fouten” erg opzettelijk lijken.

Huygens stelt zichzelf en de lezer de filosofische vraag: zijn wij mensen absoluut uniek? Zijn antwoord heeft twee componenten: ten eerste vindt hij dat uiterst onwaarschijnlijk. Ten tweede vindt hij de aanname dat wij de enigen zijn uiterst onbescheiden, wat ook nog een hoogst persoonlijk aspect heeft: als wij mensen de enigen zijn met kunst, wetenschap en zelfbewustzijn, dan zou Huygens zelf – als een van de allergrootsten, en als een van de voorhoede van de wetenschap en als baanbrekende denker – een Übermensch of een haast goddelijk wezen moeten zijn, die zijn gelijke in het gehele universum niet kent. Zo kan en wil hij zichzelf niet zien, en daarom schrijft hij alles wat juist hij zélf kan ook aan de andere “Planetenbewoners” toe, met komisch-ironisch resultaat.

zie ook:

Christiaan Huygens en zijn Cosmotheoros
Meer over Christiaan Huygens

 

Winter op Aarde en winter bij de planetenbewoners

9 comments

Op ons gedeelte van de aarde is de winter begonnen. In zijn Cosmotheoros (1698) beschrijft Christiaan Huygens hoe de jaargetijden op de aarde tot stand komen, en hij schrijft ook over de seizoenen op andere planeten. Omdat hij daar bewoners veronderstelt, wordt het geheel zeer aanschouwelijk: God hoe koud moeten zij het daar op Saturnus niet hebben in HUN winter!!

Eerst over de jaargetijden op aarde. Huygens legt uit:
De Aarde beweegt rond de Zon op een baanvlak dat ecliptica wordt genoemd. De as van de Aarde staat scheef op dit vlak (met een hellingshoek tussen equator en omloopvlak van 23,45°).
De gekantelde as blijft in een evenwijdige stand, terwijl de Aarde zich om de zon beweegt.



Licht van de zon op de aarde in de seizoenen

Huygens bespreekt ook de seizoenen op de andere planeten.
Eerst Merkurius. Deze planeet staat dicht bij de zon en is erg moeilijk te observeren. Huygens wist niet of er jaargetijden op Merkurius waren, dus of de as van Merkurius scheef staat- maar naar wat we nu weten heeft Merkurius geen ashelling en geen seizoenen. Over de jaargetijden van Venus zegt Huygens niets. We weten nu dat deze ook bijna geen ashelling heeft. Op Mars is er volgens Huygens geen verschil tussen winter en zomer omdat Mars volgens Huygens niet “scheef” staat- maar dit klopt niet, Mars is ongeveer net zo gekanteld als de Aarde. Maar wél klopt het wat Huygens over Jupiter schrijft: deze planeet heeft volgens hem geen jaargetijden, en inderdaad, Jupiter heeft bijna geen askanteling; de rotatie-as staat bijna loodrecht op het omloopvlak.

En Saturnus dan,  Huygens’ lievelingsplaneet:
Daar zijn de verschillen tussen zomer en winter nog groter dan op de Aarde, omdat de as van Saturnus sterker gekanteld is dan die van de Aarde. Huygens, die overtuigd is van de existentie van “Saturnusborgers” maakt zich toch een beetje zorgen of de polen van Saturnus  wel bewoonbaar kunnen zijn…

   
     
 

   
     
 

Winter in op aarde in Leiden

Meer over Christiaan Huygens

Christiaan Huygens en zijn Cosmotheoros

Maans- en Zonsverduisteringen/ eclips bij Johannes Kepler en Christiaan Huygens

6 comments

partiële maansverduistering in Leiden december 2011 eclipse

partiële maansverduistering in Leiden december 2011 eclipse foto: Maria Trepp


Zonsverduistering solar eclipse Sonnenfinsternis_4_Jan_2011,_9-40_h,_Sudwestsachsen_4192

Zonsverduistering solar eclipse Sonnenfinsternis_4_Jan_2011,Duitsland

Zonsverduistering solar eclipse 800px-Sonnenfinsternis_04_01_2011

Zonsverduistering solar eclipse Sonnenfinsternis_04_01_2011 Duitsland

Bij een totale en maansverduistering bevindt de maan zich in de schaduw van de aarde, de aarde staat dus tussen zon en maan.





