Wetenschap Kunst Politiek

Nihilisme en transcendentie

51 comments

Een geliefd scheldwoord van de neocons  voor hun vijanden is “nihilist”. Ellian en Cliteur veronderstellen bijvoorbeeld in het voetspoor van Leo Strauss, dat “de“ postmodernen of multiculturalisten geen waarden en normen hebben. 
Zou men mij een nihilist noemen, dan ben ik het daarmee niet helemaal oneens. “Nihilisme” betekende namelijk oorspronkelijk haat tegen verstikkende en hypocriete burgerlijke conventies (dit heb ik van Michael Ignatieff, The lesser evil, p. 115; een belangrijk boek over politiek en nihilisme).

Rüdiger Safranski, die ik zeer waardeer, schrijft over nihilisme en transcendentie:“De shock van de ervaring van de contingentie [toevalligheid, MT] bestaat eruit dat een bewustzijn ontdekt dat het zelf betekenis sticht en dat het zijn (de natuur) daarom van zich uit als onbetekenend, als zinloos verschijnt. Het zingevende bewustzijn voelt zich dus eenzaam te midden van een van zin verstoken natuur. Dat jaagt hem [haar, MT] schrik aan. “(Nihilisme en transcendentie,  p. 21)

Een nihilisme dat zichzelf serieus neemt en de leegte niet met valse nieuwe zekerheden of allerlei geruststellende consumentistische gedragingen  probeert te ontlopen, eindigt volgens mij haast “vanzelf” in een transcendentie van het nihilisme.

Safranski:“De mens is een wezen dat kan transcenderen, dat wil zeggen boven zichzelf kan uitrijzen; een wezen waartoe behoort dat het niet aan zichzelf toebehoort. Voor dit transcenderende vermogen bestaan oneindig veel uitdrukkingsvormen. Maar vermoedelijk is transcenderen wel steeds verbonden et de verbazing dat er zijn is, en niet veeleer niets. Uit die speelruimte van het transcenderen ontstaan cultuur en wetenschap en de verantwoordelijkheid voor het leven in zijn geheel, en niet alleen voor het eigen ik. Uit die speelruimte van het transcenderen zijn ook de religies ontstaan. Religies zijn pogingen, de transcendentie, datgene waarheen we kunnen transcenderen,een bepaald gezicht te geven. Het cultureel bindende van ons christelijk-westerse godsbeeld lijkt uitgeput- de plaats van de transcendentie is daarom in zeker zin leeg, althans voorlopig. Maar het vermogen om te transcenderen blijft bestaan, je kunt jezelf open blijven stellen en de verkommering van een eendimensioneel bestaan afweren. Een eendimensioneel bestaan is een verraad aan jezelf omdat het ‘zelf’ als scheppende kracht meer is dan de op een bepaald moment verwerkelijkte gestalte. Een ‘lege’ transcendentie hoeft niet erg te zijn. Misschien vervult ze ironisch genoeg zelfs het diepreligieuze gebod: ‘Gij zult u geen gesneden beeld maken!’. Niet alleen van God, ook van de mens mag je geen beeld maken. Transcendentie betekent ook: dat de mens voor zichzelf een raadsel blijft.” ( p. 32)

Ik laat het hierbij, en ga op andere aspecten zoals nihilisme en humanisme; nihilisme en solidariteit (Camus);  en nihilisme en spiritualiteit (Zen) in op latere blogs of in de discussie hieronder

De letterlijke interpretatie van teksten

32 comments

Openbare koranexegese… het is een leuke hobby geworden van een groeiende groep mensen. Het huidig artikel van Fadoua Bouali ‘De Koran respecteert afvalligheid’ is een nieuwe bijdrage aan deze openbare discours van de Koraninterpretatie . “De Koran respecteert afvalligheid” ( de titel van haar column) is naar mijn mening niet echt nauwkeurig geformuleerd. Een boek kan noch respecteren noch haten.“Veel moslims respecteren afvalligheid, en zien zich daarin gesteund door koranteksten” zou een betere formulering zijn.

