Wetenschap Kunst Politiek

Leda en de zwaan/ Leonardo da Vinci, Cezanne, Klimt

15 comments

 

Hier een klassieke Leda van Leonardo da Vinci:

 

 

en van Michelangelo:

In de Volkskrant (27-11) zag in een mooie afbeelding van een tekening van Charlotte Mutsaers “Leda”.

Hier een paar moderne Leda’s:

 

Paul Cezanne, Leda

Bij Klimt is de zwaan zwart- apart!

Andre Lhote, Leda, 1930 (mijn favoriet)

Gerrit Bolhuis, Leda (tekening 1955)

Gerrit Bolhuis, Leda (gezien Museum Beelden aan Zee juli 2009)

William Turnbull, Leda, 1985 ( Museum Beelden aan Zee)

Leda en de zwaan zijn hier een eenheid

Nog een Leda uit Beelden aan Zee, zie hier bij Solvejg

Constant, Leda, 1993

Zie ook: Zwanen in de moderne kunst

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits

.

Voorgeschiedenis van het antisemitisme: Die Judenfrage/ Het joodse vraagstuk

no comment

Bijzondere architectuur van Oscar Niemeyer

no comment
Oscar Niemeyer Humberto Diogenes Parque_da_Cidade_do_Natal

Oscar Niemeyer Parque_da_Cidade_do_Natal
foto Humberto Diogenes wikimedia commons

Humberto Diógenes

Oscar Niemeyer Stella Dauer Interior_Auditoro_do_Ibirapuera_2

Oscar Niemeyer Interior_Auditoro_do_Ibirapuera_foto Stella Dauer wikimedia commons

Stella Dauer

Oscar Niemeyer Agencia Brasil Catedral_de_Brasilia_02

Oscar Niemeyer Catedral_de_Brasilia_02 fot Agencia Brasil wikimedia commons

Agencia Brasil

Oscar Niemeyer NitotMondadori-headquarters-with-pond

Oscar Niemeyer Mondadori-headquarters foto Nitot wikimedia commons

Oscar Niemeyer leonelponce Oscar_Niemeyer_Sao_Paulo I bleed

Oscar Niemeyer foto: leonelponce wikimedia commons

  Memorial da América Latina (Mão)

Herman van Gunsteren over de multiculturele samenleving: Vertrouwen in democratie

52 comments

De Leidse emeritus rechtsfilosofie Herman van Gunsteren staat vandaag op de opiniepagina met een interessant artikel over de PVV.
 
Eerder heb ik al over de bijdrage van Kinneging en van Van Gunsteren in de martelkwestie geblogged (Leidse hoogleraren over het marteldilemma: Kinneging, Mertens, Van Gunsteren)
Vandaag hier citaten uit Van Gunsterens interessant boek Vertrouwen in democratie, waar hij tegen een identiteitspolitiek en voor diversiteit in plaats van monocultuur.
 
Als men in de democratie tot hoogwaardige oordelen en besluiten wil komen, zijn volgens hem een aantal randvoorwaarden vereist, waaronder diversiteit.
 
Toch zegt ook hij dat een multiculturele samenleving tot problemen kan leiden, namelijk dan, als er geen uitwisseling van informatie tussen onafhankelijke individuen plaats vindt. Als groepen in de multiculturele samenleving hun gang gaan zonder confrontatie en uitwisseling met anderen kan de democratie niet werken. Intelligente zelforganisatie – en de democratie kan in het beste geval een intelligente zelforganisatie zijn – stagneert zonder voldoende diversiteit, maar ook zonder voldoende uitwisseling.
 
Van Gunsteren pleit voor diversiteit en ervoor “de boel bij elkaar te houden”- hij gebruikt de formulering van de Amsterdamse burgemeester Cohen (die door Ellian tot “de Grote Ayatollah” werd benoemd, die maar beter naar Teheran kan vertrekken). “De boel bij elkaar houden” vertaalt Van Gunsteren met: “rechtvaardig vorm te geven aan lotsverbondenheid” (p. 129)
 
Van Gunsteren schrijft over de praktische maatregelen waarmee burgerschap wordt gecreëerd:
 
“De mix van mechanismen waardoor burgerschap verzekerd wordt kan per regiem verschillen en mettertijd veranderen. Recent worden in Nederland in een viertal kwesties van burgerschap de accenten anders gelegd:

  1. Waar mag de eigen versie van het goede leven gestalte worden gegeven: onzichtbaar achter de voordeur of erkend in de publieke ruimte?
  2. Is er ruimte voor multiculturaliteit of dient iedere burger zich in de Nederlandse cultuur in te voegen
  3. Waar wordt burgerschap geleerd: in de praktijk, door te doen, of via cursussen en examens?
  4. Geldt loyaliteit van burgers jegens allen, of alleen jegens gelijkgezinden van goede wil?

 
In alle vier kwesties is recent het accent naar het laatstgenoemde alternatief verschoven, d.w.z. naar identiteitspolitiek, assimilatie, inburgering en gelijkgezindheid. De vraag is of hiermee gepaard gaande nieuwe mix van regels en instituties van burgerschap voldoende diversiteit produceert.” (p.132f.)
 
De huidige regering voert in vergaande overeenstemming met de eisen van Ellian/Cliteur een beleid om het Nederlands burgerschap te bevorderen. Daarmee, zo Van Gunsteren “ doet zij in feite mee aan een identiteitspolitiek die met de neutraliteit van de staat op gespannen voet staat. Burgerschap behelst in deze opvatting meer dan je aan de wet houden en de taal spreken. Het vraagt ook vertrouwdheid met en je invoegen in de Nederlandse cultuur. Wat die cultuur is wordt bepaald in cursussen en examens, alsmede in voorbeeldig gedrag van machthebbers die demonstreren hoe het in Nederland hoort. Burger zijn in deze visie verplicht zich normaal te gedragen. Wie afwijkt doet eigenlijk niet goed mee. Hij is een voorwerp van zorg en aandacht. Zeker nu in de veiligheidsstaat risicoburgers- dat zijn mensen die volgens de experts een gevaar vormen- verdacht zijn.
 
Vanuit de principes van zelforganisatie bezien betekent dit intomen van diversiteit een ernstig verlies van zelforganiserend vermogen van de democratie.” (p.139)
 
“De huidige nadruk op Nederlands burgerschap, op burgerzin en op assimilatie in de Nederlandse cultuur, leidt echter al gauw tot een disciplinering in braafheid waardoor het genereren van de voor zelforganisatie onmisbare diversiteit stagneert. “(p. 141)
 
“De nadruk op wat burgers bindt, op ‘elkaar vasthouden’, heeft een schaduwkant. De mensen van kwade wil, de afwijkenden en onverschilligen worden eigenlijk buiten de kring van burgers geplaatst. Zij zijn misschien wel burgers, maar geen goede, bruikbare burgers. Zij missen burgerzin. Ze beantwoorden niet  aan het plaatje van de gewone, fatsoenlijke burger.
Een alternatief voor deze eindplaatjes-benadering van het kabinet Balkenende [en van de Burkianen,M.T]  is een meer processuele en conflictuele visie op burgerschap als kernelement van vreedzame zelforganisatie. Die ziet vertrouwen als een bijproduct van de mogelijkheid om gezond te wantrouwen. Medeburgers hoeven niet allen het beste met elkaar voor te hebben. Het is voldoende dat ze zich in het maatschappelijke verkeer niet als vijanden gedragen, maar bereid zijn als tegenstanders binnen een geregeld speelveld conflicten uit te vechten.” (p.143)
 
 

Wuivende ruigte

8 comments

Warmond, Broekpolder/ De Strengen 20 november 2009

Susan Neiman over realisme en idealisme, over Kant en over Edmund Burke

22 comments

Evelien Tonkens schrijft over Susan Neiman, wiens boek “Morele helderheid” ik met veel interesse heb gelezen en in mijn Burke-Stichting-documentatie heb gebruikt.

Ik citeer uit mijn hoofdstuk over “realisme”:

Het Wilderiaanse Nieuw-realisme met zijn wortels bij Wilders-peetvader Bolkestein is in feite een hobbesiaans realisme. De wereld wordt beschouwd als het toneel van een niet-aflatende strijd om  macht.[1] Volgens Hobbes is  de mens van  nature niet geneigd  tot het goede (altruïsme en samenwerking), maar eerder tot het kwade (egoïsme en machtsstrijd).

“Realistisch” is een hobbesiaanse houding inzoverre als ervan uit wordt gegaan dat de wereld, en de vijandige menselijke verhou­dingen daarin, op dit fundamentele niveau niet te veranderen is.

In de ogen van Susan Neiman is het hobbeaans realisme gevaarlijk omdat het de mens als een hopeloos geval ziet, dat je maar het beste zo strak mogelijk aan banden kunt leggen. De ‘oorlog van allen tegen allen’, die volgens Hobbes de natuurlijk staat van de mens verbeeldt, doet Neiman af als bovenmatig zwartgallig.
“De notie dat de mens van nature goed is, mag onzinnig zijn, het tegenovergestelde is net zo goed niet waar. Mensen zijn in staat tot onbaatzuchtige handelingen ten dienste van hun medemensen; sommige zetten daarbij zelfs hun leven op het spel. Dat zijn de morele helden die wij volgens Neiman nodig hebben, de voorbeelden die ons eigen idealisme vorm kunnen geven. Die helden zijn geen supermensen; ze zijn feilbaar, soms zwak en altijd heel erg menselijk.” NRC 2-1- 2009.

In haar boek “Morele helderheid” stelt Neiman betreffende het neoconservatieve “realisme”, dat conservatieven aan een overdaad van mogelijke metafysica’s lijden en een slingerpad bewande­len tussen een realisme dat de slechtste kanten van menselijke en ande­re naturen als ankerpunten neemt, en een idealisme dat blind is voor al­les behalve de weerspiegelingen van zijn eigen dromen (p 129).

Neiman beschrijft ook het realisme van Edmund Burke dat volgens haar typisch is voor het conservatief realisme:

“Zoals de meeste conservatieven maakt Burke gebruik van de retorische kunstgreep om zijn visie niet zozeer als een visie maar als een mix van gezond verstand en nuchtere observatie te presenteren. Ideeën en ideo­logieën zijn iets voor progressieven; conservatieven zijn simpelweg re­alisten die zich tevreden stellen met erop te wijzen hoe de wereld nu eenmaal in elkaar steekt. Het genoegen waarmee Burke de ‘bazelaars en avonturiers’ belachelijk maakt, verbergt op effectieve wijze dat zijn po­sitie eveneens stoelt op een specifieke en invloedrijke metafysica met haar eigen karakteristieke opvatting over de menselijke natuur.” ( p 137)

Neiman is Kant-specialiste en zij voert Kant aan tegen Burkiaanse nieuw-realisten:

“Een jaar nadat Burkes boek over revolutie was verschenen, publiceer­de Kant zijn antwoord in een pamflet genaamd ‘Over de gemeenplaats: dat kan in theorie wel juist zijn, maar deugt niet voor de praktijk’. (….) Kant schreef dat conservatieven zoals Burke karig zijn met hun ar­gumentatie maar scheutig met hun ‘voorname hooghartige toon’. Ze menen ermee te kunnen volstaan radicale standpunten te bespotten zonder die van henzelf te bevragen. Erger nog is dat ze niet opmerken in welke mate onze ervaring is geconstrueerd – en vaak opzettelijk – ter be­stendiging van een maatschappelijk systeem dat precies die mensen be­gunstigt die het als onvermijdelijk bestempelen. ` (p 137)

Net als Boukje Prins (“Voorbij de onschuld”) en met Kant zegt Neiman, dat de sociale werkelijkheid niets is is dat onafhankelijk van de mens bestaat, maar gemaakt wordt:
“Van nog groter belang is dat degenen die zichzelf realist noemen op verschillende manieren over het hoofd zien dat je de werkelijkheid op meer dan één manier kunt bezien. je visie op de werkelijkheid bepaalt je visie op wat je in die werkelijkheid tot stand kunt brengen.”( p 138)

Neiman pleit met Kant voor een idealisme dat de spanning tussen ideal en werkelijkheid vasthoudt. Zij keert zich zowel tegen plat realisme alsook tegen puur idealisme. Zij pleit voor een leven tussen ideaal en werkelijkheid, waarbij de werkelijkheid niet simpel kan worden waargenomen, omdat mensen de werkelijkheid altijd “door een bril” zien, en waar ook de idelaen niet makkelikk bereikbaar zijn (zoals de neoconservatieve nationalistisch-populistische idalen) maar geduld en een grote tolerantie voor frustraties eisen.



[1] Vgl het hobbesiaans realisme bij G.W. Bush, zie Rob Wijnberg, Nietzsche & Kant lezen de krant, p 92 ff; Susan Neiman, Morele helderheid.

Wilders en Bolkestein tegen Turkije

62 comments


Wilders is geen gekke clown.
 
Hij vertegenwoordigt ook geenszins alleen de ontevreden lagere middenklasse.
 
Onder professoren: Wilders werd gemáákt door Nederlandse intellectuelen en professoren, met prof. dr. Bolkestein voorop en de Leidse Edmund Burke Stichting als intellectuele achterban.
 
Wilders heeft zijn werkkamer in de Tweede kamer ingericht met meubilair dat hij van Bolkestein heeft overgenomen. En men vergelijke  het Wilders-standpunt inzake Turkije (zie de Volkskrant vandaag  17-11-2009) met dat van Bolkestein:

“De toetreding van Turkije is zwanger van onheil. Turkije is te groot, te arm en te anders. De EU zou grenzen aan Irak, Iran en Syrië. De Turkse fractie zou de grootste zijn in het Europarlement.
Bovendien zou een Turkse toetreding leiden tot die van de Oekraïne en daarna van Wit-Rusland, Moldavië en – waarom niet? – de drie Kaukasische republieken. Tezamen met de opvolgerstaten van het voormalige Joegoslavië zou de EU dan uit meer dan veertig lidstaten bestaan. Zo’n Unie is onbeheersbaar. Dan is het gedaan met enigerlei Europese cohesie. Willen wij de EU de komende vijftig jaar in goede orde houden, dan zijn in ieder geval twee zaken noodzakelijk: zich beperken tot kerntaken en Turkije buiten de deur houden.” (de Volkskrant, 17 maart 2007)

Bolkestein deelt Wilders’ standpunt over Turkije, en het was dit standpunt waarvoor Wilders toentertijd de VVD moest verlaten.

Bolkestein is de geestelijke vader van Geert Wilders:
“Als beleidsmedewerker behoorde hij [Wilders] al snel tot het zogenoemde ‘klasje van Bolkestein’; jonge medewerkers die met de toenmalige fractieleider brainstormden over onderwerpen die op de agenda moesten komen. Hij schreef ook regelmatig de, soms scherpe, toespraken van Bolkestein.”( Trouw, 17-9-1999)

Niet voor niets wordt Bolkestein uitgebreid aangehaald door Wilders en Spruyt in hun filosofisch programma Een Nieuw-realistische visie ( te lezen op de Wilders-site).
 
Bolkestein is ideologisch gezien een voorganger van de rechtspopulistische anti-islamisten geweest. Net als Fortuyn heeft hij een frontale oppositie tussen de islam en de verlichting gecreëerd en ontzegt nu de moslims zelfs het recht op eigen scholen.

 

Toegevoegd op 22-4-2012:

Thomas van der Dunk is van mening dat mogelijk het thema Turkije Wilders ten val heeft gebracht.

Symbolistische boekillustraties: Jan Toorop en anderen

18 comments

Er is recentelijk een bijzonder hoogleraar “Illustratie” benoemd, Saskia de Bodt.

Illustraties zijn inderdaad een bijzondere vorm van kunst.

Aan de vele boekillustraties die ik op mijn blog heb staan voeg bij deze gelegenheid nog een paar mooie jugendstil/symbolisme-illustraties toe.




Jan Toorop, Metamorfoze (Louis Couperus)



Karel de Neree tot Babberich, Inleiding tot Extaze (Couperus)




en een mooie gestileerde passiebloem van Beardsley


.

De melancholieke engel van de tijd/Erwin Mortier Godenslaap

22 comments

De prachtige roman van Erwin Mortier “Godenslaap” is een fantastische reflectie op de geschiedenis, op het herinneren en op het schrijfproces zelf.
 
De titelillustratie is in feite een illustratie van de tekst op pagina 142:
 
 
“[…] Toen vlamde, in het uiterste noorden, tegen de kust aan, min of meer op de plek waar mijn vader ons als kind had aangewezen waar Nieuwpoort moest liggen, ineens een rode gloed op uit de nevel. De mistbanken weerkaatsten dat geflakker, dat bijna meteen weer doofde.[..]
‘Lichtkogels,’zei iemand. ‘Ze steken boven de linies lichtkogels af.’ “

  
Uit Godenslaap (vijfde pagina van het verhaal, dat geschreven is uit het perspectief van een oude vrouw):
 
“’De engel van de tijd heeft me al meegenomen,’ zeg ik te­gen Rachida, de verzorgster, wanneer ze me ’s ochtends uit bed helpt. Ik zeg het om haar te zien lachen. ‘Je kent de engel van de tijd toch? Hij zou de engel van de wraak kunnen zijn of de engel der victorie. Maar hij is ook de engel van de slaap en de Melancholie van Dürer.’
‘Ja, mevrouw Helena. Uw engelen zijn ingewikkeld.’  ( p 11)
 
De engel van de tijd, dat is de engel van de melancholieke kunstfilosoof Walter Benjamin, die een schilderij van Paul Klee bezat, Angelus Novus.
Hij schrijft erover (ik heb nog geen vertaling gevonden, en wil mezelf hieraan niet de vingers verbranden) :
 

Paul Klee, Angelus Novus
 
 
“Es gibt ein Bild von Klee, das Angelus Novus heißt. Ein Engel ist darauf dargestellt, der aussieht, als wäre er im Begriff, sich von etwas zu entfernen, worauf er starrt. Seine Augen sind aufgerissen, sein Mund steht offen und seine Flügel sind ausgespannt. Der Engel der Geschichte muß so aussehen. Er hat das Antlitz der Vergangenheit zugewendet. Wo eine Kette von Begebenheiten vor uns erscheint, da sieht er eine einzige Katastrophe, die unablässig Trümmer auf Trümmer häuft und sie ihm vor die Füße schleudert. Er möchte wohl verweilen, die Toten wecken und das Zerschlagene zusammenfügen. Aber ein Sturm weht vom Paradiese her, der sich in seinen Flügeln verfangen hat und so stark ist, daß der Engel sie nicht mehr schließen kann. Dieser Sturm treibt ihn unaufhaltsam in die Zukunft, der er den Rücken kehrt, während der Trümmerhaufen vor ihm zum Himmel wächst. Das, was wir den Fortschritt nennen, ist dieser Sturm.”-
Walter Benjamin, Über den Begriff der Geschichte, 1938.
 
Wat kunnen we, wat weten we eigenlijk als we de puinhoop van de geschiedenis proberen te overzien en te herinneren? 
 

 
Een melancholieke engel zit ook op Dürers beroemde en hierboven in Godenslaap genoemde ets “Melancholia I”, die de zwaarmoedigheid van het moderne geleerdenleven laat zien, en die  later door Goethe’s Faust zo goed in woorden werd gevat:
 
“Habe nun, ach! Philosophie,
Juristerei und Medizin,
Und leider auch Theologie
Durchaus studiert, mit heißem Bemühn.
Da steh ich nun, ich armer Tor!
Und bin so klug als wie zuvor;
Heiße Magister, heiße Doktor gar
Und ziehe schon an die zehen Jahr
Herauf, herab und quer und krumm
Meine Schüler an der Nase herum-
Und sehe, daß wir nichts wissen können!
Das will mir schier das Herz verbrennen.
Zwar bin ich gescheiter als all die Laffen,
Doktoren, Magister, Schreiber und Pfaffen;
Mich plagen keine Skrupel noch Zweifel,
Fürchte mich weder vor Hölle noch Teufel-
Dafür ist mir auch alle Freud entrissen,
Bilde mir nicht ein, was Rechts zu wissen,
Bilde mir nicht ein, ich könnte was lehren,
Die Menschen zu bessern und zu bekehren.
Auch hab ich weder Gut noch Geld,
Noch Ehr und Herrlichkeit der Welt;
Es möchte kein Hund so länger leben!”

 
Uit teleurstelling met de schoolse wetenschap begint Faust aan magie; hij gaat dus op zoek naar het “Wilde denken”.
 
Ook de “Godenslaap’ is een zoektocht naar een andere werkelijkheid dan de alledaags-rationele; een zoektocht naar het tijdloze paradijs van het kind en naar het geluk van het lezen. De ‘Godenslaap’ is een filosofische roman die in de Walter Benjamin/Proust-traditie staat.

De oude vertelster: “Elke ochtend ga ik met mijn tong over mijn gebit, trots dat ik nog alle mijn kiezen heb, en lees in braille de grijns van de doodskop af in mijn vlees. Als memento mori volstaat dat.” Prachtig geformuleerd. Later gaat het zelfs over de schedel en het stilleven – zie mijn blog Stillevens van Picasso – :” [..] het hoofd van een dode dat in mijn hand lag als de welving van een gebroken kruik” (p 203).
 

Godenslaap’ vertelt in zorgvuldige, intieme beelden over de verschrikkingen van de oorlog.
 
Een belangrijk thema is de “obsceniteit“ van de dood en de oorlog:
 
“OBSCEEN was ook  de dood van Amélie Bonnard, als uit het niets getroffen […]” (p 189)
 
“Obsceen is het woord dat ik herhaal. Obsceen de aanblik van Amélie Bonnard, ’s middags nog een kind dat voor de spiegel haar lokken achter haar oren zal hebben ge­legd voor ze de rouge van haar moeder op haar wangen smeerde, tegen de avond een dood kindvrouwtje in een bruidsjurk. Haar schoenen leken niet te passen, te ruim om haar hielen te liggen, de handschoentjes te precieus, de paternoster te pathetisch, de sluier die we over haar hoofd en het verband getrokken hadden te etherisch in het licht van de kaarsvlam.” (p 205)
 
Mortier volgt hier Coetzee’s alter ego Elisabeth Costello en haar bespiegelingen over de obsceniteit van geweld en van de literatuur die geweld beschrijft (“Het probleem van het kwaad” in: “Elisabeth Costello”)
 

Stillevens/composities van Theo van Doesburg

no comment

In de grote internationale tentoonstelling over Theo van Doesburg in de Leidse Lakenhal, Van Doesburg and the International Avant-Garde: Constructing a New World zijn een aantal mooie kleurijke stillevens/ composities van Van Doesburg te zien.

Eerder heb ik over de stillevens van Picasso geblogged (Stillevens van Picasso/ Gemeentemuseum Den Haag) , en nu ik zie dat een stilleven in zijn abstracte vorm “compositie” wordt genoemd, denk ik, ja, daarom houd ik zo van stillevens, ze zijn in wezen al abstract.



Theo van Doesburg, Composition I (Still Life) 1916



Theo van Doesburg, Composition II (Still Life) 1916

Theo van Doesburg, Composition III (Still Life) 1916

Meest recente berichten