De nieuwe film van Wilders schijnt “Fitna” te heten.
“Iedere moslim kent het Arabische begrip fitna, aldus de PVV-leider. “Het duidt op situaties waarin het geloof van moslims op de proef wordt gesteld. Alles wat hun geloof op de proef stelt, is fitna: onbedekte vrouwen, alcohol, niet-moslims, verzet tegen het gezag van de islam. Ik gebruik die term spiegelbeeldig: voor mij is de verderfelijke islam fitna.” Wilders is ingenomen met de titel. “Ik wilde per se een term die in de Koran voorkomt.” ( Het Parool , 9-2-2008)
Maar…
“Fitna” is een negatief woord – ook voor moslims. Fitna is chaos en burgeroorlog, oorlog van moslims tegen moslims.
Gilles Kepel schrijft in Oorlog in het hart van de islam (2004/2005) over jihad en fitna.
“In de geschiedenis van de veertien eeuwen van de islamitische samenlevingen heeft altijd een intense spanning bestaan tussen twee tegengestelde polen, die de op- en neergang bepaalden van de uit de islam voortgekomen beschaving: jihad en fitna.
Het eerste van die twee woorden, dat algemeen gebruikelijk is geworden, heeft een positieve connotatie binnen de traditionele islamitische cultuur. Het duidt de inspanning aan die van iedere gelovige wordt verlangd teneinde het gebied en de invloed van de godsdienstige norm uit te breiden, om zowel de individuele hartstochten als de organisatie van de samenleving, zelfs de ordening van de wereld te reguleren – om de weerbarstige mensheid te onderwerpen aan de onaantastbare wetten van de koran. Wanneer die inspanning tot een toppunt wordt opgevoerd, manifesteert ze zich in de vorm van een heilige veroverings- of verdedigingsoorlog. Minder openlijk inspireert ze ook het dagelijkse proselitisme dat de moslims tot ‘betere gelovigen’ wil maken, en het legt tegenover de rest van de mensheid een intensieve bekeringsijver aan de dag. Ze is de motor van de geloofsverbreiding, die, zoals de geijkte uitdrukking luidt, ‘met het zwaard en het heilige boek’ wordt bewerkstelligd.
Het tweede woord, fitna, dat buiten de talen van de islam minder bekend is, heeft daarentegen een volstrekt negatieve connotatie: het duidt het oproer, de oorlog binnen de islam aan, een middelpuntvliedende kracht die de ontmanteling, de implosie en de ondergang van de gemeenschap in zich draagt – terwijl de jihad de interne spanningen sublimeert, ze naar buiten werkt. De fitna is voor het voortbestaan van de moslimsamenleving een permanente dreiging, die knaagt aan het geweten van de oelema’s, de schriftgeleerden, en hen tot voorzichtigheid en bezinning aanzet.
[...] De slachting die op 11 september onder onschuldige mensen werd aangericht, luidde juist het tijdperk van fitna, wanorde en verwoesting in het huis van de islam in. [...]
Irak, na een ‘oorlog tegen de terreur’, waarvoor 11 september het voorwendsel was, bezet door de Verenigde Staten en hun bondgenoten, is diepgaand gedestabiliseerd. Zelfs na de machtsoverdracht de iure aan een autochtone regering op 28 juni 2004, ligt er nog een zware hypotheek op de toekomst van Irak als eenheidsstaat. Niet alleen door de guerrilla tegen de bezettingslegers, maar ook door het geweld en de aanslagen vallen er bijna dagelijks talloze doden en gewonden onder de Irakezen, zowel Arabieren als Koerden, zowel soennieten als sjiieten, en intussen zakt het land weg in de fitna.
[...] De gebeurtenissen van 11 september hebben dodelijke krachten losgemaakt, die drie jaar na dato verstrikt zijn in een onontwarbare vicieuze cirkel, in een helse dialectiek van jihad en fitna. Door een massale reactie van de Verenigde Staten uit te lokken, hebben Bin Laden en zijn handlangers de afschuw verergerd. “
Kepel eindigt met een pleidooi voor een Europese democratische islam, die uitstijgt boven jihad en fitna. Als Wilders op deze lijn wil zitten… dan moeten we dat van harte toejuichen.
Kepel:
“Het uitstijgen boven jihad en fitna is naar de smaak noch van de radicale activisten, noch van de salafisten, noch van de islamisten – al lopen deze laatsten, zodra ze de Europese politieke arena betreden, de kans dat hun principes worden aangetast. De slag om de wording van de islam van Europa is cruciaal en het belang ervan is degenen die op het Europese continent een innerlijke citadel willen opbouwen, verstard in de geloofsartikelen in het hart van het ‘land van ongeloof, niet ontgaan. Daartegen is er geen andere keus dan te werken aan de volledige democratische deelname van de moslimjongeren aan het leven als burger, en daarbij gebruik te maken van de instrumenten, vooral op het terrein van onderwijs en cultuur, die de sociale stijging bevorderen en bijdragen aan de opkomst van de nieuwe elites, voortgekomen uit die bevolkingsgroepen. Het zal hun taak zijn om, uitstijgend boven de spookbeelden van jihad en fitna en de grenzen van Europa overschrijdend, het nieuwe gezicht van een moslimwereld, verzoend met de moderniteit, concreet vorm te geven. “ ( p 371 ff)
De Leidse hoogleraar Leon Buskens over het woord “fitna”: “Het is een sleutelterm uit de geleerde islamitische traditie. Het betekent vooral chaos en wanorde die je kunt vermijden als je je aan Gods voorschriften houdt. Fitna is het tegendeel van de ideale samenleving.” Buskens pakt er een klassiek Arabisch woordenboek bij en leest voor: “Beproeving, verleiding, misdaad, zonde, ongelovigheid, ongeluk, tegenslag, tuchtiging, bekoring, verleiding.” Een heel breed scala aan betekenissen dus, voegt Buskens toe. Want in de islamitische traditie wordt ook nog gesproken over de ‘eerste Fitna’ en de ‘tweede Fitna’, daarmee worden burgeroorlogen bedoeld. “NRC 11-2-2008