Wetenschap Kunst Politiek

De fanatieke volgelingen van Carotta

no comment

Mijn eerdere Carotta-blog heeft veel los gemaakt.

Op mijn blog Atheïstisch bijgeloof: Carotta en zijn volgelingen laten de fanatieke Carotta-volgelingen zich helemaal kennen. Zij beschuldigen de Carotta-criticus Anton van Hooff van psychische ziekte.

De Nijmeegse classicus Anton van Hooff is auteur van een recent kritisch artikel over Carotta in de Academische boekengids. Hij  is met zijn zeer goed gefundeerde kritiek op Carotta ook regelmatig te horen op radio en televisie. Klik hier voor de recente Teleac-uitzending "Was Jezus eigenlijk Caesar?Een les in de pseudowetenschap"

Het speurwerk aanhand van IP-nummers heeft geresulteerd in de bevinding dat de aantijgingen op mijn blog in richting van Van Hooff afkomstig zijn van de psycholoog Tommie Hendriks.

Bernard Vermet [die ik via mijn blog over Carotta heb leren kennen, en met wie ik onlangs samen met Anton van Hooff in Leeuwwarden was op bezoek bij het "Carotta-gymnasium" waar de film van Jan van Friesland getoond werd] heeft de feiten betreffende Hendriks’ gedrag op mijn blog op een rijtje gezet.

—————————————————————————————————–

De "zieke" spelletjes van Tommie Hendriks

door Bernard Vermet

Wie is eigenlijk de "Fulvius" of "Bavink" op Maria Trepps Carotta-blog?
Wel, voor wie al wat langer meedraait in de discussies rond de perceptie van Carotta in Nederland, is die vraag niet moeilijk te beantwoorden: het is niemand anders dan Tommie Hendriks

 

(hier te zien op een vrolijke foto, gemaakt door zijn vriend Jan van Friesland).

Niet alleen zijn stijl, woordgebruik en IPadres verraden hem, maar ook b.v. het feit dat het stuk van Fulvius inmiddels twee maal is verbeterd en de nieuwste versie alleen op de eigen blog van Tommie te vinden is.
 
(Ter zijde: De oudste versie is nog terug te vinden op de blog van Marcel van Zoggel en werd daar gepost door ene "Thomas" op 18/04. Een sterk geredigeerde versie werd door "Fulvius" zelve op 21/04 gepost op Maria’s blog. De derde versie, met slechts kleine verbeteringen – b.v. verschijningsdata i.p.v. verschijningdata – werd op 22/04 om 10:14 uur door Tommie Hendriks aan zijn eigen blog gehangen en om 14:22 uur andermaal door "Thomas" op de Van Zoggelblog geplaatst. Een en ander valt eenvoudig en snel te verifiëren met de "compare documents"-functie onder "track changes" in het Toolsmenu van Word). 

In december 1999 leerde Hendriks het werk van Carotta kennen en sindsdien heeft het hem niet meer losgelaten. Hij vertaalde Carotta’s boek in het Nederlands en voert sindsdien een verbeten strijd voor verdere erkenning. 

Als Bavink schreef Hendriks "Alle anderen, of ze de theorie van Carotta nu verdedigen of aanvallen, schrijven hun mening één- of tweemaal op. Alleen amokmaker Van Hooff kan er maar niet mee ophouden", maar hij vergeet daarbij zichzelf te noemen: Telkens wanneer de discussie rond Carotta weer opflakkert – laatstelijk afgelopen november n.a.v. de presentatie van Jan van Frieslands documentaire over Carotta – bewerkt hij de media en het internet met, let wel, anonieme [!!] brieven. Zo opperde Tommie onder de naam Richard al op 3 nov. dat Van Hooff op http://www.psychosis.nl/ moest publiceren op een forum van de EO. Hij deed hetzelfde op diezelfde dag nog eens als anonymus op de blog van Marc van Zoggel, waar hij later als Thomas en waarschijnlijk ook als Xantippe postte. Andere door hem in het verleden gebezigde namen zijn  onder andere j.j., Octavianus, Daniël P., M. Anthonius, Marc A., Marc, Simon, Maria en Philo. Daarbij is het overigens niet altijd duidelijk of het alleen om Tommie gaat, of ook om zijn maatje Jan van Friesland – niet voor niets hebben we ook nu, bij Maria Trepp, in "Bavink" en "Siep," met twéé Utrechtse IPadressen te maken – terwijl op de achtergrond ook altijd Carotta zelf aanwezig is en vaak ook meeschrijft.

Een héél enkele maal schrijft Tommie onder zijn eigen naam, zoals in het geval van een ingezonden brief aan het AD, dd. 7 nov. j.l.:
"…Jacobine Geel schrijft in haar column over Van Frieslands documentaire ‘Het evangelie van Caesar’ … dat veel meer wetenschappers deze theorie afwijzen dan omarmen. Dat is onjuist. Als de vertaler van Carotta heb ik de stand positieve – negatieve ‘wetenschappelijke publicaties’ nauwkeurig bijgehouden. Voor Nederland luidt die: 71%-29%. Internationaal: 100%-0%. De tegenstanders schreeuwen luid, dat wel.Tommie Hendriks, Utrecht."

Daarbij valt direct een belangrijk, repeterend punt in de teksten van Tommie op: het – tegen beter weten in – blijven volhouden dat er zoiets als een positieve ontvangst van Carotta’s theorie zou bestaan.

[uitwijding
In het stuk van Fulvius op Marias blog lezen we daar b.v. over:
"Carotta beroept zich bijvoorbeeld op Prof. Ethelbert Stauffer, een bekende Duitse theoloog, wiens zoon in de documentaire een tekst van zijn vader voorleest. In de film zie je hem verder in gesprek met Prof. Francisco Rodriguez Pascual, antropoloog van de Pontificia Universiteit van Salamanca, als ook met Prof. Antonio Piñero, theoloog en hoogleraar Nieuwtestamentische Filologie van de Complutense Universiteit van Madrid. … Je ziet Carotta als een onderzoeker die zijn waarnemingen aan andere geleerden duidelijk maakt, ze in vaktijdschriften publiceert (Quaderni di Storia, uitgegeven door Prof. Luciano Canfora, Caesar-biograaf), sommigen zijn het met hem eens, anderen geven kritiek. … Als hij aanhang krijgt en wel van "eerzame" bekende academici, archeologen, linguïsten, epigrafici, historici, rechtsfilosofen, cultuurhistorici, experimenteel psychologen, antropologen, theologen, juristen etc. dan zijn ze allemaal daarom ongeloofwaardig, omdat ze geloofwaardig zijn."

Merk op dat Tommie de beroepen allemaal in meervoud opsomt, terwijl het toch alleen in het geval van de rechtsfilosofen met Prof. dr Paul Cliteur en Prof. dr Andreas Kinneging om meer dan één persoon gaat. Verder hebben we het, bewezen, over één linguist, Fotis Kavoukopoulos, één epigraficus, Gert Lüderitz, één (cultuur)historicus, Thomas von der Dunk, één experimenteel psycholoog, Tommie Hendriks zelve, en één classicus, Gerard Janssen, docent oude talen aan het Piter Jelles Gymnasium te Leeuwarden. De anderen die Fulvius Hendriks hier met name noemt ondersteunen de theorie van Carotta niet. Carotta beroept zich op Stauffer en spreekt met diens zoon, maar vader lief zou zich in zijn graf omdraaien als hij wist dat zijn werk op deze wijze werd misbruikt. Dat zelfde geldt voor de vorig jaar overleden professor Rodriguez Pascual, van wie een beleefdheidsfrase nu zelfs het persbericht bij Jan van Frieslands documentaire siert. Zelfs het nawoord van Erika Simon bij het boek is, bij zorgvuldige lezing, niet veel meer dan een beleefdheidstekst. Verder commentaar op haar woorden wil zij in ieder geval niet geven. En dan zijn er tenslotte de professoren Piñero en Cafora. Beiden hebben Carotta de gelegenheid gegeven zijn theorie uiteen te zetten, zónder die echter te delen, zo lieten beiden mij weten. Piñero, die ik pas enkele dagen geleden contacteerde, was zelfs zéér verbolgen over het feit dat zijn naam nu op deze wijze werd misbruikt. "Es horrible cómo la gente tergiversa las opiniones", "het is een schande hoe mensen meningen verdraaien", liet hij mij weten en voegde daaraan toe dat binnenkort de verhandelingen uitkwamen van het symposium waarin hij de theorie van Carotta besprak, zodat iedereen dan zijn vernietigend oordeel kan nalezen].

Twee andere constanten in de teksten van Tommie Hendriks zijn, tot vervelens toe, dat Carotta’s tegenstanders:
a) nooit met argumenten komen en b) diens boek niet gelezen hebben. Beide zijn uiteraard uitgebreid terug te vinden in de tekst van Fulvius de Boer:
ad a) "Je bent toch altijd weer benieuwd naar zijn argumenten – maar jammer genoeg ook weer teleurgesteld. Hij levert namelijk geen enkel bewijs.; … de even verbeten als lege argumentatie van Van Hooff…" etc.
ad b) "… als hij het boek zou hebben opengeslagen, dan …; … zou hij dan daar gelezen hebben …; … hij leest Carotta in geen enkele taal …; … Let wel: hij leest nog steeds het boek niet…;  … ook op dit punt niet heeft gelezen …; … Als hij het had nagelezen …; … waarmee hij bewees dat hij het boek niet had gelezen …; … dat hij kritiek leverde zonder gelezen te hebben …" etc.

[ uitwijding
Een derde constante in het werk van Tommie, en dus ook Fulvius, is een even kromme redenatietrant als die van Carotta zelf. Dat moet ook wel, want voor ieder ander zou het vertalen van Carotta’s teksten een onmogelijkheid zijn geweest. Ter illustratie één van mijn favoriete passages, afkomstig van p. 300 (1ste druk) van Tommies vertaling: "Het koloriet – het tweemaal kraaien van de haan, dat de drievoudige verloochening aankondigt – wordt geleverd door de namen: de naam van de tempel, waarin vóór het aanbreken van de dag de buitengewone senaatszitting plaatsvond, de Tellus, de ‘moederaarde’, die gezien het tijdstip – ‘vierde nachtwacht’, quarta vigilia, in de volksmond ook secundus galliciniis, ‘bij het tweede hanenkraaien’ genoemd – als gallus, ‘haan’ verkeerd werd begrepen – tellus, telluris wordt alektor, ‘haan’ -, waardoor Cinna’s naam uitgelegd kon worden alsof hij van cecini, ‘zong, kraaide’ kwam".

Zelfs Gary Courtney, die nota bene een boek schreef waarin vrijwel dezelfde theorie wordt verdedigd, schreef mij over Carotta: "It took me quite some time to realise that my ability to translate his writing was being hampered by the way he writes. When a sentence did not make sense, I thought there was something wrong with my translation. I finally realised that it was impossible to translate what he writes and make it make sense in English. But that it’s not due to differences in the English and German languages, it is because of his style. Most of his arguments are sheer gobbledy-gook because he does not know how to think logically – I could provide a thousand examples".
Het beste voorbeeld van Carotta’s onvermogen om logisch na te kunnen denken staat al direct halverwege de éérste pagina van zijn boek: "Daar [!!!] dergelijke voorstellingen [van diep lijden] typisch voor Jezus Christus zijn en niet voor Julius Caesar, rees de vraag of Jezus nog andere elementen van de vóór hem geboren Caesar zou hebben overgenomen." (p. 5)
Goed, logica behoort dan misschien niet tot de kernvakken van de rechtsfilosofie, maar deze zin alleen zou voor de professoren Cliteur en Kinneging en cultuurhistoricus Von der Dunk toch al voldoende moeten zijn geweest, om te beseffen dat er iets heel, héél, hééél erg mis is met het denken van Francesco Carotta]. 

Maar de belangrijkste constante is het verwijt dat Carotta’s tegenstanders uitsluitend op de man spelen, terwijl diens medestanders de waardigheid zelve zijn en de wetenschappelijke mores hoog proberen te  houden.
In"De Zwarte Hand" formuleerde Tommie Hendriks het als volgt:
"Zo tekende zich in het ‘debat’ een klare lijn af. Aan de ene kant de lezers van het boek, die in een geserreerde toonzetting, verklaarden wel wat in de theorie te zien en nader onderzoek bepleitten. Aan de andere kant van het ravijn de geharnaste tegenstanders, de niet-lezers, die, luidkeels hun beledigingen schreeuwend, het boek op de Index plaatsten."
En als Fulvius formuleert Tommie het als volgt:
"Intussen probeert onze zelfbenoemde wetenschappelijke censor de promotors van Carotta’s boek ad hominem in diskrediet te brengen"

Zodra Tommie echter onder een van zijn talrijke pseudoniemen schrijft valt er van die "geserreerde toon" weinig te merken, scheldt hij er lustig op los en rolt de ene ad hominem over de andere. Nota bene als Fulvius laat hij op zijn adhomverwijt aan Van Hooff volgen:
-dat men vergeefs naar Van Hooffs wetenschappelijke publicaties zult zoeken in boekhandels en bibliotheken [Sic!]
dat deze classicus niet eens het Latijn machtig is
– dat hij in Athene niet eens een ijsje kan bestellen
dat men in de oudheid niet zo racistisch als Van Hooff was
dat hij een slechte hoofddocent is geweest, aangezien hij er geen reguliere betrekking meer heeft [hij ging, als 62jarige met de VUT …], maar nu gewoon leraar klassieke talen aan een gymnasium is [… en geeft nu nog les voor de lol]
– dat hij lijdt aan totale onkunde en geestelijke verwarring

En als Bavink voegt daar nog aan toe:

-dat Van Hooff zich aanmatigt te schrijven zonder te hebben gelezen
-dat hij kolderiek, maar pervasief en inflexibel gedrag vertoont
-dat hij een amokmaker, een ijdeltuit, gefrustreerd en dwangneurotisch is
-dat hij mogelijk psychisch ziek is of gedreven door zelfdestructie.
-dat men fluistert dat Van Hooff van de universiteit is verwijderd omdat hij met zijn scheldpartijen die te schande maakte.

Die laatste typering komt uit een één-tweetje met alter ego en eveneens Utrechts IPadreshouder Siep Oker, die op Marias blog zelf schreef:
"Van Hooff is een tiepies produkt van de demokratiese jaren zestig en zeventig. Geen wonder dat hij niet is doorgegroeid en geen prof is geworden. Hij is altijd in Nijmegen blijven hangen als ‘ zij-instromer’ en heeft de omslag in de samenleving niet meer meegemaakt. Maar als fossiel maakt hij wel veel lawaai".

Die laatste zin , "Maar als fossiel maakt hij wel veel lawaai", doet sterk denken aan de laatste zin van Tommie Hendriks in zijn brief aan het AD: "De tegenstanders schreeuwen luid, dat wel." Bovendien past de carrièrebeschrijving niet die van Van Hooff, maar wel die van Tommie Hendriks zelf. Immers, in de Utrechtse Binnenstadskrant van november 2004, lezen we:  "Zijn aanstelling als wetenschapper werd van jaar tot jaar verlengd, tot hij in 1997 definitief op een zijspoor werd gezet".

Hierdoor sluit ik niet uit dat "Bavink" op Marias blog misschien toch Jan van Friesland is en "Siep Oker" Tommie Hendriks. De tekst van Fulvius de Boer zou dan gepost zijn door Jan, maar lijkt mij toch goeddeels van Tommie, daarbij geassisteerd door Carotta en/of Gerard Janssen.

Maar eigenlijk doet dat niet zo veel ter zake. De Carottianen wisselen al hun teksten uit en staan in permanent contact met hun spiritueel leider, Francesco Carotta.

———————————————————————————–
Zover Berard Vermet.

mijn avatars wisselen met elke blog. ten tijde vn dit carottablog zag mijn avatar zo uit ( vgl ook de reacties hierover)

bernard heeft overigens ook een verslag geschreven van ons bezoek in leeuwwarden:
Carotta op het Leeuwarder Piter Jelles Gymnasium

en een recensie van de film van Jan van Friesland
‘Het Evangelie van Caesar’

Discussie Bernard Vermet met Gerard Janssen, docent aan het Piter Jesses Gymnasium te Leeuwarden deel 1


deel 2 [ Deel 2 is aardig voor wie het onzalige idee zou hebben om "Rouw en razernij rond Caesar" van Tommie Hendriks te gaan lezen]

De fanatieke volgelingen van Carotta

no comment

Mijn eerdere Carotta-blog heeft veel los gemaakt.

Op mijn blog Atheïstisch bijgeloof: Carotta en zijn volgelingen laten de fanatieke Carotta-volgelingen zich helemaal kennen. Zij beschuldigen de Carotta-criticus Anton van Hooff van psychische ziekte.

De Nijmeegse classicus Anton van Hooff is auteur van een recent kritisch artikel over Carotta in de Academische boekengids. Hij  is met zijn zeer goed gefundeerde kritiek op Carotta ook regelmatig te horen op radio en televisie. Klik hier voor de recente Teleac-uitzending "Was Jezus eigenlijk Caesar?Een les in de pseudowetenschap"

Het speurwerk aanhand van IP-nummers heeft geresulteerd in de bevinding dat de aantijgingen op mijn blog in richting van Van Hooff afkomstig zijn van de psycholoog Tommie Hendriks.

Bernard Vermet [die ik via mijn blog over Carotta heb leren kennen, en met wie ik onlangs samen met Anton van Hooff in Leeuwwarden was op bezoek bij het "Carotta-gymnasium" waar de film van Jan van Friesland getoond werd] heeft de feiten betreffende Hendriks’ gedrag op mijn blog op een rijtje gezet.

—————————————————————————————————–

De "zieke" spelletjes van Tommie Hendriks

door Bernard Vermet

Wie is eigenlijk de "Fulvius" of "Bavink" op Maria Trepps Carotta-blog?
Wel, voor wie al wat langer meedraait in de discussies rond de perceptie van Carotta in Nederland, is die vraag niet moeilijk te beantwoorden: het is niemand anders dan Tommie Hendriks

 

(hier te zien op een vrolijke foto, gemaakt door zijn vriend Jan van Friesland).

Niet alleen zijn stijl, woordgebruik en IPadres verraden hem, maar ook b.v. het feit dat het stuk van Fulvius inmiddels twee maal is verbeterd en de nieuwste versie alleen op de eigen blog van Tommie te vinden is.
 
(Ter zijde: De oudste versie is nog terug te vinden op de blog van Marcel van Zoggel en werd daar gepost door ene "Thomas" op 18/04. Een sterk geredigeerde versie werd door "Fulvius" zelve op 21/04 gepost op Maria’s blog. De derde versie, met slechts kleine verbeteringen – b.v. verschijningsdata i.p.v. verschijningdata – werd op 22/04 om 10:14 uur door Tommie Hendriks aan zijn eigen blog gehangen en om 14:22 uur andermaal door "Thomas" op de Van Zoggelblog geplaatst. Een en ander valt eenvoudig en snel te verifiëren met de "compare documents"-functie onder "track changes" in het Toolsmenu van Word). 

In december 1999 leerde Hendriks het werk van Carotta kennen en sindsdien heeft het hem niet meer losgelaten. Hij vertaalde Carotta’s boek in het Nederlands en voert sindsdien een verbeten strijd voor verdere erkenning. 

Als Bavink schreef Hendriks "Alle anderen, of ze de theorie van Carotta nu verdedigen of aanvallen, schrijven hun mening één- of tweemaal op. Alleen amokmaker Van Hooff kan er maar niet mee ophouden", maar hij vergeet daarbij zichzelf te noemen: Telkens wanneer de discussie rond Carotta weer opflakkert – laatstelijk afgelopen november n.a.v. de presentatie van Jan van Frieslands documentaire over Carotta – bewerkt hij de media en het internet met, let wel, anonieme [!!] brieven. Zo opperde Tommie onder de naam Richard al op 3 nov. dat Van Hooff op http://www.psychosis.nl/ moest publiceren op een forum van de EO. Hij deed hetzelfde op diezelfde dag nog eens als anonymus op de blog van Marc van Zoggel, waar hij later als Thomas en waarschijnlijk ook als Xantippe postte. Andere door hem in het verleden gebezigde namen zijn  onder andere j.j., Octavianus, Daniël P., M. Anthonius, Marc A., Marc, Simon, Maria en Philo. Daarbij is het overigens niet altijd duidelijk of het alleen om Tommie gaat, of ook om zijn maatje Jan van Friesland – niet voor niets hebben we ook nu, bij Maria Trepp, in "Bavink" en "Siep," met twéé Utrechtse IPadressen te maken – terwijl op de achtergrond ook altijd Carotta zelf aanwezig is en vaak ook meeschrijft.

Een héél enkele maal schrijft Tommie onder zijn eigen naam, zoals in het geval van een ingezonden brief aan het AD, dd. 7 nov. j.l.:
"…Jacobine Geel schrijft in haar column over Van Frieslands documentaire ‘Het evangelie van Caesar’ … dat veel meer wetenschappers deze theorie afwijzen dan omarmen. Dat is onjuist. Als de vertaler van Carotta heb ik de stand positieve – negatieve ‘wetenschappelijke publicaties’ nauwkeurig bijgehouden. Voor Nederland luidt die: 71%-29%. Internationaal: 100%-0%. De tegenstanders schreeuwen luid, dat wel.Tommie Hendriks, Utrecht."

Daarbij valt direct een belangrijk, repeterend punt in de teksten van Tommie op: het – tegen beter weten in – blijven volhouden dat er zoiets als een positieve ontvangst van Carotta’s theorie zou bestaan.

[uitwijding
In het stuk van Fulvius op Marias blog lezen we daar b.v. over:
"Carotta beroept zich bijvoorbeeld op Prof. Ethelbert Stauffer, een bekende Duitse theoloog, wiens zoon in de documentaire een tekst van zijn vader voorleest. In de film zie je hem verder in gesprek met Prof. Francisco Rodriguez Pascual, antropoloog van de Pontificia Universiteit van Salamanca, als ook met Prof. Antonio Piñero, theoloog en hoogleraar Nieuwtestamentische Filologie van de Complutense Universiteit van Madrid. … Je ziet Carotta als een onderzoeker die zijn waarnemingen aan andere geleerden duidelijk maakt, ze in vaktijdschriften publiceert (Quaderni di Storia, uitgegeven door Prof. Luciano Canfora, Caesar-biograaf), sommigen zijn het met hem eens, anderen geven kritiek. … Als hij aanhang krijgt en wel van "eerzame" bekende academici, archeologen, linguïsten, epigrafici, historici, rechtsfilosofen, cultuurhistorici, experimenteel psychologen, antropologen, theologen, juristen etc. dan zijn ze allemaal daarom ongeloofwaardig, omdat ze geloofwaardig zijn."

Merk op dat Tommie de beroepen allemaal in meervoud opsomt, terwijl het toch alleen in het geval van de rechtsfilosofen met Prof. dr Paul Cliteur en Prof. dr Andreas Kinneging om meer dan één persoon gaat. Verder hebben we het, bewezen, over één linguist, Fotis Kavoukopoulos, één epigraficus, Gert Lüderitz, één (cultuur)historicus, Thomas von der Dunk, één experimenteel psycholoog, Tommie Hendriks zelve, en één classicus, Gerard Janssen, docent oude talen aan het Piter Jelles Gymnasium te Leeuwarden. De anderen die Fulvius Hendriks hier met name noemt ondersteunen de theorie van Carotta niet. Carotta beroept zich op Stauffer en spreekt met diens zoon, maar vader lief zou zich in zijn graf omdraaien als hij wist dat zijn werk op deze wijze werd misbruikt. Dat zelfde geldt voor de vorig jaar overleden professor Rodriguez Pascual, van wie een beleefdheidsfrase nu zelfs het persbericht bij Jan van Frieslands documentaire siert. Zelfs het nawoord van Erika Simon bij het boek is, bij zorgvuldige lezing, niet veel meer dan een beleefdheidstekst. Verder commentaar op haar woorden wil zij in ieder geval niet geven. En dan zijn er tenslotte de professoren Piñero en Cafora. Beiden hebben Carotta de gelegenheid gegeven zijn theorie uiteen te zetten, zónder die echter te delen, zo lieten beiden mij weten. Piñero, die ik pas enkele dagen geleden contacteerde, was zelfs zéér verbolgen over het feit dat zijn naam nu op deze wijze werd misbruikt. "Es horrible cómo la gente tergiversa las opiniones", "het is een schande hoe mensen meningen verdraaien", liet hij mij weten en voegde daaraan toe dat binnenkort de verhandelingen uitkwamen van het symposium waarin hij de theorie van Carotta besprak, zodat iedereen dan zijn vernietigend oordeel kan nalezen].

Twee andere constanten in de teksten van Tommie Hendriks zijn, tot vervelens toe, dat Carotta’s tegenstanders:
a) nooit met argumenten komen en b) diens boek niet gelezen hebben. Beide zijn uiteraard uitgebreid terug te vinden in de tekst van Fulvius de Boer:
ad a) "Je bent toch altijd weer benieuwd naar zijn argumenten – maar jammer genoeg ook weer teleurgesteld. Hij levert namelijk geen enkel bewijs.; … de even verbeten als lege argumentatie van Van Hooff…" etc.
ad b) "… als hij het boek zou hebben opengeslagen, dan …; … zou hij dan daar gelezen hebben …; … hij leest Carotta in geen enkele taal …; … Let wel: hij leest nog steeds het boek niet…;  … ook op dit punt niet heeft gelezen …; … Als hij het had nagelezen …; … waarmee hij bewees dat hij het boek niet had gelezen …; … dat hij kritiek leverde zonder gelezen te hebben …" etc.

[ uitwijding
Een derde constante in het werk van Tommie, en dus ook Fulvius, is een even kromme redenatietrant als die van Carotta zelf. Dat moet ook wel, want voor ieder ander zou het vertalen van Carotta’s teksten een onmogelijkheid zijn geweest. Ter illustratie één van mijn favoriete passages, afkomstig van p. 300 (1ste druk) van Tommies vertaling: "Het koloriet – het tweemaal kraaien van de haan, dat de drievoudige verloochening aankondigt – wordt geleverd door de namen: de naam van de tempel, waarin vóór het aanbreken van de dag de buitengewone senaatszitting plaatsvond, de Tellus, de ‘moederaarde’, die gezien het tijdstip – ‘vierde nachtwacht’, quarta vigilia, in de volksmond ook secundus galliciniis, ‘bij het tweede hanenkraaien’ genoemd – als gallus, ‘haan’ verkeerd werd begrepen – tellus, telluris wordt alektor, ‘haan’ -, waardoor Cinna’s naam uitgelegd kon worden alsof hij van cecini, ‘zong, kraaide’ kwam".

Zelfs Gary Courtney, die nota bene een boek schreef waarin vrijwel dezelfde theorie wordt verdedigd, schreef mij over Carotta: "It took me quite some time to realise that my ability to translate his writing was being hampered by the way he writes. When a sentence did not make sense, I thought there was something wrong with my translation. I finally realised that it was impossible to translate what he writes and make it make sense in English. But that it’s not due to differences in the English and German languages, it is because of his style. Most of his arguments are sheer gobbledy-gook because he does not know how to think logically – I could provide a thousand examples".
Het beste voorbeeld van Carotta’s onvermogen om logisch na te kunnen denken staat al direct halverwege de éérste pagina van zijn boek: "Daar [!!!] dergelijke voorstellingen [van diep lijden] typisch voor Jezus Christus zijn en niet voor Julius Caesar, rees de vraag of Jezus nog andere elementen van de vóór hem geboren Caesar zou hebben overgenomen." (p. 5)
Goed, logica behoort dan misschien niet tot de kernvakken van de rechtsfilosofie, maar deze zin alleen zou voor de professoren Cliteur en Kinneging en cultuurhistoricus Von der Dunk toch al voldoende moeten zijn geweest, om te beseffen dat er iets heel, héél, hééél erg mis is met het denken van Francesco Carotta]. 

Maar de belangrijkste constante is het verwijt dat Carotta’s tegenstanders uitsluitend op de man spelen, terwijl diens medestanders de waardigheid zelve zijn en de wetenschappelijke mores hoog proberen te  houden.
In"De Zwarte Hand" formuleerde Tommie Hendriks het als volgt:
"Zo tekende zich in het ‘debat’ een klare lijn af. Aan de ene kant de lezers van het boek, die in een geserreerde toonzetting, verklaarden wel wat in de theorie te zien en nader onderzoek bepleitten. Aan de andere kant van het ravijn de geharnaste tegenstanders, de niet-lezers, die, luidkeels hun beledigingen schreeuwend, het boek op de Index plaatsten."
En als Fulvius formuleert Tommie het als volgt:
"Intussen probeert onze zelfbenoemde wetenschappelijke censor de promotors van Carotta’s boek ad hominem in diskrediet te brengen"

Zodra Tommie echter onder een van zijn talrijke pseudoniemen schrijft valt er van die "geserreerde toon" weinig te merken, scheldt hij er lustig op los en rolt de ene ad hominem over de andere. Nota bene als Fulvius laat hij op zijn adhomverwijt aan Van Hooff volgen:
-dat men vergeefs naar Van Hooffs wetenschappelijke publicaties zult zoeken in boekhandels en bibliotheken [Sic!]
dat deze classicus niet eens het Latijn machtig is
– dat hij in Athene niet eens een ijsje kan bestellen
dat men in de oudheid niet zo racistisch als Van Hooff was
dat hij een slechte hoofddocent is geweest, aangezien hij er geen reguliere betrekking meer heeft [hij ging, als 62jarige met de VUT …], maar nu gewoon leraar klassieke talen aan een gymnasium is [… en geeft nu nog les voor de lol]
– dat hij lijdt aan totale onkunde en geestelijke verwarring

En als Bavink voegt daar nog aan toe:

-dat Van Hooff zich aanmatigt te schrijven zonder te hebben gelezen
-dat hij kolderiek, maar pervasief en inflexibel gedrag vertoont
-dat hij een amokmaker, een ijdeltuit, gefrustreerd en dwangneurotisch is
-dat hij mogelijk psychisch ziek is of gedreven door zelfdestructie.
-dat men fluistert dat Van Hooff van de universiteit is verwijderd omdat hij met zijn scheldpartijen die te schande maakte.

Die laatste typering komt uit een één-tweetje met alter ego en eveneens Utrechts IPadreshouder Siep Oker, die op Marias blog zelf schreef:
"Van Hooff is een tiepies produkt van de demokratiese jaren zestig en zeventig. Geen wonder dat hij niet is doorgegroeid en geen prof is geworden. Hij is altijd in Nijmegen blijven hangen als ‘ zij-instromer’ en heeft de omslag in de samenleving niet meer meegemaakt. Maar als fossiel maakt hij wel veel lawaai".

Die laatste zin , "Maar als fossiel maakt hij wel veel lawaai", doet sterk denken aan de laatste zin van Tommie Hendriks in zijn brief aan het AD: "De tegenstanders schreeuwen luid, dat wel." Bovendien past de carrièrebeschrijving niet die van Van Hooff, maar wel die van Tommie Hendriks zelf. Immers, in de Utrechtse Binnenstadskrant van november 2004, lezen we:  "Zijn aanstelling als wetenschapper werd van jaar tot jaar verlengd, tot hij in 1997 definitief op een zijspoor werd gezet".

Hierdoor sluit ik niet uit dat "Bavink" op Marias blog misschien toch Jan van Friesland is en "Siep Oker" Tommie Hendriks. De tekst van Fulvius de Boer zou dan gepost zijn door Jan, maar lijkt mij toch goeddeels van Tommie, daarbij geassisteerd door Carotta en/of Gerard Janssen.

Maar eigenlijk doet dat niet zo veel ter zake. De Carottianen wisselen al hun teksten uit en staan in permanent contact met hun spiritueel leider, Francesco Carotta.

———————————————————————————–
Zover Berard Vermet.

mijn avatars wisselen met elke blog. ten tijde vn dit carottablog zag mijn avatar zo uit ( vgl ook de reacties hierover)

bernard heeft overigens ook een verslag geschreven van ons bezoek in leeuwwarden:
Carotta op het Leeuwarder Piter Jelles Gymnasium

en een recensie van de film van Jan van Friesland
‘Het Evangelie van Caesar’

Discussie Bernard Vermet met Gerard Janssen, docent aan het Piter Jesses Gymnasium te Leeuwarden deel 1


deel 2 [ Deel 2 is aardig voor wie het onzalige idee zou hebben om "Rouw en razernij rond Caesar" van Tommie Hendriks te gaan lezen]

De fanatieke volgelingen van Carotta

226 comments
Mijn eerdere Carotta-blog heeft veel los gemaakt.

Op mijn blog Atheïstisch bijgeloof: Carotta en zijn volgelingenlaten de fanatieke Carotta-volgelingen zich helemaal kennen. Zij beschuldigen de Carotta-criticus Anton van Hooff van psychische ziekte.

De Nijmeegse classicus Anton van Hooff is auteur van een recent kritisch artikel over Carotta in de Academische boekengids. Hij  is met zijn zeer goed gefundeerde kritiek op Carotta ook regelmatig te horen op radio en televisie. Klik hier voor de recente Teleac-uitzending “Was Jezus eigenlijk Caesar?Een les in de pseudowetenschap”

Het speurwerk aanhand van IP-nummers heeft geresulteerd in de bevinding dat de aantijgingen op mijn blog in richting van Van Hooff afkomstig zijn van de psycholoog Tommie Hendriks.

Bernard Vermet [die ik via mijn blog over Carotta heb leren kennen, en met wie ik onlangs samen met Anton van Hooff in Leeuwwarden was op bezoek bij het “Carotta-gymnasium” waar de film van Jan van Friesland getoond werd] heeft de feiten betreffende Hendriks’ gedrag op mijn blog op een rijtje gezet.

—————————————————————————————————–

De “zieke” spelletjes van Tommie Hendriksdoor Bernard Vermet

Wie is eigenlijk de “Fulvius” of “Bavink” op Maria Trepps Carotta-blog?
Wel, voor wie al wat langer meedraait in de discussies rond de perceptie van Carotta in Nederland, is die vraag niet moeilijk te beantwoorden: het is niemand anders dan Tommie Hendriks

(hier te zien op een vrolijke foto, gemaakt door zijn vriend Jan van Friesland).

Niet alleen zijn stijl, woordgebruik en IPadres verraden hem, maar ook b.v. het feit dat het stuk van Fulvius inmiddels twee maal is verbeterd en de nieuwste versie alleen op de eigen blog van Tommie te vinden is.

(Ter zijde: De oudste versie is nog terug te vinden op de blog van Marcel van Zoggel en werd daar gepost door ene “Thomas” op 18/04. Een sterk geredigeerde versie werd door “Fulvius” zelve op 21/04 gepost op Maria’s blog. De derde versie, met slechts kleine verbeteringen – b.v. verschijningsdata i.p.v. verschijningdata – werd op 22/04 om 10:14 uur door Tommie Hendriks aan zijn eigen blog gehangen en om 14:22 uur andermaal door “Thomas” op de Van Zoggelblog geplaatst. Een en ander valt eenvoudig en snel te verifiëren met de “compare documents”-functie onder “track changes” in het Toolsmenu van Word).

In december 1999 leerde Hendriks het werk van Carotta kennen en sindsdien heeft het hem niet meer losgelaten. Hij vertaalde Carotta’s boek in het Nederlands en voert sindsdien een verbeten strijd voor verdere erkenning.

Als Bavink schreef Hendriks “Alle anderen, of ze de theorie van Carotta nu verdedigen of aanvallen, schrijven hun mening één- of tweemaal op. Alleen amokmaker Van Hooff kan er maar niet mee ophouden“, maar hij vergeet daarbij zichzelf te noemen: Telkens wanneer de discussie rond Carotta weer opflakkert – laatstelijk afgelopen november n.a.v. de presentatie van Jan van Frieslands documentaire over Carotta – bewerkt hij de media en het internet met, let wel, anonieme [!!] brieven. Zo opperde Tommie onder de naam Richard al op 3 nov. dat Van Hooff op http://www.psychosis.nl/ moest publiceren op een forum van de EO. Hij deed hetzelfde op diezelfde dag nog eens als anonymus op de blog van Marc van Zoggel, waar hij later als Thomas en waarschijnlijk ook als Xantippe postte. Andere door hem in het verleden gebezigde namen zijn  onder andere j.j., Octavianus, Daniël P., M. Anthonius, Marc A., Marc, Simon, Maria en Philo. Daarbij is het overigens niet altijd duidelijk of het alleen om Tommie gaat, of ook om zijn maatje Jan van Friesland – niet voor niets hebben we ook nu, bij Maria Trepp, in “Bavink” en “Siep,” met twéé Utrechtse IPadressen te maken – terwijl op de achtergrond ook altijd Carotta zelf aanwezig is en vaak ook meeschrijft.

Een héél enkele maal schrijft Tommie onder zijn eigen naam, zoals in het geval van een ingezonden brief aan het AD, dd. 7 nov. j.l.:
…Jacobine Geel schrijft in haar column over Van Frieslands documentaire ‘Het evangelie van Caesar’ … dat veel meer wetenschappers deze theorie afwijzen dan omarmen. Dat is onjuist. Als de vertaler van Carotta heb ik de stand positieve – negatieve ‘wetenschappelijke publicaties’ nauwkeurig bijgehouden. Voor Nederland luidt die: 71%-29%. Internationaal: 100%-0%. De tegenstanders schreeuwen luid, dat wel.Tommie Hendriks, Utrecht.

Daarbij valt direct een belangrijk, repeterend punt in de teksten van Tommie op: het – tegen beter weten in – blijven volhouden dat er zoiets als een positieve ontvangst van Carotta’s theorie zou bestaan.

[uitwijding
In het stuk van Fulvius op Marias blog lezen we daar b.v. over:
Carotta beroept zich bijvoorbeeld op Prof. Ethelbert Stauffer, een bekende Duitse theoloog, wiens zoon in de documentaire een tekst van zijn vader voorleest. In de film zie je hem verder in gesprek met Prof. Francisco Rodriguez Pascual, antropoloog van de Pontificia Universiteit van Salamanca, als ook met Prof. Antonio Piñero, theoloog en hoogleraar Nieuwtestamentische Filologie van de Complutense Universiteit van Madrid. … Je ziet Carotta als een onderzoeker die zijn waarnemingen aan andere geleerden duidelijk maakt, ze in vaktijdschriften publiceert (Quaderni di Storia, uitgegeven door Prof. Luciano Canfora, Caesar-biograaf), sommigen zijn het met hem eens, anderen geven kritiek. … Als hij aanhang krijgt en wel van “eerzame” bekende academici, archeologen, linguïsten, epigrafici, historici, rechtsfilosofen, cultuurhistorici, experimenteel psychologen, antropologen, theologen, juristen etc. dan zijn ze allemaal daarom ongeloofwaardig, omdat ze geloofwaardig zijn.”.

Merk op dat Tommie de beroepen allemaal in meervoud opsomt, terwijl het toch alleen in het geval van de rechtsfilosofen met Prof. dr Paul Cliteur en Prof. dr Andreas Kinneging om meer dan één persoon gaat. Verder hebben we het, bewezen, over één linguist, Fotis Kavoukopoulos, één epigraficus, Gert Lüderitz, één (cultuur)historicus, Thomas von der Dunk, één experimenteel psycholoog, Tommie Hendriks zelve, en één classicus, Gerard Janssen, docent oude talen aan het Piter Jelles Gymnasium te Leeuwarden. De anderen die Fulvius Hendriks hier met name noemt ondersteunen de theorie van Carotta niet. Carotta beroept zich op Stauffer en spreekt met diens zoon, maar vader lief zou zich in zijn graf omdraaien als hij wist dat zijn werk op deze wijze werd misbruikt. Dat zelfde geldt voor de vorig jaar overleden professor Rodriguez Pascual, van wie een beleefdheidsfrase nu zelfs het persbericht bij Jan van Frieslands documentaire siert. Zelfs het nawoord van Erika Simon bij het boek is, bij zorgvuldige lezing, niet veel meer dan een beleefdheidstekst. Verder commentaar op haar woorden wil zij in ieder geval niet geven. En dan zijn er tenslotte de professoren Piñero en Cafora. Beiden hebben Carotta de gelegenheid gegeven zijn theorie uiteen te zetten, zónder die echter te delen, zo lieten beiden mij weten. Piñero, die ik pas enkele dagen geleden contacteerde, was zelfs zéér verbolgen over het feit dat zijn naam nu op deze wijze werd misbruikt. “Es horrible cómo la gente tergiversa las opiniones“, “het is een schande hoe mensen meningen verdraaien“, liet hij mij weten en voegde daaraan toe dat binnenkort de verhandelingen uitkwamen van het symposium waarin hij de theorie van Carotta besprak, zodat iedereen dan zijn vernietigend oordeel kan nalezen]

Twee andere constanten in de teksten van Tommie Hendriks zijn, tot vervelens toe, dat Carotta’s tegenstanders:
a) nooit met argumenten komen en b) diens boek niet gelezen hebben. Beide zijn uiteraard uitgebreid terug te vinden in de tekst van Fulvius de Boer:
ad a) “Je bent toch altijd weer benieuwd naar zijn argumenten – maar jammer genoeg ook weer teleurgesteld. Hij levert namelijk geen enkel bewijs.; … de even verbeten als lege argumentatie van Van Hooff…” etc.
ad b) “… als hij het boek zou hebben opengeslagen, dan …; … zou hij dan daar gelezen hebben …; … hij leest Carotta in geen enkele taal …; … Let wel: hij leest nog steeds het boek niet…;  … ook op dit punt niet heeft gelezen …; … Als hij het had nagelezen …; … waarmee hij bewees dat hij het boek niet had gelezen …; … dat hij kritiek leverde zonder gelezen te hebben …” etc.

[ uitwijding
Een derde constante in het werk van Tommie, en dus ook Fulvius, is een even kromme redenatietrant als die van Carotta zelf. Dat moet ook wel, want voor ieder ander zou het vertalen van Carotta’s teksten een onmogelijkheid zijn geweest. Ter illustratie één van mijn favoriete passages, afkomstig van p. 300 (1ste druk) van Tommies vertaling: “Het koloriet – het tweemaal kraaien van de haan, dat de drievoudige verloochening aankondigt – wordt geleverd door de namen: de naam van de tempel, waarin vóór het aanbreken van de dag de buitengewone senaatszitting plaatsvond, de Tellus, de ‘moederaarde’, die gezien het tijdstip – ‘vierde nachtwacht’, quarta vigilia, in de volksmond ook secundus galliciniis, ‘bij het tweede hanenkraaien’ genoemd – als gallus, ‘haan’ verkeerd werd begrepen – tellus, telluris wordt alektor, ‘haan’ -, waardoor Cinna’s naam uitgelegd kon worden alsof hij van cecini, ‘zong, kraaide’ kwam“.

Zelfs Gary Courtney, die nota bene een boek schreef waarin vrijwel dezelfde theorie wordt verdedigd, schreef mij over Carotta: “It took me quite some time to realise that my ability to translate his writing was being hampered by the way he writes. When a sentence did not make sense, I thought there was something wrong with my translation. I finally realised that it was impossible to translate what he writes and make it make sense in English. But that it’s not due to differences in the English and German languages, it is because of his style. Most of his arguments are sheer gobbledy-gook because he does not know how to think logically – I could provide a thousand examples“.
Het beste voorbeeld van Carotta’s onvermogen om logisch na te kunnen denken staat al direct halverwege de éérste pagina van zijn boek: “Daar [!!!] dergelijke voorstellingen [van diep lijden] typisch voor Jezus Christus zijn en niet voor Julius Caesar, rees de vraag of Jezus nog andere elementen van de vóór hem geboren Caesar zou hebben overgenomen.” (p. 5)
Goed, logica behoort dan misschien niet tot de kernvakken van de rechtsfilosofie, maar deze zin alleen zou voor de professoren Cliteur en Kinneging en cultuurhistoricus Von der Dunk toch al voldoende moeten zijn geweest, om te beseffen dat er iets heel, héél, hééél erg mis is met het denken van Francesco Carotta].

Maar de belangrijkste constante is het verwijt dat Carotta’s tegenstanders uitsluitend op de man spelen, terwijl diens medestanders de waardigheid zelve zijn en de wetenschappelijke mores hoog proberen te  houden.
In”De Zwarte Hand” formuleerde Tommie Hendriks het als volgt:
Zo tekende zich in het ‘debat’ een klare lijn af. Aan de ene kant de lezers van het boek, die in een geserreerde toonzetting, verklaarden wel wat in de theorie te zien en nader onderzoek bepleitten. Aan de andere kant van het ravijn de geharnaste tegenstanders, de niet-lezers, die, luidkeels hun beledigingen schreeuwend, het boek op de Index plaatsten.
En als Fulvius formuleert Tommie het als volgt:
Intussen probeert onze zelfbenoemde wetenschappelijke censor de promotors van Carotta’s boek ad hominem in diskrediet te brengen

Zodra Tommie echter onder een van zijn talrijke pseudoniemen schrijft valt er van die “geserreerde toon” weinig te merken, scheldt hij er lustig op los en rolt de ene ad hominem over de andere. Nota bene als Fulvius laat hij op zijn adhomverwijt aan Van Hooff volgen:
-dat men vergeefs naar Van Hooffs wetenschappelijke publicaties zult zoeken in boekhandels en bibliotheken [Sic!]
dat deze classicus niet eens het Latijn machtig is
– dat hij in Athene niet eens een ijsje kan bestellen
dat men in de oudheid niet zo racistisch als Van Hooff was

dat hij een slechte hoofddocent is geweest, aangezien hij er geen reguliere betrekking meer heeft [hij ging, als 62jarige met de VUT …], maar nu gewoon leraar klassieke talen aan een gymnasium is [… en geeft nu nog les voor de lol]
– dat hij lijdt aan totale onkunde en geestelijke verwarring

En als Bavink voegt daar nog aan toe:

-dat Van Hooff zich aanmatigt te schrijven zonder te hebben gelezen
-dat hij kolderiek, maar pervasief en inflexibel gedrag vertoont
-dat hij een amokmaker, een ijdeltuit, gefrustreerd en dwangneurotisch is
-dat hij mogelijk psychisch ziek is of gedreven door zelfdestructie.

-dat men fluistert dat Van Hooff van de universiteit is verwijderd omdat hij met zijn scheldpartijen die te schande maakte.

Die laatste typering komt uit een één-tweetje met alter ego en eveneens Utrechts IPadreshouder Siep Oker, die op Marias blog zelf schreef:
Van Hooff is een tiepies produkt van de demokratiese jaren zestig en zeventig. Geen wonder dat hij niet is doorgegroeid en geen prof is geworden. Hij is altijd in Nijmegen blijven hangen als ‘ zij-instromer’ en heeft de omslag in de samenleving niet meer meegemaakt. Maar als fossiel maakt hij wel veel lawaai“.

Die laatste zin , “Maar als fossiel maakt hij wel veel lawaai“, doet sterk denken aan de laatste zin van Tommie Hendriks in zijn brief aan het AD: “De tegenstanders schreeuwen luid, dat wel.” Bovendien past de carrièrebeschrijving niet die van Van Hooff, maar wel die van Tommie Hendriks zelf. Immers, in de Utrechtse Binnenstadskrant van november 2004, lezen we:  “Zijn aanstelling als wetenschapper werd van jaar tot jaar verlengd, tot hij in 1997 definitief op een zijspoor werd gezet”.

Hierdoor sluit ik niet uit dat “Bavink” op Marias blog misschien toch Jan van Friesland is en “Siep Oker” Tommie Hendriks. De tekst van Fulvius de Boer zou dan gepost zijn door Jan, maar lijkt mij toch goeddeels van Tommie, daarbij geassisteerd door Carotta en/of Gerard Janssen.

Maar eigenlijk doet dat niet zo veel ter zake. De Carottianen wisselen al hun teksten uit en staan in permanent contact met hun spiritueel leider, Francesco Carotta.

———————————————————————————–
Zover Berard Vermet.

Mijn avatars wisselen met elke blog. Ten tijde vn dit Carottablog zag mijn avatar zo uit ( vgl ook de reacties hierover)

Bernard heeft overigens ook een verslag geschreven van ons bezoek in Leeuwwarden:
Carotta op het Leeuwarder Piter Jelles Gymnasium

en een recensie van de film van Jan van Friesland
‘Het Evangelie van Caesar’

Discussie Bernard Vermet met Gerard Janssen, docent aan het Piter Jesses Gymnasium te Leeuwarden deel 1

deel 2 [ Deel 2 is aardig voor wie het onzalige idee zou hebben om “Rouw en razernij rond Caesar” van Tommie Hendriks te gaan lezen]

 


www.passagenproject.com

Laocoön, van antieke oudheid tot Michael Najjar

63 comments
Op de gemanipuleerde foto’s van Michael Najjar (tentoonstellijng in het GEM Den Haag) zien we de toekomstige perfecte mens. Najjar lijkt terug te grijpen naar de schoonheidsidealen uit de antieke oudheid, maar er zijn wel heel grote verschillen.
Michael Najjars creatief proces is [zo geeft hij zelf aan] gebaseerd op actuele wetenschappelijke inzichten op het gebied van biogenetica.

De perfectie van het menselijke lichaam is bij Najjar kil en eendimensioneel, en ontdaan van alle gevoelens van pijn en angst.
A Brave New World bij Michael Najjar.

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
‘Laokoon’, uit de serie “Bionic Angel” (2006-2008)
Een sereen spelletje met de slang, die de mensen verbindt.

Maar waarom noemt Najjar dit “Laokoon”?

Het lijkt wel een politiek-filosofisch statement (hopelijk wel een ironisch statement): “Wij hoeven nooit meer bang te zijn!”

Met zijn “Laokoon” uit de serie “Bionic angel” plaatst Najjar zich in de lange traditie van de afbeeldingen van Laocoön.

Laocoöngroep
 
Uit Wikipedia:

Gotthold Ephraim Lessing vergelijkt in “Laokoon oder Über die Grenzen der Malerei und Poesie” een uitbeelding van de dood van Laocoön met een beroemde, in Rome gevonden, beeldengroep met een beschrijving van datzelfde onderwerp in Vergilius’ Aeneis. Het wezenlijke verschil tussen beide benaderingen is volgens Lessing dat die van de poëzie duidelijk een voortschrijdende handeling is, waarvan de verschillende delen na elkaar, chronologisch, gebeuren, de ander daarentegen (die van de beeldende kunsten in het algemeen) duidelijk een statische handeling, waarvan de verschillende delen zich naast elkaar in de ruimte ontwikkelen. Poëzie is “tijdkunst”, de beeldende kunsten zijn “ruimtekunst”.

Johann Wolfgang von Goethe zag in de Laocoöngroep een meestersymmetrie.

Voor Johann Winckelmann, grondlegger van de (klassieke) archeologie, straalde Laocoöns beeld sereniteit en passie uit in plaats van angst. Bekend citaat: “edle Einfalt und stille Größe”

Schopenhauer haalt in De wereld als wil en voorstelling tijdens zijn uiteenzetting over beeldhouwkunst de discussie aan die er is geweest over het niet schreeuwen van Laocoön in deze beeldengroep. De meningen van Lessing, Goethe en Winckelmann worden aangehaald en tegengesproken. Volgens Schopenhauer is de verklaring voor het niet schreeuwen van Laocoön dat het uitbeelden van schreeuwen buiten het domein van de beeldhouwkunst valt. Een gebeeldhouwde schreeuw, zonder het geluid, zou zelfs lachwekkend overkomen, aldus Schopenhauer.”

In de Aeneis beschrijft Vergilius Laokoön als een Trojaanse priester die zijn stadgenoten wilde waarschuwen voor het Paard van Troje:
“Vertrouw het paard niet, Trojanen.
Wat het ook is, ik vrees de Grieken, ook als ze met geschenken komen. ”

Maar de goden, die de stad vernietigd wilden zien, lieten hem, samen met zijn twee zoons, wurgen door twee enorme slangen…waarna Troje de oorlog verloor.
Vergilius, Aeneis, in de Nederlandse vertaling: 
“[…] Maar kijk, aan de kant van Tenedos, doken, bij een kalme zee, ik huiver wanneer ik het vertel, twee slangen met enorme kronkelingen op uit zee, gezamelijk doken ze op uit zee, en gezamelijk gaan ze naar de kust. Hun borst, opgericht tussen de golven, en de bloederige kam staken boven de golven, het ander deel streek achteraan over de zee en buigt de enorme rug in kronkels. Er klonk geluid, van de schukmende zee: ze hadden het strand al bezet, met hun brandende ogen doordrenkt van bloed en vuur likten ze de sissende mond met bewegende tongen. We vluchtten lijkbleek uit elkaar door het zicht. Zij gingen met zekere tred naar Laocoon en eerst omhelzen en omstrengelen beide slangen de lichamen van de twee kinderen en met een beet eten ze de ongelukkige ledematen op. Daarna grijpen ze hem die ter hulp komt met speren en ze bonden hem vast met enorme kronkelingen. Ze omvatten reeds tweemaal zijn middel en wierpen tweemaal de geschubte rug rond zijn nek en staken boven hem uit met het hoofd en hun lange nek. Hij probeerde tegelijk met zijn handen de knopen los te rukken, zijn lintjes overgoten met slijm en zwart gif.”

Veel kunstenaars hebben de
Laocoön-groep afgebeeld.

 

 El Greco, Laokoon, (1610/1614)

Zadkine, Laokoön (1936)

Bij Zadkine: De hele groep is tot

één blok geworden, gegroepeerd om de expressieve “schreeuw”.
Pleit Najjar voor de apolitieke postmoderne: geen protest;  geen angst; blind vertrouwen in technologie?

———————————————————————————

 

 

 

Najjar heeft krassen had aangebracht op de mooie, te mooie, mensen en fotografieën, in het bijzonder de foto “Bionic angel”die de tentoonstelling de naam had gegeven.

Dit is voor mij een sterke indicatie het werk van Najjar niet alleen maar als een positieve utopie te beschouwen.

De krassen laten zien dat de mooie- te mooie- oppervlakte wel degelijk bedreigd wordt!
 

 

Slang en bloem…

no comment

  …vormen een natuurlijke en paradijselijke gemeenschap.

Mijn vreugde was groot toen ik op mijn vorige blog hoorde dat de Kievitsbloem/Fritillaria, die voor mij en mijn leven een belangrijk symbool is, in het Engels Snake’s head heet (met dank aan Ina!).

Ik heb aan mijn slangenverzameling een nieuw slangetje toegevoegd in passende kleuren.

En als we nu toch bij het thema "Bloem en slang" zijn, dan hier een foto dat ik op de Leidse historische begraafplaasts Groenesteeg heb gemaakt van mijn blauwe slang ( in feite George Knights slangenzoon Georgey) in het midden van Oosterse sterhyacinten:

Ik was op de begraafplaats bezig met mijn slangen, omdat ik een droomfoto ging maken; ik had namelijk gedroomd van mijn slangen op een graf.



 
Zie overigens ook mijn eerdere blog Morbide slangen: het leven is maar een droom .

En dan hier nog een (vind ik) zeer mooi schilderij van Jan Bouma
Geboorte van een slang. 

 
Jan had  deze aan me had opgestuurd, met de volgende tekst:

"[….] tot mijn stomme verbazing zie je dus rechts een hevig verschrikte apenkop naar de slang kijken… (met wat voorstellingsvermogen, hoor. Had nooit de bedoeling om ‘m te schilderen)
De slang omvat grillig het hele doek. De staart begint in en bij de kern van de boom (?) (dat witte vlak) en daarop ligt een heel klein slangetje (de geboorte…)
Enfin. het doek meet 130 x 110 cm.
Het is eigenlijk puur abstract bedoeld; althans ik herinner me toen ik eraan begon (1999 of 2000) dat ik alleen iets vaags wist over die leunstoel (achterkant). Kleursamenstelling met het fond wist ik ook.. voor de rest gewoon "in trance" geschilderd; zoals vrijwel alle doeken tot stand zijn gekomen. Dat is een fascinerend werk. Begin "blanco" en kijk maar wat eruit komt.. Pas een paar maanden later zag ik die apenkop; vond dat het mooist van het geheel. Voor de rest zul je er niet veel meer aan ontdekken. Of misschien wel; ik weet het niet. Kijk maar! En in het voorjaar "live!" achter de paperclip; is het  beter te zien."

Ina, Joke en ik plannen nu een uitstapje naar Jans paradijs. Ha, dat wordt spannend!

Ik neem mijn slangenbezwerende fluit mee.

Slang en bloem…

no comment

  …vormen een natuurlijke en paradijselijke gemeenschap.

Mijn vreugde was groot toen ik op mijn vorige blog hoorde dat de Kievitsbloem/Fritillaria, die voor mij en mijn leven een belangrijk symbool is, in het Engels Snake’s head heet (met dank aan Ina!).

Ik heb aan mijn slangenverzameling een nieuw slangetje toegevoegd in passende kleuren.

En als we nu toch bij het thema "Bloem en slang" zijn, dan hier een foto dat ik op de Leidse historische begraafplaasts Groenesteeg heb gemaakt van mijn blauwe slang ( in feite George Knights slangenzoon Georgey) in het midden van Oosterse sterhyacinten:

Ik was op de begraafplaats bezig met mijn slangen, omdat ik een droomfoto ging maken; ik had namelijk gedroomd van mijn slangen op een graf.



 
Zie overigens ook mijn eerdere blog Morbide slangen: het leven is maar een droom .

En dan hier nog een (vind ik) zeer mooi schilderij van Jan Bouma
Geboorte van een slang. 

 
Jan had  deze aan me had opgestuurd, met de volgende tekst:

"[….] tot mijn stomme verbazing zie je dus rechts een hevig verschrikte apenkop naar de slang kijken… (met wat voorstellingsvermogen, hoor. Had nooit de bedoeling om ‘m te schilderen)
De slang omvat grillig het hele doek. De staart begint in en bij de kern van de boom (?) (dat witte vlak) en daarop ligt een heel klein slangetje (de geboorte…)
Enfin. het doek meet 130 x 110 cm.
Het is eigenlijk puur abstract bedoeld; althans ik herinner me toen ik eraan begon (1999 of 2000) dat ik alleen iets vaags wist over die leunstoel (achterkant). Kleursamenstelling met het fond wist ik ook.. voor de rest gewoon "in trance" geschilderd; zoals vrijwel alle doeken tot stand zijn gekomen. Dat is een fascinerend werk. Begin "blanco" en kijk maar wat eruit komt.. Pas een paar maanden later zag ik die apenkop; vond dat het mooist van het geheel. Voor de rest zul je er niet veel meer aan ontdekken. Of misschien wel; ik weet het niet. Kijk maar! En in het voorjaar "live!" achter de paperclip; is het  beter te zien."

Ina, Joke en ik plannen nu een uitstapje naar Jans paradijs. Ha, dat wordt spannend!

Ik neem mijn slangenbezwerende fluit mee.

Slang en bloem…snakeshead

34 comments

  …vormen een natuurlijke en paradijselijke gemeenschap.

Mijn vreugde was groot toen ik op mijn vorige blog hoorde dat de Kievitsbloem/Fritillaria, die voor mij en mijn leven een belangrijk symbool is, in het Engels Snake’s head heet (met dank aan Ina!).

Ik heb aan mijn slangenverzameling een nieuw slangetje toegevoegd in passende kleuren.

Snakeshead Fritillaria foto: Maria Trepp

Snakeshead Fritillaria foto: Maria Trepp

En als we nu toch bij het thema “Bloem en slang” zijn, dan hier een foto dat ik op de Leidsehistorische begraafplaasts Groenesteeg heb gemaakt van mijn blauwe slang ( in feite George Knights slangenzoon Georgey) in het midden van Oosterse sterhyacinten:

Blauwe slang foto Maria Trepp Schlange serpent

Blauwe slang foto Maria Trepp Schlange serpent

Ik was op de begraafplaats bezig met mijn slangen, omdat ik eendroomfoto ging maken; ik had namelijk gedroomd van mijn slangen op een graf.

En dan hier nog een (vind ik) zeer mooi schilderij van Jan Bouma
Geboorte van een slang.


Jan had  deze aan me had opgestuurd, met de volgende tekst:

“[….] tot mijn stomme verbazing zie je dus rechts een hevig verschrikte apenkop naar de slang kijken… (met wat voorstellingsvermogen, hoor. Had nooit de bedoeling om ‘m te schilderen)
De slang omvat grillig het hele doek. De staart begint in en bij de kern van de boom (?) (dat witte vlak) en daarop ligt een heel klein slangetje (de geboorte…)
Enfin. het doek meet 130 x 110 cm.
Het is eigenlijk puur abstract bedoeld; althans ik herinner me toen ik eraan begon (1999 of 2000) dat ik alleen iets vaags wist over die leunstoel (achterkant). Kleursamenstelling met het fond wist ik ook.. voor de rest gewoon “in trance” geschilderd; zoals vrijwel alle doeken tot stand zijn gekomen. Dat is een fascinerend werk. Begin “blanco” en kijk maar wat eruit komt.. Pas een paar maanden later zag ik die apenkop; vond dat het mooist van het geheel. Voor de rest zul je er niet veel meer aan ontdekken. Of misschien wel; ik weet het niet. Kijk maar! En in het voorjaar “live!” achter de paperclip; is het  beter te zien.”

Ina, Joke en ik plannen nu een uitstapje naar Jans paradijs. Ha, dat wordt spannend!

Ik neem mijn slangenbezwerende fluit mee.

Maria Sibylla Merian: Iris Susiana

no comment

In het Rembrandthuis zag ik de schitterende tentoonstelling over Maria Sibylla Merian, een Duits-Nederlandse vrouw tussen kunst en wetenschap.

"Maria Sibylla Merian (1647-1717) is de belangrijkste en meest invloedrijke natuurhistorische tekenaar die in de zeventiende eeuw in Nederland (en Suriname) werkzaam is geweest.

Een representatief overzicht van circa 100 meesterwerken, afkomstig uit tientallen prentenkabinetten en hier voor de eerste maal bijeengebracht, geeft de bezoeker inzicht in Merians wetenschappelijke onderzoek, observatie en minutieuze registratie van bloemen, insecten en reptielen.

Merian wordt tegenwoordig algemeen beschouwd als de eerste vrouwelijke entomoloog (insectenkenner), omdat zij haar onderzoek buitengewoon zorgvuldig registreerde en documenteerde. Even bijzonder als haar wetenschappelijke werk is haar avontuurlijke levensloop. Zo reisde zij op 53-jarige leeftijd naar Suriname om de insecten in het regenwoud te bestuderen. Ook als zelfstandig ondernemer onderscheidde zij zich van haar tijdgenoten door met haar dochters een succesvolle uitgeverij en drukkerij van boeken en prenten op te zetten."

maria sibylla merian iris susiana (1700)

In deze tentoonstelling vielen mij twee mooie aquarellen op waarop de kievitsbloem afgebeeld staat. Geen van beide is gemaakt door Merian. Beiden zijn vervaardigd door mannen, die Merian hebben beïnvloed.

Georg Flegel, Kievitsbloem, iris en narcis, (1620-1630)

Johann Walther,  Twee kievitsbloemen en een dubbele narcis (1662)

Over de kievitsbloem heb ik ook precies een jaar geleden geschreven. Het is een bijzonder bloempje, dat ooit door Olaus Rudbeck (1630-1702) uit Nederland naar Zweden werd geïmporteerd. Deze bloem heet in het Zweeds "Kungsängsliljan", "de lelie van de weide van de koning", en is, hoewel oorspronkelijk afkomstig uit Nederland, nu het herkenningsteken van Uppland, de provincie van Uppsala.

Kievitsbloem
Kungsängsliljan
Schachbrettblume
Fritillaria

Op de markt in Leiden heb ik vorige week een paar mooie exemplaren kunnen kopen.

Maria Sibylla Merian: Iris Susiana

no comment

In het Rembrandthuis zag ik de schitterende tentoonstelling over Maria Sibylla Merian, een Duits-Nederlandse vrouw tussen kunst en wetenschap.

"Maria Sibylla Merian (1647-1717) is de belangrijkste en meest invloedrijke natuurhistorische tekenaar die in de zeventiende eeuw in Nederland (en Suriname) werkzaam is geweest.

Een representatief overzicht van circa 100 meesterwerken, afkomstig uit tientallen prentenkabinetten en hier voor de eerste maal bijeengebracht, geeft de bezoeker inzicht in Merians wetenschappelijke onderzoek, observatie en minutieuze registratie van bloemen, insecten en reptielen.

Merian wordt tegenwoordig algemeen beschouwd als de eerste vrouwelijke entomoloog (insectenkenner), omdat zij haar onderzoek buitengewoon zorgvuldig registreerde en documenteerde. Even bijzonder als haar wetenschappelijke werk is haar avontuurlijke levensloop. Zo reisde zij op 53-jarige leeftijd naar Suriname om de insecten in het regenwoud te bestuderen. Ook als zelfstandig ondernemer onderscheidde zij zich van haar tijdgenoten door met haar dochters een succesvolle uitgeverij en drukkerij van boeken en prenten op te zetten."

maria sibylla merian iris susiana (1700)

In deze tentoonstelling vielen mij twee mooie aquarellen op waarop de kievitsbloem afgebeeld staat. Geen van beide is gemaakt door Merian. Beiden zijn vervaardigd door mannen, die Merian hebben beïnvloed.

Georg Flegel, Kievitsbloem, iris en narcis, (1620-1630)

Johann Walther,  Twee kievitsbloemen en een dubbele narcis (1662)

Over de kievitsbloem heb ik ook precies een jaar geleden geschreven. Het is een bijzonder bloempje, dat ooit door Olaus Rudbeck (1630-1702) uit Nederland naar Zweden werd geïmporteerd. Deze bloem heet in het Zweeds "Kungsängsliljan", "de lelie van de weide van de koning", en is, hoewel oorspronkelijk afkomstig uit Nederland, nu het herkenningsteken van Uppland, de provincie van Uppsala.

Kievitsbloem
Kungsängsliljan
Schachbrettblume
Fritillaria

Op de markt in Leiden heb ik vorige week een paar mooie exemplaren kunnen kopen.

Onder pyromanen

60 comments

Mark Rutte gisteren 1-4-2008: ‘Meneer Wilders, u bent een politieke pyromaan: u steekt steeds het vuur aan en daarna rent u weg. Vervolgens wordt u nog boos ook als de eigenaar van de woning de brandweer belt.’
Naar wat nu blijkt uit de verklaring van minister van Justitie Hirsch Ballin was Wilders aanvankelijk wel degelijk van zins in ‘Fitna’ delen uit de Koran voor de camera te verbranden.

Mijn gedachten gaan naar de boekenverbranding van de nazi’s, op de foto aan de Universiteit van München waar ik zelf ooit heb gestudeerd. 
Mijn gedachten gaan ook naar de fascismeparabel “Biedermann und Brandstifter” (Nederlands: ‘Bal van de Pompiers’/ ‘Biederman en Brandstichters’) van de Zwitserse auteur Max Frisch.

Mijn gedachten gaan ook naar de intellectuele Wilders-vriend, de Leidse professor Afshin Ellian, die in het voorwoord in het boek van Karen Jespersen en Ralf Pittelkow ‘Islamisten en Naïvisten’  uitvoerig over dit toneelstuk schreef onder de titel ‘Capitulatie versus polemiek’” .
Volgens Ellian zijn de islamieten de huidige fascisten en brandstichters. Ellian:

“Wie geeft de lucifers aan de islamistische brandstichter? […] Het islamisme (de politieke islam) vormt een ernstige bedreiging van de vrijheid en van zowel de regionale als de internationale vrede in en buiten de islamitische wereld […] ‘Biedermann en de brandstichters’ verheldert op uitstekende wijze de geestelijke en politieke toestand van Europa. Met een bui­tengewoon scherp inzicht beschrijft Max Frisch het machteloze Eu­ropa tegenover het nazisme. Biedermann en zijn vrouw worden ver­rast door twee gasten die zij, ondanks het legitieme wantrouwen dat zij koesteren, ruimhartig ontvangen. De gasten willen brandstichten in het huis van hun gastheer. De machteloosheid van de Biederman­nen jegens de kwaadwillende gasten heeft te maken met het feit dat de brandstichters appelleren aan hun medelijden voor de slacht­offers van de maatschappij. Hoe aardiger en vredelievender de brandstichters worden bejegend, des te eerder het gevaar kan wor­den gemeden, dachten de Biedermannen. Dat dacht Europa. De angst voor conflicten resulteerde in een soort capitulatie in naam van het goede: ‘Want hij hoopt dat het goede ontstaat uit goedmoe­digheid’, aldus het koor brandweermannen in het toneelstuk. Er be­staan geen vijanden, en er moeten evenmin vijanden worden ge­maakt. Vandaar dat Biedermann zegt: ‘Als ik hen aangeef, die twee kerels, dan weet ik dat ik hen tot mijn vijanden maak. Wat heb je daaraan? Een lucifer, en het huis staat in de fik.’ Uiteindelijk geeft de machteloze Biedermann de lucifers aan zijn gasten. […]
Wie zijn de brandstichters nu? De islamisten, de politieke islam.”
En wie is de Biederman volgens Ellian? Mensen als Geert Mak, die zich tegen een zwart-wit -denken en de demonisering van de islam verzetten.

Voor zijn eigen islamfobie beroept zich Ellian trots op de eeuwenoude islamhaat in het Westen, zoals hij die her en der bij Erasmus, Hegel en anderen kan vinden ( zie ook Afshin Ellian,Terug naar de middeleeuwen)

Ellian vindt ook ruimte voor een paar schijnheilige woorden. Hij lijkt waardering te hebben voor de islamitische traditie als hij schrijft “Hoe konden moslimfilosofen als Averroës (Ibn Rushd) en Avicenna (Ibn Sina) in hun tijd de hellenisti­sche cultuur verzoenen met de islamitische denkwereld?”
Maar Ellian heeft geen enkel interesse aan moderne vertegenwoordigers van de liberale islam, die zich beroepen op juist deze Averroës. Zijn Leidse collega en islam-reformator Nasr Abu Zayd (Ibn Rushd -leerstoel aan de Universiteit voor Humanistiek), wordt door Ellian als “charlatan” neergezet en in het debat gemeden.

Ik zie het al jaren me grote zorg hoe de Leidse intellectuele achterban van Geert Wilders, Frits Bolkestein en de heren van de Edmund Burke Stichting (Ellian, Cliteur, Kinneging, Jerker Spits, Bart Jan Spruyt ) op een stigmatisering van een hele religie en bevolkingsgroep aanstuurt.

Meest recente berichten