Maansverduistering 2004

Op 4 januari 2011 vond een gedeeltelijke zonsverduistering plaats, hier een plaatje uit Leiden:

4 januari 2011 gedeeltelijke zonsverduistering Leiden foto Maria Trepp

4 januari 2011 gedeeltelijke zonsverduistering Leiden foto Maria Trepp

In Christiaan Huygens’ Cosmotheoros wordt op de grote betekenis van de maans- en zonsverduisteringen voor de geschiedenis van de astronomie gewezen: deze verschijningen zetten de mensen aan het denken.

De Oude Grieken concludeerden bijvoorbeeld dat de aarde een bol was omdat tijdens maansverduisteringen de rand van de schaduw altijd rond was.

Huygens had zich bij het schrijven van zijn wetenschapsfictie “Cosmotheoros” georiënteerd aan een wetenschappelijk-fantastisch verhaal van Johannes Kepler , “Somnium”. Ondanks veel verschillen tussen Cosmotheoros en Somnium zijn heel wat overlappingen te vinden. Beide verhalen “verkopen” het Copernicaanse systeem aan een breed publiek, met wetenschappelijke én imaginaire middelen. Beide boekjes  gebruiken een sterk pedagogische kneep om het zonnesysteem aanschouwelijk te maken:  zij plaatsen bewoners op planeten of maanden en beschrijven in detail wat men vanuit een andere planeet, of vanuit onze maan kan waarnemen.

Zowel Kepler alsook Huygens beschrijven hoe de aarde (bij Kepler “Volva” genoemd) vanuit de maan uitziet. Maar Kepler neemt aan, dat op de maan water vloeit, en er ook fantastische levende wezens rondspoken. Huygens gelooft niet in water op de maan en is sceptisch tegenover de gedachte van maanbewoners.

Kepler schrijft daarom uitvoeriger over het perspectief “de aarde gezien vanuit de maan” dan Huygens, en hij neemt, anders dan Huygens, ook ruimte voor een schildering van hetgeen de maanbewoners bij een maansverduistering zien: een partiële zonsverduistering.

Hier de passage uit Huygens’ “Cosmotheoros” van 1698 over wat men vanuit de maan van de aarde ziet. Huygens begint uit te leggen dat de bewoners aan de “achterkant” van de maan de aarde nooit zien, aan de “voorkant”deze altijd zien. Net als Kepler beschrijft hij ook dat de maanlingen de aarde in schijngestalten zien, en dat de aarde voor hun ogen rond draait, waarbij zij meer van de aarde kunnen zien dan mensen zelf konden zien ten tijde van Huygens.



Aarde vanuit de maan gezien

“De Maan-kloot is by henluiden [=eventuele maanbewoners, M.T.] in twee Halfronden verdeeld, zoodanig, dat, die in het eene wonen, altyd het gezigt van onze Aarde genieten; die in het ander leven, dat gezigt altyd missen: behalven dat sommige, omtrent de grenzen van beiden wonende, het zelve gezigt somwylen verliezen, somwylen wederkrijgen. Zy nu, die onze Aarde zien, zien dezelve altyd in de Lucht hangende, en veel grooter dan de Maan ons voor komt, als byna met een viermaal grooter Middellijn. Maar dat is wonderlijk, dat zy dezelve altyd by nagt en dag in dezelve plaats van den Hemel, gelyk als onbewegelijk, zien hangen, sommige regt boven hun hoofd, sommige in een zekere hoogte van den Gezigteinder [horizon] afstaande, andere in den Gezigteinder zelve gelegen, en ondertussen om haar As omdraaijende, vervolgens in den tijd van vier en twintig uuren vertoonende alle de gewesten die ze behelst; en derhalven ook die (het ware te wenschen dat wy ze ook mogten zien) welke aan beide de Assen ons, Aardrijk-bewoners, nog onbekend blijven. Daarenboven zien zy haar ook in ligt aangroeijende, en in den maandelijken omloop verminderd; en aldus by beurten vol, half, en tot hoornen verkleind, met dezelve verandering van gedaantens, die de Maan-kloot aan ons vertoont.”

Halve aarde, zie tekst

“Maar het ligt, dat de Maanlingen van onze Aarde krygen, is vyftienmaal grooter als dat wy van haar ontfangen; zulks dat zy in het beste Halfrond, na ons toegekeerd, uitstekende heldere nagten hebben: nogtans kan die helderheid hen geen warmte geven, schoon Kepler van andere gedagten was. De Zon gaat by hen op, en onder, yder van onze maanden eens, en dus hebben zy dagen en nagten vyftienmaal langer als wy, en met elkanderen eenparig in een geduurige nagtevening: door welke lange dagen, nademaal de Zon van henluiden niet verder af is als van ons, noodzakelijk moet volgen, dat die gene, by welke de Zon nog boven den Gezigteinder klimt, door een ongemakkelijke hitte gebraden werden, indien hunne lichamen zoo gevoelig als de onze zijn. By die genen nu, die omtrent de gezeide samengrenzingen van de Halfronden wonen, klimt de Zon wel meest; maar die daar verre van af zijn, en omtrent landstreken wonen, welke onder de Aspunten van de Maan leggen, zullen om die lange dagen niet meer warmte voelen, als de menschen, die in de Zomer by Ysland of Nova Zembla Walvissen vangen…”

zie ook

Christiaan Huygens en zijn Cosmotheoros

Der Cosmotheoros von Christiaan Huygens: moderne deutsche Version mit Einleitung

maria trepp

Saturnus en zijn ringen van ijsbrokken

7 comments

Saturnus en zijn ringen van ijsbrokken

Christiaan Huygens heeft als eerste beschreven dat de merkwaardige gestalte van Saturnus, die met telescopen werd waargenomen, moest worden toegeschreven aan een ring. De waarnemingen van Galilei en anderen leken erop dat Saturnus aanhangsels had, maar Huygens kon aantonen dat de ring Saturnus niet raakt, al lijkt het uit het perspectief vanuit aarde dat de ringen aan Saturnus als hengels of armen vast zitten. (Zie Christiaan Huygens en de ringen van Saturnus)

Christiaan Huygens Saturnus ringen

Christiaan Huygens Saturnus ringen


Christiaan Huygens over de ringen van Saturnus

Huygens had gelijk, en omdat hij zelf ook de toekomstige verschijningen van Saturnus met of zonder armen kon voorspellen, afhankelijk van de positie van aarde en Saturnus ten opzichte van elkaar, gaven de meeste echte kenners hem ook gelijk.

Toch was er nog een controverse over de natuur van de ring. Huygens hield stug vol, dat de ring een schijf was van een bepaalde dikte. Dat schreef hij 1659 in Systema Saturnium, en schreef hij kort voor zijn dood 1695 nog eens in Cosmotheoros.

Vincent Icke schrijft in zijn boekje “De ruimte van Christiaan Huygens” (2009):

“Wij weten nu dat de ring geen vast lichaam kan zijn en eigenlijk had Huygens dat ook kunnen weten. Een van de regels van baanbewegingen, die ook hij kende, is de Derde Wet van Kepler: de omloopstijd rondom de Zon of een planeet neemt naar buiten toe af. De binnenkant van de ring zou dus veel sneller moeten draaien dan de buitenkant, waardoor zo’n groot lichaam uiteen gescheurd zou worden. Kleinere objecten kunnen die kracht wel weerstaan, maar ook dan is er iets van te merken: de getijden.

De ringen van Saturnus zijn een flinterdunne wolk ijsgruis, zo plat dat een schaalmodel ter grootte van een bierviltje honderd maal zo dun zou zijn als een vel papier.” (p.68)

Al in de tijd van Huygens hebben een aantal mensen geopperd dat de ring uit vele kleine objecten zou kunnen bestaan zoals “sterren van ijs” . Maar Huygens geloofde daar niet in.

Christiaan Huygens en Saturnus ringen van ijs

Christiaan Huygens en Saturnus ringen van ijs

Christiaan Huygens en Saturnus ringen van ijs

Christiaan Huygens en Saturnus ringen van ijs

Artistieke impressies van het binnenste van de ijsringen van Saturnus

 

Deze tekst staat ook op mijn Duitse blog over Huygens

Der Saturn und seine Ringe aus Eisbrocken

Video Saturnus en zijn ringen

In verband met de Huygenstentoonstelling plaats ik hier elke dag een (nieuw of oud) Christiaan-Huygens-Blog.

Meer over Christiaan Huygens

www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

De topografie van de maan: nu en in de tijd van Christiaan Huygens

10 comments

 

NASA heeft deze week een nieuwe nauwkeurige maankaart gepresenteerd.
Een mooie gelegenheid om ook eens met de ogen van de 17e eeuw, dus uit het perspectief van de tijd van de eerste telescopen, naar onze maan te kijken.


De eerste mens die de maan een beetje meer in detail kon zien en de maan mooi gedetailleerd heeft getekend was Galilei (zie hieronder links)


zie mijn blog hierover De sterrenbode: Galilei en de telescoop.




In 1647 publiceerde de Duits-Poolse astronoom en burgemeester van Danzig/ Gdansk Johannes Hevelius (een belangrijke briefpartner van Christiaan Huygens), een atlas van de maan:  Selenographia sive Lunae descriptio.



Hevelius, Selenographia

Dit werk bevat 133 zeer nauwkeurige kopergravures met kaarten van de maan en van de gebruikte astronomische instrumenten.

Johannes Hevelius en zijn vrouw Elisabeth Koopmann (genoemd “de moeder van de maankaarten”) aan het observeren. Ik kom terug met een blog over haar, de eerste vrouwelijke astronoom.



Christiaan Huygens schrijft uitvoerig in zijn beroemde laatste tekst “Cosmotheoros” uit 1698 [waarvan ik nu een Duitse geannoteerde versie met inleiding maak] over de landschappen op de maan. Hij wijst de gedachte aan water op de maan af; hij schrijft dat de zogenoemde maanzeeën (=Maria ! hehehe! meervoud van mare) geen water bevatten, en hij beschrijft nauwkeurig de gaten van meteoritinslagen (zonder deze zo te benoemen natuurlijk).
Volgens Wikipedia zijn de maria eigenlijk grote vulkanische vlakten opgebouwd uit basalt.

Ook geeft Huygens aan, dat de maan geen atmosfeer heeft (dit in tegenstelling tot de van hem ontdekte Saturnusmaan Titan, maar dat kon Huygens toen nog niet weten).


[Uit Cosmotheoros, Nederlandse vertaling van  Pieter Rabus op de site van de Universiteit Utrecht]

Dit blijkt in onze Maan (zelfs met kleine Kijkers, drie of vier voeten lang) dat haar oppervlakte in vele gebergten, en wederom met zeer breede vlakke dalen verdeeld is. Want men ziet er de schaduwen der bergen aan die zyde, die zy tegen over de Zon hebben; en dikwils word men daar in zekere kleine dalen gewaar, die in bergtoppen, welke byna kringswijze staan, besloten zijn: daar dan weder een of meer bergjes in t midden uitsteken. […] ik vind er niets dat na Zeen gelijkt, schoon de gemelde Kepler, en meest alle andere [astronomen] het tegendeel gevoelen. Want in de groote vlakke landstreken, die veel duisterder als de bergachtige zijn, en welke ik zie dat gemeenlijk voor Zeen gehouden, ja met de benamingen van Oceanen verheerlijkt, worden, in die landstreken zelve, zegge ik, met een langer Verrekijker bekeken zijnde, bevinde ik, dat zekere kleine ronde holtens zijn, met binnen invallende schaduwen; en dat kan met de oppervlakte van de Zee niet over een komen: daarenboven die zelve ruime velden, als wy haar wat aandagtiger beschouwen, vertoonen geen oppervlak, dat geheel effen is. Zoo konnen het dan geen Zeen wezen, maar moeten bestaan uit een stoffe, zoo blank niet, als die, welke in de oneffener deelen is; waar in wederom sommige met een kragtiger ligt boven anderen uitmunten. Ook schijnt het my niet toe dat er eenige Rivieren in de Maan zijn: want zoo zij er waren, zy zouden de scherpzigtigheid van mijne Kijkglazen niet konnen ontslippen; ten minsten, indien zy, gelijk de meeste by ons, tussen bergen, of zeer hooge rotsen, stroomden. Daar zijn ook geen Wolken, waar uit regen zou spruiten, om aan de Rivieren vogt te verschaffen: want indien zij er waren, men zou dezelve dan het een, dan het ander Maangewest zien bedekken, en voor ons gezigt verbergen; t welk geenzins geschied, maar daar blijft een geduurige helderheid.

Het is ook blijkelijk, dat de Maan van zoodanig een Lucht, of Dampgewest, als rondom ons Aardrijk gaat, niet omringt word: om dat, zoo het daar ergens was, de uiterste rand van de Maan zoo nettelijk rondgetrokken niet zou schijnen, als ze dikwils door t onder heen gaan van eenige Starren gezien is; maar ze zou in een zeker verdwynend ligt, en gelijk als met een vezelachtigheid, eindigen: om hier nog niet te zeggen, dat de dampen van ons Dampgewest meerendeels uit waterdeeltjes bestaan, en derhalven, daar geen Zeen nog Stroomen zijn, dat daar geen overvloed van water kan opgetrokken werden. Dit groot  onderscheid, het welk tussen de Maan en onze Aarde gevonden word, laat ons naauwlijks toe iets daar van te gissen. Want zoo d er Zeen en Vloeden in gezien wierden, t zoude geen klein bewijs zijn, dat het overige cieraad der Aarde haar ook wel voegde, en dat het gevoelen van Xenofanes waaragtig was, zeggende dat de Maan bewoont wierd, en een Aardrijk was van vele steden en bergen. Maar nu dunkt my niet, dat in een dorre, en ganschelijk van water beroofde, grond Kruiden of Dieren konnen leven; dewyl die haar stoffe en voedsel uit vocht moeten krijgen.”



De nieuwste maankaart van de NASA is gebaseerd op gegevens van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO), die sinds een jaar om de maan draait, zie hierover www.astronieuws.nl en NASA’s LRO Creating Unprecedented Topographic Map of Moon.

Christiaan Huygens en zijn Cosmotheoros

Der Cosmotheoros von Christiaan Huygens: moderne deutsche Version mit Einleitung

Maria Trepp

Christiaan Huygens en de ringen van Saturnus

17 comments
Saturnus Christiaan Huygens

Saturnus en Christiaan Huygens (foto ESO)

Christiaan Huygens en de ringen van Saturnus

Christiaan Huygens heeft de ring(en) van Saturnus niet ontdekt, maar deze als eerste correct beschreven.

Huygens zelf geeft in Systema Saturnium (1659) in het hoofdstuk “De schijngestalten van Saturnus”  een overzicht over de “monsterachtige” waarnemingen en de figuren van Saturnus die anderen, zoals Galilei, voor hem hebben gemaakt:

Christiaan Huygens: De schijngestalten van Saturnus (1659)

“Ik ga dus nu over tot het tweede deel van de Systema, waarin ik de reden geef voor de onbestendige en steeds wisselende vorm van Saturnus, en vervolgens ook aangeef in wat voor periode de afzonderlijke veranderingen plaatsvinden. Enkele daarvan die zich aan ons voordeden heb ik boven al uiteengezet, maar deze omvatten slechts een gedeelte van de periode. Om vast te stellen dat de volledige verscheidenheid aan verschijningen afhangt van de oorzaken die wij aanwijzen, zal het nodig zijn tevens waarnemingen van andere tijden te bestuderen, zoals ze in de afgelopen veertig jaar of langer door ettelijke mensen zijn gepubliceerd. Als ik echter al de vormen van Saturnus die zij voor onze ogen aftekenen bezie bevind ik ze zo veelvuldig en wonderlijk, dat als het er om gaat een hypothese op te stellen die van al die vormen rekenschap aflegt, naar mijn mening niemand in staat zou zijn er een te bedenken. Want voor dergelijke veelvuldige monsterachtige omzettingen valt geen enkele oorzaak aan te wijzen, tenzij dat het complete lichaam van Saturnus steeds weer een nieuwe vorm aanneemt, wat elke schijn van geloofwaardigheid mist. We moeten uit die waarnemingen dus een keuze maken en onderzoeken welke geloof verdienen, en welke integendeel als verdacht moeten worden verworpen. Nu hebben wij met onze kijkers de begeleider van Saturnus als eerste aan het licht gebracht [Huygens bedoelt de maan Titan die hij heeft ontdekt, M.T] en telkens als wij willen kunnen wij hem duidelijk ontwaren. Het lijkt ons daarom redelijk er bij het schiften van de waarnemingen van uit te gaan dat onze kijkers de voorkeur genieten boven die waarmee anderen, ook al waren ze dagelijks bezig met het waarnemen van Saturnus, niet in staat waren tot die ster door te dringen. Wanneer dus op hetzelfde tijdstip door onze kijker en de hunne verschillende schijngestalten werden vastgesteld, moeten onze waarnemingen aangaande de vorm van de planeet voor waarachtiger worden gehouden. De bijgevoegde tabel toont alle schijngestalten zoals wij ze uit de verschillende schrijvers hebben overgenomen.


Christiaan Huygens schijngestalten Saturnus

Christiaan Huygens schijngestalten Saturnus

 

De eerste van deze gedaanten is degene die Galilei optekende in 1610, waarin Saturnus drievoudig wordt gezien, met twee kleinere cirkeltjes aan beide kanten van een grotere. Ook vele anderen hebben deze gedaante gezien, of meenden in elk geval dat ze hem gezien hadden. Want als ze langere kijkers hadden gebruikt, voorzien van betere lenzen, zouden ze zonder twijfel in plaats van dit drievoudige bolvormige uiterlijk hetzelfde resultaat hebben verkregen dat wij, zoals wij zeiden, hebben gezien in 1655 en opnieuw op 13 oktober van het volgende jaar. Dat leiden wij immers daaruit af dat wanneer zich aan hen de twee flankerende bolletjes voordoen, onze kijkers ons in de lengte uitgestrekte armen vertonen. Zo gebeurde het in april en mei van datzelfde jaar 1655, toen die uit drie bollen samengestelde vorm werd waargenomen door Hevelius en Riccioli. Om duidelijker hard te maken dat ze het zo zagen vanwege de geringe grootte van de kijkers, hebben wij dit ook zelf beproefd en ondervonden dat telkens als wij Saturnus met een kortere kijker, van bijvoorbeeld vijf of zes voet, bekeken, in plaats van de genoemde armen twee bollen verschenen. Insgelijks toen hij deze schijngestalte in 1658 weer had aangenomen.”

Huygens gaat dan door met het bespreken van de verschillende schijngestalten die anderen hebben waargenomen en legt dan “de ware gestalte” van Saturnus uit. Saturnus heeft een ring om zich heen, die vanuit verschillende hoeken wordt gezien en dus in verschillende schijngestalten en vormen wordt waargenomen.

Christiaan Huygens Saturnus Systema Saturnium

Christiaan Huygens Saturnus Systema Saturnium

Christiaan Huygens, De ware gestalte van Saturnus

Vervolgens legt Huygens in tekst en beeld uit hoe Saturnus staat ten opzichte van de aarde tijdens zijn omloop om de zon, en hoe hij daarbij uitziet.


De schijngestalten van Saturnus verklaard door Christiaan Huygens

De schijngestalten van Saturnus verklaard door Christiaan Huygens

De schijngestalten van Saturnus verklaard door Christiaan Huygens

In het centrum van de afbeelding staat de zon, daaromheen draait de aarde, en daaromheen draait Saturnus. De buitenste ring laat de schijngestalten van elke positie zien: maximale opening van de ring op de punten A en C; en Saturnus schijnbaar zonder ring in de punten B en D, als men vanuit aarde de zijkant van de ring ziet. Waarom de ring dan helemaal verdwijnt, en niet tenminste een heel klein beetje zichtbaar is, daarover werd oen hevig gestreden.

Huygens schrijft in de tekst hierboven zijn eigen betere verklaring van de ring toe aan zijn betere kijker, maar Vincent Icke is in zijn boekjes over Huygens van mening dat Huygens geen betere telescoop had dan anderen, en alleen door zijn superieur theoretisch begrip de ringen beter kon waarnemen.

In verband met de Huygenstentoonstelling plaats ik hier elke dag een nieuw of oud Christiaan-Huygens-Blog.

zie ook

 Meer over Christiaan Huygens

 

www.passagenproject.com

www.passagenproject.com

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief