“Het is de trots van de democratie dat zij lijdt aan een ‘waarheidstekort’. Het democratisch debat vergt juist de voorlopige opschorting van allerlei zekerheden, en een minimale relativering van de eigen standpunten en opvattingen. De waarheid is nooit keihard en onwrikbaar.”
So schrijft Dick Pels vandaag in de Volkskrant.
Ik wil hierbij nog toevoegen: de waarheid is een noodzakelijke utopie, maar nooit meer dan een utopie, dus een onbereikbaar ideaal. Niemand kent “de waarheid”. Het maximale haalbare, en tegelijk de absoluut voorwaarde voor de democratie is een oprecht streven naar de waarheid.
Het oprecht zoeken naar de waarheid is uiterst belangrijk niet alleen in de wetenschap, maar ook in de politiek.
De oprechte waarheidszoeker herkent men volgens mij aan een aantal kenmerken (staat ter discussie!):
- Hij/zij laat tegenstanders tot woord komen, en moedigt afwijkende meningen zelfs aan.
- Hij/zij streeft naar precisie; hij/zij zal in kwestie van de islam dus nauwkeurig en gedetailleerd de (sociale) problemen benoemen, in plaats van vooroordelen te verkondigen en steeds weer te herhalen.
- Hij/zij probeert niet alleen tegenstellingen politiek aan te scherpen, hij/zij verbindt zich ook aan de utopie van vrede, van menselijke samenwerking en gemeenschap.
Vertalen Duits Vertaalbureau Duits
.
Baukje Prins geeft in haar uitstekend boek “Voorbij de onschuld” (2004) een belangrijk overzicht over de denkrichting die zij “nieuw-realisme”noemt, een term die Wilders later graag voor zichzelf en zijn politiek gebruikte.
Het nieuw-realisme beweert de werkelijkheid in al haar lelijkheid te kunnen weergeven. Nieuw-realisme is volgens Prins de naam van
“een stijl van spreken en schrijven, die zich van andere onderscheidt door het gebruik van bepaalde retorische en stilistische middelen. De retoriek van het realisme appelleert aan bepaalde verlangens: aan ons verlangen naar waarheid, objectiviteit en onpartijdigheid, met andere woorden, aan ons verlangen naar morele en politieke onschuld.
Zelfverklaarde realisten stellen hun tegenstanders dan ook vaak voor als naïeve idealisten. Terwijl [nieuw] –realisten de waarheid voorop stellen, zouden idealisten feitelijke uitspraken beoordelen op hun wenselijkheid. De waarheid zou het bij hen uiteindelijk verliezen van het goede. [Nieuw]-realisten bedienen zich dan ook graag van de retorische gemeenplaats van het taboe- dor hun tegenstanders angstvallig in stand gehouden, door henzelf moedig doorbroken.
Zij reserveren daarmee voor zichzelf het vermogen tot rationeel en onbevooroordeeld redeneren, terwijl hun tegenstanders in magisch denken vervallen. Idealisten zouden geloven in de kracht van ritueel taalgebruik, waarbij niet de inhoud, maar de vorm van taaluitingen cruciaal is. Idealisten, zo lijken realisten soms te suggereren, schrijven aan taal een magische kracht toe; ze doen alsof met taal werkelijkheden in het leven kunnen worden geroepen en werkelijkheden kunnen worden bezworen. Volgens idealisten zou iets niet bestaan zolang je er maar niet over praat. Vandaar hun oproep tot omzichtig taalgebruik. Realisten daarentegen beschouwen taal als een neutraal instrument, een middel om over de werkelijkheid te spreken, om problemen bespreekbaar te maken opdat je ze kunt beheersen en oplossen. “( p. 18 f)
Baukje Prins neemt het op voor dit zogenoemde “magische denken” over taal:
“Dit boek neemt het op voor dat zogenaamde magische denken. Ik noem het alleen geen idealisme, maar constructivisme. En ik laat zien dat het niet de magie, maar de macht van woorden is waarvoor critici van het realisme beducht zijn. Immers, sociale verhoudingen worden mede bepaald door de manier waarop wij over die verhoudingen spreken, waarop wij ze interpreteren en betekenis geven. Elk spreken over de sociale werkelijkheid maakt tegelijkertijd ook deel uit van die werkelijkheid. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat alles slechts een kwestie van interpretatie is – dat onze wereld simpelweg verandert als we er maar anders tegen aan kijken. Dan zouden we vervallen in een vorm van filosofisch idealisme, waarin er geen verschil is tussen onze ideeën over de wereld en hoe de wereld werkelijk is. “ (p. 19)
Spreken is volgens Baukje Prins en vele postmoderne “constructivisten” een vorm van taalhandeling : het brengt zogenaamde performatieve effecten teweeg, het verandert en structureert de werkelijkheid en de waarneming.
“Het mag lijken of in deze debatten de liefde voor de waarheid tegenover moralisme of politieke stellingname staat. Maar vanuit constructivistisch perspectief zijn in elk vertoog het epistemische en het politieke niveau, feitelijke uitspraken en waardeoordelen, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ook datgene wat wij accepteren als kennis, dat wil zeggen als uitspraken die zeker en onbetwijfelbaar waar zijn, heeft onontkoombaar een morele en politieke dimensie. Metname wanneer die kennis of wetenschap betrekking heeft op de multiculturele samenleving blijkt hoe omstreden uitspraken kunnen zijn die op het eerste gezicht toch louter de feiten op een rijtje lijken te zetten. Een van de redenen hiervoor is dat vertogen deel uitmaken van de sociale werkelijkheid waarover ze spreken. Vertogen over de multiculturele samenleving komen enerzijds voort uit die samenleving, terwijl ze anderzijds die samenleving ook weer vorm geven. “ ( p. 21, link toegevoegd van mij, M.T)
————————————-
Zo ver Baukje Prins (die het toen nog neit over Widlers had, al klopt dit precies op Wilders).
En nu ik:
Wat Bolkestein en zijn navolgers van de Burke Stiching en Wilders niet willen onderkennen, dat is dat zij niet [alleen maar] een bestaand ressentiment onderkennen, maar dat zij dit ressentiment ook aanwakkeren.
Speken over angstgevoelens, dat moet en dat mag, maar dat is niet hetzelfde als realistisch “de waarheid” ”objectief” weergeven; het is een uitdrukking van subjectieve gevoelens. Gevoelens mogen worden geuit in het openbaar debat, maar zij zijn geen objectieve weergave van de werkelijkheid.
Vertalen Duits Vertaalbureau Duits
.

Amaryllis/ Hippeastrum foto Maria Trepp
Alfresco

Amaryllis/ Hippeastrum foto Maria Trepp
Dancing Queen

Amaryllis/ Hippeastrum foto Maria Trepp
Exotic peacock

Amaryllis/ Hippeastrum foto Maria Trepp
Magic green
Hier de Amaryllis-versie van Theocritos; inleiding en vertaling van A. Maria van Erp Taalman Kip
“Een geitenhoeder is in de ban van zijn liefde voor Amaryllis. Hij laat zijn geiten onder de hoede van zijn maatje Tityros achter en wil haar een serenade brengen. Maar Amaryllis geeft geen enkel teken van leven. Het is een bucolische variant op het stedelijke ‘lied voor de gesloten deur’, met dit verschil dat Amaryllis in een grot woont.” ……………………………………………………………………………………………………………..
“Hulde breng ik Amaryllis door liederen voor haar te zingen.
Daar op de heuvel grazen mijn geiten en Tityros hoedt ze.
Tityros, jij die me na aan het hart ligt, zorg voor mijn geiten,
neem ze, Tityros, mee naar de bron, en wees goed op je hoede
voor de Libysche ram, die gele; pas op voor zijn kopstoot.
O Amaryllis, mijn schoonheid, waarom kijk je niet meer naar buiten,
nodig je mij, jouw lief, niet meer uit in je grot? Soms uit afschuw?
Vind je, mijn bruid, dat mijn neus van nabij bekeken te stomp is,
vind je mijn baard soms te ruig? Ik verhang me nog als je zo doorgaat.
Kijk, ik breng appels mee; waar jij me gebood ze te plukken,
heb ik er tien geplukt en morgen breng ik weer nieuwe.
Let toch op mij en de smart die mij kwelt. Mijn dierbaarste wens is
om die zoemende bij daar te zijn en je grot in te vliegen,
heenslippend door de klimop en de varens die je verbergen.
Nu ken ik Eros volledig: een krenkende god. Hij werd stellig
door een leeuwin gezoogd en tot wasdom gebracht in de struiken,
hij die me langzaam verzengt en me foltert tot in mijn gebeente.
Jij met je stralende blik en je donkere brouwen, mijn liefste,
een en al steen, omhels toch je geitherder, laat me je kussen.
Ook in kussen alleen ligt zoete verrukking besloten. “

Herderinnetje Amaryllis (William Holman Hunt)

Amaryllis/ Hippeastrum foto Maria Trepp

Amaryllis/ Hippeastrum foto Maria Trepp

Amaryllis/ Hippeastrum foto Maria Trepp
..maar de mooiste is Aphrodite.
1

Amaryllis Hippeastrum
2

Amaryllis Hippeastrum
3

Amaryllis Hippeastrum
4

Amaryllis Hippeastrum
5

Amaryllis Hippeastrum
6
-580x385.jpg)
Amaryllis Hippeastrum
7

Amaryllis Hippeastrum
8

Amaryllis Hippeastrum

Amaryllis Hippeastrum in een kerststuk
foto Wildfeuer wikimedia commons
Hier een goed gevulde Leidse schatkist.


Zout werd lange tijd als betaalmiddel gebruikt – het woord salaris betekent letterlijk ‘zoutrantsoen’ en een sol-daat is iemand die zijn salaris als zoutportie ontvangt.
De cultuurgeschiedenis van het zout is intrigerend, uitstekend beschreven van Mark Kurlansky in “Zout, een wereldgeschiedenis”.
Kurlansky’s verhaal begint in 250 voor Christus in China, waar het economisch systeem volledig draaide rond de productie en verkoop van zout.
In de loop van de geschiedenis speelde zout vaak een belangrijke factor in oorlogsvoering en in de machtsuitoefening van de staat. In de keuken (sal-amie, sal-ade) natuurlijk ook.
Europa is doortrokken van zoutstraten en van plekken die op vele manieren aan de zoutwinning herinneren: alle namen met hal-, gal- (Gallië!), sol- en natuurlijk Zalt- en Salz- vertellen hun verhalen.
De Mexicaanse hedendaagse kunstenares Betsabeé Romero bracht op een Volkswagen Kever (Tattoo Car ) ‘tatoeages’ aan die populair zijn bij bendeleden in Midden-Amerika. Met de hulp van negen kunstacademiestudenten en de Amsterdamse tattoo-artiest Henk Schiffmacher werd een oude Volkswagen Kever veranderd tot kunstwerk.

Mexican Tatoo Car 1
Romero combineert de Mexiakaanse voorstellingen met typisch Nederlandse tatoeages vol ankers, schepen en piraten.
De Tattoo Car duikt tot en met 27 februari 2011 op verschillende locaties, zodat iedereen kennis kan maken met het werk van Romero:
Zie tentoonstelling Betsabeé Romero, Cars & Traces




De motieven zoals doodshoofd, bloemen, slang komen ook voor op mijn eerdere blogs over Mexikaanse/ Azteken-kunst, klik tag Mythologie