Wetenschap Kunst Politiek

Zwanenveer

11 comments

een veertje kwam aan

als herinnering

aan de zwaan

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

Output-sturing aan Nederlandse universiteiten

no comment

 

 

 

 

Over cultuurrelativisme: Sjoerd de Jong, Een wereld van verschil

30 comments

 



Over cultuurrelativisme: Sjoerd de Jong, Een wereld van verschil


Wie zich wil verdiepen in het debat over cultuurrelativisme zal veel hebben aan het vorig jaar verschenen boek van Sjoerd de Jong,  “Een wereld van verschil, Wat is er mis met het cultuurrelativisme?”


Hier een paar gedachten uit dit boek die ik belangrijk vind.


Voor de politici en publicisten die de opiniemarkt beheer­sen, is ‘cultuurrelativisme’ […]  een vies woord geworden. Op­vallend genoeg wordt daarbij juist zwaar de nadruk gelegd op de ‘eigen’ waarden van de Nederlandse samenleving, en de onverenigbaarheid daarvan met die van andere culturen – een manier van denken over cultuurverschillen die juist sterk doet denken aan het gesmade relativisme. Het debat wordt gedo­mineerd door een achterhaald, negentiende-eeuws culturalis­me: het idee dat het gedrag van mensen naadloos te verklaren is uit één cultuur, waarbij culturen worden opgevat als geslo­ten gehelen die massief tegenover elkaar staan. De verschillen tussen autochtonen en allochtonen, westerse en niet-westerse migranten, Nederlanders en moslims, modernen en achter­lijken, worden daarbij gedefinieerd in overwegend culturele termen: hun cultuur is anders dan de onze, hun sociale ach­terstand en de problemen die daarmee samenhangen worden toegeschreven aan culturele factoren, die de meerderheid van autochtonen, als slachtoffers van de politiek-correcte elite, lange tijd niet mocht benoemen.”( p 11f.)

““Mijn uitgangspunt is het antropologische cultuurrelati­visme. Daarin komt allereerst de empirische waarneming tot uitdrukking dat menselijke culturen grote verschillen verto­nen in hun praktische en theoretische omgang met de wer­kelijkheid. Dan volgt vaak de conclusie dat die verschillende culturen niet kunnen worden beoordeeld aan de hand van één universeel of objectief superkader dat zelf buiten elke cultuur staat. Dat zijn niet per se moderne ideeën. De waarneming dat er sterke cultuurverschillen tussen volken bestaan is al te vin­den bij de Griekse historicus Herodotos. Het humanisme van de Renaissance en het denken van de Verlichting gaven er een nieuwe lading aan, gevolgd door een geësthetiseerde ‘viering van de diversiteit’ in de Romantiek. In die laatste periode is ook de expliciete overtuiging te vinden dat culturen (nu in het meervoud) een eigen, authentieke waarde hebben. “ (p 13)


“Veel van die kritiek [op het cultuurrelativisme]  is terecht, en ze zal uitgebreid aan bod komen. De meest populaire (of ‘vulgaire’) vormen van relati­visme vallen eraan ten prooi, ook al betekent dat nog lang niet dat elk relativisme simpelweg berust op een denkfout of een dogma. Het is bovendien maar de helft van het verhaal. Het gaat mij óók om een herwaardering van de humanistische inzet van cultuurrelativisme: het streven naar de erkenning van cul­tureel pluralisme, zonder daarvoor de universele achtergrond van menselijk denken en handelen op te offeren. Juist als we cultuurrelativisme in de meest radicale vorm opgeven (dat wil zeggen: de vorm waarin het vandaag de dag vooral voortleeft in lofzangen op onze eigen cultuur), wordt het mogelijk weer oog te krijgen voor de humanistische aspiraties ervan. Cul­tuurrelativisme houdt dan in de eerste plaats de overtuiging in dat culturen geen absolute, statische entiteiten zijn, of de uit­drukkingen van een tijdloos Platoons idee, maar het verander­lijke resultaat van menselijke creativiteit, work in progress. In de tweede plaats betekent cultuurrelativisme dat we gedrag en opvattingen van onbekende anderen altijd kunnen interprete­ren als betekenisvol, zónder ermee in te stemmen of te geloven dat wij in hun plaats hetzelfde zouden doen.
Dat is één rode draad die ik wil trekken. Een andere is mijn overtuiging dat in veel van de huidige, reflexmatige afwijzin­gen van cultuurrelativisme karikaturen worden gemaakt van zowel dat relativisme als van de Verlichting die ertegen wordt ingezet. In de ophef over de islam die Nederland nu al jaren in zijn greep houdt, worden multiculturalisten die pleiten voor een pragmatische omgang met cultuurverschillen bijvoor­beeld routinematig afgeserveerd als defaitisten die in de strijd tegen de vijand hun eigen cultuur wegrelativeren. Dat is een vorm van cultuurpolitieke retoriek – multiculturalisten en re­lativisten als landverraders – die weinig meer te maken heeft met een rationeel publiek debat. “( p 14 f)

“De populariteit van het cultuurbegrip hangt ook samen met de turbulente context van globalisering, immigratie en het verlies van oude zekerheden. Cultuur, hoe dat begrip dan ook precies wordt opgevat, wordt dan het meest handzame middel om onszelf van anderen te onderscheiden, nieuwe zekerhe­den te vinden en duidelijke grenzen te trekken. Het kan zowel worden gebruikt om een recht op behoud van de eigen cultuur voor minderheden op te eisen, als om de superioriteit van de meerderheid te onderstrepen. Culturele grenzen trekken is ten slotte een probaat middel om de waarde van de eigen groep te bevestigen, zonder een beroep te hoeven doen op het gedis­kwalificeerde idioom van nationalisme en racisme. Dat neemt niet weg dat het rangschikken van groepen mensen in termen van hun cultuur, dezelfde functie kan hebben als het oude bio­logische racisme: ook op basis van culturele kenmerken kun­nen mensen worden gestigmatiseerd en uitgesloten. Dat ver­sterkt nog eens de aantrekkingskracht van het begrip, zowel voor etnische segregationisten die zich met een beroep op hun culturele identiteit willen onttrekken aan de mainstream, als voor autochtone integrationisten die erop hameren dat min­derheden alleen aan de samenleving kunnen deelnemen als ze alle culturele kenmerken opgeven die dat volgens hen in de weg staan. De socioloog Willem Schinkel noemt culturalisme daarom het functionele equivalent van racisme.” ( 156f)

“Daar komt bij, dat in het alledaagse taalgebruik en in veel van de heftige retoriek over de islamitische, westerse en Ne­derlandse cultuur, tussen de regels door wordt uitgegaan van een romantisch en homogeen cultuurbegrip, dat uit de negen­tiende eeuw stamt maar slecht past bij de dynamische realiteit van de eenentwintigste. Een cultuur wordt daarin gezien als een afgerond geheel van onveranderlijke, harmonieus samen­hangende waarden en normen, die het unieke karakter van een bepaald volk zouden uitdrukken. Een dergelijk essentialis­tisch cultuurbegrip, waarin elke gemeenschap een ‘wezenlijke’ kern heeft die niet is te verenigen met die van andere culturen, hoort eerder bij een ouderwetse vorm van cultuurrelativisme dan bij het pluriforme cultuurbegrip dat tegenwoordig in de antropologie courant is.
In dat cultuurbegrip zijn identiteiten en zelfbeelden geen rimpelloze weerspiegelingen va
n volkskarakters of groepsken­merken, maar altijd inzet van definitiestrijd, herinterpretatie en concurrentie om politieke, sociale en intellectuele ruimte. Culturen zijn volgens sommige antropologen eerder pointil­listische collages of mozaïeken dan gesloten systemen met een heldere structuur. Het enkelvoudige cultuurbegrip dat in het debat over de Nederlandse identiteit tegenwoordig zo’n gro­te rol speelt, verklaart dan ook steeds minder.”( p 157)


“De invloedrijke cultu­rele antropoloog Clifford Geertz maakte een notie van cultuur populair als vooral een symbolisch netwerk van lokale beteke­nissen, iets heel anders dan het monumentale cultuurbegrip dat de oude volkenkunde had beheerst. Met die postmoderne benadering opende Geertz de deuren voor een nieuwe herme­neutische antropologie die, net als die van Boas, niet zozeer zocht naar harde wetmatigheden of algemene theorieën, maar naar interpretaties van het ambivalente en gelaagde zelfbegrip van concrete groepen mensen.”( p 180)

“Als dat begrip cultuur niet langer statisch en gesloten wordt opgevat maar dynamisch en open, komt ook de tegenstelling tussen kosmopolitisme en communautarisme in een ander licht te staan.” (p 184)


“In die pluralistische benadering verliest het ouderwetse cultuurrelativisme veel van zijn benauwende lading. Pluralis­ten geloven dat er niet één absolute en alomvattende morele of culturele waarheid bestaat, maar trekken daar in tegenstel­ling tot de meest radicale relativisten niet de conclusie uit dat alle meningen evenveel waard zijn, of dat er geen verschil te maken is tussen culturele praktijken die menselijk welzijn be­vorderen en andere die daar eerder schadelijk voor zijn. Dat er niet één ‘absoluut’ kader voor menselijk handelen bestaat, wil niet zeggen dat alle kaders adequaat zijn. Niet anything goes, maar dat betekent ook niet dat er maar één ding ‘gaat: Een gematigd cultuurrelativisme zou dan (in tegenstelling tot de sterke versie die alleen maar radicale verschillen ziet) vooral de erkenning behelzen dat het conceptuele kader van andere culturen kan afwijken van het onze, maar dat het gedrag en de opvattingen van anderen altijd rationeel te interpreteren zijn “ (p 212)
…………………………………………….

Maria Trepp

 

.

Het wilde denken van Lévi-Strauss

111 comments

Claude Lévi-Strauss wordt niet gewaardeerd door brave burgers die hun libido vooral investeren in aanpassing, en die een verkorte rationaliteit prefereren boven zintuiglijkheid.
Lévi-Strauss waardeert namelijk het “wilde denken”.

Het zogenaamde wilde denken – magie en  mythe – ( “La Pensée Sauvage”)  is voor de net overleden Lévi-Strauss niet tegengesteld aan het wetenschappelijke denken maar loopt er parallel aan: beide vertalen zintuiglijke indrukken in verstandelijke begrippen en beide geven betekenis aan de culturen waartoe ze behoren.

Het ‘wilde denken’ is op de keper beschouwd even rationeel als het wetenschappelijke.

Net als Horkheimer en Adorno (en als Walter Benjamin die het Passagenproject de naam heeft gegeven)  wil Lévi-Strauss geen tegenstelling construeren tussen het voorwetenschappelijk magische denken en het wetenschappelijke denken, maar laat beide denkvormen in hun waarde. (Zie ook mijn blog Magie zonder magie ).

Vorig jaar verscheen een zeer leesbaar, verhelderend en kort boek over het denken van Lévi-Strauss van Ton Lemaire “Claude Lévi-Strauss. Tussen Mythe en muziek”.

Het wilde denken” noemt Lemaire het moeilijkste en meest theoretische boek van Lévi-Strauss.

Lemaire:
“Om te beginnen is het ‘wilde denken’ niet het ‘denken van de wilden’. Er wordt mee bedoeld een universele eigenschap van de menselijke geest, die ook bij ons, modernen, nog bestaat, zij het meer in de marge van onze samenleving: in kunst en poëzie, bij het knutselen en in sommige vormen van weten bij het volk. Deze vorm van denken is sinds de opkomst van filosofie en wetenschap in onze geschiedenis meer en meer verdrongen en mis­kend geraakt, maar ze is niet minder redelijk, alleen haar midde­len verschillen. ‘Wild’ denken en wetenschap zijn geen ongelijke stadia in de ontwikkeling van de geest, maar ‘twee strategische niveaus’ waarop de werkelijkheid gekend kan worden, de een dichtbij zintuiglijke waarneming en verbeelding blijvend, de andere op een zekere afstand begrippen construerend.’ Elke denkwijze heeft de neiging haar eigen objectiviteit te overschat­ten en andere te onderschatten; maar ‘de mens heeft altijd even goed gedacht’, alleen doel en middelen kunnen verschillen.[…]

Lévi-Strauss benadrukt hoezeer het wilde denken nieuwsgie­rig is, geïnteresseerd is in zo veel mogelijk kennis, los van prak­tisch nut. De kennis die inheemse samenlevingen van bijvoor­beeld hun omgeving hebben, is verbluffend. Vaak onderscheiden ze meer dier- en plantsoorten dan de wetenschappelijke zoölogie en botanie. Alle dingen en wezens worden onderscheiden, gedif­ferentieerd, geclassificeerd in complexe en verfij nde taxonomieën. Met andere woorden: men brengt voortdurend orde aan in de waarneembare wereld, net als 00 k de westerse wetenschap primair begint met het opstellen van taxonomieën. Maar dit ordenende denken, dat bovendien niet rust voor het een totaalbeeld van de wereld heeft, beweegt zich op het vlak van een ‘concrete logica’, namelijk een logica van de ‘zintuiglijke kwaliteiten’ en niet – zo­als onze wetenschap – met formaliseerbare, abstracte, kwantita­tieve concepten.

Een dergelijk denken is dus alles behalve een ‘mystieke parti­cipatie’ vanuit een soort oer-eenheid van mens en wereld. Men classificeert en men verkent de werkelijkheid in termen van de zintuiglijkheid zelf, in een denken dat nog niet begrippen con­strueert op afstand. Het lijkt onwetenschappelijk omdat de we­tenschap vanaf de i zde eeuw zich heeft gericht op de ‘primaire’ eigenschappen van de dingen (kwantificeerbaar) en de ‘secun­daire’ aspecten (geur, kleur enzovoort) – dus al dat wat zintuigen en verbeelding het meest treft – terzijde heeft geschoven als sub­jectief en oppervlakkig. Het is nu de basis intuïtie van Lévi­Strauss om de ratio aan te tonen van deze secundaire kwaliteiten en daardoor de logica van het concrete, die opereert in het veld van de zintuiglijke kwaliteiten, te integreren in de hoofdstroom van het (natuur)wetenschappelijk denken. Op die manier her­ontdekt en rehabiliteert de wetenschap de ‘onuitputtelijke les­sen van een zinruiglij ke wereld die ze eerst had gemeend te moe­ten afwijzen’.’ Zo schrijdt de moderne wetenschap voort door haar kaders te verruimen en zodoende datgene te integreren wat ze eerst als irrationeel had afgewezen. De rationaliteit van het wilde denken wordt beseft op het historische moment dat de na­tuurwetenschappen deze secundaire kwaliteiten weer gaan be­trekken in hun onderzoek en de geschiedenis van de kennis wordt zo een ‘gesloten systeem”. Vooruitgang van de weten­schap (als die er al is) vindt alleen plaats, stelt Lévi-Strauss, door­dat ze’ een poging doet om archaïsche etappen van haar ontwik­keling weer toe te eigenen’.”” ( p 60 ff)

————————————————–

NRC columniste Louise Fresco schrijft mooi over Lévi-Strauss ( 10-11-2009)

De inzichten van Claude Lévi-Strauss krijgen een nieuwe actualiteit in deze tijd waarin de nadruk weer ligt op verschillen tussen bevolkingsgroepen en op de eigen identiteit. De wijze waarop uiterst rechts de islam en islamistische medeburgers demoniseert, is niet veel anders dan hoe er in de jaren dertig in Brazilië over indianen werd gedacht (om maar over het fascisme van die tijd te zwijgen). Niet alleen delen bijna alle mensen ter wereld het identieke verlangen naar decent werk en de vrijheid om hun kinderen naar eigen inzicht op voeden, de manier waarop zij over de wereld denken verschilt niet fundamenteel. Lévi-Strauss stelde dat etnische afkomst en ras mentale constructies zijn. Daarin wordt hij nu volledig bevestigd door het modernste dna-onderzoek naar de evolutie van de mens.”

Maria Trepp

 

Novemberdag/ Jan Toorop

9 comments

Koud, regen.
Spit in mijn rug.
Hond mag niet eten
vanwege operatie vandaag.

Oh bahhhhhh.


Ik houd me redelijk vrolijk met mijn passiebloemen count down.
Ze geven het nog niet op.
Echt waar.
Minimaal zes heb ik vanochtend gezien door natte brillenglazen.



Passiebloem, Leiden 4 nov 2009

Ik maak nu elke dag foto’s en zal hier nog de laatste dag vermelden dat er passiebloemen waren (met foto!)


Jan Toorop, Novembermiddag, 1885

Nu te zien in het Gemeentemuseum Den Haag in  “Voorbij de horizon”


———————————————————————–

6 nov 2009 Passiebloem Leiden

Xantolo- De kleurrijke dood/Dodenfeest Mexico

10 comments

In vele huizen in Mexico is het in de nacht van 1 november feest; dodenfeest.  De mexicanen vieren die nacht dat hun overleden familieleden en vrienden tijdelijk terug keren naar huis.

In de huizen staan prachtige altaars met kaarsen, bloemen en wierook . Ook is er eten en drinken zodat de geesten van de overledenen op krachten kunnen komen van hun reis en zich kunnen voorbereiden op het komende jaar. Het dodenfeest duurt de hele nacht en wanneer de zon opkomt gaan de zielen van de overledenen weer rusten en de levenden naar huis.

Xantolo- De kleurrijke dood/Dodenfeest Mexico foto Maria Trepp

Xantolo- De kleurrijke dood/Dodenfeest Mexico foto Maria Trepp

Xantolo- De kleurrijke dood/Dodenfeest Mexico foto Maria Trepp

Xantolo- De kleurrijke dood/Dodenfeest Mexico foto Maria Trepp

Xantolo- De kleurrijke dood/Dodenfeest Mexico foto Maria Trepp

Xantolo- De kleurrijke dood/Dodenfeest Mexico foto Maria Trepp

Xantolo- De kleurrijke dood/Dodenfeest Mexico foto Maria Trepp

Xantolo- De kleurrijke dood/Dodenfeest Mexico foto Maria Trepp

In het in Museum Volkenkunde Leiden staat een prachtig Mexikaans dodenaltaar ( tot en met zondag 8 november).

Sociale cohesie en pluriformiteit: Wilders, Ellian, Kees Schuyt

64 comments

Volgens Leidse wetenschappers ondermijnt Wilders de sociale cohesie.
 
Wilders-aanhangers kunnen het hiermee nauwelijks oneens zijn, lijkt me, alleen zullen zij zeggen dat het nodig is de sociale cohesie te ondermijnen teneinde het multiculturalisme te verzwakken.

 
 
 
 
 

 
 
Wrang is wel dat een van de belangrijkste intellectuele steunposten van Wilders, de Leidse  hoogleraar Afshin Ellian, uitgerekend hoogleraar sociale cohesie is. Hij werd benoemd onder volkomen onduidelijke omstandigheden. Zijn kwalificatie voor hoogleraar “sociale cohesie” is niet bekend.
 
 
 
 
 
 
 
 Een andere Leidse hoogerlaar (Cleveringahoogleraar 2007), Kees Schuyt, energieke tegenstander van Ellian en van de Edmund Burke stichting die Wilders groot heeft gemaakt, heeft veel gepubliceerd over sociale cohesie.
 
Het is helemaal niet zo dat Schuyt pleit voor een sociale cohesie. Nee, hij zegt dat er ook te  veel sociale cohesie kan bestaan. Dan ontstaat er een “schier onontkoombaar wij-gevoel, en iedereen die daarbuiten valt wordt beschouwd en behandeld als vijandig.” ( Trouw, 3-2-2007) In die zin klopt het wel dat een man als Ellian, die de islam beschouwt als de pest, hoogleraar sociale cohesie is.
 
“Kees Schuyt: In de politieke discussies worden sociale cohesie en integratie vaak als synoniemen gebruikt. Dat is niet terecht en veroorzaakt veel verwarring. Vaak wordt niet beseft dat cohesie een chemisch begrip is dat iets zegt over de aantrekkingkracht tussen moleculen, over de mate waarin die aan elkaar kleven. Wanneer je zegt dat mensen aan elkaar kleven, dan heeft dat snel een negatieve connotatie. Het is een goed bewaard sociologisch geheim dat er ook te veel sociale cohesie kan zijn. Wanneer de neuzen allemaal één richting uit wijzen, wanneer er een sterk wij-gevoel heerst, is dat nadelig voor groepen die daar niet bijhoren. In nazi-Duitsland was in de jaren dertig sprake van een sterke sociale cohesie, zonder ruimte voor afwijkingen en kritiek, waarbij één groep en enkele andere afwijkende groepen zoals de zigeuners nadrukkelijk werden buitengesloten en vervolgd. Integratie daarentegen is iets anders. In een goed geïntegreerde samenleving is de verhouding tussen ik en wij, tussen het individu en de groep, in evenwicht. De individualiteit van mensen wordt niet door het collectief onderdrukt. Bovendien bestaat de samenleving niet uit één collectief, maar uit verschillende groepen, waartussen ook een evenwicht bestaat. Wanneer er één dominante groep is, is er tevens ruimte voor diverse minderheden. In tegenstelling tot sociale cohesie is integratie een dynamisch evenwicht binnen een systeem.“ (De Groene Amsterdammer, 15-12-2006)
 
 
Kees Schuyt, en ik met hem, pleit voor pluriformiteit in plaats van sociale cohesie.

 

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

 

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief