Wetenschap Kunst Politiek

Drie belangrijke gedachten van Michel Foucault

71 comments

De naam Michel Foucault valt vaak op mijn blog, dus had ik me voorgenomen een paar dingen op een rijtje te zetten die Foucault heeft gezegd en die mij enigszins interessant lijken.

Foucault is erg moeilijk te lezen en degenen die graag vertellen wat Foucault heeft gezegd zijn zelf ook weer moeilijk te lezen (zie ook de inleiding die Arjan Fernhout voor ons heeft geschreven op mijn vorige blog; nog eens afgedrukt hieronder).

Volgens mij zijn dit de drie belangrijkste gedachten van Foucault:

  • In navolging van Nietzsche zegt Foucault dat het waarheidsstreven in de wetenschap vermengd is met machtsstreven; objectiviteit dus niet zo maar gegeven is.


Mijn mening: dat is zeker zo, maar disciplines verschillen hierin sterk. Objectiviteit bestaat niet, maar wel een eerlijke reflexiviteit en een streven naar intersubjectiviteit. Veel postmodernen laten dit helemaal los, en daar sta ik niet achter.

  • Foucault problematiseert de kennis van experts (professoren enz.) en wil de subjectieve ervaring van iedereen opwaarderen.

 

Mijn mening: er lopen genoeg professoren rond die waardeloze dingen verkondigen (Fortuyn en zijn Leidse volgelingen…..) , en er lopen heel veel mensen rond die nooit hebben gestudeerd en die veel kennis hebben. Toch roep ik niet zo makkelijk: “Weg met de experts!” – dat is me toch te kort door de bocht en te populistisch.

  • Foucault neemt het op voor de gekken, voor degenen die gemarginaliseerd worden omdat zij niet “normaal” zijn en hij toont de machtsmechanismen aan die mensen buitensluiten die “anders” zijn.


Mijn mening: ik heb er zelf ooit ervaring mee gemaakt dat een autoriteitspersoon mij (zonder succes trouwens) de kritische mond wilde snoeren door overal te vertellen dat ik gek ben. Dat was een heel nare ervaring. Bewijs dan eens dat je NIET gek bent! Dat kan natuurlijk nooit. Mijn stelling is daarom ook, dat iedereen gehoord moet worden, ook vermeende gekken. Ik heb zelf ervaring met kennissen die psychotisch werden, en zij hadden vaak (niet altijd)  belangrijke dingen te zeggen, en lieten soms een grote sensibiliteit zien.  Ook is er veel waardevolle kunst bekend van vermeende of echte gekken.

……………………………

Als ik inspirerende, ietsje anarchische en moeilijke hedendaagse teksten wil lezen uit de Nietzsche-traditie, dan pak ik eerlijk gezegd niet Foucault, maar veel en veel liever Peter Sloterdijk, die niet heel ver afstaat van Foucault en die voor mij persoonlijk veel toegankelijker is.

Arjan Fernhout: [..] …ik zal nu een min of meer ongecorrigeerd uittreksel geven ter inleiding op “De orde van het vertoog” (L’ordre du discours) van Foucault. Het betreft hier zijn inaugurele rede bij het toetreden aan het College de France. Daarna geef ik een voorbeeld hoe de ideeën van Foucault in de praktijk worden toegepast.

I.

F. spreekt zich uit over het verlangen niet te hoeven beginnen; dat er geen begin zou zijn; dat hij zich slechts hoefde te nestelen in de kleine, lege gaten van een voorafgaand vertoog van een naamloze stem. Het betreden van de orde van het vertoog beschouwt hij als hachelijk. Liever zag hij de orde van het vertoog als een hem omhullende transparantie, waarin anderen hem antwoord zouden geven op zijn wachten. Hij concretiseert wat de ongerustheid in de vraag, wat het vertoog in zijn materiële werkelijkheid van gesproken of geschreven woord toch eigenlijk is. Daarnaast is hij omgerust over het vluchtige karakter van het vertoog, de grauwe activiteit van het dagelijks spreken en de versleten macht van het woord. Hij neemt enige afstand van het instituut (d.w.z. de groepering van subjecten, instanties, het historisch belang etc. die hem de macht tot spreken verleent), wiens beschermde/bevoogdende hand hij met de nodige scepsis aanvaart.
Het instituut immers antwoordt op zijn ongerustheid als volgt: “begin nu maar, wij zorgen dat uw vertoog binnen de wetten van de orde valt. Eer voor diegene die het instituut heiligt, en, mocht u enige macht vergaren door uw handelen, bedenkt dat u die macht uitsluitend aan ons verleent”. Binnen dit antwoord ziet hij een ongerustheid, die, hoewel anders geformuleerd, congruent is aan zijn eigen ongerustheid: “Wat is er gevaarlijk in het spreken van mensen en de voortdurende woekering van hun vertogen?” En komt tot een hypothese:
Ten eerste veronderstelt F. dat in elke maatschappijvorm de productie van het gesproken en geschreven woord gecontroleerd en gereorganiseerd wordt en vervolgens geherdistribueerd: een ritueel, welke tot dienst heeft de initiële macht van het woord te bezweren. Binnen dit ritueel, die het vertoog treffen ziet hij drie grote vormen van uitsluiting:

1. het verbod
2. tegenstelling tussen rede en waanzin
3. streven naar waarheid.

1)Omhelst al datgene wat onder bepaalde omstandigheden door bepaalde personen niet gesproken c.q. geschreven mag worden. Dit verbod is drieledig: het onderwerp kan taboe zijn, het vertoog voldoet niet aan de rituele handelingen van de desbetreffende discipline, de autoriteit missen. Meestal is het verbod het eindresultaat van het spel tussen deze 3 geledingen die elkaar compenseren, versterken etc. F. drukt dit prachtig uit door te stellen dat dit krachtenspel een soort rooster vormt die op bepaalde plekken zwart en ondoorschijnend is, b.v. de ontwapening van de seksualiteit of het tot rust komen van de politiek. Het verbod kan derhalve wellicht als tweeledig worden opgevat: het treft niet alleen het vertoog in zijn poging een bepaalde probleemstelling transparant te maken, het heeft ook tot doel de macht die aan een vertoog ontleent kan worden te treffen.

2)F. stelt dat de scheidslijn tussen gek en niet gek, zoals deze van het begin van de middeleeuwen af bestaat en waarbij het spreken van een gek tot geluid gereduceerd wordt, niet zo vervaagd is als de moderne medische wetenschap wil doen voorkomen. F. stelt dat deze scheidingslijn op andere wijze en langs ander wegen via nieuwe instellingen blijft bestaan. F. veronderstelt het luisteren van de arts niet onbevangen kan zijn, maar slechts aandacht geeft aan het vermeend emotioneel vervoerde, dan wel het vermeend megalomane etc.

3)F. vermeldt zelf dat wat hij beschouwt als de derde vorm van uitsluiting, nl. de tegenstelling tussen waar en onwaar als gewaagd en moeilijk hanteerbaar vanuit de vraag: “Wat is toch altijd die wil tot waarheid geweest en waarom onze zucht naar kennis” acht hij dit derde systeem tot uitsluiting (een historisch, veranderlijk en institutioneel dwanguitoefendheid systeem) als waarachtig. F. ziet een scheiding ontstaan in de beleving van het woord voor en na deze tijd bij de Grieken. Voor de scheiding was het woord van de aangewezen macht niet alleen de waarheid maar werd ook de toekomstige waarheid (selffulfilling prophecy). Na de scheiding werd het woord meer een beschrijving, een analyse, en werd het niet meer verbonden aan macht, omdat het woord kon worden gewogen als waar of onwaar. Ziehier de geboorte van onze wil tot kennis c.q. waarheid. Nu komt volgens F. de derde vorm van uitsluiting als reëel naar voren: de wil tot waarheid wordt binnen de perken gehouden door de waardering, verspreiding en toebedeling aan bepaalde groepen (nomenclatura) F. noemt een voorbeeld. De Grieken veronderstelden dat rekenkunde (betrekkingen van gelijkheden) wel in democratieën kon worden beoefend. Meetkunde (verhoudingen binnen de ongelijkheid) kon alleen in oligarchieën worden onderwezen. (Meetkunde was landmeetkunde. Wat er boven bij de ingang van de Academie van Plato stond geschreven moet begripsinhoudelijk gelezen worden: “Alleen voor landeigenaren. Met slaven en ander gewoon volk loopt het hier slecht af” A.F.)

F. meldt dat hij bij de verschillende methoden tot uitsluiting die een vertoog treffen, het langst over de derde methode heeft uitgewijd. De reden hiervoor is dat de eerste en tweede steeds meer naar de derde afdrijven. De derde neemt steeds meer van het eerste en het tweede voor zijn rekening. Achter blijft een dilemma: het ware vertoog (dat niet meer het vertoog is dat antwoord geeft op het verlangen en macht) d.w.z. voor de scheiding, b.v. bij de Grieken is niet in staat om het streven naar waarheid – in de zin van de machinerie die uitsluiting tot doel heeft – dat door het vertoog loopt, te herkennen.
Met andere woorden is het vertoog al dan niet, geheel of deels, slachtoffer van ingeslopen uitsluitingen d.m.v. de derde methode en gevangen door een a-priori van het streven naar de waarheid. F. noemt enkele personen van wie hij veronderstelt dat deze op de hoogte waren van dit gevaar. Namelijk:

– Nietzsche
– Artaud
– Bataille

en spoort aan om het gevecht tegen deze a-priori’s aan te gaan, vooral op het moment dat “de waarheid” het verbodene begint te rechtvaardigen en de krankzinnigheid verbindend begint te stellen.

Tot zover deze inleiding. Wel aardig is het feit dat ik het boek in de afgelopen dagen nergens heb weten te lenen. Ik heb het boek niet in bezit en dus heb ik mijn uittreksel niet alsnog geverifieerd. Mijn verzoek is dan ook aan ieder om dit even rustig te laten inwerken c.q. te overwegen of deze poging zinvol is c.q. wellicht enige administratieve handelingen te verrichten t.a.v. al het overige geschrevene op dit overvolle blog.

Maria, deze inleiding is niet compleet. Het is een proeve. Indien je dit alles interessant vindt volgt hierna een nadere analyse over een andere manier om het vertoog af te bakenen en te controleren, namelijk de interne procedures, t.w.

1)Het commentaar
2)De auteur, d.w.z. niet het individu, maar het geheel van groeperingen van woorden, eenheid en oorsprong der betekenissen en samenhang.
3)De discipline: indien een vertoog classificeerbaar zijn wil zijn, dan dient het in zich de mogelijkheid tot het formuleren van nieuwe stellingen te bergen. Echter….

II

De praktijk

De marginaliserende macht van concepten

Foucault heeft veel geschreven over kennisproductie: Wat is kennis? Hoe komt het tot stand? Hoe verhoudt kennis zich tot andere kennis? Foucault laat in zijn werken zien dat er een constante strijd woedt over verschillende soorten kennis en de inzet daarvan. In deze strijd wordt bepaald welke kennis wel relevant is en welke niet. Het veronderstellen van een scherpe scheiding tussen wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke kennis is illustratief voor deze kennisstrijd. De classificatie ‘wetenschappelijk’ bestempelt bepaalde kennis immers superieur ten opzichte van andere soorten kennis.

Foucault (2003) maakt een onderscheid tussen twee soorten ondergeschikte kennis (“subjugated knowledges”). De eerste is die kennis waarvan men zich in een zekere tijd, binnen een bepaalde context, bewust is maar welke wordt gemaskeerd, verborgen of onzichtbaar gemaakt. De tweede is volgens Foucault “a whole series of knowledges that have been disqualified as nonconceptual knowledges, as insufficiently elaborated knowledges: naive knowledges, hierarchically inferior know-ledges, knowledges that are below the required level of erudition or scientificity.” Dit type kennis wordt in een hiërarchische kennisverhouding geplaatst ten opzichte van andere soorten kennis: “They are located low down on most official hierachies of ideas (…). Certainly they are ranked ‘beneath’ science. They are the discourses of the madman, the delinquent, the pervert and other persons (…).” Voorbeelden daarvan geeft Foucault in zijn boek: ‘Madness and civilization: a history of insanity in the Age of Reason’ (Foucault, 2001). Hij laat daarin zien hoe, door de geschiedenis heen veranderlijk gebleken, categorieën zijn ingezet om het denken, spreken en handelen van ‘de normale’ mens van ‘de gek’ te onderscheiden. De tegenstelling tussen rede en waanzin is en wordt gebruikt om te reguleren welke subjecten, uitspraken en praktijken binnen een maatschappij als redelijk worden gezien en welke niet. Bijvoorbeeld door verbale en andere uitingen van mensen die niet binnen ‘normale’ denkbeelden passen als gestoord te categoriseren. De consequentie daarvan kan zijn dat de ‘abnormale’ mens het spreken wordt ontnomen, door hem op te sluiten bijvoorbeeld.

Hoewel burgers, leken, amateurs en andere niet-experts in allerlei concepten, theorieën en beleidsnota’s niet met gekken worden vergeleken, zijn in de wijze waarop hun kennis en waarden ten opzichte van experts worden gepositioneerd min of meer dezelfde mechanismen te herkennen. De niet-expert worden, inclusief de door hun geproduceerde kennis en waarden, in een hiërarchische verhouding ten opzichte van experts geplaatst. In de gesuggereerde hiërarchie staan de juist veronderstelde objectieve en universele wetenschappelijke kennis en waarden boven de onjuist veronderstelde emotionele, subjectieve kennis en waarden van niet-experts. De kennis en waarden van niet-experts worden daardoor ten opzichte van expertkennis gemarginaliseerd en zo weten experts hun eigen superieure posities als producenten van objectieve kennis en gegronde waarden te bevestigen. De vooronderstelling laat zich daarom interpreteren als een factor die de macht van experts om uitspraken te doen over de waarde en betekenis van en de gewenste omgang met de ruimte in stand houdt en misschien zelfs versterkt.

Uit: For experts only

http://library.wur.nl/file/wurpubs/LUWPUBRD_00350546_A502_001.pdf

Michel Foucault: Free Lectures on Truth, Discourse & The Self

Tags:

71 Responses to “Drie belangrijke gedachten van Michel Foucault”

  1. Arjan Fernhout schreef:

    Avatar van Arjan FernhoutVan harte aanbevolen:)

  2. maria schreef:

    Avatar van mariaLeuk, Arjan, en ik hoop dat Sinterklaas ons niet berooft van mededenkers…

    Reactie is geredigeerd

  3. Ruud Zweistra schreef:

    Avatar van Ruud ZweistraEen Waarheid is slechts een Waarheid, als hij van andere Waarheden kan worden afgeleid.

  4. maria schreef:

    Avatar van maria( nu reageer ik toch op jou Ruud, omdat dit interessant is en ik geen principienreiter ben…)

    Helaas hebben wij mensen bijna geen axiomatische basiswaarheden waar wij vanuit kunnen vertrekken, ten minste niet als we niet religieus zijn..

  5. Ruud Zweistra schreef:

    Avatar van Ruud Zweistra‘k Zie boven niets anders …

  6. Ina Dijstelberge schreef:

    Avatar van Ina DijstelbergeFoucault is voor mij interessant als exponent van de hermeneutiek. Het via het vertoog van de ander een kritische houding ontwikkelen voor het eigen vertoog.

    Wat ik ook van hem geleerd heb is dat de beweging het belangrijkst is, omdat je daarmee het vertoog kan verstoren.
    Andersom geredeneeerd het streven naar de waarheid (macht) is een streven naar stilstaan; het loslaten daarvan geeft dynamiek.

  7. Ruud Zweistra schreef:

    Avatar van Ruud ZweistraWat leesvoer voor de nacht:

    Higher Education, Learned Jargon, and Babuism

    Education of the wrong kind also contributes tremendously to our intensional orientations. Some people look upon education largely as a matter of acquiring a learned vocabulary (including terms like "intensional orientation") without a corresponding concern (and sometimes with no concern at all) for what the vocabulary stands for.

    In the course of getting an education, students have to read many difficult books. Some of these books, the student feels, are much more difficult to read than they need to be, because of the addiction of many scholars to extremely difficult terminology. Students, like other people, often ask why all books cannot be written more simply.

    There are of course two answers to this question. The first is that some books are difficult because the ideas they deal with are difficult. An advanced work in chemistry or economics is difficult to one who knows no chemistry or economics for the simple reason that such a work presupposes on the part of the reader a background of previous study.

    But there is another reason why books may be difficult. A learned vocabulary has two functions: first, it has the communicative function of giving expression to ideas – including important, difficult, or recondite ideas; secondly, it has a social function of conferring prestige upon its users and arousing respect and awe among those who do not understand it. ("Gosh, he must be smart. I can’t understand a word he says!") It can be stated as a general rule that whenever the social function of a learned vocabulary becomes more important to its users than its communicative function, communication suffers and jargon proliferates. . This rule may be illustrated by a passage from a recent issue of the American Journal of Sociology:

    In any formal organization, the goals as reflected in the system of functional differentiation result in a distinctive pattern of role differentiation. In turn, role differentiation, whether viewed hierarchically or horizontally, leads to what Mannheim called "perspectivistic thinking," namely, incumbency in a particular status induces a corresponding set of perceptions, attitudes and values. In an organization, as in society as a whole, status occupants tend to develop a commitment to subunit goals and tasks-a commitment that may be dysfunctional from the viewpoint of the total organizational goals. In other words, "perspectivistic thinking" may interfere with the coordination of effort toward the accomplishment of total organizational goals, thus generating organizational pressures to insure adequate levels of performance.

    In this passage the author is merely saying (1) that in any formal organization, different people have different tasks; (2) that people sometimes get engrossed in their own special tasks to a degree that interferes with the goals of the organization as a whole; and therefore (3) that the organization has to put pressures on them to get the over-all job done. What is clear from this passage (the only thing that is clear) is that the author’s concern with his professional standing as a sociologist has almost completely submerged his concern with communicating his ideas. Thus, students are compelled in their studies to read, in addition to material that is intrinsically difficult, material that is made unnecessarily difficult by jargon.

    This sociological passage, however, has at least the merit of possessing a discoverable meaning. There are some readings a college student encounters for which even this much cannot be said with certainty. For example:

    The being that exists is man. Man alone exists. Rocks are, but they do not exist. Trees are, but they do not exist. Horses are, but they do not exist. Angels are, but they do not exist. God is, but he does not exist. The proposition "man alone exists" does not mean by any means that man alone is a real being while all other beings are unreal and mere appearances or human ideas. The proposition "man exists" means: man is that being whose Being is distinguished by the openstanding standing-in in the unconcealedness of Being, from Being, in Being. The existential nature of man is the reason why man can represent beings as such, and why he can be conscious of them. All consciousness presupposes ecstatically understood existence as the essentia of man – essentia meaning that as which man is present insofar as he is man. But consciousness does not itself create the openness of beings, nor is it consciousness that makes it possible for man to stand open for beings. Whither and whence and in what free dimension could the intentionality of consciousness move, if instancy were not the essence of man in the first instance?

    (Martin Heidegger, "The Way Back into the Ground of Metaphysics," in Existentialism from Dostoevsky to Sartre, trans. and ed. Walter Kaufmann (1957), pp. 214-15.)

    The foregoing are only samples of the many kinds of abstract prose that the student -especially the college and university student – encounters daily in his studies. Sometimes his professor, who presumably understands the readings he assigns, lectures at equally high levels of abstraction, so that the student is never quite sure, from the beginning of the course to the end, what it is all about. What is the effect upon students of readings and lectures of this kind? Obviously, the student is left with the impression that simplicity and clarity of style will get him nowhere in intellectual life, and that even a simple idea (or no idea at all) will gain academic respectability if it is phrased in a sufficiently abstract and incomprehensible vocabulary.

    The British in India used to have a derogatory term for the pretentious and often comically inappropriate English used by poorly trained Indian clerks and civil servants: they called it "babu English" . The term is admittedly offensive, and the writer uses it only because it contains an idea for which there is no other term. Abandoning its original application, then, let us use "babu English," or "babuism," as a general term to mean discourse in which the speaker (or writer) throws around learned words he does not understand in order to create a favorable impression. Babuism probably has existed and will continue to exist in every culture in which there is a learned class of magicians, shamans, priests, teachers, and other professional verbalizers with big vocabularies. Babuism results whenever people who are not learned try to confer upon themselves by purely verbal means the social advantages of being considered learned.

    Elsewhere in this volume, much has been said of the common tendency to confuse symbols with the things they stand for. The student may do the same: he may confuse symbols of learning (such as an abstract and difficult vocabulary) with learning itself. Not being able to understand the books he is reading, and blaming himself for his failure to understand, he conscientiously applies himself again and again to his assignments until he is familiar with the vocabulary of the course – a vocabulary that cannot help becoming a "babu English," since he still does not know what it is all about. If he is verbally clever, he will be able to parrot enough of this vocabulary in his final term paper to make it sound extremely plausible. The teacher reading the paper will also not be too sure what it is all about, but he will recognize the vocabulary as his own and so will give it a passing grade.

    Thus the student, by learning to speak and write several kinds of babu – literary babu, psychological babu, educational babu, philosophical babu, the babu of art criticism, etc. – will eventually get his bachelor’s degree. Perhaps he will go on to graduate school and get his Ph.D. Then he will teach it to others.

    Thus does intensional orientation, like Ol’ Man River, keep a-rollin’ along.

    Reactie is geredigeerd

  8. Arjan Fernhout schreef:

    Avatar van Arjan FernhoutTja, Ruud. Wat Foucault hier eigenlijk doet, is voorkomen dat pogingen als het Rijnlandmodel niet gelijk door de wetenschappelijke gehaktmolen worden gehaald.
    Wat je bijvoorbeeld http:// stelt over de Mandeville, Adam Smith en de vrije markt en waar het denken van de Mandeville wordt overgelaten aan een krantenartikel van Maarten Doorman hoeft geen onzin te zijn.
    Wat is waarheid? Zoiets als de vrije markt was pas denkbaar na John Stuart Mill.
    Verder is Doorman een literatuurcriticus, geen econoom. Maar je kunt jouw versie gewoon laten staan als een kunstzinnige interpretatie van de geschiedenis van de economie. Op gevoel, zeg maar.

    Reactie is geredigeerd

  9. JdK schreef:

    Avatar van JdKAls je het woord BELANGRIJK weglaat uit je beschouwing(en) wordt je gedachtenwereld een beetje toegankelijker. Je moet de wetenschap die in je zit niet verkopen alsof het gepresenteerd wordt in Hart van Nederland o.i.d.
    Elk bijvoegelijk naamwoord in een tekst is tendentieus of overbodig.

  10. maria schreef:

    Avatar van mariaJdk, "belangrijkste" slaat hier op "bij Foucault" en betekent hier niet: in totaal overal.
    Bijvoegelige naamwoorden weglaten dat is soms een goed advies, maar als ik zeg "…volgens mij de belangsrijkste van" dan is dat een zeer goed gebruik van een bijvoeglijk naamwoord.

    @Ina dank , ja beweeglijkheid, heel belangrijk. Daar komt dan ook het plezier van.

    en de hermeneutiek is inderdaad in haar oude en haar nieuwe vorm een belangrijke kunde.

    @Ruud het artikel is interessant en best relevant. Ik ben een tegenstander van te ingewikkelde taal, behalve in de kunst.

    @Arjan, waar komt Doorman plotseling kijken?

    Reactie is geredigeerd

  11. Wim Duzijn schreef:

    Avatar van Wim DuzijnDe regering BUSH heeft ons duidelijk laten zien dat ‘goede’ mensen zich het recht toe-eigenen via demagogische manipulatieprocessen de waarheid ‘slecht’ te maken.

    Wat je dus moet doen wanneer je slecht gemaakte (gemarginaliseerde) waarheidzoekers wilt helpen is de bolwerken aanvallen van diegenen die ‘de absolute goedheid’ en de ‘absolute waarheid’ claimen – en dan met name diegenen die de macht bezitten om hun leugens dwangmatig op te leggen aan anderen.

    NIETZSCHE viel op felle wijze het joods-christelijke denken aan. Wij leven in een wereld die – via het instituut van het dictatoriale Amerikaanse presidentschap (‘ik ben de wereld-Fuehrer’) – het joods-christelijke denken heilig verklaart.

    Wat heeft het voor zin een ingewikkelde, duur ogende, van de werkelijkheid los gemaakte theologie van ‘de waarheid’ te ontwikkelen wanneer je weigert de paus en de rabbi ‘valse profeten’ te noemen?
    De Islam is niet gevaarlijk: de valse autoriteit die onafhankelijk denken ontmoedigt is gevaarlijk. Dat is wat Nietzche in feite ook stelt. Priesters en Idolen moeten aangevallen worden.
    Die anarchistische (anti-autoritaire) kern zit ook ingebouwd in de Koran en de Bijbel (met hun verlangen naar beeldenvernietiging): God moet losgemaakt worden uit de wereld van het clichee. Wie zegt God te kennen is in feite een anti-religieus mens.
    Het logische uitvloeisel van dit mystieke Godbeeld is dat je alleen diegene ‘slecht’ mag noemen die zijn eigen werkelijkheidsbeeld tot ‘God’ uitroept.

    Waarmee we terecht komen bij de filosofie van Peter Louter, die de integratiegedachte (in wezen de Amerikaanse droom – E Pluribus Unum) benadrukt.
    De Amerikaanse droom wordt nu al tientallen jaren lang belachelijk gemaakt door het zionisme (ideologie die grond, collectief en staat op idolatrische wijze vergoddelijkt) – dus niet door de Islam. Daar moeten we ons goed van bewust zijn.

    OBAMA wordt door de Amerikaans-joodse gemeenschap vol trots ‘de eerste joodse president’ genoemd. Hetgeen de vernietiging is van de Amerikaanse droom.
    De vrije burger in een vrije eenheidsstaat wil niet joods zijn. Hij wil vrij zijn – en hij wil het recht hebben op een vrije wijze een eenheid scheppende God te eren.
    Waneer joden de Amerikaanse droom serieus zouden nemen zouden ze de joodse staat onderdeel laten worden van de Arabische Liga: "Samen zijn wij sterk".

    Wanneer ze dat zouden doen zouden ze het NAZISME hebben overwonnen. Nu zijn en blijven ze de slaaf ervan. De Holocaust-aanbidding is in feite Hitler-aanbidding, het jezelf toe-eigenen van het vals-Messiaanse leiderschapsidee.

  12. maria schreef:

    Avatar van mariaWim, wat een mengeling van juiste en waanzinnige gedachten….
    Dat Louter voor integratie zou zijn, daar heb ik niets van gemerkt. Assimilatie zou je bedoelen.
    "Die anarchistische (anti-autoritaire) kern zit ook ingebouwd in de Koran en de Bijbel (met hun verlangen naar beeldenvernietiging"
    Dat is juist, en Nietzsche is dus een Lutheraan.
    Zo kritisch ik ben tegen de staat Israel, en zo zeer ik ook weet dat zionisme en nationaal-socialisme soms samen hebben gewerkt, en gedeeltelijk uit dezelfde denkbeelden hebben geleeft ( zie mijn blogs en mijn onderoek over Max Nordau en Ontaarding) , de kern van jouw betoog, de jood als de grote vijand , wijs ik met scherpte en helemaal af.

  13. Arjan Fernhout schreef:

    Avatar van Arjan FernhoutMaria, Maarten Doorman schreef op 5 mei 2006 in VK een recensie op Bernard Mandeville: De wereld gaat aan deugd ten onder. Vertaald uit het Engels en toelicht door Arne C. Janse. Lemniscaat, 308 pagina’s, € 25,95, ISBN 90 5637 797 3.

    Op die recensie ga ik niet in omdat ik het boek niet gelezen heb. Het enige wat ik kan constateren is dat het in zekere mate indruist tegen bijvoorbeeld observaties van Marcel Poorthuis. (zie twee blogs geleden). Doorman valt niets te verwijten. Zijn recensie is uitdagend en nodigt uit het boek te lezen. Mijn 00:09 was een riposte op de aanmerkingen van Ruud Zweistra. Via de genoemde link kun je lezen dat het IRP deze recensie gebruikt voor verdere economische bespiegelingen. Misschien gaat het te ver om deze bespiegelingen te beschouwen als datgene wat Foucault bestempelde als een “heterotopie.” Waar het in ieder geval niet aan voldoet is de visie van Foucault dat de geschiedenis (wetenschap) zich discontinu ontwikkelt en voor die visie heb ik destijds veel aanwijzingen verzameld.

  14. maria schreef:

    Avatar van maria@Ik ken Doorman van andere artikelen en recensies en vind hem zeer goed.

    "de wetenschap ontwikkelt zich discontinu", dat is ook verhaal van Thomas Kuhn.
    Naar mijn mening ontwikkelt zich de wetenschap zowel continu alsook discontinu, en je kan aangaande bijna ieder fenomeen een verhaal over discontinuiteit of juist over de continuitiet vertellen.
    Ik ben meer een vriend van de continu-verhalen. Galilei bijvoorbeeld was religieus, en was gedeeltelijk Aristoteliaan- wat aan zijn prestatie geen afbreuk doet.
    Luther heeft heel veel ideeen van anderen in de paraktijk gebracht, en zo voort.

    Over Foucault en heterotopie op internet gevonden:

    “‘Heterotopie’: Wij gaan er van uit dat we in een continue ruimte leven, maar eigenlijk is dat niet zo (en dat weten we ook). Er zijn andere ruimtes, die een afwijking zijn van die continue ruimte.
    Foucaults voorbeelden: sauna, hammam, vakantiedorp, legerdienst, honeymoon, museum, theater, cinema, bibliotheek, kerkhof, gevangenis, het schip, de tuin, het park, …. zelfs het tapijt.
    Wat hebben ze gemeen? Ze zijn ‘anders’. Foucault heeft getracht daarvan een heterotopologie op te stellen:
    1. alle culturen kennen heterotopie;
    2. heterotopieën kunnen van functie veranderen;
    3. alle heterotopieën hebben een code (wat kan in een sauna, kan niet op straat);
    4. sommige heterotopieën verbergen andere ruimtes in zich: bvb. in het theater en de cinema opent zich een andere ruimte in de normale ruimte, die de normale reële ruimte tenietdoet (het licht gaat uit: in het theater bestaat enkel de scène bestaat nog; in een cinema beleven we een collectieve droom);
    5. er zijn ook heterochronieën: plaatsen die buiten de tijd staan en alle tijd in zich verzamelen (vb. de bibliotheek, het museum). Ook de tuin is altijd een miniatuur van de tuin van Eden (en het tapijt is op zijn beurt altijd een miniatuur van de tuin).

    http://homepages.ulb.ac.be/~rgeerts/inlthewet/DeCauterheterotopie.html

    De discontinuiteit van het kerkhof kunnen jullie zien op mijn vorige blog.
    zie ook de opmerkingen van Bernard….
    Reactie is geredigeerd

  15. denkwater schreef:

    Avatar van denkwater@ Maria

    – In navolging van Nietzsche zegt Foucault dat het waarheidsstreven in de wetenschap vermengd is met machtsstreven; objectiviteit dus niet zo maar gegeven is.

    Objectiviteit is om meerdere redenen niet zomaar gegeven.
    Zelfs de objectieve wetenschap worstelt met een fundamentele onzekerheid.

    Bij machtsstreven kan ook gemakkelijk de belangenstrijd gevoegd worden, hoewel dat al ten dele bij machtsstreven hoort.

  16. Arjan Fernhout schreef:

    Avatar van Arjan FernhoutMaria, mijn inleiding was bedoeld om mensen die nauwelijks bekend zijn met het denken van Foucault op een (ogenschijnlijk)laag niveau te laten instappen.

    Een strofe als == Achter blijft een dilemma: het ware vertoog (dat niet meer het vertoog is dat antwoord geeft op het verlangen en macht) is niet in staat om het streven naar waarheid -in de zin van de machinerie die uitsluiting tot doel heeft – dat door het vertoog loopt, te herkennen == zal voor velen al moeilijk genoeg zijn. Direct zegt ik er voor jouw bij dat dit soort uitspraken van grote invloed zijn geweest op het denken van Latour c.s. in hun (sociale) constructivisme. Hier hoop ik eigenlijk op reacties van beta’s met associatieve vermogens.

    Jouw 12:08 vang ik voorlopig even op met een klein deel van een begrippenlijst die bij Foucault wel nodig zijn.

    Epistèmè: term door Foucault geïntroduceerd om parallelle ontwikkelingen in verschillende wetenschappen in een tijdvak te verklaren; een per tijdvak te dateren geheel van bewuste en onbewuste vooronderstellingen, die een breed proces van denken en handelen leiden en omvatten. Het is niet onmiddellijk waarneembaar en niet beperkt tot één of meer wetenschapsgebieden. Wetenschappelijke theorieën en verwante maatschappelijke praktijken worden met elkaar in verband gebracht.

    Discursieve formatie: het tot één wetenschapsgebied beperkte epistèmè. Het accent ligt evenals bij discours op de onscheidbare eenheid van kennis en macht. (Sommigen zullen hier denken aan “Paradigma” van Thomas Kuhn – A.F.)

    Heterotopie: een verontrustende verzameling termen, begrippen en duidingen die op verborgen wijze de taal ondermijnen in zoverre dat het in eerste instantie al geen vruchtbaar denkvlak biedt (Mihai Ticu heeft in “Voiding the avoidability” een heterotopische voorstelling van Daniël Dennett ontmanteld)

    Utopie: geruststellende verzameling termen, begrippen en duidingen die geen werkelijke plek op aarde kent, maar die in de kritiek daarop (en de ontmanteling ervan) tot positieve resultaten kan leiden.

    Discours: hiermee wordt zowel de inhoud van wetensch. theorieën en de procedures die hun geldigheid moeten bewijzen, aangeduid, als ook allerlei daarmee verbonden institutionele en rituele praktijken van gezagstoekenning of -uitsluiting, van verheerlijking en verguizing. Als een nieuw d. ingang vindt vestigt zich een nieuw samenspel van kennis en macht.

    Reactie is geredigeerd

  17. Joke Mizée schreef:

    Avatar van Joke MizéeMaria, dat is toch niet de kern van Wims betoog, ‘de jood als de grote vijand’?! Hij heeft het over het zionisme, en noemt van de andere religies ook zowel positieve als negatieve kanten. ‘God’, wat zal ik blij zijn als we eindelijk ook over het jodendom vrijelijk kunnen praten met z’n allen, zonder te scherp afgestelde antennes! (Hoeveel eeuwen nog…?)

    Wim, kunnen we het jodendom ook als messianistisch beschouwen, hoe zie jij dat? Maar zo ja, hoe kan het dan dat ze tòch op eigen houtje een staat hebben gesticht? Had dat dan niet wederom met allerlei hocuspocus gepaard moeten gaan?

  18. maria schreef:

    Avatar van mariaDenkwater, precies.
    maar er is natuurlijk een verschil tussen wetenschappers die intersubjectiviteit nastreven en zich daarop laten aanspreken, en degenen ( sommige postmodernen) die elke intersubjectiviteit loslaten.
    Naieve objectivisten ( "wat ik zeg is objectief") zoals Cliteur, daarover kan men alleen lachen.

    Joke, ik reageer bij Wim niet alleen op wat hij hier zegt. Ik zie zijn uitingen in de context van wat hij hier eerder heeft gezegd.

    Ik sta achter een kritiek op het militante zionisme, maar Wim ziet overal joodse complotten.
    Daar moet ik niets van hebben.
    Later ook hierover meer.
    Reactie is geredigeerd

  19. pietjepuk schreef:

    Avatar van pietjepukZal deze ‘materie’ wel weer eens opnieuw moeten gaan bestuderen. Zo zie ik bijvoorbeeld het proces niet van objectiviteit naar intersubjectiviteit. Iets mag toch objectief genoemd worden als bijvoorbeeld een uitspraak aanspraak kan maken op waarheid te zijn? Kort door de bocht: een wetenschapper bewijst zijn axioma’s ( of hypotheses), formuleert zijn theorie en zoekt voorbeelden en feiten die of de theorie ontkennen of bevestigen (falsificeren, verificatie).Intersubjectivisme lijkt me weer alleen van toepassing op de kennis die op de Universiteit wordt uitgevonden in de verschillende onderzoeksteams. Is een ‘geldige redenering’ die geen aanspraak kan maken op waarheid, omdat er niet van bewezen axioma’s uitgegaan wordt, niet van veel groter belang voor het academisch denken? Een geldige redenering is niet gericht op macht, streven naar waarheid wel.’Geldig redeneren’ kunnen we allemaal op school leren.

    Reactie is geredigeerd

  20. maria schreef:

    Avatar van mariaPietjepuk,
    Objectiviteit en waareheid zijn weinig of geen probleem in de natuurwetenschappen.
    In principe wordt als “objectieve waarheid” gezien waar iedereen, of zeg 90 procent van de mensen, het over een s is. In de menswetenschappen is dat een heel klein aantal feiten, in de natuurwetenschappen een heel groot aantal ( maar er is ook genoeg controverse in de natuurwetenschappen) .
    Dus voordat we verder gaan de kwestie van waarheid of objectiviteit te bespreken, is het beter tenminste aan te geven over welk domein men het heeft, of nog beter met een concreet geval te komen.

    Reactie is geredigeerd

  21. R.Llull schreef:

    Avatar van R.Llull

    Ik ga het vanacht lezen. Ik wordt regelmatig wakker en dan ben ik zeer helder.

    Maar was dit alleen een uitleg of moet ik toch nog een kleine macht bespeuren van jouw kant.

    Foucault problematiseert de kennis van experts (professoren enz.) en wil de subjectieve ervaring van iedereen opwaarderen.

    Kijk maar op mijn blog.

    sukses goede dagen tot de eerste van 2009

  22. Arjan Fernhout schreef:

    Avatar van Arjan FernhoutJa, Maria. "De woorden en de dingen" heet niet voor niets "Een archeologie van de menswetenschappen." Dus waarom jij opeens met Galilei komt aanzetten, begrijp ik niet.

    Maar ja, ik ben een beetje lui ende snipverkouden. Ik denk dat ik maar eens een klein stoombad ga lezen bij lightness.

  23. maria schreef:

    Avatar van maria"Dus waarom jij opeens met Galilei komt aanzetten, begrijp ik niet."

    OOk Galilei is een voorbeeld van continuiteit en discontinuiteit, en een voorbeeld dat Kuhn gebruikt.
    Het geval Galilei is al lang niet meer iets dan alleen binnen de natuurwetenschappen wordt bekeken. Maar goed, het maakt niet uit, wat ik wilde zeggen is: de continuiteit is vor mij net zo belangrijk als de discontiniteit.

    Reactie is geredigeerd

  24. R.Kruzdlo schreef:

    Avatar van R.Kruzdlo

    Ik denk dat Maria het als een krenking bedoelt. Dat je je gekrengt voelt als het anders uitpakt. Ik ga niet moeilijk doen. Zo ongeveer dus…

    En als de continuiteit net zo belangrijk is als discontinuiteit wat heb je dan. Om het even zo te zeggen, je vind X net zo belangrijk als Y = 0

    Arjan dank dat je even langskomt pfpfpfpf

    Maria even belangrijk duurt nooit lang.

  25. maria schreef:

    Avatar van mariaKruzdlo, ik snap niets van wat jij zegt.
    "Dat je je gekrengt voelt als het anders uitpakt"????

  26. R.Kruzdlo schreef:

    Avatar van R.Kruzdlo

    Ja precies. Galilei krenkte ook mensen met zijn ontdekking. Freud dan…etc

    Maar waarom noem je jouw fenomeen C en C

    Waarom niet ratioide en niet-ratioide

  27. Ina Dijstelberge schreef:

    Avatar van Ina DijstelbergeMaria volgens mij vat Robert jouw opmerking continuI’teit is net zo belangrijk op als even belangrijk, waardoor het elkaar inderdaad opheeft.

    Volgens mij bedoel je dat je continuïteit van een zelfde belang acht als discontinuiteit. Hiermee blijven ze naast elkaar bestaan.

  28. R.Kruzdlo schreef:

    Avatar van R.Kruzdlo

    Dank Ina.

    Ruud: In the course of getting an education, students have to read many difficult books. Some of these books, the student feels, are much more difficult to read than they need to be, because of the addiction of many scholars to extremely difficult terminology. Students, like other people, often ask why all books cannot be written more simply.

    Sloterdijk over Musil toen hij voor het eerst Kant las: Het zweet brak uit, trillend las hij 2 blz. Zo vergaat het die kinderen als ze echt lezen wat er staat.

  29. R.Kruzdlo schreef:

    Avatar van R.Kruzdlo

    F…, waarom niet Musil wordt genoemd in het rijtje van Foucault?
    Reactie is geredigeerd

  30. Ina Dijstelberge schreef:

    Avatar van Ina DijstelbergeWaarschijnlijk omdat hij door enormen namen is ondergesneeuwd.

  31. maria schreef:

    Avatar van mariaIna begrijpt me helemaal, zij is dan ook geschoold in hermeneutiek!!!

    Musil, uiterst belangrijk!!

  32. Ina Dijstelberge schreef:

    Avatar van Ina DijstelbergeIk heb twintig jaar geleden Der Mann ohne Eigenschaften gelezen, het boek heeft indruk gemaakt en nu Robert hem aanhhaalt heb ik sterke behoefte om het nu nogmaals te lezen. Dat wordt bestellen bij de bieb.

  33. R.Kruzdlo schreef:

    Avatar van R.Kruzdlo

    Ik heb zijn biografie gelezen van Corina (2 delen 1000 pagina’s) Er zijn dagboekje in het Nederlands vertaald. Moeilijk soms.

    Ik voel mij nu af-en-toe een Musiltje heel klein…

    Ina heb je al wat kunnen lezen van mijn blog over "veelschrijverij"van sommige bloggers?

    sukses

  34. maria schreef:

    Avatar van mariaMann ohne Eigenschaften , een van de weinige echt belangrijke boeken uit de Duitse literatuur die ik nog niet ken (ik ben germaniste..)
    had ik me al voorgenomen voor de kerstvakantie, al eerder op dit blog over geconverseerd…
    Reactie is geredigeerd

  35. R.Kruzdlo schreef:

    Avatar van R.Kruzdlo

    Ben benieuwd ga weer de berg op

    dag allemaal

  36. iris kijkt schreef:

    Avatar van iris kijktHmm, als ik zelf drie centrale stellingen over Foucault zou moeten formuleren , zou ik ook in de problemen zijn, maar deze drie waren het zeker niet.Het is te slapjes en te weinig onderscheidend van andere denkers. Zelf zou ik Foucault willen typeren als de schrijver van ‘de geschiedenis van het weten’, maar ja zegt ook niet veel als je die boeken zelf niet leest. Uiteindelijk lijkt hij een filosofische ‘romancier’trouwens .Prachtige teksten en boeken van hem , en ook dat gegeven valt hier weg , als ik althans naar die drie stellingen kijk.De rest was echt teveel van het goede om te lezen, kan beter in korte blogs worden neergezet. Vriendelijke groeten.
    Reactie is geredigeerd

  37. Ina Dijstelberge schreef:

    Avatar van Ina DijstelbergeRobert, ik ben jaloers op je.

    Maria, wat zeg je daar. En ik heb mij er toentertijd doorheen geworsteld met een woordenboek. Mijn Duits is namelijk niet al te best. Zo heb ik mij ook door alle Duitse filosofen geworsteld. Inmiddels kan ik het dus redelijk lezen, maar daar houdt het ook mee op.

    Gelukkig is hij in 1996 in het Nederlands vertaald.

    @ Iris: Het weten of het kennen. Ik ga liever voor het laatste.

  38. iris kijkt schreef:

    Avatar van iris kijkt@ Ina – Het gaat niet om waar jij liever voor gaat , het gaat om hoe je teksten leest en hoe je bv. Foucault in een paar stellingen zou moeten vatten.Jij en maria hebben blijkbaar een academische status , maar in dit soort dingen maken jullie het niet waar. teveel missers, ditjes en datjes , gekokketeer met wat namen, maar geen dieper inzicht , vooral minder , gewoon zwakjes dus.Nou ja , begrijp ik wel, zou harde lees- en studiearbeid zijn en niemand die jullie daartoe drijft, zoals je nu eenmaal lekker zit.

  39. iris kijkt schreef:

    Avatar van iris kijkt"In navolging van Nietzsche zegt Foucault dat het waarheidsstreven in de wetenschap vermengd is met machtsstreven; objectiviteit dus niet zo maar gegeven is."

    Als je het zo stelt , heeft Foucault niets nieuws gesteld. Hij haalde juist de rol van de wetenschappen terug in het vizier als het ging om de modernisering van het kapitalisme ( zoje wilt). Dit vooral in de contekst van de ‘ideologie-theorieen’ in die tijd m.n op hoog niveau uitgewerkt in een paar teksten van Althusser.Las je Althusser ging het om de ideologie , las je Foucault begreep je dat het anders lag.Misschien weet de gemiddelde blogger dat allemaal niet , maar schrijf er danmaar beter niets over.

  40. iris kijkt schreef:

    Avatar van iris kijkt"Foucault problematiseert de kennis van experts (professoren enz.) en wil de subjectieve ervaring van iedereen opwaarderen."

    Nee ,dat wil Foucault helemaal niet. Hij stelt juist dat zich aan de onderkant van de maatschappij een bijna ‘objectief’ weten bevindt, en soort ‘stilzwijgende kennis’over het functioneren van de macht.Precies zoals hij dat probeerde te analyseren.Een soort ‘objectiviteit’van onderop , dus , waarin hij trouwens niet zo nieuw was’. ZieMarx , maar hij realiseerde zich meer dat het ook onderdeel van de ervaring was en het denken. Die lijn bestond al lang bv. in het Duitse marxistische denken.

  41. iris kijkt schreef:

    Avatar van iris kijkt"Foucault neemt het op voor de gekken, voor degenen die gemarginaliseerd worden omdat zij niet "normaal" zijn en hij toont de machtsmechanismen aan die mensen buitensluiten die "anders" zijn."

    In z’n werk neemt hij het niet op voor de gekken en wat al niet meer. Hij richt wel z’n aandacht op hen en wat er met hen is gebeurd.Hij toont vooral aan hoe mensen werden gedisciplineerd en genormaliseerd , door opsluiting, opvoeding , bevolkingspolitiek etc., dus door instituties en wetenschap, als een belangrijke breuk met de periode daarvoor,hoe het eerst werd aangepakt en hoe daarna, althans zo schetst hij het.Hij ziet dat niet louter als ‘negatief’en verzet zich als eerste misschien in linkse kring , tegen het idee dat alles op ‘onderdrukking’is gebaseerd.Hij keert het , Nietzscheaans, om : macht is productief en brengt iets teweeg.Juist in de periode die hij bestudeert.

  42. Arjan Fernhout schreef:

    Avatar van Arjan Fernhout@ Iris kijkt

    Sure, wat zoek je, Iris?

  43. JdK schreef:

    Avatar van JdKJe had kennelijk niet door dat het woord BELANGRIJK in de kop van je meel staat.
    Suffie!
    Breng die kat van mij maar terug.
    Reactie is geredigeerd

  44. Ina Dijstelberge schreef:

    Avatar van Ina Dijstelberge@ Iris : Wat een vooronderstellingen in je reactie op mij. En allen ongefundeerd. Maar dat maakt niet uit.
    Zeker niet als je het nodig hebt om je vervolgens als Foucoult ‘expert’ positioneerd.
    Dan zijn je zure opmerkingen jegens Maria en mij, ineens volledig te begrijpen.

  45. maria schreef:

    Avatar van mariaJdK oh in de kop. Ah.
    ‘Belangrijk’ dan in verhouding tot het andere wat hij heeft gezegd.

    Iris, ik lees het nog uitvoerig wat je geschreven hebt en je kent Foucault blijkbaar veel beter dan ik. Ik heb hem inderdaad nog niet ontdekt als romancier.

    Maar ik durft toch zeker te stellen dat mijn samenvattende zinnen weergeven waar hij voor staat. Met name zijn anti-hierarchisch en anti-autoritatir denken, daar gaat het om.

    Ik kom later terug met een gedetaileerde reactie op jou, en ook op Arjan.

    Tot dan.

  46. Arjan Fernhout schreef:

    Avatar van Arjan FernhoutOverigens is het niet zo’n slecht idee van Iris kijkt om bijvoorbeeld “De woorden en de dingen” als een roman te beschouwen. Foucault zou daar geen problemen mee hebben gehad. Zijn werken zijn http://en.wikipedia.org/wiki/Opaque: a linguistic context in which it is not possible to substitute co-referential terms while guaranteeing the preservation of truth values.

  47. maria schreef:

    Avatar van maria@Precies, Arjan, dat was ook mijn eerste reactie op Iris.
    Voor al de postmoderne autoren geldt het dat zij eigenlijk meer bij de kunst/literatuur horen dan bij de wetenschap.
    Alleen heb ik persoonlijk dan toch niet echt de drang naar Foucault en gaat mijn voorkeur uit naar Sloterdijk (ook Deleuze vind ik over het algemeen niet leuk om te lezen).
    Maar nu nog verder met de reacties van Iris.
    @Iris tegen Ina: “Het gaat niet om waar jij liever voor gaat , het gaat om hoe je teksten leest en hoe je bv. Foucault in een paar stellingen zou moeten vatten”.
    Nee Iris, Ina heeft het precies goed begrepen. Het gaat hier op dit blog niet erom : wat zegt Foucault objectief, wat bedoelt HIJ. Nee, het gaat mij erom wat begrijp IK van Foucault.
    Met andere woorden: ik breng hem in de praktijk, en hetzelfde geldt voor Ina.
    Ik heb op geen enkele manier geprobeerd de Foucault-expert uit te hangen die ik ook echt niet ben.
    Arjan is dat wel, en daarom heb ik onder mijn onbeholpen, maar eerlijke stellingen zijn ingewikkelde tekst afgedrukt.
    Iris: “Jij en maria hebben blijkbaar een academische status , maar in dit soort dingen maken jullie het niet waar. teveel missers, ditjes en datjes , gekokketeer met wat namen, maar geen dieper inzicht , vooral minder , gewoon zwakjes dus.Nou ja , begrijp ik wel, zou harde lees- en studiearbeid zijn en niemand die jullie daartoe drijft, zoals je nu eenmaal lekker zit.”
    Ikheb helemaal niet beweerd, niet expliciet en niet impliciet, dat ik een Foucault –expert zou zijn. Ik heb duidelijk aangegeven waarom ik met Foucault bezig ben, en dat is omdat anderen om mijn blog veel over hem hebben geschreven.
    Ik ben op mijn subjectieve manier met hem bezig, en ik ben de eerste om toe te geven dat ik hem niet goed snap.
    Jij Iris , bent de Foucault –expert en niet ik, echt waar.
    Wees blij en trots, en niet boos en opgewonden.
    Je hebt de onnozele Maria weer eens op haar plaats kunnen zetten, bravo!

    Arjan, later ga ik nog in op jouw begrippen-lijst.

    Reactie is geredigeerd

  48. jan bouma schreef:

    Avatar van jan boumaUiteindelijk blijkt aan het eind van dit en elk discours dat degene die het hardste schreeuwt, en discipelen weet te verzamelen, doorgaat voor "het Licht" waarachter men wenst aan te lopen.

    Schrap toch uw illusie dat u tot onafhankelijk denken in staat zult zijn! Een microbe weet al al beter.

    Maar… daar verzet zich de homo intellectualis en zeker de homo ludens!

  49. Arjan Fernhout schreef:

    Avatar van Arjan FernhoutPrecies, Bouma. Foucault: "Wij worden allen geregeerd." ….. en ….. "Er is geen centrale plek van revolutie."
    Reactie is geredigeerd

  50. Arjan Fernhout schreef:

    Avatar van Arjan FernhoutMaria, ik houd niet zo van termen als “multiculturalisme”, “postmodernisme” of “paradigma.” Wat dat laatste woord betreft, hebben sommige critici beweerd dat er qua (psychologisch) begripsinhoud wel 22 manieren zijn om het te duiden. Misschien is “Denkkollektiv” (Thomas Fleck) een beter woord. Voor zover nodig: “Paradigma’s uit Polen.” NRC, 27/6/96. Waarom die critici dat doen heb ik als nooit anders begrepen dan een vorm van “uitsluiting.” Het is het soort kritiek van mensen die vinden dat de titel van een boek niet aanslaat bij de inhoud ervan (Vladimir Nabokov heeft hiermee de spot mee gedreven in “Doorzichtige dingen.”) Desalniettemin nemen veel mensen deze kritiek serieus. Waar ik “postmodernisme” (van Lyotard) lees, denk ik liever aan “De grond onder onze voeten is opnieuw in beweging.” Dat schreef Foucault al in 1966 in “De woorden en de dingen.” Iets dergelijks is niet onmiddellijk waarneembaar, zoals ik boven al schreef. Sommigen hebben een bepaald instinct voor dit proces, bijvoorbeeld in de volgende tekst:

    == Halverwege de “overgangstijd” na het einde van de Koude Oorlog is er nog geen systematische inventarisatie van de verwoestingen gemaakt, laat staan een samenhangend plan tot politieke en economische wederopbouw. De generaties van de Koude Oorlog zijn niet als zodanig beschreven. Niemand denkt aan de mogelijkheid dat ook nu ergens een tijdbom begraven ligt, die in de eerste jaren van de volgende eeuw, in 2003, zou kunnen ontploffen als wij hem niet tijdig ontdekken of verzuimen hem te demonteren. ==

    Uit: “Een overgangstijd zonder uitzicht” (26 september 1992), dit essay staat ook in het boek “De elite verongelukt.” En is van H.J.A. Hofland.

    (De columns van H.J.A. Hofland vond ik destijds te alarmistisch. Maar dat kwam omdat ik toen al “De woorden en de dingen” had gelezen. Met enige goede wil (nou ja) zou men kunnen stellen dat de bom in 2008 is ontploft(?). Maar zijn columns zijn me “te politiek.” Het verontrustende van veel columns van Hofland van het laatste jaar is dat hij ze net zo goed drie jaar eerder had kunnen schrijven en dat heeft niets met zijn leeftijd te maken).

    Het integratiedebat volg ik met argusogen. Ergens bij Peter Louter (acht blogs geleden of zoiets, ik tel ze niet eens meer; een aantal uren geleden schreef een kunstenaar dat Louter slechts een veelschrijver met aanhang is) schreef ik het volgende:

    == De taal bezit in zichzelf zijn inwendig gelegen principe van vruchtbaarheid […]. “Er is meer werk aan het interpreteren van interpretaties dan in het interpreteren van dingen; [er zijn meer boeken over boeken dan over enig ander onderwerp] we doen niets anders dan over en weer elkaars teksten verklaren ¹ ”Wat Montaigne hier zegt is niet een constateren van een falen ener cultuur, die onder zijn gedenktekenen bedolven raakt, maar de definitie van de onvermijdelijke betrekkingen die de taal van de 16e eeuw met zichzelf onderhield.

    Uit: De woorden en de dingen p.63 – Michel Foucault

    1. Montaigne, “Essais,” boek III, hoofdstuk XIII.

    Volgens mij beginnen de woorden zich ook hier diagonaal gelezen zich steeds verder te dis-associëren met de dingen waar het eigenlijk over gaat. Of dat nu over integratie gaat of over … wat dan ook ==

    Wat ik toen daarmee bedoelde in algemene zin, in analogie met de woorden van Montaigne, is dat door een bepaald “oneigenlijk taalgebruik” de woorden zich losweken van de initiële problematiek en vertogen zich in meer engere zin, bijv. in het integratiedebat, een soort platform gaan vormen om daar zaken te bespreken die niets met integratie te maken hebben. Een woord als “multiculturalisme” beschouw ik als een oxymoron. Zo’n woord kan zelfs mensen uiteendrijven die nagenoeg dezelfde mening zijn toegedaan. Het woord kan sympathiek zijn. Maar daarover stelt Foucault het volgende:

    “De sympathie heeft een positieve klank, maar heeft de neiging de identiteiten uit te wissen.”

  51. Joke Mizée schreef:

    Avatar van Joke MizéeWel, dan zal hij zich wel omdraaien in zijn graf nu zijn gedachtengoed is/wordt gecomposteerd tot wat ‘postanarchisme’ heet te zijn! En daar is, zoals te verwachten, werkelijk geen touw aan vast te knopen.
    (Ik las trouwens laatst over een opname van een discussie tussen Foucault en Chomsky. Ergens op het blog, maar blijkbaar was dat niet hier.)

  52. Arjan Fernhout schreef:

    Avatar van Arjan FernhoutAha, Joke, wees eens wat concreter waar jij wel (in deze tijd) of aan 21:10 een touw aan vast kan knopen? Ik positioneer Hofland slechts als iemand die "instinctief" iets waarneemt.

  53. Joke Mizée schreef:

    Avatar van Joke MizéeIk begrijp Foucaults analyse c.q. kritiek wel, maar niet waar hij uiteindelijk heen wil. Als ik probeer uit te vinden wat men met zijn inzichten gedaan heeft en google op ‘postanarchism(e)’, kom ik slechts leesvoer tegen, artikelen die reacties zijn op andere artikelen. Het is toch de ironie ten top dat hij zelf nu ook is opgeknoopt aan een (post)~isme!

    Dialoog Chomsky/Foucault uit de jaren ’70:
    deel 1: http://nl.youtube.com/watch?v=kawGakdNoT0
    deel 2: http://nl.youtube.com/watch?v=43Ai5WPHqWA

  54. Arjan Fernhout schreef:

    Avatar van Arjan FernhoutMaria, dit http://www.youtube.com/watch?v=WveI_vgmPz8 is voldoende om aan te geven wat Joke waarschijnlijk bedoelt. De constituerende begrippen en formuleringen van de sociale laag die ons regeert (en die we gedeeltelijk overnemen en waar we ons naar gedragen – governmentality) accumuleert zich steeds verder in een richting die Foucault NIET wenste.

    (c.q. laat vragen zoals gesteld door Hofland onbeantwoord – of veel erger: misschien juist niet)

    (c.q. deze taal zal steeds onduidelijker en dwingender aan ons worden voorgeschoteld)

  55. Arjan Fernhout schreef:

    Avatar van Arjan FernhoutOeps, gekruist. Moeilijk uit te leggen, dit alles 25 jaar na Foucault.

  56. Joke Mizée schreef:

    Avatar van Joke MizéeHier een samenvatting van hun dispuut:
    In 1971, American linguist/social activist Noam Chomsky squared off against French philosopher Michel Foucault on Dutch television … the program was entitled ‘Human Nature: Justice Vs. Power’ and offered sharp contrasts between the more traditional view of ‘human nature’ and what would become a postmodernist perspective … Chomsky, following a rationalist lineage going back to at least Plato, believes that there is a foundational ‘nature’ and that its positive aspects (love, creativity, recognizing and embracing justice) must be realized, while Foucault remains skeptical of any such notion… for him, the issue is not so much whether ‘justice’ or ‘human nature’ ‘exists,’ but how they have historically (and currently) function in society … in regard to justice, he says (this is not included in the clips): "… the idea of justice in itself is an idea which in effect has been invented and put to work in different types of societies as an instrument of a certain political and economic power or as a weapon against that power…" The point of any political struggle, for Foucault, is to alter the ‘power relations’ in which we all find ourselves …

    Chomsky herinnert er nog wel even fijntjes aan dat hijzelf diverse malen op de barricaden heeft gestaan. Want wat dééd Foucault nou, of wat stelde hij voor om te doen? M.a.w. wat moeten we met zijn cynisme?

  57. maria schreef:

    Avatar van maria@Joke en Arjan, zeer bedankt, en omdat dit alles zowel ingewikkeld is alsook interessant en omdat Arjan al belooft heeft om verder te gaan met een nieuwe Foucault-blog, zal ik me hier nu langzaam doorheen worstelen.

    Ik begin met Arjan 05-12-2008 13:30
    die schrijft:

    “Jouw 12:08 vang ik voorlopig even op met een klein deel van een begrippenlijst die bij Foucault wel nodig zijn.

    Epistèmè: term door Foucault geïntroduceerd om parallelle ontwikkelingen in verschillende wetenschappen in een tijdvak te verklaren; een per tijdvak te dateren geheel van bewuste en onbewuste vooronderstellingen, die een breed proces van denken en handelen leiden en omvatten. Het is niet onmiddellijk waarneembaar en niet beperkt tot één of meer wetenschapsgebieden. Wetenschappelijke theorieën en verwante maatschappelijke praktijken worden met elkaar in verband gebracht.”

    Maria:
    Wat is hier een voorbeeld van? Ik zou bijvoorbeeld denken aan het naïeve multiculturalisme van de jarne ’90 aan de ene kant, en het om-elke-prijs-straffen-maakt-niet-uit-wat-de-rechtsstaat-zegt aan de andere kant.

    “Discursieve formatie: het tot één wetenschapsgebied beperkte epistèmè. Het accent ligt evenals bij discours op de onscheidbare eenheid van kennis en macht. (Sommigen zullen hier denken aan “Paradigma” van Thomas Kuhn – A.F.)”

    Maria:
    Ja Kuhn- Foucault, die horen een beetje bij elkaar…http://nonservium.blogspot.com/2006/02/foucault-and-kuhn-missing-linkage.html

    “Heterotopie: een verontrustende verzameling termen, begrippen en duidingen die op verborgen wijze de taal ondermijnen in zoverre dat het in eerste instantie al geen vruchtbaar denkvlak biedt (Mihai Ticu heeft in “Voiding the avoidability” een heterotopische voorstelling van Daniël Dennett ontmanteld)”

    Maria:
    Heterotopie zegt me wel iets, als ik de door Foucault aangevoerde voorbeelden bekijk: kerkhof enz. . Ik breng het in verband met de term “alienatie” die in de christelijke traditie en voor mij een positieve term is. Namelijk het zich-verwijderen-uit-het-alledaagse met het effect om afstand te creëren, en tot inkeer en inzicht te komen.

    “Utopie: geruststellende verzameling termen, begrippen en duidingen die geen werkelijke plek op aarde kent, maar die in de kritiek daarop (en de ontmanteling ervan) tot positieve resultaten kan leiden.”

    Maria:
    De utopie zelf is natuurlijk al een kritiek op maatschappelijk wantoestanden, zowel in haar positieve vorm, alsook in haar negatieve vorm. Utopiekritiek is dan kritiek op de kritiek. Ingewikkeld maar leuk.
    Zie ook mijn utopieblog: http://www.volkskrantblog.nl/bericht/132572

    “Discours: hiermee wordt zowel de inhoud van wetensch. theorieën en de procedures die hun geldigheid moeten bewijzen, aangeduid, als ook allerlei daarmee verbonden institutionele en rituele praktijken van gezagstoekenning of -uitsluiting, van verheerlijking en verguizing. Als een nieuw d. ingang vindt vestigt zich een nieuw samenspel van kennis en macht.”

    Maria:
    ‘Discours’ is dus een zuiver negatief begrip bij Foucault?
    Ik zou het toch breder willen houden, en hetgeen wij hier samen doen, op deze redelijk anarchische blog-academie, ook een discours willen noemen!

    Reactie is geredigeerd

  58. R.Llull schreef:

    Avatar van R.Llull

    Ik zou het toch breder willen houden, en hetgeen wij hier samen doen, op deze redelijk anarchische blog-academie…(…)

    Ik heb het wel eens de VerZuiling van Blogland genoemd. Een tropisme narcisme waaruit uiteindelijk geen discours overblijft. Alleen als er een nieuwe gedachte bijkomt die nog niemand was opgevallen.

    Ben even moeilijk…

  59. maria schreef:

    Avatar van maria@Llul: Verzuiling van het blogland:
    zie mijn recente blog http://www.volkskrantblog.nl/bericht/231939
    Titel: ‘De verzuiling op het Volkskrantblog’

    “ Alleen als er een nieuwe gedachte bijkomt die nog niemand was opgevallen.“

    Nee hoor, Llul, nieuwe gedachten zijn geenszins nodig om lol te hebben.

    Het is net zoiets als je tegen je partner zegt: “Als we niets nieuws in bed doen hoeft het voor me niet.“ Ontdek het plezier in de herhaling, in de kleine variaties, heer Llul!

    Ik in ieder geval heb er heel veel lol mee, en wat Foucault betreft: voor mij is er wel degelijk heel veel nieuw, omdat ik F. niet zo goed ken.

    @Arjan Fernhout 08-12-2008 21:10
    “Maria, ik houd niet zo van termen als “multiculturalisme”, “postmodernisme” of “paradigma.” Wat dat laatste woord betreft, hebben sommige critici beweerd dat er qua (psychologisch) begripsinhoud wel 22 manieren zijn om het te duiden”

    Begrippen zijn altijd fout en betekenen heel vaak zowel een fenomeen alsook het tegengestelde (voorbeeld: “alienatie “zie ook mijn betoog hierboven).
    Daarom moet men eigenlijk altijd een begrip in een konkrete context gebruiken, anders heeft het geen zin- vind ik.
    Bij Foucault tref ik zeer veel vrijzwevende betogen aan, en dan mis ik de context en dus de zin!

  60. Arjan Fernhout schreef:

    Avatar van Arjan Fernhout@ R.Llull

    Eigenlijk vind ik het wel meevallen, die verzuiling. Ja goed, Peter Louter heeft het al http://www.volkskrantblog.nl/bericht/79823. over de Islam hier en de Islam daar. Maar toen al kreeg hij gedegen kritiek. Wie goed leest ziet dat er geen Louter-groep of een andere groep is. Wel wil ik het volgende zeggen: wat hebben vrouwen toch met billen? Zie wat reacties via de link. Vroeger merkte ik al snel dat vrouwen naar mijn billen staarden. Daar mag wel eens iets over gezegd worden. Ik heb nog even "Vrouwen en billen" gegoogeld, maar daar staat niets bijzonders over dit fenomeen.

    @ Maria, over begrippen

    Epistèmè. Met dit woord wil F. zeggen dat er onder al het weten dezelfde abstracte grondslag ligt. Spinoza heeft exact hetzelfde gezegd, maar dan over het denken in zijn eigen tijd. F. constateerde een grote epistemologische breuk rond 1800. In een aantal disciplines is vrijwel gelijktijdig en in vrij korte tijd een (raadselachtige) verandering in het denken te constateren die niet het resultaat is van het denken van sommigen en die ik hier maar even neerleg als het verdwijnen van het tweetermige classicistische denken. Condillac schrijft ergens dat “zijn” het enige werkwoord is en dat alle andere werkwoorden daar in het geheim gebruik van maken. Het fysiocratisme heeft niets meer te maken met het denken van Ricardo en Mill. Robert Heilbronner daarover: “Het zal menigeen verbazen dat de winstgedachte nog zo betrekkelijk jong is.” (daarvoor was er alleen “ruil”). Gezien jouw kanttekeningen is bladeren in “De opstand van het lichaam – over verzet en zelfervaring bij Foucault en Bataille” van Henk Oosterling mogelijk de snelste toegang tot het denken van F. Wat F. veronderstelde is een nieuwe breuk anno nu. Aangezien F. dit aankondigde als het verdwijnen van het subject is het nogal lastig om daar voorbeelden voor te geven.

    Discursieve formatie. In “De mens in de filosofie van de twintigste eeuw” schrijft J.Sperna Weiland: “Vervang het woord paradigma door het woord epistèmè en de overgang van Kuhn naar Foucault is gemaakt. Dat wil niet zeggen dat F. van K. heeft afgekeken, het hing als het ware in de lucht. Het gaat F. helemaal niet om de natuur-, maar om de menswetenschappen en hun archeologie.” (blz.318) Voor wat Sperna Weiland hier stelt, teken ik niet. Die missing link – link is voor mij als alpha/beta interessant. In “Geloof in wetenschap” (zo heette dat boek over wetenschapsleer, meen ik me te herinneren) staat bijvoorbeeld dat niet duidelijk is of f=m.a. (Newton) nu gezien moet worden als een natuurwet, een definitie, een tautologie of een symbolische generalisatie. Maar nu wordt het te technisch. Dit moet ik eens uitwerken. Men kan zeggen dat paradigma en epistèmè elkaar een beetje overlappen. Het laatste begrip heeft natuurlijk veel meer culturele implicaties.

    Frappant: op blz 319 lees ik: “Meer dan een geniale schepping van Spinoza is de Ethica een expressie van de epistèmè of van het anonieme denksysteem van de klassieke tijd, waarin Spinoza als het ware opgesloten zat.” Dit is een beetje een zevenmijlslaarzenopmerking van Sperna Weiland, maar voor gebeurtenissen op het VKblog zeer interessant.

    Heterotopie: pfff, hier denk je me te snel. Het (complexe) blog van Mihai heette overigens “Voiding the avoidable.” Het voorwoord bij WD van F. begint met een fabuleuze heterotopie van http://www.multicians.org/thvv/borges-animals.html Waar het mij om gaat is dat er een denkvlak wordt geboden die (gemeenschappelijke namen stukbreekt of door elkaar haspelt, omdat ze al van tevoren de syntaxis stukslaat en dan niet alleen die, welke de zinnen construeert, maar die, minder in het oog lopend, woorden en dingen – naast en tegenover elkaar liggend – “tot één geheel laat worden” WD blz. 17) en die bij Borges wel duidelijk is. Er zijn echter heterotopieën van bijvoorbeeld politici (een zekere F.B. in het bijzonder) die door hele volksstammen geslikt worden. Er zijn ook heterotopieën op het VKblog.

    Utopie: dat blog ga ik lezen. Hier zitten we op hetzelfde spoor, denk ik.

    @ Joke Mizée,

    Het volgende stel ik discussie:

    Wat we zien is een discussie uit de jaren ’70 tussen een rationalist (Foucault) en een idealist (Chomsky), waarbij de rationalist simpelweg de toekomst voorspelde.

    Om maar een voorbeeld te noemen qua klassedenken te noemen: waarom werd Hans Janmaat uitgekotst, los van de "subject matter" (dit laatste is in dit geval heel belangrijk) daar waar Frits Bolkestein uiteindelijk de VVD 36 zetels bezorgde en waarin – in het vervolg daarvan!! – Pim Fortuyn bijna premier van Nederland werd.

    Over Foucault en verzet is genoeg te lezen in de biografie van Didier Eribon. Zie bijvoorbeeld de gebeurtenissen in Franco-Madrid waar o.a. met Yves Montand geprotesteerd werd tegen de doodstraf van 11 jonge verzetstrijders (blz.276), vele demonstraties, Vietnam, enz.

    Wat Foucault echter goed doorhad, is dat gestructureerd verzet uiteindelijk slechts leidt tot een ogenschijnlijk humaner, maar in wezen een steeds meer dwingende en meer fijnmazige repressie. (Dommering: “Greep overheid op burgers is alarmerend.” NRC, 10 mei 2008)

    In de Naom Chomsky van nu heb ik veel vertrouwen.

  61. maria schreef:

    Avatar van maria@Arjan, Ik ben in twijfel of ik nu stap voor stap door de oude bijdrages doorheen moet, of liever even de krenten in het nieuwste eruit pikken.
    Ik kies heel even voor het tweede, en kom later terug met meer diepgang – hoop ik..

    “F. constateerde een grote epistemologische breuk rond 1800.“
    Dat is arbitrair. Je kan ook andere zeer belangrijke breuken construeren: 1500, 1600…
    De verlichting kent heel veel continuïteit, en dan zeker met iemand als Luther die toen al schreef ”denk voor jezelf!”
    Een thema voor duizenden van blogs…maar goed we leven hopelijk allemaal nog lang.

    “De opstand van het lichaam – over verzet en zelfervaring bij Foucault en Bataille” van Henk Oosterling“
    moet ik inderdaad hebben, zo snel mogelijk! Morgen dus.

    “.Sperna Weiland: “Vervang het woord paradigma door het woord epistèmè en de overgang van Kuhn naar Foucault is gemaakt” Ha, leuk, dus anderen hebben het ook opgemerkt.
    “De mens in de filosofie van de twintigste eeuw” J.Sperna Weiland ga ik ook bezorgen, ken ik niet. Het wordt makkelijker als we dezelfde boeken thuis hebben staan…(wat is Sperna toch een merkwaardige voornaam….kan het niet leuk hebben gehad op school, Sperna, arm kind)

    “Er zijn echter heterotopieën van bijvoorbeeld politici (een zekere F.B. in het bijzonder) die door hele volksstammen geslikt worden. Er zijn ook heterotopieën op het Vkblog.”
    Voorbeelden!

    @Joke, ik was eerder al begonnen de You Tube filmpjes te bekijken, aanbevolen door een familielid. Maar ik ben zo sterk een lezer, ik houd niet van dat geleuter.
    Ik ga nog in op je samenvatting van de video’s , zeer nuttig, bedankt!!
    In het algemeen ben ik een behoorlijke Chomsky-fan, die er ook Bolkestein van langs heeft gegeven ( zie ook You Tube!!)

    Reactie is geredigeerd

  62. Arjan Fernhout schreef:

    Avatar van Arjan Fernhout@ Maria

    Deze reactie plaatste ik op 16-09-2008 18:35 bij VKopinie onder “De ideale wereld van Tariq Ramadan.” in een reactie op iemand die kritiek op mij had)

    […]

    Vanmiddag heb ik naar de hele discussie gekeken tussen Bolkestein en Ramadan én naar een interview met Tariq Ramadan over zijn bevindingen aangaande deze discussie.

    Laat ik zo duidelijk mogelijk zijn over Bolkestein. In de recente politieke geschiedenis neemt deze een unieke positie in. Het is deze politicus die de politieke discursiviteit in Nederland een ander gezicht heeft gegeven. Onder de manier van discussiëren én onder zijn manier van schrijven is geen logica te ontdekken. In een artikel in NRC getiteld "De paradoxen van het gezonde verstand" (25/3/95) geeft Thijs Wöltgens een recensie op het boekje "Het heft in handen" waarbij deze wel twintig innerlijke inconsistenties blootlegt op verschillende gebieden. Bijvoorbeeld: "Hoe rijmt hij zijn verdediging van westerse normen met zijn onverholen bewondering voor de zogenoemde Aziatische tijgers (Korea, Taiwan, China), waar mensenrechten niet gelden? Zijn zij een voorbeeld (een autoritaire cultuur is de voorwaarde tot succes op de markt) of zijn wij hun voorbeeld (een markteconomie leidt vroeg of laat tot een democratie?" Bolkestein wees toen elke kritiek t.a.v. de tijgers van de hand onder het motto: "It’s the economy, stupid."
    Wöltgens had toen gelijk, want in dit boekje veranderen de woorden van begripsinhoud per essay in het belang van de effectiviteit. Wat dat betreft lijkt Bolkestein een beetje op Humpty-Dumpty in "Alice in Wonderland," waar Alice op een gegeven moment tegen HD zegt: "Het is de vraag of je aan een woord elke gewenste betekenis kan geven die je maar wenst." Waarop HD zegt: "Dat is niet de vraag, de vraag is wie er de baas is."

    Gedurende de Azië-crisis in ’97 was Bolkestein één van de eersten die benadrukte dat men zich in die landen qua mensenrechten naar de Westerse standaard moesten richten … de tijgers hadden hun strepen verloren en hoorden niet meer thuis in de kralenketting van Frits.

    Wöltgens verder: "Hij prijst de spaarzin van de Europeanen. Dat hangt onder andere samen met de pensioenplicht. Je kunt niet tegelijkertijd de bestedingsvrijheid van de Amerikanen bewonderen en hun geringe spaarlust diskwalificeren. Evenmin kun je je ergeren over het Amerikaanse systeem van publieke voorzieningen (onderwijs, gezondheidszorg) en tegelijkertijd de hoge belastingen in Europa afwijzen."

    Met lede ogen heb ik destijds het povere verweer tegen Bolkestein (onderbuikgevoelens..enz.) en vervolgens het vertrek van Wolffensperger, Wöltgens en nog wat andere parlementsleden met wat meer geestelijke bagage aangezien. Het populisme van Bolkestein werd niet afgestraft, de ondergrond in het redeneren hoefde niet meer te voldoen aan de ongeschreven wetten van de logica en het optreden van Fortuyn, Wilders en Verdonk waren er het gevolg van. DAT is zijn erfenis.

    Het debat tussen Bolkestein en Ramadan begon met een reeks van beschuldigingen van B. aan het adres van Tariq Ramadan. Bolkestein kon de bronnen voor deze beschuldigingen bij navraag door Ramadan niet bevestigen. Bolkestein zette zo te zien dus een stroman neer.
    Inhoudelijk kan de bijdrage van Bolkestein in vier woorden worden weergegeven: “De Islam deugt niet.” (en verkrachtte de discussie ook nog op een andere manier) Nou, daar schieten we wel wat mee op. Ware ik Ramadan geweest dan had ik mijn visie en bedoelingen in algemene zin in tien minuten neergezet en had vervolgens aan Bolkestein gevraagd de beschuldigingen terug te nemen of anders de discussie te beëindigen. Men kan een keihard debat voeren, maar niet op basis van een reeks niet gedane uitspraken. Overigens had Tariq Ramadan in de discussie ZELF al aangegeven dat de uitspraken van Bolkestein voor 95% onwaar waren. Dat was dus inherent aan het debat en VK heeft er goed aan gedaan dit te vermelden

    Voor debat en interview zie: http://www.tariqramadan.nl/

    Bolkestein deed weer hetzelfde als destijds in de tweede kamer en in zijn boekjes. Vaak heterocliete rotzooi t.b.v. een bepaald einddoel. Het is juist Bolkestein die neigt naar de keiharde politiek in Amerika en Rusland.

    Verder:

    == Dat is arbitrair. Je kan ook andere zeer belangrijke breuken construeren: 1500, 1600… ==

    Re: niet arbitrair, maar bingo!! “De woorden en de dingen” begint dan ook met de epistemologische breuk die voorafging aan het classicistische denken. Spinoza, Descartes, Newton enz. begonnen a.h.w. opnieuw. Het begint ergens waar Johan Huizinga in “Herfsttijd der Middeleeuwen” de laatste hoofdstukken schrijft en eindigt bij Francis Bacon wiens denken nog kenmerken had die als middeleeuws konden worden gezien. Analyses over dit denken bij H. en F. tonen zeer veel overeenkomsten. Huizinga refereert naar Luther in zijn kritiek op “allegorieën.” Foucault analyseert dit helemaal uit. Overigens verliep deze verandering langzamer en minder scherp afgesneden dan die van rond 1800.

    Verder:

    Het boek van Jan Sperna Weiland is een handig naslagwerk voor de belangrijkste thema’s van 20 (Europese) filosofen in de vorige eeuw. In Anglo-amerikaanse filosofen was hij niet geïnteresseerd.

  63. Arjan Fernhout schreef:

    Avatar van Arjan FernhoutHet denken van Michel Foucault is erg omvangrijk, Maria. En spoort ook aan tot denken. Zoals je al zei … vele blogs waard. Misschien is het beter als ik deel 2 zondag plaats.

  64. maria schreef:

    Avatar van maria@Arjan, ik weet niet of je ooit mijn http://www.passagenproject.com/conservatisme.html
    hebt aangeklikt , daar staat heel veel over Bolkestein, en zijn rol als peetvader van Wilders en van de Burke Stichting.
    [ In de inleiding ook veel over wetenschap en waarheid..]

    Over Tariq Ramadan heb ik een vrij groot aantal uitgebreide blogs geplaatst.
    Verder zeer eens met jou.

    Ik weet niet precies hoe Foucault argumenteert qua continuïteit en discontinuïteit . Huizinga heb ik goed gelezen, en ik hem hem indertijd zo begrepen, dat hij het afwijst de middeleeuwen als een geheel ander iets op te vatten, volgens mij zag hij juist een bepaalde continuïteit tussen middeleeuwen en moderne – de verschillen spreken natuurlijk vanzelf, en dat de Verlichting heeel veel nieuws heeft gebracht hoeft verder geen betoog.
    Maar elk interessant historisch ‘discours’ zal zowel de continuïteit alsook discontinuïteit aan moeten tonen!
    Wat mij aan de ‘discontinuïteit’s verhalen stoort is dat deze zo goed als altijd op een heldenopvatting van mensen gebaseerd is, terwijl ALLE grote doorbraakdenkers dwergen zijn die staan op de schouders van een berg van anderen.

    Je blog komt als het komt… en tussendoor gaan we gewoon hier verder, toch??

    Morgen haal ik de genoemde boeken om de ring goed gewapend te betreden.

    Reactie is geredigeerd

  65. maria schreef:

    Avatar van mariaArjan, ik heb Sperna Weiland nu in huis, en heb het zeer goed geschreven hoofdstuk gelezen.

    Het verschil tussen Kuhn en Foucault zit aan de ene kant in natuurwetenschappen versus geesteswetenschappen, maar ook in het epistemebegrip, dat veel breder is dan het paradigmabegrip.

    Ik vind Foucault moeilijk, en ik kan me in het een en ander van zijn uitspraken niet vinden. Daarbij komt dat hij blijkbaar veel van zijn denken sterk heeft aangepast. Terwijl hij in de `Woorden en de dingen` zich tegen subject en vrijheid keert komt hij daar later weer op terug… terecht.

    Ik ben een grote fan van Pierre Bourdieu, die het een en ander met Foucault gemeen heeft, maar die mij veel meer ligt. Juist op het gebeid van thema´s als waarheid, continuïteit, determinisme is Bourdieu veel genuanceerder en beschrijft een samenspel van tegenstelllingen. `De waarheid bestaat niet´ dat is een veel te simpele zin, en zelfs postmodernen als Rorty hebben dat in deze vorm niet beweerd. De waarheid is moeilijk vast te stellen, wat iets geheel anders is dan dat deze niet bestaat!!

    Het gevecht tegen de disciplinering, dat is wat mij aan Foucault aantrekt, ook al is hij met dat thema zeker niet de enige.

  66. Arjan Fernhout schreef:

    Avatar van Arjan FernhoutMaria, Gisteren heb ik even een aantal zaken in je Burke-documentatie gelezen.
    Op 4/11 schreef ik ergens bij Louter (20 blogs geleden of zo, maar dat is verder irrelevant) het volgende:

    […]

    == De boeken waarom het gaat zijn de volgende:

    Robert Dreyfuss – “Devils game” (How the US helped unleash fundamentalist Islam)
    Samuel P. Huntington – “The clash of civilizations and the remaking of world order”
    Chris Hedges: “American Fascists: The Christian Right and the War on America.”
    John Perkins: “Confessions of an Economic Hit Man.”
    Bart Brandsma. “De hel, dat is de ander” – Het verschil in denken van moslims en niet-moslims.

    Aldus:

    "The Bush administration, while not endorsing the idea of a struggle between Christianity and Islam, seized the notion of a clash of civilizations to propel the United States into an unprecedented expansion of its imperial presence in the Middle East." (naar aanleiding van 9/11) Dreyfuss p.330

    Dreyfuss verwijst daarbij naar:

    "The underlying problem for the West is not Islamic fundamentalism. It is Islam, a different civilization whose people are convinced of the superiority of their culture and are obsessed with the inferiority of their power. The problem for Islam is not the CIA or the US department of Defense, it is the West [itself], a different civilization whose people are convinced of the universality of their culture and believe that their superior, if declining power imposes on them the obligation to extand that culture throughout the world." Huntington p.218

    En Dreyfuss trekt de volgende conclusie:

    "What followed from Huntington’s manifesto, of course, was that the Judeo-Christian world and the Muslim world were locked in a state of permanent cultural war. Terrorists […] were not just a gang of fanatics with a political agenda, but a manifestation of a civilizational conflict." p.331

    [….]

    Er valt meer te zeggen:

    De uitvinder van de term “Clash of Civilizations” is Bernard Lewis. “For five decades. Lewis, who is currently a Princeton emeritus professor, has been arguably the single most influential theorist in the field of Islamic scholarship Yet, for all that time, Lewis has been intensely controversial, largely because he has taken a highly partisan, conservative, and later, neoconservative point of view and his strong affinity for Israël. A 1953 essay by Professor Lewis “Communism and Islam” is an important example of the then-current thinking on the great battle of ideologies (Lewis heeft vanaf in de jaren 50 geprobeerd om moslims op te zetten tegen de Sovjets door de waarden van de Amerikaanse “spiritualiteit” te vergelijken met de atheïstische Sovjets A.F) Dreyfuss p.81 ==

    Dreyfuss schrijft verder op blz. 330: BL and SH were regarded as curiosities by mainstream national security and foreign policy experts. Their Ivy League credentials and access to prestigious publications such as Foreign Affairs, and the edge radicalism of their theories, guaranteed that they would generate controversy, and they did. But few took their ideas seriously, except for a scattered array of neoconservatives, who, in the 1990s, resided on the fringe themselves. The Lewis-Huntington thesis was hit by withering salvo of counterattacks form many journalists, academics, and foreign policy gurus.

    Al dit bovenstaande wellicht ter aanvulling op 1.2.1. op je Burke-documentatie. De observaties van Dreyfuss beginnen in 1885 in Londen. Het boek wordt door a.o Seymour Hersch beschouwd als “briljant and carefully documented.”

    Interpretaties van dit alles zijn bij jou in goede handen, gelezen de onbezonnen steun van leden van de Burke-stichting aan het radicalisme van Bernhard Lewis.

    Verder:

    In Pierre Bourdieu zou ik me moeten verdiepen. Relativisme of “Anything goes” wijs ik overigens scherp van de hand. Voorlopig zal ik me in deel 2 vasthouden aan andere manieren waarop een vertoog getroffen kan worden. In vrij trage gang dus. Gezien een aantal vragen en enig ongeduld (bij Joke Mizée bijvoorbeeld) kan het volgende document nuttig zijn:

    http://www.ethicsandtechnology.eu/images/uploads/26_Verbeek.pdf

  67. maria schreef:

    Avatar van maria
    @Arjan, Zeer hartelijk dank voor het artikel van Peter-Paul Verbeek. Ik heb die naam nog nooit gehoord, en ken ook het aangehaalde artikle van Foucault over de verlichting niet (en dit terwijl ik vorig jaar een cursus heb gegeven over Verlichtingsfundamentalisme, aan de Uvh)
    Zeer belangrijk is het volgende uit het artikel van Verbeek:

    “… zijn [ F.s] nadruk op zelfonderzoek en experimenten met vormen van
    subjectiviteit wijst zijn pleidooi voor een benadering van verlichting als ‘grenshouding’
    een belangrijke uitweg uit de patstelling waarin verlichtingsfundamentalisten
    en cultuurrelativisten zich bevinden. Door verlichting te herdefiniëren als een blikrichting
    in plaats van een inhoudelijke overtuiging, wordt fundamentalisme onmogelijk.
    En door verlichting expliciet in dienst te stellen van ‘vrijheid’ laat Foucault zien
    dat er meer vormen van subjectiviteit mogelijk zijn dan de autonomie die het moderne
    subject kenmerkt. Vrijheid betekent ruimte scheppen voor diversiteit in vormen
    van subjectiviteit, en dat is iets anders dan het moderne ‘verlichte’ vrijheidsideaal in
    termen van autonomie als norm opleggen aan iedereen.”

    Zie ook het zeer uitgebreide hoofdstuk over Verlichting in mijn Burke-documentatie.

    Pierre Bourdieu is voor mij buitengewoon belangrijk, en ik heb al zijn boeken (in het Duits, mijn moedertaal)

    Ik haal vandaag nog het ander boek van Oosterhuis, moet ik naar de KB.

  68. jan bouma schreef:

    Avatar van jan boumaen voor mijn boek hoef je nergens naar toe; dat heb je al…:-)) CU.. en groet: JB

  69. Arjan Fernhout schreef:

    Avatar van Arjan FernhoutMaria, zoals gepland volgt nu deel 2 van "De orde van het vertoog" (L’ordre du discours) van Foucault. Daarna wederom voorbeelden hoe de ideeën van Foucault in de praktijk kunnen worden toegepast.

    I.

    Bij de nadere analyse van het vertoog is er naast de eerste groep (de uitsluiting) een andere manier het vertoog af te bakenen en te controleren, nl. de interne procedures: classificaties, ordeningen en verdelingen die het gebeuren en het toeval van het vertoog trachten te beheersen, te weten:

    1.het commentaar
    2.de auteur, d.w.z. niet het individu, maar het geheel van groeperingen van woorden, eenheid en oorsprong der betekenissen en samenhang.
    3.de discipline.

    1)F. ziet het commentaar als een bezwering van het toeval (gebeurtenis) van het vertoog door er een plaats aan toe te kennen. F. stelt dat vrijwel alle maatschappijvormen kernverhalen kennen, formules en teksten en geritualiseerde brokken vertoog die telkens opnieuw worden opgezegd. Godsdienstige, juridische, literaire en in zekere mate ook wetenschapsteksten.

    F. stelt dat het niet zo is dat er duidelijke afbakeningen zijn tussen vertogen van de 1e orde (het origineel) en vertoogvormen van de 2e orde (het commentaar). Heel wat belangrijke teksten verdwijnen en commentaren nemen dan soms hun plaats in.

    F. stelt dat het niet inzien van deze beweging slechts spel, utopie of angst is.

    – Borges die ergens stelt dat commentaar slechts herhaling van de tekst is. (terwijl als ik deze tekst schrijf, denk ik opeens aan analyses over gevonden aantekeningen van Immanuel Kant over teksten van anderen waar niet veel meer in staat (althans volgens de deskundigen) dan het opnieuw opschrijven van die teksten. Mogelijk dacht Kant op die manier het denken van anderen te doorgronden, door het “al schrijvende” opnieuw te ervaren. A.F.)

    – de lyrische, die een werk telkens opnieuw fris geboren willen laten worden.

    – het ziekelijke van sommigen die een werk als een evangeliewoord beschouwen: “Te bedenken dat dit woord in de eeuwigheid verdwijnt, terwijl ik het misschien nog niet helemaal begrijp.”

    F. ziet het commentaar als een geleidelijke uitholling van een vertoog.

    2)“De auteur” als begripsvorm van groepering van woorden, betekenissen en samenhang differentieert door de tijd vanaf de middeleeuwen en zo vervaagt b.v. in de wetenschap de rol van de auteur in persoon: het wetenschappelijk vertoog boet als zodanig aan waarde in. Tegengesteld daaraan wordt het literaire vertoog steeds belangrijker en vanuit de betrekkelijke anonimiteit in de middeleeuwen wordt nu van de auteur verlangt, dat hij rekenschap aflegt van de coherentie in zijn werk. Afhankelijk van de discipline, waarin zich een bepaald vertoog afspeelt varieert de aanwezigheid en vorm van de auteur van:

    naamloos: technische voorschriften, contracten, decreten.
    individueel: voor b.v. een auteur die weigert zijn oeuvre tot welke categorie dan ook te laten indelen (zie ook 3e)

    3)Het derde begrenzingmechanisme is de ordening in disciplines. Wil het vertoog classificeerbaar zijn binnen een bepaalde discipline, dan dient het in zich de mogelijkheid tot het formuleren van nieuwe stellingen…echter, een wetenschap wordt niet gevormd door de som van alle waarheden omtrent het medische, botanische etc. maar kent ook dwalingen die op historisch bepaalde wijze positieve functies hebben. Tevens moet het aan een hem bepaald karakter voldoen: b.v. in de botanie moet een stelling iets zeggen over de structuur van een plant, voortstuwing per plantensappen etc. en niet meer, zoals in de 16e eeuw de symbolische waarde (teken) of de nuttige eigenschappen die van een bepaalde plant verwacht werden. Vanaf de 19e eeuw viel een stelling buiten de medische wetenschap, zodra er begrippen in voorkwamen die niet functioneel c.q. fysiologisch waren (verstopping, ingedroogde stoffen) etc. Dus: irritatie, degeneratie van weefsels, angina pectoris etc. werden de geaccepteerde begrippen. Tevens moet een stelling zich tegen een bepaalde theoretische horizon aftekenen. Een stelling moet eerst in een bepaald bestek vallen, wil men kunnen zeggen of iets waar of onwaar is. Mendels’ werk (voortplanting) werd lange tijd niet erkend. Het voldeed niet aan het ‘discours’ van zijn tijd – te nieuw! Waar Linnaeus in zijn ‘botanie’ alles aan de soort vastplakte, zag Mendel een algemeen principe en weekte de erfelijke factor los van de soort. Wat bijvoorbeeld wel binnen het bestaande ‘bestek’ lag, was b.v. de opmerking van Schleider (30 jaar voor Mendel) ca. 1850, die de seksualiteit bij planten loochende, geheel volgens de regels van het biologisch vertoog in zijn eigen tijd.

    Deel 3 zal gaan over nog een andere categorie van controlemechanismen, namelijk die van de voorwaarden, t.w.

    1.het ritueel (openlijk)
    2.de vertooggemeenschap (besloten)
    3.de doctrine

    II.

    De praktijk.

    In deel 1 (de uitsluiting) stond een belangrijke zin: == Hoewel burgers, leken, amateurs en andere niet-experts in allerlei concepten, theorieën en beleidsnota’s niet met gekken worden vergeleken, zijn in de wijze waarop hun kennis en waarden ten opzichte van experts worden gepositioneerd min of meer dezelfde mechanismen te herkennen. De niet-expert worden, inclusief de door hun geproduceerde kennis en waarden, in een hiërarchische verhouding ten opzichte van experts geplaatst. ==

    Op deze zin kwamen geen reacties. Voor het gemak vertaal ik bovenstaande dan maar even als volgt: “Wat blijft er over van iets als inspraak of mee-beleven of actief burgerschap als deze bij voorbaat gekanaliseerd en geclassificeerd worden vanuit procedures uitgeschreven door een leidende sociale klasse?”

    Voorbeelden geef ik niet. Dat hoeft ook niet, want het VKblog zelf staat vol met (soms knerpende) belevenissen die aangeven dat veel belevenissen (terecht of onterecht) niet in aanmerking komen voor verdere inspectie of verhandelingen omdat de protocollen van instituties c.q. “publieken” niet voorzien in de afhandeling daarvan.(governmentality) Zie een vraag van An van den Berg bij het blog “De Volkskrant, een wintersprookje” 28-11-2008 19:52.

    Bij de vorige strofe kan men zich afvragen in hoeverre klant, koper, patiënt, enz. gebaat is bij zoiets als “efficiency.” Men kan zich afvragen in hoeverre deze efficiency onze vrijheid terugdringt. Soms vraag ik me wel eens af of Nederlanders nog wel vrij willen zijn. Zo getuigen de handelingen van minister Klink inzake het EPD van een totale minachting t.a.v. inspraak, mee-beleven of actief burgerschap. Toch waren de protesten daartegen gering. Vandaar dat ik in de volgende strofen maar even in de versnelling ga.

    Waar Foucault stelt: “Wij worden allen geregeerd” kan dat vertaald worden als “We zitten allemaal in hetzelfde schuitje.” Sommigen menen dat dit niet het geval is. Daar kan een eenvoudig voorbeeld van worden gegeven. Op 24 november 2008 verscheen in NRC handelsblad het artikel: “Zes miljard staan nergens in het plan van zes miljard.” Desgewenst kan men het gehele artikel lezen, het gaat over de aanpak (haha) van de kredietcrisis, maar eigenlijk volstaat een enkele strofe in dit artikel:

    == Maar is het wel 6 miljard? En heeft Balkenende dat gezegd? Nee. Balkenende zei alleen dat het liquiditeitseffect kon oplopen tot 1 procent van het bruto binnenlands product ==.

    Wittgenstein kan hier misschien helpen in zijn observatie dat de diepste problemen geen problemen zijn in zoverre dat de taal verkeerd begrepen wordt, maar wat JPB met liquiditeitseffect bedoelt kan vertaald worden als: “Geen pottenkijkers.” Kijk, dit soort dingen kan ik wel aanvullen met allerlei details, zoals een J.P.H. Donner die de verhandelingen over een (mislukte) kabinetsformatie in 2003 in zijn fietstas stopte en dat de Raad van State de WOB heeft verminkt zodat we ook geen inzake krijgen over hoe dat nu zat met Irak (kabinetsformatie 2006) en dat de Nederlandse burger de énige burger van alle burgers in de 27 EU-lidstaten is die geen beroep kan doen op de Grondwet en als ik met nog veel details aankom zullen vele Nederlanders het wel goed vinden dat “pottenkijkers” zoals ik geen kans krijgen tot het moment dat zij zelf in de potten moeten kijken omdat het hun te diep in de portemonnee (bijvoorbeeld) snijdt en naar de hooivork grijpen om niet diegenen aan te vallen die hun (juridische) weerbaarheid marginaliseren, maar juist die “praatjesmakers” die voor hun rechten opkwamen maar waarnaar ze nooit geluisterd hebben, hetgeen me weer terugvervoerd naar Michel Foucault omdat ik hier wel iets anders te doen heb dan een analyse van datgene wat in Den Haag gebeurd vanwege bijvoorbeeld het feit dat zoiets als het begrip “assujettissement” zich veel beter laat uitleggen aan gebeurtenissen zoals op het VKblog.

    “Assujettissement,” zei ik.

    Laat ik afsluiten met een uitbreiden van een begrippenlijst, waarmee ik in deel 1 begonnen ben.

    Biopouvoir: beheer en beheersing van het leven. Sociaal episteme. Benaming voor de moderne, zich na 1800 uitbreidende, vorm van maatschappelijke zorg voor de productie van het menselijk leven. Kenmerken zijn: controle van bevolkingsaanwas en regulering van menselijk gedrag.

    Disciplinering: term van Foucault i.v.m. de moderne regulering en rationalisering van menselijk gedrag. Disciplines zijn volgens Foucault de machtspraktijken ofwel technieken die individuele lichamen aan een gedetailleerde en permanente dwang onderwerpen en daarbij tegelijkertijd hun economisch nut en hun politieke volgzaamheid voortdurend vergroten (dressuur). De technieken van de efficiënte regulering van plaats, tijd en handeling bestonden al lang. Maar in de loop van de 17de en 18de eeuw vindt er uitbreiding plaats. Gaandeweg ontstaat de disciplinaire maatschappij. Bij disciplinering spelen de menswetenschappen een centrale rol. Daar worden de twee belangrijkste disciplinaire technieken met elkaar verbonden: het hiërarchisch toezicht en de normaliserende sanctie. Het samenspel van weten en macht is het kenmerk van de disciplinering en van de biopouvoir in het algemeen.

    Protoprofessionalisering: (De Swaan) proces dat kenmerkend is voor een onderhandelingshuishouding. Mensen nemen grondhoudingen en basisbegrippen over die in een bepaalde beroepskring circuleren. Deze ‘deskundigen in kwesties van deskundigheid’ zijn eerder dan anderen geneigd om professionele hulp te zoeken, weten daartoe eerder toegang te vinden, zijn er eerder geschikt voor en hebben er ook baat bij.

    Assujettisement: (zoals Jan Sperna Weiland dat zegt): Juist omdat weten en macht hand in hand gaan, zijn de ‘subjecten’ producerende disciplinerende praktijken … wetenschappelijke en op grond van hun wetenschappelijkheid haast onweerstaanbare machtsstrategieën. Het resultaat is assujettissement, een onderwerpen, dat tegelijkertijd een zich onderwerpen is. Nu lopen wij in het gareel, waarvan je kunt zeggen dat wij het als een assujettisement = verplichting op ons hebben genomen.

  70. maria schreef:

    Avatar van mariaDank Arjan, ik plaats het nog vanavond, maar ik wil het nog met van eigen inleiding voorzien.

  71. Martin schreef:

    Avatar van MartinUitprinten en lezen. Het begin sprak gelijk al aan: "Objectiviteit bestaat niet, maar wel een eerlijke reflexiviteit en een streven naar intersubjectiviteit. Veel postmodernen laten dit helemaal los, en daar sta ik niet achter."

Leave a Reply



Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief