Wetenschap Kunst Politiek

Bart Jan Spruyt, Leo Strauss, Spinoza en het zionisme

no comment

Onder Nederlandse intellectuelen woedt niet alleen een strijd over de correcte Koran-interpretatie, maar ook over de correcte Spinoza-interpretatie. Was Spinoza wel de radicale atheïst waarvoor hij nu door de Jonathan-Israël-brigade versleten wordt? En zo ja, is zijn argumentatie dan geldig?

Bart Jan Spruyt, directeur/secretaris van de Burke Stichting heeft zich vorig jaar ook over de kwestie Spinoza gebogen.
In een artikel met de gecompliceerde en haast onbegrijpelijke titel: “Marianne en Mohammed met de fasces. De noodzaak van een aangescherpte handhaving van onze sobere ordening “ ( In: Marcel ten Hooven/ Ongewenste goden, 2006) schrijft hij:

“Het debat over politiek en religie diende zich aan bij het geboorteuur van de moderniteit, en heette toen het theologisch-politieke probleem. Als term is de kwestie gemunt door Baruch Spinoza (1632- 1677). Zoals bekend ontwierp Spinoza een strategie om samenleving en cultuur uit dogmatische verstarring en politieke knechting te bevrijden. Het ging hem om de rechten die iedereen heeft ‘krachtens de natuur en als staatsburger’, om ‘de vrijheid van denken’ en om ‘de vrijheid om te zeggen wat men denkt’. De religiekritiek vormde een belangrijk onderdeel van die strategie: door het gezag van de openbaring genadeloos op de korrel te nemen wilde Spinoza de samenhang tussen theologische waarheidsaanspraken en politieke machtsaanspraken ontmantelen, en daarmee de basis leggen voor de moderne, liberale democratie als seculiere samenleving waarin de vrijheid van denken, spreken en handelen centraal staat. Kritiek op (de christelijke en Joodse) religie bracht als vanzelf ook een afwijzing van de klassieke traditie met zich mee.
Was Spinoza’s kritiek behalve succesvol ook gegrond? Dat is de vraag die de eveneens joodse filosoof Leo Strauss (1899 – 1973) zich stelde. Dat Strauss zich zo intensief met Spinoza heeft beziggehouden, heeft alles te maken met de sympathie die hij gedurende een aantal (van zijn jonge) jaren heeft gekoesterd voor het zionisme. De religiekritiek van Spinoza mondde uit in een keuze voor een minimale conceptie van het geloof als naastenliefde. Omdat die naastenliefde, een algemeen aanvaard principe, de essentie van het geloof vormt, bestond er voor de uitzonderingssituatie van de galut (ballingschap) en de sterk ritualistische manier van leven daarbinnen, geen reden meer. Joden konden hun afgezonderde bestaan om die reden opgeven, en als zij dat zouden doen, zouden zij volgens Spinoza zelfs naar het heilige land kunnen terugkeren. ‘Als de grondslagen van hun godsdienst hun geestkracht niet zouden doen verslappen, zou ik absoluut geloven dat zij [Spinoza’s joodse tijdgenoten; BJS] eens – want zo veranderlijk zijn de menselijke zaken – hun staat weer zouden oprichten en dat God hen opnieuw zou verkiezen’. Maar in hoeverre is dit politieke zionisme nog legitiem wanneer het gebaseerd is op een ontkenning van de traditie die de hoop en het verlangen naar Israël had verwekt en levend gehouden? En wat is precies de relatie tussen Spinoza’s kritiek en die traditie? Was die traditie werkelijk weerlegd of had zij uiteindelijk geen hout gesneden – ondanks haar latere succes? Volgens Strauss presenteerde Spinoza zijn kritiek als het resultaat van een eerlijke poging om de oorspronkelijke betekenis van de Bijbelse leer te herstellen. Maar deze ogenschijnlijke poging tot een herbronning verborg in feite een kritiek op de bron zelf. Dat is een van de belangrijkste kernen van het moderne project: ook Machiavelli had zijn offensief tegen de traditie ingekleed als een terugkeer tot de traditie toen hij zijn pleidooi voor ‘nieuwe wetten en maatschappelijke structuren’ aanbood in de vorm van een commentaar op de eerste tien boeken van Livius. Spinoza redeneerde vanuit de conclusies die hij in zijn Ethica al had bereikt, en die onder andere de logische onmogelijkheid van een openbaring inhielden. De bijzondere gebeurtenissen, wonderen, daden en profetieën zoals die in de Bijbel staan opgetekend, zijn onwaarschijnlijk en ongeloofwaardig, zowel op zichzelf als door de lange overlevering. Om die reden kunnen zij niet worden beschouwd als de basis van een religie die zich op een openbaring baseert. Het is dus niet zo dat Spinoza’s kritische Bijbelwetenschap, verpakt als een terugkeer naar de bronnen, zijn religiekritiek had ingegeven, maar andersom: zijn rationalistische religiekritiek had de voorwaarden voor zijn Bijbelwetenschap geschapen en die kritiek daarmee mogelijk gemaakt. Een van de belangrijkste voorwaarden was natuurlijk de mogelijkheid om een belangrijke hermeneutische beslissing te nemen door de Bijbel als een literaire tekst te onderwerpen aan een literaire kritiek, volgens de maatstaven die gelden voor de interpretatie van welke tekst dan ook. Met andere woorden: de manier waarop Spinoza de Bijbel wilde lezen veronderstelde al bij voorbaat de ontkrachting van het orthodoxe standpunt dat hij met die lectuur wilde bereiken. Hij maakte zich daarmee dus schuldig aan een cirkelredenering, een petitio principii: hij veronderstelde wat hij wilde aantonen. Om die reden zijn de resultaten van de Bijbelkritiek, hoe succesvol die ook zijn geweest, alleen geldig binnen de cirkel van het volstrekte vertrouwen in de genoegzaamheid van de menselijke rede. Maar binnen de cirkel van de orthodoxie is dit vertrouwen juist afwezig, omdat men er daar vanuit gaat dat de rede inherente gebreken heeft en daarom de aanvulling, correctie en vervolmaking van een bovenmenselijke openbaring nodig heeft. Beide partijen in het conflict beroepen zich daarmee op een premisse die uitsluitend in zichzelf is gefundeerd, en die als zodanig wordt geloofd. Het succes van moderne Bijbelkritiek, hoe aanvechtbaar ook, is vooral te danken aan de bijtende spot waarmee die altijd gepaard is gegaan. ‘Deze kritiek [van Spinoza c.s.; BJS] heeft slechts kans van slagen, niet als directe argumentatie, maar enkel dankzij de spot, die de argumenten kruidt en slagkracht verleent. De rede moet ‘geest’ worden om haar meer dan koninklijke vrijheid, haar onwrikbare soevereiniteit actief te kunnen ervaren. Met de aanloop van de lach springt zij over de beperkingen heen die zij niet zou kunnen overwinnen wanneer zij er met de kloeke tred van de argumentatie tegen zou oprukken. Maar al het zelfbewustzijn van de Verlichting kan niet doen vergeten dat deze voor haar typische, historisch zo efficiënte kritiek de kern van de openbaring niet bereikt, maar enkel kritiek vanuit de consequenties is, en daarom aanvechtbaar.’”

Zo ver Leo Strauss en Bart Jan Spruyt. Dus voor Leo Strauss en Bart Jan Spruyt kan Spinoza gewoonweg niet zuiver redeneren. Toch haast Spruyt ( die het partijprogramma van Wilders heeft geschreven) zich te zeggen, dat hij geenszins van mening is, dat ook de moslims de vrijheid moeten hebben hun boeken zo fundamentalistisch te lezen als hij het doet. Welnee- religievrijheid ja, maar niet voor iedereen: “Moderne westerse democratieën leggen zich vooral toe op ‘secundaire impulsen’ als de arrangementen van de verzorgingsstaat en de zichzelf opgelegde plicht alles en iedereen te helpen, te steunen en te ‘bevrijden’. Zij hebben daarbij de neiging de primaire impulsen – veiligheid en orde, familie en gezin, geloof en moraal, demografische ontwikkelingen – te verwaarlozen. Zij zien meer in praten en een beetje op weg helpen dan in het stellen van grenzen, en versluieren reëel bestaande conflicten liever dan dat zij die onder ogen zien. Zij zijn een beetje trots op hun eigen kwetsbaarheid, en denken dat iedereen hen om hun zachtheid en eindeloze vriendelijkheid wel aardig zal gaan vinden. Maar er zijn tijden van conflict waarin we ons ineens realiseren dat dit alles een illusie is, tijden waarin de geschiedenis terugkeert en weerbaarheid geboden is. En weerbaarheid vraagt om sterke muren.”

Geef mij maar de naastenliefde van Spinoza, inclusief een staat Israël die zich niet op goddelijke rechten beroept en muren bouwt.

Tags: ,

No Responses to “Bart Jan Spruyt, Leo Strauss, Spinoza en het zionisme”

  1. Wim Duzijn schreef:

    Avatar van Wim DuzijnEigenlijk zou je intellectuelen moeten verplichten hun ellenlange betogen samen te vatten in een paar woorden. Het intellectualisme van mensen die zich bezighouden met zaken die in wezen niet redelijk zijn (redelijk hier gezien als vatbaar voor kritiek) is zelden meer dan dan schijnintellectualisme, woordenkakkerij die met name door de Amerikaanse socioloog C. Wright Mills werd aangevallen en belachelijk gemaakt.

    Het probleem van elke quasi-intelectueel is dat hij zijn status ontleent aan de hoeveelheid woorden die hij weet te produceren. In academische kringen geldt dan ook vaak de stelregel dat een acadenicus die weinig publiceert niet serieus genomen kan worden. Hetgeen betekent dat we verzuipen in de woorden en niets meer begrijpen van de simpele aanbevelingen van pessimisten die ons toeroepen dat we naar eenvoud moeten streven.

    De strijd tussen eenvoudige pessimisten en opschepperige, aan woorden verslaafde optimisten is in de religie (ook de religie van ‘Het Boek’) best wel terug te vinden. Maar aan woorden verslaafde warhoofden zullen daar nooit op wijzemn, omdat de statusbouwer alles bewondert, behalve naar eenvoud strevend pessimisme.

    De opschepperige woordverslaafde houdt niet van ‘zijn naaste’. De opschepper houdt van zichzelf. Daarom kun je met hem geen serieus gesprek aangaan. Ernst betekent loslaten. Maar de opschepper wil net loslaten, hetgeen vaak tot het komische resultaat leidt dat hij zichzelf vergroot door te eisen dat anderen van alles afstand doen. Je ziet dat ook bij zionisten. Zij zelf wanen zich God en je moet het niet wagen hun grootheidswaan te veroordelen (dan word je op een zeer ouderwetse wijze tot duivel uitgeroepen). Tegelijkertijd eisen ze van de moslims dat ze volledig afstand moeten doen van ‘hun achterlijke geloof’.
    Kinderachtig gezeur voor diegenen die de wereld van de schijn van zich afgeworpen hebben: ‘christenen’ in de ware zin van het woord, omdat het evangelie weinig meer is dan een oproep de vals-formalistische wereld van de schijnvroomheid en de schijnheiligheid te verlaten en te kiezen voor de simpele principes waar de grote woorden naar verwijzen.
    Precies zoals jij zegt: geef mij maar naastenliefde – daar heb ik meer aan dan aan een ‘heilig goddelijk land’.

  2. peter louter schreef:

    Avatar van peter louterEr valt bij Spinoza wel eens een spottende opmerking. Maar zijn bijbelkritiek is gebaseerd op gedegen tekstanalyse.
    In feite toont Spinoza aan dat de Bijbel gods woord niet kan zijn, maar de teksten bevat van geïnspireerde schrijvers en predikers.

  3. maria schreef:

    Avatar van mariaPeter, ja, gedegen tekstanalyse bij Spinoza, inderdaad.

    Wim: over gelul: ( maar goed ik maak me er ook schuldig aan) : in mijn boekenkast staat de verzameling van dada-gedichten "Het woord is machteloos", voorgelezen in Leiden nog kort geleden zie ook http://www.volkskrantblog.nl/bericht/133687

    Toevallig heeft een vriendin een foto van mij gemaakt waar ook deze bundel op zichtbaar is- morgen meer hierover….

    En Mozes-Egyptenaar ben ik ook aan het voorbereiden.
    Reactie is geredigeerd

  4. Laurens schreef:

    Avatar van LaurensTerug uit Berlijn, was heerlijk! Als ik bijlees wat hier het nieuws heeft bepaald heb ik bar weinig gemist…
    Het citaat over weerbaarheid en het bouwen van muren staat voor mij ook even in een apart daglicht trouwens (Checkpoint Charlie…)

  5. maria schreef:

    Avatar van mariaHoi Laurens, inderdaad.. de muur. Zo merkwaardig in Berlijn, bijna geen sporen meer van.
    Ik ben er vorige week ook geweest, en heb nu bezoek van mijn Berlijnse zus.
    Het beste boek en grappigste over de val van muur: Thomas Bruessig, "Helden zoals wij".
    Reactie is geredigeerd

  6. ben van rooij schreef:

    Avatar van ben van rooij@Maria,
    Interessant maar lastig te lezen.
    …weerbaarheid vraagt om sterke muren…
    Is dat geen contradictie?

  7. maria schreef:

    Avatar van mariaBen , sorry voor de leesbarheid.

    Ja , je hebt gelijk, het is een contradictie.
    Dick Pels heeft het heel goed verwoord in "Een zwak voor Nederland", dat echte sterkte juist ook zachtheid en openheid betekent.

  8. Frans van Dongen schreef:

    Avatar van Frans van Dongenprof. Israel heeft een aantal boeken geschreven. In deze discussie is "The Enlightenment Contested" van belang. Israel betoogt in dit boek, dat de verlichting -dat wil zeggen de radicale verlichting- eigenlijk begonnen is in de zeventiende eeuw met Spinoza, die door zijn tijdgenoten als atheist werd beschouwd.
    Wat betekent dat voor onze tijd ?
    Mijns inziens het volgende:

    ATHEISTISCH MANIFEST:

    1:Een volledige scheiding van kerk en staat
    2:Alleen openbaar onderwijs
    3:Nergens in de openbare ruimte mag welke godsdienst dan ook geafficheerd worden
    4:Geen nieuwbouw van kerken, moskeeën, synagoges e.d. (bestaande worden gerespecteerd)
    5:Afschaffing van artikel 23 van de grondwet
    6:Religieuze bijeenkomsten verbieden voor minderjarigen
    7:De overheid dient min of meer dezelfde houding aan te nemen tegenover religie als tegen roken: Niet verbieden, want het is de individuele verantwoordelijkheid van de burger,….maar wel zo veel mogelijk ontmoedigen en zo veel mogelijk op de gevaren ervan wijzen

    SECULIERE PARTIJ NEDERLAND ?
    Vindt u ook dat de religieuzen, nl de christenen, de islamieten en de joden een steeds grotere mond krijgen ? Ze vinden dat we onze maatschappij volledig moeten baseren op hun overtuiging. Er gelden zelfs een flink aantal wetten voor hen, die niet voor u of voor mij gelden.
    Valt het u ook op, dat de problemen in ons land in toenemende mate gaan over geloof ? Bent u ook van mening, dat we hard toe zijn aan een flink stuk secularisatie ?
    En dat het hoog tijd wordt voor een volledige scheiding van kerk en staat (bijvoorbeeld alleen maar openbare scholen) ? Vindt u ook niet dat het logische vervolg op ons Manifest een "Seculiere Partij Nederland" is ?

    ga naar atheistischebeweging.nl

    Frans van Dongen

  9. maria schreef:

    Avatar van mariaZie ook mijn Jonathan Israel-blog http://www.volkskrantblog.nl/bericht/146538

    Frans van Dongen, in welke relatie staat jouw atheistisch manifest tot het van A M van Herman Philipse?

    Reactie is geredigeerd

  10. Frans van Dongen schreef:

    Avatar van Frans van DongenGeen relatie, behalve in ideologisch opzicht.
    Wij baseren ons wat meer op Plato, Freud en Nietzsche. Ook zijn we wat meer politiek gericht. Veel mensen (Philipse, Cliteur en jijzelf misschien ook) zijn bezig met ideeen- vorming en ideeenbespreking. Prima overigens. Ik probeer in de politieke zin wat praktischer te zijn.
    Ik denk dat het tijd is voor een seculiere partij. We moeten ons niet verliezen in een soort wedstrijd over wie het mooist kan spreken over Atheisme, Secularisatie enz. We moeten praktisch aan de slag, Geen woorden maar daden, Als wij -de atheisten- ons niet aaneensluiten, dan doen de religianten dat wel. En dan hebben zij de macht. Terwijl wij discussieren bevolken zij kabinet en parlement.
    Nu is het meer dan ooit tijd voor een "Seculiere Partij Nederland"

  11. maria schreef:

    Avatar van mariaIk blog morgen over jouw manifest en het manifest van Philipse in vergelijking.

Leave a Reply



Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief