Wetenschap Kunst Politiek

Joshua Livestro, Bart Jan Spruyt, Geert Wilders

53 comments

Vandaag schrijven Mark Rutte en Joshua Livestro in de Volkskrant een betoog tegen Wilders en Verdonk. Een goede gelegenheid om een stukje geschiedenis van de Edmund Burke Stichting te memoreren.

Op 3 februari 2001 verscheen een artikel in het NRC Handelsblad met de titel Het conservatieve moment is gekomen. In dit artikel, geschreven door Joshua Livestro, werd voor het eerst voor een breed publiek en met een programmatische visie melding gemaakt van het bestaan van de Edmund Burke Stichting. Livestro-  samen met de Leidse rechtsfilosoof Andreas Kinneging een van de initiatiefnemers van de Burke Stichting- , had in Londen op het hoofdkantoor van de Conservative Party gewerkt en was van 1999-2002 persoonlijk medewerker van Europees Commissaris Frits Bolkestein in Brussel. Net als zijn voormalig docent Kinneging en de Leidse rechtsfilosoof Paul Cliteur ( lid van de raad van aanbeveling van de Edmund Burke Stichting) , was Livestro nauw verbonden aan de rechtsliberaal Bolkestein, die, hoewel nooit direct verbonden aan de Burke Stichting, een belangrijke rol heeft gespeeld in de achtergrond van de Stichting.
In het begin kon de Burke Stichting mensen uit de christen-democratische en de gereformeerde kringen betrekken: SGP-woordvoerder Menno de Bruyne,
[1] Dries Van Agt , H. Hillen (CDA) en E. van Middelkoop (ChristenUnie). Begin 2003 zegt Burke-directeur Livestro: ” We hebben nu sympathisanten binnen CDA, VVD, SGP, LPF en zelfs een enkeling binnen de centrumlinkse ChristenUnie.” (de Volkskrant, 12-2-2003) .  Nadat de Burke Stichting in 2004 via de nieuwe directeur Bart Jan Spruyt een samenwerking met Geert Wilders begon hebben de  gematigde conservatieven de Stichting verlaten. “Conservatisme moet geen synoniem worden met harde rechtse praatjes”, waarschuwde Spruyt nog bij zijn aantreden als directeur van de Burke Stichting in 2002 ( Trouw, 25-9-2002)  Maar een paar jaar later werkt hij samen met Geert Wilders, die het gelijkheidsbeginsel uit de Grondwet wil halen.

Het is nooit bekend geworden waarom Livestro bij de Burke Stichting is vertrokken. De NRC meldde over deze ontslag:  “Reden voor het ontslag, dat door de kantonrechter is bekrachtigd, ligt  ‘in de zakelijke sfeer’, aldus het bestuur. Een woordvoerder wil geen verdere mededelingen doen over de inhoud van het conflict. Mede-oprichter Bart-Jan Spruyt, die aanblijft als, nu enige, directeur van de Burkestichting, preciseert desgevraagd dat het conflict “heel de organisatie van het werk” betrof. “Als je gaat samenwerken maak je afspraken, die moet je nakomen.” Livestro was vanmorgen niet voor commentaar bereikbaar. Overigens was de gebrekkige communicatie mede oorzaak van de gerezen problemen met de stichting. Woordvoerder Van der Haar: “Livestro is wat communicatie betreft nog niet in de 21ste eeuw aangeland.” ( 10-7-2003)

Met de wisseling van directeur ; met de aanslag op de Twin Towers en dan later met de moord op Fortuyn en op Van Gogh werd bij de Burke Stichting een radicalisering in gang gezet, die resulteerde in een formeel samenwerkingsverband met de rechtspopulist Wilders. Bart Spruyt schreef het partijprogramma voor Wilders en trainde kaderleden voor de PVV.

Zo heeft de Burke Stichting Wilders in de zadel geholpen, ook heeft men later de direct banden met Wilders weer doorgeknipt.

 


[1] Hans Vollaard in: Pellikaan/ Van der Lubben: Ruimte op rechts, p. 94.

Neoconservatieve mythevormers

44 comments

[Vervolg op het thema martelen]: Volgens Hugh Gusterson worden de gevangenen van de oorlog tegen het terrorisme onderworpen aan vormen van geritualiseerd geweld die Amerika voorheen als oorlogsmisdaden bestreed, zie Oorlog tegen terreur terroriseert ons, de Volkskrant 10-11-2007.
Ook in een interview met Peter Giesen op 17-11 kwam Hugh Gusterson uitvoerig aan het woord.
Ik heb meteen zijn boek “Why America’s top pundits are wrong” gekocht- hoewel ik niet wist wat een “pundit” is.

Nu weet ik het, en ik denk: dat hebben we in Nederland ook!

Gusterson: “Pundit comes from the old Hindi word pandit, used to refer to a teacher of Indian religion and law.’ The Oxford English Dictionary defines a pun­dit as “an authority on a subject.” Merriam- Webster’s gives two defini­tions. The first-“a learned man; teacher” -echoes the Oxford English Dictionary. The second-“one who gives opinions in an authoritative manner” -is more to the point here. The pundits we discuss here are not particularly learned and are only superficially authorities on the subjects about which they write. Their skill lies not in detailed knowledge about their subject but in their ability, in an age of mass media and short atten­tion spans, to learn quickly about the broad contours of a wide range of subjects and to project confidence and authority in talking about them. Indeed, their skill often lies not in authoritative knowledge of their sub­ject but in their ability to hide their lack of authoritative knowledge.”

Gusterson verder: “Some of these pundits are based in universities, others are not, but they share an ability to reduce contro­versial issues to sound bites and, consequently, to harness the full power of the media to project their opinions.” ..”they draw on and embellish a loosely coherent set of myths about human nature and culture that have a strange staying power in American public discourse: that conflict between people of different cultures, races, or genders is inevitable; that biology is destiny; that culture is immutable; that terrible poverty, inequality, and suffering are natural; and that people in other societies who do not want to live just like Americans are afraid of “modernity. We have put together a book subjecting these pundits to cold, hard scrutiny because of our concern that, while their voices are often the loudest, they are not necessarily the wisest. Although they may be glibly persuasive writers with strong points of view, their writing is also dangerously simplistic and ideologically distorted. Pundit comes from the old Hindi word pandit, used to refer to a teacher of Indian religion and law..”

“To win and keep a wide audience, they have to hurl out bold ideas, make big generalizations, and speak colorfully. While they are expected to pepper their arguments with facts and infor­mation, they know that their audiences will not-and usually cannot ­judge them on their detailed knowledge of the subject at hand and will, instead, judge them on their ability to appear knowledgeable and be entertaining. This means that the pundits who thrive the most are those who cater to their audiences’ existing prejudices, rather than those who upend their easy assumptions about the world and challenge them to see the world from a new angle.”

Pundits, then, are modern-day mythmakers.”

“…they hold positions at famous universities, publish in mainstream news magazines and newspapers

“While they successfully present themselves as globally knowledgeable and reasonable commentators, the myths they promote exert a reac­tionary force in public life. Often based on stereotypes of other people, these myths hobble our ability to think critically or to empathize with dif­ferent kinds of people, and they have the effect of legitimating the status quo.”

Niet toevallig is een van de hoofd-pundits die Gusterson bekritiseert, juist  Samuel Huntington, de held van Afshin Ellian c.s., door Ellian zelfs instemmend aangehaald in zijn Leidse oratie.
Niet toevallig zijn de Nederlandse neocons ook grote aanhangers van het vooroordeel. In de eerste Edmund Burke -lezing verdedigt Burke-Star Roger Scruton in de geest van Edmund Burke het vooroordeel, alsmede de “provocerende verdediging” die Burke in dit verband onderneemt van het ‘vooroordeel’ – “de verzameling overtuigingen en ideeën … die instinctief in sociale wezens ontstaan”.

En de generalisaties –  pundit– trofee nr. 1 –  daar kan Paul Cliteur nooit genoeg van krijgen. Trots zegt Cliteur over zijn eigen doelstellingen: “Stigmatiseren is zeker ook de bedoeling!”[1] Paul Cliteur probeert zijn polariserende generalisaties te verkopen als wetenschap: “Wetenschap is generaliseren. Filosofie ook. Wie bij de particuliere geaardheid van de dingen wil blijven staan  zal nooit wetenschapper worden.”[2] Maar ook wie alleen maar of te veel generaliseert is geen goede wetenschapper. De wetenschap bestaat in een dialectisch proces dat afwisselend generaliseert en specificeert/differentieert. Wie over matschappelijke tegenstellingen alleen maar generaliseert, die polariseert en discrimineert.
De historica en antisemitisme-deskundige Evelien Gans over het stereotype van de gewelddadige moslims: ” Er is geen sprake van collectieve verantwoordelijkheid. Je moet het stempel niet op de hele groep drukken, die je daardoor isoleert en van je afstoot. Die voelt zich in een hoek gedreven en ten onrechte beschuldigd. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen hoe terecht het was dat islamitische of moslimorganisaties zich openlijk distantieerden van de moord op Theo van Gogh. Daar gaat een idee van collectieve aansprakelijkheid aan vooraf.” .[3] Evelien Gans wijst er ook op dat de huidige haat tegen de moslims, die verkocht wordt als terechte angst voor geweld, goed aansluit bij oude stereotypen over de Arabieren. “De gewelddadige islamiet is wel degelijk een oud stereotype, dat overigens een connectie heeft met de historische werkelijkheid van de Arabische strijder.” [4] (De Leidse onderzoekers W.A.R. Shadid en P.S. van Kongingsveld hebben in hun boek De mythe van het islamitische gevaar (1992) een lange traditie van Europees anti-islamisme beschreven).

Ook het door o.a. Gusterson bekritiseerde begrip van het “islamofascisme is een door de neocons geliefde simplificatie en gevaarlijke ongenuanceerde generalisatie.

Zie ook mijn blog over ‘pundit’ Robert Kaplan en Twee hoofdstukken uit ‘Why America’s pundits are wrong’, die over Kaplan gaan, geschreven door de antropologen Tone Bringa en Catherine Besteman.

 


[1] Tegen de decadentie, p 41. [2] De onuitstaanbare leegte van links, Trouw 17-1-2004, http://www.civismundi.nl/Civis_Mundi_opinie/Cliteur_opinie_De_onuitstaanba/body_cliteur_opinie_de_onuitstaanba.html [3] In: Bart Top, Religie en verdraagzaamheid, p. 55. [4] In: Religie en verdraagzaamheid, p. 55.

Islamisten aan de tand voelen

30 comments

  “Sturen bij de moslimburen – hoe Europa de democratie kan bevorderen” heet een nieuw inspirerend boek van Joost Lagendijk (GroenLinks) en Jan Marinus Wiersma (PvdA) . Beiden zijn lid van het Europees Parlement. In dit boek ( besproken op 8 november in de Volkskrant en de NRC) stellen de auteurs dat wij niet bang moeten zijn voor islamisten, maar de dialoog met hen aangaan en bewijzen dat democratie loont.


De auteurs pleiten voor een vergaande dialoog, ook bijvoorbeeld met de Hamas. (Dit gaat veel PvdA’ers, zo bijvoorbeeld minister Bert Koenders te ver, die zegt alleen te willen praten met organisaties die geweld afzweren). Ook de moslimbroederschap in Egypte verdient volgens het boek ten dele een positievere waardering. De Wasat-partij moet erkend worden om daarmee een steun te geven aan duidelijk gematigde islamisten.

Toch is er in het boek ook een kritische lijn uitgezet. In dialoog gaan met islamisten betekent juist niet alles te pikken. Joost Lagendijk is als voorzitter van de Turkije-delegatie van het Parlement nauw betrokken bij de gesprekken tussen de Unie en de Turken over het EU-lidmaatschap van Turkije. Voor hem is het vanzelfsprekend dat Turkije de afspraken over vrijheid van meningsuiting en rechtstaat moet nakomen voordat Turkije lid van de EU kan worden. Door het onderhandelingsproces heeft de EU juist een positie om Turkije de goede kant op te helpen.

De auteurs geven in het hoofdstuk “Islamisten aan de tand voelen” – in navolging van de Amerikaanse denktank Carnegie Endowment for International Peace – een nuttige waslijst van kritische hoofdpunten, die gebruikt kunnen worden om islamitische organisaties of politici onder de loep te nemen ( ik heb de verklarende tekst ingekort en bijwerkt, in het boek worden veel meer voorbeelden gegeven)

1 Wat heeft voorrang, de sharia of de constitutionele democratie? Zijn de islamisten bereid zich te houden aan de regels van de con­stitutionele democratie? Ook wanneer er wereldse wetten worden aangenomen die zij niet in overeenstemming achten met de wet van Allah, de sharia? Zullen zij zich in hun verzet daartegen beper­ken tot democratische middelen? In navolging van de Turkse Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) vergelijken mediterra­ne islamisten zichzelf steeds vaker met de christendemocratische stroming in Europa, om hun democratische gezindheid te onder­strepen. Maar accepteren zij dan ook, net als de christendemocra­ten, dat het aan de parlementen en rechters is om te bepalen welke wetten toelaatbaar zijn? Of zullen zij, eenmaal aan de macht geko­men, deze toetsing toevertrouwen aan islamitische geleerden, die de wereldlijke autoriteiten kunnen overrulen?

2 Wordt een splitsing van religieuze beweging en politieke partij na­gestreefd? […] Godsdienst en politiek zijn twee zeer verschillende domeinen. Religie draait om absolute waarheden en de vrijwillige onderwerping daaraan door gelovi­gen. Politiek is een zaak van botsende meningen en belangen, van discussie en compromissen met andersdenkenden. Krijgen de po­litieke vertegenwoordigers […] van de religieuze leiding de vrijheid om hun oor te luisteren te leggen bij de kiezers, eigen standpunten te ontwikkelen en compromissen te sluiten? Die politieke ruimte is van levensbelang, want zij bepaalt in hoge mate of islamisten pragmatisch om kunnen gaan met morele kwesties die raken aan de sharia. Vraagstukken zoals het dragen van sluiers of het gebruik van alcohol, waarvan modale kiezers doorgaans minder wakker liggen dan religieuze scherpslijpers.

3 Hoe verloopt de interne besluitvorming? […] Deze vraag slaat ook  terug op de EU zelf. In openheid en de­mocratische controle blijft haar buitenlandpijler achter bij andere Europese beleidsterreinen. Europese diplomaten en islamisten kunnen wederzijds vraagtekens plaatsen bij elkaars geloofwaar­digheid.

4 Houden religieuze en etnische minderheden gelijke rechten? […] Kunnen zich ook niet-moslims aansluiten bij een pratij/organisatie? Interne pluriformiteit moet nagestreefd worden.

5 Welke rechten hebben vrouwen? […] Hoe is de opstelling ten opzichte van  scheidingsrecht, erfenissen en de toegang tot publieke functies? In sommige landen leveren de islamisten meer vrouwelijke parlementariërs dan de seculiere partijen. Om te be­oordelen wat vrouwen te vrezen hebben van de islamisten, moeten we hun standpunten en praktijken afmeten aan de standaarden van de regio, niet aan onze Europese maatstaven. Tegelijk mag Europa haar eigen opvattingen over gelijkberech­ting van vrouwen en seksuele minderheden niet verloochenen. Een debat hierover met islamisten is niet per se zinloos. We kun­nen erop wijzen dat het beroep op de universele mensenrechten de islamisten een politiek wapen in handen geeft tegen hun onder­drukkers. De EU-eis van respect voor de mensenrechten helpt de AKP in Turkije om, heel voorzichtig, belemmeringen voor gelovi­gen weg te nemen. Maar dat beroep op mensenrechten verliest aan geloofwaardigheid als deze rechten uitsluitend de vrijheid van de islam is ten mogen dienen, niet die van mensen met modernere le­vensstijlen. Egypte heeft zich aan het Internationaal Verdrag inza­ke Civiele en Politieke Rechten gebonden, maar ook aan het Ver­drag inzake de Uitbanning van alle Vormen van Discriminatie tegen Vrouwen. Als zij selectief keuzes maken uit deze verplichtin­gen doen de islamisten hetzelfde als de zittende regimes.

6 Worden internationale verplichtingen nageleefd? Die vraag geldt voor mensenrechtenverdragen, maar ook voor de akkoorden tussen Egypte en Israël.

7 Wat is het sociaaleconomische programma? Een liefdadigheidsnetwerk runnen is iets anders dan een staat be­sturen en een economie draaiende houden. Welke instrumenten willen de islamisten inzetten voor een eerlijker spreiding van inko­men? Hoe staan zij tegenover privatiseringen? Welke waarborgen komen er tegen cliëntelisme. Geen land is autarkisch. Economi­sche keuzes kunnen grote gevolgen hebben voor internationale handel en investeringen.
Zo ver “Islamisten aan de tand voelen”.

Ik vind deze lijst prima, alleen voldoen tal van Europese organisaties en partijen niet aan deze criteria….

 

Eva en de slang

no comment
Eva Schlange slang serpent

Eva en de slang

Lucas_Cranach Eva en  slang serpent Schlange

Lucas_Cranach Eva en slang

William Blake Eve Tempted by the Serpent Eva Schlange slang

William Blake Eva en slang

Cranach_the_Elder_Adam_and_Eve eva Schalnge slang
Cranach_Adam_Eva slang

Cranach_(I)_-_Adam_and_Eve Eva schalnge slang
Cranach_ Eva slang

 Cranach eva schlange slang
Cranach Eva slang

Michelangelo Eva en slang schlange serpent

Michelangelo Eva en slang

Atheïstisch bijgeloof: Carotta en zijn volgelingen Andreas Kinneging en Paul Cliteur

63 comments

Was Jezus Christus eigenlijk Julius Caesar?

De Leidse Burkianen denken met Francesco Carotta en Jan van Friesland van wel.
Jan van Friesland, voormalig eindredacteur van Buitenhof, maakte een documentaire over de Italiaanse taalkundige Francesco Carotta , die beweert dat Jezus Christus eigenlijk Julius Caesar is -een omstreden theorie. Van Friesland financieerde zijn documentaire, Het Evangelie van Caesar – Zoektocht naar de ware Christus, ten dele zelf.

Zie ook het artikel van classicus Anton van Hooff hierover.

Vier jaar geleden hebben Paul Cliteur en Andreas Kinneging het opgenomen voor de theorieën van Francesco Carotta.

Merkwaardig obscurantisme!

De Leidse Universiteitskrant  MARE, schreef toen (6 februari 2003) over Carotta en zijn Leidse aanhangers:

“‘Boek van het jaar’ of ‘verzameling apekool’

Jezus Christus, alias Julius Caesar

Jezus als timmermanszoon uit Nazareth moeten we vergeten. In feite is de verering van Jezus een voortzetting van de cultus van Divus Julius, de na zijn dood tot God verklaarde Julius Caesar. Die gewaagde stelling van de Italiaan Francesco Carotta heeft in Nederland voor heel wat beroering gezorgd. Ook binnen Leiden zijn de gemoederen inmiddels aardig verhit geraakt. ‘De verdediging van dit boek door Paul Cliteur is weerzinwekend.’
Heel veel vertrouwen geeft de inleiding van ‘Was Jezus Caesar?’ niet. De auteur meldt dat hij het onderzoek voor het boek aanvankelijk moest uitvoeren ‘naast zijn werk als ondernemer in de informatica en uitgever van boeken’. Op zich hoeft dat nog geen probleem te zijn, want Francesco Carotta blijkt wel opgeleid als taalkundige en filosoof. Maar vervolgens begint hij mogelijk gebrek aan bijval voor zijn boek meteen maar te verklaren. Zijn ontdekking dat Jezus Christus in feite de vergoddelijkte Julius Caesar is, vergt ‘een verandering van paradigma: niet langer staat de aarde centraal, maar de zon; niet langer gaan we uit van het Heilig Land, maar van het tegenwoordig graag vergeten Romeinse Imperium’. Menigeen, meent Carotta, zal weigeren ‘een blik te werpen in de telescoop van Galilei’. Behalve een staaltje grootspraak is het ook een gemakkelijke methode om zich tegen alle kritiek in te dekken. Is hier een dilettant aan het werk? Verderop in het boek wordt duidelijk dat Carotta in ieder geval een vorm van wetenschappelijk onderzoek heeft verricht, maar dan wel met een van tevoren vaststaande conclusie: door verschrijvingen en verkeerde vertalingen veranderde de cultus van Julius Caesar in die van Jezus Christus. Dat moet wel, omdat de parallellen in hun levensgeschiedenissen te frappant zijn. Zo is zelfs het kruis geen exclusief christelijk attribuut: Marcus Antonius voerde een wassen beeld van de vermoorde Caesar rond, bevestigd aan een tropaeum, een T-vormige houten constructie waaraan normaliter de wapens van de overwonnen vijand werden opgehangen.
‘In eerste instantie denk je: dit is helemaal niets, dit kan niet waar zijn, dus ik schuif het terzijde’, merkte de Leidse rechtsfilosoof dr. Andreas Kinneging op in het Radio 1 Journaal van 24 december. ‘Maar ik moet u zeggen dat ik na lezing geheel van mening veranderd ben. Volgens mij is dit het boek van het jaar 2002!’ Ook Kinnegings collega mr. Paul Cliteur, pas benoemd tot hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap, nam het voor het boek op. Zijn column in het tv-programma Buitenhof van 1 december wijdde hij aan Carotta’s ‘ontdekking, die de hele cultuurgeschiedenis omver gooit’. ‘Even kijken wat er allemaal gaat veranderen. In de troonrede bidt de majesteit om hulp van Caesar, Balkenende leidt voortaan het Caesaristisch Democratisch Appel en Rouvoet de CaesarUnie.’ Cliteur heeft het geweten. Hij werd onder meer door de Nijmeegse classicus Antoon van Hooff per mail gekapitteld:’Ook gij, Paulus? Jij, mederepublikein, rationalist, verdediger van de westerse wetenschap, jij gelooft in het kruidenvrouwtje Carotta?’ In kringen van Leidse oudhistorici en nieuwtestamentici klinken soortgelijke geluiden. Prof.dr. Henk Jan de Jonge: ‘Als ik Cliteur was, beperkte ik me tot het terrein van mijn eigen deskundigheid. Zijn verdediging van het boek van Carotta is weerzinwekkend. Er staan niets dan klinkklare nonsens in, ongefundeerde speculaties op basis van toevallige overeenkomsten tussen de weergaves van het leven van Julius Caesar en Jezus. Zo kun je nog veel meer parallelle levens construeren.’ Hoewel Carotta zegt het historische bestaan van Jezus niet te betwijfelen – Jezus heette alleen Julius Caesar – valt hij natuurlijk wel degelijk de basis van het christendom aan. Volgens De Jonge ketst de aanval echter af op de consensus in de wetenschappelijke gemeenschap. ‘De historiciteit van Jezus is zeker, naar de strengste normen van de wetenschappelijke geschiedschrijving. Ik zou voor geen enkel woord van Jezus in de evangeliën mijn hand in het vuur willen steken, maar dat hij heeft bestaan staat vast met honderd procent onaanvechtbare zekerheid. Er zijn drie onderlinge onafhankelijke bronnen voor: de brieven van de apostel Paulus, de evangelist Marcus, en de bron Q, waaruit de evangelisten Lucas en Matheus hebben geput. Ook over zijn boodschap in grote lijnen bestaat eenstemmigheid: dat het oude tijdperk ten einde liep en hij een nieuwe periode aankondigde.’ Carotta verdient in De Jonge’s ogen daarom ‘geen seconde aandacht’. ‘In ons vak word je ongeveer drie keer per jaar opgeschrikt door een hype. Vorige keer was dat de zogenaamde vondst van de botten van de broer van Jezus, Jacobus. Als we ons daarmee gaan bemoeien, komen we niet meer aan ons werk toe.’ De Jonge staat als theoloog en fervent bestrijder van het atheïsme misschien nog onder de verdenking het christendom te willen beschermen. Maar hoe staat het met Henk Versnel, oudhistoricus van naam en faam, die in het verleden de strijd aanbond met theologen als H.W. Kuitert die kost wat kost historische werkelijkheid in de Bijbel probeerden terug te vinden. ‘Dit is een verzameling apekool’, zegt hij met de van hem bekende stelligheid. ‘Het is te vergelijken met de negentiende eeuwse theorie dat de Odyssee in Zeeland speelde omdat Circe naar Zierikzee verwees.’ De wetenschappelijke consensus over Jezus’ bestaan is voor hem veel minder zeker dan voor De Jonge. ‘De communis opinio is dat er geen communis opinio over zijn historiciteit bestaat. Uiteindelijk geloof ik dat het haast niet mogelijk is zo’n cultus op te hangen aan een fantasiefiguur. Jezus was waarschijnlijk een van de zeer vele wonderdoeners die er in die tijd rondgingen. Hij had een bepaalde overtuiging, benadrukte de joodse cultuur en identiteit tegenover de Romeinse en gaf een eigen interpretatie van het Oude Testament.’ En Romeinse trekken in het Evangelie aanwijzen mag best. ‘Ik heb zelf geprobeerd aan te tonen dat het plaatsvervangend lijden in de brieven van Paulus ontleend is aan een heidense, namelijk Romeinse gedachte. Dat is me door de nieuwtestamentici ook niet in dank afgenomen.’
Maar dan moet het wel deugdelijk onderzoek zijn. ‘Carotta noemt zich taalkundige, maar hij presenteert een soort middeleeuwse taalkunde waarin gelijkenissen al voldoen bij wijze van verklaring. Dat Galilea van Gallië komt, Kafarnaüm van Corfinium en Judea van Ionië, zoals Carotta beweert, is volstrekte onzin. Dat zijn allemaal prachtige Aramese en Israelitische namen.’ Veel meer dan wat bladeren in het boek heeft hij niet gedaan, zegt hij. ‘Toen wist ik wat voor vlees ik in de kuip had. Ik pieker er niet over het echt te gaan lezen. Dat is het ergste wat je van me kunt vragen. Cliteur, die ik altijd graag lees, moet een vlaag van verstandsverbijstering hebben gehad. Hij ziet waarschijnlijk te graag bewezen dat het christendom wetenschappelijk onhoudbaar is.’ Paul Cliteur zelf ondertussen verbaast zich over de heftige bewoordingen waarin de Carotta-tegenstanders zich uitdrukken. ‘De reacties zijn af en toe bij de spinnen af. Ik heb ook wel mijn kanttekeningen bij het boek. Het zou bijvoorbeeld sterker zijn geworden als er concurrerende theorieën aan bod waren gekomen. Maar ik schrik niet terug voor een wilde hypothese en het bewijs voor het bestaan van Jezus lijkt me niet overtuigend. Als onafhankelijk publiek intellectueel heb je de plicht er onbevangen naar te kijken. En dat mis ik bij de tegenstanders. Hun reactie doet me denken aan het wetenschapsfilosofische werk van Thomas Kuhn: als wetenschappers eenmaal een bepaald paradigma omarmd hebben, willen ze dat niet meer bloot stellen aan kritiek.’ ” [zo ver Mare]

Dus Paul Cliteur beschouwt de Carotta-nonsens als een waardevolle paradigma-shift in de wetenschap.

Dat is het wat me  zo stoort aan Cliteur c.s.: wel religiekritiek, maar veel te veel obsurantisme en veel te weinig scepticisme.

Lees ook het Carotta-debat in MARE.Vandaag verschijnt de volgende column van Anton van Hooff in de Gelderlander:

Toegevoegd op 13 november:

Val van CliteurWaar maak ik me toch kwaad om? Weer is de ‘theorie’ opgedoken dat Jezus van Nazareth eigenlijk Julius Caesar is. Het idee is opgekomen in het brein van de Italiaanse ex-seminarist Francesco Carotta. Elk gezond verstand herkent meteen de pseudowetenschap à la Von Däniken, volgens wie buitenaardse wezens in de prehistorie de aarde hebben bezocht. Echte wetenschap begint met een aannemelijke theorie. Zo is de theorie dat apen van mensen afstammen niet erg waarschijnlijk. Ook de veronderstelling dat de Eiffeltoren in Londen staat, is geen onderzoek waard. Maar wetenschappelijke charlatans slaan de fase van een deugdelijke werkhypothese gewoon over. Zij beginnen meteen met hun ‘bewijsvoering’. Zit ‘Londen’ niet in ‘Eiffeltoren’? De oplettende lezer merkt natuurlijk meteen dat die constatering niet helemaal klopt. Maar dat is ook zo met de argumenten van nepwetenschappers. Jezus Christus en Julius Caesar beginnen allebei met een J en C. Die toevallige overeenkomst gaat alleen in het Latijn op, niet in het Grieks, de taal van het Nieuwe Testament. Daarin is de eerste letter van Christos een chi, geschreven als X. En als die overeenkomst er al was, wat dan nog? Ook Johan Cruijff en Job Cohen beginnen met een J en een C. Ja, maar er zijn zo veel van zulke toevalligheden. Daar gaan we: Jezus wordt in de Jordaan gedoopt en Caesar trekt de Rubico over. Beiden worden door een vriend verraden, respectievelijk door Judas en Brutus. En lijkt Galilea, waar Jezus preekte, niet verrassend veel op Gallia, dat Caesar veroverde? En als je de medeklinkers van Pilatus door elkaar gooit krijg je Lepidus. Evangelist Marcus moet wel aan ernstige dyslexie hebben geleden. Denkt u niet dat ik expres de zwakste argumenten heb uitgezocht. Ze waren de allersterkste die televisiemaker Jan van Friesland mij vijf jaar geleden voorlegde. Vergeefs heb ik deze ex-priester van Carotta’s dwaalleer proberen af te brengen. Hij heeft in de afgelopen jaren een filmdocumentaire gemaakt om Carotta’s gelijk te bewijzen. Deze productie, godbetert gefinancierd door het productiefonds van de publieke omroepen, wordt door de VARA uitgezonden – Marx draait zich in zijn graf om: nu krijgt het volk de opium van een vals geloof toegediend. Door zijn contacten had Van Friesland niet alleen geld voor zijn geloofsfilm, hij kreeg ook een maximale publiciteit voor de voorvertoning op 2 november. Die werd door leerlingen van het Piter Jelles Gymnasium in Leeuwarden bijgewoond. De film laat namelijk zien dat Carotta’s leer ‘zelfs’ op een gymnasium wordt geleerd. Op dat soort bevestiging zijn pseudowetenschappers tuk. Aan de ene kant schoppen ze tegen de ‘gevestigde’ wetenschap, maar ze zijn dolblij als iemand van die kant hen steunt. Zo liepen in 2002 enkele vooraanstaande intellectuelen in val. Via alle media hebben Paul Cliteur en Thomas von der Dunk, columnist van deze krant, verkondigd dat Carotta een bom onder het christendom had gelegd. Paul Cliteur, de zelfbenoemde kampioen van de Verlichting, wordt in de Metro van 29 oktober 2007 aangehaald: Carotta´s ontdekking overtreft die van Newton en Darwin. “Ben je nog steeds in Carotta, Paul?” mailde ik hem plagerig. Zijn reactie? Schelden: “ Je bent een stalker.” Wie heeft het meeste recht om kwaad te zijn? ———————————————————————————————

Er heerst nu verwarring of Cliteur Carotta heeft vergeleken met Newton en Galilei ( zie ook Pieter Steinz) , of met Newton en Darwin. Ik hou het voorlopig op dat Carotta én Jezus Christus, én Newton én Galilei én Darwin is.

In een hilarisch artikel betoogt Jacques Kraaijeveld dat het “geen toeval kan zijn” dat zo veel beroemde mensen de initialen JC hebben, zoals Jezus Christus en Julius Cesar…..

 

Maria Trepp

 

 

Building Bridges: Piet Hein Donner over the ‘Clash Within’

21 comments

Vandaag sprak Piet Hein Donner in het mooie Leidse rechtengebouw ( Kamerlingh Onnes-gebouw)  op het seminarium Towards Building Bridges of Understanding between the West and the Islamic World.
Donner is zeker geen man die boven elke kritiek verheven is, maar het moet gezegd dat hij de dialoog met anderen culturen en religies zoekt, iets wat hem gehaat maakt bij de Edmund Burke Stichting (en ik heb op het seminarium ook geen van de Leidse Burke-juristen gezien, niet Cliteur, Kinneging, Ellian en ook niet hun godfather Bolkestein. Misschien waren ze er wel, maar volgens mij hebben zij niet veel op met bruggen bouwen, al gebeurt het in hun eigen gebouw). Donner is volgens Cliteur zelfs een voorbeeld van decadentie (Tegen de decadentie, p. 83) en voor Bart Jan Spruyt  is Donner een voorbeeld van een “virulente”(!) vijand van binnen (De toekomst van de stad, p.63). Hoe ver rechts sta je eigenlijk als je nota bene Donner als een voorbeeld van decadentie en virulente vijand noemt??
Donner is een “virulente vijand ” voor de Schmittianen van de Burke Stichting, omdat hij de dialoog met anderen zoekt, en omdat hij zich zeer bewust is van onze onderlinge afhankelijkheid.

Donner noemde vandaag de veelbesproken botsing van de beschavingen, en zei dat volgens hem niet zo zeer sprake was van een botsing tussen de culturen als veel meer van een “Clash within“. Een botsing tussen hen die diversiteit willen en hen die de “essentie” en puurheid van de eigen cultuur willen bewaken.
Het Platoonse essentialisme van Cliteur c.s. heb ik elders al beschreven ( zoek op mijn blog of voor uitgebreide informatie in mijn Burke-documentatie, link rechts boven) , daarom nu liever nog wat over “The Clash within””
The Clash within, die Donner noemde, is ook de titel van een boek van Martha Nussbaum, over religieus extremisme in India.

In dit boek schrijft zij:
We do see a ‘clash of civiliza­tions’ in India. It is not the one depicted by Samuel Huntington, be­tween a democratic West and an antidemocratic Islam. It is instead a struggle between two “civilizations” in the nation itself. One civiliza­tion delights in its diversity and has no fear of people who come from different backgrounds; the other feels safe only when homogeneity reigns and the different are at the margins. One sees the unity of the nation as consisting in moral and political principles affirmed by people who differ by religion, region, and ethnicity; the other sees unity as consisting in the soil of the motherland and in the majority’s undivided allegiance to a single religious/ethnic culture. One sees richness in inclusiveness; the other finds inclusiveness messy, unmanly, and humili­ating. When people say, “India is just not like that,” they mean that the inclusive, curious, argumentative, slightly chaotic India they know could never put up for long with the herdlike conformity imposed by a monolithic ideology of hatred, intolerance, and violence. They mean, too, that the very traditions of Hinduism, with its plethora of gods and rituals, its regional variety, its tolerance, its color and sensuousness, strongly militate against the imposition of an aggressive, quasi-fascist culture imported from 1930s Europe to fill a perceived void in the In­dian psyche. Such a culture just cannot gain a lasting foothold in India. Or so the people belonging to the first “civilization” believe. The re­cent election supports their contention. The “clash of civilizations” exists in every modern democracy. All contain individuals and groups that hate people who look different, who want to blame the nation’s problems on “outsiders,” who seek a constructed homogeneity as the source of a nation’s strength. Most also have elements that conceive of the nation’s unity as ethical and po­litical, and as embracing all its diverse inhabitants.” ( p. 332)

Meest recente berichten