Wetenschap Kunst Politiek

Paul Cliteur en Frederik de Grote

21 comments

Een lezer vroeg me meer te schrijven over Paul Cliteurs bewondering voor Frederik de Grote.
Cliteur is naar eigen zegen een man van de verlichting. Hij stelt zich- naar mijn mening grotendeels terecht – in de traditie van het denken van Voltaire. Wel is Cliteur, meer nog dan Voltaire, een representant van de autoritaire Verlichting.
Verlichtingsfundamentalisten als Cliteur zijn er (in tegenstelling tot wat zij zelf beweren) niet aan geïnteresseerd om mensen aan te moedigen zelf te denken en zich te emanciperen (wat altijd een langzaam en moeizaam proces is) , maar willen de Verlichting aan de mensen opleggen, desnoods met dwang. Interessant is dat Cliteur de uitspraak van een verlichte absolutist, van Frederik de Grote, – namelijk dat iedereen op zijn eigen manier zalig moet kunnen worden – de voorkeur geeft voor Kants echt verlichte, niet alleen verlicht-absolutistische essay Beantwortung der Frage was ist Aufklärung. (Moderne Papoea’s p 20). Cliteur heeft gelijk, dat Frederik de Grote de islam naast het christendom min of meer gelijk liet gelden, en in die zin een positief voorbeeld kan zijn ( “Frederik wilde alle religies op voet van gelijkheid met elkaar behandelen”, p 157) maar juist in dat opzicht is Cliteur zelf geen opvolger van Frederik!
Het (Burkiaanse) verlichtingsfundamentalisme sluit belangrijke verworvenheden van de Verlichting uit, bijvoorbeeld het “plaatsen van gedrag, moraal en samenlevingsvormen in een historische context” en “de sterke nadruk op empirie en niet op dogma” (Sjoerd de Jong, In: Vrijheid als ideaal, p. 84.)
Het verlichtingsfundamentalisme staat in de traditie van de verlichte vorst (Frederik) of ook in de traditie van de Jacobijnen, maar niet in de traditie van het kritisch zelfstandig denken en emancipatie dat met de naam Kant verbonden is.
Roy Porter over Frederik de Grote: “Certainly, Frederick held advanced views ( he was flagrantly irreligious), and he modernized the administration of his kingdom. Yet despite the façade of sophisticated humanity, Frederick’s Prussia – a militarized, war-hungry state indifferent to individual civil and political liberties – resembles a perversion of the true goals of the ‘party of humanity’ rather than their fulfilment. When rulers and administrators heeded the promptings of ‘reason’, it was to increase their power and enhance their authority in ways which often penalized the poor, weak and inarticulate.” ( The Enlightenment, p.7)
Porter schrijft over de verhouding tussen Voltaire,(Cliteurs groote voorbeeld) and Frederik: “[…] the relative silence of these intellectuals [Voltaire en Diderot] when confronted with the internally oppressive and externally bellicose policies pursued by both autocrats [Frederick and Katharina], leaves many questions to be answered.” (p.23)

 

Islamitische filosofie: Michiel Leezenberg over Averroës

8 comments

IMichiel Leezenberg Islamitische filosofie (2002).
over Averroës (= Ibn Rushd; = Ibn Roesjd).

Wat Leezenberg over hem schrijft trekt me niet aan. In principe is Averroës, zo is mijn indruk, een katholieke soort denker, die zwaar leunt op Aristoteles-commentaar. Aan de ene kant rationalist, aan de andere kant gelooft hij in de absoluutheid van de openbaring.

Leezenberg over Averroës: “Sinds de negentiende eeuw is Ibn Roesjd een van de favorieten van Europese positivisten en Arabische modernisten, die de rede en de wetenschap hoog in hun vaandel hebben staan. Door hen wordt hij gevierd als een wetenschappelijke rationalist, die eigenlijk een ongelovige vrijdenker was maar dat niet hardop durfde te zeggen. Maar deze interpretatie van zijn werk berust grotendeels op wishful thinking. In de Arabische wereld en in Frankrijk is in de laatste jaren zelfs een war Averroës-revival op gang gekomen, die niet alleen nieuwe vertalingen, studies en biografieën omvat, maar ook een […] film, La destinée/al-Masier. In deze revival wordt Ibn Roesjd, om overduideljike politieke redenen, steevast geportretteerd als een lichtend voorbeeld van een rationele, wetenschappeljjk georiënteerde en humanistische islam.


Sympathiek en goed bedoeld als zulke pogingen mogen zijn, ze halen Ibn Roesjd wel uit zijn elitaire context, die rationaliteit (fikr) aan een streng ingeperkt publiek voorbehield, en voor de massa’s slechts navolging of tacqlied te bieden had, en rationeel onderzoek zelfs expliciet verbod. Kwalijker is dat zulke weergaven de volstrekt onjuiste veronderstelling bevestigen, dat andere vormen van islam niet rationeel, wetenschappelijk of humanistisch zouden zijn. De islam heeft nooit de spanning tussen rede en geopenbaard geloof gekend, die in Europa in de Middeleeuwen, met name sinds de Verlichting, gepostuleerd is. “ (p.191f.)

 

Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief