Wetenschap Kunst Politiek

Carl Schmitt zelf aan het woord ( in het Duits)

no comment

Raphael Gross gaat in zijn boek Carl Schmitt und die Juden (herziene oplage 2005) uitvoerig in op Schmitts nationaal-socialistisch en antisemitisch gedachtegoed. Hij beschrijft ook de intense inspanningen van verscheidene apologetische onderzoekers om Schmitt in bescherming te nemen tegen kritiek. Hij beschrijft de grote aarzelingen in de mainstream wetenschap om niet alleen het straatantisemitisme maar ook het intellectueel antisemitisme aan de kaak te stellen: “Stets war man bereit, den primitiven Radau-Antisemitismus und seine Folgen zu verurteilen und einzelne antisemitische Äußerungen als opportunistische Charakterlosigkeiten zu verdammen. Ursache und Bedeutung eines ´weniger primitiven´ Antisemitismus – nämlich desjenigen, der unter anderem von der juristisch/bürokratischen Elite innerhalb der SS und des SD vertreten wurde – sind aber nur sehr zögernd untersucht worden.“ (p. 15)
Schmitt wordt vaak verdedigd met het argument dat hij persoonlijk vriendelijke relaties onderhield met een aantal joden. Er zijn talrijke nazi’s voor wie dit ook geldt en het maakt hen structureel antisemitisme niet minder erg. Schmitt heeft in ieder geval zijn antisemitisme ook tegen joodse kennissen en collega’s in de praktijk gebracht. Gross: “[Schmitt weigerte sich], eine Resolution zu Gunsten seines ambtsenthobenen [jüdischen] Kollegen Hans Kelsen zu unterschreiben. Dese Weigerung kann entweder als Zeichen für Schmitts grenzenlosen Opportunismus oder als Zeichen für seine tatsächliche nationalsozialistische Gesinnung interpretiert werden, denn gerade Kelsen verdankte Schmitt seine erst kurz zuvor erfolgte Berufung nach Köln. Weitaus schwerwiegender liegen die Dinge aber in Bezug auf Schmitts Verhalten gegenüber seinem einstigen Bonner Kollegen Erich Kaufmann. Schmitt hatte sich hier emsig agiert, um durch eine antisemitische Attacke Kaufmanns weitere Lehrtätigkeit zu verhindern. Er schrieb an das Kultusministerium: ‚Eine solche, ganz auf Verschweigung der Abstammung und auf Tarnung angelegte Existenz’ sei für ‚deutsches Empfinden’ nur ‚schwer begreiflich’ und es sei nicht nur ‚eine schlimme Verwirrung’, sondern auch eine ‚seelische Schädigung’ der deutschen Studenten, wenn der nationalsozialistische Staat einem ‚besonders ausgesprochenem Typus jüdischen Assimilantentums’ heute von neuem die Möglichkeit gebe, sich an der größten deutschen Universität zu betätigen.’“(p. 48f. )

Schmitt heeft onmiddellijk nadat de nazi’s aan de macht kwamen theoretisch en praktisch partij genomen voor de nationaal-socialisten. In maart 1933 stelde zich Carl Schmitt in een artikel geheel aan de zij van de nazi’s. Hij beschrijft in een nationaal-socialistisch publicatieorgaan uitvoerig het belang van het gevecht tegen het jodendom. (p. 60). “Führertum und Artgleichheit” zijn voor Schmitt “Grundbegriffe des nationalsozialistischen Rechts“ dat hij zich inspande theoretisch te onderbouwen. (p.71).
Gross: „Unmittelbar nach dem Nürnberger ‚Reichsparteitag der Freiheit’ begrüßte Schmitt in einem Kommentar die drei neuen [Rassen-]gesetze. ‚Sie sind die Verfassung der Freiheit, der Kern unseres heutigen deutschen Rechts’. Die drei einzelnen Gesetze seien nicht bloß ‚wichtige Gesetze neben anderen’ sondern aus ihnen bestimme sich nun‚ was für uns Sittlichkeit und öffentliche Ordnung, Anstand und gute Sitten genannt werden’ könne.
Gegen die ‚Feinde und Parasiten Deutschlands’ gegen die ’typischen Tarnungsformen der Fremdherrschaft, den Dämon der Entartung’ und die geistige Fremdherrschaft würden nun erstmals seit vielen Jahrhunderten der Begriffe der Verfassung ‚wieder deutsch’. Das deutsche Volk sei nun, nachdem die Gesetze vom 15. September‚deutsches Blut und deutsche Ehre zu Hauptbegriffen des Rechts gemacht hätten, auch im Rechtssinne wieder ‚deutsches Volk’. In einem anderen, längeren Artikel in dem sich Schmitt ebenfalls vorwiegend mit den Nürnberger Gesetzen beschäftigt, hob er zudem den wesentlich defensiven [!!, M.T.] Charakter ‚unserer Rassengesetzgebung’ hervor: ’Der völkisch-defensive Grundcharakter nicht nur dieser Gesetze, sondern der ganzen nationalsozialistischen Weltanschauung überhaupt tritt hier in einer überzeugenden Weise zutage’. (p. 117/118).
In zijn Rede Das Judentum in der Rechtswissenschaft 1936 sprak Schmitt over de noodzaak van een wetenschappelijk gevecht tegen “die Herrschaftsansprüche jüdischen Wesens und jüdischen Geistes“ ( Gross, p. 123). Gross: „Schmitt […] stellte [seinem Vortrag] als ersten Leitsatz den pseudoreligiösen ‚Satz des Führers’ voran: ’Indem ich mich des Juden erwehre, kämpfe ich für das Werk des Herrn’ […] Die zwei weiteren von Schmitt für die Tagung gewählten Leitsätze wiesen in dieselbe Richtung. […] Sie warnten das ‚deutsche Volk’ vor der ‚jüdischen Gefahr’ und vor einer ‚Flut undeutscher Bestrebungen, das Staatsgefüge’ zu lockern“. En Schmitt gaat nog verder. Hij stelt: „’Mit einem nur gefühlsmäßigen Antisemitismus und der allgemeinen Ablehnung einiger besonders aufdringlicher und unangenehmer jüdischer Erscheinungen ist es nicht getan; es bedarf einer erkenntnismäßig begründeten Sicherheit.’ Eine solche ‚erkenntnismäßig begründete Sicherheit’ habe ‚ein einsamer, armer junger Deutscher vor dem Krieg in Wien gewonnen, als die offizielle Wissenschaft noch tief im Banne jüdischen Geiste stand und wohl fast alle von uns noch in der Blindheit gefangen waren, die durch sämtliche Begriffe und Einrichtungen der damaligen bürgerlichen Bildung herbeigeführt wurde.’“ (p. 125) Voor wie het niet door heeft: Schmitt heeft het hier over Hitler en diens mening over de noodzaak van een “Antisemitismus der Vernunft” (p.126, Hitler-citaten bij Schmitt zie ook p. 133)
Schmitt heeft zichzelf ook telkens weer als slachtoffer van de joden gezien: “Ich weiß aus eigener Erfahrung, welchen Beleidigungen und Verleumdungen man ausgesetzt ist, wenn man in diesen Kampf [gegen die Juden] eintritt.“ (p. 128) Na de oorlog ziet hij zichzelf als slachtoffer van zowel de nazi’s als ook van de joden (p. 352) .

Gross: “Schmitt wollte die bürokratischen Voraussetzungen schaffen, um Juden aus allen Bereichen der Rechtswissenschaft auszugrenzen. An die erste Stelle setzte er die Erfassung aller jüdischen Autoren. Mit Hilfe dieses ‚exakten Verzeichnisses’ sollten dann in einem weiteren Schritt ‚Säuberungen der Bibliotheken’ vorgenommen werden, damit ‚unsere Studenten vor der Verwirrung bewahrt würden, die darin liege‚ daß wir sie einerseits auf den notwendigen Kampf gegen den jüdischen Geist hinweisen, andererseits aber eine normale juristische Seminarbibliothek am Ende des Jahres 1936 immer noch so aussieht, als ob der größere Teil de rechtswissenschaftlichen Literatur von Juden produziert würde.’ […] ‚Ein jüdischer Autor hat für uns keine Autorität, auch keine rein ‚wissenschaftliche’ Autorität.’ (p.129) ’Uns beschäftigt der Jude nicht seiner selbst wegen. Was wir suchen und worum wir kämpfen, ist unser[e] unverfälschte eigene Art, die unversehrte Reinheit unseres deutschen Volkes.’“ (p. 133) ’Gerade der assimilierte Jude ist der wahre Feind.’” (p. 312) .

No Responses to “Carl Schmitt zelf aan het woord ( in het Duits)”

  1. Partout schreef:

    Avatar van Partout
    AB, onthullende info.

  2. Sefke schreef:

    Avatar van Sefke
    @Maria,
    wat mij nu zo interesseert:
    in hoeverre heeft deze Carl Schmidt het gedachtengoed van de Leidse "neo-cons" beïnvloed?
    Na vier artikeltjes ben ik er nog steeds niet uit.

  3. Astroloog schreef:

    Avatar van Astroloog
    Het probleem met het bestuderen van vooroorlogse teksten is dat noodzakelijke objectiviteit en afstandelijkheid wordt bemoeilijkt door de morele last van het demoniserende overwinnaarsrecht, dat bepaalde praktijken die in normale omstandigheden gewoon zijn ongewoon verklaart.
    Dat zie je ook gebeuren in het midden-oosten. Elke poging het Islamitisch-Arabische antizionisme in een relativerend licht te plaatsen wordt onmogelijk gemaakt door diegenen die aan een machtige ideologie het recht ontlenen zichzelf absoluut goed te noemen.

    Een man als Carl Schmitt steekt in intellectueel opzicht ver uit boven de politicus Adolf Hitler, die in Mein Kampf op een zeer chaotische en niet doordachte wijze redenaarstaal heeft laten omzetten in boekentaal. Schmitt als zeer intelligente politieke wetenschapper vastpinnen op een paar antijoodse uitspraken is daarom niet correct.
    Antijoods zijn was in de jaren dertig net zoiets gewoons als nu antipaaps of antichristelijk zijn. Als marxisten stellen dat religie gif is en opium, dan roepen we niet in koor dat ze misdadige antisemieten zijn.
    Iedereen die zichzelf antireligieus noemt is in feite antijoods. Niks bijzonders dus.
    Daar komt bij dat Schmitt niet zozeer het religieus-joodse denken aanviel alswel het economisch-kapitalistische joodse denken. Schmitt was in zeker opzicht een romanticus die de vereconomisering van het geestelijke leven veroordeelde. Liberalisme was in zijn ogen depolitisering in dienst van het geestloze kapitaal.

    De vraag die daarom gesteld moet worden is of de nazi geworden wetenschapper Schmitt net als Hitler een ordinaire racist was, een voorkeur had dus voor irrationele rassentheorieen die in sommige nationaal-socialistische kringen verkondigd werden.
    De SS (voorstander van raszuiverheid) twijfelde aan zijn bedoelingen, zag in hem een soort ‘salonnationaalsocialist’ (teveel vrijblijvende wetenschapper dus). Goering nam Schmitt in bescherming. Van Goering wordt beweerd dat hij geen scherpslijter was en dat hij het hetzerige en ronduit plebejische fanatisme van de haatzaaier Julius Streicher veroordeelde.

    Streven naar een zuivere Duitse geest (met de nadruk op ‘geest’) is op zichzelf toelaatbaar. Geert Wilders en zijn medestanders streven met hun afwijzing van de Islam naar een soortgelijke reinheid. Opname van Turkijke in de Europese Unie bezoedelt volgens hen de zuivere en reine joods-christelijk-humanistische geest…

    Pas daar waar rassenwetten worden goedgekeurd die mensen die in geestelijk opzicht zeer verschillend zijn op een volstrekt willekeurige en dwingend-autoritaire wijze tot eenheidsgroep uitroepen is er iets mis. Daar ben je als rechtsgeleerde bezig met rechtsverkrachting en in dat geval kun je stellen dat de geleerdheid schijngeleerdheid is.

    Opmerkelijk is dat het zionisme ook de diversiteit ontkent waar gesproken wordt over ‘de joodse geest’ en ‘de joodse ziel’, die alleen tot ontwikkeling kan komen in ‘de joodse staat’.
    Het individu wordt gedwongen zichzelf te identificeren met algemene kwalificaties die een ontkenning zijn van ‘de eigen persoonlijkheid’.

    Op het net trof ik een bespreking aan van een wetenschappelijk werk van Schmitt dat in 1932 geschreven werd, een geschrift waarin joden geen rol van betekenis spelen.
    Het getuigt van intellectuele zindelijkheid ook dat boek, dat in feite een doodgewoon politiek-wetenschappelijk werkstuk is, serieus te nemen. Juist ook om te voorkomen dat je zelf de gevangene wordt van primitief vriend-vijand-denken.

    http://www.identiteit.org/?p=boekbesprekingen&id=12

  4. Maria Trepp schreef:

    Avatar van Maria Trepp
    @Sefke, zie volgende blog.
    @Astroloog, dank je voor een zeer relvant tegengeluid. Ik zal op dit en op je vorige opmerkingen nog ingaan in vervolgblogs, maar eerst op Sefke antwoord geven.

Leave a Reply



Recente berichten

Categorieën

Tags

Archief