Ik vind het zeer amusant dat verlichtingsfundamentalistisch rechts koste wat het kost de Koran letterlijk wil en moet interpreteren. Voor de fundamentalistische neocons is het de tekst, en de tekst alleen. Dat teksten alleen leven door contexten en door interpreterende mensen, die teksten altijd lezen met een ideologische bril op, dat wil bij fundamentalistisch rechts net zo weinig in als bij de moslimfundi’s . De filosoof Paul Cliteur, die keer op keer beklemtoont dat de Koran letterlijk moet worden gelezen, heeft ooit ook een huzarenstukje geleverd in de letterlijke lezing van George Bernard Shaw en heeft zijn eigen letterlijk interpretatie daarmee onvrijwillig ad absurdum gevoerd. Gesteund door een absurde letterlijke interpretatie lukt het Cliteur om George Bernard Shaws satirisch artikel tegen de doodstraf Capital Punishment als argument voor de doodstraf citeren. (Moderne Papoea’s , p.117). Shaws artikel is een hoogironisch artikel tegen de doodstraf, in de vorm van een cynische en onnozele verdediging van de doodstraf. Het ironische van dit artikel blijkt onder meer ook uit het citaat dat Cliteur instemmend heeft overgenomen (“kill,kill,kill, kill!”) : in een artikel met de titel Capital Punishment zegt Shaw: “Do not punish them. Kill, kill, kill, kill, kill them”. En over hoe de doodstraf moet worden toegediend schrijft hij, en die ironie druipt ervan af: “The real problem is the criminal you cannot reform: the human mad dog or cobra. The answer is, kill him kindly and apologetically, if possible without consciousness on his part. Let him go comfortably to bed expecting to wake up in the morning as usual, and not wake up. His general consciousness that this may happen to him should be shared by every citizen as part of his moral civic responsibility.”Cliteur neemt dit serieus. Maar hoe kan hij als jurist überhaupt een dergelijke redenering verantwoorden, en bloedserieus en instemmend citeren?

Over de interpretatie van de koran en de bijbel heeft Abram de Swaan meesterlijk en komisch geschreven in zijn essay ‘De botsing der beschavingen en de strijd der geslachten ‘ (2006) , nu opgenomen in de bundel ‘Bakens in niemandsland’ (p.169 ff) . Hij maakt duidelijk dat noch de fundamentalisten noch de liberale moslims zich direct op de tekst kunnen beroepen.
Iedereen moet uiteindelijk voor zijn eigen interpretatie staan en argumenteren.

De Swaan: “Elk denkbaar standpunt in ethisch, theologisch of politiek opzicht laat zich [met hulp van de traditionele teksten] rechtvaardigen.Net zo goed kan een goed christenmens in alle oprechtheid tot de overtuiging geraken dat de bijbel hem gebiedt zijn allereigenste kinderen bloot te stellen aan een virus dat fatale kinderverlamming kan veroorzaken. Een diepvrome jood kan evenzo tot het besluit komen om biddende Palestijnen neer te schieten per dozijn, alles om strikt Talmoedische overwegingen. Weer een andere fanaticus haalt het op zuiver koranieke gronden in zijn hoofd om duizenden mensen in een vuurzee te laten verbranden. Al deze dwepers hebben dat in hun boek gelezen, en in de vele voetnoten die daar door de traditie aan zijn vastgebreid.
Dus gaat de westerse lezer kijken in het heilig boek, en vindt daar een pasage waarin ten strengste verboden wordt om kantoortorens op te blazen, althans zo leest hij die: ‘Gij zult uwe torens, noch uws naastens toren, noch zijne kantorens, noch de torens uwer vijanden doen vergaan tot as, gruis, en puin.’ Of iets dergelijks. De lezer schrijft een ingezonden stuk naar de krant waarin staat dat zoiets gemeens in geen gezond islamitisch hoofd zou opkomen en haalt de betreffende vindplaats aan. Maar hij heeft de commentaren over het hoofd gezien van een veertiende-eeuwse schriftgeleerde die op grond van andere passages in de koran de aangehaalde zinnen leest als een rechtstreekse aansporing om de torens en de kantorens van ongelovigen op te blazen. Aangezien het woord ‘vijanden’ zoals het hier verschijnt eigenlijk ‘verre vrienden’ betekent en ongelovigen dus van de bescherming van dit koranvers zijn uitgesloten.”

Rorty over wijsheid, imaginatie en Spinoza

21 comments
De in juni 2007 overleden pragmatische filosoof Richard Rorty was in 1997 Spinoza-hoogleraar in Amsterdam. In zijn rede Is it desirable to love truth? gaf Rorty kritiek op Spinoza. Spinoza is namelijk de denker van de rationaliteit. Spinoza heeft geen waardering voor metaforen of voor imaginatie. Rorty eindigde zijn eerste Spinozalezing met een definitie van wijsheid als het vinden van nieuwe metaforen en woorden. Hij stelt voor Spinoza te “transcenderen” (mij woordkeuze) in de richting van meer imaginatie: “To be wise, I would suggest, is to find a balance between our idiosyncratic fantasies and our dealings with other people, between the language in which we talk to ourselves about ourselves and the language which we use in talking to others about our shared vales. This proposal for a redefinition of wisdom has at least the following advantage: it gives us a reason for calling people like Socrates and Spinoza, Nietzsche and James ‘wise’. For these are people who managed to change our common language, to give us richer and more complex ways of speaking .They did so by finding ways of putting their own idiosyncratic vision into terms which the rest of us could pick up and use. They put forward metaphors and paradoxes which sounded strange, and perhaps crazy, to their contemporaries, but which later generations were able to literalize and thereby appropriate. Their wisdom consisted in finding a way of modulating between old ways of speaking and new ways of speaking, in such a way as to broaden our imagination and thus enrich our lives.  They were able to remain faithful to themselves and also to serve others, thereby bringing the private and the public together. To praise these men for this reason amounts to inverting Spinoza’s hierarchy [that is that reason has priority above imagination, M.T.] by giving imagination priority over intellect. This inversion is accomplished by saying that wisdom is not the ability to systematize and interrelate all of our beliefs, but rather the ability to find new words in which to say new things, to make paradox palatable by incorporating it in a new language-game. Defying Spinoza by giving more importance than he did to metaphor, imagination and history is, I think, the best way to appreciate his most important insight: that two incompatible descriptions of the same world may equally valuable, as long as they are treated as  tools for alternative purposes rather than as rivals.”

Tussen imaginatie en rationaliteit hoeft er dus geen tegenstelling te zijn, zowel kunst als ook wetenschap hebben zowel rationaliteit alsook imaginatie nodig.

maria trepp

Contemplatie: een roerloze dans/ T.S. Eliot

5 comments



In zijn essay over Spinoza en Einstein haalt de Amsterdamse Spinoza-hoogleraar 2007 Herman de Dijn een mooi gedicht van T.S. Eliot aan, in een vertaling van Herman Servotte. Het is een gedeelte van het eerste van de Four Quartets:

“Op het roerloze punt van de wentelende wereld. Vlees noch vleesloos
Van noch naar; op het roerloze punt, daar is de dans
Maar rust noch beweging. En noem het geen verstarring,
Waar verleden en toekomst verenigd zijn. Beweging van noch naar,
Stijgen noch dalen. Indien het punt er niet was, het roerloze punt,
Zou er geen dans zijn, en er is enkel de dans.
Ik kan enkel zeggen daar zijn we geweest maar ik kan niet zeggen waar.
En ik kan niet zeggen hoe lang, want dat is het plaatsen in tijd.
De innerlijke bevrijding van elk praktisch verlangen,
Verlossing uit actie en lijden, verlossing van innerlijke
En uiterlijke dwang, maar gehuld in
Gratie en zin, een wit licht roerloos bewegend,
Erhebung zonder beweging, concentratie
Zonder verwerping, een nieuwe wereld
En ook de oude verhelderd, begrepen,
In de voltooiing van zijn partiële extase,
En de verdwijning van zijn partiële gruwel.

[At the still point of the turning world. Neither flesh nor fleshless;
Neither from nor towards; at the still point, there the dance is,
But neither arrest nor movement. And do not call it fixity,
Where past and future are gathered. Neither movement from nor towards,
Neither ascent nor decline. Except for the point, the still point,
There would be no dance, and there is only the dance.
I can only say, there we have been: but I cannot say where.
And I cannot say, how long, for that is to place it in time.
The inner freedom from the practical desire,
The release from action and suffering, release from the inner
And the outer compulsion, yet surrounded
By a grace of sense, a white light still and moving,
Erhebung without motion, concentration
Without elimination, both a new world
And the old made explicit, understood
In the completion of its partial ecstasy,
The resolution of its partial horror.]


De Engelse tekst is mooier…

transcendentie

30 comments

Ik ben niet religieus. Ik ben wel spiritueel- religieus in die zin dat de profane en banale werkelijkheid mij niet interesseert, en ik naar transcendentie zoek. Niet transcendentie naar een God, maar een spirituele en existentiële verbintenis met andere mensen, levende en niet levende, en met hun ideeën.

Le spinozisme eudémoniste de Robert

Autonomie is voor mij niet het hoogste doel. “Interzijn”, transcendentie, dat vind ik belangrijk.
Maar voor de transcendentie die ik nastreef hoeven we niet buiten de Westerse cultuur te gaan kijken.

In feite is het Spinozisme een zeer interessante Westerse transcendentie-leer.

Hierover binnenkort meer..

Le spinozisme eudémoniste de Robert Le spinozisme eudémoniste de Robert

Het woord is machteloos/ Kurt Schwitters: An Anna Blume

no comment

Vanavond wordt Kurt Schwitters gedicht An Anna Blume voorgedragen in Leiden, op het waterpodium Vismarkt. Dit gedicht wordt ook dit jaar op een muur in Leiden aangebracht (adres is nog niet bekend). Ook verschijnt er vandaag de bundel ‘Het woord is machteloos’, een bijzondere verzameling dada-gedichten.

An Anna Blume

Oh Du, Geliebte meiner 27 Sinne, ich liebe Dir!
Du, Deiner, Dich Dir, ich Dir, Du mir, —- wir?
Das gehört beiläufig nicht hierher!
Wer bist Du, ungezähltes Frauenzimmer, Du bist, bist Du?
Die Leute sagen, Du wärest.
Laß sie sagen, sie wissen nicht, wie der Kirchturm steht.
Du trägst den Hut auf Deinen Füßen und wanderst auf die Hände,
Auf den Händen wanderst Du.
Halloh, Deine roten Kleider, in weiße Falten zersägt,
Rot liebe ich Anna Blume, rot liebe ich Dir.
Du, Deiner, Dich Dir, ich Dir, Du mir, —– wir?
Das gehört beiläufig in die kalte Glut!
Anna Blume, rote Anna Blume, wie sagen die Leute?
Preisfrage:
1. Anna Blume hat ein Vogel,
2. Anna Blume ist rot.
3. Welche Farbe hat der Vogel?
Blau ist die Farbe Deines gelben Haares,
Rot ist die Farbe Deines grünen Vogels.
Du schlichtes Mädchen im Alltagskleid,
Du liebes grünes Tier, ich liebe Dir!
Du Deiner Dich Dir, ich Dir, Du mir, —- wir!
Das gehört beiläufig in die —- Glutenkiste.
Anna Blume, Anna, A—-N—-N—-A!
Ich träufle Deinen Namen.
Dein Name tropft wie weiches Rindertalg.
Weißt Du es Anna, weißt Du es schon,
Man kann Dich auch von hinten lesen.
Und Du, Du Herrlichste von allen,
Du bist von hinten, wie von vorne:
A——N——N——A.
Rindertalg träufelt STREICHELN über meinen Rücken.
Anna Blume,
Du tropfes Tier,
Ich——-liebe——-Dir!

Oorlog en handel; Nederland en Mutter Courage

32 comments

Marjolein Februari eist in haar Volkskrant-column van vandaag een parlementair onderzoek naar gif- leveranties aan Irak. “In de jaren tachtig van de 20ste eeuw zijn door Nederlandse bedrijven chemicaliën geleverd aan Irak. De stoffen zijn gebruikt voor de aanmaak van gifgassen waarmee aanvallen zijn gepleegd op burgerdoelen, zoals de beruchte aanval in Halabja, waarbij grote aantallen slachtoffers zijn gevallen. Amerika vroeg Nederland indertijd dringend geen toestemming meer te verlenen voor de uitvoer van zulke stoffen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken was daarop bereid de uitvoer te verbieden; het ministerie van Economische Zaken lag ondanks buitenlandse en binnenlandse druk dwars.”

Eerder (6-5-2006) heeft Februari op de obscure handelingen van Bolkestein in de gifgas-affaire gewezen:
“Zodra de Iranoorlog begin jaren tachtig losbrandt is het ministerie van Economische Zaken meteen enthousiast over de financiële mogelijkheden ervan. Het wil graag samenwerken met het olierijke Irak, en eind 1983 reist Frits Bolkestein dan ook af naar Bagdad om een overeenkomst te tekenen. Bolkestein is op dat moment als staatssecretaris van Economische Zaken verantwoordelijk voor de buitenlandse handel. Volgens een verslag verklaart Bolkestein tijdens de ontmoeting met Saddam Hussein en Iraakse ministers dat die ontmoeting plaatsvindt ‘in een setting van sympathie voor het door drie jaar oorlog beproefde Iraakse volk’.

Erg leuk vind ik dat Februari vandaag uitvoerig schrijft over Mutter Courage van Bertolt Brecht, en dat Februari dit stuk gebruik voor haar analyse van thema oorlog en handel.

“Mutter Courage [..] is het verhaal van een marketentster die tijdens de Dertigjarige Oorlog, een godsdienstoorlog die in Europa woedt van 1618 tot 1648, haar handel drijft aan de rand van het slagveld. De soldaten moeten goede schoenen dragen, anders marcheren ze niet lekker, en ze moeten worst en wijn voorgezet krijgen om voldoende aangesterkt de afgrond van de hel tegemoet te lopen. ‘Kanonnen op een lege maag, kapitein, dat is niet gezond.’

Mutter Courage handelt er duchtig op los, hopende dat het nog maar lang oorlog mag blijven. Ze gelooft dat de oorlog haar geluk zal brengen, welvaart en winst, en ook als uiteindelijk al haar drie kinderen dood zijn, gelooft ze nog steeds dat ze zonder de oorlog niet zal overleven. Als het even vrede wordt, schrikt ze hevig. ‘Nee, net nu ik een nieuwe voorraad heb ingekocht!’ “

Wat Februari niet weet: ook Nederland heeft de aan tekst van Brechts toneelstuk bijgedragen. De Leidse Germanist Sjaak Onderdelinden schrijft dat moeder Courages zin aan het einde van ‘Mutter Courage’: “Ik moet weer wat handel zien te krijgen” ( Duits: “”Ich muss wieder in’n Handel kommen”)  ontstond in de samenwerking tussen Brechts medewerker Ruth Berlau en het Rotterdams Toneel in 1950 (zie “Typisch Nederlands”, p. 168)

Deze laatste zin: “Ik moet weer wat handel zien te krijgen” spreekt Courage nadat zij haar kinderen aan de oorlogshandel heeft opgeofferd.

 

Poes of tafel – bij Maarten Biesheuvel en bij mij

28 comments


”(Her)lees het verhaal ‘Poes op tafel’ uit ‘De verpletterende werkelijkheid’! Daarin komt alles samen. De idylle van een verblijf in een huisje in een Zeeuwse polder, en tegelijk het besef dat het maar tijdelijk is – dat gezelligheid vooral een illusie is en wel degelijk haar tijd kent.”
Dit schrijft Frits Abrahams in zijn column ‘Gezellig’ (25-5-2007) over Maarten Biesheuvel.
‘Poes op tafel’  is een heel kort verhaal, waar Biesheuvel aan de ene kant gezellige knusheid oproept- de poes op tafel “dat vinden we gezellig” – , maar aan de andere kant ook een beangstigende werkelijkheid achter de knusheid: “Eva vertelde mij wat die dag gebeurd was. Ze had de deur open gedaan, de deur naar buiten, en toen ze naar binnen wilde zag ze dat ze met de onderkant van de deur het armpje van een pad had afgerukt, de pad had blijkbaar naar binnen gewild omdat hij een van zijn armpjes onder de deur door gestoken had.”
[…]
“Ik sneed mezelf een flinke reep spek met rood vlees af en schonk een glas vol met bier. Weer ging ik bij de kachel zitten. ’Niet denken aan martelen,’ dacht ik, ’er zijn ook mensen die genieten.’”

Aan het eind van het verhaal identificeert zich de verteller (die hier haast samenvalt met Biesheuvel zelf) met de boerenpoezen buiten, die door het raam naar binnen kijken, naar de gezelligheid waarvan ze zelf geen deel uitmaken.

Ach ja, wat doorgaat voor gezelligheid onder mensen kan best heel erg ongezellig zijn.

 

 

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief