Hier wat leesvoer voor mensen die graag met mij door willen gaan in de discussie over wetenschap, waarheid, objectiviteit en postmoderne.
De in mijn vorige blog genoemde Jerker Spits ( Wetenschap en politiek) heeft in Jaffe Vinks Trouw/Letter &Geest -bijlage in 2005 een uitvoerige discussie over de postmoderne gevoerd, die ik hier voor jullie toegankelijk maak.
Spits positioneert zich hier als een ware Burkiaan: als Plato-fan, en Foucault-hater. Hij keert zich tegen Foucault die met Nietzsche zeer terecht de machtdimensie in de wetenschap aan de orde heeft gesteld:
“Ook de filosoof Michel Foucault had fundamentele kritiek op het waarheidsstreven. In navolging van Nietzsche beschouwde hij de wil tot waarheid als een wil tot macht. Het westerse humanisme zou als ‘ ideologie van de onderdrukking’ bestaande machtsverhoudingen legitimeren en zijn voorstellingen opdringen aan andere culturen. Door begrippen te hanteren als goed en kwaad, maatschappelijk en onmaatschappelijk, zou aan bepaalde groeperingen het recht van spreken worden ontzegd. Het begrijpen van machtsverhoudingen in een politiek bepaald ‘ discours’ verbond Foucault met een strijdbare inzet voor alternatieve opvattingen. “
…en meer over de canon:
Cyrille Offermans schrijft in zijn bundel “Schipbreuk’ een essay met de titel “Een canon is niet van deze tijd”:
“’Canon’ is Grieks voor rietstok. De richtlat van bouw- en timmerlieden werd canon genoemd, in de muziekleer van Euclides wordt het monochord ermee aangeduid. Pas ten tijde van de eerste grote expansie van het christendom, omstreeks 350, krijgt het woord de overdrachtelijke, tot op heden gebruikelijke betekenis van alle officieel erkende (bijbel) boeken waarin de normatieve grondregels voor een deugdzaam leven zijn vastgelegd. ‘In het verlengde hiervan,’ aldus de Toelichtingen bij de Nieuwe Bijbelvertaling, ‘is met de canon bedoeld: de lijst met heilige boeken die de kerk erkent als goddelijk geïnspireerd en die de zuivere geloofsregels bevatten.’ “ ( p 169)
“Bij de kwestie betreffende de literaire canon voor het middelbaar onderwijs] gaat het niet om belangrijk geachte hoofdstukken uit de literatuurgeschiedenis maar om boeken: welke boeken moet een scholier in elk geval lezen voor het vak literatuur, al of niet als onderdeel van het vak Nederlands.
Offermans: “Dat zoveel mensen weer naar een canon verlangen mag symptomatisch zijn voor de culturele verwarring die mensen zeggen te ervaren, het is niettemin een hoogst dubieus, want restauratief verlangen. Een canon hoort thuis in een gesloten, hiërarchische samenleving waarin het volk met doctrinaire middelen wordt ingepeperd welke gedachten het erop na moet houden en welke niet.”( p 171)
Precies en dergelijke hierarchische patriarchale samenleving is het dan ook waarnaar Jerker Spits en zijn vrienden van de Edmund Burke Stichting verlangen.
Offermans: “Maar de Verlichting, uit naam waarvan onze nationalistische canonpropagandisten denken te spreken, begon net met een kritiek op de bijbelse leerstelligheid. “
Offermans merkt op dat samen met de katholieke canon “ook ooit een lijst met verboden boeken moest komen. De Index librorum prohibitorum is de natuurlijke bondgenoot van de canon” ( p 172)
En inderdaad, de Edmund Burke Stichting refereert op haar website aan een lijst met “worst boeks”: The fifty worst books of the Century !!
Offermans:
“Heeft het in deze context nog zin om over een canon te spreken? Ik zou denken van niet. Niemand is in de positie om voor te schrijven wat er gelezen of hoe er geleefd moet worden, de figuur van de oppercriticus of oppercensor kennen we alleen uit dictaturen. Er is ook niemand die met een goed geweten naar die functie zou kunnen solliciteren, want wie kan er zoveel lezen dat hij de gehele literatuur, of desnoods alleen de Nederlandstalige, werkelijkkan overzien? En vooral: wie denkt in staat te zijn in die ontzagwekkende hoeveelheid boeken een eenduidige, voor alle bewoners van de republiek der letteren aanvaardbare hiërarchie aan te brengen?
Elke poging tot een nieuw canonontwerp maakt de onmogelijkheid daarvan duidelijk. Er ontstaat altijd onmiddellijk trammelant, het regent tegenontwerpen en ingezonden brieven. Waarom die wel en die niet? Te weinig vrouwen! Waar zijn onze allochtone auteurs, waar de columnisten, waar de Vlamingen? Zoveel stemmen, zoveel zinnen – niet verwonderlijk dat elke canondiscussie verzandt in een kakofonie van verontwaardigde geluiden waarvan ook de meest door de wol geverfde polderaar niets symfonisch kan maken. “ ( p 174)
Offermans is tegen een canon, maar is voor een brede ( literaire) vorming, voor “Bildung” en voor leescultuur op school.
Daarbij sluit ik mij aan.
Actueel is inmiddels (juli 2009) de discussie over literatuur en postmoderne door de stellingname van Thomas Vaessens voor de postmoderne (zie bijvoorbeeld NRC 3 juli 2009, interview met Elsbeth Etty)
Ik ben het met Vaessens eens dat literatuurcritici en schrijvers de eigen uitgangspunten transparent moet maken (Spits c.s. menen de objectiviteit in pacht te hebben- en dat is dan ook het ergste voor mij: mensen die hun eigen subjectiviteit als objectiviteit willen verkopen..)
Ook ben ik het met Vaessens eens dat onderhoudend lectuur een object van literatuurwetenschap kan en moet zijn.
Niet eens ben ik met hem als hij zou menen dat er geen kwaliteitsverschil is tussen verschillende soorten literatuur.
Die is er natuurlijk wel.
Er is complexe en minder complexe literatuur, zowel wat vorm alsook wat inhoud betreft.
Er is literatuur die meer van een lezer vraagt dan andere.
zie ook