Wetenschap Kunst Politiek

Scepsis en hoop- Peter Sloterdijk over de islam/ Het heilig vuur

35 comments


Peter Sloterdijk is voor mij de belangrijkste hedendaagse denker.
 
 Zijn “Kritiek van de cynische rede” is  een poging om neo-Nietzscheaanse filosofie en Vrolijke Wetenschap in de praktijk te brengen.
 
Sloterdijk sluit in zijn schriften ook sterk aan bij Walter Benjamin, die het Passagenproject de naam heeft gegeven.
 
Sloterdijk publiceert regelmatig over religie. Zijn boek “Het heilig vuur, Over de strijd tussen jodendom, christendom en islam  biedt een schat aan provocerende beschouwingen.
 
Wat ik bijzonder interessant vind bij Sloterdijk dat is dat hij een meedogenloze kritiek op de islam a la Bernard Lewis combineert met een zeer gedifferentieerde visie op de ontwikkeling van de islam, die helemaal niet op de lijn ligt van Lewis en de neocons.
 
In “Het heilig vuur” gaat het in de kern om de “domesticatie van jodendom, chris­tendom en islam in de geest van de goede samenleving” ( p 118).
 
In de eerste plaats ziet Sloterdijk, net als de neocons, de islam als een militante godsdienst, die historisch gezien militanter was dan het christendom:
 
De plicht om te groeien was aan deze godsdienststichting [de islam] niet minder inherent dan aan de zendingsopdracht van Paulus, met dit verschil dat de politiek-militaire dynamiek hier a priori een onlos­makelijke eenheid vormde met de religieuze. Mohammed knoopte aan bij de verscherping van het post-Babylonische jodendom, die voortleefde in de fanatieke toespitsing van Paulus, en ontwikkel­de vanuit deze richtlijnen een integraal militantisme.”( p. 71)
 
“De constitutieve rol van de militaire factor wordt be­vestigd door het feit dat binnen de canonieke geschriften over de profeet een aparte groep, de zogenaamde maghazi-literatuur, over niets anders gaat dan de veldtochten van Mohammed.”( p. 71)
“De islamitische geloofsijver wordt van meet af aan gekenmerkt door de vroomheid van de zwaardridder, ondersteund door een rijk opgetuigde mystiek van het martelaarschap.”( p 76)
 
“Wat zich afspeelt in de islamitische gebedshuizen, deze gymnasia van de godsvrucht, dient dus niet alleen om het geloof tot uitdruk­king te brengen. De betrokkenheid op het transcendente, die da­gelijks met lichaam en ziel wordt gevierd, heeft evenzeer het effect dat men in vorm blijft voor projecten van heilige strijdbaarheid. In ethisch en pragmatisch opzicht is de islam er met deze voor alle moslims geldende plicht tot het rituele gebed in geslaagd om het leven van alledag volkomen te laten doordringen door het heilig vuur. De allerhoogste plicht is geheugenactiverende fitness: deze staat gelijk met de geest van de wet zelf. “ ( p 72)
 
Toch maakt zich al meteen een bepaalde ironie geldend als Sloterdijk schrijft:
“De explosieve uitbreiding van de islam in de anderhalve eeuw na de dood van de profeet behoort ontegenzeglijk tot de po­litiek-militaire wereldwonderen, en wordt alleen overtroffen door de in omvang en intensiteit nog belangrijker uitbreiding van het Britse wereldrijk tussen de zeventiende en de negentiende eeuw. Dat deze razendsnelle, zij het regionaal begrensde wereldverove­ring werd gevoed door de authentieke intenties van de islam en zijn Heilige Schrift, kan geen ogenblik betwijfeld worden.” ( p 72)
 
Volstrekt anders dan Bernard Lewis en de neocons, die de islam vanuit een apocalyptische visie benaderen, kijkt Sloterdijk in de toekomst:
 
“Omstreeks 2050 zul­len ontwikkelde Europeanen bij het zien van de chronische stuip­trekkingen van islamitische ‘maatschappijen’ misschien af en toe moeten terugdenken aan de strijd uit de periode van de reformatie -meer nog echter aan de antimoderne koppigheidsfase van het ka­tholicisme, die duurde van 1789 tot aan het Tweede Vaticaans Con­cilie en die, zoals we ons nog altijd met verbazing voor de geest ha­len, tot voordeel van alle betrokkenen eindigde met de verzoening tussen theocentrisme en democratie. “ ( p 79)
 
Centraal in de beschouwing van Sloterdijk is dat hij af wil van het Zwart-Wit denken; van het of-of–denken, dat in de logica “Tertium non datur” wordt genoemd.
 
“Tertium datur”: er is een derde weg, dat is Peter Sloterdijks credo, of liever gezegd, misschien is die derde weg er nog niet, maar we gaan hem bouwen.
 
“Meerwaardigheidsdenken” noemt Sloterdijk deze derde weg. Zwart-wit-denken (= binair denken) kent maar twee toestanden;  zwart en wit;  goed en kwaad;  terwijl meerwaardigheidsdenken een scala van grijs kent en zoekt.
 
Over het meerwaardigheidsdenken in de islam schrijft Sloterdijk:
 
“Ook op het terrein van de monotheïstische geloofsijver zijn er redenen voor de overgang naar het meerwaardige denken. Juist de islam, die verder toch vooral bekendstaat om zijn hartstocht voor de strikte eenwaardigheid, heeft een exemplarische doorbraak be­reikt naar het scheppen van een derde waarde. Dit gebeurde toen voor de aanhangers van de boekreligies de dwang werd opgeheven om te kiezen tussen de Koran of de dood. Met de invoering van de dhimmi-status, die in feite een onderwerping zonder bekering be­tekent, ontstond er een derde mogelijkheid tussen het ja en het nee tegen de moslimgodsdienst. Dit wordt soms verkeerd opgevat als een vorm van verdraagzaamheid-dat begrip is tamelijk onislami­tisch, en ook tamelijk onkatholiek-, terwijl het eerder als een pri­mitieve uiting van meerwaardig denken moet worden beoordeeld. Voor de onderworpenen betekende dit hetzelfde als overleven, voor de onderwerpers betekende het de ontdekking van een mogelijk­heid om de plicht tot massamoord te ontlopen.” ( p 106)
 
Als disciplines die het offi­ciële meerwaardige denken hebben voorbereid, noemt Sloterdijk vooral “het principe van de trapsgewijze hiërarchische ordening en de nega­tieve theologie […] , daarnaast ook de hermeneutiek als kunst van het meerzinnige lezen en last but not least de ontwikkeling van de monotheïstische humor. “ ( p 110/111)
 
Vooral de nadruk op de hermeneutiek is voor mij belangrijk, omdat de hier vaak genoemde oud-Cleveringa-hoogleraar Nasr Abu Zayd degene is die de hermeneutiek op de islam toepast. (zie Verlichting in het Islamitisch denken)
 
Sloterdijk:
“De vormen van hermeneutiek, zoals die in de omgang met de heilige geschriften ontwikkeld worden, kunnen eveneens gelden als leerschool voor meerwaardig denken. Dit komt vooral door de omstandigheid dat de beroepsmatige schriftuitleggers zich met een gevaarlijk alternatief geconfronteerd zien. Het handwerk van het interpreteren vraagt uit zichzelf alom derde wegen, want zo­dra het goed en wel begonnen is, komt het voor de onaanvaardbare keuze te staan om de goddelijke boodschap ofwel te goed, ofwel te slecht te begrijpen. Beide opties zouden noodlottige consequenties met zich meebrengen. Zou de uitlegger het heilige boek zo goed begrijpen als alleen de schrijver dat zou kunnen, dan zou hij de in­druk wekken God op de schouder te willen kloppen en verklaren het geheel met hem eens te zijn-een pretentie die de hoeders van heilige tradities niet bepaald appreciëren. Zou hij het daarentegen in strijd met de consensus begrijpen, of sterker nog het boek vol­strekt duister of onzinnig vinden, dan zou er wel eens demonische verstoktheid in het spel kunnen zijn. In beide gevallen voldoet de uitlegger niet aan de norm en stelt hij zich bloot aan de reactie van de orthodoxie, die zoals bekend nooit kleinzerig was wanneer het erop aankwam ketters te laten zien wat de grenzen zijn. De religi­euze hermeneutiek is dan ook a priori op het tussengebied tussen twee vormen van godslastering aangewezen en moet zich daar in evenwicht zien te houden. In geen andere situatie is er een beter motief om voor een derde mogelijkheid te kiezen. Als je niet zo­danig met de bedoelingen van de schrijver mag versmelten dat je de indruk wekt hem beter te begrijpen dan hij zichzelf bij het dic­teren van de tekst begreep, maar ook zijn boodschap niet zo mag miskennen alsof hij een vreemde was die ons niets te zeggen heeft, dan is het uitwijken naar een middenpositie voorspelbaar. Het tus­senrijk van de uitlegging is de vertrouwde omgeving voor het zoe­ken naar een juist begrip van de heilige tekens; principiële onvol­maaktheid biedt voor zulk begrip alle kans. Ik hoef niet omstandig uit te leggen dat deze arbeid in de schemering van een altijd slechts gedeeltelijk onthulde betekenis bij uitstek geschikt is om het extre­misme te breken “(p 112/113)
  
 

Martel-juristen/ Philippe Sands: Torture team

67 comments

Op de voorpagina van de Volkskrant vandaag een artikel over de achtergronden van de CIA-martelingen.

Ik heb in meerdere blogs over de twijfelachtige houding van de Leidse hoogleraar Andreas Kinneging geschreven, die martelpraktijken impliciet goedkeurt. Zie bijvoorbeeld:
Leidse hoogleraren over het marteldilemma: Kinneging, Mertens, Van Gunsteren

Interessant hierbij is dat Kinneging via zijn Edmund Burke Stichting verbonden is met het American Enterprise Institute, waar de belangrijke VS-marteljurist John Yoo werkt(e). John Yoo heeft in de VS de juridische grondslagen gelegd voor het plan dat van terrorisme verdachten zonder vorm van proces kunnen vastgehouden worden. Hij was de openlijkste en felste tegenstander van de anti-martelwet van de Republikeinse senator John McCain. Yoo vindt dat folteren pas martelen mag heten als een orgaan van een ondervraagde definitief is beschadigd.
Yoo is als (co-)auteur betrokken bij de martelmemo’s.

Iedereen die meer wil weten over de achtergonden van de VS-martelpraktijken en de rol van juristen moet het boek “Torture team” van Philippe Sands lezen.

Uit een interview met Sands uit de NRC van 13 juni 2009:

“Sands’ boek draait om de Bush-ambtenaren Douglas Feith, destijds onderminister van Defensie, attorney general Alberto Gonzales, John Yoo, adviseur bij Justitie, David Addington, stafchef van vicepresident Cheney, justitie-adviseur Jay Bybee en William Haynes, ‘general counsel’ van minister van Defensie Rumsfeld. Praktijkjuristen die tijdelijk waren benoemd in hoge politieke beleidsfuncties in de Bush-regering. Nu zijn ze weer terug in de juridische beroepen. Sinds het boek van Sands liggen ze onder vuur. De advocaten onder hen worden waarschijnlijk uit hun ambt gezet. The New York Times pleitte ervoor de rechters onder hen te ontslaan.

Waarom richtte u zich op de juristen en niet op Cheney en Rumsfeld zelf?

Ik kon niet begrijpen hoe advocaten die aan Harvard en Yale afstudeerden ondervragingstechnieken goedkeurden die op marteling neerkomen. Hoe deden die mensen dat? Ik heb wat met de maatschappelijke verantwoordelijkheid van advocaten, hun integriteit en onafhankelijkheid. Mijn werkhypothese was dat met andere juristen dit nooit was gebeurd. Deze juristen hebben systematisch onafhankelijk of tegengesteld advies uitgesloten. Het ging hun alleen om het afdekken van vaststaand beleid. Iedereen die anders dacht werd uitgesloten. Daarom is president Obama er ook van overtuigd dat deze mensen een verantwoordelijkheid hebben. Zij hebben een grens overschreden.”

Het hele boek draait om één document, het Haynes memo, dat in 2004 door de Bush regering zelf is vrijgegeven na de rel over de Abu Graib gevangenis.

Sands:
“Achteraf was dat een ongelooflijk stomme manoeuvre van Bush. De gedachte was aan te tonen dat de VS zeer zorgvuldig optraden, dat er van marteling geen sprake was, dat Abu Graib niets met officieel Amerikaans beleid te maken had. En dat de druk om met agressieve verhoormethoden te beginnen uit het veld, van onderop afkomstig was. Nu staat vast dat het precies andersom was. Als je dit soort documenten aan iemand zoals ik geeft…”

De Leidse neocon, jurist en fanatieke Bush-fan Afshin Ellian verdedigde in zijn Leidse oratie nog de these dat Abu Graib niets met officieel Amerikaans beleid te maken had. Voor hem was Abu Ghraib geenszins een keerpunt.

Ellian in zijn oratie: “Men spreekt zijn afschuw uit over Abu Ghareib [Abu Ghraib, M.T.] zonder daarbij te willen melden het aantal Amerikaanse militairen dat wegens mishandeling vervolgd en veroordeeld zijn.”[1]
Als ik dit in Ellians oratie lees, moet ik eraan denken, dat Paul Cliteur, juist in de week dat de mensenrechtschendingen in Abu Ghraib bekend werden, in de Volkskrant een artikel plaatste over het welzijn van opgehokte konijnen: Konijnen lijden in eenzaamheid (de Volkskrant 12-5-2004). Het is fijn dat Cliteur het opneemt voor het konijn (Leidse afficheringsactie toentertijd: “Fijn voor het konijn, Cliteur!”) maar waarom horen we dan niets van hem over Abu Ghraib?

Sanders:” “Abu Graib was een keerpunt, een damdoorbraak. Daarvoor sliep de journalistiek. Veel van mijn Amerikaanse vrienden in rechtenfaculteiten waren in die tijd ook niet kritisch. Noem het een collectieve psychologische identiteit, peer pressure, ik weet het niet. Shockerend was het wel. Ook binnen de regering-Bush kwamen mensen tot het inzicht dat er iets ernstig mis was. Alleen, gaven ze dat nou maar een keer toe!”

Ja, en gaven de Leidse Burke juristen nou eindelijk eens toe dat er met het martel-beleid van hun neocon-juristen en collega’s iets ernstig mis was…en dat martelen nooit mag…

Commissie VS: martelpraktijken CIA waren zinloos



[1] Sociale cohesie en islamitisch terrorisme, oratie Universiteit Leiden 18-4-2006

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief