De Japanse kunstenares Yayoi Kusama
maakt ruimtevullende (spiegel-)installaties waar de toeschouwer geheel ondergedompeld wordt.

Yayoi Kusama spiegels foto: Maria Trepp
Groot, consistent, overtuigend, zeer aansprekend werk. Men zou het glad en oppervlakkig kunnen vinden, als het niet zo overweldigend was.

Yayoi Kusama fireflies infinity mirror foto: Maria Trepp
Volkomen intrigerend zijn de twee gesloten spiegelruimtes: “Infinity mirror rooms”. De een: “Fireflies on the water” (2000) met duizenden kleurige lampjes….
…en de ander: “Phalli’s Field”( 1965/1998) …

Yayoi Kusama phalli’s fileds infinity mirror foto: Maria Trepp
maria trepp

Nabokov Lolita foto: Maria Trepp

Nabokov Lolita foto: Maria Trepp
P.F. Thomése noemt vandaag in Cicero vijf boeken die een onuitwisbare indruk op hem hebben gemaakt. Op nummer 2 staat bij hem Vladimir Nabokov met Lolita.
Ik heb net Lolita gelezen, voor het eerst, en ben er diep van onder de indruk. Natuurlijk, van een wereldberoemd boek verwacht je niets anders dan hoge kwaliteit …maar toch.
Lolita hoort “men” te hebben gelezen, maar ik had het boek nog niet gelezen, en dat was waarschijnlijk ook nu nog zo, als ik niet een maand geleden op Station Den Haag Hollands Spoor een zeer mooi meisje had gezien dat liggend lezend op de trein wachtte. Ik vroeg of ik een foto van haar mocht maken, en het mocht. Pas toen ik haar van dichtbij voor de lens had, zag ik dat zij Lolita las, en ik nam dat als gelegenheid deze roman eindelijk zelfs eens te lezen.
Ik ben een fan van bekentenisliteratuur. Mijn favoriet uit de Duitse literatuur is ‘Bekentenissen van den oplichter Felix Krull’ van Thomas Mann.
Al het voorwoord van Lolita is een parel, met de ironische opmerkingen over lezers, die de ‘echte’ mensen achter het ‘ware’ verhaal zoeken. De psychopathologie van de fictieve dagboekschrijver wordt gecontrasteerd met het feit dat een tijdige psychopathologische behandeling van deze man het boek had ongeschreven laten blijven. Wie verteld hier over wie en wat? Het is van begin af aan een dolhof.
Het perspectief van een terugblikkend moordenaar en pedofiel kan literair niets anders opleveren dan tragikomiek. De tragiek wordt dan ook gecompenseerd, vooral in het begin, door komische en ironische passages. Al in de eerste alinea schrijft Humbert Humbert (alleen de naam al!):
“Bij een moordenaar kan je altijd vertrouwen op een zwierige prozastijl”.
Zoals iedereen – het is Westers cultuurarf- wist ik waar Lolita over ging. Maar ik was toch erg verbaast over de leeftijd van Lolita- twaalf! – en over de explicietheid van de verleidingscènes. Vóór het zover is wendt zich Humbert Humbert schijnheilig aan de lezers:
“Alstublieft, lezer: hoezeer u zich ook ergert aan de teerhartige, ziekelijk gevoelige, oneindig omzichtige held van mijn boek, sla deze wezenlijke bladzijden niet over! Stelt u zich mij voor; ik zal niet bestaan als u zich mij niet voorstelt; probeer de hinde in mij te bespeuren, bevend in het bos van mijn eigen zondigheid; laten we zelfs wat glimlachen. Tenslotte kan een glimlach geen kwaad. Ik had bijvoorbeeld (ik schreef bijna ‘bevobbeld’) geen plaats om mijn hoofd te laten steunen, en mijn ongerief werd nog verergerd door een aanval van maagzuur [...] “ ( p 158 in mijn uitgave, Bezige Bij 2008)
Krijsen van het lachen kan ik ook bij de passages waar Humbert zich aan de psychiater wendt die het boek als dossier gebruikt:
“[....]
De bekwame psychiater die mijn geval bestudeert – en die dankzij Dr. Humbert inmiddels, naar ik aanneem, in de toestand van gebiologeerd konijn is beland – wil ongetwijfeld graag dat ik mijn Lolita meeneem naar zee en daar, eindelijk, de ‘bevrediging’ vind van een levenslange behoefte, en bevrijding van de ‘onderbewuste’ obsessie van een onvolkomen jeugdromance met de oorspronkelijke kleine juffrouw Lee. Welnu, makker, laat ik je dan zeggen dat ik héb gezocht naar een strand…” (p 203)
Het is een boek om te lachen en om te huilen. Zeer nauwkeurig beschrijft Nabokov uit het perspectief van Humbert dat Lolita zelf weinig plezier beleeft aan de seks en helemaal geen intimiteit zoekt. Met een referentie aan Lewis Carroll en Alice schrijft hij:
“Ze was binnengekomen in mijn wereld, het duistere en zwarte Humberland, met onstuimige nieuwsgierigheid; ze keek er rond met schouderophalende geamuseerde afkeer; en nu leek ze me op het punt te staan zich ervan af te wenden met iets wat grensde aan uitgesproken walging. Nooit sidderde ze onder mijn aanraking, en een snerpend ‘hoe haal je het in je hoofd?’ was alles wat ik voor mijn moeite kreeg. Boven het wonderland dat ik te bieden had, gaf mijn domoor de voorkeur aan de meligste films, de meest weeë flauwekul.[...] “ (p 203)
Zie ook
Hier een paar mooie vrouwen met hoed.

Alexei_Jawlensky Vrouw met hoed 1910

Kees van Dongen, Vrouw met hoed, 1906

Manet Vrouw met hoed
Rubens, Schiele, Klee, Jan Sluijters, Macke, Matisse, Modigliani:


Klee
Jan Sluijters, Vrouw met hoed

Macke
zie ook


Modigliani

Manet vrouw met hoed

Zonnebloem Sonnenblumen sunflowers Art Kunst
Op de zolder van het Stedelijk Museum Schiedam is een meterlange en -hoge installatie te zien van een gebreide en gehaakte zonnebloem van Maria Roosen; titel: “Bloedverwanten”.
In “Alice in Wonderland” , zeggen de bloemen vinnig tegen Alice zeggen dat haar “bloemblaadjes hangen” en : “Je begint te verwelken.”
Deze zonnebloem fascineert mij en wekt tal van associaties bij mij.

Zonnebloem Sonnenblumen sunflowers Art Kunst ]

Zonnebloem Sonnenblumen sunflowers Art Kunst Egon Schiele
Mijn derde associatie

Zonnebloem Sonnenblumen sunflowers Art Kunst Vincent Van Gogh

Zonnebloem Sonnenblumen sunflowers Art Kunst Vincent Van Gogh
Vincent van Gogh, Zonnebloemen 1888


George Knight heeft mij geattendeerd op de tentoonstelling van Isabel Ferrand in het Museum GoudA.
Ik ben er al een tijdje geleden geweest, en ben zeer gefascineerd door Ferrands werk met garenklosjes,

alsook door de kanten patronen die zij van papiersoldaten maakt.

Vandaag staat een enigszins kritische recensie in de NRC van het werk van Ferrand.
Sandra Smets geeft eerst een interessante overblik over de achtergrond van het werk van Ferrand: Ferrands vader (Portugees beroepsmilitair, gestationeerd in de Portugese kolonies) verzamelde miniatuursoldaatjes. Hij knipte poppetjes uit karton en stelde ze in zijn hobbykamer in slagorde op. Met gedetailleerde aantekeningen en landkaarten speelde hij op de werktafel historische veldslagen na en Isabels broers mochten helpen. “Zijn nalatenschap, bestaande uit duizenden soldaatjes en toebehoren, ging naar zijn pacifistische dochter Isabel. Ze was daar eigenlijk niet goed tegen opgewassen en besloot er kunst van te maken: collages waar infanteristen hun oorlogszucht afschudden door te verworden tot decoratieve poppetjes in kleurige composities.”
Maar Sandra Smets vraagt zich af “…wat wil ze ermee zeggen? Dat de westerse museale weelde via oorlog en bloedvergieten is verkregen? Haar bedoelingen blijven onduidelijk.”
Erg onduidelijk lijken mij Ferrands bedoelingen niet.
Uniformiteit en militaire strengheid worden omgevormd in speelse kant-patronen.Volgens mij experimenteert Isabel Ferrand ook met de overlapping tussen (kunst)hantwerk en militaire acties: kunst én militaire actie kennen discipline en regelmaat, en beiden kennen het speel met kleuren. Het hoofdverschil zit in de doelgerichtheid van het militaire en de relatieve (maar niet absolute) nutteloosheid van de kunst….
Hier nog een ander leuk voorbeeld van een omvorming van militair materiaal (Demakersvan, Lace Fence, 2006, Museum Boijmans) . Ook hier wordt op een speelse manier kant gemaakt van saaie uniformiteit.

Voorbeeldig, vind ik, en zeker niet escapistisch….
Het werk van Ferrand met kleurrijke garenklosjes herinnert mij ook aan mijn eigen ingepakte lisdoddes
.
Ik ga door met inpak-, kleur-, textiel- en foto-projecten – misschien nu ook met garenklosjes.
——————————————————————-
toegevoegde tekst op 13 juni 2009
In een zeer interessant artikel in de NRC “Een sexy hek om Nederland; Dutch design en rechts populisme” (12-6-2009) gaat Daniel van der Velden in op de problematische nieuwe beveiligingsesthetiek.
Hij noemt daarbij ook juist de “Lace fence”:
“In 2005 ontwikkelde ontwerpbureau Demakersvan, opgeleid aan de internationaal vermaarde Design Academy Eindhoven, een uniek concept. De beoogde afnemer zou Heras kunnen zijn, de ‘internationale specialist op het gebied van buitenbeveiliging’, en het concept is een nieuw soort hekwerk: de zogenaamde ‘lace fence’. Dit was niet zomaar een designhek. Het alledaagse, industrieel geproduceerde standaardhek verandert bij de ‘lace fence’ in een verleidelijk vlechtwerk van metalen vormen. Het opmerkelijke is dat de figuren zijn geïnspireerd op panty’s en lingerie. Je zou kunnen spreken van een erotisering van de beveiliging.
Natuurlijk is de ‘lace fence’ veel meer dan een recht voor zijn raap populistisch ontwerp. Ik vermoed dat de ontwerpers de dimensies van hun idee zelf ook niet helemaal hadden doorgrond toen ze het hekwerk maakten, en dat ze vooral werden gegrepen door het beeld. Niettemin is de maatschappelijke boodschap van een ontwerp als de lace fence dat beveiliging hotter dan hot is!”
…een zeer interessant interpretatie van de “Lace fence”
Vertalen Duits Vertaalbureau Duits
.
Vandaag staat een artikel in de kunstbijlage van de Volkskrant over Maria Roosen. Het artikel gaat over “Jean, Pierre en Claude”, mannelijke lichaamsdelen uit glas die aan een touwtje hangen in de keuken van verzamelaars. “De slaapkamer is nooit een optie geweest” is de geestige titel van het artikel.
Maria Roosen heeft ook glazen afbeeldingen gemaakt van vrouwelijke lichaamsdelen, die te zien waren in het Stedelijk Museum Den Bosch tot 9 september 2008 (Land of Milk and Money : Maria Roosen en Margriet Smulders).
Aan een kapstok hingen glazen borsten, sommige met gebreide tepels, sommige spiegelend.
Hier de "Servische spar" van Maria Roosen:

Maria Roosen, Servische spar, 1995

Maria Roosen, Glazen borst

Maria Roosen, Glazen borst 2

spiegelend in de spiegelborst van Maria Roosen
Vertalen Duits Vertaalbureau Duits
.
Zelden of nooit heeft een expositie mij zó geraakt en geïnspireerd als de tentoonstelling van Karin Arink in het Stedelijk Museum in Schiedam “States of zelf” ( tot 12 oktober) .
Vandaag staat een uitvoerige recensie van Marina de Vries in de Volkskrant, begeleid van een foto van Arinks kunstleren jurk “X-pand”.
Het opvallendste werk in Arinks tentoonstelling is haar jurk “X-pose (yourself to me)” (2001); een jurk geladen met sex, emotie en ook met associaties van geweld – zonder dat het geweld hier echt angst oproept. De erotiek overheerst.

Karin Arink, X-pose (yourself to me)
Het werk van Arink is bijna zonder uitzondering op haar eigen website te zien, daarom zal ik me hier beperken tot een paar foto’s van de tentoonstelling, van werk dat (nog) niet terug te vinden is op haar site.
Vaak bewerkt zij eerst een kledingsstuk, vervolgens trek ze de keren aan, maakt een foto en snijdt daarna de foto in repen.

Karin Arink, Cutdresscutfoto
zie ook:
En hier de gordijnen die Karin Arink heeft gemaakt voor het museum in Schiedam: lompen gordijnen, nieuwe kerkramen voor het voormalige Sint Jacobs Gasthuis, waar het museum gevestigd is.
————-
Arink bewerkt foto’s en textiel: zij snijdt in stof en papier. Het resultaat is een bewonderenswaardige constructieve destructie.

Karin Arink



Vertalen Duits Vertaalbureau Duits
.
Van bloemen en bladen kan men zelf papier maken, ontdekte Claudie Hunzinger.
In het Museum Rijswijk zijn zeer mooie voorbeelden te zien van gekleurde bladen in papiervorm.

En hier nog meer
bloemen uit papier.



Een boeddha uit telefoonboeken!
(long-bin_chen)

Richard Mens, Venus uit krantenpapier
In het Haagse Gemeentemuseum waren in 2008 een groot aantal bustes van Ah Xian te zien.
Ah Xian projecteert de hele wereld en ook grote delen van Chinese mythologie en cultuur op deze bustes, die wondermooi in de omgeving van de stijlkamers van het Gemeentemuseum passen.
Ah Xian mengt Oosterse en Westerse elementen in zijn bustes.
De buste maakt onderdeel uit van een Westerse portrettraditie, terwijl de schilderingen ontleend zijn aan Chinese decoratieve tradities: draken, vogels, bloemen, landschappen, erotische motieven.
De verzieringen lijken hier en daar op tatoeages.
In mijn vorige blog heb ik het fabeldier eenhoorn beschreven, dat zowel in de Chinese alsook in de Westerse traditie een belangrijke rol speelt. Ah Xian laat op op zijn bustes de feniks
zien, een ander Oosters én Westers oud en belangrijk fabeldier.





Ah Xian, erotische voorstellingen

Ah Xian, honderd kinderen
Vertalen Duits Vertaalbureau Duits
.
In de laatste tijd ben ik een paar keer het sympathieke fabeldier Eenhoorn
tegengekomen.

Stephan Balkenhol, Unicorn (2001), Olieverf en wa-wahout
… Sie nährten es mit keinem Korn
nur immer mit der Möglichkeit, es sei.
Und die gab solche Stärke an das Tier,
daß es aus sich ein Stirnhorn trieb. Ein Horn.
Zu einer Jungfrau kam es weiß herbei
- und war im Silber-Spiegel und in ihr.

- …En dus bij Lewis Carroll, Through the looking-glass, waar de eenhoorn Alice als een fabeldier beschouwt:
“CHAPTER VII. The Lion and the Unicorn
[...]
‘Who are at it again?’ she ventured to ask.
‘Why the Lion and the Unicorn, of course,’ said the King.
‘Fighting for the crown?’
‘Yes, to be sure,’ said the King: ‘and the best of the joke is, that it’s MY crown all the while! Let’s run and see them.’ And they trotted off, Alice repeating to herself, as she ran, the words of the old song:–
‘The Lion and the Unicorn were fighting for the crown:
The Lion beat the Unicorn all round the town.
Some gave them white bread, some gave them brown;
Some gave them plum-cake and drummed them out of town.’
‘Does–the one–that wins–get the crown?’ she asked, as well as she could, for the run was putting her quite out of breath.
‘Dear me, no!’ said the King. ‘What an idea!’
‘Would you–be good enough,’ Alice panted out, after running a little further, ‘to stop a minute–just to get–one’s breath again?’
‘I’m GOOD enough,’ the King said, ‘only I’m not strong enough. You see, a minute goes by so fearfully quick. You might as well try to stop a Bandersnatch!’
Alice had no more breath for talking, so they trotted on in silence, till they came in sight of a great crowd, in the middle of which the Lion and Unicorn were fighting. They were in such a cloud of dust, that at first Alice could not make out which was which: but she soon managed to distinguish the Unicorn by his horn.
[...]
There was a pause in the fight just then, and the Lion and the Unicorn sat down, panting, while the King called out ‘Ten minutes allowed for refreshments!’ [...]
At this moment the Unicorn sauntered by them, with his hands in his pockets. ‘I had the best of it this time?’ he said to the King, just glancing at him as he passed.
‘A little–a little,’ the King replied, rather nervously. ‘You shouldn’t have run him through with your horn, you know.’
‘It didn’t hurt him,’ the Unicorn said carelessly, and he was going on, when his eye happened to fall upon Alice: he turned round rather instantly, and stood for some time looking at her with an air of the deepest disgust.
‘What–is–this?’ he said at last.
‘This is a child!’ Haigha replied eagerly, coming in front of Alice to introduce her, and spreading out both his hands towards her in an Anglo-Saxon attitude. ‘We only found it to-day. It’s as large as life, and twice as natural!’
‘I always thought they were fabulous monsters!’ said the Unicorn. ‘Is it alive?’
‘It can talk,’ said Haigha, solemnly.
The Unicorn looked dreamily at Alice, and said ‘Talk, child.’
Alice could not help her lips curling up into a smile as she began: ‘Do you know, I always thought Unicorns were fabulous monsters, too! I never saw one alive before!’
‘Well, now that we HAVE seen each other,’ said the Unicorn, ‘if you’ll believe in me, I’ll believe in you. Is that a bargain?’
‘Yes, if you like,’ said Alice.
[...] The Lion looked at Alice wearily. ‘Are you animal–vegetable–or mineral?’ he said, yawning at every other word.
‘It’s a fabulous monster!’ the Unicorn cried out, before Alice could reply.
[...] “
… Geen graankorrel gaven zij het te eten
maar bleven het voor mogelijk houden dat het bestond.
En dat gaf het dier zo’n kracht
dat het uit zijn voorhoofd een hoorn deed groeien. Eén hoorn.
Wit liep het naar een maagd toe -
en was in de zilveren spiegel en in haar.
(vertaling W. Leenders)
1

Unicorn einhorn eenhoorn licorne
2

Unicorn einhorn eenhoorn licorne
3

Unicorn einhorn eenhoorn licorne MilleFleurTapestry
4

Unicorn Einhorn eenhoorn licorne
5

Unicorn Einhorn eenhoorn licorne modern
6
7

Unicorn einhorn eenhoorn licorne
Een tijd geleden hebben Ina Dijstelberge en ik een bezoek gebracht aan het Haagse wonder – en spiegelland.
Gisteren heb ik het Tilburgse labyrintische park De Warande bezocht.
In het centrum van het barokke Warande-sterrenbos met beeldentuin staat een glanzend grote ronde bol gemaakt van roestvrijstalen keukenspullen: “27 light years” van Subodh Gupta (2007).
De titel verwijst (volgens brochure) ” naar Vega of Alpha Lyrae, een opmerkelijk heldere ster, driemaal zo groot als de zon en 27 lichtjaren van de aarde verwijderd. Vega was al bekend ten tijde van de Babyloniërs en werd in verschillende talen aangeduid als de Fenix, de Vallende Adelaar en de Harp Ster. Gupta laat zijn verbeelding van Vega in Wanderland neerdalen, waar het werk in het hart van het sterrenbos zijn context en de hemel weerspiegelt.” Met een andere bolvormige spiegelconstructie heb ik – net als in Den Haag – weer veel lol beleefd.
“3 dimensional circle ” van Jeppe Hein (2008) , ” een installatie met een doorsnede van 2,5 meter. Drie boogvormige wanden die van bovenaf gezien een ster vormen, vormen tezamen een holle globe, een driedimensionale cirkel van lucht. Oe binnenkant van de drie wanden is bekleed met spiegelend materiaal. Op ingenieuze wijze lijkt de lege bol een tastbaar object te worden. Zoals de meeste werken van Jeppe Hein, bestaat de sculptuur enkel door middel van de blik en activiteit van de toeschouwer.”
En ten slotte hier nog een sculptuur die het eerder deze week breed uitgemeten thema “ondergoed” op een grappige manier becommentarieert: “Id, Ego and Superego” van Erwin Wurm (2008) .
Het Ego is duidelijk het zwakste link in de constructie. Het ondergoed, ooit een element in de “civilisatie” van de mens, is bovendien niet zo verhullend als het realistisch-brave Ego waarschijnlijk zou willlen.Vertalen Duits Vertaalbureau Duits
.
Het wakend oog van het Ego, gloerend uit de rode lingerie.
Prachtig.
“Drie in aluminium gegoten, enorm uitvergrote aardappels zijn in verschillende maten op elkaar gestapeld. De grootste vormt de basis, een kleintje bevindt zich in het midden en bovenop staat een middelgrote versie. Slechts door de middelste aardappel te voorzien van een pikant slipje, komt de sculptuur tot leven, krijgt het opeens een antropomorfe vorm, zij het een koddige. De ingreep is niet alleen humoristisch, maar werkt ook duidelijk erotiserend. Hoewel de aluminium vormen met hun typische blutsen en kuiltjes de aandacht trekken, is het het slipje dat domineert. De titel, “Id, Ego ond Superego” (2008), is veelzeggend. Refererend aan Freuds theorie over de continue strijd tussen de drie structuren van ons onderbewustzijn: het Id, Ego en Superego lijkt Wurm een zekere innerlijke machtsstrijd bloot te leggen. Volgens Freud bestaat het Id uit de instinctieve driften van de mens, het Ego probeert die driften in toom te houden en het Superego is een soort van ideaalvorm voor het individu dat door de maatschappij is opgelegd. In een continu gevecht tussen levens- en doodsdriften, seks en woede, probeert de mens zich staande te houden, een balans te vinden. ”

Vertalen Duits Vertaalbureau Duits
.
Paddestolen schieten omhoog in dit warm-vochtige weer, en vergaan net zo snel als zij zijn verschenen.



“Een schijnsolide compromis van vorm en ontbinding”, wat ontzettend goed gezegd.
De paddestoel speelt ook in Alice in Wonderland een belangrijke rol, als magisch middel voor snelle groei en krimp:
There was a large mushroom growing near her, about the same height as herself; and when she had looked under it, and on both sides of it, and behind it, it occurred to her that she might as well look and see what was on the top of it.
She stretched herself up on tiptoe, and peeped over the edge of the mushroom, and her eyes immediately met those of a large caterpillar, that was sitting on the top with its arms folded, quietly smoking a long hookah, and taking not the smallest notice of her or of anything else.[...]
In a minute or two the Caterpillar took the hookah out of its mouth and yawned once or twice, and shook itself. Then it got down off the mushroom, and crawled away in the grass, merely remarking as it went,
‘One side will make you grow taller, and the other side will make you grow shorter.’
‘One side of WHAT? The other side of WHAT?’ thought Alice to herself.
‘Of the mushroom,’ said the Caterpillar, just as if she had asked it aloud; and in another moment it was out of sight.
Alice remained looking thoughtfully at the mushroom for a minute, trying to make out which were the two sides of it; and as it was perfectly round, she found this a very difficult question. However, at last she stretched her arms round it as far as they would go, and broke off a bit of the edge with each hand.
‘And now which is which?’ she said to herself, and nibbled a little of the right-hand bit to try the effect: the next moment she felt a violent blow underneath her chin: it had struck her foot!
She was a good deal frightened by this very sudden change, but she felt that there was no time to be lost, as she was shrinking rapidly; so she set to work at once to eat some of the other bit. Her chin was pressed so closely against her foot, that there was hardly room to open her mouth; but she did it at last, and managed to swallow a morsel of the lefthand bit. [...] ”
Bij Menno ter Braak, in Démasqué der Schoonheid, vond ik een schitterende formulering:
“[...] De paddestoel [...] staat even te figureren als een schijnsolide compromis van vorm en ontbinding en zinkt weer weg in de oerpap, waaruit hij voortkwam; hij heeft zijn rol volmaakt en magistraal gespeeld, ook als hij de mens niet diende in de champignonsoep; men kan hem niets verwijten.”
“[..]
Pat Andrea heft ook hiervan een mooie illustratie gemaakt, waar Alice zelf samenvalt met de paddestoel.

Alice in Wonderland is absoluut geen sentimenteel boek, en wie goed leest zal zien dat de dood dus ook vaak om de hoek komt kijken.
Vertalen Duits Vertaalbureau Duits
Alice zelf…. een schijnsolide compromis van vorm en ontbinding, zoals wij allemaal.
.