Kunst Wetenschap Politiek

De dokters van Vincent van Gogh

no comment

Vincent van Gogh heeft twee van zijn artsen geportretteerd: 

Vincent van Gogh   Portrait of Doctor Felix Rey (F500) 580x700 De dokters van Vincent van Gogh

Vincent_van_Gogh_-_Portrait_of_Doctor_Felix_Rey

Vincent van Gogh Portrait of Dr. Gachet 580x713 De dokters van Vincent van Gogh

Vincent van Gogh         Portrait_of_Dr._Gachet

 

Portrait_of_Dr._Gachet

De Olympische fakkel-estaffetteloop als een nazi-traditie

36 comments

berlin De Olympische fakkel estaffetteloop als een nazi traditieWeinigen weten dat de eerste Olympische fakkelestafetteloop plaats vond in 1936 als onderdeel van de uitgebreide Olympia-nazi-propaganda.

Het “Derde Rijk” begreep zichzelf als een reïncarnatie van de Griekse antieke. De perfecte antieke lichamen werden gebruikt als voorbeelden in het streven naar deugd, tucht en bereidheid tot opoffering. Het gezonde lichaam was het ideaal op zowel individueel alsook op nationaal niveau: het nationale gezonde volkslichaam. Ziekte en zwakheid werden tot taboe verklaard en later tot uitroeiing veroordeeld.

De fakkelestafetteloop was een belangrijk onderdeel van de nazi-propaganda. Net als de Olympische spelen zelf was het de bedoeling van de fakkelestafette om de verbondenheid van alle volkeren met de nazi-staat te demonstreren, en andere landen van de vredevolle bedoelingen van de nationaal-socialisten te overtuigen.

De fakkelhouders werden gemaakt en gratis verstrekt door de wapenproducent Krupp….

De aankomst van de fakkel werd in verschillende Europese hoofdsteden gevierd met een breed scala aan propaganda-activiteiten, met religieus geïnspireerde “Weihestunden”. Op sommige plaatsen, in het bijzonder Tjechoslowakije, kwam het tot protesten.


Op 1 augustus 1936 kam het Olymisch vuur aan in Berlijn. Voordat de loper na het Olympiastadion liep, bediende hij eerst de “Weihestunde” in de “Lustgarten”.

olympic fire in berlin 1936 De Olympische fakkel estaffetteloop als een nazi traditie

20.000 Hitlerjungens en 40.000 SA-mannen namen samen met leden van het IOC deel aan een bijzondere “Weihestunde” met toespraken van o.a. Goebbels. 

De procedure van het aansteken van het vuur in het Olympiastadion tenslotte was ook helemaal vormgegeven door de versmelting van de symboliek van sport, oorlog en offer.

 De Olympische fakkel estaffetteloop als een nazi traditieDe vlam brandde voor het ‘Marathontor’, dat op de zege bij Marathon en de historische, zelfopofferende Marathonloop wees. (De geschiedenis vermeldt dat eerste marathon een dodelijke afloop had: na het uitbrengen van de woorden “Verheug u, wij hebben gewonnen!” viel de boodschapper dood neer.) Door het Marathontor kon men toen – en ook nu nog- de kloktoren zien, een monument voor de soldaten van de Eerste Wereldoorlog,  die in België bij Langemarck waren gevallen. In Duitsland ontstond een ware mythe rond het woord Langemar(c)k ; Hilter noemde zichzelf een “Langemarck-strijder.

Al hebben velen het toen niet willen zien: het ging niet om vrede en volkerenvriendschap bij deze Olympische spelen, het ging om propaganda, sport en militarisme, en wie toen vanuit het stadion naar de vlam van het Olympisch vuur keek, keek ook door het Marathontor naar het Langemarck monument met duidelijke symboliek.

(De foto heb ik gemaakt deze week, met de doorkijk: vlammenaltar, Marathontor, Langemarckmonument)
Literatuur: Carola Jüllig , Der Fackel-Staffel-Lauf Olympia-Berlin 1936
F. Mayr, Die Olympischen Spiele des Jahres 1936 in Berlin, Forum Archaeologiae 42/III/2007

Christoph Heins toneelstuk Passage en de Academische Vrijheid aan de Universiteit Leiden

no comment

 

 

Untitled

 

 

 

Preliminair verweer niet-ontvankelijkheid OM Passagenproces

no comment



Pleitnota Passagenproces Universiteit Leiden

no comment



Passagenproject: Burgerlijke ongehoorzaamheid

no comment



De controversiele filosofe Judith Butler

11 comments

 

judithbutler De controversiele filosofe Judith Butler Judith Butler heeft in Nederland bekendheid gekregen door haar onderzoek over gender en man/vrouw rollen, en ten tweede door haar genuanceerd standpunt in de discussie over individuele autonomie en ten derde door haar boek Excitable Speech: A Politics of the Performative (1997)/ Nederlands:  Opgefokte taal (2007) , waar zij ook een voorwoord schreef over de Nederlandse situatie.

Judith Butler keert zich fel tegen de poging van rechts om traditioneel linkse thema’s zoals homorechten en feminisme voor zich uit te buiten.

* Aangaande gender zegt Butler dat culturele ideeën over mannen en vrouwen ook het denken over de seksen bepalen, dat mannelijk en vrouwelijk meer een culturele constructie dan een biologisch bepaald feit is.

  • * Aangaande autonomie keert zich Butler tegen een simpel rationaal-liberaal autonomie-model en zoekt zij in haar boek ‘Precarious Life’ na nauwere verbindingen tussen autonomie en betrokkenheid op het lot van anderen. ” In plaats van het autonome subject en diens keuzevrijheid en verantwoordelijkheid, komen nu de relaties tussen en de onderlinge verwikkeling van individuen centraal te staan”, zo schrijft de kritische humanist Harry Kunneman over Butler in zijn artikel ‘Dikke autonomie en diepe autonomie’ in de bundel ‘De autonome mens’, uitgegeven door het Humanistisch Verbond.

 

  • * Over de kunst, racisme en de vrijheid van meningsuiting schrijft Judith Butler zelf in het voorwoord van ‘Opgefokte taal”:

“[...] En waarom zijn er mensen die racistische kunstvormen als hoogtepunt van onze individuele vrijheid waarderen, zoals bijvoorbeeld gebeurd is in het pijnlijke geval van Theo van Gogh? Het is triest dat hij vermoord is, en zijn rechten moeten verdedigd worden, maar moet hij daarom tot ‘symbool’ worden van een onzinnige culturele oorlog tussen de voorstanders van ‘vrijheid’ en de voorstanders van ‘religie’? Deze culturele oorlog verwordt al te makkelijk tot een oorlog tussen degenen die vinden dat anderen zich moeten aanpassen (en die de culturele norm al kennen waaraan iedereen zou moeten gehoorzamen) en de­genen die gericht blijven op een etnisch en cultureel veelzijdig Europa, als grote belofte die de dekolonisatie voor het heden inhoudt. Manieren om zich in een engere zin op ‘vrijheid’ te beroepen, blijven afhankelijk van staatsdwang, ook al beweren ze ertegen te zijn; elke werkelijke (en niet-cynische) interpre­tatie van vrijheid zou zich er rekenschap van moeten geven dat de vrijheid om zich te uiten niet slechts een recht van indivi­duen of groepen is, maar iets waarop aanspraak wordt ge­maakt door democratisch verzet tegen de dwingende beper­kingen die de overheid aan de culturele en religieuze verschei­denheid van de bevolking oplegt. Als vrijheid een middel wordt om een minderheid te onderdrukken, komt vrijheid in dienst te staan van onvrijheid. Het is duidelijk dat er dan een nieuw vrijheidsbegrip nodig is om op een inzichtelijke manier uitdrukking te geven aan het verzet tegen de dwingende prak­tijken van een overheid die tijdelijk en onterecht op ‘seksuele vrijheid’ bouwt om zijn racistische agenda door te voeren.
Mijn opvatting is niet dat men voor of tegen regulering van haatdragende taal moet zijn, omdat ik niet denk dat zulke kwesties in abstracto kunnen worden opgelost. Ze moeten ge­contextualiseerd worden om te bekijken hoe de reguleringen zelf worden ingezet om verdergaande politieke doelen te be­reiken of te verijdelen. De conclusies die Opgefokte taal over de Verenigde Staten trekt, kunnen bijgevolg niet ongewijzigd naar de huidige toestand in Nederland worden overgezet. Terwijl de weigering om racistische dreigementen te erkennen in de Verenigde Staten gekoppeld werd aan een overtrokken idee van de gevaren van homoseksuele uitspraken, leek het uitdrukken van homoseksualiteit in Nederland een hulpmid­del te worden voor onderwerping aan racisme door de over­heid [ Butler mikt hier op Verdonk, M.T.] .

Het is zeker niet mijn bedoeling om seksuele vrijheden op te geven voor religieuze vrijheden. Maar ik vraag me af hoe een politiek eruit zou kunnen zien die zich op beide punten tegen overheidsdwang keert, en die zich uitspreekt voor een verbinding van seksuele minderheden met de strijd tegen nieuwe vormen van Europees racisme.[...]”

 

Toegevoegd op 29-8-2012:

 

In Duitsland is er een hoog oplopende controverse over de Adorno-prijs die op 11 september aan Judith Butler zal worden verleend. De Zentralrat der Juden in Deutschland verzet zich hiertegen, omdat de (overigens Joodse) filosofe Butler Israël bekritiseert.

Judith Butler wordt antisemitisme  verweten, iets waartegen de filosofe zich terecht verweert.

De stad Frankfurt staat achter de beslissing om de Adorno-prijs aan Judith Butler te verlenen.

Een groep linkse wetenschappers heeft een solidariteitsverklaring met Judith Butler ondertekend.

Over de controverse rond de Adorno-prijs

Franz Marc: Vossen

no comment
428px Marc   Vier Fuechse vier vossen Franz Marc: Vossen

Franz Marc Vossen Fuechse

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

511px Franz Marc vossen fuechse 2 Franz Marc: Vossen

Franz Marc Vossen Fuechse

 

447px Franz Marc vossen fuechse Franz Marc: Vossen

Franz Marc Vossen Fuechse
Franz Marc blue black fox fuchs vos 580x446 Franz Marc: Vossen

Franz Marc Vos Fuchs

Het racisme en seksisme van Burke-voorzitter prof.dr. Andreas Kinneging

no comment

Racisme en seksisme gaan graag hand in hand.

808 Het racisme en seksisme van Burke voorzitter prof.dr. Andreas KinnegingHet nieuwste Opinio- artikel van Burke-voorzitter prof.dr. Andreas Kinneging “De vloek van het feminisme” laat mijn bloeddruk in ongekende hoogten stijgen.

Kinneging:
“Behalve het argument van de vergrijzing is er nog een ander, minstens even belangrijk argument om meer kinderen te krijgen. Want met dit soort cijfers zal de Europese bevolking langzaam maar zeker verdwijnen, en met haar de Europese cultuur. Europa zal dan geleidelijk aan arabiseren en islamiseren. Geen aantrekkelijk perspectief voor nakomelingen en voor de wereld als geheel, die aan de Europese cultuur zo ontzaglijk veel goeds te danken heeft.
Hoe komt het eigenlijk dat het geboortecijfer zo laag is, lager zelfs dan ooit in de wereldgeschiedenis? Het antwoord is niet ingewikkeld. Het is een rechtstreeks gevolg van het feminisme [..]
[...] hoewel er uitzonderingen zijn, geldt toch dat in het algemeen de vrouw beter is met de kinderen dan de man, zeker als ze klein zijn. Vrouwen zijn zorgzamer, letten beter op details, kunnen tien dingen tegelijk, zijn gezelliger, socialer en zachtaardiger dan de man. Bovendien weten ze tien keer zo goed als hij hoe je een kind aan moet pakken, moet troosten, moet straffen, moet corrigeren, et cetera. Vrouwen zijn geboren opvoeders en verzorgers. Een evolutie van vier miljoen jaar heeft hen zo gevormd. Het ligt dan ook voor de hand dat zij en niet hij (geheel of ten dele) haar baan opzegt als er kinderen komen en het grootste deel van de zorg en opvoeding op zich neemt. Daar worden zowel de kinderen, als de moeders zelf het gelukkigst van. Wat is er dan in ‘s hemelsnaam tegen op een dergelijke arbeidsverdeling? Helemaal niets toch? Er is juist alles voor te zeggen.
[..] Het hele verhaal over carrière maken en aan de top komen is sowieso hartstikke elitair. De top is per definitie piepklein. Er is maar plaats voor een handjevol mensen.”

Hahaha- zoals voor prof. dr . Kinneging!

Een paar opmerkingen:

  1. * Niet het feminisme, maar rijkdom, betere informatie en verkrijgbaarheid van voorbehoedsmiddelen zorgen voor lagere geboortecijfers.
  2. * Er is niets op tegen om veel tijd aan de kinderen besteden. Daar heb ik zelf ook voor gekozen. Leuk voor de kinderen als er een volwassene voor hen thuis is, en leuk voor veel volwassenen om thuis te mogen zijn, en niet naar saai of (te) vermoeiend werk te moeten. De volwassene thuis  kan moeder, vader, grootouder, of gastouder zijn. Veel kinderen gaan graag een paar dagen naar de crèche. Vrouwen zijn niet beter geschikt om met kinderen om te gaan dan mannen. Juist wat het vaderen aanbelangd hebben de mannen grote stappen vooruit gemaakt en veel kinderen vinden het erg leuk als papa thuis is.
  3. * Voorbeeldig is het Zweedse, redelijk feministische model ( ken ik uit eigen ervaring),  waar vader of moeder  thuis mogen zijn tijdens het eerste jaar van het leven van het kind, en waar de crèches geen opbergingplaatsen zijn, maar met een pedagogisch programma werken. In Zweden worden meer kinderen geboren dan in Nederland.
  4. * Kinneging pleit voor meer kinderen om arabisering en islamisering tegen te gaan. Eerder heeft hij het nog scherper gezegd:

“Als de Europeanen zich niet voortplanten – wat ze niet doen – hebben we niet genoeg kinderen om ons te vervangen. Uiteindelijk zal Europa dan Afrikaniseren en Azianiseren. Is dat slecht? Ik vind van wel, omdat ik de Europese cultuur hoger acht dan die van Afrika en Azië. Het zou echt de ondergang van het avondland zijn. En dat moeten we, denk ik, zien te voorkomen.”[1]

Het koppelen van de wens naar culturele suprematie aan het baren van kinderen is niets anders dan onvervalst racisme.


[1] Trouw, 25-1-2006, religie&filosofie.

Meer blogs over Andreas Kinneging, voorzitter van de Leidse Edmund Burke Stichting

http://passagenproject.com/blog/2011/04/27/10976/

http://passagenproject.com/blog/2008/03/07/het-racisme-en-seksisme-van-burke-voorzitter-prof-dr-kinneging/

http://passagenproject.com/blog/2007/11/17/leidse-hoogleraren-over-het-marteldilemma-kinneging-mertens-van-gunsteren/

http://passagenproject.com/blog/2007/11/05/atheistisch-bijgeloof-carotta-en-zijn-volgelingen/

http://passagenproject.com/blog/2009/02/17/economie-moraal-neocons/

http://passagenproject.com/blog/2009/06/19/polarisatie/

 


Racisme zonder ras

212 comments

061111eenland 090 Racisme zonder rasDit is de titel van een artikel in de Volkskrant van vandaag, geschreven door Halleh Ghorashi (foto links) en Thomas Spijkerboer, beiden hoogleraar aan de VU.

Halleh Ghorashi is de auteur vaan een aantal interessante teksten die ook op internet te vinden zijn. Op Ruud Zweistras Rijjnland-site is de artikel te vinden Nederlander, ga eens opzij met je dikke identiteit (al snap ik niet waarom racist Ruud dit artikel opneemt) .

Halleh Ghorashi zei in haar oratie Paradoxen van culturele erkenning (2006) over cultuur en identiteit:
“Om te beginnen is de statische basis van het denken in culturele en/of religieuze contrasten zeer problematisch. Aan deze benadering ligt een specifieke definitie van cultuur ten grondslag, namelijk dat culturen als elkaar uitsluitende entiteiten worden beschouwd, met duidelijk getrokken grenzen en een eenduidige inhoud. In deze benadering wordt cultuur gezien als iets statisch en alomvattends waar individuen eerder de dragers van zijn dan de makers. Anders gezegd, cultuur is in deze zienswijze eerder wat ons maakt, dan wat door ons wordt gemaakt. Binnen deze essentialistische benaderingswijze van culturele identiteit [ zie mijn blogs over het Platoonse essentialisme, bijvoorbeeld Generaliseren en stigmatiseren in de naam van Plato, M.T.]  wordt de culturele inhoud als allesbepalend gezien voor de handelingen van individuen. Hieruit komt de (impliciete) gedachte voort dat de essentie van een cultuur gelijkstaat aan de essentie van alle handelingen van individuen uit die cultuur. Deze benaderingswijze laat weinig ruimte open voor individuele interpretaties en creativiteit ten opzichte van culturele achtergrond. Bovendien worden op deze manier alle andere mogelijke factoren die het handelen kunnen verklaren buiten beschouwing gelaten. Het idee van onverenigbare culturen (de islamitische en de westerse cultuur) met de verwijzing naar praktijkvoorbeelden van cultuurgebonden geweld, is een duidelijk voorbeeld van een essentialistische benadering van cultuur. Maar ook de recente nadruk op de inhoud van cultuur ter verklaring van criminaliteit onder migrantenjongeren is een voorbeeld hiervan.” (p.5 f)

Terecht merkt Ghorashi op dat het essentialisme automatisch ook verbonden is met het dualisme:

“De [..] dichotomie tussen wij en zij vloeit voort uit een essentialistische benadering van de eigen groep en de anderen [...] ( p.6)

En verder zegt zij over categoriaal en essentialistisch denken:
“De voornaamste kritiek op het categorale denken is niet gericht op het categoriseren zelf. Een leven zonder categorieën is niet mogelijk. De kritiek heeft te maken met de situatie waarin categorieën tot absolute contrasten worden gemaakt. In het geval van culturele contrasten is de gedachte dat culturen elkaar eerder uitsluiten dan insluiten. Binnen deze essentialistische benadering wordt cultuur gezien als een afgebakend geheel, en het idee is dat de culturele inhoud – waarden en normen, betekenissen, rituelen en symbolen – bepalend is voor de handelingen van individuen uit die cultuur. Binnen de sociale wetenschappen is al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw kritiek geleverd op deze cultuuropvatting. Toen al beweerde Fredrik Barth (1969) dat de etnische grenzen niet door de culturele inhoud tot stand komen en in stand worden gehouden, maar dat deze grenzen worden geconstrueerd om een ‘politiek’ doel na te streven. De culturele kenmerken worden juist aangedikt wanneer ze kunnen worden gebruikt om een verschil tussen wij en zij aan te tonen. Dit houdt in dat de etnische grenzen tussen groepen vooral als een constructie moeten worden gezien die situationeel, contextueel en veranderlijk is, en niet als iets wat afhankelijk is van de essentie van de verschillende culturen.” ( p.18)

Ook ziet Ghorashi terecht een verband tussen essentialisme en de cultuur van het beledigen:
“Ook de Nederlandse ‘bespreekbaarheidsideologie’ blijkt door ‘hyperrealisme’ gereduceerd te zijn tot beledigen en choqueren. De paradox hier is dat juist in een tijd van het construeren van een essentialistische Nederlandse identiteit waarin canonvorming en waarden en normen centraal staan, belangrijke historische Nederlandse deugden zoals bespreekbaarheid en tolerantie met voeten worden getreden.” ( p. 48)

 

Meer over racisme op dit blog

Academische Vrijheid en democratie

no comment



Lees de koran met historische afstand!

no comment

Dit is vandaag de oproep van Burke-Stichting- vice-voorzitter Bart Jan Spruyt in de Volkskrant.
Ik val hem van harte bij.

Al jaren pleiten de Leidse oud-Cleveringa-hoogleraar Nasr Abu Zayd en anderen, zoals Mohammed Arkoun, in Nederland en internationaal voor een contextuele lezing van de koran.

Helaas worden de mensen zoals Abu Zayd, die voor een contextuele lezing van de koran  en voor een liberale islam pleiten niet alleen van de radicale islamieten afgewezen, maar ook van anti-islamitisch Nederland. Anti-islamitisch Nederland ( Cliteur, Ellian, Hirsi Ali, Hans Jansen, Ehsan Jami, Wilders) pleit namelijk voor een letterlijke lezing van de koran.

Spruyts Burke-collega Paul Cliteur bijvoorbeeld, Nasr Abu Zayds collega in Leiden, heeft nooit de dialoog gezocht met Abu Zayd.  Wel valt hij graag Abu Zayd en diens liberale visie op de islam persoonlijk aan.

In de NRC van 29-8-2006 vraagt Elsbeth Etty aan Afshin Ellian:” als er geen gematigde islam bestaat, maar er bestaan wel gematigde moslims [...] , zijn dezen dan afvallig?” Paul Cliteur, die Ellian naar Leiden heeft gehaald, heeft al een zeer duidelijk antwoord op Ettys vraag gegeven, namelijk: ja.

In twee uitgebreide artikelen in Civis mundi[1] heeft hij de moeite genomen de Leidse oud-Cleveringa-hoogleraar en inmiddels WRR-auteur, de liberale moslim Nasr Abu Zayd als moslim en als wetenschapper onderuit te halen ( onderuit te schoppen, zou ik liever willen schrijven). Cliteur schrijft over Abu Zayd, die in Egypte door de moslimfundamentalisten werd vervolgd: “Het is natuurlijk wrang wanneer iemand [die, M.T.] in zijn eigen land zoveel problemen heeft ondervonden met moslim-fundamentalisme in zijn nieuwe gastland te horen krijgt dat de fundamentalisten in zekere zin gelijk hadden. Toch moet ik dat doen.” (Civis mundi 41, p. 221) Cliteur weigert Abu Zayd als gelovige moslim te beschouwen. Voor Cliteur is Abu Zayd een afvallige en een atheïst- en het maakt voor hem niet uit wat Abu Zayd zelf hierover zegt. (p.222). Ook kunnen “wij” volgens Cliteur Abu Zayd niet serieus nemen als wetenschapper (p. 225) .
Cliteur baseert overigens zijn kritiek op één autobiografisch boek, hij haalt de wetenschappelijke publicaties van Abu Zayd niet aan.

In het tweede artikel When in Rome… herhaalt Cliteur zijn vijandige argumentatie tegen Abu Zayd. Maar deze keer heeft hij ook een Goede Moslim aan te bieden, die hij als kontrast tegenover de Slechte Moslim Abu Zayd kan stellen: Afshin Ellian. Wat Cliteur bij Ellian zo bevalt, dat is het feit dat hij bij Ellian een kritiek “op de islam an sich” aantreft- “niet alleen op de verschillende interpretaties van de islam [...] “. “Dat [de kritiek op de islam an sich] betekent kennelijk dat de zaak niet helemaal hopeloos is .” ( p. 21)   De Goede Moslim Ellian is de volledig geseculariseerde moslim die bovendien slecht spreekt over de islam. Ellian over de islam: “De islam is een structurele wantoestand die al ruim veertienhonderd jaar alle aspecten van opvoeding, cultuur, economie, politiek en omgangsvormen overheerst. [....] Het lijkt op de pest: waar de islam ook komt overheerst armoede, gebrekkige ontwikkeling, analfabetisme, onderdrukking, corruptie, frustratie en vooral geweld.”[2] Oud-marxist Ellian vervalt hier in een typische denktrant van oud-marxisten: in plaats van de economie als allesbepalende factor, wordt nu de religie als allesbepalende factor gezien. De Parijse hoogleraar arabistiek Mohammed Arkoun: “De overvloedige politieke literatuur vervalt in dezelfde fouten [als het marxisme] als zij van de verdinglijkte, verstarde, tijdloze en gebanaliseerde islam de belangrijkste en onoverkomelijke bron maakt voor alle ideologische afwijkingen, geweld, intolerantie en mislukking in al die samenlevingen waar deze ‘religie’wordt aangehangen.”[3]

Paul Cliteurs kritiek op Nasr Abu Zayd is opmerkelijk, zowel inhoudelijk alsook formeel. Om te beginnen met formele aspecten: Cliteur heeft nooit contact of dialoog gezocht met Abu Zayd. Hij spreekt niet met hem, hij schrijft over zijn Leidse collega. Een subject wordt tot object gemaakt.

Mohammed Arkoun, de Parijse hoogleraar Arabisch zegt: “De islam is geen uitdaging van het andere, geen bron van reflectie, geen gesprekspartner, geen samenwerkingspartner voor de Europeaan, het blijft deze derde persoon, het object waarover men spreekt, dat men onder de microscoop legt, reïficeert, opblaast of banaliseert tot er en ideologisch monster overblijft [...] ” (p.13)  Arkoun heeft het hier niet eens over een mens, hij heeft het over de islam, die hij graag als gesprekspartner behandeld zou willen zien. Maar Abu Zayd is eens mens en een wetenschapper die van Cliteur tot belachelijk en verachtelijk object wordt gemaakt. Cliteur baseert zijn kritiek op één boek van Abu Zayd. Hij noemt Abu Zayd een balling, maar vertelt er niet bij, dat Abu Zayd professor is in Leiden, en zelfs Cleveringa-hoogleraar was. Het verzwijgen van deze relevante context-informatie heeft een beledigend karakter, te meer omdat Cliteur Abu Zayd de wetenschappelijke competentie meent te kunnen ontzeggen. Het is bijna komisch te noemen, dat Cliteur zich achter de veroordeling van de fundamentalisten stelt, en deze inzake Abu Zayd gelijk geeft. Daarmee geeft Cliteur zichzelf als fundamentalist – verlichtingsfundamentalist- te kennen. Mohammed Arkouns opmerking over fundamentalistische intellectuelen treft ook Cliteur:
“[...] elke verwijzing naar de leer van de geschapen koran [wordt] krachtig verworpen door de huidige bewakers van de ‘orthodoxie’.  Heel wat intellectuelen zijn medeverantwoordelijk voor deze verwerping omdat ze geen theoretisch belang zien in de modernisering van het islamitische denken en de heropening van het zeer rijke theologische en antropologische debat.” (p. 38)

Over Nasr Abu Zayd zie o.a. mijn blog Verlichting in het islamitisch denken


[1] God houdt niet van vrijzinnigheid , In: Civis mundi; vol. 41 (2002), afl. 4, en When in Rome, do as the Romans do In: Civis mundi; vol. 42 (2003), afl. 1.
[2] Wie is die vrolijke ketter? In: Brieven van een Pers, p. 227. [3] Bolkestein en Arkoun: Islam en de democratie, 1994, p. 14.

Recente berichten

Categories

Tags

Archives