Maria Trepp

Training Coaching Publishing

De actualiteit van Eriksons levenslooptheorie

4 comments

Eriksons levenslooptheorie

Erik Eriksons levenslooptheorie

De psychosociale ontwikkelingstheorie van Erik Erikson is nog steeds actueel. Er verschijnt regelmatig nieuw onderzoek omtrent deze theorie, zoals dit jaar in het gezaghebbend tijdschrift Developmental Psychology, waar het psychosociale model van Erikson wordt gebruikt in een longitudinale studie met volwassen proefpersonen van middelbare en hoge leeftijd (zie hieronder). Nu “ontwikkelingspsychologie” gepromoveerd is tot “levenslooppsychologie” zijn de theorieën van Erikson bijzonder relevant en wordt bovendien vaak empirische steun gevonden voor zijn concepten. Dit is opmerkelijk, omdat empirische onderbouwing voor psychodynamische concepten vaak ontbreekt, en Eriksons model behalve door de psychoanalyse ook door de literatuur (geen empirisch vak zou men denken) werd geïnspireerd: Shakespeares “Seven ages of Man”

Erik Erikson was een psychoanalyticus gespecialiseerd in kinderen, opgeleid bij Anna Freud in Wenen. Ook had een hij een Montessori-opleiding, die hem inspireerde de ontwikkeling van kinderen verder te bestuderen en het psychoanalytisch denken te verrijken. Nadat hij in de jaren dertig vanwege het opkomende nazisme naar de VS emigreerde werd hij daar een beroemde kinderanalyticus. Hij begon zich voor antropologie te interesseren nadat hij contact had gemaakt met  Margaret MeadGregory Bateson en Ruth Benedict. De antropologische invloed is in al zijn schriften sterk herkenbaar. In 1950 verscheen zijn beroemde boek Childhood and Society (Kind en samenleving) waar hij zijn acht stadia van de psychoseksuele ontwikkeling en zijn concept van de identiteitscrisis beschrijft. Kind en samenleving is een leesbaar en belangrijk boek, waar Erikson het model van Freud verbreedt en verdiept, waarbij het gedachtegoed en de terminologie van Freud nog sterk herkenbaar zijn. Echter spelen bij Erikson sociale, maatschappelijke en interpersoonlijke aspecten en persoonlijke groei en integratie een veel grotere rol dan bij Freud.  Erikson bewerkte (samen met zijn vrouw Joan Erikson) het model van Freud en paste het toe op latere levensfasen. Hij ontwikkelde het eerste model van de levenslooppsychologie. Anders dan Freud spreekt Erikson niet van trauma’s maar van een crisis, van een bepaald karakteristiek conflict in elke levensfase. Dit conflict is niet intrapsychisch veroorzaakt zoals bij Freud, maar vindt plaats tussen individu en omgeving of samenleving. Maar het psychosociaal conflict kan wel een innerlijk conflict zijn, en hoeft niet de vorm van een sociale tegenstelling te hebben. Problemen ontstaan als de bij het stadium horende vraagstelling of ontwikkelingstaak niet positief kan worden opgelost.

 

Eriksons stadia van psychosociale ontwikkeling

Eriksons levenslooptheorie

Seven Ages of Man

In het eerste levensjaar gaat het om het opbouwen van fundamenteel vertrouwen. Als een kind liefdevol wordt verzorgd, lichamelijk en sociaal (spel, goede interactie) ontwikkelt het een basisvertrouwen. Consistente en liefdevolle aandacht leggen de basis voor een goed zelfvertrouwen en een vertrouwen in de wereld.

In de peuterjaren gaat het om autonomie. Het kind kan en wil nieuwe dingen doen en testen, en moet hiertoe vrijheid maar ook goede steun krijgen, zodat het niet te veel slechte ervaringen maakt en angstig wordt.

In de kleutertijd ontwikkelt het kind steeds meer eigen initiatief en moet ook hierbij te ruimte krijgen maar ook realistische, beschermende grenzen respecteren.

In de leeftijd van de lagere school leert het kind productief te zijn, en dingen zelf te maken. Het kan plannen en verantwoordelijkheid nemen. Voor een goed ontwikkeld zelfvertrouwen is het belangrijk dat het kind hierbij successen beleeft.

De adolescentie is de fase waar het om de ego-identiteit gaat. Wie ben ik, hoe hangen de delen van mijn persoon en mijn ervaringen samen en wat wil ik? Dit de leidende vraag in een vaak moeizaam proces, een consistente visie op zich zelf en de eigen toekomst te ontwikkelen en de eigen visie ook aan te passen aan de wensen van de maatschappij. Op dit gebied van de identiteitsontwikkeling in adolescentie en vroege volwassenleeftijd (tot ca 24 jaar) wordt –ook in Nederland – nu zeer veel onderzoek gedaan in de voetstappen van Erikson en zijn navolger Marcia.

In de jonge volwassenjaren tot ongeveer een leeftijd van 40 jaar is het belangrijkste thema de opbouw van intieme relaties met vrienden en/of partner(s).

Het stadium van zo genoemde “generativiteit” in het midden van het leven (productiviteit, creativiteit, maatschappelijk engagement, zorg voor komende generaties) wordt in recente studies veel onderzocht, zo ook in de nieuwe studie in Developmental Psychology (zie hieronder). Dit stadium en het concept van generativiteit/productiviteit/betrokkenheid spreekt moderne mensen sterk aan en lijkt goed te verbinden met de populaire denkbeelden van de positieve en humanistische psychologie. Met de humanistische psychologie is Erikson zeker ook verbonden door zijn boek over Gandhi, waar hij zijn psychosociaal model aan de biografie van Gandhi illustreert. Maar Erikson is anders dan hyperpositieve denkers altijd een sociale en maatschappelijke analyticus, en dat bewaart hem voor de uitwassen van een oppervlakkige zelfoptimalisatie.

Het laatste stadium bij oudere mensen is een stadium van ego-integriteit en wijsheid: integratie van eerdere taken en vrede met zichzelf, het leven en de dood. Ook dit stadium wordt veel onderzocht in de Erikson-gerichte onderzoekstraditie, zo ook in de nieuwe studie van Malone et al.

Belangrijk is – en dit wordt vaak over het hoofd gezien – dat de stadia van Erikson niet hard en deterministisch zijn, maar vloeiend en variabel. Het is ook niet zo dat een bepaald thema (= innerlijke crisis) strikt aan een bepaalde leeftijd is gebonden. Elke crisis kan ook op andere leeftijden spelen, dit beklemtoont ook Erikson zelf, maar een bepaald dilemma is het meest waarschijnlijk op een bepaalde leeftijd. Zo spelen identiteitsvragen ook nog op hogere leeftijd, al zijn deze het meest prangend in de adolescentie en jonge volwassenheid.

Nieuw onderzoek

Deze recente studie van Malone et al. gebruikt longitudinale gegevens om te onderzoeken hoe zich de kwaliteit van de gemeten psychosociale ontwikkeling op middelbare leeftijd verhoudt tot cognitief en emotioneel functioneren op latere leeftijd. Ook werd onderzocht of depressie in de tweede helft van het leven hierbij een rol speelt. Deelnemers waren 159 mannen uit een longitudinaal onderzoek naar ontwikkeling bij volwassenen. De psychosociale ontwikkeling (volgens Erikson) werd gemeten op de leeftijd van 30-47 jaren met behulp van interviews. Later werd een neuropsychologische meting uitgevoerd op de leeftijd van 75-85 jaren, die cognitieve status en cognitieve controle alsmede geheugen omvatte. Bovendien werden depressieve symptomen op basis van de Geriatric Depression Scale gemeten. De resultaten toonen aan dat hogere eriksoniaanse psychosociale ontwikkeling 3 tot 4 decennia later met betere cognitieve functie en controle en minder depressie correleerde. Er werd echter geen relatie tussen eriksoniaanse ontwikkeling en geheugen gevonden. Depressie op hogere leeftijd is hierbij een mediatorvariabele voor de relatie tussen eriksoniaanse ontwikkeling en cognitieve functie. Depressie verklaart dus het verband tussen psychosociale ontwikkeling en cognitieve vaardigheid. Al deze resultaten werden gecontroleerd voor opleidingsniveau en intelligentie. Deze resultaten hebben belangrijke implicaties voor het begrip van de duurzame voordelen van psychosociale betrokkenheid op middelbare leeftijd voor de cognitieve en emotionele gezondheid in het latere leven. Daarnaast kan het zijn dat minder succesvolle psychosociale ontwikkeling depressie bevordert en mensen op het gebied van specifieke cognitieve vaardigheden kwetsbaar maakt.

Malone, Johanna C.; Liu, Sabrina R.; Vaillant, George E.; Rentz, Dorene M.; Waldinger, Robert J.

Midlife Eriksonian psychosocial development: Setting the stage for late-life cognitive and emotional health

Developmental Psychology, Vol 52(3), Mar 2016, 496-508.

 

Maria Trepp, docent masterclass Ontwikkelingspsychologie

 

 

 

Tags: ,

4 Responses to “De actualiteit van Eriksons levenslooptheorie”

  1. […] Erik Erikson deelt in zijn psychosociaal levensloopmodel de levensloop van de mens in acht fases. Elke fase bestaat uit een “crisis” of ontwikkelingstaak. De politiek actieve 60-plussers hebben de ontwikkelingstaak van zo genoemde “generativiteit” (productiviteit, creativiteit, maatschappelijk engagement, zorg voor komende generaties) op een constructieve manier weten af te sluiten en om te zetten en kunnen hopelijk ook hun wijsheid en integriteit (kenmerk van de succesvolle laatste levensperiode volgens Erikson) inzetten voor samenleving en nageslacht. […]

  2. […] Erik Erikson deelt in zijn psychosociaal levensloopmodel de levensloop van de mens in acht fases. Elke fase bestaat uit een “crisis” of ontwikkelingstaak. De politiek actieve 60-plussers hebben de ontwikkelingstaak van de zo genoemde “generativiteit” (productiviteit, creativiteit, maatschappelijk engagement, zorg voor komende generaties) op een constructieve manier weten af te sluiten en om te zetten en kunnen hopelijk ook hun wijsheid en integriteit (kenmerk van de succesvolle laatste levensperiode volgens Erikson) inzetten voor samenleving en nageslacht. […]

Leave a Reply to Die Aktualität von Eriksons Theorie der Lebensspanne | psychologiemariatrepp



Meest recente berichten

Archief

Categorieën